Nog twee dagen…

Daar zaten we dan, bij een van de lopers thuis. De laatste teambespreking voor we ons op een driedaags avontuur zouden storten met weinig slaap en veel sportiviteit. Er hing een ontspannen en gezellige sfeer. Hierdoor begonnen we wel wat later dan gepland maar dat mocht de pret niet drukken. Hoewel een hoop zaken al rond waren moesten er toch ook nog wat cruciale dingen besproken worden. Dus toen de koffie was uitgedeeld, de koeken waren rond gegaan en iedereen eindelijk zat kon de laatste teambespreking van Roparun team 282 Inner Circle Runners beginnen!

Het is verbazingwekkend wat er allemaal bij een grootschalig evenement als dit komt kijken. En dan heb ik het nog niet eens over de organisatie van de Roparun zelf. Alleen het op poten zetten van een eigen team is al een hele klus. Het vinden van voldoende mensen voor de juiste taken is best een uitdaging. Wanneer je compleet denkt te zijn vallen er toch mensen af door blessures of andere verplichtingen. Als het team dan eenmaal geformeerd is kan het feest beginnen. Er moet van alles geregeld worden. Waar moeten we slapen? Met welke vervoersmiddelen gaan we dit avontuur aan? Wat eten we en wat nemen we hier voor mee? Wat voor kleding dragen we? Hebben we voldoende navigatie en hoe houden we onderling contact? Dit alles kost geld. Als team wil je zoveel mogelijk geld binnenslepen voor het goede doel. Maar je wilt ook de kosten dekken die noodzakelijk zijn voor dit driedaags evenement.

Er zullen dus acties georganiseerd moeten worden waarbij geld binnen komt. Zoeken naar sponsoren is ook een optie. Bedrijven zo gek zien te krijgen om het team te geven wat het nodig heeft en zelfs nog ietsje meer, voor het goede doel uiteraard! De sponsoring hoeft niet altijd een geld bedrag te zijn. Het ter beschikking stellen van voertuigen, eten, drinken en bijvoorbeeld kleding is ook een optie. Al met al is het organiseren niet zomaar gedaan. Maar voor mensen die het aanspreekt een heel leuke uitdaging.

We zijn inmiddels ruim een half jaar verder sinds de eerste teambespreking. Na alles wat ondernomen is, zijn wij er zo goed als klaar voor. Vanaf zaterdag 14 mei zijn wij, samen met alle deelnemende teams, live te volgen via deze link *klik*

Ook kan er nog steeds gedoneerd worden:
*Uw wilt doneren? Graag!!* en kies voor team 282 Inner Circle Runners.
Het geld dat je overmaakt via deze link zal in zijn geheel worden gebruikt om de kwaliteit van leven van kankerpatiënten te verbeteren en is NIET om onze activiteiten tijdens de Roparun te bekostigen!!

Onze dank gaat ook uit naar onze sponsoren. Want zonder hen hadden wij dit niet kunnen doen!! In willekeurige volgorde:

– Stay Connect
– Smart Elektrotechniek
– ALtime Timmer & montagebedrijf
– Roovers Handelsonderneming
– Tyres In Stock
– Belasting Service Dienst (BSD)
– FW Administraties
– Autobedrijf Los BV
– Dirk vd Broek Zwijndrecht
– Kaatje Jans Delicatessen
– Timmerfabriek Jongbloed Winschoten
– Probin Papendrecht
– Ab Mauri Dordrecht

Ik heb er zin in, maar ben toch ook wel zenuwachtig. En ik hoef mij niet eens af te vragen welke hardloopkleding ik in moet pakken. Wel welke lens ik mee zal nemen! Mijn taak is het vastleggen van de belevenissen van team 282 Inner Circle Runners. Maandag 16 mei hopen we tussen 15.00 uur en 17.00 uur te finishen in Rotterdam. Nog twee dagen, dan is het zover…

ROPARUN, Inner Circle Runners 2016

Een toerke doen…

“Wat leuk om jou te zien, wat doe jij hier!!” Roept iemand met een wax hoed op en dito jas aan. Een van de dames herkent de cowboy en gilt enthousiast dat we een toerke gaan doen. “Een toerke doen?” Herhaal ik schaapachtig. “Ja joh, dat is Brabants!” Zegt mijn andere buurvrouw lachend. Haha een rit van 20 km vind ik niet bepaald een toerke. Gezien mijn fysieke gesteldheid zou ik het eerder een uitdagende onderneming willen noemen. Gelukkig was ik niet de enige van het stel die zich afvroeg hoe we ons aan het einde van de rit zouden voelen.

