Hijs het zeil…

“Willen jullie om 07.30 uur verzamelen? Ik wil het liefst rond 07.45 uur wegrijden!” Is de reactie van een collega die morgenochtend dienst doet als taxichauffeur. Op de planning staat het jaarlijkse zeiluitje van onze zusterorganisatie en wij mogen mee. Het is in Biddinghuizen, dus de baas regelde een bus, en de accountmanager wilde wel rijden. Rond een uurtje of 09.00 rijden we de parkeerplaats van de haven op. Het enige minpuntje is het weer. Flink wat wind, donkere wolken en later op de dag wordt er nog een spat regen verwacht. Dat zou de pret niet mogen drukken. Met mijn 4 lagen kleding en een tas met korte broek en regenkleding kan ik de vier-seizoenen-op-één-dag wel handelen. 

Wat ooit begon als een uitje met 30 collega’s is uitgegroeid tot een evenement van formaat. Vandaag zijn er 103 collega’s verdeeld over de diverse activiteiten waaruit vooraf gekozen kon worden. Zeilen, sloepje, kanoën, skûtsjesilen en voor de landrotten een tour op de fiets. Mijn keus is gevallen op een dag zeilen. Dit heb ik namelijk nog nooit gedaan. 

Maar eerst koffie met gebak. Het is leuk om de mensen die ik alleen maar per telefoon of mail spreek nu in het echt te zien. De groepjes zijn eerder al samengesteld en in diverse appgroepjes verdeeld. Zo kon er vooraf afgesproken worden wat er met de lunch en tussendoortjes gedaan zou worden en wie wat mee zou nemen. De organisatie regelt veel, maar niet alles.

Zodra ik mijn groepje gevonden heb hoor ik dat mijn “kapitein” zeilinstructeur is. Ik val met mijn neus in de boter en hoor hem uit op alles wat ik wil weten. Zodra de zeilen zijn gehesen mag ik direct het roer overnemen. Ik krijg de opdracht om richting een eiland te varen waar we gaan aanmeren voor de koffie. Maar eerst mag ik voelen wat er gebeurd als de wind in de zeilen komt. Ik ben als de dood dat we omslaan. Maar dat schijnt niet zo makkelijk te gaan. Het duurt even maar dan durf ik mij er aan over te geven.

We meren aan voor koffie met koek en varen daarna door naar Harderwijk voor de lunch. Ondertussen krijgen we les in overstag gaan, oploeven, gijpen, voor de wind en andere zeiltermen. We komen allemaal aan de beurt om wat bijzondere verrichtingen uit te proberen. Ik wordt steeds enthousiaster en kan niet wachten om de snelheid op te voeren. Scheren over het water en gedragen door de wind. Hoe tof zal dat zijn?! Rond een uur of drie meren we nog een laatste keer aan voor een snack en wat drinken. 

We hebben nog een uur voor we terug moeten, maar dan begint het te regenen. Ik trek snel mijn regenpak aan zodat we daarna met alle wind in de zeilen nog wat kunnen knallen. Helaas, de wind gaat liggen en blijft liggen. Om op tijd terug te zijn besluiten we de motor aan te zetten en koersen aan op de haven. We zijn de laatste groep die binnen komen en mogen direct aansluiten bij de BBQ. 

Volgens mij ben ik de meest enthousiaste collega van allemaal. Ik heb een super toffe dag gehad. Er is een zaadje gepland dat misschien wel uitgroeit tot een nieuwe hobby. Binnenkort gaan we zelf een zeilbootje huren. Eens zien wat er van deze dag is blijven hangen… 

“Oh, had ik dat maar…”

“Zooo, ik ben afgevallen!” Zegt zoonlief verontwaardigd. Ik kijk hem van top tot teen aan. “Waar? bij je wenkbrauwen?” Vraag ik. “Nee serieus!” Gaat hij door. “Ik ben gewoon 5 kilo kwijt! 5 kilo!! Je geloofd mij niet he!? Vanmorgen heb ik mij nog gewogen.” In een ademteug gaat hij door. “Ik moet echt weer ritme en regelmaat in mijn leven hebben!” Goh denk ik, het had echt mijn kind kunnen zijn. Want ook ik gedij beter op ritme en regelmaat. Maar waar ik een soort van gedij, valt het jong gewoon af! 

