Welverdiende medaille…

14 mei, de dag dat half Zwijndrecht op zijn kop stond. De wegen waren afgezet en mensen kwamen overal vandaan. En dat alles voor de 37e editie van de Verkerkloop. (een hardloopevenement) Bofte ik even dat dit alles in mijn eigen achtertuin plaats vond. Dus in mijn hardloopkleding wandelde ik naar mijn nichtje, die nog dichter bij de start van het parcours woont. Neef en oom zouden daar ook naar toe komen. Met een klein gezelschap liepen we rond 19.45 uur naar de start. Ondertussen deden we onze warming-up. Want eenmaal in het startvak zou daar niet zo heel veel ruimte meer voor zijn.

Het was winderig weer en overdag vielen er zelfs nog wat flinke buien. De vraag die mij eerder die dag bezig hield was wat ik in vredesnaam aan moest trekken. Korte broek, lange broek. Shirt met lange mouwen of een shirt met jas. PPfff en dat alles voor maar vijf kilometer. Maar niet zomaar vijf… Ik wilde nu toch wel graag onder de 30 minuten eindigen. Maar of dit zou gaan lukken? Het weekend daarvoor had ik mijn twee hardloopavonden omgeruild voor een weekendje Brugge. Deze dagen stond vooral in het teken van eten, veel en lekker eten. Er zat dus iets meer Boor om mijn botten…

20.15 uur klonk het startschot. Langzaam kwam de horde in beweging. Het duurde even voor we over de startstreep gingen. Oom was de enige van ons die zich officieel had opgegeven voor de 10 kilometer. Ook hij wilde graag onder zijn eerder behaalde tijd blijven en de eerste vijf kilometer moest dus om en nabij de 29 minuten worden afgelegd. Om mijn doelstelling te halen hoefde ik alleen maar zijn benen te volgen. Nichtje hield mij gezelschap. Hoewel ik van mening was dat ze makkelijk een eigen PR had kunnen lopen. Ze liep alsof we aan het flaneren waren over de boulevard van Scheveningen. Geen spatje zweet, terwijl het bij mij na 500 meter al van mijn voorhoofd drupte.  En adem genoeg om mij de hele weg af te leiden met van alles en nog wat, terwijl ik alleen maar JA of NEE kon uitbrengen.

Bij twee kilometer was ik de benen van mijn oom al kwijt. Natuurlijk genoeg andere “hazen” dus bleven we even plakken achter twee heren die een tempo hadden dat wij redelijk konden bijbenen. Ondertussen verlieten we de rijbaan, waar met zes men naast elkaar gelopen werd. En moesten we via een wandelpad verder waar maar met twee man naast elkaar gelopen kon worden. Dit leverde een kleine vertraging in ons tempo op. Dat stukje gebruikte ik om even op adem te komen. De laatste 1,5 kilometer brak aan. Op dit stuk stonden her en der familieleden en vrienden ons aan te moedigen.

Bij de lus, die het parcours maakte, zag ik opeens mijn oom. Zover zaten we dus niet uit elkaar. Nichtje gaf mij nog even een figuurlijke schop onder mijn hol door een eindsprint in te zetten. Ik besloot achter haar aan te gaan. Ik vloog over de finish om vervolgens tegen een muur van stilstaande mederenners op te knallen. Iedereen bleef staan om zijn welverdiende medaille in ontvangst te nemen. Al hijgend en puffend drukte ik de tijd op mijn horloge stil. Ik sloot met een bezwete grijns op mijn bakkes achter in de rij aan. Want bij het zien van mijn tijd had ik die medaille meer dan verdient. De vijf kilometer liep ik uiteindelijk in 29.17 minuten. Ook neef en oom liepen de tijden die ze hadden gehoopt en zelfs sneller.

Volgend jaar loop ik hem onder de 29 minuten!!

Verkerkloop

Een snelle vijf…

“Waar kijk ik naar?” Vraag ik mijn nichtje die een formulier onder mijn neus schuift. “Naar een snelle vijf. Zin om mee te doen?” Ik pak het formulier van haar aan en bekijk het aandachtig. Ik heb nooit iets van dit soort schema’s gesnapt en dit formulier, met lettertype priegel, is naast onverklaarbaar ook nog eens slecht te lezen. Het enige dat ik begrijp is uit hoeveel weken het bestaat en hoeveel trainingen ik zou moeten doen. “Onderaan vind je de legenda!” Zegt mijn nichtje, die het blijkbaar gewend is om aan de hand van schema’s hard te lopen. “Oh ja, nu zie ik het ook…” Roep ik nadat ik nog eens een paar seconden naar het blaadje heb zitten kijken. “Vind je het erg als ik gewoon ga hardlopen??” Vraag ik lachend terwijl ik het blaadje weer aan haar terug geef.