De Terheijdense Paardendagen werden dit jaar op 9 en 10 april georganiseerd. Dit paardenevenement is in en om Terheijden een hele happening. Terheijden is voor mij een onbekende plaats, net als het evenement. Er was van alles te doen. Naast de lente fair, werden er ook (mini)marathonwedstrijden gereden. Kon je zelf een ritje op de kar maken. Waren er verschillende demonstraties en ook aan de aller kleinste was gedacht. De zondag stond in het teken van de recreatierit. Eerder dit jaar werd mij gevraagd of ik ook zin had om mee te doen. Een buitenrit door het bos, daar had ik wel oren naar.

Niet iedereen op stal heeft de beschikking over een trailer. Het was daarom even puzzelen welk paard bij wie in de trailer kon. Uiteindelijk was er een indeling en konden alle 8 paarden mee, om zoals gezegd een toerke te doen. Gelukkig waren ook de weergoden ons goed gezind. Het was namelijk een prachtige zonnige dag. Een dag die al heel vroeg, maar goed begon. De staleigenaresse had voor koffie met wat lekkers gezorgd. Op een nuchtere maag  komen we niet zo ver. Daarna werd Poownie nog snel even door de wasstraat gehaald voor hij naast zijn nieuwe vriendin in de trailer stapte.

Het was nog geen 10 km van stal. Toch had ik het gevoel dat we in een compleet ander deel van Bos, hei, ruiterpadNederland waren. Voor mensen die daar bekend zijn: we zaten op de Vrachelse heide. Nog nooit van gehoord en al helemaal niet bekend. Dit stukje bos is een verademing vergeleken bij de randstadruiterpaden die Poownie en ik gewend zijn. De geur van dennenbomen deed mij meevoeren naar zomerse avonden en uren wandelen door bos en over hei. Helaas waren wij niet de enige die genoten van het mooie weer. Hordes fietsers, wielrenners (ook fietsers maar dan een stuk vervelender) motorrijders en honden waren ook van de partij. Gelukkig gunden een hoop van deze recreanten elkaar de ruimte tijdens deze heerlijke dag.

Bos, hei, buitenrit

De route was redelijk goed aangegeven. Volg de pijltjes. Dat bracht hier en daar wat verwarring, waardoor het even duurde voor we onze lunchplek gevonden hadden. We werden al opgewacht met een kop soep, heerlijke broodjes en wat te drinken. Na 1.5 uur gereden te hebben was ik blij dat ik mijn benen kon strekken. De pauze van een half uur werd afgesloten met een groepsfoto waarna de laatste etappe kon beginnen. Onderweg hielden we nog eenmaal een pitstop voor een fruithap, aangeboden door de organisatie. Ergens misten we een pijltje waardoor km 18 en 19 overging in 21 en 22. Maar ach, het was mooi weer en kei gezellig.

Dit soort teambuildingsuitjes met de dames van stal moeten we vaker doen. Daar was iedereen het over eens. De spierpijn viel gelukkig reuze mee. En als klap op de vuurpijl stonden we de volgende dag ook nog in de krant!!Krant, foto, terheijden, paardendagen

Everybody Jump…

Onze paasdagen verliepen iets anders dan gepland. Sterker nog ik had niks gepland. Vriendlief moest werken en zoonlief zou deze dagen elders doorbrengen. Ik had gerekend op twee pyjama dagen met lekker veel thee, chocolade eieren en een goed boek. Maar door omstandigheden ging het weekend van zoonlief niet door. We waren dus samen thuis. En aangezien ik zoonlief niet blij maak met thee en een goed boek hadden we thuis niet veel te doen. Dit vroeg om plan B. Ik herinnerde mij een youtube filmpje dat hij een tijdje terug had laten zien. Ik dook het internet op, vond wat ik zocht en reserveerde 2 kaartjes.

“Yes gaan we daar echt heen?!” Was zijn eerste reactie. “Is het maar een uurtje?” Was zijn 2e reactie. Dat vond ik zelf ook erg kort maar het was iets te prijzig om 2 uur te reserveren. Een kwartier voor we naar binnen mochten kwamen we aan bij Jumpsquare in Nieuwegein. Een indoor trampolinepark. Volgens zeggen de grootste van Europa. Na het tonen van onze reservering ontvingen we alle twee een paar zeer charmante sokken met anti slipprofiel aan de onderkant. Terwijl wij in het horecagedeelte stonden te wachten tot we het “luna park” mochten betreden keken we onze ogen uit. Overal rennende gillende en springende mensen. Die ook nog eens de ene na de andere acrobatische sprong lieten zien. Wauw!! Als kind droomde ik van dit soort parken! Nu ben ik er, maar helaas wat te oud om achterwaartse salto’s te maken.