“Omdat ik geen ritme heb eet ik gewoon bijna niks.” Gaat hij, al kauwend op een van zijn kipkluif-snacks, door met zijn betoog. Nou, de halve voorraad kast gaat er door mijn hoofd. Maar ik zeg wijselijk niks en laat hem praten terwijl ik ondertussen een hap van mijn appel neem. “Bij mij is het andersom.” Zeg ik tegen hem. “Ik kom juist aan als ik geen ritme heb. Dan eet ik alles wat los en vast zit en heb ik de hele dag trek.” “Ohh had ik dat maar!” Zegt zoonlief zuchtend. 

We hebben beide een sportief leven. Dat van hem bestaat vooral uit sportschool en voetballen en dat van mij uit onder andere sporten (thuis) en bezig zijn op stal, water of waar dan ook. Terwijl hij druk is met spieren kweken ben ik vooral bezig om heel andere redenen. Hij denkt waarschijnlijk dat we dezelfde doelen najagen. En voor nu laat ik hem lekker in die waan. “Nou, vanaf morgen is het over hoor. Dan ga ik de sportschool echt weer dagelijks oppakken. Weer terug in het ritme en conditie kweken voor een nieuw voetbalseizoen!” Ik juich hem toe en proost met mijn appel tegen een opgestoken kipkluif. 

Ik vind het leuk om hem zo in de weer te zien. Bezig met zijn gezondheid, het verbeteren van zijn conditie, op krachten komen na een lange blessure en daarna het kweken en vooral het onderhouden van al zijn spieren. Hij is er maar druk mee. Zonder dat hij het zelf beseft neemt hij mij ook mee in deze cyclus van beter worden en onderhouden van mijn lichaam. En stiekem vind ik dat ook wel leuk. Als hij de deur uit gaat naar de voetbal ga ik naar boven, naar mijn “eigen” sportschool. Om aan het einde van de avond weer samen beneden op de bank te zitten en onze activiteiten te evalueren. 

Voor hem is regelmaat en ritme nodig zodat hij tijdig kan eten om zo voldoende eiwitten en vetten binnen te krijgen. Zijn oefeningen te doen of bij de voetbal te zijn. Voor mij is regelmaat en ritme van belang om een stok achter mijn discipline te hebben. Mijzelf lekker bezig te houden en mijn spieren te voelen. Maar bovenal om gedurende de dag en avond een compleet gevoel te hebben waarbij lichaam en geest in balans zijn. 

Het is leuk om iemand in de buurt te hebben die er ook zo mee bezig is. Dat we beide een andere doel hebben maakt niet uit. Nu moet ik hem nog zo ver zien te krijgen dat we ook samen in de keuken het avondeten maken. Want dat is vooralsnog niet een doel dat op zijn regelmaat en ritje lijstje staat…

Early bird(s)….

Het is 0400 uur in de ochtend en ik ben klaar wakker. Mijn wekkers, want uit voorzorg heb ik er drie gezet, zouden pas een half uur later af gaan. Ik heb een belangrijke afspraak op de planning staan en blijkbaar ben ik bang dat ik door al mijn wekkers heen slaap. Nog voor ze afgaan sluip ik de kamer uit om mijn spullen te pakken, broodjes te smeren en een thermoskan koffie te vullen. Dit keer ben ik de eerste van ons huishouden die wakker is. Zelfs voor onze eigen vroege vogel, Groene Draak, is het te vroeg om goedemorgen te zeggen. Hij duikt nog even in zijn veren terwijl ik mijn tas verder inpak.

Rond 0600 uur rijd mijn oom de straat in. We gaan vandaag samen op pad en hebben hopelijk een date met wat bijzondere vogels. Gelukkig weet hij de weg in dit boerenlandschap en navigeert ons in rap tempo naar onze parkeerplaats. Vanaf daar is het even zoeken hoe we verder moeten. Het eerste bruggetje over. Door het hek naar rechts. Een tweede bruggetje over en dan de rechter sloot aan de linker kant volgen. Vooral niet verkeerd lopen anders moet je het hele eind weer terug. 

Ik ben blij dat ik kaplaarzen aan heb. Met de regenval van afgelopen nacht is de wei drassig. Ondertussen gloort er licht aan de horizon. Ik ben de sompige wandeling opslag vergeten als ik de deur van de fotohut open. We mogen niet met onze baggerlaarzen naar binnen dus ik verruil mijn vieze stampers voor schone schoenen. Maar eerst doe ik nog een rondje “om de plas” om wat meelwormpjes uit te delen. Ik laat graag zien dat we met goede bedoelingen komen.

