Zien lopen, doet lopen: doel halen!!

Ik heb er teveel van op mijn agenda staan en mijn 2-do lijstjes puilen er soms van uit. Het probleem met mijn doelen is vaak dat ik halverwege afhaak. Ik red het simpelweg niet tot het einde. Dit komt door al mijn andere interesses. Nog voor het ene doel behaald is, kondigt zich het volgende doel alweer aan. Ik vind gewoon te veel dingen leuk. Maar soms ook omdat het een kansloze missie is en ik vooraf eigenlijk al weet dat dit doel gedoomd is te mislukken. Te slechte voorbereiding, niet nagedacht en impulsief ergens aan begonnen. Of, zoals al gezegd, er is zoveel leuks!!! Zodra ik aan iets nieuws begon riep mijn moeder altijd: “En, tot hoever denk je nu te gaan komen?” Daarom was ik er dit keer zo op gebrand om mijn doel wel te halen. Om te bewijzen, zowel aan moeder als aan mijzelf, dat ik het kon. Dat ik echt wel ergens voor kon gaan. Van A tot Z. Mijn doel: De vijf kilometer onder de 30 minuten uitlopen.

Sinds kort ben ik lid van de hardloopvereniging. Ik draaf, samen met een grote groep andere fanatiekelingen, over de weg, (het gras en de dijk.) Hoewel ik inmiddels al een week of drie/vier niet geweest ben… We krijgen verschillende opdrachten voorgeschoteld. Het mooie is dat ik hierdoor in korte tijd sterker en sneller geworden ben. De oefeningen geven mij nieuwe energie om zelf ook twee keer in de week, soms alleen en soms samen met neef, nicht en hardloopmaatje, mijn “verplichte” rondje te rennen. “Verplicht” is hier overigens met een glimlach. Ik doe het, zowaar, met veel plezier. Dus gemiddeld loop ik drie keer in de week.

Op donderdag 29 augustus was het dan zover. De Seuterloop van ’s-Gravendeel. Het evenement lag ver genoeg in de planning om er goed voor te trainen. Het was realiseerbaar. Dus opgeven was nu geen optie! Neef leek het leuk mij bij dit zelf opgelegde doel te assisteren. Hij bood zich aan als haas. Een half uur van tevoren waren wij al bezig met onze warming-up. Want een goed begin is het halve werk!! Het startschot klonk om 19.30 uur. De horde kwam in beweging en ik liet mij met de stroom meevoeren. Dit keer duurde het even voor ik links en rechts werd ingehaald. Dat was alvast een goed teken. Onderweg zag ik een aantal bekende van de voetbal staan, evenals de trainer van Uk. Die luidkeels toeriepen dat ik goed bezig was. Wat leuk dat ik nu eens door hun aangemoedigd werd in plaats van andersom. Voor ik het wist hadden we de eerste twee kilometer al achter de rug: De eerste in 5.19 minuten en de tweede in 5.41 minuten. Natuurlijk liep ik veel te snel. Maar ik kon mij niet inhouden. Mijn ademhaling werd steeds zwaarder. Neef had dit in de gaten en was op dat moment niet alleen mijn haas maar ook mijn mental coach.

Het parcours viel mij een beetje tegen. Vier keer een dijkje op, over klinkers, gras en ongelijke weghelften. Terwijl mijn tong steeds dikker werd, mijn hoofd rood was aangelopen en het leek alsof ik onder een waterval was doorgelopen, liep Neef naast mij alsof we een rustige wandeling aan het maken waren. Zijn hartslag prima onder controle, geen spoortje zweet. Ondertussen riep hij mij toe wat ik moest doen. Rustig blijven ademhalen en iets terug in tempo. We lagen goed op schema door onze snelle start. Toen de steken in mijn zij echt niet meer te houden waren moest ik even lopen. Ook hier was tijd genoeg voor. Vriendlief en Uk stonden aan de zijlijn met hun fotocamera. Alleen hiervoor had ik tijd om te glimlachen en te zwaaien. Verder kon ik niets anders doen dan mij concentreren op mijn ademhaling en het lopen. Zelfs tegen Neef kon ik niets anders uitbrengen dan: ja of nee.

