Kleinvogel…

“Hij zit toch wel in zijn kooi he?!” Was zo’n beetje de eerste uitspraak die ik van mijn schoonmoeder kan herinneren toen ze bij ons op bezoek kwam. Dat is alweer heel wat jaar geleden. Ik zal ongetwijfeld groene draak in zijn kooi hebben opgesloten, wat mij uiteraard een verontwaardigde blik heeft opgeleverd. Van Draak wel te verstaan. Want ophokken in zijn eigen huis is niet iets wat wij normaal gesproken doen. Maar voor schoonmoeders maakten we een uitzondering. 

Wanneer ze een tijdje later onverwachts voor de deur staat is het te laat om Draak in zijn kooi te stoppen. Hij zit parmantig op zijn troon en kijkt ons beurtelings aan met een blik die zegt: “Ha te laat!”. Het is moeders die hem als eerste opvalt. Helemaal los. Op zijn kooi. “Hij kan toch niet vliegen he?!” Is het eerste wat ze zegt. “Draak kan wel fladderen maar geen hoogte maken. Hij valt dus alleen je tenen aan. Meer niet.” Zeg ik iets te serieus en dat wordt bijna voor waar aangenomen. Als ik haar er echt van verzekerd heb dat Draak niets doet neemt ze, uit voorzorg, in de verste hoek van het huis plaats op een stoel. 

Moeders heeft dus angst voor vogels. Waar deze angst vandaan komt weet ik niet. Misschien wel veroorzaakt door “The birds” een horrorfilm van bijna 100 jaar geleden. Vooral het gefladder is een eng en naar geluid. Draak is daarentegen ook niet bepaald een klein parkietje maar een heuse amazone papegaai. Hij neemt niet alleen figuurlijk gezien veel plek in beslag… Groene draak is een onderdeel van ons gezin. En op de koffie komen betekend nu eenmaal geconfronteerd worden met elkaar. Hem even in een andere kamer zetten of in de tuin los laten is er niet bij. 

Gelukkig weet Draak menig mens voor zich in te nemen met zijn jolige karakter en clowneske vertoningen. Dan moet je uiteraard niet bang zijn voor clowns… Bij ieder bezoek van schoonmoeders zei hij netjes “Hallo”, “Dankjewel” als ik hem tijdens de koffie ook wat lekkers gaf, en “dag, doei en tot strakjes” als ze weggingen. Na een tijdje was ze wel gewend aan zijn aanwezigheid. Hij hoefde zijn kooi niet meer in en werd zelfs persoonlijk, vanaf een afstandje dat dan weer wel, begroet. Ze leerde dat Draak ook braaf was en zichzelf prima vermaakte met alle speeltjes op en in zijn kooi. 

Sinds het overlijden van haar man is moeders vaker bij ons. Ze blijft ook geregeld eten en heeft in die tijd de complete routine van Draak en mij meegemaakt. Als hij mij helpt met het schrijven van blogjes. Als hij mee gaat zonnen in de achtertuin. Als we samen op de bank een film kijken, zit hij geregeld op mijn arm om mee te kijken. En als wij gaan eten, krijgt Draak ook eten. In zijn kooi wel te verstaan. Inmiddels spaart ze zelfs zijn kleurrijke veren. 

“Oma….. Zeg maar OMA” hoor ik vanuit de woonkamer als ik in de keuken met het eten bezig ben. Als ik om het hoekje kijk zie ik haar met haar neus bijna in de kooi staan, terwijl Draak op zijn stok aandachtig naar haar luistert. Ze herhaald haar vraag een aantal keer maar krijgt (nog) geen antwoord. Ze heeft haar angst in ieder geval overwonnen. De vogel op haar arm gaat haar te ver. Maar wie weet mag ie straks wel bij oma logeren als wij een weekendje weg zijn.

