Boven alles, sedum…

Jarenlang heb ik erover gezeurd. Niet één keer, niet twee keer, maar ontelbare keren. Ik wilde een sedumdak. Waarom? Omdat het mooi is. Omdat het slim is. Omdat ik er gewoon heel blij van word. Vriendlief? Die vond het maar niks. Wat moet je daar nu mee? Maar na al die tijd was hij blijkbaar klaar met mijn enthousiaste pleidooien. Dus… hier zitten we dan. Met ons eigen sedumdak.

Oorspronkelijk was het plan om dit groene wonder op de schuur te plaatsen. Tot we ons realiseerden dat we eigenlijk geen idee hadden of de schuur dat überhaupt zou overleven. En een schuurdak dat instort onder het gewicht van mijn duurzame project leek mij nou niet bepaald de bedoelde vorm van ecologische vooruitgang. Dus toen de aanbouw een nieuwe dakbedekking nodig had, greep ik mijn kans: dát werd de plek voor mijn groene oase.

We hebben het laten aanleggen door een bedrijf. Niet per se omdat we het zelf niet konden, maar meer omdat het idee van een vakman ons een gerust gevoel gaf. Achteraf? Hadden we het prima zelf kunnen doen. Maar goed, sommige dingen wil je gewoon graag goed geregeld hebben, en nu ligt het er strak bij. Nou ja strak? Het kan een paar maanden duren voor het helemaal is opgevuld en je de naden en randen niet meer zo duidelijk ziet. 

Het begin is er en het groeit ook nog eens iedere dag een beetje meer. We bekijken het regelmatig, bijna alsof we de groei kunnen versnellen door er met bewondering naar te staren. Ik bedoel, wie had ooit gedacht dat ik zoveel liefde kon opbrengen voor mosachtige vetplantjes op een dak? Maar eerlijk is eerlijk: het is prachtig om te zien hoe het zich verspreidt en alles steeds groener wordt.

Wat het nog mooier maakt, is dat een sedumdak niet alleen mij blij maakt, maar ook tal van praktische voordelen biedt. Zo helpt het bij isolatie, waardoor ons huis in de winter warmer en in de zomer koeler blijft. We denken dat we dit bij de afgelopen eerste warme periode al gemerkt hebben. Het was gewoon fris binnen. En vooruitlopend op de energierekening, laten we eerlijk zijn: alles wat helpt tegen torenhoge energierekeningen is een winnaar. Daarnaast is het een natuurlijke waterbuffer. Wanneer het regent, zuigen de plantjes het water op en laten ze het langzaam weer los. Geen plassen, geen overtollige afvoerproblemen. Gewoon een slim systeem dat de natuur op haar eigen tempo laat werken. In een woonwijk waar wateroverlast soms een issue is, voelt dat als een kleine overwinning.

Niet te vergeten: het brengt meer biodiversiteit! Oké, het moet nog wel even groeien en bloeien voor het zover is. Maar uiteindelijk vinden bijen, vlinders en andere nuttige insecten hier hun plek, wat goed is voor de natuur én stiekem gewoon gezellig oogt. En misschien wel het leukste voordeel: het maakt ons uitzicht een stuk aangenamer. Een groen dak geeft een levendige uitstraling. Veel beter dan de grijze saai tegels die er eerst lagen. 

En, tot slot, het moment waar ik zo lang op gewacht had: vriendlief heeft toegegeven dat het eigenlijk best mooi is. Misschien zelfs een béétje handig. Misschien. Maar daar hoor je mij verder niet over opscheppen. Ik geniet gewoon van mijn stukje groen boven ons hoofd.

Verandering met impact…

“Op zondagochtend, net iets over tienen ontvangen we het bericht dat alles goed gegaan is. We hebben nu een officiële go om maandag te starten. Duimen jullie mee?” Zo eindigde ik mijn blog ergens in maart. Inmiddels zijn we alweer aardig wat weken verder. Daarmee ook alweer een stuk verder in het project. Het omzetten van de oude naar de nieuwe omgeving was toch wel even spannend. Iedereen die aanwezig kon zijn was er of stond stand-by. Ik had namelijk heel wat problemen en telefoontjes verwacht. De groep waarvan ik stiekem de meeste reacties had verwacht bleef overigens helemaal stil.