De laatste ronde brak aan. Nog één maal het dijkje op. Daarna was het een lus terug naar de start/finish. Onder aanmoediging van de voetballertjes, trainer van Uk en Neef liep ik de laatste meters van de wedstrijd. Ik kon wel janken toen ik over de finish kwam en naar de klok keek die de tijd aangaf…

29.08 minuten. Ik kon trots zijn op mijzelf, ik had mijn doel gehaald!!

Zien lopen, doet lopen: N.O.A.D.

Op het programma stond een fartlek, een vaartspel. Oftewel enige vorm van tempolopen, waarbij het terrein en de omgeving onder andere bepalend is voor je tempo. Heuveltje op, heuveltje af, sprinten, dribbelen en dat ongeveer 1,5 uur lang. Het is uiterst vermoeiend en het zal niet in mij opkomen om deze vorm van lopen te integreren in mijn eigen training wanneer ik alleen de straat op ga. De atletiekvereniging daarentegen, laat zijn lopers graag zweten. Je wordt er sneller en sterker van. En moe!!!!

Na iets meer dan 1.5 kilometer rennen hebben we het park bereikt en krijgen we de opdracht ons in een cirkel op te stellen. Terwijl de grondige warming-up stelselmatig wordt afgewerkt tel ik het aantal aanwezige personen. In totaal zijn we met 28 man. Een grote opkomst voor dit warme weer en de vakantietijd. We hebben met het losdraaien van de schouders, heupen en knieën de aandacht getrokken van de mensen en kinderen die in het park aanwezig zijn. Het moet er natuurlijk ook wel erg stom uit hebben gezien zoals we daar stonden en dat met die hitte.

De trainer zette met behulp van pionnetjes een rechthoek uit op het grasveld. Op de lange zijde versnellen en op de korte zijde dribbelen. Alsof ik mijzelf tegen mijn paard hoorde praten. Iets wat wij in de rij-bak ook wel eens oefenen om hem “aan het been” en dus sneller te maken. 15 minuten lang. Het zweet gutste bij de eerste lange zijde rennen al van mijn voorhoofd. Op gras lopen kost meer energie met het ontwijken van kuilen en hobbels. De jeugd vond het niet alleen amusant om ons te zien rennen, ze deden zelfs met ons mee. Na een rondje sprinten hielden ze het echter al voor gezien. Veel te warm voor die onzin. Toen het eindsignaal klonk moesten we, om bij te komen, een rondje dribbelen op verhard wegdek om het park heen. Mijn benen voelde aan als lood maar wat een verademing om weer op asfalt te kunnen rennen.

Terug op het grasveld had de trainer twee tegenover elkaar liggende lijnen uitgezet. In drietallen moesten we nu om en om gaan sprinten. Acht minuten lang. De eerste paar minuten werden er onderling nog wedstrijdjes gehouden wie als eerst aan de overkant was. Maar naarmate de tijd vorderde liep ook het tempo bij de snelste lopers een heel stuk terug. Het sprinten en stilstaan is erg vermoeiend maar opgeven is geen optie. Daarom is lopen in een groep zo motiverend.

Na deze sessie hadden we wel wat drinken verdiend. Dorstiger dan ooit greep ik naar mijn drinkgordel. In een lichte dribbel liepen we daarna naar het einde van het park. Daar volgende nog een estafette run. Geen idee wat ik mij daarbij voor moest stellen, afgezien van het “stokje” doorgeven. Het stokje bleef dit keer achterwege. Persoon één liep een rondje om het kikkerbadje, persoon twee bleef wachten tot hij aan de beurt was om de taak over te nemen. Ik was erg blij met dit rustmoment in de training. Maar eenmaal bezig besefte ik dat dit nog vermoeiender is dan te blijven rennen. De eerste helft van iedere ronde ging perfect. Een mooie snelle tijd. Maar halverwege begonnen mijn benen te verzuren en werd ik links en rechts ingehaald door de andere lopers. Een loper riep in niet mis te verstane woorden: NOAD naar me. Het vraagteken dat boven mijn hoofd verscheen kon zo’n beetje het park verlichten als het donker was geweest. Hij moest lachen en vertelde mij waar het voor stond: Nooit Opgeven Altijd Doorgaan!! Dus draafde ik achter de groep aan om daarna de beurt aan mijn nichtje over te dragen.