Invulling aan tijd…

Het overlijden van Poownie had een bizar grote impact op mij. Niet alleen was ik erg verdrietig, ik was ook extreem moe. Daarnaast voelde mijn lichaam alsof ik met 50km per uur tegen een muur op was geklapt. Mijn spieren stonden strak gespannen, mijn lichaam was verkrampt en mijn huid voelde overal beurs aan. Van gekheid wist ik de eerste weken niet wat ik moest doen. Alles voelde verkeerd. Ik was te rusteloos om mijn rust te pakken maar te moe om daadwerkelijk iets te ondernemen. Om over mijn concentratiespanne nog maar niet te spreken. 

Van mijn baas mocht ik “onder de radar” werken. Dat betekende dat ik wel mijn werk kon doen, lekker vanuit huis, zonder midden in de hectiek te staan. Op deze manier kon ik mijn zinnen verzetten en tegelijk ook helemaal mijzelf zijn met alles wat er in een rouwperiode te verwachten valt. Niet lang daarna stond onze wintersportvakantie gepland. Die week komt altijd als geroepen maar nu was dit extra fijn. Want afleiding en even helemaal weg uit mijn eigen omgeving zou mij niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk weer helemaal op kunnen laden. 

En dat was precies wat iedere dag spelen op de berg in goed gezelschap met mij heeft gedaan. Eenmaal thuis had ik weer zin om dingen op te pakken. Aan de slag te gaan op mijn werk maar ook met projecten thuis. Daarnaast voelen de bezoekjes aan stal, zonder Poownie, nu minder zwaar aan. Ik besloot ook het intermittent fasting weer op te pakken en direct bij thuiskomst een gezonde week in te zetten. Ik kan maar beter gebruik maken van de positieve vibe die er hangt. 

In de verdrietige weken heb ik nergens naar gekeken. Maar dan ook echt nergens naar. Ik deed waar ik zin in had en at waar ik trek in had. Dat resulteerde in de hele dag door snaaien en snacken, ook ’s avonds laat. Bewegen deed ik minimaal. Uit ervaring weet ik dat ik mij daardoor juist niet bepaald beter ga voelen, in tegendeel. Echter kon ik mij er niet toe zetten terwijl ik weet dat regelmaat en ritme het beste voor mij is.

Ik maakte daarom dankbaar gebruik van het moment toen ook het sporten, na een week bikkelen op de berg, begon te kriebelen. Het meeliften op een flow, ook al heb ik die zelf gecreëerd voelt super fijn. Dat scheelt energie en is beter vol te houden. Nu ik ‘s avonds niet meer iedere dag naar stal hoef heb ik immers tijd over. Inmiddels heb ik 2 avonden in de week de (thuis)sportschool geconfisqueerd. Met daar achteraan een yoga sessie. Mijn stappenteller is opnieuw geactiveerd zodat ik tussendoor ook meer van mijn plek af kom en mijn waterfles is weer een vast onderdeel op mijn bureau. 

Het voelt extra goed om wat actiever en gezonder bezig te zijn. Poownie mis is nog steeds. Evenals mijn jarenlange routine. Toch komt er nu langzaam tijd en energie vrij voor een andere invulling aan mijn vrije tijd. En dat voelt goed.

Doe het zelven…

Sinds een paar jaar wax ik zelf de ski’s van de mannen en mijn eigen snowboard. Ik dacht altijd dat dit heel moeilijk was en alleen de pro’s dit zelf deden. Dus bracht ik braaf mijn snowboard naar de winkel waar ze hem door een of andere automaat haalden. Tegen betaling kreeg ik mijn board terug en zag hij er nog net zo ellendig uit als toen ik hem bracht. Toen ik een paar jaar geleden tijdens de wintersportvakantie zo’n beetje stil stond op de berg omdat mijn board zo uitgedroogd was als een zongedroogde tomaat was mijn irritatiegrens bereikt. Ik bracht mijn board halverwege de vakantie naar een sportwinkel in Oostenrijk. Toen zag en merkte ik pas het verschil. 