Een enkeling had wat vragen maar de meeste reacties die we, direct na het live gaan mochten ontvangen waren allemaal positief. Er kwam hier en daar zelfs nog mooie feedback terug. En de groep waar ik de meeste reuring bij had verwacht koppelde enkel aan mij terug dat ze al langer op zo’n manier van werken zaten te wachten en eigenlijk niet konden wachten op de verdere uitrol hiervan. Dat gaf mij niet alleen goede moed, maar er viel ook wel een last van mijn schouders. Er waren er zelfs al een aantal die hadden aangeboden om mee te helpen brainstormen bij het volgende deel dat omgezet moet worden. Hoe tof is dat?!

Het project bestaat uit meerdere fases. Eerder zei ik al dat we dit niet allemaal tegelijk om kunnen zetten. Om een goede werking van onderdeel “A” te garanderen moest onderdeel “B” als eerste om. Toen dat eenmaal liep mocht ook de pilot-groep van start met onderdeel “A”. De groep bestond uit zzp-ers die zichzelf hadden opgegeven voor dit deel en wel van een uitdaging houden (lees: niet snel in paniek zijn als iets niet verloopt zoals zou moeten.) Ze mochten vier weken lang aan de slag met eveneens een nieuwe werkwijze. Dit keer van papier naar digitaal. Sneller, efficiënter en veiliger. Van deze groep ontvingen we waardevolle feedback waarmee we mooie verbeteringen konden doorvoeren.

De evaluatie na de pilot-periode was zo positief dat we de tweede groep, van de drie in totaal, voorzagen van materiaal. Ze gingen vlot van start en ook nu kregen we weer fijne feedback en mooie complimenten.

Inmiddels had de derde en tevens laatste groep al moeten starten. Maar zoals altijd het geval is wanneer er geld uitgegeven moet worden aan producten gooit de afdeling inkoop roet in het eten. Vanwege contracten die ons moederbedrijf heeft afgesloten, kunnen we niet zomaar bij elk bedrijf iets aanschaffen. Op hogerhand wordt nu overleg gevoerd hoe dit op de juiste wijze wel gedaan kan worden. Ik heb daar de kennis niet van in huis en blijf mij daarom lekker bezighouden met alles waar ik wel invloed op kan uitoefenen.

Zo kwam het dat we bij het opruimen van een bepaalde ruimte nog wat oudere materialen tegen kwamen. Deze hebben we afgestoft en zijn door IT vorige week voorzien van de juiste programma’s. De tablets zijn onderweg naar onze laatste groep. Vanaf halverwege mei zal dan iedereen voorzien zijn van de nodige materialen en kunnen starten met onderdeel “A” van ons project.

Als ook daarbij alles goed verloopt dan zijn we voor de start van de zomer helemaal om. En dat betekent dat het eerste onderdeel van het project geslaagd is.

Bruce (not) Almighty…

Het gebeurt op het moment dat ik van invoegstrook wissel. Er gaat een schril gepiep af en een complete kermisshow aan lampjes sieren mijn dashboard. Het vermogen van “Bruce” neemt af en ik kan niet anders dan naar de vluchtstrook sturen in de hoop dat ik dat ga redden. Ik moet er niet aan denken om midden op de A16 stil te komen staan. “Kom op, je kunt het!!!” moedig ik hem aan. Echt he, pech hebben komt nooit gelegen. Maar vandaag is wel heel ongelukkig gekozen, ik bedoel, als dit zou gebeuren wanneer ik naar mijn werk toe moet dan kan ik nog wel op de fiets. Maar naar Zoetermeer is toch best een eind.

In mijn display verschijnt eerst 1 foutmelding met de mededeling dat ik de handleiding moet controleren. Gevolgd door melding 2,3,4 en 5. Inmiddels brandt het motorlampje ook. Direct daarna komt de melding: “laat dat boekje maar zitten, raadpleeg liever een monteur”. Die heb ik niet naast mij zitten. Ik schuifel, met gevaar voor eigen leven, m’n auto uit en klim over de vangrail. Op dat moment zie ik rechts van mij dat de rijbaan al wordt afgekruist. Gaat er automatisch een sensor af als je over de vangrail stapt of zo? Dan zie ik links van mij een grote gele ANWB-auto aankomen, compleet met zwaailicht! Dat is wel erg snel. Ik heb mijn telefoon nog niet eens gepakt om ze te bellen. 

