Light Up …

“Wat heb jij over voor je eigen veiligheid?” Vroeg mijn nichtje (het zelfde nichtje van Bahasa Indonesia) mij vorig jaar ergens halverwege de maand december. “Wat is dat nou voor een rare vraag. Ik hebt maar één “ik” en daar ben ik zuinig op” Was mijn antwoord. “Waarom ga jij dan altijd in het donker hardlopen zonder verlichting?” Kaatste ze de bal terug. Tja, die zat. Met het antwoord: “De batterij van mijn lampje was op!” of “Ik loop alleen over verlichte fiets- en wandelpaden!” kwam ik er niet. Ik kreeg in de woonkamer een demonstratie van haar nieuwste aanwinst.

 

Mijn nichtje zit in het tweede jaar van de opleiding SportMarketing en Management. In dit jaar wordt de klas in verschillende groepen verdeeld en moet iedere groep een eigen onderneming gaan oprichten. Compleet met businessplan, aandeelhouders, vergaderingen, kamer van koophandel en verder alles wat bij een eigen onderneming komt kijken. De studenten mogen zelf kiezen wat voor onderneming of product ze op de makt willen brengen. Mijn nichtje en zeven van haar medestudenten hebben er voor gekozen een product op de (Nederlandse) markt te brengen die de veiligheid van de aan het verkeer deelnemende buitensporter moet vergroten en dan met name op momenten dat men zelf niet goed zichtbaar is voor andere weggebruikers. Dit alles door het dragen van LED armbandjes die al dan niet op knipperen gezet kunnen worden.

Dit soort armbandjes zijn voor mij niet nieuw. Bij de paarden gebruiken wij ze ook als we in het donker op pad gaan. Maar dan in de saaie fluorescerende gele of oranje kleur. Wat wel nieuw voor mij was waren de sprankelende kleurtjes die al vanaf een kilometer zichtbaar zijn en het gemak waarmee de band vast gezet kan worden op je bovenarm of been door middel van de klittenbandsluiting. Mocht het batterijtje op gaan dan is deze makkelijk te vervangen. En dit alles voor een bedrag van 6 euro!!

Terwijl ik allang verkocht was door de frisse kleurtjes, paars, blauw, groen, rood, oranje, geel, roze en wit, gaf mijn nichtje nog een demonstratie door een rood gekleurd bandje om de hals van de hond te doen die vervolgens als een knipperend verkeerslicht door het huis liep. Zich niet bewust van de aandacht nestelde hij zich op het donkere tapijt maar nu met de zekerheid dat niemand meer boven op hem ging staan.

Het heeft even geduurd voor ik er uit was welke kleur ik het mooiste vond. Kiezen is nou eenmaal niet mijn sterkste kant. Maar vanaf heden ren ik nu al paarsknipperend over het fietspad en ben ik zichtbaar voor alles wat mij inhaalt of tegemoet komt lopen of fietsen. Misschien dat ik er nog een blauwe of roze bij ga kopen. Gewoon omdat ik ze zo leuk vind 🙂

Wil jij ook gezien worden tijdens het sporten? Ga dan nu naar de  Light Up   pagina van facebook en mail je bestelling door.

 

P.S: En in dit geval zijn wij wel in het bezit van een aandeel 😉

 

Schaakmat…

“Leer schaken”, was één van de doelen op mijn 101 doelen lijstje, dat ik enige tijd (lees een jaar of twee) geleden bij hield. Ik ben met dit doel overigens niet echt ver gekomen. Waarom heb ik in vredesnaam willen leren schaken? Diepe rimpels sieren mijn voorhoofd als ik na denk over deze vraag. Tja, het staat wel geleerd en interessant als je mee kunt doen met een potje schaak. Maar als ik iets niet ben dan is het wel geleerd… Over interessant valt natuurlijk nog te twisten.

Na verschillende partijen schaak op de pc, Nintendo DS, of in het echt tegen vriendlief, ben ik al wel op de hoogte van de basis regeltjes. Welke pion welke stappen mag nemen bijvoorbeeld en dat de dame het hele bord over mag in tegenstelling tot de koning (ik voel mij plots bevoorrecht) en het belangrijkste van allemaal… er ging werkelijk een wereld voor mij open: Je kunt bij schaken helemaal geen DAM halen. Maar dan komen de andere, wat fijnere en geraffineerdere regeltjes om de hoek kijken. Die schijn je ook nodig te hebben om je tegenspeler helemaal in te maken. Of misschien is afmaken hier beter op zijn plaats? 

