De berg fluistert: “Ga spelen jij!”

“Oooh het sneeuwt!” roep ik als ik ’s morgens de gordijnen en tegelijk het raam open doe. Dikke vlokken dwarrelen op topspeed uit de hemel en voelen koud aan op mijn hand. Aan het dikke pak dat de bomen siert is te zien dat het al even aan de gang is. Tijdens het ontbijt zitten we met onze vertrouwde groep aan tafel bij het raam. Al die jaren dat we hier komen heeft het nog nooit zo hard gesneeuwd als nu. Het is prachtig! 

De rij bij de gondel wordt alleen gesierd door de medewerker. Er is verder niemand. Of we zijn vroeg, of niemand wil met dit weer de berg op. Onze groep heeft zich inmiddels ook opgesplitst. Eén is alvast de berg op. Twee komen wat later en wij gaan met zijn drieën naar boven. Halverwege begint het flink te waaien. De gondel wiegt heen en weer. Ik voel er niks voor om helemaal naar boven te gaan en weggeblazen te worden. Dus zeg ik de heren gedag en stap er bij het middenstation uit. 

Ik ben helemaal alleen. Het witte tapijt ligt onaangeroerd voor me. Bijna heilig. Even twijfel ik. Het ziet er zo mooi uit. Toch klik ik mijn bindingen vast. Sommige stiltes vragen om chaos.

Boven mij hoor ik een plotseling kabaal. Als ik mij omdraai zie ik een aantal skileraren zonder klasje. De een na de ander maakt een sprong over een hobbel ergens halverwege de berg. Onder luid gejuich van de rest. Groot gelijk hebben ze. De berg heeft er nog nooit zo prachtig bij gelegen als nu. Als ze voorbij zijn daalt de stilte weer neer en ze hebben nog een stukje berg onaangeroerd voor mij achter gelaten. 

De sneeuw komt nog steeds met prachtige dikke vlokken uit de hemel. Maar ik heb er totaal geen last van. Nog nooit eerder heb ik door zoveel verse sneeuw geboard. Zo moet dat dus voelen als je off-piste gaat op stukken ongerepte berg. Mijn onderbenen verdwijnen in de sneeuw en ik weet even niet hoe ik moet sturen. Oké, zo voelt het dus voor iemand die nooit van de gebaande paden afwijkt. De ervaren offpiste-boarder haalt zijn neus op voor dit pak sneeuw. 

Ik merk dat ik even mijn balans moet zoeken. Maar het lukt om grip te krijgen. Voor ik het weet drijf ik op de sneeuw. Mijn board zakt niet meer weg maar tilt me op. Alsof de berg deelt in mijn plezier en besluit me even te dragen in plaats van te testen. Ik surf op de sneeuw, een ander woord heb ik er niet voor. Ik maak grote bochten, kleine bochten. Versnel hier en rem daar. Ik laat een heel spoor (aan vernieling van sneeuw) achter mij. Ik heb de afdaling bijna helemaal voor mij alleen en geniet met volle teugen.  

Halverwege word ik weer ingehaald door de twee heren. Ik merk pas dat ik de hele rit met een brede grijns van de berg afgekomen ben nadat ik hen probeer te groeten en de kramp niet in mijn voeten maar in mijn kaken voel. 

Grappig hoe dezelfde sneeuw in Nederland voelt als last met files, natte sokken en kou. Maar hier voelt het als een cadeau en is het dubbelop genieten. 

Van oh… naar WOW…

Mijn snowboard en ik gaan al bijna 14 jaar samen van de berg. Ik ben daarom ook een beetje gehecht geraakt aan mijn gekleurde plank. Het is dit board waarmee ik ieder jaar iets leer, iets harder ga of een grens verleg. Hetzelfde board waarmee ik ook een paar flinke klappen en schuivers maakte. Na het tweede jaar was er al zo’n grote hap uit mijn board dat ik dacht er niet veel langer mee te kunnen doen. Na het 3e jaar zag ik dat zelfs de staalkant op één punt wat vervormd was geraakt. Een paar jaar verder zat er een flinke kras in het belag. Blijkbaar was ik over een paar dennenappels of stenen geroetsjt. Ieder jaar nam ik me voor het volgende seizoen naar een nieuwe te gaan kijken. Maar ach, ik kwam er nog steeds mee van de berg. 

