Doelen bereiken…

Als je doelen wilt bereiken zul je er iets voor moeten doen. En aangezien ik al enige tijd een aantal doelen open heb staan voor wat betreft het hardlopen, vond ik het tijd worden om de daad bij het woord te voegen en hier mee aan de slag te gaan.

Toen ik vanmorgen heerlijk in mijn warme bedje lag wist ik precies hoe ik het zou gaan aanpakken. Op de planning stond de “bruggenloop”, zoals ik hem zelf voor het gemak genoemd heb. Hij gaat over minimaal één brug (de mogelijkheid bestaat om hem uit te breiden naar vier) en onder één tunnel door. Rustig beginnen en een kilometer meer lopen dan vorige week. Van de week heb ik 1.20 minuut sneller gelopen dan de keer daarvoor. Dus nu was het de beurt om meer afstand af te gaan leggen.

Als ik de tien kilometer uit wil kunnen lopen moet ik toch echt simpelweg meer kilometers gaan maken. Dat komt niet zomaar aanwaaien. Daar moet iets voor gedaan worden. Tot nu toe ben ik nooit verder gekomen dan zeven kilometer. Door verschillende omstandigheden heb ik het hardlopen even moeten laten voor wat het was. Maar we zijn terug en hopelijk voor een langere periode.

Aangezien Mr. Hamstring  zo nu en dan nog steeds aanwezig is sta ik tegenwoordig ook voor het rennen een flinke warming-up te doen. Al rekkend en strekkend onderaan de trap wordt ik gade geslagen voor vriendlief. Die overigens sinds vorige week ook aan start2run begonnen is. Weliswaar op zijn eigen manier in plaats van die van Evy (of hoe ze ook mag heten) Ondertussen probeer ik verbinding te krijgen met de satelliet voor het bijhouden van mijn tijd, afstand en snelheid. Helaas laat mijn horloge het afweten. Dus besluit ik dit keer Back to Basic te gaan en zonder extra “behang” te vertrekken.

Met een rustige pas vertrok in van huis. “Denk licht, loop licht” was mijn mantra voor deze loop en ik had hem nodig. Hoe lekker ik de voorgaande keren vertrokken ben, zo zwaar voelde het nu. Het leek wel of mijn benen van lood waren en ik werkschoenen met stalen neuzen aan had. Ik was nog geen halve kilometer op pad en de brug diende zich aan. Heel even schoot het mij te binnen dat ik ook voor de brug naar rechts kon gaan, via het park, langs de vijver en vervolgens bij de voordeur weer naar binnen. Maar Lin beschreef het in haar stukje:  “Just do it” Er valt voor iedere keer wel een excuus te verzinnen: niet zeiken gewoon gaan!! Ook al voelen mijn benen moe aan, lukt het niet zoals ik verwacht had, ook dan komen mijn doelen niet vanzelf aanwaaien. Ook dan zal ik moeite moeten doen. Is het niet dat het gevoel van overwinnen (al is het op jezelf) een stuk fijner is als je er nog meer moeite voor hebt gedaan? Precies. Dat dacht ik dus ook…

Met dat laatste in gedachte betrad ik de brug die over het rangeerterrein liep. Zonder muziek, GPS en horloge voelde ik mij wel erg kaal. Ga ik niet te hard? Misschien gaan we nu te zacht? Ik ren inmiddels twee jaar met GPS en ik ben er aan verslaafd geraakt te weten hoe hard ik ren en hoeveel kilometer ik al achter de rug heb. Dat werkt namelijk beter dan je te bedenken hoeveel je nog moet. Maar dit keer moest ik het zonder stellen.

Uit ervaring weet ik dat een variërend tempo vermoeiender werkt dan een constant tempo. Ik koos ervoor mijn tempo expres rustig te houden. Zowel de brug op als de brug af. Liever wat langer onder weg zijn maar wel de zes kilometer uitlopen, dan afhaken omdat ik geen adem meer over zou hebben.

Ergens halverwege de route kon ik mijn mantra langzaam laten varen. Mijn spieren waren gelukkig wat losser dan bij vertrek en het rustige gelijkmatige tempo werkte goed. Ik besloot mijn “zware” benen nog een keer te rekken voor het laatste stuk. Ik moest immers nog een tunnel zien te overwinnen.