Verder ben ik er achter gekomen dat dit spel nogal wat inzicht vergt. Niet zomaar inzicht. Maar vooral wiskundig inzicht. Was het niet mijn wiskunde leraar die mij aanraadde om dat vak vooral en met veel liefde te laten vallen??? Kortom ik bezit helemaal geen wiskundig inzicht. Hoe kon ik zo dom zijn te denken dat ik dit spel zo 1-2-3 zou kunnen leren.

Een partijtje schaak is in mijn ogen één grote kansberekening. Hoe reageert je opponent op jouw zet en andersom. Iedere zet brengt consequenties met zich mee.  Daar komt ook nog eens bij dat je de pionnen niet zomaar aan mag raken. Behalve als je een pion recht wilt zetten natuurlijk. Je moet dan wel vooraf j’adoube gezegd hebben. Dat is Frans voor: “Ik raak aan” (toch??)

Zou ik ooit een potje schaken van iemand, wie dan ook, willen winnen, dan moet ik nog een hoop leren. Het spel is natuurlijk niet voor niets al eeuwen oud en menig mens heeft zich hier al over gebogen. Dus ik heb nog wel even de tijd…

We’re back in business…

Wat begon met een analoge camera van mijn moeder, eindigde na verschillende fotocursussen in een eigen fotostudio aan huis. Het weekend stond vaak in het teken van de fotoshoots en vier jaar lang heb ik geregeld ouders met hun kroost, huisdier of kamerplant mogen verwelkomen. Maar ik zou ik niet zijn als het weer eens tijd werd voor wat anders.

Aan het begin van het jaar ging ik geregeld mee om voetbalfoto’s te maken bij de wedstrijd van de kleine. Dat zag er best aardig uit maar voor mijn gevoel kon het stukken beter. Ik moest erg wennen aan de snelheid en de beweging in tegenstelling tot de statische beelden die ik in de studio voor mijn lens had. Hoewel keuzes maken niet echt mijn ding is was in dit geval de keus wel snel gemaakt. Aan het begin van de zomer heb ik de fotostudio stil gelegd. Geen shoots op zaterdag of zondag, geen beeld bewerking en geen harige beesten meer in mijn huis. Zo had ik de tijd om mij verder te kunnen verdiepen in sportfotografie. Ik heb gewikt en gewogen en de voor en nadelen met mijzelf besproken. Want tja, de sporten die ik voor ogen heb zijn toch echt allemaal buiten… En ik ben nou eenmaal een mooi-weer-mens. Wat het voor mij er in de winter niet makkelijker op maakt. Maar uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt.

Van indoor gaan wij naar outdoor…

Aan het einde van de zomervakantie was ik er voor mijn gevoel aardig klaar voor. De nodige spulletjes waren inmiddels aangeschaft (Zie:  Uitbreiding   & Stoel VS nat achterwerk  ) Zelfs mijn camera en objectief zijn voorzien van een echte regenjas, want de winter in Nederland gaat nou eenmaal gepaard met hier en daar (en vooral plaatselijk) een bui! Ik wilde mijn nieuwe uitdaging aangaan en kon niet wachten tot het nieuwe sportseizoen zou beginnen.

Ook mijn website moest van portretfotografie omgezet worden naar sportfotografie. Met dank aan een goede vriend was dit binnen een avondje gepiept. De foto’s die ik maak worden na de gespeelde wedstrijd op mijn website geplaatst en mensen kunnen ze vervolgens bij bestellen. Ik weet dat ik er nog lang niet ben maar een begin is reeds gemaakt. Hopelijk doen zich veel kansen voor waardoor ik nog meer kan groeien. Wie weet wat de toekomst nog in petto heeft.