Toen het licht op groen sprong en de nieuwe lichting nog fris en onbezweet naar binnen mocht, renden we als een stel maffeJumpwn, fun, springen, trampoline kinderen (nou vooruit, een van ons voldoet nog aan dat profiel 😜) naar het achterste deel. Een aaneenschakeling van grote en kleine trampolines. na 3 minuten springen wist ik dat 1 uur ook precies genoeg was!! Buiten adem renden we van de ene hoek naar de andere. Halverwege het park staat de foampit. Een grote bak met foamblokken. Voorzien van een slackline waarbij je je evenwicht kunt testen. En twee startblokken aan de andere kant waar je de meest gekste capriolen kunt uithalen. Landen doe je zacht. De pit uitkomen is een ander verhaal…

We sprongen nog wat rond in de sport area waarbij we probeerden de basketbal zo hard mogelijk te dunken. Testen daarna de high performance trampolines in de trick area. Omhooglopen tegen een muur was nog nooit zo makkelijk! Omlaag vallen trouwens ook. Maar ach, who cares, de trampoline veerde zo goed dat je binnen no-time weer overeind stond. Het leukste, naast de foampit, was de big airbag. Twee blokken waar vanaf gedoken en gesprongen kon worden. Toen ik boven stond vroeg ik mij even af: “ben ik nu echt te oud aan het worden?!” NEE!! Dus sprong ik van het blok in de trampoline om vervolgens als een ongeleid projectiel door de lucht te suizen en te landen op de airbag. Aan zoonlief z’n blik te zien zag het er niet zo tof uit 😂. De laatste 10 minuten heb ik overgeslagen en gebruikt om zoonlief te filmen. Ik was gesloopt.

Al met al een leuke tijdsbesteding en voor herhaling vatbaar. De rest van de avond hebben we heerlijk in onze pyjama voor de buis gezeten. Het koste hem wat moeite om toe te geven. Maar ook hij was moe van al dat springen, duiken en salto’s maken. Over de spierpijn die we de volgende dag hadden zullen we het maar niet hebben…

Team 282…

ROPARUN, Inner Circle Runners 2016

Vorig jaar deed mijn neef samen met nog een aantal hardloopmaatjes, mee aan de Roparun. De Roparun is een estafetteloop van meer dan 500 kilometer van Parijs (en Hamburg) naar Rotterdam waarbij mensen, in teamverband, een sportieve prestatie leveren om op die manier geld op te halen voor mensen met kanker. Het motto van de Roparun is: “Leven toevoegen aan dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven”. Op facebook kwam ik niets anders tegen dan oproepjes om gezellig samen te trainen. Oefenwedstrijden die ingepland werden. Foto’s en verhalen over nachtloopjes en berichtjes over het inzamelden van geld. Voor het goede doel uiteraard. Vol bewondering probeerde ik mijn neef uit te horen op momenten dat ik hem zag. Hoe hij het vond? Wat ze gedaan hadden? Hoe dat dan precies ging met de lopers en fietsers enzovoort…

Zelf liep ik ook al hard. Alleen zonder een doel. Vanaf toen werd mijn drive om te lopen gesterkt door zijn verhalen en wat ik las op internet. Ik raakte er door in de ban. Halverwege de zomer durfde ik mijn wens hardop uit te spreken: “Ik wil ook mee doen aan de Roparun!!” Linksom of rechtsom, ik wil ook onderdeel uitmaken van zoiets groots. Ervaren hoe je in korte tijd met een team iets kunt neerzetten. Door het stof en gebroken thuis komen. Een ervaring rijker en iets bijdragen voor een ander. Of zoals op de site van Roparun geschreven staat: “Het is een avontuur voor het leven…”

Op het moment dat ik een blessure opliep en niet verder kon met hardlopen werd ik gebeld door een van de hardlooptrainers. Hij had net als neef mee gedaan aan de Roparun en was vastbesloten om in 2016 een eigen team te formeren. Hij zocht een fotograaf die de Roparun van voor tot achter en van begin tot eind wilde vastleggen. Voor het team, maar ook voor de achterblijvers die zo een beeld krijgen bij dit evenement. Hij vroeg of ik hier oren naar had en het zag zitten om aan boord te stappen, om samen met een groep onbekenden dit avontuur aan te gaan. Ik was met stomheid geslagen. Over het antwoord hoefde ik niet eens na te denken. Natuurlijk stap ik aan boord!! Hoe tof is dat en wat een mooie kans!

Inmiddels zijn we een aantal maanden verder en zijn er al diverse bijeenkomsten geweest. Om het team te leren kennen en de taken te verdelen. Wie gaan er lopen? Fietsen? Chauffeuren en navigeren? Hebben we een masseur, of twee? Wie regelt de catering? Sommige deelnemers heb ik eens eerder gezien maar feitelijk ken ik niemand. Het team is een gemêleerd gezelschap. Een enkeling heeft al vaker deelgenomen. Maar voor veel van ons is dit de eerste keer. En zoals altijd met een eerste keer is het toch best spannend…  Drie dagen, met weinig slaap, vermoeide mensen en een strak schema. Maar ook drie dagen lol, gezelligheid en avontuur. Zaterdag 14 mei, het pinksterweekend, is het zover. Dan staat team 282, De Inner Circle Runners uit Hendrik Ido Ambacht aan de start in Parijs. Ik heb er in ieder geval heel veel zin in!!