Al snel worden we begroet door een van de vaste bewoners van dit perceel. Wij zijn alvast blij hem te zien. De torenvalk vliegt heen en weer tussen hekje, paaltje en boomstronk. Hij weet heus wel dat wij hier zitten, maar trekt zich er allerminst iets van aan. Op zijn gemak peuzelt hij de meelwormpjes op. Begint daarna uitgebreid aan een poetsbeurt en fladdert vervolgens weg. Dit nemen ze ons in ieder geval niet meer af.

Er is een kakofonie aan vogelgeluiden om ons heen. Niet alleen zitten er heel veel vogels in deze wei maar ook in de aangrenzende percelen. Na enige tijd verschijnt er niemand minder dan de Grutto. Onze reden voor het bezoek aan deze hut. Zo sierlijk als hij is wandelt hij op de waterplas af. Wat een mooie vogel. Na wat poses aangenomen te hebben vliegt hij weg. We zien hem verderop in de wei foerageren. Jammer genoeg net te ver bij ons vandaan.

De torenvalk steelt niet veel later wederom de show door met een eigen gevangen prooi, eerst een muis en daarna een kuiken voor onze neus te gaan lunchen. “Jij met je meelworm!” Zowel het mannetje als het vrouwtje verschijnen voor onze lens. We krijgen nog een voorstelling van hun paringsritueel, deze zat blijkbaar bij de prijs inbegrepen… Maar daarna wordt het stil. Tijdens het wachten genieten we volop van de vogelgeluiden om ons heen en de duikvluchten van de kieviten die als ware acrobaten achter elkaar aan vliegen. 

Ondanks de wat mindere water en -weidevogels voor de hut heb ik toch weer intens genoten van deze fotodag.

© Foto Hamar

Een (on)verwachte wending…

Toen Poownie dit leven verruilde voor het grazen op de eeuwige groene velden bleef ik een beetje bedroeft achter. Ja, natuurlijk rouwde ik om zijn heengaan. Maar het was na 28 jaar met paard opeens zo intens leeg zonder… Ik besloot na zoveel gemis om niet ook direct mijn routine over hoop te gooien. Dus ging ik nog een paar keer per week naar stal. In ieder geval om een vriendin te helpen met haar dienst. Daarnaast gebruikte ik de ruimte en tijd om tussen de paarden en in het midden van de kudde te aarden. Of misschien is opnieuw landen een betere verwoording. Het is ook deze plek waar ik mij de laatste paar jaar helemaal thuis heb gevoeld. Waar ik, met welke emotie dan ook, mocht binnen vallen en waar ik geregeld onder het vuil maar met een schoon hoofd weer huiswaarts keerde. 

Ik ben echt geen paardenmeisje. Maar een leven zonder paarden lijkt mij nu nog ondenkbaar. Ik liep rond met de intentie om op stal te vragen of er iemand was die voor een of twee dagen in de week een verzorgster kon gebruiken. Een pony om mee te wandelen, te grazen, te tutten of wat grondwerk mee te doen. Eigenlijk zoals ik de laatste jaren ook voor Poownie zorgde. Het voelde voor mij wat raar om zo kort na het overlijden van Poownie deze vraag al uit te zetten. Maar het universum besloot anders en liet mijn stalgenoot diezelfde week nog een app naar mij sturen met de vraag of het mij leuk leek haar paardje te verzorgen.

Tja, daar hoefde ik niet over na te denken. Ik had stiekem namelijk al een oogje op haar pony laten vallen. Ze is zo compleet anders dan Poownie. Een merrie om te beginnen. Daarnaast is ze met drie jaar de jongste van de groep en tevens behoort ze tot de kleinere paardjes van de kudde. Ze is heel nieuwsgierig en vooral erg ondernemend. Vooralsnog deinst ze niet snel terug als ze denkt dat daar (waar ze mogelijk niet mag komen) iets te halen of te beleven valt. Toen ze net bij ons op stal stond had de stalbaas wat te stellen met haar want ze liet zich door niets of niemand tegenhouden.

Alles aan haar is petieterig. Dit bedoel ik niet neerbuigend. In tegendeel. Het woordje klein doet namelijk afbreuk aan hoe sierlijk ze is. Haar ranke hoofd, de dunne beentjes en de mini-hoefjes. Iedere keer als ik haar aan het poetsen ben denk ik bij mijzelf: dit is te schattig!!! Maar laat je hierdoor niet in de luren leggen. Hoe schattig ze er ook uit ziet, zo drakerig kan ze af en toe zijn. 