 

 -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

 www.fotohamar.nl

 -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

 

 

 

Maar nu even niet…

De bijna beklemmende dwang van alle dag heeft een destructieve werking op mijn geest en mijn ledematen. De gele gloed die de tl-buizen in het kantoorpand verspreidt lijkt zich ook een vaste plek in mijn hoofd te hebben toe geëigend. Zelfs mijn blik is wazig en vertroebeld als ik mijn hoofd van mijn computer af wend. Daarom wil ik even weg uit de sleur, weg uit het gehaast, en ontsnappen aan de druk van alle dag. Natuurlijk ben ik zelf ook schuldig aan dit gevoel. Ik ben immers vrij om op een aantal bezigheden “nee” te zeggen. Maar zo egoïstisch als ik ben eigen ik mijzelf alles toe en ben ik met van alles tegelijk bezig. Hoezo kun je niet in zeven sloten tegelijk lopen? Dat lukt mij best! Tot ik op het diepste puntje van de sloot aangekomen ben om vervolgens in al mijn bezigheden te verdrinken. Waarom doe je het jezelf aan? Waarom? Om het simpele feit dat het leven te kort is, de wereld te veel te bieden heeft en een dag maar 24 uur heeft.

Maar goed ik dwaal af…

Met heel simpele dingen kun je overigens weer goed tot jezelf komen. Even onthaasten in bad, lekker je longen uit je lijf rennen tijdens een rondje hardlopen of squash, in de tuin een heerlijk spannend boek lezen en wegdromen bij de avonturen van je helden. Maar vandaag besluit ik om de skates onder te binden. Even lekker alleen uitwaaien in de polder. Terwijl ik mijn skates vast sta te binden realiseer ik mij dat het hier windstil is. Ach, wel ja, dan skaten we maar wat harder om zo zelf wat wind te creëren. Met een flinke vaart ga ik van start. Mijn benen voelen erg zwaar en hebben te lijden onder mijn dwang om in dit tempo het stuk tot aan de polder vol te houden. Terwijl mijn spieren vriendelijk vragen of ik mijn tempo wil verlagen gooi ik er zelfs nog een schepje boven op. Ik wil voelen dat ik met iets bezig ben en na afloop weten dat ik mijzelf aan het werk heb gezet. Al was het alleen maar om mij er aan te helpen herinneren dat ik ook weer uit de sloot moet komen, hoe diep en kolkend het water af en toe ook kan zijn. Uiteindelijk sta ik midden in de polder. De zon zakt langzaam weg aan de horizon en laat een mooie rode gloed achter. De zomer moet bijna weer plaats gaan maken voor de herfst. Wat meestal gepaard gaat met sombere dagen, regen, wind en snotneuzen. Maar als de herfst zich zo voortzet zoals deze avond hier, met zijn zwoele zonnige, naar pas gemaaid gras ruikende avonden, dan word het mijn favorieten seizoen.

De planning van deze week zit als een chaotische bende in mijn hoofd. Neem daar de nodige dosis frustratie van bepaalde zaken bij en het fiasco is compleet. Ik probeer het allemaal los te laten en ik denk aan niets in het bijzonder. Op mijn gemak skate ik over het pad. Links van mij hoor ik hoefgetrappel. Drie dametjes met hun pony’s rijden keurig achter elkaar in galop over het slingerende pad. Tot ze het open veld hebben bereikt. Alsof de dieren weten wat er van ze verwacht wordt stuiven ze weg en laten mij weer alleen achter. Al rollend ontwijk ik de bladeren en afgevallen boomtakjes. Weldra zal het hier weer vol liggen met groene, rode en bruine bladeren. Dan zal het skaten hier wat lastiger gaan. De alles omringende stilte heeft een positief effect op mij. De chaos in mijn hoofd begint langzaam aan af te nemen, ik word er rustig van.

In de verte zie ik twee dames, eveneens op skates, mijn kant op komen. Als oude bekende groeten we elkaar bij het passeren om daarna ieder ons eigen weg weer te vervolgen. Een fietser haalt mij in en op mijn beurt haal ik weer een hardloper in. Eén ieder is met zijn eigen doel hier en verzonken in zijn eigen wirwar aan gedachten. Aan de waterkant zitten vader en zoon. Ik hoor ze rustig met elkaar praten. Ze zijn aan het vissen. We wisselen een vluchtige blik en de vader steekt bij wijze van groet zijn hand naar mij op. In gedachten zie ik mijn eigen gezinnetje ook al zo bij de waterkant zitten. Hoewel dat niet zal zijn om te vissen. Het voeren van de eendjes lijkt mij waarschijnlijker. Ik onderdruk een lachsalvo en zwaai terug. Zijn de mensen hier nou vriendelijker dan elders of zou het komen door de rust die deze plek uitstraalt? Hoe dan ook, mij bevalt het wel.