Het leed dat blessure heet…

“Wat sta jij nu weer te doen?” Zegt een collega tegen mij zodra ze de hoek om komt en mij in een halve spagaat op de grond ziet zitten. “Wat denk je dat ik aan het doen ben?!” Vraag ik haar terwijl ik met een zucht opkijk. “Ik rek mijn beenspier!” Zeg ik er ietwat geïrriteerder achteraan. “Oh oké..” Zegt mijn collega die daarna snel haar eigen weg weer gaat. Ik zit daar niet voor mijn lol. Ik zit daar omdat ik een blessure heb. En door die blessure kan ik nu niet hardlopen zoals ik zou willen. Wat betekend dat mijn geplande wedstrijd van deze zomer samen met neef en oom niet door kan gaan. Mijn overige planning mogelijk ook in gevaar komt. Net nu ik zo lekker aan het lopen was geslagen.

Het begon tijdens mijn rustige zondagse loopje van 8 km. Bij km 6 ging het mis. Last van mijn knie met uitstraling naar mijn scheen/kuit. Na een stukje gewandeld te hebben was het redelijk weg. Maar hardlopen zat er die dag niet meer in. Nadat ik die week rust had gehouden kon ik daarna wel weer een rondje van 4 en van 5 km maken. Dat ging lekker. Maar zodra ik het rondje weer groter maakte begon de stekende pijn weer. Dit keer bij 5.5 km. Een weekje rust volgde en de keer daarop kwam de pijn al bij 4.5 gevolgd door 3.5 km. Ik was er klaar mee. Stoppen wilde ik niet. Maar er moest wel iets gebeuren.

Internet hielp mij nu ook niet bepaald. Mijn zoektocht vertelde mij dat het mijn schoenen, mijn knieën, mijn heup, maar zelfs mijn linkeroor zou kunnen zijn… Dat het een overbelasting was daar was ik bij de eerste pijnscheut zelf al achter gekomen. Maar de vraag was nu waar dit door veroorzaakt werd en hoe ik nu verder moest. Ik besloot een fysiotherapeut te raadplegen. Ik kwam bij iemand terecht, gespecialiseerd in hardloopblessures. Lucky me…

Na een grondige intake werden eerst mijn schoenen onderzocht. Hij legde uit waar hij naar keek en vooral waarom. Hij vertelde waar ik zelf op kon letten bij het kopen van een nieuw paar. Met mijn schoenen was gelukkig niks mis. Daarna werd mijn knietje onderzocht. Daar was, voor zover hij kon zien, niks mis mee. Wat volgden waren de voetjes, de heupen en mijn benen zelf. Iets wat ik verwacht had, werd nu bevestigd. Een lopersknie. Mogelijk veroorzaakt door een beenlengte verschil van een paar mm in combinatie met mijn nieuwe fanatieke hardloopschema. Hij nam de tijd om uit te leggen wat er nu precies mis was. Het menselijk skelet werd van de “hanger” gehaald. Op het whiteboard werd gekleurd en ook de computer deed mee om mij duidelijk te maken waar ik last van had en hoe we dit moesten gaan aanpakken.

Na ruim twee uur stond ik weer buiten, heel wat wijzer over mijn blessure. Mijn been hoeft er gelukkig niet af. Wel kreeg ik diverse tips en trucks van hem mee en natuurlijk een aantal rek- en strekoefeningen die ik minimaal vijf keer per dag moet herhalen. Hij drukte mij op het hart om hier serieus mee aan de slag te gaan als ik weer pijnvrij wil hardlopen. Later die week ontving ik ook nog een aangepast hardloopschema waar ik mij de komende drie weken mee mag bezig houden. Weer even terug bij af als ik de tijden in het schema zie. Maar alles voor een goed doel zullen we maar zeggen. Dus, nu snel weer terug naar mijn “yoga matje” voor mijn volgende serie rek- en strekoefeningen…

De hoogste tijd…

10721366_10203732301721822_285964765_n

 

Na vier maanden niks doen moest ik nodig weer eens in beweging komen. Mijzelf weer in het zweet werken. Iets doen aan mijn conditie en niet te vergeten mijn steeds dikker wordende buik. My god ik kreeg mijn broeken niet eens normaal meer aan, laat staan dicht!! Tja, dat krijg je er van als je je weekendje non-stop eten, BBQen en snoepen verlengt met een paar maanden. Voor hardlopen was daarom niet zo heel veel zin tijd. Dus Ik trok mijn hardloopschoenen uit het rek. Zocht mijn nieuwe shirt erbij en graaide mijn horloge uit de la. Het was de hoogste tijd voor een bezoek aan de polder.

