Door weer & wind. . .

De wekker gaat om 06.30 uur af, op een zaterdag, na een week werken. De regen komt met bakken uit de hemel zetten. Het is de afgelopen nacht niet één minuut droog geweest. Ukkepuk hoor ik al van de trap af denderen en gilt ons in het voorbijgaan een goedemorgen toe. Hoe kan het toch dat dat joch geen moeite heeft met opstaan?

Als ik beneden kom heeft Uk zijn voetbalkleding al aan. Terwijl ik het ontbijt sta klaar te maken vraag ik aan vriendlief of hij er zeker van is dat de wedstrijd door gaat, op dit onchristelijke tijdstip met dit niet Deborah vriendelijke weer. Hij begint te lachen en zegt: “Lang leve de kunstgrasvelden!” Ik besluit wijselijk mijn mond te houden, eet mijn ontbijt en maak mij klaar voor een regenachtige ochtend langs het voetbalveld.

Uk daarentegen is niet meer te houden. Dit is de laatste wedstrijd voor de beker. Met de wedstrijden die reeds gespeeld zijn staan er drie clubs op de eerste plaats. Waaronder die van hem. Het is er op, of er onder vandaag!! Dat maakt het de moeite waard om je zeiknat te laten regenen en vervolgens een verkoudheid op te lopen. Mijn fototoestel had nergens last van. Met zijn eigen regenjas aan heb ik foto’s gemaakt van de wedstrijd. En wat voor wedstrijd. Ik vergat soms dat ik in het hol van de leeuw (de tegenstander) zat en zodra er een doelpunt gemaakt werd schreeuwde ik uit volle borst mee. De tegenstanders daarentegen deden het zelfde op hun beurt om mij vervolgens grijnzend aan te kijken…

De spelers scoorden het ene na het andere doelpunt terwijl ik het ene na het andere plaatje schoot. De kou deerde mij op dat moment niet. Hoewel mijn vingers na afloop gevoelloos waren en mijn bovenbenen tot aan mijn tenen drijfnat waren heb ik daar tijdens de wedstrijd niets van gevoeld. De spanning was om te snijden, zowel op als naast het veld.

De uiteindelijke score was 6-6. Dat betekende, op dat moment, een eerste plaats voor ons team! Het team dat eveneens kans maakte op een eerste plaats moest ook spelen. Direct na de wedstrijd werd er druk over en weer gebeld om te vragen wat het andere team gedaan had. Helaas waren de wedstrijden door het slechte weer en het ontbreken van kunstgrasvelden afgezegd. Over een aantal dagen weten we pas of we (de spelers uiteraard) de beker gewonnen hebben of een mooie tweede plaats hebben behaald.

Zie voor meer (voorbeeld)foto’s de facebookpagina of de website: Foto Hamar

Zien lopen, doet lopen. . . Geen meter.

Al drie weken hebben mijn voeten geen hardloopschoenen aan gehad. Heb ik niet hoeven kiezen tussen een korte of een lange broek. Een trui, vest of jasje. Hoewel ik toch een aantal keer flink gerend heb, dat dan weer wel. Helaas niet voor mijn eigen ontspanning of mijn eigen doel. Maar voor de baas, omdat het daar zo godsgruwelijk druk is, we te weinig personeel hebben, de automatisering zo dusdanig gemaakt is dat het langer duurt voor het werk gedaan is, of voor mijn klanten die ik niet wil laten wachten op hun bestellingen. Na het werk moet er thuis en op stal natuurlijk ook nog van alles gebeuren. Voor ik het weet is het alweer 21.30 uur, lig ik uitgeteld op de bank en beloof ik plechtig morgen een half uur vrij te maken voor mijn rondje rennen.

In het verleden heb ik mij voorgehouden dat ik meer energie krijg van het lopen. Ik dwong mij vaak te gaan ook al was ik moe. Inmiddels weet ik dat het eerste waar is maar het tweede zeker niet slim is. Ongelukjes en blessures liggen mij op de hoek van de straat op te wachten en slaan toe als ik even de andere kant op kijk. Maar zo moeilijk kan het toch niet zijn om een half uurtje vrij te maken voor het lopen? Blijkbaar wel in mijn agenda.