Bij vijf kilometer kon ik afhaken en via het park door naar huis. Maar ik liep stug door. De zes moest toch ook te doen zijn? Wat is nou één kilometer? Dus ging ik om het park heen. Mijn lichaam had zich helemaal ingezet op het halen van de zes kilometer. Het eindpunt was al inzicht. Bij het halen van de in mijn hoofd gemarkeerde finish werden mijn benen plots zwaar en het lichte gevoel van zo even was direct verdwenen.

Uiteindelijk heb ik het gehaald. Zonder buiten adem te zijn. Wel met benen zo zwaar als lood. Ik heb nog wat trainingen te gaan wil ik de tien kilometer kunnen lopen zonder dit zware gevoel in mijn benen te hebben. Maar ik ben trots op mijzelf dat ik niet gekozen heb voor de weg van de minste weerstand.

Op naar de volgende training…

 

 

Light Up …

“Wat heb jij over voor je eigen veiligheid?” Vroeg mijn nichtje (het zelfde nichtje van Bahasa Indonesia) mij vorig jaar ergens halverwege de maand december. “Wat is dat nou voor een rare vraag. Ik hebt maar één “ik” en daar ben ik zuinig op” Was mijn antwoord. “Waarom ga jij dan altijd in het donker hardlopen zonder verlichting?” Kaatste ze de bal terug. Tja, die zat. Met het antwoord: “De batterij van mijn lampje was op!” of “Ik loop alleen over verlichte fiets- en wandelpaden!” kwam ik er niet. Ik kreeg in de woonkamer een demonstratie van haar nieuwste aanwinst.

 

Mijn nichtje zit in het tweede jaar van de opleiding SportMarketing en Management. In dit jaar wordt de klas in verschillende groepen verdeeld en moet iedere groep een eigen onderneming gaan oprichten. Compleet met businessplan, aandeelhouders, vergaderingen, kamer van koophandel en verder alles wat bij een eigen onderneming komt kijken. De studenten mogen zelf kiezen wat voor onderneming of product ze op de makt willen brengen. Mijn nichtje en zeven van haar medestudenten hebben er voor gekozen een product op de (Nederlandse) markt te brengen die de veiligheid van de aan het verkeer deelnemende buitensporter moet vergroten en dan met name op momenten dat men zelf niet goed zichtbaar is voor andere weggebruikers. Dit alles door het dragen van LED armbandjes die al dan niet op knipperen gezet kunnen worden.

Dit soort armbandjes zijn voor mij niet nieuw. Bij de paarden gebruiken wij ze ook als we in het donker op pad gaan. Maar dan in de saaie fluorescerende gele of oranje kleur. Wat wel nieuw voor mij was waren de sprankelende kleurtjes die al vanaf een kilometer zichtbaar zijn en het gemak waarmee de band vast gezet kan worden op je bovenarm of been door middel van de klittenbandsluiting. Mocht het batterijtje op gaan dan is deze makkelijk te vervangen. En dit alles voor een bedrag van 6 euro!!

Terwijl ik allang verkocht was door de frisse kleurtjes, paars, blauw, groen, rood, oranje, geel, roze en wit, gaf mijn nichtje nog een demonstratie door een rood gekleurd bandje om de hals van de hond te doen die vervolgens als een knipperend verkeerslicht door het huis liep. Zich niet bewust van de aandacht nestelde hij zich op het donkere tapijt maar nu met de zekerheid dat niemand meer boven op hem ging staan.

Het heeft even geduurd voor ik er uit was welke kleur ik het mooiste vond. Kiezen is nou eenmaal niet mijn sterkste kant. Maar vanaf heden ren ik nu al paarsknipperend over het fietspad en ben ik zichtbaar voor alles wat mij inhaalt of tegemoet komt lopen of fietsen. Misschien dat ik er nog een blauwe of roze bij ga kopen. Gewoon omdat ik ze zo leuk vind 🙂

Wil jij ook gezien worden tijdens het sporten? Ga dan nu naar de  Light Up   pagina van facebook en mail je bestelling door.