Eenmaal terug in Nederland dook ik de wondere wereld van het zelf ski’s en boards waxen in. Ik kocht een starterskit doe-het-zelven en ging daarmee aan de slag. Vanaf dat moment gaan de ski’s en mijn board gewaxt mee op vakantie en nooit meer uitgedroogd de vliering op na vakantie. Ik ben inmiddels ook al zover dat ik mijn koffertje met wasspullen mee neem op vakantie en halverwege de week mijn board van een frisse nieuwe wax laag voorzie. Zelf waxen is zoveel beter, leuker en uiteindelijk ook nog eens goedkoper. 

Aangezien de wintersport over een paar weken weer aanbreekt(*) sta ik ook nu weer over mijn kleurrijke board gebogen. Voor het eerst dit jaar heb ik mij er ook aan gewaagt de kanten te slijpen met een simpele kanten slijper. Ook dit zat in mijn doe-het-zelf koffertje. Maar ik had mij er tot aan nu nog nooit echt aan gewaagd. Het is mij gelukt de bramen en hapers er van af te krijgen. Ook heb ik, zoals de video op youtube mij voordeed, de kanten geslepen. Het geheel voelt scherper maar ben er nog niet helemaal van overtuigd dat ik er alles uit heb gehaald. Mijn nichtje heeft haar board eens laten slijpen en kon hem daarna niet normaal meer vasthouden. Haar board was veranderd in een vlijmscherp mes. Dus daar zou ik mij nog eens in moeten verdiepen. 

Het waxen gaat mij gelukkig redelijk goed af. En ik vind het leuk om te doen. Nadat de voorbereidingen getroffen zijn en de wax op het board gedruppeld is kan het feest voor mij beginnen. Heel neurotisch haal ik het strijkijzer van voor naar achter over mijn board. De inmiddels opgedroogde waxbolletjes smelten bij de aanraken van het hete ijzer. Hoe meer ik er overheen ga hoe makkelijker het uitvloeit. Na enige tijd voelt het board aan de andere kant ook warm aan. De wax is inmiddels zo vloeibaar geworden dat het als een olie achtige substantie op mijn board ligt. Als ik deze fase heb bereikt ben ik pas tevreden. 

Voorzichtig schraap ik het weggevloeide wax van de ijzeren kanten en laat het board en uiteraard de ski’s, een paar uur drogen. Aan het einde van de middag is de wax voldoende uitgehard zodat ik het overtollige wax er met een speciale schraper af kan schrapen. Dit is eigenlijk het minst leuke van de hele klus. Maar als het eenmaal is gebeurd geeft het een pestbende op de grond  heel veel voldoening zowel geestelijk als op de berg. Kom maar op met die afdalingen 💪🏼

*we zijn inmiddels weer terug van een heerlijke wintersport

Geweldige week…

Ze zijn nog geen twee minuten open of ik sta al binnen. Terwijl mijn neusharen bij iedere ademhaling lijken te verschroeien, ontspand mijn lichaam zich meer en meer. Wat een zaligheid om op deze manier de dag af te sluiten. Hoewel afsluiten niet het goede woord is. Want we moeten nog eten en daarna hebben we nog een hele avond. Ik heb dus nog even. Er is verder niemand in de sauna aanwezig. Ik heb het hele zweterig houten hok voor mij alleen. Ongestoord laat ik mij door de warmte meenemen naar de afgelopen dagen.  

Wat een zalige week was het. We hebben alle weer type’s voorbij zien komen. Regen, mist, sneeuw en gelukkig ook blauwe lucht en zon. Uiteraard was ik weer veel te warm gekleed. Het woordje winter in onze wintersportweek doet geen eer aan waar wintersport normaal voor staat. Het woordje sport daarentegen wel. Want hoe later op de dag we kwamen hoe meer we moesten werken om überhaupt beneden te komen. Hele delen van de piste waren in korte tijd veranderd in een heuvelachtig landschap. Geregeld had ik het gevoel aan het wakeboarden te zijn in plaats van aan het snowboarden. 

En toch he, ik val in herhaling als ik zeg dat ik deze vakantie weer wat grenzen verlegd heb! Ondanks de niet zulke goede sneeuw- en weercondities is het ook dit jaar weer gelukt. Dit was by far de beste snowboard week voor mij ooit!! De twijfel die ik aan de start van mijn aller eerste afdaling van deze week had, want totaal geen voorbereidingen getroffen, was zo vet ongegrond dat ik er nu eigenlijk een beetje om moet lachen. 