Hij stopt netjes voor mijn auto en schuift de oprijplaat al uit. Ik denk dat hij mij verwart voor iemand anders en ik probeer hem dat duidelijk te maken. De beste man wil hier niks van weten. “Mijn auto in” roept ie vanaf de andere kant. “Je weet toch wel dat je hier niet mag staan?!” Ik kijk hem even verbouwereerd aan. “Oh echt!? roep ik wat sarcastisch terug. Ik heb deze plek ook niet gekozen. Dat heeft mijn auto gedaan! Maar ik houd mijn mond. De man heeft helemaal gelijk. Ik moet daar weg. Ik kruip de vrachtwagen in en ondertussen rijdt hij Bruce op de “ambulance”. Terwijl mij altijd is gezegd niet bij een wildvreemde in de auto te stappen, voelt het met al die vrachtwagens die langs razen nu toch wel veilig. 

“Zo”, zegt de ANWB-mijnheer, als hij ook is ingestapt, “je hebt geluk dat ik je zag staan, want ik ben eigenlijk onderweg naar een andere melding.” Lucky me. Gelukkig ben ik lid van de ANWB. Dus zonder problemen crossen we naar de eerste de beste autodealer om Bruce aan hun zorgen over te laten. Dankzij zijn snelle optreden heb ik niet langer dan vijf minuten met pech langs de weg gestaan. Hulde voor deze werknemer!! 

Bij de dealer wordt ik niet echt met open armen ontvangen. Bruce z’n motor sputtert en pruttelt nog meer wanneer ie van de rijplaat wordt gereden. Aan de balie probeer ik mijn spontaanste blik met een vleugje vriendelijk-smeken, in de hoop dat ze mij niet alsnog wegsturen. Nadat mijn gegevens genoteerd zijn krijg ik te horen dat de wachttijd wel zes weken kan zijn. Zooo, zegt dat iets over het merk of zo?! Ik kan mij nog net inhouden voor het er acht worden. 

Ik hoop dat ze snel een diagnose voor ‘Bruce’ (en mij) hebben en dat het meevalt. Duimen jullie mee?

Terug in het zadel…

Zaterdagochtend, 09.15 uur. Ik fiets door de polder onderweg naar stal. Het is lang geleden dat ik door dit stuk polderlandschap heb gefietst, sterker nog, het is überhaupt lang geleden dat ik op de fiets ben gestapt. Het weer is zalig en er is bijna niemand buiten. Er staat nauwelijks wind. Ik hoor alleen het ruisen van de blaadjes aan de bomen en het vrolijke gefluit van vogels. Dit belooft een goede start van de dag te worden. 

Zoals gewoonlijk ben ik veel te vroeg op stal. De ochtenddienst heeft net haar ronde afgerond. Gelukkig kunnen we nog even bijkletsen, want het is alweer een tijd geleden dat we elkaar hebben gezien. Na een kwartier druppelen de andere stalgenoten binnen. Op het programma staat vandaag een buitenrit. Ik ben door een van hen uitgenodigd om mee te gaan. Vorig jaar vroeg ze al eens of ik mee wilde, maar toen schoof ik het steeds voor me uit. Dit voorjaar stelde ze het opnieuw voor en ik besloot erop in te gaan. Ik wilde heel graag weer eens een ritje maken. Het is inmiddels meer dan anderhalf jaar geleden dat ik op een paardenrug heb gezeten. Als zo’n kans zich aandient, zou ik wel gek zijn om hem niet te grijpen. 

Gelukkig had ik nog een cap die me enigszins paste. Met Poownie droeg ik die zelden, eigenlijk alleen tijdens wedstrijden. Maar omdat ik al enige tijd niet meer heb gereden, wat ouder en strammer ben geworden en deze paarden totaal niet ken onder het zadel, wil ik geen risico nemen. De cap had nog wel wat aanpassingen nodig. Of hij is gekrompen, of ik heb een groter hoofd gekregen. Uiteindelijk past hij.

Voor deze rit krijg ik het braafste paard toegewezen. Ik ga lekker aan de poets, het is weer die tijd van het jaar, dus binnen de kortste keren zit alles en iedereen onder de haren. Al snel staan alle drie de paarden gezadeld klaar en kunnen we vertrekken.