 

P.S: En in dit geval zijn wij wel in het bezit van een aandeel 😉

 

Stap voor stap…

Dankzij de sportieve verhalen van oa Lin  en Tiny  lukte het mij om deze week mijn hardloopschoenen daadwerkelijk weer aan te trekken in plaats van ze aan te gapen vanaf de bank. Zoals een hoop lezers inmiddels weten is er de afgelopen maanden heel veel gebeurd in mijn leven en dat is mij niet in de koude kleren gaan zitten. Lichamelijke- en geestelijke vermoeidheid zorgden er voor dat ik, voor wat voor inspanning dan ook, totaal geen puf meer had. Maar door het lezen van zulke sportieve blogs begon het toch echt weer te kriebelen.

Dus daar stond ik afgelopen donderdagavond rond de klok van half acht al rekkend en strekkend mijn spieren los maken, mijn GPS met bijpassend horloge om te doen en mijn I-pod in mijn oren te proppen. (die speakertjes zijn echt niet gemaakt voor mijn oren) Het was heerlijk weer, vochtig maar geen regen en een graad of negen. Eigenlijk ideaal loop weer.

Ik besloot om niet te hard van stapel te “lopen”. Eerst maar eens in een rustige dribbelpas de straat uit zien te komen. Aan de hand van dit verloop zou ik mijn tempo en mijn afstand bepalen. Na twee keer een minuutje gedribbeld en gewandeld te hebben had ik nog steeds nergens last van. Ik was niet buitenadem en zelfs mijn spieren voelde niet vermoeid. Dus besloot ik de muziek wat harder te zetten en mijn tempo iets te verhogen. Ik besloot direct mijn route uit te stippelen en koos voor een 5 kilometer rondje. Wat ik, bij protest van mijn lichaam, af kon wisselen met lopen of desgewenst kon verkorten.

Alleen al het concentreren op mijn afzet, ademhaling en neerkomen van mijn voeten zorgden er voor dat alle gedachten en emoties als een deken van mij afvielen. En dat al na enkele minuten rennen. Het lukte mij zelfs om een gelijkmatig tempo aan te houden. Ik begeef mij tijdens het lopen altijd in mijn eigen persoonlijke bubbel en vergeet wel eens dat andere mensen mij gewoon kunnen zien en horen in tegenstelling tot hoe ik mij voel. Ik betrapte mijzelf er dan ook op mee te zingen met Eminem. Wat natuurlijk voor geen meter moet hebben geklonken. Maar oh, wat voelde het goed om weer in beweging te zijn.

Tijdens het lopen kwam ik medelopers tegen. Ik heb naar ze gezwaaid en heb ze begroet als of ik lang verloren gewaande vrienden terug zag. Waarschijnlijk iets te enthousiast. Maar ik kreeg een zwaai of groet van een ieder terug, dat automatisch een glimlach op mijn gezicht toverde. Lopers onder elkaar is net zoiets als hondenbezitters onder elkaar.

Na drie kilometer had ik nog steeds nergens last van. Verbazingwekkend dat het mij zo makkelijk verging. Mijn gedachten dwaalde even af naar een eventueel wedstrijdje aan het begin van het nieuwe jaar. Niet gaan doordraven nu, eerst deze vijf kilometer uit zien te lopen.

De laatste 1.5 kilometer ging zelfs zo goed dat ik een stukje kon versnellen. De muziek ging nog een tandje harder en het leek bijna alsof ik vloog. Stap voor stap kwam ik dichter bij mijn doel, namelijk moe, bezweet maar zeer voldaan de voordeur van mijn woning halen.

En moe, bezweet en zeer voldaan stond ik 35 minuten later mijn rek en strek oefeningen te doen. Mijn persoonlijke bubbel loste op in het niets bij het uitdoen van de muziek. Ik kijk nu al uit naar mijn volgende rondje lopen want wat heb ik dit gemist…

 

 

Mag het ietsjes minder?

Nou nou… Ik wist dat ik een ietsie pietsie was aangekomen. Dat ik niet meer maatje 36/38 had was mij ook al wel bekend. Maar dat ik nu niet meer in mijn favoriete pantalon kon komen zonder te springen en aan mijn broek te rukken en te trekken om vervolgens, als ik dan eindelijk het knoopje dicht kon krijgen, als een opgebonden rollade door het huis te lopen was de druppel. In nog geen jaar tijd heb ik blijkbaar meer gegeten en gesnoept en minder bewogen dan al die jaren daarvoor. Een jammerlijke constatering.