Hoewel ik niet helemaal stil heb gezeten. De afgelopen weken zijn we met het paard weer flink aan de bak geweest. En als er iets tijd vreet is het wel het paard. Met het mooie weer zijn we ook flinke stukken gaan wandelen. Op rijlaarsjes wel te verstaan. Ik kwam er snel genoeg achter dat dit geen handige keuze was. Maar ja, dan ben je al een eindje onderweg. Gevolg: pijnlijke hiel en scheenbeen. Hoewel dat laatste niet helemaal te wijten is aan het wandelen met rijlaarsjes.

Het hardlopen moet ik dus ook de komende paar dagen aan mijn neus voorbij laten gaan. Eerst de rust terug laten komen in lichaam en geest. Om vervolgens met goede moed en hernieuwde energie er tegenaan te kunnen gaan.

Om toch enigszins gemotiveerd te blijven lees ik graag het blad: Runners world. Leuke feiten, wist je datjes, trainingsschema’s en interviews. Sinds enige tijd heeft ook mijn nichtje, (die van de “light up” onderneming) een eigen blog. Haar doel: De Marathon van Rotterdam. Ze schrijft over haar trainingen en hoe ze haar doel wil gaan behalen. Maar ook de logjes van Rinus en Tiny  doen het goed. Hun enthousiasme voor het lopen zorgen er voor dat ik ook wil gaan en mijn hardloopdoel voor ogen houd.

Voor nu moet ik het even bij het lezen houden. Hopelijk volgende week weer een nieuwe start.

Zien lopen, doet lopen (4). . . Een meevaller.

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 , 2 & 3)

Na mijn eerste zes kilometer gelopen te hebben had ik vervolgens last van mijn achillespees en besloot daarom de 2e poging te staken en te stoppen bij vijf. Ik was er niet minder door gemotiveerd maar baalde wel dubbel zo hard. Is het niet de hamstring die te pas en te onpas terug komt dan komt er wel weer een andere spier of pees om de hoek kijken die extra aandacht vraagt.

Ik wilde heel graag weer lopen maar wist ook dat dit niet slim zou zijn en besloot daarom een extra rustdag in te lassen. Dit heeft mijn lichaam goed gedaan. Want de dag erna stond ik fris en fruitig klaar voor een nieuwe poging. De zes kilometer stond op het programma. Mocht het onderweg niet lekker gaan dan had ik een route van drie en van vijf kilometer als tussenoplossing. Dit was gelukkig niet nodig. Ik had zelfs genoeg “adem” over aan het einde van de rit. Mijn tempo was dus goed. Nu alleen nog werken aan “de afstand in de beentjes krijgen”. Een kwestie van lopen. Zolang er geen gekken dingen zouden gebeuren zou ik de vijf en de zes kilometer af kunnen gaan wisselen.

Steeds dezelfde rondjes lopen is ook zo saai, dus besloot ik later in de week de “bruggenloop” te gaan doen. Een afstand van vijf kilometer over een grote brug, een bruggetje en een aardige tunnel. Goed voor de bovenbeen- en bilspieren en een andere omgeving is ook wel eens leuk. Het zonnetje stond hoog aan de hemel en de temperatuur loog er niet om. Mijn korte broek en van vriendlief nieuw gekregen hardloopshirt kwamen nu mooi van pas. Sporty Spice was er weer helemaal klaar voor. Hoe laat ik ook van huis vertrek, lopers en fietsers kom ik altijd tegen hier. Maar vandaag heerste er complete rust. Zelfs de overige weggebruikers waren maar mondjes maat aanwezig. Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat het zondagmorgen 09.00 uur was.

Ik liep mijn inmiddels gebruikelijke snelheid en stopte halverwege om mijn spieren te rekken en strekken. Ik had niet erg veel last van de hitte afgezien van een verhit rood hoofd. Ik begon dus al aardig te wennen aan deze activiteit boven de 25 graden. Eerder deze week had ik een drinkgordel van mijn vriendin gekregen. Een riem waar vier kleine flesjes aanzitten en nog wat vakjes voor sleutels, telefoon en dat soort fratsen. Voor 5 kilometer niet echt nodig. Maar vandaag had ik toch wel spijt dat ik hem niet had omgedaan. Goede leer voor volgende keer en gewoon omdoen dus.

Terwijl ik de muziek nog een tandje hoger zet moet ik mijzelf inhouden om de tunnel niet uit de crossen. Hoe eerder boven, hoe beter. Dit voelen de bovenbenen wel. Maar als de grond onder mijn voeten weer vlak is verdwijnt het brandende gevoel al snel. Ik loop de brandweerkazerne voorbij evenals alle andere bedrijven die aan deze weg liggen. Voor ik het weet doemt de skatebaan naast mij op en heb ik mijn ronde er weer opzitten. Een stuk sneller dan verwacht en zonder pijn in de hamstring of achillespees. Heerlijk om zo te kunnen lopen.