Het is even een vreemde gewaarwording als ik in het zadel klim. Ik zit een stuk hoger en haar bewegingen voelen anders. Zelfs de energie hier bovenop voelt anders dan wanneer ik naast haar sta. Toch voelt het op de een of andere manier vertrouwd. Ik kan mijn alertheid al snel loslaten. Ze zet geen stap verkeerd en zal eerder inhouden dan als een raket vooruit schieten. Driekwart van de rit kan ik volbrengen met een losse teugel.

We stappen een flink stuk over bekend terrein en komen daarna in een deel dat ik nog nooit eerder heb gezien. Dit terwijl ik daar regelmatig met Poownie heb gewandeld. We draven af en toe en er zit zelfs een stukje galop in. Pas wanneer ik pijn in mijn kaken voel, realiseer ik me dat ik de hele rit heb zitten lachen. Wanneer ik denk dat we alweer richting huis gaan, buigen we toch de andere kant op. We rijden een stuk langs het water, wat nog eens 45 minuten aan de rit toevoegt. Hoewel mijn spieren er heel anders over denken, juich ik van binnen.

Inmiddels ben ik alweer even terug en lig ik in de tuin bij te komen van een heerlijke, zonovergoten buitenrit, mogelijk gemaakt door mijn lieve stalgenoot. De spierpijn die ik de komende drie dagen zeker zal hebben, is het meer dan waard!

Boven Rotterdam en onder de zon…

Sinds vorig jaar ondernemen we met een aantal familieleden geregeld iets leuks. Zo hadden we eerder al een Indische high tea, bezochten we het theater of gingen we naar de dierentuin. Het was alweer even geleden dat we iets ondernomen hadden. De laatste twee keer was dit met de verjaardag van zowel mijn zus als tante, beiden in januari. Bij de één een gezellige lunch en bij de ander een avond dansen. Het was zus die met een nieuw idee kwam. 

“Dit is leuk, dineren op hoogte. Wie heeft er zin?” appt ze ergens in maart. We kunnen kiezen uit een lunch, high tea of een gourmetavond.” Ik heb geen flauw idee wat of waar dit is. Want het eerste dat zus erbij zet is dat het wel in Rotterdam is maar niet in de Euromast. Blijkbaar is er in Rotterdam een heus attractiepark. De opening zou al in 2014 zijn maar dat wordt steeds uitgesteld. Het staat er nogal verlaten bij. Het UFO restaurant dat erbij hoort doet het daarentegen wel goed. Het is een restaurant dat 42 meter de lucht in gaat en daarna 360 graden draait. Bij daglicht heb je een prachtig zicht over Rotterdam. 

Iedereen ziet het wel zitten en al snel gaat er een datumprikker rond. Uiteindelijk wordt het een zondag in april. We hebben gekozen voor de lunch. De gourmet leek ons iets te zwaar op de maag en een High tea hebben we nu al een aantal keer gedaan. 

Het restaurant is bij aankomst niet direct zichtbaar. Als we om de parkeerplaats heen lopen en binnen stappen in wat lijkt op een cafe, worden we via de andere kant naar een platvorm gebracht. Het lijkt nog het meest op een kermisattractie of de pagode uit de Efteling. Het bordje “Aliens only” met een pijl wijst ons verder de weg. We stappen het restaurant binnen dat inderdaad helemaal rondloopt. We worden naar een tafel gebracht die al helemaal voor ons gedekt is. 

We krijgen uitleg van de bediening die ook direct de grillpan aansteekt. We mogen straks zelf onze  eieren, spek, rosti en pannenkoekjes bakken. Ondertussen genieten we van de versgeperste jus d’orange en koffie. De lunch is all in. We mogen bestellen wat we willen en wanneer iets op is wordt het direct aangevuld. Een deel van de broodjes is al belegd met wat luxer beleg. De overige broodjes mogen we zelf besmeren.

Stipt 13.00 uur gaan we de lucht in en na 5 minuten zijn we boven. De zon schijnt en het uitzicht is werkelijk prachtig. De bediening houd onze glazen goed in de gaten en we komen geen moment zonder drinken te zitten. Ook als het beleg op is wordt dit direct bijgevuld. In 1.5 uur doen we ons te goed aan al het lekkers dat op tafel staat. Tijdens het eten genieten we van het uitzicht. Bij ieder raam dat we passeren staat netjes vermeld waar we naar kijken en wat er te zien is. We praten over van alles en nog wat en lachen heel wat af. 