Ik volg een rustig pad naar huis. Op deze route kom ik eigenlijk alleen nog maar mensen met honden tegen. Ze rennen om hun baasje heen of wandelen vast op het pad vooruit. Om mijn spieren niet al te veel te belasten verlaag ik mijn tempo en rol zo langzaam aan de straat weer in. Eenmaal thuis loop ik direct maar door naar boven. Kleren worden al wandelend uitgedaan en binnen een paar seconden sta ik onder de douche. Het laatste restje van deze ellendige lange dag glijd als een deken van mij af. De stoom blijft als een dichte mist in de badkamer hangen. De kou omsluit mijn lichaam zodra ik de deur op een kiertje zet om de stoom te laten ontsnappen. Wat voelt dat heerlijk verfrissend en ik voel mij als herboren.

Mijn nieuwe energie bewaar ik voor morgen. Dan kan ik de hele wereld weer aan. Maar nu geniet ik nog even van de rust en kruip met een kop thee lekker op de bank om de avond te verwelkomen.

 

 

Wordfeud… Wie durft?

“Deb, waar is je I-phone? Haal direct wordfeud binnen want dat is zo leuk!” Riepen mijn nichtjes toen ze tegen elkaar aan het spelen waren. En ik: “ppff zeker weer één of ander spelletje waar mijn telefoon van vastloopt of de batterij binnen no-time leeg is.”

Maar ‘s avonds kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen, toog af naar de App Store en haalde het spelletje wordfeud binnen. Ik zat er niet ver naast. Mijn telefoon moet na het spelen van dit spel toch echt langer nadenken voor hij ook maar iets wil openen. Mijn batterij moet minstens twee keer op een dag opgeladen worden. Maar….. Wat is het VERSLAVEND.

Voor de mensen die het niet kennen: Wordfeud is de digitale versie van het spel scrabble. Het kan gespeeld worden op de Iphone (en andere smartphones) of I-pad. Voor mij een compleet nieuwe rage. Het is eigenlijk veel leuker dan in het echt. Je hebt hier namelijk 72 uur bedenktijd. Doe je binnen deze uren niets, dan verlies je automatisch. Je kunt met meerdere mensen tegelijk een potje scrabbelen. Tegen vrienden maar ook tegen volslagen onbekenden. Het is zelfs in meerdere talen mogelijk.

Zo begon ik op een zondagavond aan mijn nieuwe verslaving en speelde tegen vier verschillende mensen tegelijk. Het houdt mij al bijna een week bezig. En met mij natuurlijk ook mijn vriend. Die nog meer letterneuroot is dan ik. Als ik niet bezig ben met het zo tactisch mogelijk weg leggen van letters dan is hij het wel. Samen proberen we onze tegenstanders (mijn familie in dit geval) te slim af te zijn.

Zodra de tegenstander een nieuw woord heeft gemaakt geeft mijn telefoon een “pling”en weet ik dat het mijn beurt weer is. Omdat mijn nachtrust heilig is zet ik het geluid van mijn telefoon uit als ik ga slapen. Er wordt ‘s nachts dus niet gespeeld. Hoewel het soms best moeilijk is om in slaap te vallen met al die dansende letters voor je ogen.

Helaas zijn (nog) niet alle Nederlandse woorden opgenomen in het spel. Zo herkent hij ICT wel, maar IQ weer niet. Sommige namen zijn wel toegestaan en anderen weer niet. Maar dat mag de pret niet drukken..

Wie durft het tegen ons op te nemen? Laat je naam hier achter en ik voeg je toe!  🙂

 

Sonja Bakker…

Zondagmorgen 25-sept

De beat van Eminem dreunt nog na in mijn hoofd als ik uit mijn auto stap. Terwijl ik de boel afsluit wordt ik omhuld door een alles omvattende stilte. Ik blijf even staan en de natuurlijke geluiden dringen langzaam door in mijn hoofd. Ik hoor de wind die de blaadjes in de bomen doet ruisen. De vogeltjes kwetteren er rustig op los en in de verte hoor ik hoefgetrappel van een paard dat over de weg draaft. De zon verwarmt mijn gezicht. Een typische zomer zondagmorgen in de polder. Het zal niet lang meer duren of de wegen (voor zover) vullen zich met wandelende opa’s en oma’s, fietsende ouders en skatende kids. Hier wordt ik nou vrolijk van.