Toen dit kwartier ook voorbij was en iedereen zijn veters had gestrikt, een slok water had genomen en er weer klaar voor was, liepen we in een rustig tempo met zijn allen door het park terug naar de atletiekvereniging. Daar volgden nog een relaxte cooling down. Het was een korte trainingsavond met maar 6.5 kilometer op de teller. Maar wel een explosieve 6.5 kilometer. Ik heb mijzelf er door heen geNOAD en hoop dat het afzien op dit soort avonden resulteert in een snellere tijd op de wedstrijd in augustus.

2012 in vogelvlucht…

2012 was een jaar waarin een hoop te verwerken viel, letterlijk en figuurlijk. Het was een moeilijk jaar met verdriet en een diep gemis van mensen die te vroeg van ons zijn weggenomen. Toch had het jaar ook mooie momenten die ik niet wil laten overschaduwen door bovenstaande feiten. Ik kan mij gedeeltes van het jaar heel helder voor de geest halen maar andere delen van het jaar zijn mij iets minder bijgebleven. Hierdoor heb ik het gevoel dat 2012 nog sneller is gegaan dan anders. Voor mijn gevoel moet Sinterklaas nog over de daken denderen, ligt de kerstboom ingepakt op zolder en is Oud & Nieuw nog heel ver weg. Maar niets is minder waar. Het einde van het jaar nadert met rasse schreden.

Daarom volgen hier een aantal gebeurtenissen die in 2012 indruk op mij hebben gemaakt en die ik graag met jullie wil delen.

Fotografie:
Het afgelopen jaar stond in het teken van de fotografie. Ik heb mijn eigen zaakje opgezet en heb dit jaar aardig wat sporters, waaronder voetballertjes, op de foto mogen zetten. In korte tijd heb ik veel (bij)geleerd. Foto Hamar heeft een eigen sponsorplek gekregen in de vorm van een vlag op de mooiste plek van het voetbalveld en ik heb een team van Feyenoord mogen fotograferen.

Naast sport en portretfotografie kreeg ik aan het begin van dit jaar, mede dankzij Harmsma uitvaartverzorging, de mogelijkheid om mij te verdiepen in de uitvaartfotografie. Een heel bijzondere ervaring en halverwege het jaar werd Uitvaartfotografie Hamar geboren.

Eén jaar bloggen:
Het is mij gelukt om een jaar lang te bloggen. Om te groeien in verhaaltjes en in bezoekers. Helaas, door drukte, is het er de afgelopen paar weken niet met regelmaat van gekomen. Bijlezen lukt gelukkig wel maar het plaatsen van eigen blogs iets minder.

De Familie BBQ:
De familie BBQ werd voor een tweede keer georganiseerd en wel op 28 augustus. Locatie: onze achtertuin. Niet verwacht dat dit zo gezellig en ongedwongen zou worden en dat wij zoveel mensen kwijt konden. Ik hoop echt dat dit spektakel een vervolg gaat krijgen, bij ons of bij iemand anders. Ik had overigens wel een week nodig om bij te komen. Dat dan weer wel. Verder zijn er een hoop feestjes van familieleden geweest die in achtertuinen, partytenten of woonkamers plaatsvonden. Niet alleen feestjes maar ook vakanties zijn samen doorgebracht. De wintersport aan het begin van dit jaar en Gran Canaria halverwege dit jaar. Omdat ook dit zo goed bevallen is, wordt de aanstaande wintersportvakantie uitgebreid met nog een aantal personen en is er al een reisje Rome geboekt. Er was niet alleen plaats voor feest. De familie was er gelukkig ook voor elkaar op momenten dat het nodig was. Verhuizing, verbouwing of herdenkingsavonden ter na gedachtenis aan de personen die wij de afgelopen twee jaar verloren zijn.