Rond 14.30 uur staan we weer veilig aan de grond. Terwijl de bediening begint met opruimen mogen wij nog even genieten van onze laatste bak thee. Volledig voldaan en senang keren we huiswaarts. Dat heeft zus prima geregeld. Een aanrader als je eens een leuk en origineel uitje wilt.

In verbinding…

“Stop.” roept de docent. De hele groep stopt met lopen en bewegen en draait zich naar de dichtstbijzijnde persoon. Voor mij staat een onbekende vrouw. Voor haar neus staat eveneens een onbekende vrouw. Ik gok dat we ongeveer even oud zijn. De bedoeling is dat we elkaar een minuut of twee in de ogen kijken. Niet praten, niet bewegen, handen op de rug en enkel naar elkaar kijken. Dit geeft mij op zijn zachtst gezegd een ongemakkelijk gevoel. Ik wil niet onbeleefd blijven staren. Maar ja, dat is nu juist net de bedoeling. Oké, dat is niet helemaal waar. Het gaat niet alleen om het kijken, het gaat om elkaar ook daadwerkelijk zien! Ik realiseer mij dat de vrouw tegenover mij hoogstwaarschijnlijk hetzelfde ervaart. Met die gedachte in mijn achterhoofd laat ik met iedere ademhaling het ongemakkelijke gevoel van mij afglijden. 

Wat begint als een vreemde situatie, verandert al snel. Ik voel een sensatie opkomen, alsof ik in een achtbaan zit die net naar beneden dendert. Het gevoel begint in mijn buik en verspreidt zich in mijn lichaam. Het is een soort van blijdschap- alsof ik een verloren vriendin heb teruggevonden. En de vraag rijst waar ik haar dan van zou moeten kennen? Terwijl ik probeer te stoppen met denken en mij weer focus op het voelen, merk ik dat ik glimlach. Ze glimlacht terug. Zonder een woord te zeggen, voel ik een intense verbondenheid.

Het enige dat ik nu nog kan denken is dat ik haar helemaal geweldig vind. Wat een mooi mens met zo’n groot hart. Ik wil meer van haar weten!! Een seconde of wat later voel ik een traan over mijn wang rollen. “Wat is dit nu weer? Sta ik nu gewoon te huilen? Is dit van mijzelf of komt het door haar? Een heel scala aan emoties komt vervolgens voorbij en ik voel ze stuk voor stuk, blijdschap, geluk, verdriet, compassie, liefde en dat in nog geen twee minuten tijd. Het is alsof ik naar mijzelf kijk maar dan door haar ogen. Nee wacht, ik kijk door mijn eigen ogen naar haar. “Oké, deze twee minuten doen rare dingen met mij.”

We zijn nog niet klaar want er volgen nog twee rondes. Het ongemakkelijke gevoel wordt steeds minder. Bij de laatste persoon sta ik er nog niet zo zen bij als ik zou willen. Toch voelt het alsof ik bij haar thuis kom terwijl ook deze dame een onbekend persoon voor mij is. Al snel krijg ik een beeld van een leven- een verhaal van keuzes, verlies, pijn en uiteindelijk schoonheid na een diepe daling. Ik zie je en ik voel je! gaat er door mij heen. Ik ben zo met haar verbonden dat we eindigen met een spontane knuffel, gevolgd door een schaterlach. Want we zijn beide een beetje overdonderd door wat we zojuist hebben ervaren. 

Met respect voor mijn opleiding en studiegenoten zal ik zo nu en dan wat schrijven over mijn zojuist gestarte opleiding tot Holistisch Energetisch Therapeut. 

Een ochtendgloren vol ontdekkingen …

In huis ben ik de meest vroege vogel. Ik win het zelfs van Draak. Maar vandaag spant de kroon als om 04.00 uur mijn wekker gaat. Mijn spullen liggen gelukkig al klaar. Een thermoshirt en broek, daarover mijn skibroek, wollen sokken, buff en niet te vergeten mijn handschoenen. In plaats van mijn snowboard, pak ik nu mijn camera mee. Om iets voor vijven ’s morgens rijd mijn nichtje de auto voor. Samen crossen we langs het huis van oom om hem op te pikken en we kunnen door.