En zo geschiedde. Eerder dit jaar had ik al een poging ondernomen maar dat werd bruut onderbroken omdat Poownie op mijn teen was gaan staan. Nu de dagen langer worden, de zon zich meer laat zien en de paarden op het land staan, staat niets mij meer in de weg om drie keer in de week over straat te rennen met mijn tong over het asfalt en met een oververhit hoofd. De “snelle vijf” was een mooi moment om direct weer goed van start te gaan.

Ik begon met een rustige vier kilometer. Hardlopers zijn doodlopers en daar wenste ik niet aan mee te doen. Twee dagen later werden het er vijf. Ook nu lag het tempo laag. Ik deed er meer dan 34 minuten over. Ik was gesloopt. Uit ervaring weet ik dat het opbouwen van de conditie vrij snel gaat. Doorzetten is een belangrijk punt evenals volhouden. Dus twee dagen daarna liep ik wederom mijn rondje. De trainingen bouwden zich op naar drie maal in de week. Ik begon naast mijn routes ook de afstanden en snelheden te variëren.

Toen door een overvolle agenda het hardlopen in het geding kwam besloot ik zelfs om in de ochtend te gaan rennen. Op een nuchtere maag, en zonder koffie. Dat was een hele uitdaging en ik verklaarde mijzelf voor gek. Zo stijf als een plank en nogal ongecontroleerd liep ik het slaap uit mijn ogen. Maar ik deed het toch maar weer. Trots dat ik was als ik om 09.00 (oververhit) thuis kwam en klaar was voor de rest van de dag.

Mijn lichaam vertoonde na een aantal weken trainen gelukkig nog steeds geen mankementen. Het  werd tijd om weer eens bij de hardloopvereniging te buurten. Daar stond een pittige fartlek op het programma. Ik train in een groep intensiever dan wanneer ik alleen mijn rondje loop. Dat resulteerde in twee dagen flinke spierpijn. Maar dat mocht de pret niet drukken. Hoewel ik mijzelf verplicht om minimaal drie keer in de week te lopen kijk ik de dag zelf al uit naar mijn loopje van die avond. Zal het mij lukken om nu toch weer wat sneller te zijn als de laatste keer??

Het trainen begint zijn vruchten af te werpen. De spierpijn was niet voor niets. Laatst liep ik de vijf kilometer in 30.31 minuten. Dat betekend dat ik toch meer dan vier minuten van mijn eerst gemeten tijd heb afgesnoept. De eerst volgende wedstrijd wordt de Verkerkloop in Zwijndrecht. Misschien zit er dan toch wel een snelle vijf in… 🙂

Een nieuw jasje…

Bloed zweet en tranen hebben er gevloeid. Nou, niet bij mij dit keer. Ik hoefde alleen maar te wachten, toe te kijken en te beslissen.  Ook niet altijd even makkelijk hoor!! Wachten is niet mijn sterkste kant, toekijken gaat nog net. Maar beslissen!? Dat is misschien wel het moeilijkste. Was het één prachtig, maar niet praktisch. Was het ander praktisch maar minder aantrekkelijk. Een juiste balans vinden tussen een mooie uitstraling die eenvoudig genoeg is maar tevens krachtig en duidelijk, leek voor mij een onmogelijke opgave. Gelukkig stond ik niet alleen bij het verzinnen van een logo.

Mijn oom, de grafisch vormgever, wist precies hoe hij mij moest helpen. Hij mailde diverse concepten en daar moest ik bij aangeven wat ik mooi vond en wat niet. Wat ik krachtig genoeg vond en wat niet. Zoals aangegeven, een lastige opgave. Bij iedere beslissing van mij ging hij weer aan de slag en schrapte hier wat, voegde daar wat toe of kwam met een compleet ander idee. Uiteindelijk kwam het logo van Foto Hamar tot stand:

Mijn website was zwaar gedateerd en stamde nog uit de periode dat ik mij bezig hield met portretfotografie. Het werd tijd voor vernieuwing. Met dit nieuwe logo kon de webbouwer aan de slag. Veeleisend was ik niet. De site moest uiteindelijk de vier steekwoorden, eenvoudig maar mooi, krachtig en duidelijk gaan vertegenwoordigen. Ook daar kon hij wel wat mee. Ik ben blij dat ik dit werk uit handen heb gegeven. Ik snap echt niks van websites maken. Wekelijks hadden we contact en tussendoor kon ik mee spieken om te zien wat hij inmiddels al in elkaar had gezet. Zelf werd ik steeds enthousiaster, maar afgezien van door het huis stuiteren kon ik er verder niet zo veel mee… Inmiddels is alles af en kan ik jullie nu ook eindelijk mijn vernieuwde website laten zien. Hierbij nodig ik jullie uit om eens een kijkje te nemen, wandel door de pagina’s, bekijk de foto’s en laat hier weten wat je er van vindt:

www.fotohamar.nl

Vallen en opstaan…

In het leven is het (soms) vallen en opstaan. Dit begint natuurlijk al zodra je geboren wordt. En hoewel de meeste mensen snel leren zijn er altijd bij die nog heel vaak op hun plaat gaan. Letterlijk bedoel ik dan. Figuurlijk is een heel ander verhaal. Maar daar gaat dit blog (nu) niet over.

Uk heeft er een gewoonte van gemaakt om zo nu en dan een snoekduik naar de grond te maken. Zo staat ie er nog en hopla… Daar ligt ie. Natuurlijk niet zomaar als ie zijn nette kloffie aan heeft. Nee, dit doet hij het liefst tijdens de voetbalwedstrijd. Als ie de bal wil hebben, als zijn tegenstander hem laat tackelen of wanneer ie de “fotograaf” weer eens blij wil maken.

“Nu wil ik ook weten waarom je steeds zo aan het lachen bent.” Zegt Uk. Ik draai het scherm en toon hem een paar fantastische foto’s. “Je lacht mij gewoon uit!! Je mag blij zijn dat ik mij al die keren niet heb bezeerd!” Zegt hij verontwaardigd. “Ja… Sorry… Je bent ook zo leuk om naar te kijken… Zeker deze stuiterfoto’s.” Zeg ik tussen een hik en een lach door. “Het afgelopen seizoen heb ik je aardig vaak gefotografeerd terwijl je een landing aan het inzetten was.” “Maar we staan toevallig wel mooi tweede in de competitie!!” Zegt uk, Die daarmee al zijn valpartijen rechtvaardigt. Samen nemen we nog wat foto’s door. Gelukkig moet hij er zelf ook om lachen.

Hoe mooi is het om een fractie van een seconde, die eigenlijk te snel gaat voor het oog te kunnen bevriezen op de gevoelige plaat?! De gezichtsuitdrukking die verloren gaat in het spel. Het moment waarvan je als speler weet dat het komen gaat… Die actiemomenten vastleggen, daar doe ik het voor. Dat is mijn missie als ik langs de kant zit met mijn camera.

“Oh nee… Nu ben ik zeker het onderwerp van je volgende blog??” Vraagt Uk argwanend…

Hierbij, in willekeurige volgorde, de mooiste stuiterfoto’s van 2013/2014 gemaakt door Foto Hamar. Uiteraard werd dit mede mogelijk gemaakt door de fantastische spelertjes van verschillende voetbalclubs!!

Deze slideshow vereist JavaScript.

Een zeer ruig spel…

Een zweetvoetenlucht kwam mij tegemoet om nog maar niet te spreken over de andere walmen die er hingen. Onzichtbaar plaatste ik een knijper op mijn neus. Yuk, hoe houden ze het hier uit? Al is het maar voor even!! Het smalle gangenstelsel maakte het er niet beter op. Ik zou er bijna claustrofobisch van worden. Er waren een hoop deuren die op dezelfde gang uitkwamen.  Gezien de stank zouden het wel eens de kleedkamers kunnen zijn. Uiteindelijk kwam ik bij de juiste kleedkamer en via via ook nog eens bij de juiste persoon. Op de twee vragen die ik stelde kreeg ik kort en bondig antwoord.

“Ja dat mag. Maar wel onder twee voorwaarden:
Een : Je zit daar op eigen risico!
Twee: Als ik zeg duik!! Dan twijfel je geen moment en duik je naar de grond!!”

Ik moest lachen om zijn militair-achtige voorkomen. Maar toen zijn militair-achtige blik mijn kant op priemde om te zien of ik hem wel begrepen had, sprong ik direct in de houding met mijn handen langs mijn lichaam. “Deal!!” Was mijn antwoord aan de coach. Ik glimlachte nog even vriendelijk naar hem waarop ik een knikje terug kreeg. Ik draaide mij op mijn hakken om en liep dezelfde zigzag route terug, maar dan ik versnelde pas.

Eenmaal buiten het gangenstelsel en de zweetlucht ver achter mij kon ik weer ademhalen. Ik hing mijn camera om mijn nek en liep naar de plaats waar ik zojuist toestemming voor had gevraagd. De dug-out van de Lions in Dordrecht. Ik mocht één van de jeugdteams fotograferen. Een compleet andere sport dan voetbal of hockey. Maar wel met heel veel snelheid en actie. En ik werd niet teleurgesteld.