Oké mijn leercurve staat, vergeleken bij zoonlief, in standje slak. Ik leer wel, maar niet zo snel. Snowboarden doe ik maar 1 keer per jaar een weekje. En toch gaat ie ieder jaar ietsjes omhoog. Dat, en alles er omheen uiteraard, maakt het snowboarden nog leuker. Want ieder jaar leer ik iets, verleg ik grenzen of lukt iets wat voorgaande keren niet ging. Daar teer ik de hele vakantie op en zelfs de eerste paar maanden na de vakantie. 

Dus toen ik deze week mn board onder bond en als een razende Roeland de berg af sjeesde zonder de controle te verliezen was niet alleen ikzelf verbaasd. Ook de rest stond er van te kijken. Het leek wel of een jaartje “rust” mijn lichaam had goed gedaan. Ondanks de slechte condities van de piste heb ik heel de week zalig geboard. Kun je nagaan hoe het zou gaan als we de perfecte condities hebben…

Het was weer een week vol pret. Waarin we te veel hebben gegeten en gedronken, te weinig hebben geslapen en dubbel zoveel lol hebben gehad. Een week met niet alleen spierpijn in mijn benen maar ook in mijn buik van al het lachen. We hebben samen geboard, geskied, geshopt, gewandeld, gegeten, herinneringen opgehaald en herinneringen gemaakt, een sauna en een drankje gepakt en spelletjes gespeeld. Een week van onbezorgd plezier maken met elkaar. 

Na 25 minuten is er een einde gekomen aan mijn sauna sessie. Het is tijd om te gaan douchen en de koffers te gaan pakken. Morgen begint de reis naar huis. Ik kijk nu al uit naar volgend jaar.

Iedere leeftijd heeft zijn charme…

“Moest je nu echt die foto gebruiken?” Vraagt zoonlief. “Ja, hoezo niet? Dit is toch een toffe plaat!?” “Mijn haar!!” zegt hij. “Ja en?” Zeg ik terug. “Maar mijn haar!!” Probeert hij nog eens. “Wat is er met je haar?” Ik kijk naar de foto en zie een tof actiemoment. “Mijn haar zit voor geen kant!!” Ik kijk nog eens naar de foto. Zijn haar staat inderdaad recht overeind. Maar de actie blijft nog steeds tof! “Dan moet je eens naar de kapper.” Pareer ik terug. Echt he!! Dat ie twee dagen zijn tanden niet heeft gepoetst of sokken aan heeft die zelfs de vuilnisbelt niet wil hebben maakt hem niet uit. Maar kom niet aan zijn haar!! 

Bovenstaande is één van de dialogen die wij een paar jaar terug wel eens voerden. Toen had hij de leeftijd totaal niks om zijn kleding en uiterlijk te geven. Behalve zijn haar dan. Er werden spuitbussen vol haarlak leegspoten om het maar een beetje in model te krijgen en te houden. Nog een paar jaar eerder was er een tijd dat hij ook totaal niets om zijn kapsel gaf. Zelfs als het te lang was wilde hij niet naar de kapper. Zolang hij zijn favoriete sporttenue maar aan kon. De rest zou hem een zorg zijn. 

Gelukkig werd hij ouder en daarmee ook iets wijzer. Wat resulteerde in twee keer per dag douchen en drie keer per dag omkleden. Omdat ie, uiteraard, niet in dezelfde kleding bij zijn maten kon verschijnen als waar ie eerder daarvoor mee naar school was gegaan. En tussendoor moest er ook nog getraind worden en dan trek je natuurlijk ook wat anders aan. Hoeveel kledingsetjes ik wel niet uit zijn kamer en onder zijn bed vandaan heb gehaald… 

Niet lang daarna kwam de periode waar hij er achter kwam hoe de wasmand werkte. Overigens was dit nadat we de afspraak hadden gemaakt dat ik alleen nog maar kleding zou wassen dat in de mand lag. Deze afspraak werkte perfect. Hoe zijn kledingkast werkte bleek nog wat lastig. Want zelfs schone kleding vond zijn weg naar de wasmand. Zo, leerde ik later, hoefde hij deze niet zelf op te vouwen maar werd dit, schoon en gestreken, voor hem gedaan. De afspraak was dus niet geheel waterdicht. 