Mijn tempo zou ik dit keer laag houden. En met laag bedoel ik tussen de 7 en 8 km per uur. Een snelwandelaar zou mij prima kunnen bijhouden. Na zo’n tijd niks gedaan te hebben besloot ik om niet direct 5 kilometer te lopen. Aangezien mijn hamstring en knie mogelijk zouden kunnen gaan protesteren wat mij na één keer lopen weer twee weken rust op zou leveren. Ik stippelde een route uit van 3 km. Al snel bleek dat dit een juiste keuze was.

De batterij van mijn I-pod was nagenoeg leeg dus moest ik het doen met het ritmische gedreun van mijn eigen voetstappen. Dear lord… Ik kwam niet vooruit en er leek geen einde aan te komen. Wat is nu drie km? Het leken er wel dertien. Mijn bovenbenen voelde aan als lood. Ik had toch echt heel braaf mijn warming-up gedaan. Geen muziek, zware benen en mijn eigen gehijg maakte het niet makkelijk. Zweet gutste van mijn voorhoofd alsof ik zojuist mijn hoofd in de nabijgelegen sloot had ondergedompeld. Blij dat ik was toen mijn horloge aangaf dat ik het 3 km punt gehaald had.

Omdat ik de volgende twee dagen nergens last van had (ondanks de moeizame start) besloot ik 4 km te lopen. Dit ging al een stuk beter. Ik kwam er achter dat ik over een ijzeren wil moet beschikken om mijn tempo bewust laag te houden. Aan het einde van de 4 km had ik zelfs nog energie en puf over. Het was zo verleidelijk om een stukje te sprinten. Maar ik hield mij in. De rest van de route gebruikte ik als cooling-down en kwam op adem weer thuis aan.

Na twee dagen liep ik 5 km. Overigens nog steeds zonder muziek. Ik was helemaal vergeten hoe heerlijk dat kan zijn. Alsof je hoofd veel meer ruimte heeft voor nieuwe ideeën. Ik voelde mij niet alleen vrijer, maar ook op een bepaalde manier creatiever. Het lukte ook veel makkelijker om een rustig tempo aan te houden. Vanaf dat moment nam ik mij plechtig voor om mijn muziek wat vaker thuis te laten.

Mijn lichaam liet mij niet in de steek. Ik had geen enkele keer spierpijn, hooguit wat zware benen. De daarop volgende trainingen liep ik 5.5 en 6 km. Wederom op een rustig tempo. Hoewel ik bij het terug kijken van alle data wel zie dat ik gemiddeld steeds iets sneller ben. Daar wordt ik vrolijk van!

Het lopen op deze manier gaf mijn lichaam en geest een boost. Ik sliep beter als weken daarvoor. Ik voelde mij, ondanks alle drukte, uitgerust en voldaan. Deze manier van lopen ga ik voortzetten. De eerste zes maanden van dit jaar stonden in het teken van een snelle vijf. De laatste sluit ik af met een rustige tien!

Hobby in wording, deel II …

“Uk, wil je de dinsdagavond vrij houden?” “Hoezo??” Was het enige antwoord dat ik van onze pre-puber te horen kreeg. “Omdat ik een plekje voor ons op de boot gereserveerd heb.” Ik vroeg mij af of hij direct door zou hebben wat we zouden gaan doen. “Dat meen je niet? Echt waar? Gaan we echt?!” Twee zielen één gedachten. Hij begreep het direct. Nu konden we eindelijk eens uitproberen waar we vorig jaar zomer mee geëindigd waren. Onze gezamenlijke hobby in wording. Uk en ik gingen wakeboarden achter een boot…

Natuurlijk was ik mijn pijnlijke ervaring van vorig jaar nog niet vergeten, waterskiën bij Center Parks… Juist omdat dit zo klungelig ging en ik daarna de kracht niet meer had om het wakeboarden uit te proberen, waar ik eigenlijk voor kwam, was ik er op gebrand om deze zomer opnieuw mijn vaardigheden te testen. Toen ik in de krant las dat “Board Academy” (een watersportschool) in Dordrecht zijn deuren had geopend, besloot ik de gok te wagen en het niet aan de kabelbaan maar in het eggie te gaan proberen.

Board Academy is alleen in het weekend open, maar op reservering varen ze ook door de weeks. We waren die avond dus maar met z’n tweetjes. Vriendlief ging ook mee, maar bleef in de boot om al onze val en stuiterpartijen vast te leggen op foto en film. Dat bleek achteraf nog niet zo makkelijk aangezien we heel vaak over, door en onder water doorbrachten in plaats van netjes achter de boot. Maar de pro achter het stuur, die ons tevens les gaf, bleef positief! “Dat komt helemaal goed!!”