Daar moest ik wel even aan wennen. Maar we leren snel!! Ik smelt als ze haar kudde achter laat en naar mij toe komt als ik haar roep. Als we samen aan de wandel zijn en ze in een drafje naast mij meeloopt. Wanneer ze mij ongevraagd volgt door de paddock. Als ze mij uitdaagt tijdens grondwerk en dan daarna toch braaf doet wat ik van haar vraag. Ik weet zeker dat deze dame voor voldoende blog inspiratie zal zorgen. Maar laat ik haar eerst maar eens aan jullie voorstellen.  


Meet (S)Tinkerbell, mijn nieuwe vriendinnetje: 

Ondertussen, in de sportschool…

Ik ga zo op in mijn eigen wereld, de beat in mijn oren, het trappen op de pedalen en het zwiepen van mijn armen, dat ik de deur achter mij niet open heb horen gaan. Wanneer vriendlief heel enthousiast zijn telefoon voor mijn neus houd sla ik die in een reflex van mij af en stomp hem bijna op zijn neus. Iets met fight or flight. Door deze actie vliegt zijn telefoon uit zijn handen en buitelt door de lucht. In een split second trek ik mijn hand terug om hem geen blauw oog te slaan terwijl hij al het mogelijke doet om zijn telefoon van een wisse dood te redden. Tegelijk houd hij met zijn andere hand mijn lichaam in evenwicht. Iets wat ik niet verwacht waardoor ik alsnog uit balans raak en bijna van de crosstrainer lazer. 

“Jezus, what the f*ck doe je!?” Is het enige dat ik uit kan brengen. Vriendlief, totaal niet van zijn stuk gebracht brengt zijn telefoon weer naar mijn gezicht. Dit keer sla ik hem niet uit zijn handen maar kijk naar wat blijkbaar niet een uurtje had kunnen wachten. Oké, toegegeven, ik ben wel blij met de foto die ik zie. Iets met een verbetering aan ons bootje. Die binnen afzienbare tijd weer in het water ligt. Mijn hartje is overigens nog steeds bezig met het maken van salto’s in mijn borstkas. Dus ik neem direct maar een korte break. 

Als ik weer alleen ben en mij verzekerd heb dat de deur dicht is start ik mijn training opnieuw. Ik train ongeveer 3 keer in de week en inmiddels ben ik enkele weken onderweg. Mijn doel is om naast mijn zinnen te verzetten, mij ook lekker in het zweet te werken, mijn algehele conditie te verhogen en mijn spieren te versterken. Al met al wil ik gewoon beter in mijn vel komen te zitten. Nog iets weerbaarder worden dan ik al ben. En het is gewoon een fijn tijdverdrijf na een dag zittend op kantoor te hebben doorgebracht. 

Overigens train ik, in tegenstelling tot zoonlief, lekker thuis. Hij heeft heel even geprobeerd mij over te halen met hem mee naar de sportschool te gaan. Gelukkig zag hij daar, in zijn eigen voordeel, al snel vanaf. Want met mij kan het natuurlijk nooit normaal, zie eerste alinea van dit blog. Daar zit je als jong volwassene met het kweken van spierbundels gewoon echt niet op te wachten. Dus zeggen we elkaar vaak tegelijk gedag. Hij vertrekt via de voordeur naar de sportschool en ik ga de trap op naar boven, waar ik een kamer heb omgetoverd tot “private gym” 

Toen ik net begon met sporten, nu dus alweer enkele weken geleden, moest ik mij heel erg inhouden om mij niet overal blind in te storen. Doseren is het sleutelwoord. Iets dat ik, nu ik ouder aan het worden ben, door schade en schande heb moeten leren. Ik wil niet na een paar weken alweer met een blessure op de bank zitten. Zoals vorig jaar waardoor ik heel de zomer niet heb kunnen SUPpen of wakeboarden. Ik ben rustig begonnen en voeg iedere week iets toe aan mijn workout. Dat maakt dat ik wekelijks trainingen kan afwisselen en daardoor nog enthousiaster bezig ben. Inmiddels weet ik ook dat het niet het einddoel is dat telt, maar de reis er naar toe.

Dekentje…

Al snel nadat ik Poownie gekocht had kwam ik er achter dat ik geen Penny Pony meisje was. We hadden nooit matchende setjes bijvoorbeeld. Hij mooie peeskappen, bandages in precies dezelfde kleur als mijn shirt of jas. Nee. Sowieso peeskappen en bandages al niet. Als Poownie er niet over struikelde dan was ik het wel. Wat een ondingen. In ieder geval, voor de sport zoals wij hem beoefenden. En zadeldekjes? Ja die had ik wel alleen gebruikte ik ze niet want ik reed vaak zonder zadel en als het kon ook nog achterstevoren.