Op de planning staat een drie uur durende rondvaart door de Brabantse Biesbosch. Op een heus vlot gaan we genieten van de zonsopkomst, de prachtige omgeving en ondertussen hopen we op een ontmoeting met de otter, bever, een zwik vogels, misschien wat flarden mist en een paar mooie plaatjes. Om stipt 06:00 uur vertrekt de gids en het is nog een stukje toeren door de polder. Er gloort al wat licht aan de horizon, wat overigens niet voldoende is om het donkere kronkelpad voor ons te verlichten. 

Bij aankomst staan er al wat mensen te wachten. De gids blijkt achter ons te rijden. Het is een jonge gozer die heel toevallig uit hetzelfde dorp komt als wij. In totaal zijn we met 13 man. Na een kort voorstelrondje volgen we onze gids naar het water. Daar ligt een vlot voorzien van tafels met zitjes en een schipper. Hij verteld ons dat we net te laat zijn voor de bever, die kwam even ervoor nog langs gezwommen. Jammer genoeg zien we niks meer dobberen in het water.

We zijn nog niet weg of we worden al gewezen op twee zeearend “jongen” die hoog in de boom zitten. Ik zie alleen maar dode takken, veel te ver weg voor mijn ogen. Na dat moment kom ik er achter dat het meebrengen van een verrekijker geen overbodige luxe was geweest. Ik ben wel erg blij met mijn kledingkeuze. Het gaat een stralende dag worden, maar nu komt de temperatuur niet boven de 4 graden. We zijn op het water en we zitten stil. Als je dan niet goed gekleed bent, dan zouden het wel eens drie hele lange uren kunnen worden. 

Iedereen is geduldig en het vlot wordt meermaals stilgelegd zodat we de kans krijgen om het vogeltje te spotten en/of te foto­graferen. We moeten nog even halsbrekende toeren uithalen om onder een bruggetje door te kunnen. Als we allemaal gaan liggen dan lukt het net. We varen langs een beverburcht maar de familie zelf is jammergenoeg (weer) niet thuis. Wel krijgen we uitleg over recente knaagsporen en de samenstelling van de burcht. 

De gids kent zo’n beetje alle vogelgeluiden uit zijn hoofd en kan hiermee al op voorhand aangeven waar de wintertaling, tjiftjaf, blauwborst, baardmannetje, kiekendief, cetti’s zanger en al het andere gevleugeld gespuis zich bevind. Hoewel ik het gros niet op de foto heb kunnen zetten, te veel riet of te ver weg kan ik er nu wel een paar van mijn “nog-niet-in-het-echt-gezien-lijst” afvinken.

Op het water is het een kakofonie aan vogelgeluiden. Maar verder is het helemaal stil. Zalig dit! Hoewel het een koude start van de dag was, had ik dit niet willen missen. Ik zou zeker nog eens gaan en dan neem ik in ieder geval mijn verrekijker mee. 

Op het kruispunt van seizoenen…

Binnen 5 minuten weet ik 1 ding heel zeker, ik ben veel te warm gekleed voor wat ik aan het doen ben. Het zag er namelijk heel fris uit toen ik besloot een rondje te gaan wandelen. Blauwe lucht en windstil, maar wel tegen het vriespunt aan. Misschien draagt het tempo dat ik handhaaf er ook wel een beetje aan bij, want ik heb er flink de pas in gezet. Ik heb besloten een wat grotere ronde te lopen en het eerste stuk is nogal saai. Dus onder het genot van mijn luisterboek stamp ik letterlijk de eerste 2 km weg.

Zodra ik het park binnenloop zet ik mijn luisterboek op stil en laat ik mij meenemen door het geritsel en gefladder in de bomen. Verschillende vogels vechten hier om de beste plek in de boom. Het zijn de groene draken die de show stelen. Overigens niet alleen de show, maar ook vocaal winnen ze het van zo’n beetje iedereen in het park. Er land er één vlak bij mij op een tak. Hij kijkt mij net zo aan als ik hem. Ik houd stil en hij blijft zitten. Het lukt om een foto te maken. We kijken elkaar na als ik mijn weg vervolg. 