Nu is hij op een leeftijd waarbij hij zelf de afspraak bij de kapper maakt en deze nog trouw opvolgt ook. Daarnaast weet hij nog steeds hoe de wasmand werkt. kudos for him. Zijn kledingkast blijft soms wat lastig. Maar hé, je kunt nu eenmaal niet overal goed in zijn. Nu hij fulltime werkt is het opeens niet meer nodig om dure of nette kleding aan te schaffen. Overdag loopt hij in werkkleding en in de avond is hij aan het sporten. De noodzaak van geld uitgeven aan kleding dat toch maar in de wasmand euh kast ligt is er niet bij.

Tot zijn vriendin klaar was met zijn karige kledingkast, die tot voor kort alleen volhing met werk- en sportkleding in alle varianten zwart. Op hun eerste vrije dag samen moest hij mee om te gaan shoppen. Ze had al wat leuke kleurrijke setjes voor hem gezien. Ze heeft kijk op mode en weet hem goed te kleden. En het mooiste is, hij geniet hier stiekem toch ook wel van. 

Proof of concept

Lees hier deel 1, 2, 3 & 4

“Heb je ook al rekening gehouden met een proof of concept?” Vraagt mijn baas. Ik kijk hem aan terwijl mijn hersens als een razende Roeland rondjes rennen in mijn hoofd. Opzoek naar een invulling aan deze woorden. “Proof of Concept?” Vraag ik wat schaapachtig om wat tijd te rekken en daarna met een gepast antwoord te komen. Dat is dus een test van het groter geheel. Zodat je kunt zien of je idee, een deel van het plan of het product dat je voor ogen hebt te maken, ook echt werkt. Je test als het ware de haalbaarheid van je concept. 

Nee, daar had ik niet aan gedacht. In dezelfde vaart als mijn hersens nu werken sjees ik door naar de afdeling IT. Ik leg daar mijn “proof of concept” voor en vraag hem hoe we dit invulling kunnen gaan geven aan ons project. De ITer, die aan mijn project gekoppeld is, is een ware rot in het vak. Die zal dit vast vaker gedaan hebben. 

Nou, dat had ie ook. Hij gaf aan wat hij dacht dat we konden gaan doen. Met deze woorden sjees ik weer terug naar mijn eigen plek en ga aan de slag. Ik vraag een testaccount op bij het bedrijf waar we zaken mee gaan doen. Vraag direct een aantal inloggegevens aan en prik een datum voor IT en mij om de boel te gaan testen. 

Binnen no-time is alles geregeld en de eerste testdag is met het halen van de eerste bak koffie voor die dag van start gegaan. We sluiten ons op in het kantoor van de baas, die er zelf niet is. De deur kan ook nog dicht. Een dichte deur betekend op de rest van de afdeling: “niet storen of lastigvallen, tenzij het pand in de fik staat!” Het is zo belangrijk om af en toe in alle rust aan iets te kunnen werken. Zeker nu we iets moeten gaan uittesten wat de loop van ons nieuwe product zou kunnen gaan bepalen. 

De bedoeling van deze testdag is zien of en hoe bepaalde gegevens van systeem één naar systeem twee getransporteerd kunnen worden en visa versa. Daarnaast is het voor mij heel fijn om te zien hoe het nieuwe systeem werkt als we eenmaal live gaan.