Eenmaal thuis besef ik dat ik niet gestopt ben aan het begin van het park, wat de bedoeling was, maar er omheen gelopen ben zoals ik de voorgaande keren gedaan heb. Als ik eenmaal uitgedampt en gedoucht ben zoek ik op internet mijn gelopen route op. Ik zie tot mijn verbazing dat ik bijna 6.5 kilometer gelopen heb. De verste afstand tot nu toe inclusief twee bruggen en een tunnel. Deze meevaller stemt mij tevreden. Zo zou ik ze vaker willen lopen.

Een grote verrassing . . .

Zaterdagmorgen, 7.30 uur. De eerste voetbalwedstrijd van het seizoen was aangebroken en ik had Uk beloofd te komen fotograferen. Belofte maakt schuld dus, op dit totaal niet christelijke tijdstip, strompelde ik naar beneden. Terwijl het ontbijt zwijgzaam werd genuttigd ging ik in gedachten het lijstje af met spullen die ik nodig had op locatie. Extra toestel, batterij en kaartje. Statief, stoeltje, regenjas. Het was inmiddels twee maanden geleden dat ik voor de voetbal gefotografeerd had. Toen ik naar buiten keek verging mij de zin om mee te gaan. Het was vies, smerig weer en het leek alsof de herfst zijn intrede al gedaan had. Wat een verschil met een week geleden, toen we de familie BBQ hadden.

Vriendlief zag aan mijn gezicht dat ik er niet zo veel zin in had en voor ik mij om kon keren om mijn bed weer in te kruipen zegt hij dat de trainer mij ook verwacht. Ze willen nieuwe foto’s voor de website want er zijn nieuwe spelertjes bij gekomen. Hij was zo aardig geweest om toe te zeggen dat ik ook zou komen. Uk deed er nog een schepje boven op en zei dat het zonnetje vast nog wel zou gaan schijnen. Ik was toch al wakker dus hoefde mij alleen nog maar aan te kleden. Daar had hij helemaal gelijk in.

Een uurtje later zaten we in de auto op weg naar het voetbalveld. We waren toch wel een beetje zenuwachtig. Uk moest tegen een voor hem onbekend team spelen. Ik vroeg mij af of ik het fotograferen nog niet verleerd was in twee maanden tijd. En waar vriendlief last van had was mij op dat moment een raadsel.

Zodra de auto geparkeerd stond kwam de zon door het wolkendek heen. “Zie je nu wel?!” Riep Uk al slepend met zijn voetbaltas. Onderweg naar de kleedkamers kwamen we verschillende ouders tegen met wie we even een praatje maakten. We passeerden inmiddels het hoofdveld van de vereniging en vriendlief riep tegen niemand in het bijzonder: “Zo, wat een mooie vlaggen hebben ze opgehangen!” Ik keek van mijn telefoon naar mijn vriend en vervolgens naar het rode, niet te missen, gewapper een paar meter bij ons vandaan. Mijn hart maakte een sprongetje toen ik zag wat er op de vlag stond afgedrukt. “Euh, hoe kan dat nu? Hoe komen ze aan die foto’s, wie heeft…” Toen viel het kwartje. Ik kreeg tranen in mijn ogen en vroeg met een piepstemmetje aan mijn vriend of hij dit had geregeld? “Een verrassing voor jou. Je eigen reclamevlag voor het nieuwe sportseizoen!” was zijn antwoord. Ik gaaf hem een zoen en een knuffel. Dit ritueel herhaalde zich twee keer. Vervolgens keken we vol trots naar mijn eigen banier die, in de kleuren van de club, het mooiste plekje heeft gekregen langs het hoofdveld van de vereniging. “Vind je hem mooi?” Vroeg hij heel voorzichtig. “Natuurlijk vind ik hem mooi, ik vind hem geweldig!!” Vervolgens kwam de trainer van Uk naar mij toe met een bos bloemen om mij te bedanken voor mijn inzet van het afgelopen jaar en om mij te feliciteren met mijn nieuwe reclamevlag. Dat beloofd wat voor het nieuwe seizoen!