Het is nog geen april maar de bloesems staan al in bloei. Ook begint het groen weer terug te komen in de bomen. De lente heeft zich in al zijn pracht aangediend. Toch geeft de ochtendkou mij een wintersport gevoel. De geur die in de lucht hangt, de warmte van de zon op mijn gezicht terwijl mijn wangen koud aanvoelen. Maar dat is nu dan ook echt het enige dat koud aanvoelt. Bij het eerst de beste bankje dat ik tegen kom stop ik. Ik trek mijn vestje, dat ik uit voorzorg extra had aangetrokken, weer uit. Wanneer ik mijn weg vervolg besluit ik ook mijn tempo iets terug te schroeven. Even lekker genieten in plaats van in looppas over de weg. 

Het is druk buiten. Iedereen is tijdens dit zalige weer onder zijn steen vandaan gekropen. Ik kan er ook zo van genieten dat het eerder licht is, en kan niet wachten om er straks weer met mijn SUP op uit te trekken. Uiteraard kan dit het hele jaar door. Maar ik ben een echte mooi-weer-supper. Laatst zag ik weer een foto van mijn early bird rondje, 05.45 uur, waarbij de wereld nog in diepe rust verkeerde. Het water zo strak als een spiegel en de vogels die tijdens mijn peddel aan hun ochtendconcert begonnen zijn. Weet je hoe lekker het is om dan op het water te zijn?! 

Inmiddels ben ik het park uitgelopen en besluit nog een rondje om de plas te doen. Ik wil nog niet naar binnen. Achter mij hoor ik een hoop “hoefgetrappel”. Als ik mij omdraai gaat de gigantisch grote hond vol in de ankers. Waarschijnlijk is ie zojuist in een modderpoel gedoken want hij ziet er niet uit. Het dier loopt een stukje met mij op. Bovenaan het bruggetje staat iemand te wachten met een riem in de hand. Overduidelijk het baasje. Terwijl ik nog wat foto’s van de omgeving maak struint het dier verder.

Dit zijn de dagen waarop je helemaal vergeet dat het ook wel eens anders kan zijn, guur, ruig, nat en koud. 

© Foto Hamar

De eindstreep is in zicht…

Deadlines zijn er om gehaald te worden. Alsof dat op zich al niet voldoende is, doen wij dat met de nodige hobbels. Een audit van drie dagen, het inwerken van een nieuwe collega, en het uitvallen van het complete systeem. Dit soort zaken maken het gewone werk al bijzonder ingewikkeld en helemaal wanneer de eindstreep van je project in zicht is maar er nog wat zaken afgestreept moeten worden. De baas daagt ons uit: “You can do this!” is wat ze roept om het daarna aan ons over te laten hoe we hier invulling aan geven.

Het project omvat meerdere onderdelen. Het is te groot en niet logisch om alles wat we willen aanpakken tegelijk van start te laten gaan. Na grondig research is besloten om de twee meest ingrijpende zaken uit te lichten en daarmee als eerst van start te gaan. Wanneer deze twee draaien is het eenvoudiger om ook andere zaken toe te voegen. Vorig jaar zijn we gestart met een pilotgroep die heel positief heeft uitgepakt. Er moest hier en daar nog wel wat geschaafd worden. IT moest aan de bak en er moest toestemming komen voor de aanschaf van nieuw apparatuur voor alle freelancers.

En nu is het moment aangebroken dat we echt de spreekwoordelijke puntjes op de I gaan zetten. De laatste week voor we live gaan staat op het punt om aan te breken. Ik herschrijf de handleiding die ik eerder voor de pilotgroep in elkaar heb gezet. Mijn collega biedt aan er een instructievideo van te maken, compleet met voice-over. Hoe tof is dat!! Voor mensen die niet zo digitaal zijn aangelegd is het erg fijn om te zien en horen wat de nieuwe werkwijze gaat worden. We krijgen dan al snel complimenten uit diverse hoeken. Een schot in de roos dus. 

Zelf ga ik er voor zitten om diverse teksten samen te stellen voor de mailing die eruit moet. Een aantal klanten moet weten van de nieuwe werkwijze. De knop gaat in één keer om en dat heeft consequenties als je met ons platform werkt. De freelancers hebben we vanaf het begin al meegenomen in dit project. Tijdens de freelancer-dag, vorig jaar, hebben ze zelf mogen experimenteren met een bèta versie. Maar de klanten zijn alleen nog maar door middel van een nieuwsbrief en telefoongesprek op de hoogte gesteld. We organiseren meerdere digitale meetings en vragenuurtjes. Mijn andere collega stelt hiervoor een presentatie samen.