Voor het behoud van mijn eigen tanden en mijn camera verloor ik de puck, en de coach die schuin achter mij stond, geen moment uit het oog. IJshockey is een brute sport. Er is geen plek voor mietjes en het gaat er ruig aan toe. De spelers brengen niet alleen de wedstrijd door op ijzers maar liggen ook geregeld languit op de grond of vliegen over elkaar heen. Al dan niet door een bodycheck van de tegenstander. Fantastisch om deze sport te mogen fotograferen. Na twee uur zat de tijd er op. De Lions hadden gewonnen. Hun eerste overwinning van het seizoen en Foto Hamar was er bij. Voor ik weg ging maakte ik nog een praatje met de coach. Nu de druk er af was bleek het een heel aardige vent te zijn. Ik ben zelfs uitgenodigd om nog eens terug te komen, wat ik zeker zal doen!!

IJshockeywedstrijd waarbij Groningen een bodychek maakt bij Dordrecht. Foto Hamar zal veilig in dug-out

Zien lopen, doet lopen: doel halen!!

Ik heb er teveel van op mijn agenda staan en mijn 2-do lijstjes puilen er soms van uit. Het probleem met mijn doelen is vaak dat ik halverwege afhaak. Ik red het simpelweg niet tot het einde. Dit komt door al mijn andere interesses. Nog voor het ene doel behaald is, kondigt zich het volgende doel alweer aan. Ik vind gewoon te veel dingen leuk. Maar soms ook omdat het een kansloze missie is en ik vooraf eigenlijk al weet dat dit doel gedoomd is te mislukken. Te slechte voorbereiding, niet nagedacht en impulsief ergens aan begonnen. Of, zoals al gezegd, er is zoveel leuks!!! Zodra ik aan iets nieuws begon riep mijn moeder altijd: “En, tot hoever denk je nu te gaan komen?” Daarom was ik er dit keer zo op gebrand om mijn doel wel te halen. Om te bewijzen, zowel aan moeder als aan mijzelf, dat ik het kon. Dat ik echt wel ergens voor kon gaan. Van A tot Z. Mijn doel: De vijf kilometer onder de 30 minuten uitlopen.

Sinds kort ben ik lid van de hardloopvereniging. Ik draaf, samen met een grote groep andere fanatiekelingen, over de weg, (het gras en de dijk.) Hoewel ik inmiddels al een week of drie/vier niet geweest ben… We krijgen verschillende opdrachten voorgeschoteld. Het mooie is dat ik hierdoor in korte tijd sterker en sneller geworden ben. De oefeningen geven mij nieuwe energie om zelf ook twee keer in de week, soms alleen en soms samen met neef, nicht en hardloopmaatje, mijn “verplichte” rondje te rennen. “Verplicht” is hier overigens met een glimlach. Ik doe het, zowaar, met veel plezier. Dus gemiddeld loop ik drie keer in de week.

Op donderdag 29 augustus was het dan zover. De Seuterloop van ’s-Gravendeel. Het evenement lag ver genoeg in de planning om er goed voor te trainen. Het was realiseerbaar. Dus opgeven was nu geen optie! Neef leek het leuk mij bij dit zelf opgelegde doel te assisteren. Hij bood zich aan als haas. Een half uur van tevoren waren wij al bezig met onze warming-up. Want een goed begin is het halve werk!! Het startschot klonk om 19.30 uur. De horde kwam in beweging en ik liet mij met de stroom meevoeren. Dit keer duurde het even voor ik links en rechts werd ingehaald. Dat was alvast een goed teken. Onderweg zag ik een aantal bekende van de voetbal staan, evenals de trainer van Uk. Die luidkeels toeriepen dat ik goed bezig was. Wat leuk dat ik nu eens door hun aangemoedigd werd in plaats van andersom. Voor ik het wist hadden we de eerste twee kilometer al achter de rug: De eerste in 5.19 minuten en de tweede in 5.41 minuten. Natuurlijk liep ik veel te snel. Maar ik kon mij niet inhouden. Mijn ademhaling werd steeds zwaarder. Neef had dit in de gaten en was op dat moment niet alleen mijn haas maar ook mijn mental coach.