Na meer dan zes weken niet te hebben kunnen sporten in verband met mijn blessure , was ik het zat en wilde weer lekker bezig zijn. Om nu iedere dag te gaan skaten met dit smerige weer ging mij iets te ver. Daar komt bij dat mijn bovenbeen daar ook niet al te blij van zou worden en het herstel waarschijnlijk nog langer zou duren. Ik besloot daarom het zwembad met een bezoek te vereren.

Zwemmen doe ik over het algemeen alleen als ik met vakantie ben en dan moet er wel een glijbaan aanwezig is. Ik ben en blijf wat dat betreft een 8 jarig kind en deze periode zal en wil ik niet ontgroeien. Maar nu was het recreatiebad helaas gesloten en moest ik mij wenden tot het wedstrijdbad.

Op het moment van mijn binnenkomst was deze nagenoeg leeg. De waterpolotraining was bijna afgelopen en een handje vol wachtende ouders vulde de hal. Een bad voor mij alleen zag ik wel zitten. Lekker op mijn gemak baantjes trekken zonder andere mensen in de weg te zwemmen. Ik kom de kleedruimte uit gelopen en sta nog te pielenmuizen met dat vreselijk jeukende smerige half afgekloven plastic bandje waar mijn kluissleuteltje aan vast zit als mijn oog valt op het wedstrijdbad. Ik heb geen idee waar en wanneer die volksverhuizing tot stand is gekomen maar het ziet er werkelijk zwart van de mensen. Dus… Ik moet even op mijn eerdere gedachten terug komen, dat wordt toch niet alleen baantjes trekken.

Ik wacht tot de meute in het water ver genoeg van mij af gezwommen is en duik dan met een sierlijke (daar ga ik dan maar even vanuit) boog het water in. Ik laat mij uitdrijven onder water en als ik adem te kort kom zwem ik weer naar boven. Ik moet uitkijken waar ik naar boven kom om niet tegen mijn mede zwemmers aan te botsen. Het eerste wat mij op valt is dat het water helemaal niet zo koud is als in mijn herinneringen. Dat is in ieder geval een plus puntje voor deze avond.

Terwijl ik tussen de mensen door laveer raak ik bij baantje drie al bijna buiten adem. Ik ga veel te snel. Ik wil iedereen inhalen die voor mij zwemt en ga ze eerst links en daarna rechts voorbij. Na 10 minuten vraag ik aan een wat oudere vrouw die er uitziet alsof ze hier dagelijks komt of het altijd zo druk is op een doordeweekse avond. Ze antwoord: “Normaal niet, maar als je nog een kwartiertje wacht wordt het al wat rustiger!” Als ik zo door ga ben ik over een kwartier dood en moet ik gereanimeerd worden door één van de vooral-niet-knap-uitziende-badmeesters. Na een paar minuten aan de kant gehangen te hebben om weer op adem te komen besluit ik mijn tempo iets te verlagen. We moeten immers niet te hard van stapel lopen. Hoe was het gezegde ook alweer: Hardlopers zijn doodlopers? En ik denk dat er in dit geval geen uitzondering voor zwemmers gemaakt wordt. Ik kijk vol bewondering naar de mensen die al borstcrawlend en vlinderslagend door het water glijden. Alsof het ze geen moeite kost. Ik houd het braaf bij de schoolslag. Het enige nadeel vind ik dat die mensen denken het bad voor zich alleen te hebben. Als nieuwkomer in het bad eis ik bij deze mijn plek op. Ik heb nota bene ook entre moeten betalen om binnen te komen. Dus ook ik zwem stug door met mijn neus in de lucht (anders verdrink ik). Al snel lijkt mijn verwaande houding te werken en wordt er plaats voor mij gemaakt. Aha, zo werkt het dus in de zwembadscene…

Als ik op de klok kijk ben ik aangenaam verrast. Het half uur is al voorbij en ik ben niet eens zo moe. Ik voel mijn spieren en vooral die in mijn nek toch wel en dat is een goed teken. Ik heb weer wat gedaan… Hopelijk wordt dat geen spierpijn. Als ik uit het bad stap voel ik mij zo vreselijk zwaar dat ik bang ben om te vallen. Ik doe heel nonchalant of ik mijn spieren losmaak en loop vervolgens in een waggelpas naar de kleedruimte.