Het is nog een paar weken tot aan de vakantie en ik besluit alvast mijn board te gaan waxen. Maar tot mijn verdriet zie ik dat nu ook de bovenlaag aan het loslaten is. Misschien, heel misschien wordt het nu toch tijd om eens voor een ander board te gaan kijken. Diezelfde week gaan we naar de winkel. Ondanks de drukte is er een medewerker die mij wil helpen. Hij laat verschillende modellen zien. Legt de voors en tegens uit. Ik heb heel mijn leven op een flexibel beginnersboard gestaan. Weet ik veel wat het verschil is tussen de flexibiliteit van een 3 en een 8. Ook daar helpt hij mij mee en demonstreert verschillende modellen. 

Na een halve ochtend daar te hebben doorgebracht ga ik met een rib minder, maar wel met een nieuw snowboard richting huis. Dit board is heel wat minder kleurrijk maar wel een upgrade van wat ik had. De heren vinden hem heel sjiek, ik vind hem een beetje saai. De week erna voorzie ik mijn board van een verse laag wax en schroef mijn bindingen alvast onder. Ik ben er helemaal klaar voor. 

Zondagochtend, we staan met de groep boven aan de berg. Terwijl de andere boarders hun bindingen nog aan het vastgespen zijn klik ik mijn schoenen in mijn bindingen en ga alvast van start. De vuurdoop voor mijn nieuwe set. Ik wankel de eerste paar bochten even. Hervind mijn evenwicht en dan ga ik. Saai snowboard zei ik eerder? Wow, het stukje hout maakt alles goed. Wat heerlijk om het verschil tussen mijn oude en nieuwe board zo duidelijk te kunnen voelen.

Nee, mijn snelheid is nog steeds niet te vergelijken met de heren. Progressie maak ik wel, ook deze week weer. Stiekem zal de wintersportweek in de kerstvakantie hier ook aan bijgedragen hebben. Toch is het dit setje, met mijn step-on bindingen en mijn nieuwe board dat ervoor zorgt dat ik nog meer geniet van (bijna) iedere afdaling. En dat de hele week lang.

Mijn oude board heeft mij jaren lang van de berg afgesjouwd. Dit board gaat mij verder brengen.

Een dubbele reis…

De start van de wintersportvakantie valt in dezelfde week als de uitvaart van mijn schoonvader. De afleiding komt als een geschenk uit de hemel. Tegelijk voelt het raar om plezier te maken terwijl we even daarvoor nog in zo’n verdrietige achtbaan verkeerden. We slepen het dubbele gevoel als extra bagage met ons mee naar Oostenrijk, terwijl de auto, samen met zoonlief en zijn vriendin, al afgeladen vol is. We besluiten er met elkaar het beste van te maken. Want hoe mooi is het als je je mag omringen met lieve familieleden die stuk voor stuk ook nog eens begrijpen hoe het voelt.

Na een redelijke reis arriveren we op onze nieuwe vakantiestek. Nou ja, het dorp is nog wel hetzelfde alleen onze accommodatie is anders. Het hotel waar we jarenlang vertoefd hebben, besloot om hun concept aan te passen naar een B&B. Iets wat niet aan ons besteed is. We hoopten een goede vervanger te vinden in een hotel direct aan de piste. Het restaurant was ons overigens niet onbekend. Meermaals hebben we hier tijdens voorgaande vakanties met de complete groep geluncht. Voor de tantes die niet skiën is deze locatie vanuit het dorp namelijk ook prima aan te lopen.

We worden niet teleurgesteld. Het hotel overstijgt mijn verwachtingen. Hoewel de kamer iets kleiner blijkt dan wij gewend zijn, komen we er al snel achter dat het restaurant, de bediening, sauna’s en de algehele entourage meer dan goed zijn. Ja, wij komen de week wel door hoor. Na het ontbijt duurt het echter nog even voor we de kamersleutel krijgen. De kids bedenken zich geen moment en toveren de snowboardgear uit de auto. Nog voor de lunch zijn er al een aantal afdalingen gemaakt. De “oudjes”, nog te moe van de reis, zitten de tijd uit op het terras in de zon. Ook niet verkeerd. 