Het parcours viel mij een beetje tegen. Vier keer een dijkje op, over klinkers, gras en ongelijke weghelften. Terwijl mijn tong steeds dikker werd, mijn hoofd rood was aangelopen en het leek alsof ik onder een waterval was doorgelopen, liep Neef naast mij alsof we een rustige wandeling aan het maken waren. Zijn hartslag prima onder controle, geen spoortje zweet. Ondertussen riep hij mij toe wat ik moest doen. Rustig blijven ademhalen en iets terug in tempo. We lagen goed op schema door onze snelle start. Toen de steken in mijn zij echt niet meer te houden waren moest ik even lopen. Ook hier was tijd genoeg voor. Vriendlief en Uk stonden aan de zijlijn met hun fotocamera. Alleen hiervoor had ik tijd om te glimlachen en te zwaaien. Verder kon ik niets anders doen dan mij concentreren op mijn ademhaling en het lopen. Zelfs tegen Neef kon ik niets anders uitbrengen dan: ja of nee.

De laatste ronde brak aan. Nog één maal het dijkje op. Daarna was het een lus terug naar de start/finish. Onder aanmoediging van de voetballertjes, trainer van Uk en Neef liep ik de laatste meters van de wedstrijd. Ik kon wel janken toen ik over de finish kwam en naar de klok keek die de tijd aangaf…

29.08 minuten. Ik kon trots zijn op mijzelf, ik had mijn doel gehaald!!

GEZOCHT…

Hoewel een paar weekenden rust mij goed zou doen, want ik was non-stop bezig met werken en fotograferen, baalde ik wel dat ik zo lang moest wachten tot het nieuwe  sportseizoen weer van start zou gaan. De zaterdagen waren voor mij in één keer een echte vrije dag. Eenmaal gewend aan de omschakeling ben ik mijn dagen gelukkig heerlijk doorgekomen.

Foto Hamar

Maar nu gaat het er dan toch echt weer van komen. Het nieuwe sportseizoen is reeds begonnen of staat op het punt om te beginnen. Dat betekent enthousiaste trainers, uitgelaten kinderen en aanmoedigende vaders, moeders, opa’s en oma’s. Trainingen, bekerwedstrijden, onderlinge wedstrijdjes en toernooien, ik vind het allemaal prachtig om te mogen fotograferen.

~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~

Foto Hamar

Omdat ik graag mijn grenzen (letterlijk en figuurlijk) wil verleggen op het gebied van de sportfotografie ben ik op zoek naar sporters. Sporters die het leuk vinden om gefotografeerd te worden tijdens een vrije training of (belangrijke) wedstrijd. Dit kan alleen of in team verband. Denk hierbij aan sporten zoals: voetbal, basketbal, hockey, waterpolo, turnen en RSG, boksen, atletiek, hardlopen enzovoort… Binnensporten, mits de ruimte goed verlicht is, zijn voor mij geen probleem!!

Wat kun je van mij verwachten?

Foto Hamar

In de Drechtsteden kom ik gratis langs. Ik fotografeer de training of wedstrijd en plaats daarna de foto’s voor verkoop online op mijn website. (Dit kan eventueel afgeschermd en onder een wachtwoord.) Zo is het mogelijk om op je gemak de foto’s terug te zien en alleen de foto’s te kopen die je mooi genoeg vind. De kosten heb je dan ook zelf in de hand. Wil je meerdere foto’s (tussen de 25 a 50 stuks) digitaal en op groot formaat aangeleverd krijgen op cd-rom? Dat kan ook. Hier betaal je € 75,- voor. De prijs in inclusief verzendkosten en BTW. Alle foto’s worden zonder © en logo geleverd. Ook de digitale versie. Binnen een straal van 50 kilometer vanaf Zwijndrecht (ZH) kom ik ook graag, maar dan zullen er wel reiskosten in rekening gebracht worden.

Foto Hamar

Dus… Ben jij een sporter?? (of je broer, zus, vader, moeder, zoon, dochter, neef, nicht, buurjongen of buurmeisje?)  En lijkt het jou (of hen) leuk om gefotografeerd te worden? Mail dan naar info@fotohamar.nl De facebookpagina van Foto Hamar liken mag natuurlijk ook. Laat daar je wedstrijdschema achter en ik plan je in!!

Tot ziens op het sportveld.
Deborah Hamar.

www.fotohamar.nl  / info@fotohamar.nl / Foto Hamar op Facebook 

Foto van de maand: augustus…

De maand augustus. Vakantietijd voor ons gezin en voor mijn camera. Overal, huis, tuin en werk, was het extreem rustig. Maar voor de mensen die het Europees Kampioenschap boksen voor de jeugd 2013 moesten organiseren was het een drukke maand. Het EK vond dit keer plaats in het Topsportcentrum in Rotterdam. Ik kreeg de kans om een aantal avonden te komen fotograferen en die kans heb ik met beide handen aangepakt. Helaas kon ik, zo net voor mijn vakantie, maar twee avonden. Maar dat mocht de pret niet drukken.