Na een heerlijke warme douche rijd ik moe maar zeer voldaan terug naar huis. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ik vond het heerlijk en neem mij stellig voor minimaal één keer in de week een half uur te gaan zwemmen als vervanging van het hardlopen. 

 

 

We’re back in business…

Wat begon met een analoge camera van mijn moeder, eindigde na verschillende fotocursussen in een eigen fotostudio aan huis. Het weekend stond vaak in het teken van de fotoshoots en vier jaar lang heb ik geregeld ouders met hun kroost, huisdier of kamerplant mogen verwelkomen. Maar ik zou ik niet zijn als het weer eens tijd werd voor wat anders.

Aan het begin van het jaar ging ik geregeld mee om voetbalfoto’s te maken bij de wedstrijd van de kleine. Dat zag er best aardig uit maar voor mijn gevoel kon het stukken beter. Ik moest erg wennen aan de snelheid en de beweging in tegenstelling tot de statische beelden die ik in de studio voor mijn lens had. Hoewel keuzes maken niet echt mijn ding is was in dit geval de keus wel snel gemaakt. Aan het begin van de zomer heb ik de fotostudio stil gelegd. Geen shoots op zaterdag of zondag, geen beeld bewerking en geen harige beesten meer in mijn huis. Zo had ik de tijd om mij verder te kunnen verdiepen in sportfotografie. Ik heb gewikt en gewogen en de voor en nadelen met mijzelf besproken. Want tja, de sporten die ik voor ogen heb zijn toch echt allemaal buiten… En ik ben nou eenmaal een mooi-weer-mens. Wat het voor mij er in de winter niet makkelijker op maakt. Maar uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt.

Van indoor gaan wij naar outdoor…

Aan het einde van de zomervakantie was ik er voor mijn gevoel aardig klaar voor. De nodige spulletjes waren inmiddels aangeschaft (Zie:  Uitbreiding   & Stoel VS nat achterwerk  ) Zelfs mijn camera en objectief zijn voorzien van een echte regenjas, want de winter in Nederland gaat nou eenmaal gepaard met hier en daar (en vooral plaatselijk) een bui! Ik wilde mijn nieuwe uitdaging aangaan en kon niet wachten tot het nieuwe sportseizoen zou beginnen.

Ook mijn website moest van portretfotografie omgezet worden naar sportfotografie. Met dank aan een goede vriend was dit binnen een avondje gepiept. De foto’s die ik maak worden na de gespeelde wedstrijd op mijn website geplaatst en mensen kunnen ze vervolgens bij bestellen. Ik weet dat ik er nog lang niet ben maar een begin is reeds gemaakt. Hopelijk doen zich veel kansen voor waardoor ik nog meer kan groeien. Wie weet wat de toekomst nog in petto heeft.

 

 -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

 www.fotohamar.nl

 -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

 

 

 

Onze kanjers aan zet…

Nog geen half jaar geleden liep ik te schelden en te tieren als op zaterdag de wekker om 06.30 uur afging. Welke idioot maakt de schema’s voor de voetbalwedstrijden? Wie verzint er zo iets? In mijn ogen is 11.00 uur ook een prima tijd om een wedstrijd te beginnen.

Maar inmiddels ben ik er aardig aan gewend geraakt. Sterker nog, sinds enkele weken ben ik zelfs als eerste wakker en sta nog voor de wekker is gegaan naast mijn bed (oké, niet iedere zaterdag maar vanmorgen toevallig wel 🙂 )

Het is 08.00 uur, mijn hutkoffer is ingedeeld mijn jas is gepakt, yup ik ben er klaar voor. Gelukkig heb ik ook nog oog voor Ukkepuk want die moet het vandaag natuurlijk allemaal gaan doen. Ook hij is omgekleed en heeft (eindelijk) zijn schoenen aan. Vriendlief heeft de auto al gestart. Op naar het voetbalveld.

Inmiddels ben ik aardig ingeburgerd bij de voetbal. Ik herken de vaders, moeders en zelfs opa’s en oma’s die ook geregeld mee komen. De vaders, moeders, opa’s en oma’s daarentegen zien mij niet meer aan als iemand van de pers. Op sommige momenten wordt ik zelfs gedoogd in de kleedruimte. Hoewel ik daar het liefst zo min mogelijk kom. Ik doe alles om de stank van zweetvoeten te kunnen ontlopen.