De lucht in:
Vriendlief kreeg voor zUitzicht vanuit de ballonijn verjaardag een ballonvlucht cadeau. De vlucht was in verband met de weersomstandigheden een aantal keer uitgesteld. Maar uiteindelijk mochten we op donderdag 13 september de lucht in. Wat een fantastische belevenis. Alleen al het opzetten en vullen van de ballon is een ervaring op zich. Maar dan komt het mooiste, in het mandje klimmen en los komen van de grond. Vervolgens is het genieten van het uitzicht over half Nederland, de stilte in de lucht en als je geluk hebt, de zonsondergang.

Wie jarig is trakteert:
Naast fotograferen werk ik ook nog fulltime bij de Koninklijke PBNA. Eén van de grootste examenorganisaties van Nederland. Wij verzorgen onder andere examens in de vakgebieden techniek, VCA/SOG, Management & Organisatie, Middelbaar veiligheidskunde en System Engineer. Dit jaar bestonden wij 100 jaar en dat moest gevierd worden. Naast verschillende feestjes/borrels in ons eigen pand en elders in het land werden al onze examinatoren (en dat waren er nogal wat) mee genomen naar  de SS Rotterdam. Daar kregen we een rondleiding gevolgd door een fantastisch diner. Een zeer geslaagde avond. Maar daar bleef het niet bij. Ook voor onze klanten en partners werd iets georganiseerd en wel op Koninklijk niveau. Zo werd Oud kasteel Wassenaar afgehuurd en werd de “VCA Opleid12-12-2012er van 2012” bekend gemaakt. Dit alles onder het genot van luxe hapjes en drankjes. Tussen de bedrijven door kon gesproken worden met klanten die wij doorgaans alleen telefonisch of per mail spreken. Erg leuk om elkaar nu ook in het echt te zien. De gehele avond werd aan elkaar gepraat door onze gastheer Toine van Peperstraten met wie ik aan het einde van de avond nog even op de foto mocht.

2012 was zoals gezegd een roerig jaar. 2013 zal daar waarschijnlijk niet veel in verschillen. Ik hoop alleen dat er meer rust en regelmaat mag gaan komen, zodat het jaar intenser geleefd kan worden en ik niet het gevoel heb dat de tijd tussen mijn vingers doorglipt. Dat 2013 een jaar mag worden waarin bijzondere momenten zullen plaats vinden en nieuwe uitdagingen op ons pad mogen komen.

Ik wens jullie allemaal een mooi uiteinde van 2012 en een sprankelend begin van 2013.

Ik wens jullie allemaal een mooi uiteinde van 2012 en een sprankelend begin van 2013.

Zien lopen, doet lopen (4). . . Een meevaller.

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 , 2 & 3)

Na mijn eerste zes kilometer gelopen te hebben had ik vervolgens last van mijn achillespees en besloot daarom de 2e poging te staken en te stoppen bij vijf. Ik was er niet minder door gemotiveerd maar baalde wel dubbel zo hard. Is het niet de hamstring die te pas en te onpas terug komt dan komt er wel weer een andere spier of pees om de hoek kijken die extra aandacht vraagt.

Ik wilde heel graag weer lopen maar wist ook dat dit niet slim zou zijn en besloot daarom een extra rustdag in te lassen. Dit heeft mijn lichaam goed gedaan. Want de dag erna stond ik fris en fruitig klaar voor een nieuwe poging. De zes kilometer stond op het programma. Mocht het onderweg niet lekker gaan dan had ik een route van drie en van vijf kilometer als tussenoplossing. Dit was gelukkig niet nodig. Ik had zelfs genoeg “adem” over aan het einde van de rit. Mijn tempo was dus goed. Nu alleen nog werken aan “de afstand in de beentjes krijgen”. Een kwestie van lopen. Zolang er geen gekken dingen zouden gebeuren zou ik de vijf en de zes kilometer af kunnen gaan wisselen.