Toen kwamen we op een andere stal te staan. Een waarbij het rijden en de daarbij behorende attributen zeker een groot onderdeel van het houden van paarden was. Dus ook wij deden (voor een deel) mee. Mooie dekjes met zijn naam in gouden sierletters geborduurd. Ik reed braaf met sporen en zweep en mijn simpele gympen had ik ingeruild voor sierlijke leren rijlaarzen. Daarnaast namen we privéles en gingen we op “concours”. (lees wedstrijd bij Pennyclub de Bokkensprong.)  

Van al dat trainen raak je behoorlijk bezweet. Dus Poownie moest geschoren worden. Want zie die vacht maar eens droog te krijgen na een inspannende les, hartje winter. En laten we wel wezen, tijdens wedstrijden oogt het ook frisser zo’n glanzend wit paard in plaats van een vergeelde pluizige teddybeer. Wat Poownie van dit alles vond? Die deed alles om het mij naar de zin te maken. De egoïst die ik was… 

Een paard scheren betekend een deken om. Zeker in de winter. Voor een ton kocht ik aan dekens. Stal, winter, uitrij, zweet, onder- en regendekens. Poownie had ze allemaal. 

Toen de onzin van het rijden van wedstrijden gezakt was en het plezier van alsmaar beter presteren omsloeg ik liever plezier met je paard maken, gingen ook mijn ogen langzaam open. Wat een ondingen zijn dekens toch eigenlijk. Ze zijn lomp en zwaar. En vaak veel te warm. Wat heb ik dat arme paard toch allemaal aan gedaan? Vanaf dat moment mocht hij zijn teddyberen vacht behouden. Sporen, zweep en nagenoeg alle dekens gingen de deur uit en ook mijn mooie leren laarzen verkocht ik aan de eerste de beste bieder. 

Poownie mocht weer poownie zijn. We verhuisden in die periode een aantal keer. We gingen naar goed, toen naar beter. Maar nu staan we op de beste plek ooit! Een plek met als doel het paard centraal te houden met vrijheid in eigen keus en kuddegedrag motiverend. Eten, spelen, schuilen, slapen? Vul het zelf maar in Poonwie! Hij mag hier van zijn oude dag genieten. En dat doet hij met verve. Want hij is hard op weg de 30 aan te tikken. 

Nu Poownie op leeftijd is lukt het hem niet zo goed om met het koude en natte winterweer op temperatuur te blijven. Op aanraden van een stagenootje kocht ik twee iets duurdere dekens. Een regendek voor de lente en herfst en een winterdek voor de koude maanden. Poownie vind het zoals altijd weer prima wat ik hem aan of opdoe. Maar stiekem hoop ik toch dat hij net als mij er blij mee is. Zeker als ik het, zoals de afgelopen weken, met bakken uit de hemel zie komen en weet dat hij al die tijd buiten staat. Maar dan nu wel lekker droog en warm onder zijn winterjas. 

Spoorzoekertje…

Voor ons, als paardenhouder, is er niks zo leuk als het loslaten van je paard in het weiland aan het begin van het seizoen. Ondanks dat ze 24/7 in een Paddock Paradise staan en dus de ruimte hebben om te doen en laten wat ze willen, heeft die grasmat iets magisch. Voor mensen die niet bekend zijn met paarden?! Vergelijk het maar met een indoorspeeltuin voor kinderen. Ballenbakken, glijbanen, trampolines, luchtkussens en daarna ijs en patat toe. Er is ruimte voor de dolle 5 minuten, of 10 of zelfs 20. Waartoe ook de gekke bokkensprongen behoren. Uiteraard is er nog het rollen in een modderplas als deze er toevallig is. Om daarna vanuit stilstand in volle ren-galop door de wei te stuiven. Heen en weer, steeds maar weer. Als de meeste energie eruit is, is het tijd om te eten, want gras!!

Zo gaat het in ieder geval bij ons. En sinds een jaar of twee mogen we ons de gelukkige eigenaren noemen van een eigen stuk weiland. Vlak bij stal! Een eigen weiland betekend ook dat we deze naar eigen believen kunnen inrichten. Zo passeerden er verschillende ideeën de revue. Het opdelen in diverse stukken. Zodat de kudde van blok naar blok verhuisd kan worden. Of strookbegrazing. Wat inhoud dat de kudde er dagelijks een meter of wat aan gras bij krijgt. Aan alle keuzes hangen voor- en nadelen. 