Toen eenmaal bekend was op welk veld onze kanjers moesten spelen heb ik mijn spulletjes uitgestald. Ook de zon was aanwezig wat ik persoonlijk altijd erg fijn vind als ik foto’s moet maken van rond rennende mensen en de daarbij behorende rond vliegende objecten. De kleuren van de shirtjes komen ook met zonlicht nog net iets mooier uit de verf.

Voor ik goed en wel kon zitten was het eerste doelpunt al gescoord. De jongens vlogen over het veld en waren feller dan anders. Ik weet niet of dit door het mooie weer kwam. Maar ik zag dat ze er zin in hadden. Dankzij hun schoot ook ik er aardig op los. Die verbeten bekkies, de poging om te scoren, zoveel mogelijk bal bezit houden en de truckjes tussen door zijn altijd prachtige momenten om vast te leggen. Dit E-1 team is sinds het begin van het nieuwe seizoen samen gesteld uit de spelers van het oude F1 en het oude E1 team, maar het werkt als een geoliede machine. Ondanks het lengte verschil met de tegenstanders laten ze zich niet uit het veld slaan. De jongens spelen zo fanatiek dat ik mij afvraag waarom ik aan de kant sta en niet mee doe. (wat mij er direct aan herinner dat ik zo ook aan mijn hamstringblessure gekomen ben.) Ik vergeet zo af en toe dat ik hier ben om te fotograferen en juich (volgens de scheids net iets te) hard als er weer een doelpunt wordt gescoord.

Het was een prachtige wedstrijd en we kunnen trots zijn op onze kanjers. Met 4-7 (voor de niet kenners zoals ik tot voor kort: we speelden uit en hebben gewonnen) keren we nog voor de lunch weer huiswaarts waar ik snel de foto’s op de pc zet om te kijken of ook ik er wat van gebakken heb….

 

 

 

Blessureleed…

Nog nooit eerder had ik te maken met een blessure afgezien van wat spierpijn hier en daar. Ik kon mij dan ook niet voorstellen hoe het zou zijn om iets niet te kunnen…  Inmiddels voel ik mij al vier weken lang erg zielig en loop ik geregeld met mijn ziel onder mijn arm. Ik kan op dit moment namelijk niet hardlopen. Ook het paardrijden of snowboarden zijn taboe. *jank*

Ik was zo goed bezig met trainen en zelfs mijn zeven kilometer loopje (de laatste keer dat ik gelopen heb) ging zo goed.  Maar nu is het al vier weken over met de pret. Het is erg frustrerend om af te moeten wachten tot mijn spier besloten heeft beter te worden. Mijn hamstring om precies te zijn. Het is niet zo dat ik verga van de pijn. Wat, als je van internet uitgaat, wel zou moeten. Er schijnen drie verschillende gradaties te zijn. Waarvan drie het meest verschrikkelijkste is en één het minst erge. Ik heb waarschijnlijk graad 0.3. Maar als ik dat zou hebben zou ik volgens internet binnen drie dagen van de pijn af moeten zijn. Bij mij is het pas na drie dagen begonnen.

 De bewuste vrijdagavond; Ukkepuk en ik hadden besloten om ons uit te leven op het voetbalveld. Hij zou mij ook wat truckjes leren zodat ik wat beter uit de verf zou komen als ik ooit besloot om eens een potje mee te ballen. We zijn een half uur bezig geweest en dat verliep best aardig. Ik kreeg zelfs nog een compliment van hem dat ik het voor een meisje niet eens zo slecht deed. Mijn ego groeide en daar ging het waarschijnlijk ook mis.

Drie dagen daarna, op het werk, stond ik op om iets van de printer te pakken en zakte vervolgens door mijn rechter been. Na wat rek en strek werk voelde het alweer beter. Maar de spierpijn bleef. Ik besloot rust te houden en ging er vanuit dat het wel over zou gaan. In de tussentijd maakte ik dankbaar gebruik van de infrarood lamp, massage tafel en ons bad. Heerlijk om dat allemaal bij de hand te hebben. Maar nee, de spierpijn ging ook hier niet mee weg. Het sluimert ergens op de achtergrond. Zolang ik mij beweeg is het niet aanwezig, maar na een tijdje stil zitten gilt ie om aandacht. Erg vervelend.