Steeds dezelfde rondjes lopen is ook zo saai, dus besloot ik later in de week de “bruggenloop” te gaan doen. Een afstand van vijf kilometer over een grote brug, een bruggetje en een aardige tunnel. Goed voor de bovenbeen- en bilspieren en een andere omgeving is ook wel eens leuk. Het zonnetje stond hoog aan de hemel en de temperatuur loog er niet om. Mijn korte broek en van vriendlief nieuw gekregen hardloopshirt kwamen nu mooi van pas. Sporty Spice was er weer helemaal klaar voor. Hoe laat ik ook van huis vertrek, lopers en fietsers kom ik altijd tegen hier. Maar vandaag heerste er complete rust. Zelfs de overige weggebruikers waren maar mondjes maat aanwezig. Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat het zondagmorgen 09.00 uur was.

Ik liep mijn inmiddels gebruikelijke snelheid en stopte halverwege om mijn spieren te rekken en strekken. Ik had niet erg veel last van de hitte afgezien van een verhit rood hoofd. Ik begon dus al aardig te wennen aan deze activiteit boven de 25 graden. Eerder deze week had ik een drinkgordel van mijn vriendin gekregen. Een riem waar vier kleine flesjes aanzitten en nog wat vakjes voor sleutels, telefoon en dat soort fratsen. Voor 5 kilometer niet echt nodig. Maar vandaag had ik toch wel spijt dat ik hem niet had omgedaan. Goede leer voor volgende keer en gewoon omdoen dus.

Terwijl ik de muziek nog een tandje hoger zet moet ik mijzelf inhouden om de tunnel niet uit de crossen. Hoe eerder boven, hoe beter. Dit voelen de bovenbenen wel. Maar als de grond onder mijn voeten weer vlak is verdwijnt het brandende gevoel al snel. Ik loop de brandweerkazerne voorbij evenals alle andere bedrijven die aan deze weg liggen. Voor ik het weet doemt de skatebaan naast mij op en heb ik mijn ronde er weer opzitten. Een stuk sneller dan verwacht en zonder pijn in de hamstring of achillespees. Heerlijk om zo te kunnen lopen.

Eenmaal thuis besef ik dat ik niet gestopt ben aan het begin van het park, wat de bedoeling was, maar er omheen gelopen ben zoals ik de voorgaande keren gedaan heb. Als ik eenmaal uitgedampt en gedoucht ben zoek ik op internet mijn gelopen route op. Ik zie tot mijn verbazing dat ik bijna 6.5 kilometer gelopen heb. De verste afstand tot nu toe inclusief twee bruggen en een tunnel. Deze meevaller stemt mij tevreden. Zo zou ik ze vaker willen lopen.

Zien lopen, doet lopen (3) . . . Goed op weg?!

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 & 2)

Eén is geen! Dus besloot ik minimaal drie keer in de week te gaan lopen. Mocht ik door een bepaalde reden (welke houden we maar even in het midden) niet kunnen lopen dan blijven er in ieder geval nog twee dagen over. Inmiddels loop ik alweer een aantal weken braaf mijn rondjes door het dorp, de polder en het park. Geregeld ga ik met veel zin en een vooropgestelde route van huis. Een enkele keer  moet ik mijzelf er echt toe zetten om te gaan. Zonder loopmaatje is de stok achter de deur nog maar een twijgje dat makkelijk buigen kan. En zeg nou zelf, met noodweer of vermoeidheid is de bank een stuk aantrekkelijker dan de buitenlucht, zweet en een rood hoofd. En toch ben ik iedere keer blij en vooral voldaan als ik gegaan ben. Als je doelen wilt behalen moet je er iets voor doen. Deze komen immers niet zomaar aanwaaien.

Zal ik ooit een halve marathon kunnen lopen, of misschien wel een hele? Dat vraag ik mij zo nu en dan af als ik dus met een rood hoofd, bezweet lijf en met mijn tong over het asfalt slepend de laatste meters af leg van de vijf kilometer. Want in dat geval zou ik deze afstand nog acht (!!) keer moeten lopen. Bij die gedachte zakt de moed mij in de schoenen en mijn tong breekt abrupt af. Acht keer zoveel meer slepend met mijn tong over het asfalt? Daar is ie niet op berekend en de rest van mijn lichaam overigens ook niet.