De volgende dag ervaren we hoe zalig het is om na 10 passen al op de piste te staan. Ik klik mijn voeten in mijn nieuwe snowboardbindingen en maak mijn eerste meters naar de gondel. Daar aangekomen blijkt er niemand te staan. “Waar is de rij?” is een van de uitspraken die we vaker uiten deze week. Het is zelfs zo rustig dat we hele pistes voor ons alleen hebben. Sterker nog, de langste rij is tijdens het toiletbezoek na een lunch ergens op de berg. Bizar hoe rustig het is. 

De weergoden zijn ons goedgezind. We boffen: Mooie blauwe luchten en witte pistes. We boarden soms dwars door de wolken. Voor het fijne is het net iets te warm, maar het mag de pret niet drukken. Het duurt een paar dagen voor het mij lukt om al staande en glijdend mijn voet in mijn binding te klikken. Toch ben ik heel blij met mijn nieuwe aanwinst. Ik heb geen een keer kramp of slapende voeten. Mijn schoenen zitten als pantoffels en het boarden gaat erg fijn. Neef leert mij een nieuwe techniek waardoor het mij lukt om een tandje op te schroeven. De heren lachen mij nog net niet uit als ik, uiteraard, als laatste bij de lift aankom. Maar de lach op mijn gezicht neemt niemand mij af. 

We hebben weer genoten van een week vol sneeuwpret, lekker eten en goed gezelschap. Maar ook van de fijne en soms diepgaande gesprekken. De spullen liggen inmiddels weer opgeruimd op zolder. Klaar voor volgend jaar. 

overzicht van onze wintersportweek
🥰

Geweldige week…

Ze zijn nog geen twee minuten open of ik sta al binnen. Terwijl mijn neusharen bij iedere ademhaling lijken te verschroeien, ontspand mijn lichaam zich meer en meer. Wat een zaligheid om op deze manier de dag af te sluiten. Hoewel afsluiten niet het goede woord is. Want we moeten nog eten en daarna hebben we nog een hele avond. Ik heb dus nog even. Er is verder niemand in de sauna aanwezig. Ik heb het hele zweterig houten hok voor mij alleen. Ongestoord laat ik mij door de warmte meenemen naar de afgelopen dagen.  

Wat een zalige week was het. We hebben alle weer type’s voorbij zien komen. Regen, mist, sneeuw en gelukkig ook blauwe lucht en zon. Uiteraard was ik weer veel te warm gekleed. Het woordje winter in onze wintersportweek doet geen eer aan waar wintersport normaal voor staat. Het woordje sport daarentegen wel. Want hoe later op de dag we kwamen hoe meer we moesten werken om überhaupt beneden te komen. Hele delen van de piste waren in korte tijd veranderd in een heuvelachtig landschap. Geregeld had ik het gevoel aan het wakeboarden te zijn in plaats van aan het snowboarden. 

En toch he, ik val in herhaling als ik zeg dat ik deze vakantie weer wat grenzen verlegd heb! Ondanks de niet zulke goede sneeuw- en weercondities is het ook dit jaar weer gelukt. Dit was by far de beste snowboard week voor mij ooit!! De twijfel die ik aan de start van mijn aller eerste afdaling van deze week had, want totaal geen voorbereidingen getroffen, was zo vet ongegrond dat ik er nu eigenlijk een beetje om moet lachen. 

Oké mijn leercurve staat, vergeleken bij zoonlief, in standje slak. Ik leer wel, maar niet zo snel. Snowboarden doe ik maar 1 keer per jaar een weekje. En toch gaat ie ieder jaar ietsjes omhoog. Dat, en alles er omheen uiteraard, maakt het snowboarden nog leuker. Want ieder jaar leer ik iets, verleg ik grenzen of lukt iets wat voorgaande keren niet ging. Daar teer ik de hele vakantie op en zelfs de eerste paar maanden na de vakantie. 

Dus toen ik deze week mn board onder bond en als een razende Roeland de berg af sjeesde zonder de controle te verliezen was niet alleen ikzelf verbaasd. Ook de rest stond er van te kijken. Het leek wel of een jaartje “rust” mijn lichaam had goed gedaan. Ondanks de slechte condities van de piste heb ik heel de week zalig geboard. Kun je nagaan hoe het zou gaan als we de perfecte condities hebben…

Het was weer een week vol pret. Waarin we te veel hebben gegeten en gedronken, te weinig hebben geslapen en dubbel zoveel lol hebben gehad. Een week met niet alleen spierpijn in mijn benen maar ook in mijn buik van al het lachen. We hebben samen geboard, geskied, geshopt, gewandeld, gegeten, herinneringen opgehaald en herinneringen gemaakt, een sauna en een drankje gepakt en spelletjes gespeeld. Een week van onbezorgd plezier maken met elkaar. 