Om half 8 zaten we bepakt en bezakt in de boot. De gashendel ging (nog niet eens vol) open en we stuiterden plankgas over het water, onder de Moerdijkbrug door, naar het stuk voor de watersporters. Uk was helemaal in zijn element. Ik hoorde alleen maar “OH JO!! VET, TOF en Ik wil ook een boot!!” Toegegeven, dat was ook best wel cool. Eenmaal in positie kregen we nog een korte uitleg en toen was het zover. De kleinste mocht eerst, maar die vond dat dames voor gingen. Ik lag dus als eerst in het water. Ik startte aan de boom, naast de boot. Een soort bar waar je jezelf aan vast kunt houden en kunt ervaren hoe het is om naast een boot te “hangen”, want van boarden was nog niet veel te zien. Het is ook de bedoeling dat je direct goed leert staan op je board en de juiste houding voor een waterstart aanleert. Na twee pogingen en een paar meter verder was het de beurt aan Uk. Bij hem ging het net zo vlot en zelfs vlotter.

We gingen direct door met het “echte” werk. De korte lijn werd uitgegooid. Ik dobberde achter de boot en mijn eerste waterstart moest binnen nu en een half uur een feit zijn. Ik houd het graag tot het allerlaatste moment spannend. Na drie pogingen wisselden Uk en ik van plaats. Mijn gestuntel vrat energie. Ik was gesloopt. Uk deed het super goed. Hij bleef staan en maakte zelfs een aantal meter. Springen over golven was iets te veel van het goede. Met de beentjes omhoog ging hij door de lucht.

De korte lijn werd omgewisseld voor de lange lijn zodat we niet steeds in de golven van de boot zouden komen. Hierdoor konden we ons evenwicht beter bewaren. Uk deed alsof hij nooit anders gedaan had, korte lijn, lange lijn of de boom. Fantastisch om te zien met wat voor gemak hij dit soort activiteiten oppakt. De vermoeidheid sloeg bij hem ook toe. Hij kroop in de boot en ik mocht de laatste tien minuten vol maken.

Ik was inmiddels ook zo moe dat ik de lijn steeds uit mijn handen liet glijden. Gelukkig had de instructeur geduld. Ik kreeg nog wat tips en trucks en bij de laatste poging lukte het mij om uit het water te komen, te gaan staan en zelfs een paar meter te boarden. Dat gaf zo’n enorme kick dat ik de vermoeidheid spontaan vergat… Tot ik de boot weer in moest klimmen…

Ruim anderhalve week lang werd ik herinnerd aan dit uurtje wakeboarden. Spierpijn in het kwadraat. Maar dat mocht de pret niet drukken. Uk en ik hadden een mooie sportieve avond achter de rug die smaakt naar meer.

Board Academy bedankt voor deze stoere ervaring. Wij komen heel snel weer een lesje bij jullie boeken!!

wakeboarden, board-academy

Welverdiende medaille…

14 mei, de dag dat half Zwijndrecht op zijn kop stond. De wegen waren afgezet en mensen kwamen overal vandaan. En dat alles voor de 37e editie van de Verkerkloop. (een hardloopevenement) Bofte ik even dat dit alles in mijn eigen achtertuin plaats vond. Dus in mijn hardloopkleding wandelde ik naar mijn nichtje, die nog dichter bij de start van het parcours woont. Neef en oom zouden daar ook naar toe komen. Met een klein gezelschap liepen we rond 19.45 uur naar de start. Ondertussen deden we onze warming-up. Want eenmaal in het startvak zou daar niet zo heel veel ruimte meer voor zijn.

Het was winderig weer en overdag vielen er zelfs nog wat flinke buien. De vraag die mij eerder die dag bezig hield was wat ik in vredesnaam aan moest trekken. Korte broek, lange broek. Shirt met lange mouwen of een shirt met jas. PPfff en dat alles voor maar vijf kilometer. Maar niet zomaar vijf… Ik wilde nu toch wel graag onder de 30 minuten eindigen. Maar of dit zou gaan lukken? Het weekend daarvoor had ik mijn twee hardloopavonden omgeruild voor een weekendje Brugge. Deze dagen stond vooral in het teken van eten, veel en lekker eten. Er zat dus iets meer Boor om mijn botten…

20.15 uur klonk het startschot. Langzaam kwam de horde in beweging. Het duurde even voor we over de startstreep gingen. Oom was de enige van ons die zich officieel had opgegeven voor de 10 kilometer. Ook hij wilde graag onder zijn eerder behaalde tijd blijven en de eerste vijf kilometer moest dus om en nabij de 29 minuten worden afgelegd. Om mijn doelstelling te halen hoefde ik alleen maar zijn benen te volgen. Nichtje hield mij gezelschap. Hoewel ik van mening was dat ze makkelijk een eigen PR had kunnen lopen. Ze liep alsof we aan het flaneren waren over de boulevard van Scheveningen. Geen spatje zweet, terwijl het bij mij na 500 meter al van mijn voorhoofd drupte.  En adem genoeg om mij de hele weg af te leiden met van alles en nog wat, terwijl ik alleen maar JA of NEE kon uitbrengen.