Door je doelen realistisch te houden blijf je langer gemotiveerd om aan je doel te blijven werken. Ik heb de marathon in mijn agenda gezet voor als ik “groot” ben. In de tussentijd wil ik in ieder geval de tien kilometer kunnen lopen. En graag met mijn tong binnensmonds.

Nu de vijf kilometerrondjes goed gaan wordt het tijd om er een schepje boven op te doen. We doen het rustig aan want blessures liggen op de loer en slaan toe op een onverwacht moment. Aangezien ik nog steeds GPS-loos rond ren stippel ik bepaalde routes uit via internet. Als ik bij het bruggetje rechts in plaats van links zou gaan, zou mij dit een kilometer extra opleveren. Dus ik stelde mij in op zes kilometer en vertrok van huis in een lichte dribbelpas. Snelheid, hoe graag ook, is nog steeds niet aan de orde.

Het lopen ging heerlijk. Een paar honderd meter voor het bruggetje zaten lichaam en geest echter niet gehaal op één lijn. De helft wilde links af, de andere helft wilde rechts af. Voor ik nog verder kon twijfelen aan mijzelf nam ik een kleine spurt en ging rechts af. Die ene kilometer extra moest ik gelopen hebben. Trots dat ik was omdat ik dit keer niet naar mijzelf geluisterd had verlaagde ik mijn snelheid en begroette vervolgens alle wandelaars op mijn pad. Bij het “bekende” park kwam dat knagende gevoel weer opzetten: “Je kunt ook door het park naar huis dan zijn we er sneller!” Ik negeerde mijzelf en dribbelde door tot het einde van mijn geplande route. Bij de skatebaan had ik er precies 6 kilometer opzitten. Met, uiteraard, een rood hoofd, bezweet lichaam en met mijn tong nog daar waar hij hoort liep ik de straat weer in. Een gevoel van overwinning maakte zich van mij meester.

Twee dagen na mijn eerste zes kilometer ging ik voor poging twee. Waarschijnlijk begon ik iets te enthousiast. Want ik was nog niet eens halverwege toen mijn achillespees begon op te spelen. Zul je altijd zien… Ik moest nu al inboeten op snelheid en afstand. Ik ging braaf links bij het bruggetje en besloot mijn 5 kilometer uit te lopen. Ondanks Mijnheer A. Pees had ik toch lekker gelopen maar ik baalde van die ene kilometer. Thuis werden mijn voeten en onderbenen voorzien van een massage door vriendlief die het toch al knap vond dat ik überhaupt gegaan was. Misschien vroeg ik te veel van mijn lichaam en was een kilometer in één keer te veel? Had ik er beter aan gedaan om de kilometer op te splitsen? Hoe dan ook, ik besloot een extra rustdag in te lassen in de hoop dat ik na twee dagen weer een rondje zou kunnen lopen zonder ongemakken. We waren net zo lekker bezig…

Zien lopen, doet lopen . . . (1)

 

Afgelopen week is het kwik meer dan eens boven de 25 graden uit gekomen. Het zonnetje straalde haar warmte vanuit een prachtige wolkeloze hemel naar beneden. Voor een aantal vakantiegangers eindelijk het moment om te kunnen genieten. De BBQ’s werden tevoorschijn gehaald. De zwembadjes voor de kids stonden in de tuinen en overal waren vrolijke mensen.

Zo ook in de polder. Om te wandelen, te fietsen, paard te rijden of om te hardlopen. Ja, zelfs met een brandende zon liepen mensen hun benen uit hun lijf. Tot mijn spijt had ik alweer enige tijd niets gedaan. De hamstringblessure was ongevraagd op visite geweest en toen ik die eenmaal de deur had uitgewerkt was het ronduit slecht weer om te lopen. Nee, ik verzin dit excuus echt niet waar jullie bij staan. Het kwam nou eenmaal met bakken uit de hemel. Maar toen ik deze sportieve mensen voorbij zag rennen, de één iets langzamer en roder dan de ander, kreeg ik spontaan weer zin. Ik wilde ook!!