Na 25 minuten is er een einde gekomen aan mijn sauna sessie. Het is tijd om te gaan douchen en de koffers te gaan pakken. Morgen begint de reis naar huis. Ik kijk nu al uit naar volgend jaar.

Sprookjesachtig mooi…

Het heeft heel de avond en nacht gesneeuwd. En niet die lullige kleine witte vlokjes die smelten zodra ze de grond raken. De vlokken die in Nederland meestal naar beneden vallen. Nee, dit is het echte werk. De sneeuw heeft zich als een dikke zachte deken over het hele landschap gedrapeerd. Als er in het dal al zoveel is gevallen, hoeveel zou er dan op de berg terecht zijn gekomen? Dat is de eerste gedachte die in mij opkomt als ik vanuit mijn slaapkamer naar buiten kijk. Ik kan mij bijna niet inhouden en voel mij als een kind dat op schoolreisje gaat. Uitgelaten en enthousiast. 

Maar eerst gaan we met de hele groep ontbijten. Het is half 8 als we aanschuiven in het restaurant en ons te goed doen aan al het lekkers. Ik eet veel te veel maar houd mijzelf voor dat het een actieve dag gaat worden. Zonder brandstof wordt het niks! Nog geen uur later staan we allemaal buiten, gehuld in onze warme sportieve kleding. Op naar de skilift voor onze eerste afdaling. 

Onderaan de lift nemen we afscheid van de twee tantes, die zichzelf vermaken in het dorp. Er volgt nog een groepsfoto en daarna gaan we naar boven. Het weer is wisselvallig. Zo nu en dan sneeuwt het. Dit houd eigenlijk heel de dag aan. Het maakt de winterse gedachte wel helemaal af. Het is heerlijk om het board weer aan mijn voeten te voelen. Hoewel het zicht af en toe wat lastiger wordt. Her en der boarden we namelijk letterlijk tussen de wolken door. De tweede dag is een lichte kopie van de eerste. Maar de zon laat zich nu wel af en toe zien. Een mooi voorbode voor de 3e dag. 

Die breekt sneller aan dan ik wil. Onderweg naar boven vergaap ik mij aan het mooie uitzicht. De zon zet alles, zoals altijd, in een ander perspectief. Boven is totaal niet te vergelijken met beneden. De sneeuw van de voorgaande nacht heeft alles bedekt en het heeft een dempend effect. Alles lijkt zachter en mooier. We zijn vroeg boven en zo’n beetje de eerste. De heren kiezen voor het stijle stuk maar dat sla ik graag over. Ik besluit het bospad te nemen. Aan het einde van de route komen beide stukken weer samen. Zodra ik de bocht om ben, ben ik helemaal alleen. 

Het enige geluid dat ik hoor is de knerpende sneeuw onder mijn board. Het liefst zou ik hier stil gaan staan om alles extra in mij op te nemen. Het is werkelijk prachtig. Het besneeuwde landschap strekt zich voor mij uit. De paden voor mij zijn nog onaangeroerd en de bomen zijn gehuld in een mooie witte deken. Kennen jullie het sprookje Narnia? Waarbij Lucy via de achterkant van een kledingkast in een ander land terecht komt? Zo voel ik mij ook. Dit is een compleet andere wereld. Magisch en betoverend.

Gelukkig mag ik hier nog een paar dagen vertoeven. Want de rest van de week, op de laatste dag na, is nog even magisch als die eerste dagen. De temperatuur loopt langzaam op maar de bomen zijn tot zeker dag 5 mooi wit en de bospaden goed begaanbaar. Dus neem ik iedere afdaling nog eens en nog eens en nog eens. Het is hier sprookjesachtig mooi!