Het lukte mij om de eerste wedstrijd goed vast te leggen. De actie spatte van mijn beeldschermpje. Ik was het gelukkig nog niet verleerd. Onze kanjers overigens ook niet. Ze voetbalden alsof hun leven er vanaf hing en scoorden in totaal vier keer. De tegenstander moest het doen met één doelpunt.

De vlag, van drie en een halve meter lang en anderhalve meter breed, was inmiddels bij meerdere mensen opgevallen. Voor, tijdens en na het fotograferen van de wedstrijd werd ik door ze aangesproken. Zelfs de voorzitter van de club, die ik bij toeval tegen kwam, vroeg mij of de verrassing geslaagd was.

“Ben je niet voor niets mee geweest he!” Zegt Uk na de wedstrijd als we alle drie voldaan terug naar de auto lopen.

  1.  

Zien lopen, doet lopen (3) . . . Goed op weg?!

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 & 2)

Eén is geen! Dus besloot ik minimaal drie keer in de week te gaan lopen. Mocht ik door een bepaalde reden (welke houden we maar even in het midden) niet kunnen lopen dan blijven er in ieder geval nog twee dagen over. Inmiddels loop ik alweer een aantal weken braaf mijn rondjes door het dorp, de polder en het park. Geregeld ga ik met veel zin en een vooropgestelde route van huis. Een enkele keer  moet ik mijzelf er echt toe zetten om te gaan. Zonder loopmaatje is de stok achter de deur nog maar een twijgje dat makkelijk buigen kan. En zeg nou zelf, met noodweer of vermoeidheid is de bank een stuk aantrekkelijker dan de buitenlucht, zweet en een rood hoofd. En toch ben ik iedere keer blij en vooral voldaan als ik gegaan ben. Als je doelen wilt behalen moet je er iets voor doen. Deze komen immers niet zomaar aanwaaien.

Zal ik ooit een halve marathon kunnen lopen, of misschien wel een hele? Dat vraag ik mij zo nu en dan af als ik dus met een rood hoofd, bezweet lijf en met mijn tong over het asfalt slepend de laatste meters af leg van de vijf kilometer. Want in dat geval zou ik deze afstand nog acht (!!) keer moeten lopen. Bij die gedachte zakt de moed mij in de schoenen en mijn tong breekt abrupt af. Acht keer zoveel meer slepend met mijn tong over het asfalt? Daar is ie niet op berekend en de rest van mijn lichaam overigens ook niet.

Door je doelen realistisch te houden blijf je langer gemotiveerd om aan je doel te blijven werken. Ik heb de marathon in mijn agenda gezet voor als ik “groot” ben. In de tussentijd wil ik in ieder geval de tien kilometer kunnen lopen. En graag met mijn tong binnensmonds.

Nu de vijf kilometerrondjes goed gaan wordt het tijd om er een schepje boven op te doen. We doen het rustig aan want blessures liggen op de loer en slaan toe op een onverwacht moment. Aangezien ik nog steeds GPS-loos rond ren stippel ik bepaalde routes uit via internet. Als ik bij het bruggetje rechts in plaats van links zou gaan, zou mij dit een kilometer extra opleveren. Dus ik stelde mij in op zes kilometer en vertrok van huis in een lichte dribbelpas. Snelheid, hoe graag ook, is nog steeds niet aan de orde.

Het lopen ging heerlijk. Een paar honderd meter voor het bruggetje zaten lichaam en geest echter niet gehaal op één lijn. De helft wilde links af, de andere helft wilde rechts af. Voor ik nog verder kon twijfelen aan mijzelf nam ik een kleine spurt en ging rechts af. Die ene kilometer extra moest ik gelopen hebben. Trots dat ik was omdat ik dit keer niet naar mijzelf geluisterd had verlaagde ik mijn snelheid en begroette vervolgens alle wandelaars op mijn pad. Bij het “bekende” park kwam dat knagende gevoel weer opzetten: “Je kunt ook door het park naar huis dan zijn we er sneller!” Ik negeerde mijzelf en dribbelde door tot het einde van mijn geplande route. Bij de skatebaan had ik er precies 6 kilometer opzitten. Met, uiteraard, een rood hoofd, bezweet lichaam en met mijn tong nog daar waar hij hoort liep ik de straat weer in. Een gevoel van overwinning maakte zich van mij meester.