Dat was wat ik ook deed. Niet in de brandende zon weliswaar. Rond 20.00 uur besloot ik ook mijn beste beentje voor te zetten. Gewoon op het gemak. Mijn horloge met GPS had een aantal weken geleden wederom de geest gegeven dus ik was aangewezen op mijn eigen ritme. Een ritme dat ik even moest zoeken. De eerste twee  kilometer moest ik mijn best doen om niet te snel te gaan, mijn neus in de lucht te houden, niet te veel te zwaaien met mijn armen en ontspannen te blijven lopen. Maar gaande weg lukte het steeds beter om één tempo aan te houden en ondanks de inspanning te ontspannen.

Onderweg kwam ik een aantal andere lopers tegen die er net zo verhit uitzagen als ik zelf. De warmte en mijn eigen inspanning zorgde ervoor dat ik niet veel lucht over had om te groeten. Maar een zwaai was voldoende om “hallo” te zeggen. Tussen het lopen door zocht ik een plek waar ik even kon rekken en strekken. Iets wat ik voor mijn blessure eigenlijk nooit deed, alleen als ik klaar was. Maar nu voelde het wel goed en gaf het mij ook even de tijd om op adem te komen want de hitte maakte het niet bepaald makkelijk.

Ik besloot voor deze avond genoegen te nemen met vier km. De route ging door het park naar huis in plaats van er om heen. Bij het voetbalveld hield ik halt, herhaalde mijn rek- en strekoefeningen nogmaals en liep naar huis.

Twee dagen erna, toen het nog steeds warm was maar er iets meer wind stond, ging ik voor poging twee. Ik nam dezelfde route en kwam onderweg weer verschillende (oververhitte)lopers tegen. Ook nu moest ik mijn snelheid en ademhaling onder controle zien te krijgen. Maar het ging al een stuk beter dan de eerste keer. Toch besloot ik om op dezelfde plaatsen een stukje te gaan wandelen, of ik nu moe was of niet.

Zonder GPS rennen maakte mij vrijer om rustmomenten te pakken. Misschien herkenbaar voor andere lopers? Maar ik moet altijd tegen de klok in rennen, al kijkend op mijn horloge, om te zien of ik mijn tijd heb kunnen verbeteren. Het was dus een hele openbaring dat het ook anders kon. Daarom besloot ik ook weer op dezelfde plaats mijn rek- en strekoefeningen te doen. Met hernieuwde energie vervolgde ik mijn weg. In plaats van het park in te gaan liep ik er dit keer om heen, en maakte zo mijn eerste vijf kilometer rondje sinds weken.

Nu hield ik halt bij de skatebaan in het park. Vandaar liep ik verder naar huis. Moe, voldaan maar vooral trots op mijzelf dat ik toch weer begonnen ben. De eerste wedstrijd is de Seuterloop in ’s-Gravendeel halverwege augustus. Of dit haalbaar is weet ik niet. Maar ik heb nu wel een doel voor ogen. Nu alleen nog een nieuw horloge zien te scoren.

Het is het altijd NET niet…

Klagen lucht op… Dat wordt in ieder geval beweerd. Door te klagen geef je jezelf de ruimte om irritaties of ongenoegen te uiten en dit te delen met anderen. Door (on)bewust, medestanders te vinden hoop je je hierdoor gesterkt te voelen in je “gevoel”. Hoewel ik mij ook zeker wel eens schuldig maak aan klagen is het niet iets waar ik mij veel mee bezig probeer te houden. Sommige dingen gebeuren nou eenmaal en zeker als je er geen grip op hebt kun je je beter bezig houden met de zaken waar je wel grip op hebt of invloed op kunt uitoefenen.

In mijn omgeving of online zoals op facebook, twitter en hyves, hoor en lees is steeds vaker berichten van mensen die (herhaaldelijk) klagen. Klagen over het weer, klagen over het werk, klagen over het niet hebben van werk, klagen over collega’s, huisgenoten, buren of personen in het algemeen, klagen over … ga zo maar even door.