Wel of niet …

“We weten nog niet of we meegaan…” of “We kijken wel of we nog kunnen boeken…”  of “Misschien, we weten het nog niet zeker…”. Allemaal antwoorden waar ik geen ruk mee kon. Maar die mij wel steeds de hoop gaven dat het geen definitief NEE was. Iedere keer als we elkaar zagen of spraken vroeg ik er naar. Iedere keer kreeg ik van mijn oom en tante het zelfde antwoord. “Geen idee, we zien wel, misschien…”

We gaan al jaren met elkaar op vakantie en de groep is gewoon niet compleet als niet iedereen er bij is. Op het laatste feestje dat we hadden zei mijn neefje spontaan dat ie ging kijken of het hem ging lukken vrij te nemen. Want tja, zo’n wintersportweek is toch wel heel tof! Maar van mijn oom en tante kreeg ik alleen een vaag antwoord zoals hierboven al omschreven.

Na die week bleef iedere vorm van communicatie uit. Ik dacht nog dat ie het misschien gezegd had in een dronken- of sentimentele bui. Of omdat ie mijn gezeik zat was, dat zou natuurlijk ook nog kunnen. Ik hield op met zeuren en legde mij er bij neer dat dit een jaar zou worden met het kleinste groepje wintersporters ooit. Want zoonlief ging ook al niet mee.

Dit mocht de pret niet drukken en met de overblijvers bespraken we al wat we zouden gaan doen. Lekker boarden en skiën. Misschien zelfs een dagje naar een ander skigebied. Een middag met tante op stap die niet skiet. En uiteraard een paar keer relaxen in de sauna. Maar eerst moesten we nog op de plaats van bestemming zien aan te komen. 

De reis naar Oostenrijk, die rond 22.00 uur van start ging, verliep heel voorspoedig. Het was super rustig onderweg. De voorspelde regen en sneeuw bleef gelukkig grotendeels uit en er waren ook geen al te grote wegwerkzaamheden. Dit hebben we wel eens anders meegemaakt. Waar we ons wel de tandjes van schrokken was de hoge benzineprijs langs de weg. Na één keer tanken besloten we daarna alleen nog in de dorpjes naast de snelweg te gaan tanken.

Veel vroeger dan anders kwamen we op onze vaste vakantiestek aan. Neef en nichtje waren reeds gearriveerd en stonden vanuit de lobby naar ons te zwaaien. Iet wat stijf liepen we het hotel in. En daar stond Neefje-die-mee-zou-gaan-maar-niks-meer-liet-horen midden in de hal. “Surprise!!” Riep hij keihard. Voor ik het wist hing ik om zijn nek en kneep hem bijna fijn. Super tof!! Ik kon er maar niet over uit dat het hem gelukt was. De stinkerd had ons niks verteld.

Inmiddels waren we allemaal gearriveerd. Net toen we het ons in de lobby gemakkelijk wilden maken in afwachting van de sleutel van de kamer, stond ons nog een verrassing te wachten. Oom en tante kwamen tevoorschijn. “Surprise!!!” Werd er weer geroepen. Nu kon ik mij niet meer inhouden. Ik vloog ze beide om de hals en moest er zelfs een traan van blijdschap van laten. Al die tijd wisten ze al dat ze mee zouden gaan maar vonden het te leuk om ons voor de gek te houden. Ze moesten wel ruim voor ons aanwezig zijn zodat ze ons konden verrassen. En dat is meer dan gelukt!!

Schaatspret in de polder…

Uiteraard staan er nog een aantal to-do taken op de huishoudelijke lijst voor dit weekend. Maar het weer gooit roet in het eten. Soms moet je gebruik maken van de mogelijkheden die zich voordoen. Zo ook vandaag. Want het is sowieso de laatste dag en het zou zelfs wel eens de laatste keer van het jaar kunnen zijn. Dus duiken we bij het ontwaken direct de vliering op. Snorren onze schaatsen, ijshockeysticks en de puck op uit de wintersporthoek. Met een broodje en koffie in onze mik rijden we naar de polder waar we, hopelijk, onze eerste schaatsstreken van het jaar kunnen maken. 

Onderweg zien we al voldoende mensen schaatsen, glijden en sleeën. Het heeft dan ook flink gevroren afgelopen nacht. Zo erg dat we de auto niet eens open kregen toen we weg wilden rijden. Er zijn er meer die het er nu lekker van nemen. Maar uit voorzorg rijden wij door naar de polder. Want daar is de sloot niet al te diep. Des te meer kans dat het goed dicht gevroren is en mochten we er toch doorheen zakken dan staan we hooguit tot onze knieën in het water. Het is daar leuker en ook niet onbelangrijk, het is er meestal niet druk.