Twee dagen na mijn eerste zes kilometer ging ik voor poging twee. Waarschijnlijk begon ik iets te enthousiast. Want ik was nog niet eens halverwege toen mijn achillespees begon op te spelen. Zul je altijd zien… Ik moest nu al inboeten op snelheid en afstand. Ik ging braaf links bij het bruggetje en besloot mijn 5 kilometer uit te lopen. Ondanks Mijnheer A. Pees had ik toch lekker gelopen maar ik baalde van die ene kilometer. Thuis werden mijn voeten en onderbenen voorzien van een massage door vriendlief die het toch al knap vond dat ik überhaupt gegaan was. Misschien vroeg ik te veel van mijn lichaam en was een kilometer in één keer te veel? Had ik er beter aan gedaan om de kilometer op te splitsen? Hoe dan ook, ik besloot een extra rustdag in te lassen in de hoop dat ik na twee dagen weer een rondje zou kunnen lopen zonder ongemakken. We waren net zo lekker bezig…

Zien lopen, doet lopen (2) … I’m not afraid

Na een aantal maal in de bloedverziekende hitte en zonovergoten avonduren te hebben hardgelopen (zie deel 1) moest ik het natuurlijk niet direct weer opgeven. Hoewel het beeld af en toe vertroebeld is hebben we nog wel steeds het doel voor ogen. Omdat ik de voorgaande keren mijn tempo rustig heb gehouden en mijn rust heb gepakt onderweg had ik geen last van spierpijn. Hooguit het vermoeide gevoel in de benen. Dus besloot ik zondag avond, als de hitte van die dag weer wat was afgenomen, mij van mijn sportieve kant te laten zien.

De zondag was een druk geplande dag waar niet alleen het huishouden in verwerkt zat maar ook een buitenrit met het paard en een uurtje of wat knutselen aan een foto album dat onder andere als portfolio moet dienen voor de uitvaartfotografie. Maar toen de zon eenmaal door het wolkendek tevoorschijn kwam, verdwenen mijn plannen als sneeuw voor de zon. De lounge set met zijn kussens had zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij dat ik mij met heel mijn hebben en houwen (lees: boek, telefoon en notitieboekje & pen) daar settelde om er vervolgens een hele middag in mijn uppie op door te brengen. Daar ging mijn strakke planning. Voor ik het wist was het alweer etenstijd. Mijn plan om te gaan rennen had ik nog steeds en die zou niemand van mij afpakken. Hoewel de zon alle energie uit mijn lichaam had laten vloeien was ik klaar voor een rondje van vijf kilometer.

Natuurlijk had ik weer veel te veel tijd in het omkleden gestoken (welke sokken zal ik aan doen? Zal ik een lange of een korte broek aantrekken…) dat ik niet in de gaten had dat het inmiddels met bakken uit de hemel kwam. Daar stond ik dan in mijn met zorg uitgezochte outfit en mijn iPodoortjes in mijn oren voor het raam naar buiten te turen in de hoop dat het minder zou gaan regenen. Toen dit ook daadwerkelijk gebeurde bedacht ik mij geen moment. Zette mijn petje op mijn hoofd en liep zonder om te kijken de voordeur uit. Op weg naar een droge mond, bezweet lichaam en vermoeide spieren.

Onderweg deed ik snel een schietgebedje of de regen een half uurtje uitgesteld kon worden. Daarna mochten ze de kraan weer open draaien. Ik was niet de enige die gebruik maakte van dit moment. Her en der zag ik andere hardlopers uit huizen en straatjes komen. We begroeten elkaar als oude bekenden om ieder ons eigen weg weer te vervolgen.

Wonderbaarlijk hoe snel je conditie terug is op een bepaald niveau. Ik ben er natuurlijk nog lang niet. Maar na een aantal keer in de hitte gelopen te hebben voelde ik mij nu, met de vochtige lucht en lagere temperaturen vederlicht. Om te kijken of ik mijzelf al iets verbeterd had besloot ik het zelfde rondje te lopen als de keren daarvoor aangezien ik nog steeds zonder GPS aan de wandel was. 

Ik was heerlijk op weg toen de sluizen in de hemel open gingen. Blijkbaar had ik moeten vragen om 45 minuten in plaats van een half uur speling. Ik was blij met mijn petje die de regen uit mijn gezicht hield. Maar helaas was de god van de donder ook aanwezig. Uitgerekend toen ik onder een lange rij bomen door liep begon het de onweren. Terwijl Eminem in mijn oren tetterde:  “I’m not afraid …” dacht ik: “ik ook niet”. Maar ik besloot het er toch niet op te wagen. Ik had in tijden niet zo hard gerend en onderweg voelde ik een aantal spieren lichtelijk protesteren. Ze hielden het vol tot aan het begin van het park. De regen nam toe maar het donderen en flitsen nam af. Nat was ik toch al dus nam ik de route om het park heen. Om de spieren niet al te veel te belasten hield ik mijn tempo tot aan huis uiterst laag.