Ik ben op stal en ga op zoek naar mijn paard. Het gras in ons land is nagenoeg op. Maar de buurman heeft zijn weiland ter beschikking gesteld. Met dit mooie weer ben ik daar erg blij mee. Ik wandel met zijn halster naar het weiland en geniet nog even van het zonnetje, want voor je het weet is het voorbij. Ik wordt zelfs vriendelijk begroet door de paarden. Ze komen zowaar naar mij toe gelopen. Waarschijnlijk zijn ook zij vrolijk gestemd door dit weer.

Waar ik dan weer niet zo vrolijk van wordt is zijn bolle grasbuik. De afgelopen week heeft hij op een karig stuk land gestaan en dat deed hem goed. Mijn lieve poown heeft namelijk aanleg om dik te worden. Niet zomaar dik, nee tonnetje rond. Hij is helaas niet gezegend met maatje 36 zoals zijn buurvrouw. Het arme dier dijt al uit zodra hij aan gras ruikt. Aan het begin van de zomer heb ik besloten om hem voor zijn eigen gezondheid een graasmasker om te doen. Het is een normaal halster maar dan voorzien van een korf. Aan de onderkant van de korf zit een gat van een paar centimeter waardoor de opname van gras met 50% wordt gereduceerd. Hij moet er weliswaar meer moeite voor doen maar zo is het voor hem toch mogelijk om met zijn soortgenootjes buiten te lopen en niet (al) te dik te worden. Zoals ik al zei noem ik het een graasmasker, mijn stalgenoten noemen het een “muilkorf” en mijn buurvrouw noemt het zijn “Sonja Bakker masker”. Dat laatste klonk het meest vriendelijkst dus zo hebben we het ding genoemd.

Nu we op dit grote graasland staan, dat maar bevolkt wordt door vier paarden, ben ik van mening dat we er goed aan doen om hem weer te laten Sonja Bakkeren. Al is het maar voor een paar uur per dag. Terwijl het paardenbeest van niets bewust achter blijft in het weiland hobbel ik weer terug naar stal om de halsters te wisselen.

Een paar minuten later staat hij met zijn Sonja Bakker masker op in het weiland. Eén blik op mijn paard en ik voel mij opslag schuldig. Ik weet dat dit voor zijn eigen best wil is. Ik klop hem nog even gemoedelijk op zijn hals. Spreek wat lieve woordjes en draai mij daarna om. Hij heeft blijkbaar de stille hoop dat ik een grapje maak want hij loopt met mij mee terug naar het hek.  Maar als ik over het hek klim weet hij dat het menens is. Hij kijkt mij in en in triest aan. Ik moet nu sterk in mijn schoenen staan, ik doe dit voor zijn eigen best wil. Hij moet op rantsoen. Gelaten loopt hij bij mij vandaan. Halverwege het weiland blijft hij staan en werpt mij vanaf zijn plek nog één maal een blik over zijn schouder toe. Zijn ogen en oren spreken boekdelen. Hoewel hij niet kan praten weet ik dat hij nu denkt: “Heb je nu je zin?” Hij weigert om zijn neus in het gras te steken en blijft als een wassenbeeld op zijn plaats staan. Hij probeert mij op zijn manier duidelijk te maken dat het masker er voor niets op zit. Ik heb mijn tijd aan hem verspild.

Bijna heeft hij mij zover dat ik naar hem toe wil rennen om het masker er af te halen, sorry te zeggen en hem zijn gang te laten gaan met het uitvoeren van zijn grootste hobby: ETEN. Maar ik ben mij er van bewust dat mijn paard is afgestudeerd aan de HTS. (de hoge toneel school) Ik laat hem staan met zijn masker op zijn snufferd en zijn neus in de lucht en wandel over de dijk terug naar stal. Vanaf de dijk kijk ik nog één keer naar het weiland. Zijn trots heeft hij binnen vijf minuten opzij geschoven. Want hij staat alweer bij zijn vriendjes met zijn neus tussen het gras. Gelukkig maar.