Poownie snapt er niks meer van als we de auto bij stal neerzetten en ik hem vanaf de andere kant van het hek groet. Hij staat mij na te kijken terwijl ik met mijn schaatsen onder mijn arm naar de waterkant loop. Er staan al verschillende mensen op het ijs. Het is zo leuk komt te zien hoe iedereen zich voortbeweegt. De één gracieus en elegant, de ander al stuntelend terwijl hij links en rechts ingehaald wordt door iemand op noren. 

Vriendlief heeft binnen no-time zijn schaatsen onder gebonden. Springt overeind en doet alsof hij nooit anders gedaan heeft. Hij schaatst een stuk, draait om zijn as en gaat in zijn achteruit verder. Maakt wat overstappen links- en rechtsom terwijl hij ondertussen op mij aan het wachten is. Zelf schaats ik al mijn hele leven. Toch voel ik mij de eerste paar minuten altijd een soort Bambi. Maar voor het zover is moet ik eerst van mijn kont af en het ijs op. 

Nou, daar ga ik dan. Ik wankel en wiebel wat. Herstel mijn evenwicht terwijl ik mij al glijdend en schuivend richting vriendlief begeef. We maken een rondje op de plas waar nog twee gezinnen rondjes schaatsen. Na 5 minuten voel ik mijn scheenbeen al. Maar ik klaag niet. Want morgen is het namelijk weer 9 graden. Dus tijd om er lekker een paar dagen voor uit te trekken heb ik niet. De spierpijn die ik morgen ga voelen neem ik voor lief. 

Ik voel mij gaandeweg zekerder worden. Mijn streken worden langer en beheerster. Het lukt mij om over te stappen en achteruit te schaatsen. We kunnen zelfs nog wat “ijshockeyen”. Ooh ik geniet met volle teugen en ben als een kind zo blij. Mijn schenen voel ik niet eens meer. De kramp in mijn kaken des te meer. Ik heb het niet doorgehad maar al die tijd heb ik met een vette glimlach op mijn bakkes op het ijs gestaan. Met vermoeide spieren en heel voldaan trek ik twee uur later mijn schaatsen weer uit. Dit pakken ze ons niet meer af. 

Buitengewoon fantastisch…

Dit is echt mijn meest onvoorbereide wintersport ever! Normaal volg ik een lesje. Bezoek ik een indoor skiberg of ben ik druk met het uitwerken van een eigen sportprogramma. Alles om maar zo optimaal mogelijk van die ene week in de bergen te kunnen genieten. Dit jaar ging ik er van uit dat onze wintersport, net als vorig jaar, vanwege corona niet door zou gaan. Maar toen kregen we groenlicht en was het al een soort van te laat om nog echt iets te kunnen doen. Ik waxte mijn board, wat tot dan toe mijn enige echte voorbereiding was en hoopte er maar het beste van.

Het duurt even voor ik in de vakantiestemming kom. Sommige mensen zouden het vakantiestress noemen. Toen Draak ons vanaf zijn vakantie-adres volmondig “dag” en “doei” toeriep en ik Poownie voor een laatste keer een aai over zijn hoofd had gegeven, kon ik echt mijn koffers in de auto schuiven. De voor mijn gevoel eeuwig durende rit naar Oostenrijk start rond 21.30 uur. De rest van de familie is al zeker een uur aan het rijden en wacht ons op zodra we bij het hotel aankomen.

Als we de grens bij Kufstein oversteken worden we begroet door sneeuw. Sneeuw langs de kant van de weg en sneeuwval uit de lucht. Kijk, dat begint alvast goed. De hele week is er Kaiserwetter voorspelt. Witte pistes, blauwe lucht en de juiste temperatuur. Wanneer we ’s middags naar de piste lopen om boards en ski’s weg te brengen naar de lockers genieten we hier alvast van. Wat een zaligheid om hier na twee jaar weer te zijn. 

De eerste echte skidag breekt aan. Toch wat onwennig besluit ik er, samen met mijn nichtje en oom, op het middenstation uit te gaan. De rest gaat door naar boven en zien we na de eerste afdaling weer terug ergens op de berg. We starten op een relatief rustige piste. Zowel wat mensen betreft maar ook qua afdaling. Dit is er een uit mijn favorieten. Soms is het handig om bekend te zijn met je omgeving. 