Deze vijf kilometer had ik mooi in de pocket. Hoewel ik een echt zomermens ben vind ik dit toch beter loop weer. Nu de vijf kilometer goed gaat wordt het tijd om de afstand langzaam op te voeren. De tien moet toch ook haalbaar zijn?

 

 

Zien lopen, doet lopen . . . (1)

 

Afgelopen week is het kwik meer dan eens boven de 25 graden uit gekomen. Het zonnetje straalde haar warmte vanuit een prachtige wolkeloze hemel naar beneden. Voor een aantal vakantiegangers eindelijk het moment om te kunnen genieten. De BBQ’s werden tevoorschijn gehaald. De zwembadjes voor de kids stonden in de tuinen en overal waren vrolijke mensen.

Zo ook in de polder. Om te wandelen, te fietsen, paard te rijden of om te hardlopen. Ja, zelfs met een brandende zon liepen mensen hun benen uit hun lijf. Tot mijn spijt had ik alweer enige tijd niets gedaan. De hamstringblessure was ongevraagd op visite geweest en toen ik die eenmaal de deur had uitgewerkt was het ronduit slecht weer om te lopen. Nee, ik verzin dit excuus echt niet waar jullie bij staan. Het kwam nou eenmaal met bakken uit de hemel. Maar toen ik deze sportieve mensen voorbij zag rennen, de één iets langzamer en roder dan de ander, kreeg ik spontaan weer zin. Ik wilde ook!!

Dat was wat ik ook deed. Niet in de brandende zon weliswaar. Rond 20.00 uur besloot ik ook mijn beste beentje voor te zetten. Gewoon op het gemak. Mijn horloge met GPS had een aantal weken geleden wederom de geest gegeven dus ik was aangewezen op mijn eigen ritme. Een ritme dat ik even moest zoeken. De eerste twee  kilometer moest ik mijn best doen om niet te snel te gaan, mijn neus in de lucht te houden, niet te veel te zwaaien met mijn armen en ontspannen te blijven lopen. Maar gaande weg lukte het steeds beter om één tempo aan te houden en ondanks de inspanning te ontspannen.

Onderweg kwam ik een aantal andere lopers tegen die er net zo verhit uitzagen als ik zelf. De warmte en mijn eigen inspanning zorgde ervoor dat ik niet veel lucht over had om te groeten. Maar een zwaai was voldoende om “hallo” te zeggen. Tussen het lopen door zocht ik een plek waar ik even kon rekken en strekken. Iets wat ik voor mijn blessure eigenlijk nooit deed, alleen als ik klaar was. Maar nu voelde het wel goed en gaf het mij ook even de tijd om op adem te komen want de hitte maakte het niet bepaald makkelijk.

Ik besloot voor deze avond genoegen te nemen met vier km. De route ging door het park naar huis in plaats van er om heen. Bij het voetbalveld hield ik halt, herhaalde mijn rek- en strekoefeningen nogmaals en liep naar huis.

Twee dagen erna, toen het nog steeds warm was maar er iets meer wind stond, ging ik voor poging twee. Ik nam dezelfde route en kwam onderweg weer verschillende (oververhitte)lopers tegen. Ook nu moest ik mijn snelheid en ademhaling onder controle zien te krijgen. Maar het ging al een stuk beter dan de eerste keer. Toch besloot ik om op dezelfde plaatsen een stukje te gaan wandelen, of ik nu moe was of niet.

Zonder GPS rennen maakte mij vrijer om rustmomenten te pakken. Misschien herkenbaar voor andere lopers? Maar ik moet altijd tegen de klok in rennen, al kijkend op mijn horloge, om te zien of ik mijn tijd heb kunnen verbeteren. Het was dus een hele openbaring dat het ook anders kon. Daarom besloot ik ook weer op dezelfde plaats mijn rek- en strekoefeningen te doen. Met hernieuwde energie vervolgde ik mijn weg. In plaats van het park in te gaan liep ik er dit keer om heen, en maakte zo mijn eerste vijf kilometer rondje sinds weken.