In tegenstelling tot de ITer heb ik geen flauw idee hoe het achter de schermen zou moeten lopen. Daar is hij voor. Ik log mijzelf in en na een uurtje freubelen ben ik blij. Het is vrij intuïtief, overzichtelijk en ik snap wat ik moet doen. Ik klik hier en daar en begin te juichen want het is een prachtig systeem. De ITer tegenover mij schud zijn hoofd. “Klik nog eens?” Vraagt hij. En als ik gehoor geef aan zijn verzoek zie ik wat hij bedoelt. Ik kan mij meermaals inschrijven op het zelfde onderdeel. Dat is nu juist net niet wat we willen. 

Ik zie nu in hoe belangrijk het is om goed te testen en wat het nut van een proof of concept is. We moeten aan de bak om te kijken of het hufterproof gemaakt kan worden. Dat betekend communiceren met ITers van ons andere softwaresystemen en mogelijk ook onderhandelen voor een aanpassing. Met deze informatie in mijn achterhoofd plan ik alvast een overleg ik met mijn leidinggevende. Want dit gaat ons geld kosten maar ik wil hier echt heel graag mee verder. Fingers crossed!! 

De nieuwe generatie…

Via FB krijg ik een super leuk bericht onder ogen. Mijn “oude” buurjongen wordt vader. Jeetje, ik zie hem nog met zoonlief op het pleintje voetballen. Of samen een watergevecht houden in de brandpoort. Ukkie’s waren het nog. Nu woont hij al enkele jaren samen en is er een kleine opkomst. Als ik nog eens goed naar de foto kijk realiseer ik mij opeens dat ik net zou oud was als hem toen ik op mijzelf ging wonen en niet veel later bonusmoeder werd van zoonlief. Niet alleen de buurjongen is ouder geworden… 

Met deze gedachte maak ik een duikvlucht in het verleden. We hadden net dit huis gekocht en kwamen er al snel achter dat de hele straat bestond uit jonge gezinnen. Ieder huis was voorzien van minimaal één kind in de leeftijd van 2 tot 13 jaar. Voor zoonlief super leuk. Zeker toen hij de leeftijd kreeg waarbij hij zelfstandig naar buiten kon. Hij vond al snel aansluiting bij de kids met diverse leeftijden. 

Het pleintje bij ons was toch wel de favoriete hang-out van de jeugd. Al vroeg in de ochtend ging zoonlief er op uit om iedereen op te halen die maar met hem wilde voetballen. De jongere gasten waren daar wel vaak voor te porren. De al iets oudere lagen meestal nog te slapen. Iets wat zoonlief, toen hij zelf net een jaar of 7 was, maar heel raar vond?! Daar kwam pas begrip voor toen hij de puberleeftijd bereikt had.

Het leuke was dat iedereen wel mee deed met een potje voetbal. Als er voldoende spelers waren werden er teams gevormd en werd er een heus partijtje gespeeld. Menig uur heb ik daar, toen zoonlief nog wat kleiner was, met al die kids doorgebracht. Mijn aller eerste echte blessure was dan ook een voetbal blessure. Weken heb ik met een pijnlijke hamstring rondgelopen. Leuk joh, dat voetballen!! Maar hé, ik kreeg wel complimentjes want als “meisje” kon ik best goed meekomen met de stoere voetballertjes. 

Het was ook deze buurjongen die zoonlief de fijne kneepjes van het voetballen heeft bijgebracht. Als de buurjongen hem iets nieuws geleerd had werden er weer uren doorgebracht met oefenen. Als er niemand te vinden was die mee wilde doen, waren zijn pa of ik de klos. Niet dat ik ook maar iets snapte van al die termen en acties.

Als er niet gevoetbald werd, dan waren er nog voldoende andere bezigheden. Er werd gefietst, geskelterd, geknikkerd en touwtje gesprongen. Zelfs het ouderwetse verstoppertje spelen of voetje van de vloer (aka the floor is lava) werd hier vaak gedaan. In de warme zomer lagen we met roeibootjes in de sloot of kwamen er supersoakers voor watergevechten aan te pas. In de winter stonden we met alle kids op het ijs. Van alle ouders was er naast ons nog één vader die wel een rondje kon schaatsen. Maar verder stonden ze allemaal aan de kant. Als schaatsliefhebber snapte ik dat nooit zo goed. Ze maakten alles goed wanneer ze met bekers warme chocolademelk aankwamen. 