Mijn zorgen over mijn techniek en houding zijn zo onterecht geweest. Een jaar niet op wintersport heeft mij goed gedaan. Met gemak kom ik naar beneden. De rest van de vakantie kan ik alleen maar genieten van zo’n beetje iedere afdaling die ik maak. Door het zalige weer is het geen straf om in de stoeltjeslift te zitten. Waar overigens de meest gekke gesprekken gehouden worden (Gerritje meets Coentunnel voor “insiders” 🤣). En omdat het allemaal zo fijn gaat besluiten we de afdaling gewoon nog een keer of drie te doen. 

Nog nooit ben ik zo snel beneden geweest en heb ik hele stukken piste achter elkaar geboard zonder kramp in kuiten en voeten. Dit is de eerste vakantie dat ik langer in de lift zit dan dat ik over een afdaling doe.

Met het prachtige weer lunchen we iedere middag op het terras aan de piste en sluiten we de dag af met een schnaps op ons balkon in de zon. Heel vervelend allemaal!

De week is omgevlogen en inmiddels zijn we weer thuis met een berg vuile was. Maar ook met een dosis nieuwe energie, een stapel toffe foto’s en een lading fijne herinneringen. Op naar volgend jaar.

 

Wintersport in eigen land…

Nou, volgens mij kan ie wel hoor!! Roept vriendlief vanuit de deuropening. Als een stuiterbal dender ik de trap op om mij om te kleden. Mijn schaatsen had ik een paar dagen ervoor al klaar gelegd in de gang. Schoenen aan, jas van de kapstok. Nog net op tijd denk ik aan mijn handschoenen en graai deze ook nog even uit de la voor ik de deur achter mij dichttrek. Alle kinderen zitten op dit moment nog op school. Lekker rustig dus. 

Terwijl Vriend zijn schaatsen al aan het aantrekken is loop ik heel bedenkelijk een ronde om de sloot. Hij riep wel dat het kon, maar toch vertrouw ik het nog niet helemaal. “Kom je nog?” Roept vriend vanaf het ijs. Ik durf er eigenlijk niet eens met mijn schoenen op. Het ijs kraakt aan alle kanten terwijl hij zijn eerste rondjes maakt. Krakend ijs breekt niet is net zoiets als blaffende honden bijten niet, toch?? Ik blijf wel aan de kant kijken hoe hij straks een wak in schaatst… Na een paar minuten stapt ook hij bedenkelijk van het ijs. Het kraakt toch wel heel erg. 

Ik heb een beter idee. We rijden naar de polder. Daar is een fantastisch natuurgebied dat geen hinder heeft van bebouwing en dus prima is dicht gevroren. Een bijkomend voordeel, de plas is niet zo heel diep. Mocht het mis gaan… Het ijs ligt er redelijk bij. Ook nu kraakt het maar ik voel mij hier veiliger dan bij de sloot achter ons huis. We hebben het hele stuk voor ons alleen. Dat maakt het ook direct een beetje tricky, want waar kun je wel en niet precies schaatsen. Ik blijf veilig aan de kanten. Het is ruim 9 jaar geleden dat ik op het ijs gestaan heb en ik voel mij net Bambi. 

We worden aangemoedigd door een aantal wandelaars. “Wat leuk dat er al geschaatst kan worden!” Roepen ze vanaf de kant. Met gevaar voor eigen leven, dat dan weer wel. Het is dat ik niet kan wachten!! Na nog geen uur houden we het hier voor gezien. De voeten, de onderrug, mijn schenen. Vroeger stond ik hele dagen op het ijs. Nu ben ik na een uur al versleten. Maar wel voldaan!!

We knallen wat foto’s in de groeps-app met de vraag wie er zin heeft om de volgende dag met ons mee het ijs op te gaan. Niet iedereen schaatst of heeft schaatsen maar vanuit iedere familie (die mee zou gaan op wintersport) komt er wel een “afgevaardigde” die kant op. Wanneer de meeste jeugd nog op school zit, staan wij met zijn allen op het ijs. Met of zonder schaatsen. Hoe leuk is dat!! Er stond een straffe wind, er was sneeuw en ijs, we hadden kramp in de pootjes, deden lompe praat en hebben flink gelachen. Yep onze wintersportweek samengevat in 2 uur ijspret. Alleen de koek en zopie (apfelstrudel und schnaps) miste nog. 