Nu hield ik halt bij de skatebaan in het park. Vandaar liep ik verder naar huis. Moe, voldaan maar vooral trots op mijzelf dat ik toch weer begonnen ben. De eerste wedstrijd is de Seuterloop in ’s-Gravendeel halverwege augustus. Of dit haalbaar is weet ik niet. Maar ik heb nu wel een doel voor ogen. Nu alleen nog een nieuw horloge zien te scoren.

K.O.

De ruimte vult zich langzaam met mensen. Genodigden, vechters, trainers en diens kinderen lopen allemaal gemoedelijk door elkaar. Wisselen hier en daar een handdruk uit en praten met elkaar als oude bekenden.

Het publiek wordt in de tussentijd geëntertaind door de DJ die verschillende soorten beats ten gehore brengt. Bij sommige nummers waan ik mij op een tropisch eiland. Bij andere dreun ik van mijn stoel. Gevarieerd is het zeker. Net als de vechters, jong en oud, man en vrouw.

Meer en meer vechters verschijnen in hun “vechttenue” weer bij de ring zodra ze gewogen zijn en de nodige formaliteiten verder zijn afgehandeld. Veelal in gekleurde broeken en shirts en ingetapete handen.

Nou, van mij mogen ze beginnen want ik ben er klaar voor. Ik heb van de organisatie een plekje in de neutrale hoek aangewezen gekregen waar ik mag staan om foto’s te maken van de boksers.

Veel van kickboksen weet ik niet. In een grijsverleden heb ik wel aan zelfverdediging gedaan voor mijn opleiding en werk. Maar daar ben ik inmiddels alweer vier jaar weg. Wat daar van is blijven hangen is alleen nog de “parate houding”. Iets wat ik misschien nog wel eens nodig kan hebben als één van de boksers mij straks iets te snel nadert.

Voor de wedstrijd begon vroeg mij af wat ik er van zou bakken. De ring, verlicht door spots, de zaal in duister gehuld. Uiteindelijk mag ik niet klagen voor een eerste keer. Wil ik scherpere en nog duidelijkere foto’s maken dan zal ik mij verder in deze sport moeten verdiepen net als bij de voetbal. Maar voor nu is er een begin gemaakt. Hieronder een aantal foto’s van de wedstrijd. De rest is te vinden op mijn website, Foto Hamar

Foto Hamar is sinds kort ook te vinden op Facebook.

Row, Row, Row Your Boat…

Donkere grijze wolken hebben zich samen gepakt. Grote golven en opspattend water. Ik kom tergend langzaam vooruit. Het is bijna onmogelijk om mijn bootje in bedwang te houden. Het water is wild en laat zich niet zomaar temmen. Ik kijk over mijn rechter schouder en zie dat het achter mij al lichter begint te worden. Ik zucht eens diep en voel direct het branden van mijn spieren. De grote gulzige golven die mij graag uit mijn baan willen hebben om mij vervolgens mee te sleuren verder de zee op, nemen langzaam af tot een lichte deining die mij bijna zeeziek maakt. Gelukkig heb ik een sterke maag.

Ik ontspan mijn schouders en mijn bovenarmen. Ze lijken wel in brand te staan. Nog even en de eerste blaren op mijn handen zullen zichtbaar zijn. Roeien op volle zee is niet makkelijk.

Een grote “honk” haalt mij sneller dan het verdwijnen van een mug bij het aandoen van het licht uit mijn overpeinzing. Ik kijk verschrikt achterom en zie direct waar de herrie vandaan komt. Dat kan niet anders zijn dan een gigantisch grote tanker. Hoe komt dat logge grote afzichtelijke ding zo snel hier? Net waren het alleen nog maar zee, golven, mijn bootje en ik. Geen tijd om hier over na te denken want anders wordt ik mee gezogen onder het schip door en kielhalen is niet mijn favoriete bezigheid. (stel je voor, al dat water in je gezicht!) Ik pak mijn riemen stevig vast. Ik roei alsof mijn leven er vanaf hangt. De pijn in mijn armen is bijna ondragelijk en mijn rug lijkt het te gaan begeven. Ik durf eigenlijk niet meer achterom te kijken. Ik roei, roei, roei letterlijk op leven en dood. Snel werp ik het logge gevaarte een blik over mijn schouder toe. Ik zie onze afstand groter en groter worden. Ik heb het gered.