AccreditatieDe eerste dag moest ik mij melden bij de balie. Daar kreeg ik mijn (aller eerste) accreditatie uitgereikt om officieel op dit evenement te mogen fotograferen. Hoe leuk is dat!?! De tweede avond kon ik, als een echte persfotograaf, met mijn accreditatie om mijn nek direct doorlopen naar de ring op de bovenste verdieping. Een beetje onwennig liep ik daar met mijn koffer achter mij aanslepend de grote ruimte in. Overal om mij heen zaten of stonden boksers in diverse formaten en afmetingen. Trainers, familieleden, vrienden en mede-boksers. Een aantal keer kreeg ik vragende blikken toegeworpen. Ik glimlachte vriendelijk, waarmee ik wilde zeggen: Rustig maar, ik kom niet om te boksen!!

Wat leuk om op zo’n evenement als dit aanwezig te mogen zijn. Een ruime hal met twee boksringen naast elkaar enkel gescheiden door een muurtje van een meter of twee hoog. Om de ringen heen stonden de jurytafels. Ik mocht niet binnen hetFoto Hamar afgezette stuk komen. Maar verder mocht ik mij overal in de ruimte begeven. Op zich vond ik dat niet eens zo erg. Ik kon achter het publiek staan en had van bovenaf een mooier overzicht dan vanaf de grond. Met mijn telelens had ik zowel de linker als de rechter ring in beeld. Voor Nederland kwamen er in totaal acht boksers uit. Een aantal haalden het zelfs tot de finale en één heeft een derde plaats weten te veroveren!!

Foto Hamar

Vorig jaar heb ik een kickbokswedstrijd gefotografeerd. Dat is wat dynamischer om te zien omdat er bij het kickboksen niet alleen stoten maar ook rake trappen worden uitgedeeld. Heel gedetailleerd zag ik wat er voor mijn lens gebeurde. Ik voelde de vermoeidheid van de sporters met de seconden toenemen. De nek en schouders leken niet alleen bij hen in brand te staan als ze hun dekking hoog moesten houden. Met iedere rake klap die uitgedeeld werd beet ik op mijn tanden. Ik voelde met ze mee. Een bijzondere sport. Ik kreeg bijna zin om ook ergens op te rammen dan alleen de sluiterknop van mijn fototoestel.

Tussendoor had ik nog een praatje met verschillende trainers uit Frankrijk, Moldavië, Duitsland en Nederland. Die vroegen wat ik van de avond vond, waarvoor ik foto’s aan het maken was en waar ze deze konden bezichtigen. Hoewel ik zelf totaal niet van boksen houd vond ik het wel heel erg leuk om dit te mogen fotograferen. Het is weer eens iets anders dan voetbal, hockey of paardrijden. Alleen daarom zou ik het graag nog eens willen doen.

Hieronder mijn favoriet van de avond:

Foto Hamar

(foto’s zijn gecropt en verkleind voor dit blog. De originele foto’s zijn te vinden op mijn website:  Foto Hamar )

Onverwacht gezelschap…

De werkdag was een drama. Een hoop gezeur, vervelende telefoontjes en geïrriteerde collega’s. Voeg daar een dosis slaaptekort aan toe en de chaos is compleet. Ik voelde mij ellendig. Tijd om de negatieve energie van mij af te rennen. Rondje polder stond er op de planning. Eenmaal thuis stuif ik door naar boven, spring in mijn hardloopkleding en trek mijn i-pod uit de kast. Terwijl mijn GPS verbinding zoekt met de satelliet sta ik mijn veters te strikken, gevolgd door een warming up.

Ik ben het park nog niet uit of het gezemel begint al. Mijn broek zit niet lekker, mijn sok zit dubbel in mijn schoen en mijn oortjes vallen steeds uit. De ellende van de dag hangt als een wolk muggen om mij heen. Ik kan wel janken… Ik zet mijn muziek wat harder en schroef mijn tempo op om alles achter mij te kunnen laten. Links van mij duikt er plots een fietsertje op. Ik schuif een stukje naar rechts zodat hij kan passeren. Maar dat doet hij niet. Hij blijft naast mij fietsen. Ik werp hem een blik toe die op onweer staat. Ik kijk in zijn fel blauwe ogen en sproeterige gezicht. “Hoi” roept hij met een glimlach. Ik pers een “hoi” over mijn lippen om daarna weer stoïcijns voor mij uit te kijken. Inmiddels zijn we bij de polder aangekomen. Het ellendige jong op zijn groene fiets blijft maar naast me en kijkt mij aan alsof hij iets verwacht.