IT zorgt op zijn beurt voor de nodige aanpassingen zodat we de laatste week alles nog een keer grondig kunnen testen. Alle collega’s moeten hiermee aan de bak, want het roer gaat compleet om. Ook de documentatie die we mailen moet aangepast worden. Dat heeft nogal wat voeten in aarde en zoals altijd met deadlines, komt dit stukje in het laatste uur van de werkweek af. Voor aanstaand weekend staat nog één echt testmoment gepland voor we maandag live gaan. Mijn collega bied aan dit voor haar rekening te nemen. 

Op zondagochtend, net iets over tienen ontvangen we het bericht dat alles goed gegaan is. We hebben nu een officiële go om maandag te starten. Duimen jullie mee? 

Een dubbele reis…

De start van de wintersportvakantie valt in dezelfde week als de uitvaart van mijn schoonvader. De afleiding komt als een geschenk uit de hemel. Tegelijk voelt het raar om plezier te maken terwijl we even daarvoor nog in zo’n verdrietige achtbaan verkeerden. We slepen het dubbele gevoel als extra bagage met ons mee naar Oostenrijk, terwijl de auto, samen met zoonlief en zijn vriendin, al afgeladen vol is. We besluiten er met elkaar het beste van te maken. Want hoe mooi is het als je je mag omringen met lieve familieleden die stuk voor stuk ook nog eens begrijpen hoe het voelt.

Na een redelijke reis arriveren we op onze nieuwe vakantiestek. Nou ja, het dorp is nog wel hetzelfde alleen onze accommodatie is anders. Het hotel waar we jarenlang vertoefd hebben, besloot om hun concept aan te passen naar een B&B. Iets wat niet aan ons besteed is. We hoopten een goede vervanger te vinden in een hotel direct aan de piste. Het restaurant was ons overigens niet onbekend. Meermaals hebben we hier tijdens voorgaande vakanties met de complete groep geluncht. Voor de tantes die niet skiën is deze locatie vanuit het dorp namelijk ook prima aan te lopen.

We worden niet teleurgesteld. Het hotel overstijgt mijn verwachtingen. Hoewel de kamer iets kleiner blijkt dan wij gewend zijn, komen we er al snel achter dat het restaurant, de bediening, sauna’s en de algehele entourage meer dan goed zijn. Ja, wij komen de week wel door hoor. Na het ontbijt duurt het echter nog even voor we de kamersleutel krijgen. De kids bedenken zich geen moment en toveren de snowboardgear uit de auto. Nog voor de lunch zijn er al een aantal afdalingen gemaakt. De “oudjes”, nog te moe van de reis, zitten de tijd uit op het terras in de zon. Ook niet verkeerd. 

De volgende dag ervaren we hoe zalig het is om na 10 passen al op de piste te staan. Ik klik mijn voeten in mijn nieuwe snowboardbindingen en maak mijn eerste meters naar de gondel. Daar aangekomen blijkt er niemand te staan. “Waar is de rij?” is een van de uitspraken die we vaker uiten deze week. Het is zelfs zo rustig dat we hele pistes voor ons alleen hebben. Sterker nog, de langste rij is tijdens het toiletbezoek na een lunch ergens op de berg. Bizar hoe rustig het is. 

De weergoden zijn ons goedgezind. We boffen: Mooie blauwe luchten en witte pistes. We boarden soms dwars door de wolken. Voor het fijne is het net iets te warm, maar het mag de pret niet drukken. Het duurt een paar dagen voor het mij lukt om al staande en glijdend mijn voet in mijn binding te klikken. Toch ben ik heel blij met mijn nieuwe aanwinst. Ik heb geen een keer kramp of slapende voeten. Mijn schoenen zitten als pantoffels en het boarden gaat erg fijn. Neef leert mij een nieuwe techniek waardoor het mij lukt om een tandje op te schroeven. De heren lachen mij nog net niet uit als ik, uiteraard, als laatste bij de lift aankom. Maar de lach op mijn gezicht neemt niemand mij af. 

We hebben weer genoten van een week vol sneeuwpret, lekker eten en goed gezelschap. Maar ook van de fijne en soms diepgaande gesprekken. De spullen liggen inmiddels weer opgeruimd op zolder. Klaar voor volgend jaar. 

overzicht van onze wintersportweek
🥰