De kinderstemmetjes in de straat halen mij uit mijn gemijmer. Ik zie daar de nieuwe generatie met bal, step (elektrisch, dat dan wel weer) en fiets voor mijn raam voorbij lopen. Druk babbelend over wie ze nog meer kunnen ophalen om te gaan voetballen op het zojuist opgeknapte pleintje.  

Scherpe randjes…

De weken na het overlijden van Poownie voelen raar en leeg. Na zoveel jaar dagelijks naar stal en de laatste twee jaar zelfs iedere avond, naar opeens helemaal geen bezoekjes meer aan Poownie. Dat voelt niet alleen gek maar dat is ook heel gek. Naast dat ik hem heel erg mis, mis ook mijn complete routine. Mijn zenmomenten terwijl Poownie aan het grazen is en de sociale contacten met de dames op en van stal.

Ik sta er zelf een beetje van te kijken hoe “goed” ik de eerste week doorkom. Daarna lijkt het verlies in alle hevigheid tot mij door te dringen. Het besef dat mijn maatje er echt niet meer is laat niet alleen bij mij, maar ook bij vriendlief, een diep emotioneel spoor na. En ja, hij heeft een prachtig volwaardig en voldragen leven gehad. Zijn tijd zat er echt op. Dat zorgt er voor dat ik er vrede mee heb. Maar dat alles neemt het verdriet en gemis niet weg.

Van mijn werk krijg ik direct de tijd en alle ruimte om tot mijzelf te komen. Zodat ik de kans krijg mijzelf te herpakken. Ik mag thuis en onder de radar werken. Wat betekend dat ik zelf de afleiding in mijn werk mag zoeken zonder de verplichtingen van projecten, overleg, telefoon, klant- en collega contact. Dat voelt goed! Want het rouwen kost bergen met energie. Ik ben halverwege de dag zo moe dat ik mijn ogen niet kan open houden. Mijn hoofd barst uit elkaar van de koppijn, mijn spieren zitten vast en ik heb een concentratievermogen van een pantoffeldiertje. Werken en mijn beste beentje voor zetten is nu wel het laatste waar ik behoefte aan heb. 

Geregeld loop ik met mijn ziel onder mijn arm te bedenken wat ik met mijn zeeën van tijd moet gaan doen. Dus werk ik in de avond de overvolle strijkmand weg. Ruim mijn lades en kasten op. Sorteer mijn kleding, dat van de heren en sta minutenlang doelloos onder de douche.

Ik heb in de tussentijd wel een aantal bezoekjes aan stal gebracht. Het is raar om te midden van de paarden te staan en er toch 1 te missen. De mooiste, de liefste. Mijn aanwezigheid voelt nutteloos en overbodig om zonder een reden daar te zijn. 

Buiten bezig zijn en de wind en regen voelen mis ik zo erg dat ik besluit om ’s avonds na het eten te gaan wandelen. Dus loop ik bijna iedere avond een rondje door de wijk. Soms met vriendlief, soms alleen. Zelfs met vies weer voelt het heerlijk de benen te strekken en de wind over mijn gezicht en door mijn haar te voelen strijken. 

We zijn nu bijna 4 weken verder en de emotionele pieken beginnen af te nemen. Ik voel het motortje in mijn binnenste langzaam weer op gang komen. Mijn concentratie neemt toe en ik heb ook weer zin om aan de slag te gaan. Een goed en fijn teken. Heel bewust een stapje terug doen en het verdriet er te laten zijn heeft voor mij geholpen. De scherpe randen zijn wat afgevlakt en alles komt een beetje in balans. Er is nu steeds meer ruimte voor de mooie en liefdevolle herinneringen aan Poownie en aan alle avonturen die we samen beleefd hebben. 