Langzaam verandert de lucht. De donkere grijze massa maakt plaats voor een hemels blauwe, wolkenloze hemel. Ik roei langzaam door. Mijn ogen zijn gesloten en ik voel de warmte van de zon op mijn gezicht. Wat een verademing vergeleken met mijn avontuur van net. Zou houd ik het nog wel even uit.

Op het moment dat ik de riemen mijn bootje in wil trekken hoor ik het klapperen van zeilen. Eén blik over mijn rechter schouder verteld mij dat er tientallen prachtige zeilboten op mij af komen varen. Oh nee, dit is de route voor de Volvo Ocean Race. Hoe kon ik dat nou vergeten. Ik peddel snel een aantal meter opzij om de boten te laten passeren. Vreemd genoeg is het hier geheel windstil terwijl zij met een gigantische snelheid mij aan stuurboord voorbij komen. Prachtig om dit te mogen aanschouwen.

Ik bedenk mij net dat ik ze achterna wil. Mijn armen zijn nog moe van de eerder geleverde inspanning maar deze kans wil ik niet voorbij laten gaan. Op het moment dat ik mij afzet wordt ik op mijn schouder getikt. “Je tijd is voorbij, nu mag ik!” Bruut val ik van mijn fantasiewereld terug in de werkelijkheid. Ik open mijn ogen om te zien dat ik niet midden op zee zit, maar in mijn eigen kamer. Ik bevind mij op onze RTX 800 Roeitrainer. Onze nieuwste aanwinst op het gebied van conditieverbeterende apparatuur. Ik draai mij om en daar staat vriendlief met een handdoek over zijn schouder geslagen. “Je bent al 20 minuten aan het roeien. Je tijd is op!”

Gooi die bal…

“… maar vooral niet naar mij! Jullie gooien zo hard dat ik kletsnat word. Daar worden mijn camera en ik niet vrolijk van. Gooi die bal naar elkaar, maar niet naar je tegenstander natuurlijk!”

Sinds ik begon met het fotograferen van voetbalwedstrijden ben ik mij ook gaan verdiepen in andere sporten. Immers, hoe allrounder je bent in je werk hoe meer klanten je kunt werven. Dus zat ik op een zaterdagmiddag bij de waterpolowedstrijd bij ons in het durp. Ik wilde eens uittesten of ik dit ook kon vastleggen. (met dank aan mijn nichtje!)

Fotograferen in een donkere ruimte hoeft geen probleem te zijn. Mits je onderwerp stil staat en je een statief kunt gebruiken. Dat is geenzins het geval bij deze sport. Waarom deze ruimtes toch altijd zo slecht verlicht zijn is mij een raadsel. Gelukkig scheen de zon. Dit in combinatie met het valse TL licht van het plafon maakte dat ik toch redelijke aan de slag kon.

Ik weet niet zo heel veel van waterpolo af. Dat het spel in het water gespeeld wordt, met een bal en dat er gescoord moet worden bij de tegenstander is mij duidelijk. Maar verder zijn voor mij de regels een beetje wazig. Ik zie meerdere gekleurde pylonen langs het bad staan, vermoedelijk ter markering voor een niet zichtbare lijn. De scheidsrechter fluit niet één maar heel veel keer terwijl het spel wel gewoon doorgaat zonder zichtbare onderbrekingen. Onderwijl steekt hij ook nog een aantal vingers in de lucht waar mee hij voor mij net zo goed zes bier kan bestellen maar eigenlijk zegt dat één van de spelers fout bezig is.

Dus daar stond ik langs de rand van het bad in de hoop dat niemand mij voor de grap in het water zou duwen. Er waren twee scheidsrechters aanwezig. Beide gekleed in luchtig wit. Terwijl ik daar stond met mijn veel te warme zwarte trainingsbroek. (volgende keer een korte broek aan!) Toen het spel begon was ik even gefascineerd door de snelheid maar zeker ook door de felheid van de dames. Wat een brute sport. Natuurlijk allemaal gericht om de bal in bezit te krijgen. Maar duidelijk geen sport voor mij. Hoewel ik zwemmen echt heerlijk vind (zie link) zou ik alleen al bij iedere spetter in mijn ogen de tijd nemen om ze uit te wrijven. Verder kan ik niet zo goed tegen dat gemene en venijnige gedrag. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik daar langs de kant stond en niet in het water lag…

Al met al was ik best tevreden met de platen die ik geschoten heb en ik zou graag nog eens terug komen om nog meer te oefenen. Zeker nu ik de beschikking heb over een objectief dat nog lichtsterker is dan het objectief dat ik al had.