“Wat bent u aan het doen?” Ik zet mijn muziek uit. Hoor ik dat goed? Vraagt hij nu echt wat ik aan het doen ben?! “Ik werp de etter een venijnige blik toe. “Ik ben aan het kunstschaatsen en heb zojuist een drie dubbele cherryflip gemaakt.” “Oh ja… Nu zie ik het ook.” Is zijn antwoord, gevolgd door “Mooie paarse schaatsen heeft u!” Wijzend naar mijn schoenen. “Waar moet je heen?” vraag ik hem, in de hoop dat hij zegt rechtdoor te moeten waar ik linksaf ga. “Oh, nergens, ik fietste gewoon wat rond tot ik u zag.” We zijn inmiddels 1.5 kilometer verder en ik ben bang dat ik de overige kilometers niet van hem af kom. Ik schat het joch niet ouder dan een jaar of tien. Ik moet er niet aan denken dat Uk met een onbekend persoon mee de polder in fietst. Daar zal ik hem haarfijn aan helpen herinneren als ik thuis kom. “Ik vraag mij af wat je ouders er van vinden dat je een wildvreemd persoon gezelschap houdt tijdens het hardlopen?” “Zo wild ziet u er nu ook weer niet uit.” Wuift hij met zijn handen los van het stuur. “En mijn vader doet ook aan hardlopen!” Alsof hiermee mijn vraag beantwoord is.

Ik besluit het kind naast mij te negeren en ren door. Mijn blik gericht op de komende paar meters voor mij. Steeds sneller en sneller gaan mijn benen en mijn voeten raken de grond nauwelijks. Ik geniet van het zweef moment. Dit tempo houd ik niet lang vol en ik moet gas terug nemen. “Stop je nu al? Ren door tot aan de laatste boom!” Ik wil mij de les niet laten lezen, maar ik wil ook niet onderdoen voor het joch. Dus ik zet alles op alles en ren door tot aan de laatste boom. Dan ga ik over op een lichte dribbel om bij te komen. De laatste kilometer heb ik mooi onder de zes minuten gelopen. Geheel buiten adem, dat dan weer wel. “Kom, we doen dat stuk nog een keer. In het zelfde tempo!” We? Denk ik bij mijzelf. Hij heeft zijn fiets al omgekeerd en staat mij verwachtingsvol aan te kijken. Ik draai om mijn as en ren naar hem toe. Samen vertrekken we weer vanaf de laatste boom naar de eerste in een flink vaart. Ondertussen roept hij kreten als, “Dit tempo vasthouden!! Nog een klein stukje!” Bij de eerste boom aangekomen draaien we weer om en in een lichte dribbelpas vervolgen we onze weg. Ik kan geen zinnig woord uitbrengen maar hij heeft praatjes voor tien. Hij verteld over school, zijn vervelende zusje, de vakantie naar Oostenrijk, zijn ouders en zijn overleden opa die hij heel erg mist. Alsof we elkaar al jaren kennen. Ik begin sympathie voor hem te krijgen. Zoals hij praat is het net of ik mijzelf hoor praten. Mijn norse blik ontdooit en de irritatie ebt langzaam weg.

Een blik op mijn horloge vertelt mij dat ik nog maar een kilometer hoef te gaan. Ik zet aan om mijn tempo te verhogen en hoor hem nog steeds naast me ratelen. “Kom we gaan intervallen van lantaarnpaal naar lantaarnpaal.” Weer dat WE!! Hij ziet mijn blik en alsof hij weet waar ik voor train zegt hij: “Anders wordt je nooit sneller!” Het kind heeft er blijkbaar verstand van. Ik versnel en verlaag mijn tempo gedurende een halve kilometer. Dan zit ik er echt doorheen. De laatste halve kilometer brengen we zwijgend door. Hij op zijn fiets en ik in een makkelijk vol te houden tempo. Bij het park gekomen gaat mijn dribbel over naar een wandeltempo. Van mijn ellendige gevoel is inmiddels niks meer over. De zwerm muggen heb ik achtergelaten in de polder. Waar ze horen. Ik voel mij heel licht en vooral moe. “Goed gedaan!!” Roept hij. “Dank u.” Zeg ik met een glimlach en ik geef het joch een high five. “Hier moet ik de straat in, ik woon een stukje verder.” Hij wijst in de richting van een rijtje huizen. “Bedankt dat ik met u mee mocht!” Nog voor ik kan antwoorden dat ik nooit toestemming heb gegeven maar toch stiekem wel blij ben dat hij mee gefietst was, steekt hij de straat over. Inmiddels razen de auto’s over de weg tussen ons door. Hij draait zich nog een keer om en zwaait naar me. Daarna is hij weg, mij alleen achterlatend. Ik draai mij om en moet lachen. Zo’n gekke training heb ik nog nooit mee gemaakt…

Zien lopen, doet lopen: N.O.A.D.