Voor ik in mijn auto stap om terug naar huis te rijden vervloek ik mijzelf dat ik niet met de fiets gekomen ben zodat ik nog wat langer van dit heerlijke weer kan genieten. Om tijd te rekken drentel ik wat heen en weer op stal en houd mijzelf bezig met het opruimen van de “keet” waar al onze spullen liggen. Na enige tijd moet ik toch echt naar huis en moet de rust weer plaats maken voor de hecktiek van de stad. Ik besluit om na het avond eten terug naar stal te rijden om mijn paardenbeest te ontdoen van “Sonja Bakker.” Hij lijkt het masker niet eens meer op te merken en komt mij al grazend tegemoet gelopen. Van zijn eerdere boosheid is ook niets meer te merken. Ach, liefde gaat nou maal door de maag…

 

  

Onze kanjers aan zet…

Nog geen half jaar geleden liep ik te schelden en te tieren als op zaterdag de wekker om 06.30 uur afging. Welke idioot maakt de schema’s voor de voetbalwedstrijden? Wie verzint er zo iets? In mijn ogen is 11.00 uur ook een prima tijd om een wedstrijd te beginnen.

Maar inmiddels ben ik er aardig aan gewend geraakt. Sterker nog, sinds enkele weken ben ik zelfs als eerste wakker en sta nog voor de wekker is gegaan naast mijn bed (oké, niet iedere zaterdag maar vanmorgen toevallig wel 🙂 )

Het is 08.00 uur, mijn hutkoffer is ingedeeld mijn jas is gepakt, yup ik ben er klaar voor. Gelukkig heb ik ook nog oog voor Ukkepuk want die moet het vandaag natuurlijk allemaal gaan doen. Ook hij is omgekleed en heeft (eindelijk) zijn schoenen aan. Vriendlief heeft de auto al gestart. Op naar het voetbalveld.

Inmiddels ben ik aardig ingeburgerd bij de voetbal. Ik herken de vaders, moeders en zelfs opa’s en oma’s die ook geregeld mee komen. De vaders, moeders, opa’s en oma’s daarentegen zien mij niet meer aan als iemand van de pers. Op sommige momenten wordt ik zelfs gedoogd in de kleedruimte. Hoewel ik daar het liefst zo min mogelijk kom. Ik doe alles om de stank van zweetvoeten te kunnen ontlopen.

Toen eenmaal bekend was op welk veld onze kanjers moesten spelen heb ik mijn spulletjes uitgestald. Ook de zon was aanwezig wat ik persoonlijk altijd erg fijn vind als ik foto’s moet maken van rond rennende mensen en de daarbij behorende rond vliegende objecten. De kleuren van de shirtjes komen ook met zonlicht nog net iets mooier uit de verf.

Voor ik goed en wel kon zitten was het eerste doelpunt al gescoord. De jongens vlogen over het veld en waren feller dan anders. Ik weet niet of dit door het mooie weer kwam. Maar ik zag dat ze er zin in hadden. Dankzij hun schoot ook ik er aardig op los. Die verbeten bekkies, de poging om te scoren, zoveel mogelijk bal bezit houden en de truckjes tussen door zijn altijd prachtige momenten om vast te leggen. Dit E-1 team is sinds het begin van het nieuwe seizoen samen gesteld uit de spelers van het oude F1 en het oude E1 team, maar het werkt als een geoliede machine. Ondanks het lengte verschil met de tegenstanders laten ze zich niet uit het veld slaan. De jongens spelen zo fanatiek dat ik mij afvraag waarom ik aan de kant sta en niet mee doe. (wat mij er direct aan herinner dat ik zo ook aan mijn hamstringblessure gekomen ben.) Ik vergeet zo af en toe dat ik hier ben om te fotograferen en juich (volgens de scheids net iets te) hard als er weer een doelpunt wordt gescoord.

Het was een prachtige wedstrijd en we kunnen trots zijn op onze kanjers. Met 4-7 (voor de niet kenners zoals ik tot voor kort: we speelden uit en hebben gewonnen) keren we nog voor de lunch weer huiswaarts waar ik snel de foto’s op de pc zet om te kijken of ook ik er wat van gebakken heb….

 

 

 

Saya belajor Bahasa Indonesia

Ik vind het leuk om aan iets nieuws te beginnen, een nieuw doel, een nieuwe uitdaging. Over het algemeen moet iets mij niet al te veel moeite kosten, moet het niet te duur zijn en moet ik het zelf, soms met een beetje hulp van iemand, kunnen uitvoeren.

