Buiten is het mistig, koud, maar zo te zien windstil. Binnen is het behaaglijk warm en eveneens stil want de heren zijn beide de hort op. Zelfs de vogel is stil, gevloerd na een ochtend slopen van dozen. Hoe langer ik in mijn coconnetje op de warme behaaglijke bank blijf zitten, hoe meer ik naar die koude mistige windstille omgeving verlang. Ik voorzie mijzelf van warme kleding en mijn wandelschoenen en ga lekker naar buiten. Mijn horloge laat ik alvast een GPS opzoeken om mijn gelopen km’s vast te leggen, terwijl ik ondertussen mijn veters aan het strikken ben. Ik schud nog snel even mijn haar los. Door het vochtige weer hoef ik er niks aan te doen. De krullen schieten er vanzelf in en blijven de rest van de dag zitten. Gemak dient de mens.
Ik zit ergens halverwege in een luisterboek dat spannend is en laat mij al lopend voorlezen. Het boek gaat over een meisje dat vermist is en later, vermoord en al, wordt teruggevonden. Een passend onderwerp voor de route die ik loop waarbij ik ook de begraafplaats passer. Brrrr, ik steek snel de straat over en kom in de polder terecht. Heerlijk desolaat is het hier. Het beeld past compleet in het troosteloze grijze plaatje. De stem in mijn oor babbelt verder en ik zet de ene voet voor de ander.
Bij een splitsing besluit ik rechts aan te houden in plaats van links en maak daarmee mijn route iets groter. Het is een stukje dat ik niet helemaal ken en ik weet ook niet hoever ik door kan wandelen. Maar al snel kom ik uit bij een bruggetje dat mij terugleid naar de grote weg. Ik pak daar het voetpad om zo de laatste meters langs het water te kunnen lopen. Eenmaal aan de overkant van de drukke weg heb ik een keus: linksaf of rechtdoor. Ik besluit mijn route langer te maken door het water te blijven volgen.
De halsbandparkieten komen in paartjes aangevlogen en landen in de bomen waar ik vervolgens onderdoor loop. Ik pauzeer het verhaal in mijn oor en laat mij nog even verwonderen door alle vogelgeluiden die ik nu zo helder waarneem, voor ik op huis aan ga. Dan schiet er op nog geen vijf meter bij mij vandaan een ijsvogel uit het riet. Hij showt zijn prachtige blauwe en oranje kleuren voor hij naar de overkant van de plas fladdert. Wauw, ze zitten dus gewoon ook hier!
Ik probeer de ijsvogel te blijven volgen maar het zicht laat het niet toe. Niet dat het zo mistig is. Het zijn mijn ogen die niet scherp willen stellen op die afstand. Wat ik vervolgens wel zie zijn twee baltsende futen. Die zijn er vroeg bij voor de tijd van het jaar. Ik zou die ook nog graag eens vanuit het water op de foto willen zetten. Wie weet, kan ik dat ooit hier eens doen. Nu ik weet dat dit de “thuishaven” van zowel de futen als de ijsvogel is zou ik eens een poging kunnen wagen.
Mijn huis komt langzaam dichterbij maar ik ben stiekem nog niet uitgewandeld. Ik zou nog wel zo’n ronde kunnen maken, het is heerlijk buiten. Maar ik besluit wijselijk nu eerst op huis aan te gaan. Misschien kan ik vanavond nog wel een stukje door de wijk…