Uiteindelijk werd besloten om alleen de afrastering rondom de wei te realiseren. Zodat de paarden niet in een jolige bui het taluud af zouden denderen en daarmee pardoes in de omliggende sloot zouden belanden. Een groot voordeel van alles open houden is dat er geen geknoei met draad en hekwerk nodig is. De paarden hebben daadwerkelijk de ruimte en er kan naar hartelust gecrost worden. Prachtig zo’n grote wei. Het enige nadeel voor ons is dat we de hele wei door moeten sjouwen om stront te scheppen. 

Het eerste jaar hebben we het grote vlak figuurlijk gezien opgedeeld en gaven we aan elkaar door welk deel reeds was schoon geschept. Zo voorkwamen we dat er onnodig tijd ging zitten in shit werk. Op de een of andere manier werd dat steeds minder gedaan. Men vond het blijkbaar niet erg om te wandelen en poep te scheppen tegelijk. Ik deed mee met de flow en wat maakte het ook eigenlijk uit hoe lang ik bezig was. Ik was lekker buiten, bevond mij tussen de paarden en was zowel lichamelijk als geestelijk bezig. Inspanning en ontspanning tegelijk. 

Dit seizoen besloot ik eens wat gegevens bij te houden. Ik kwam er achter dat ik al scheppend tussen de 1.5 en 2 km afleg. Wanneer ik dit op mijn gemak uitvoer, ik ongeveer 45 minuten tot een uur bezig ben. Ik verbrand meer calorieën aan het begin van het seizoen omdat het gras dan een heel eind hoger is en ik meer moeite moet doen om er doorheen te komen. Het is hilarisch om te zien hoe neurotisch ik de wei afloop op zoek naar paardenshit. Zie de foto hieronder. Toch kan dit efficiënter. 

Een aantal stalgenoten was het met mij eens. Dit moet inderdaad anders. De wei kreeg weer figuurlijke vakken. Spoorzoekertje wordt vanaf nu beperkt tot een aantal vakken en in de app geven we aan elkaar door welke er reeds schoon zijn. Hoewel, schoon? Poepruimen gaat hier aan de lopende band door. Dat dan wel weer… 

Rondje Maas…

Ik sta te dubben of ik er op ga of er naast blijf lopen. Ik werp een blik naar Poownie en zie zijn tong al letterlijk uit zijn mond hangen. Tja, het is met 28 graden ook best wel aan de warme kant. We gaan wel een stukje wandelen. Normaal neemt zijn verzorgster hem mee voor een leuke rit door de polder. Maar verzorgsters hebben ook wel eens vakantie. Dus de komende 3 weken heb ik wat extra Poownie-tijd ingelast zodat hij toch het gevoel heeft niks te kort te komen. 

Vanwege het warme weer besluit ik voor een rondje langs het water door het recreatiegebied. Lekker verkoeling onder de bomen en een briesje meepakken langs het water. Heerlijk. We zijn nog geen 100 meter het gebied in gewandeld of een lading kinderen komt ons tegemoet… Gelukkig aan de hand van een ouder/verzorger. Nee, geen paardje aaien vandaag maar links af richting speeltuin. Dag kindjes en veel plezier! 

Op dat moment realiseer ik mij nog iets. Er rijden in de zomer van die kleine treintjes. Super leuk om als kind (en stiekem ook als je wat ouder bent) in mee te rijden. Het stationnetje is midden in de speeltuin en je tuft een klein traject langs het water, over bruggetjes en zelfs door een echte tunnel. Maar of Poownie hier zo blij van wordt? Deze zomer rijden er maar liefst 2 van dit soort treintjes, afgeladen met gillend gespuis, want tunnel en precies er naast een paard!

Poownie staat even gek te kijken wanneer de ieniemienie spoorbomen links van hem dicht gaan en het belletje afgaat. Vervolgens “dendert” er een afgeladen treintje langs. Hij knort wat maar dat is dan ook alles. Hij heeft meer oog voor de mals ogende graspollen waar hij al de hele tijd verlekkerd naar aan het kijken is. Ik merk ook dat de wilskracht om niet met zijn neus naar de grond te gaan uit zijn tenen moet komen. Ik laat hem als afleiding dan maar wat grazen. De spoorbomen gaan weer open en snel lopen we naar de overkant om niet tussen twee heen en weer rijdende treintjes te zitten. 