De volgende dag…

Na een nacht waarin ik geen oog heb dichtgedaan, sleep ik mij dodelijk vermoeid en met verkrampt lichaam mijn bed uit. De appjes van de dames van stal stromen binnen. Mijn ogen zijn opgezet van het huilen en ik voel mij hol en leeg. Daarnaast is het heel stil om mij heen. Alsof de onzichtbare draadjes waarmee ik met Poownie in verbinding stond letterlijk zijn doorgeknipt. 

Met een aantal dames spreek ik af om al vroeg in de ochtend naar stal te gaan zodat we met elkaar afscheid kunnen nemen van mijn topper. We komen tegelijk aan en alleen al hen zien zorgt ervoor dat ik vol schiet. Het doet mij zo goed dat ze de moeite nemen om een laatste groet te brengen aan Poownie en tegelijk mij tot steun willen zijn. Na een uurtje nemen we afscheid van elkaar en blijf ik alleen met Poownie achter. Ik begraaf mijn gezicht nog eenmaal in zijn wollige vacht. Snuif zijn oh zo bekende geur op en huil nog even de longen uit mijn lijf. Daarna neem ik de tijd om zijn manen te kammen en knip een stuk af als blijvende herinnering. 

Niet veel later komen er nog twee dames op stal aan. We besluiten de paddock open te zetten zodat de paarden uit de kudde de mogelijkheid hebben ook een laatste groet aan Poownie te brengen. Al snel komt het eerste paardje naar voren. Met voorzichtige stappen loopt het op mij af. Alsof ik gecondoleerd word met mijn verlies. Daarna loopt ze door naar Poownie. Besnuffeld hem. Duwt haar neus tegen zijn hoofd alsof ze daadwerkelijk een laatste groet komt brengen. Na nog een keer langs mij gelopen te hebben verlaat ze de paddock. 

Mijn ogen vullen zich met tranen als ik daarna zie dat de paarden een voor een naar voren komen. Het ene dier snuift wat lucht op. Begroet Poownie en verlaat daarna de ruimte terwijl het andere dier er alle tijd voor neemt. Ook ik word door geen enkel paard overgeslagen. Stuk voor stuk duwen ze hun neus in mijn handen of schuren ze even tegen mij aan. Mijn verdriet is ook hun verdriet. Ik voel en merk in alles dat niet alleen Poownie maar ook ik onderdeel uitmaak van deze kudde. Het hele proces raakt mij. Het is zo bijzonder om te zien hoe ze op hun eigen manier omgaan met dit verlies. Poownie krijgt op deze manier een waardig afscheid van zijn kudde, waarbij de lucht meermaals gesierd wordt door een regenboog.

Iedereen op stal is zo lief voor mij. Ik voel mij door hen gedragen en het rauwe randje van verdriet wordt hierdoor wat verlicht. Ook de avond ervoor, toen Poownie aangaf dat het niet meer ging waren er twee kanjers die Poownie en mij in alles begeleid hebben. Een ware steun op een moment waarop ik niet alleen kon en wilde zijn. Poownie had op geen betere stal kunnen staan en ik had het niet beter kunnen treffen met deze dames als stalgenoten. 

Begin van de middag is het zover. De “rouwauto” rijd voor en Poownie wordt opgehaald. Zijn ziel was reeds vertrokken. Zijn lichaam maakt nog eenmaal een laatste reis. De wagen rijd weg met aan de lucht een mooie regenboog. 

Poownie…

Het is goed zo. Genoeg. Hij laat het zo duidelijk merken dat ik niet anders kan dan daar in meegaan. En terwijl ik naast zijn grote, ooit zo sterke lichaam op de grond zit met zijn hoofd in mijn armen, blaast mijn trouwe vriend zijn laatste adem uit.

Dankbaar ben ik dat we 28 jaar samen hebben mogen doorbrengen. Waarvan de laatste 5 jaar ook nog eens in bonustijd. Het waren intense maar liefdevolle jaren die ik niet had willen missen. 

Mijn lieve maatje, mijn altijd vrolijke Poownie, mijn Maris. Het was zoals het moest zijn en zoveel meer.
Ik ga je vreselijk missen. 

07-05-1994 ~ 02-01-2024 💫

❤️