Op het programma stond een fartlek, een vaartspel. Oftewel enige vorm van tempolopen, waarbij het terrein en de omgeving onder andere bepalend is voor je tempo. Heuveltje op, heuveltje af, sprinten, dribbelen en dat ongeveer 1,5 uur lang. Het is uiterst vermoeiend en het zal niet in mij opkomen om deze vorm van lopen te integreren in mijn eigen training wanneer ik alleen de straat op ga. De atletiekvereniging daarentegen, laat zijn lopers graag zweten. Je wordt er sneller en sterker van. En moe!!!!

Na iets meer dan 1.5 kilometer rennen hebben we het park bereikt en krijgen we de opdracht ons in een cirkel op te stellen. Terwijl de grondige warming-up stelselmatig wordt afgewerkt tel ik het aantal aanwezige personen. In totaal zijn we met 28 man. Een grote opkomst voor dit warme weer en de vakantietijd. We hebben met het losdraaien van de schouders, heupen en knieën de aandacht getrokken van de mensen en kinderen die in het park aanwezig zijn. Het moet er natuurlijk ook wel erg stom uit hebben gezien zoals we daar stonden en dat met die hitte.

De trainer zette met behulp van pionnetjes een rechthoek uit op het grasveld. Op de lange zijde versnellen en op de korte zijde dribbelen. Alsof ik mijzelf tegen mijn paard hoorde praten. Iets wat wij in de rij-bak ook wel eens oefenen om hem “aan het been” en dus sneller te maken. 15 minuten lang. Het zweet gutste bij de eerste lange zijde rennen al van mijn voorhoofd. Op gras lopen kost meer energie met het ontwijken van kuilen en hobbels. De jeugd vond het niet alleen amusant om ons te zien rennen, ze deden zelfs met ons mee. Na een rondje sprinten hielden ze het echter al voor gezien. Veel te warm voor die onzin. Toen het eindsignaal klonk moesten we, om bij te komen, een rondje dribbelen op verhard wegdek om het park heen. Mijn benen voelde aan als lood maar wat een verademing om weer op asfalt te kunnen rennen.

Terug op het grasveld had de trainer twee tegenover elkaar liggende lijnen uitgezet. In drietallen moesten we nu om en om gaan sprinten. Acht minuten lang. De eerste paar minuten werden er onderling nog wedstrijdjes gehouden wie als eerst aan de overkant was. Maar naarmate de tijd vorderde liep ook het tempo bij de snelste lopers een heel stuk terug. Het sprinten en stilstaan is erg vermoeiend maar opgeven is geen optie. Daarom is lopen in een groep zo motiverend.

Na deze sessie hadden we wel wat drinken verdiend. Dorstiger dan ooit greep ik naar mijn drinkgordel. In een lichte dribbel liepen we daarna naar het einde van het park. Daar volgende nog een estafette run. Geen idee wat ik mij daarbij voor moest stellen, afgezien van het “stokje” doorgeven. Het stokje bleef dit keer achterwege. Persoon één liep een rondje om het kikkerbadje, persoon twee bleef wachten tot hij aan de beurt was om de taak over te nemen. Ik was erg blij met dit rustmoment in de training. Maar eenmaal bezig besefte ik dat dit nog vermoeiender is dan te blijven rennen. De eerste helft van iedere ronde ging perfect. Een mooie snelle tijd. Maar halverwege begonnen mijn benen te verzuren en werd ik links en rechts ingehaald door de andere lopers. Een loper riep in niet mis te verstane woorden: NOAD naar me. Het vraagteken dat boven mijn hoofd verscheen kon zo’n beetje het park verlichten als het donker was geweest. Hij moest lachen en vertelde mij waar het voor stond: Nooit Opgeven Altijd Doorgaan!! Dus draafde ik achter de groep aan om daarna de beurt aan mijn nichtje over te dragen.

Toen dit kwartier ook voorbij was en iedereen zijn veters had gestrikt, een slok water had genomen en er weer klaar voor was, liepen we in een rustig tempo met zijn allen door het park terug naar de atletiekvereniging. Daar volgden nog een relaxte cooling down. Het was een korte trainingsavond met maar 6.5 kilometer op de teller. Maar wel een explosieve 6.5 kilometer. Ik heb mijzelf er door heen geNOAD en hoop dat het afzien op dit soort avonden resulteert in een snellere tijd op de wedstrijd in augustus.