De treinen en kinderen laten we achter ons als we het “bos” weer inlopen. Heel even zijn we alleen op de wereld. Zo stil en zalig. Maar lang duurt dit niet. We worden ingehaald door twee groepen wielrenners. Als we nog op onze benen staan te tollen van de snelheid waarmee we ingehaald worden komt daar ook de bejaardensoos om de hoek. “Goedemiddag! Goedemiddag!” Dit gaat weliswaar wat gezapiger maar het duurt ook wel ff voor alle 25 mummies voorbij zijn. Poownie neemt het er van en zoekt ondertussen de lekkerste grasjes. Ik was even vergeten dat het hier zo mega druk kan zijn. 

Als we bijna het bos uit zijn staat er een politiebus voor mijn neus. Stiekem weet ik dat we hier niet mogen komen. Maar ruiters worden hier al 100 jaar getolereerd. Ik glimlach vriendelijk in de hoop dat ze niet uitstappen. Ze laten ons zonder pardon passeren. Direct daarna rijd staatsbosbeheer voorbij. Die zijn erger dan de politie. Maar hij kijkt onze kant niet op en lijkt ons niet eens te zien. Gelukkig.

Zonder kleerscheuren komen we na een uur weer aan op de wei. Poownie neemt vol dankbaarheid zijn partjes appel in ontvangst en loopt voldaan terug naar zijn maten in de wei.

To read or not to read…

Vol verwachting open in de link naar mijn nieuwe acht boeken. Ik scroll langs de titels, lees de inhoud maar ze spreken mij geen van alle aan. Wat een teleurstelling. Ik had net zo’n zin in een nieuw spannend verhaal. De teleurstelling is niet nieuw. De afgelopen maanden verliepen het zelfde. Ik bekijk mijn profiel, opzoek naar de voorwaarden om mijn abonnement op Bookchoice op te zeggen. Tot mijn verbazing zie ik dat ik al vanaf 2015 lid ben. Ik heb het lang volgehouden! Toen heette het overigens nog Elly’s Choice. Voor een paar euro per maand krijg je acht E-boeken. Jammer genoeg mag je ze niet zelf kiezen. Maar er zaten altijd wel één of twee leuke boeken tussen. En op deze manier kwam ik ook met schrijvers en boeken in aanraking die ik anders nooit op mijn to-read lijst zou hebben gezet.

Een voordeel van Bookchoice’s is dat je de boeken ook echt mag houden. Door ze binnen twee maanden te downloaden en op te slaan op je eigen pc. Dit in tegenstelling tot veel andere boekenproviders, waar je alleen tijdens je abonnement gebruik mag maken van de aangeboden boeken. Na al die jaren heb ik dus een aardige verzameling samengesteld. Via de App zijn de boeken zelfs tot een jaar terug te lezen en sinds enige tijd, te luisteren.

Sinds die tijd lees ik dus niet alleen maar boeken. Ik word ook graag voorgelezen. Ik had niet verwacht dat ik dit zo leuk zou vinden. Vooral tijdens werkzaamheden waarbij 0 hersenactiviteit nodig is. Zoals bijvoorbeeld tijdens de wei en stalklussen. Wanneer ik wat huishoudelijke taken aan het wegwerken ben of als ik op de fiets zit. Maar dan moeten de boeken natuurlijk wel een beetje te hachelen zijn. Dit is nu net het punt waar ik al een paar maanden tegenaan loop.

Bookchoice maakt voor zijn leden namelijk de keus. Uiteraard worden de boeken met zorg samengesteld. Zo zit er altijd wel een thriller, (historische) roman, detective en chicklit tussen. Meestal zijn het ook nog eens de nieuwste van de nieuwste verhalen. Geen oude meuk dus. Maar toch vallen de boeken die gekozen worden mij steeds vaker tegen. Wanneer ik zelf acht boeken zou mogen samenstellen dan zou ik niet eens overwogen hebben mijn account op te zeggen. Want prima service en een fijne app. 

Met één klik van mijn muis beëindigde ik na acht jaar mijn abonnement. Maar wat nu? Mijn leeshonger is niet te stillen dus ik moet opzoek naar iets nieuws. Ik wil net als bij Bookchoice de mogelijkheid hebben boeken te lezen en te luisteren. Mijn zoektocht levert een aantal leveranciers die hier aan voldoen. Allemaal met een proefperiode en redelijk betaalbaar. Ik eindig mijn zoektocht met de start van een proefperiode van Storytel. En ik ben direct verkocht!