Mijn doel in 2010 was leren snowboarden. Dat doel kunnen we meer dan geslaagd noemen en de wintersport is inmiddels een vast onderdeel van mijn leven geworden (waarvoor dank aan mijn familie). Nu we niet meer ieder weekend op de indoor berg in Zoetermeer of De Uithof in Den Haag te vinden zijn blijft er wat tijd over voor een nieuwe uitdaging. Een keuze maken uit de vele leuke dingen die het leven biedt is vaak al een opgave op zich.

Ik liep al enkele jaren met het idee rond om een tweede (of eigenlijk een derde als je Engels ook mee zou tellen) taal te leren. Duits, Spaans en zelfs Arabisch heb ik overwogen. Maar de stap om mij daadwerkelijk in te schrijven was wel erg lastig. De school te ver weg, de cursus te duur of niet op een tijdstip dat het mij uit kwam. Kortom, iedere keer was er wel een goed excuus om er toch maar vanaf te zien. Tot mijn nichtje naar de Hogeschool Rotterdam ging. Als extra vak volgde ze in het begin van de lente Bahasa Indonesia. De taal die onze voorouders spraken maar waar wij niets van begrepen behalve als het om eten ging natuurlijk. Ayam, gadogado, telor.

Het leek haar leuk om mijn tante en mij dit ook te leren. Ik greep de mogelijkheid om een taal te leren die terug te voeren is naar de roots van mijn vader en diens vader en moeder met beide handen aan. Dus kan ik jullie nu vertellen: “Saya belajor bahasa Indonesia.” Of te wel: “ik leer Indonesisch.”

Inmiddels hebben we al verschillende lesjes gehad en naast het gezellig bijkletsen leren we ook nog wat bij. Mijn nichtje mag er dan misschien lief, schattig en knap uitzien, maar wat doceren betreft is ze een echte bikkel. Nauwlettend houdt ze de tijd in de gaten en voert ons streng doch rechtvaardig door de grammatica en woordenlijstjes heen. We hebben een cd-rom die we thuis moeten beluisteren zodat de uitspraak goed blijft hangen. Zelf heeft ze het vak op HBO niveau gevolgd maar gelukkig houdt ze rekening met onze toch iet wat vergrijsde hersencellen. De hoofdstukken worden in tweeën gesplitst en voor we aan het volgende gedeelte beginnen herhalen we het voorgaande.

Toen mijn vriendin, die helemaal verzot is op alles wat met Indonesië te maken heeft, dit te horen kreeg sloot ze ook aan bij de groep. Ook haar man liet deze kans niet onbenut. Nu zitten we dus één maal in de week met vijf man om de tafel. De ene keer hier de andere keer daar. Hoewel het ons niet iedere keer lukt om braaf ons huiswerk te maken, wat vaak gepaard gaat met de mededeling dat er dan strafwerk op zal volgen, blijft er toch van iedere les wel iets hangen. Het is erg leuk om nu al woordjes te herkennen en kleine (met de nadruk op kleine) gesprekjes te kunnen voeren met elkaar. Nu alleen nog opzoek naar mensen die ook Bahasa Indonesia spreken om onze nieuwe skills in de praktijk uit te proberen.

Liefhebbers??

 

Modern oorlogvoeren…

Taskforce 141

Neem zoveel mogelijk goede wapens mee, zorg dat je perk 1,2 en 3 (of wat dan ook) zijn bijgewerkt en gereed zijn voor gebruik. Elimineer alles wat beweegt, behalve je eigen maatje natuurlijk. Zeer belangrijk: Zorg dat je zelf niet geraakt wordt. Missie start in 3-2-1….

 

 

“Juist en wat betekenen die vage tekentjes daar rechts in beeld nou?” vraag ik aan mijn vriend terwijl zijn gezicht vol opperste concentratie staat en zijn handen de controller van de PS3 krampachtig omklemmen. De kleine man aan de andere kant van mij op de bank zucht en zegt dan op een toon waar de ongeloof en irritatie nog net niet van af druipt: “Dat laat zien hoeveel keer je dood bent gegaan!” “Oh” is het enige, iet wat dommige, antwoord wat ik uit kan brengen. “Dat is dus 16 keer in tien minuten tijd.” Niet echt iets om trots op te zijn bedenk ik mij.