Omdat ik er achter ben dat mijn been een stuk prettiger aanvoelt als ik in beweging blijf heb ik besloten om weer wat actiever te bewegen. In plaats van rustig af te wachten tot de pijn vanzelf over waait. Overigens is wachten nou ook niet één van mijn sterkste punten. Ik moest thuis wel beloven dat ik niet direct de 10 kilometer zou gaan lopen, maar eerst maar eens zou beginnen met een wandeling door het park. Daar ga ik mij deze week dus mee bezig houden. Ik voel mij sowieso een stuk beter als ik mij kan bewegen en dat zal ook wel bij dragen aan een sneller herstel.

Ik geef mijn lichaam nog even de tijd om zich te herstellen. Hopelijk is het niet nodig om opzoek te gaan naar het telefoonnummer van de huisarts. Ik kom daar niet zo vaak en dat wilde ik graag zo houden.

Zijn er misschien lezers die ervaring hebben met een hamstringblessure?

 

Wordt vervolgd…..

 

 

Stoel VS nat achterwerk…

Toen mijn nieuwe hutkoffer voor mijn fotospullen eindelijk gearriveerd was (zie voor meer info mijn vorige blog:  http://wp.me/p1KBNK-29 ) togen we de eerste de beste voetbalwedstrijd van ukkepuk met koffer en al naar het voetbalveld. Fantastisch, alle spullen die ik nodig dacht te hebben kon ik mee nemen zonder gesleep van meerdere tassen. Sommige supporters dachten dat ik van de verzorging was met een koffer vol versnaperingen. Sommige spelers dachten dat ik van de pers was toen ze mij in de weer zagen met lens en statief. Geen van bovenstaande was juist. Ik ben gewoon een fanatieke moeder die haar kind en clubgenoten komt aanmoedigen en daarbij ook nog mooie plaatjes hoopt te kunnen schieten.

Over het algemeen doe ik dat laatste het liefst zittend. Zo dicht mogelijk bij de grond zodat mijn lijdend voorwerpjes los komen van de achtergrond. Dat brengt ons bij het volgende probleem… Het gras op het voetbalveld was nat. Niet een beetje nat, maar gewoon zeiknat. Daar zat ik dan, te koppig om te gaan staan, een nat achterwerk te kweken. Niet dat daar lange tijd voor nodig was. Want alles  was binnen drie minuten doorweekt. (maar mooie foto’s zijn het wel geworden al zeg ik het zelf, zie inzet onderaan..)

Mijn vriend noemt mij eigenwijs en daar zou hij best wel eens gelijk in kunnen hebben. Maar na twee uur met een nat achterwerk rond gelopen te hebben was ik om. Ik moest een stoel hebben, want dit was geen doen. Het moest natuurlijk wel een stoel zijn waarbij ik laag bij de grond zou zitten en die mij niet in een houding zet waarbij mijn vrije bewegingen belemmerd zouden worden.

We kwamen uit bij de walkstool. De Walkstool neemt niet meer ruimte in beslag dan een thermosfles en kan een gewicht tot 250kg aan. Volgens de fotozaak zou dit mijn ideale reisgenoot zijn. Nou, wat wil ik nog meer? Hij past in ieder geval aan de zijkant van mijn hutkoffer. Dus slepen met het stoeltje is uit den boze. Hopelijk kan ik hem snel uit gaan proberen langs de zijlijn van het voetbalveld en behoord een nat achterwerk tot de verleden tijd.

 

Keep on running…

Sinds een jaar of drie ben ik er achter dat hardlopen helemaal niet zo vervelend is maar juist erg leuk. In tegenstelling tot wat ik altijd dacht werkt het verslavend, is het ontspannend en tegelijkertijd een lekkere actieve bezigheid. Hoewel ik deze gedachten niet altijd terug kan vinden op de momenten dat ik het zwaar heb. Ik ben begon met het opbouwen van conditie, twee minuten rennen, één minuut lopen, twee minuten rennen, één minuut lopen enz. en dat vijf kilometer lang. Uiteindelijk is het schema uitgewerkt naar vijf km rennen zonder tussenkomst van de bekende minuutjes lopen.  Lees verder