Wat een heerlijke app. Zo’n beetje alle boeken die ik zou willen lezen zijn zowel als voorlees- en als E-book beschikbaar. Maar ook biografieën en boeken voor persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast het mooie, ik kan wisselen tussen lezen en luisteren. Wat een fantastische optie!! Er worden statistieken bij gehouden en er worden diverse lijsten getoond met tips, oa gebaseerd op je eigen samengestelde boekenplank. Het enige nadeel is dat de boeken niet te transporteren zijn naar mijn eigen reader. Maar ach, ik kan niet alles hebben he?! Voor nu kan ik weer helemaal los!

Pilates…

Ik heb nooit kunnen weten dat ik yoga zo ontzettend fijn zou gaan vinden. Na een paar weken begonnen de oefeningen hun vruchten af te werpen. Mijn rugpijn werd minder. Mijn lichaam werd losser maar ook steviger. Na een paar maanden zelfs wat leniger. Steeds meer voel ik de connectie met mijn hele lichaam in plaats van losse lichaamsdelen. Zoals ik hier al schreef: “Namaste”  start ik vaak in de ochtend. Dit zijn stiekem de fijnste sessies.  

Yoga en Pilates worden geregeld in een adem genoemd. Hoewel sommige houdingen overeenkomen is er een verschil. De intensiteit van de oefeningen bij Pilates ligt hoger. Het is meer gericht op het trainen van de spieren. Nieuwsgierig geworden naar oefeningen zocht ik, net als bij mijn yogalessen, op youtube naar een fijne Pilates les. 

De filmpjes worden stuk voor stuk door afgrijselijk lenige mensen gegeven. Je zou er bijna een complex van krijgen. Van “Adrian” heb ik geleerd dat het niet de houding zelf is maar dat het effect van de houding op je lichaam vele malen belangrijker is. Dat het dus niet overeenkomt met het perfecte plaatje is geen probleem. De lenigheid komt vanzelf, mits je lang genoeg volhoudt natuurlijk. 

Ik vind iemand die net als Adrian uitlegt wat ze doet, hoe ze het doet, waarom, waarmee en op welke wijze. Ik wil nu immers graag weten waarom ik doe wat ik doe. En start, in plaats van mijn yoga les, een full body workout beginnersles Pilates. Uit veiligheid kies ik voor een half uur in plaats van een uur. Met de gedachte dat Pilates net zoiets is als yoga kom ik al snel bedrogen uit. Zelfde houdingen, beheersbare en gecontroleerde bewegingen. Maar dan… 

Oké, de aanvang is praktisch het zelfde. Na 1 minuut merk ik de verandering al. De warming-up is nl intensiever. Gelukkig zegt ze bij iedere oefening ook wanneer ik in- en uit moet ademen. Want dat doe ik prompt verkeerd om. Als ik al ademhaal, want de choreografie van de verschillende houdingen heb ik niet direct door.

Geen downward facing dog of childpose na de eerste twee verschillende buikspieroefeningen. Nee, we gaan door naar een derde en vierde ronde met een iets andere pose en houding. Tussendoor zegt ze nog wel dat ik alles op mijn eigen tempo moet doen. Gelukkig maar want mijn buispieren staan ondertussen in de fik. Er volgt een pauze van nog geen 30 seconden met wat rekwerk en daarna door naar buikspieroefening vijf. 

Na tien minuten ben ik al kei kapot maar de buikspieren zijn nu in ieder geval goed opgewarmd. Voor de komende 3 weken!! Nu komen de billen, benen en heupen. “Nog acht” Roept ze. Na die acht wordt er een oefening aan vastgeplakt met acht herhalingen. Daarna nog één. Dit herhaalt zich een stuk of acht keer. Ik weiger op te geven. Trillend van de inspanning plof ik neer. Maar dan hoor ik dat ook de andere kant van mijn lichaam nog moet!! Waar ben ik aan begonnen?!

De hele volgende dag wordt ik herinnerd aan mijn 30 (thank god geen 60) minuten Pilates. Spierpijn!! Maar het is de beste spierpijn die ik in tijden heb gevoeld. Inmiddels combineer ik beide want Pilates en yoga gaan prima hand in hand. Ik hoop over een tijdje niet alleen leniger, maar ook wat gespierder door het leven te gaan.