Ik stap deze zaterdag zonder spierpijn uit bed. Toen ook de wind nog achterwege bleef stuurde ik weer een berichtje rond. “Wie gaat er mee?” Dit keer waren er ook andere familieleden die zowel op de schaats of met de wandelschoenen aan, mee deden. 

Dit weekend was een ware traktatie, met de mooie blauwe lucht boven ons en het krakende ijs onder de voeten, toch een beetje wintersport tijdens onze wintersportloze week…

 

Voor het eerst op het ijs

Dat je…

  • Jezelf afvraagt of de weersvoorspellingen dit keer wel uitkomen. Want op het moment dat ik naar bed ga valt er wel wat sneeuw maar het blijft nog niet echt liggen;
  • De wind hoort gieren om het huis; 
  • Wakker wordt en de wereld inderdaad heel mooi wit is;
  • De eerste wandelaars en kinderen met sleetjes al voorbij ziet komen schuifelen om van dit natuurverschijnsel te kunnen genieten; 
  • Jezelf realiseert dat dit eigenlijk de eerste dag zou zijn op de piste tijdens een week wintersport;
  • Nu met je slee naar de heuvel in het park moet om het gevoel misschien te kunnen evenaren;
  • Moet huilen omdat je nu naar een witte tuin in plaats van een witte berg kijkt;
  • Merkt dat er een flinke oostenwind staat zodra je je hoofd buiten de warme zone van je huis steekt; 
  • De gevoelstemperatuur aanzienlijk voelt zakken en de stuifsneeuw van de daken ziet waaien; 
  • Eigenlijk buiten wilt spelen maar alle “kinderen” zijn alweer naar binnen en verder is er niemand die mee wil; 
  • Ook nog naar stal toe moet maar niet zo goed weet of het slim is om te gaan, want code “paniek”; 
  • Paard hier geen boodschap aan heeft, en dat je dus toch naar buiten moet;
  • Vriend zo lief is om zijn auto sneeuw- en ijsvrij te maken om zijn leven met jouw erbij, te wagen op de totaal niet sneeuwvrij gemaakte wegen;
  • Langer over de reis doet maar gelukkig veilig aankomt op stal;
  • Een paard aantreft waarbij de ijspegels in zijn wintervacht hangen;
  • Je afvraagt of het er in de ijstijd ook zo zou hebben uitgezien??
  • Schrikt van de klompen sneeuw onder zijn hoeven. Maar zodra je ze hebt weggehaald zit het er na een paar passen weer onder; 
  • Merkt dat hij het tot nu toe totaal niet koud lijkt te hebben. Is in andere winters wel eens anders geweest. Zijn teddyberen vacht, inclusief ijspegels, isoleert dus prima;
  • Op de terugweg naar huis pas sneeuwschuivers en zoutstrooiwagens ziet rijden;
  • Het jammer vind dat het wakeboard-touw nog op de boot ligt; 
  • Anders voortgetrokken kon worden achter de auto terwijl jezelf op je snowboard staat;
  • Dit minimaal tot aan stal had vol kunnen houden want overal lag voldoende sneeuw;
  • Dan ongeveer net zoveel had afgelegd als 1 afdaling tijdens de vakantie;
  • Ook wel weet dat dit eigenlijk niet mag. Maar fuck it!! er ligt maar 1 keer in de 15 jaar zoveel sneeuw in Nederland en Corona heeft je ook al je wintersportweek afgepakt!!
  • Het uiteindelijk dus niet gedaan hebt, want geen touw;
  • Bevroren thuiskomt en met een bak koffie en je voetjes omhoog op de bank zit bij te komen wanneer je een app van je nichtje krijgt met de vraag of je buiten komt spelen; 
  • Het leuk vind dat je gelukkig niet de enige in de familie bent die het kind in zichzelf nog koestert;
  • Helaas moet afzeggen want bevroren… 
  • Wel afspreekt om samen te gaan schaatsen zodra de sloten bevroren zijn;
  • Eigenlijk niet kunt wachten tot het zover is;
  • Nu aan het einde bent gekomen van deze lijst met hier en daar een klaagzang.