Bij twee kilometer was ik de benen van mijn oom al kwijt. Natuurlijk genoeg andere “hazen” dus bleven we even plakken achter twee heren die een tempo hadden dat wij redelijk konden bijbenen. Ondertussen verlieten we de rijbaan, waar met zes men naast elkaar gelopen werd. En moesten we via een wandelpad verder waar maar met twee man naast elkaar gelopen kon worden. Dit leverde een kleine vertraging in ons tempo op. Dat stukje gebruikte ik om even op adem te komen. De laatste 1,5 kilometer brak aan. Op dit stuk stonden her en der familieleden en vrienden ons aan te moedigen.

Bij de lus, die het parcours maakte, zag ik opeens mijn oom. Zover zaten we dus niet uit elkaar. Nichtje gaf mij nog even een figuurlijke schop onder mijn hol door een eindsprint in te zetten. Ik besloot achter haar aan te gaan. Ik vloog over de finish om vervolgens tegen een muur van stilstaande mederenners op te knallen. Iedereen bleef staan om zijn welverdiende medaille in ontvangst te nemen. Al hijgend en puffend drukte ik de tijd op mijn horloge stil. Ik sloot met een bezwete grijns op mijn bakkes achter in de rij aan. Want bij het zien van mijn tijd had ik die medaille meer dan verdient. De vijf kilometer liep ik uiteindelijk in 29.17 minuten. Ook neef en oom liepen de tijden die ze hadden gehoopt en zelfs sneller.

Volgend jaar loop ik hem onder de 29 minuten!!

Verkerkloop

Een snelle vijf…

“Waar kijk ik naar?” Vraag ik mijn nichtje die een formulier onder mijn neus schuift. “Naar een snelle vijf. Zin om mee te doen?” Ik pak het formulier van haar aan en bekijk het aandachtig. Ik heb nooit iets van dit soort schema’s gesnapt en dit formulier, met lettertype priegel, is naast onverklaarbaar ook nog eens slecht te lezen. Het enige dat ik begrijp is uit hoeveel weken het bestaat en hoeveel trainingen ik zou moeten doen. “Onderaan vind je de legenda!” Zegt mijn nichtje, die het blijkbaar gewend is om aan de hand van schema’s hard te lopen. “Oh ja, nu zie ik het ook…” Roep ik nadat ik nog eens een paar seconden naar het blaadje heb zitten kijken. “Vind je het erg als ik gewoon ga hardlopen??” Vraag ik lachend terwijl ik het blaadje weer aan haar terug geef.

En zo geschiedde. Eerder dit jaar had ik al een poging ondernomen maar dat werd bruut onderbroken omdat Poownie op mijn teen was gaan staan. Nu de dagen langer worden, de zon zich meer laat zien en de paarden op het land staan, staat niets mij meer in de weg om drie keer in de week over straat te rennen met mijn tong over het asfalt en met een oververhit hoofd. De “snelle vijf” was een mooi moment om direct weer goed van start te gaan.

Ik begon met een rustige vier kilometer. Hardlopers zijn doodlopers en daar wenste ik niet aan mee te doen. Twee dagen later werden het er vijf. Ook nu lag het tempo laag. Ik deed er meer dan 34 minuten over. Ik was gesloopt. Uit ervaring weet ik dat het opbouwen van de conditie vrij snel gaat. Doorzetten is een belangrijk punt evenals volhouden. Dus twee dagen daarna liep ik wederom mijn rondje. De trainingen bouwden zich op naar drie maal in de week. Ik begon naast mijn routes ook de afstanden en snelheden te variëren.

Toen door een overvolle agenda het hardlopen in het geding kwam besloot ik zelfs om in de ochtend te gaan rennen. Op een nuchtere maag, en zonder koffie. Dat was een hele uitdaging en ik verklaarde mijzelf voor gek. Zo stijf als een plank en nogal ongecontroleerd liep ik het slaap uit mijn ogen. Maar ik deed het toch maar weer. Trots dat ik was als ik om 09.00 (oververhit) thuis kwam en klaar was voor de rest van de dag.

Mijn lichaam vertoonde na een aantal weken trainen gelukkig nog steeds geen mankementen. Het  werd tijd om weer eens bij de hardloopvereniging te buurten. Daar stond een pittige fartlek op het programma. Ik train in een groep intensiever dan wanneer ik alleen mijn rondje loop. Dat resulteerde in twee dagen flinke spierpijn. Maar dat mocht de pret niet drukken. Hoewel ik mijzelf verplicht om minimaal drie keer in de week te lopen kijk ik de dag zelf al uit naar mijn loopje van die avond. Zal het mij lukken om nu toch weer wat sneller te zijn als de laatste keer??