We spelen Call of Duty Modern Warfare en met WE bedoel ik vader en zoon. Ik kijk alleen maar toe hoe de één na de ander afgeslacht (sorry een ander woord heb ik er echt niet voor) wordt om vervolgens weer op te staan soms gevolgd door een onderdrukte vloek van één van de heren naast mij.

Spelletjes horen in mijn beleving voor ontspanning of afleiding te zorgen maar bij ons thuis is dit niet aan de orde. Onze woonkamer is sinds enige tijd veranderd in een war zone waar de mensen van Tour of Duty jaloers op zouden zijn. Vader en zoon strijden om de beste titel, de beste wapens en de meeste levels. Soms spelen ze wel eens samen maar over een gezelschap- of familiespel valt dan niet te spreken. Het is nou éénmaal niet leuk om door je zoon afgeknald te worden en er op zo’n manier achter te komen dat je eigenlijk niet echt meer mee kunt met “de jeugd van tegenwoordig”. Een aantal weken geleden kwamen ze er achter dat je met dit spel ook online kunt spelen met elkaar. Nu zitten de heren gezellig met de buurmannen (ieder in zijn eigen vertrouwden omgeving weliswaar) voor de buis en knallen ze alles af wat beweegt in de hoop beter en sneller te zijn dan de ander.

Ik was nu toch wel erg benieuwd waar de laatste weekenden zoveel over te doen was. Dus ik besloot om eens een middagje de beeldbuis te observeren in de hoop daar achter te komen. Persoonlijk heb ik nooit zo heel veel opgehad met de gewelddadige spelletjes voor de Nintendo, WII en dan nu de PS3. Ik ben meer van de Super Mario en Donkey-Kong generatie.

Zodra het beginscherm te zien is moeten er verschillende keuzes gemaakt worden. En daar ben je mij dus al kwijt. Hoe moet ik in vredesnaam weten waar ik uit moet kiezen? Al die verschillende wapens met al die extra keuzes… Gelukkig hoef ik dan ook alleen maar mee te kijken. Zowel vriendlief als ukkepuk scrollen met het gemak waarin een tijger zijn prooi aan stukken scheurt door het beeldscherm, hebben hun keuze gemaakt en starten, nadat genoeg andere online gebruikers zich hebben aangemeld, het spel. Terwijl mijn twee Navy Seals naast mij op de bank om de beurt PS3 duimen aan het creëren zijn probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat het spel te volgen. Al snel heb ik in de gaten welke personen er aan onze kant staan en wie er naar de eeuwige jachtvelden gestuurd moet worden. Terwijl de één speelt legt de ander mij uit hoeveel granaten er nog over zijn, hoeveel we voor of achter staan, hoe je meer punten kunt verdienen en welk level echt niet te doen is.

Na een half uur bekijk ik de tv inmiddels met andere ogen. Het ziet er, ondanks de tomatensap die geregeld rijkelijk over het beeldscherm druipt als je doodgeschoten wordt best grappig uit. (grappig is volgens de jongens in dit geval nogal een understatement.) Ik had mij voorgenomen om mij als toeschouwer niet te mengen in dit spel, aangezien ik in hun ogen toch alleen maar onzin uit kraam wat oorlogvoeren betreft. Maar mijn mond houden is nou niet iets dat bij mij past. Inmiddels ga ik ook zo op in het spel dat ik al aangeef waar de vijand zich bevind.. “Ja, daar daar daar, links boven in de hoek.” of “schiet um neer!!”Als of dit enige zoden aan de dijk zet. Het valt mij op dat je als niet deelnemende partij meer ziet dan wanneer je het spel zelf moet spelen. Ik krijg bijna zin om die controller van één van de twee af te pakken en het ook eens te proberen. Maar iets van trots weerhoudt mij. Ik voel mij ook een beetje dommig omdat ik niet eens weet welk wapen ik zou moeten kiezen en hoe ik voor of achteruit zou moeten lopen, laat staan schieten… Mijn ogen stonden waarschijnlijk nogal gretig want ik krijg van één van de twee een controller voor gehouden. Ik twijfel even maar mijn ego neemt de overhand. Ik bedank voor het aanbod. Af gaan vind ik niet erg, maar niet op het oorlogsveld!!