Het trainen begint zijn vruchten af te werpen. De spierpijn was niet voor niets. Laatst liep ik de vijf kilometer in 30.31 minuten. Dat betekend dat ik toch meer dan vier minuten van mijn eerst gemeten tijd heb afgesnoept. De eerst volgende wedstrijd wordt de Verkerkloop in Zwijndrecht. Misschien zit er dan toch wel een snelle vijf in… 🙂

Zien lopen, doet lopen: N.O.A.D.

Op het programma stond een fartlek, een vaartspel. Oftewel enige vorm van tempolopen, waarbij het terrein en de omgeving onder andere bepalend is voor je tempo. Heuveltje op, heuveltje af, sprinten, dribbelen en dat ongeveer 1,5 uur lang. Het is uiterst vermoeiend en het zal niet in mij opkomen om deze vorm van lopen te integreren in mijn eigen training wanneer ik alleen de straat op ga. De atletiekvereniging daarentegen, laat zijn lopers graag zweten. Je wordt er sneller en sterker van. En moe!!!!

Na iets meer dan 1.5 kilometer rennen hebben we het park bereikt en krijgen we de opdracht ons in een cirkel op te stellen. Terwijl de grondige warming-up stelselmatig wordt afgewerkt tel ik het aantal aanwezige personen. In totaal zijn we met 28 man. Een grote opkomst voor dit warme weer en de vakantietijd. We hebben met het losdraaien van de schouders, heupen en knieën de aandacht getrokken van de mensen en kinderen die in het park aanwezig zijn. Het moet er natuurlijk ook wel erg stom uit hebben gezien zoals we daar stonden en dat met die hitte.

De trainer zette met behulp van pionnetjes een rechthoek uit op het grasveld. Op de lange zijde versnellen en op de korte zijde dribbelen. Alsof ik mijzelf tegen mijn paard hoorde praten. Iets wat wij in de rij-bak ook wel eens oefenen om hem “aan het been” en dus sneller te maken. 15 minuten lang. Het zweet gutste bij de eerste lange zijde rennen al van mijn voorhoofd. Op gras lopen kost meer energie met het ontwijken van kuilen en hobbels. De jeugd vond het niet alleen amusant om ons te zien rennen, ze deden zelfs met ons mee. Na een rondje sprinten hielden ze het echter al voor gezien. Veel te warm voor die onzin. Toen het eindsignaal klonk moesten we, om bij te komen, een rondje dribbelen op verhard wegdek om het park heen. Mijn benen voelde aan als lood maar wat een verademing om weer op asfalt te kunnen rennen.

Terug op het grasveld had de trainer twee tegenover elkaar liggende lijnen uitgezet. In drietallen moesten we nu om en om gaan sprinten. Acht minuten lang. De eerste paar minuten werden er onderling nog wedstrijdjes gehouden wie als eerst aan de overkant was. Maar naarmate de tijd vorderde liep ook het tempo bij de snelste lopers een heel stuk terug. Het sprinten en stilstaan is erg vermoeiend maar opgeven is geen optie. Daarom is lopen in een groep zo motiverend.

Na deze sessie hadden we wel wat drinken verdiend. Dorstiger dan ooit greep ik naar mijn drinkgordel. In een lichte dribbel liepen we daarna naar het einde van het park. Daar volgende nog een estafette run. Geen idee wat ik mij daarbij voor moest stellen, afgezien van het “stokje” doorgeven. Het stokje bleef dit keer achterwege. Persoon één liep een rondje om het kikkerbadje, persoon twee bleef wachten tot hij aan de beurt was om de taak over te nemen. Ik was erg blij met dit rustmoment in de training. Maar eenmaal bezig besefte ik dat dit nog vermoeiender is dan te blijven rennen. De eerste helft van iedere ronde ging perfect. Een mooie snelle tijd. Maar halverwege begonnen mijn benen te verzuren en werd ik links en rechts ingehaald door de andere lopers. Een loper riep in niet mis te verstane woorden: NOAD naar me. Het vraagteken dat boven mijn hoofd verscheen kon zo’n beetje het park verlichten als het donker was geweest. Hij moest lachen en vertelde mij waar het voor stond: Nooit Opgeven Altijd Doorgaan!! Dus draafde ik achter de groep aan om daarna de beurt aan mijn nichtje over te dragen.

Toen dit kwartier ook voorbij was en iedereen zijn veters had gestrikt, een slok water had genomen en er weer klaar voor was, liepen we in een rustig tempo met zijn allen door het park terug naar de atletiekvereniging. Daar volgden nog een relaxte cooling down. Het was een korte trainingsavond met maar 6.5 kilometer op de teller. Maar wel een explosieve 6.5 kilometer. Ik heb mijzelf er door heen geNOAD en hoop dat het afzien op dit soort avonden resulteert in een snellere tijd op de wedstrijd in augustus.