Hoezo, zou dat opluchten? Je bent alleen maar bezig met het creëren van negatieve energie waar je vervolgens in blijft hangen en jezelf mee sleept naar een nog ellendiger gevoel omdat wat je graag wilt niet hebt of andersom. Naast een opgelucht gevoel maakt klagen ook duidelijk dat de klager last heeft van persoonlijk onvrede. Mensen die lekker in hun vel zitten, ontspannen of positiever gezind zijn, hoor je doorgaands niet tot nauwelijks klagen. Immers, waarom zullen ze? Ze zien geen problemen maar juist oplossingen en anders zullen die zich vanzelf wel aandienen. Ze laten zaken als “het weer” langs zich heen glijden omdat er geen knopje is om dit te veranderen.

Moet je dan iedereen deelgenoot maken van je eigen onvrede? Mensen zouden zich eens moeten realiseren wat ze wel hebben in plaats van wat ze niet hebben. En als ze dat, wat ze niet hebben, wel graag willen hebben of andersom, ze hun energie daar in moeten steken in plaats van al dat geklaag, onvrede of niet. Je zou eens moeten zien hoever je het nog schopt door alle negativiteit om te zetten naar iets positiefs met een mooi doel als eindbestemming!

Ik heb geleerd dat het leven met een “knip van je vinger” voorbij kan zijn. Waarom zouden we onnodig energie en tijd verspillen aan klagen? Vanaf nu ga ik mij dan ook niet langer bezighouden met mensen die alleen maar (herhaaldelijk) negatieve energie spuien en zelf weigeren om er iets aan of mee te doen. Ik wil niet mee getrokken worden in de ellende en negativiteit van andere personen. Ik kies voor een positieve insteek en probeer te leren van tegenslag en hier uiteindelijk iets mee te doen.

Er zit ook een klein beetje moraal in mijn “klaag”verhaal: Positiviteit begint bij jezelf!! Daarom onderstaand gedichtje, voor de lezers die niet zo goed weten hoe ze hiermee moeten beginnen. 🙂

Smiling is infectious,
you catch it like the flu,
When someone smiled at me today,
I started smiling too.

I passed around the corner
and someone saw my grin.
When he smiled I realized
I’d passed it on to him.

I thought about that smile,
then I realized its worth.
A single smile, just like mine
could travel round the earth.

So, if you feel a smile begin,
don’t leave it undetected.
Let’s start an epidemic quick,
and get the world infected!

Doelen bereiken…

Als je doelen wilt bereiken zul je er iets voor moeten doen. En aangezien ik al enige tijd een aantal doelen open heb staan voor wat betreft het hardlopen, vond ik het tijd worden om de daad bij het woord te voegen en hier mee aan de slag te gaan.

Toen ik vanmorgen heerlijk in mijn warme bedje lag wist ik precies hoe ik het zou gaan aanpakken. Op de planning stond de “bruggenloop”, zoals ik hem zelf voor het gemak genoemd heb. Hij gaat over minimaal één brug (de mogelijkheid bestaat om hem uit te breiden naar vier) en onder één tunnel door. Rustig beginnen en een kilometer meer lopen dan vorige week. Van de week heb ik 1.20 minuut sneller gelopen dan de keer daarvoor. Dus nu was het de beurt om meer afstand af te gaan leggen.

Als ik de tien kilometer uit wil kunnen lopen moet ik toch echt simpelweg meer kilometers gaan maken. Dat komt niet zomaar aanwaaien. Daar moet iets voor gedaan worden. Tot nu toe ben ik nooit verder gekomen dan zeven kilometer. Door verschillende omstandigheden heb ik het hardlopen even moeten laten voor wat het was. Maar we zijn terug en hopelijk voor een langere periode.

Aangezien Mr. Hamstring  zo nu en dan nog steeds aanwezig is sta ik tegenwoordig ook voor het rennen een flinke warming-up te doen. Al rekkend en strekkend onderaan de trap wordt ik gade geslagen voor vriendlief. Die overigens sinds vorige week ook aan start2run begonnen is. Weliswaar op zijn eigen manier in plaats van die van Evy (of hoe ze ook mag heten) Ondertussen probeer ik verbinding te krijgen met de satelliet voor het bijhouden van mijn tijd, afstand en snelheid. Helaas laat mijn horloge het afweten. Dus besluit ik dit keer Back to Basic te gaan en zonder extra “behang” te vertrekken.

Met een rustige pas vertrok in van huis. “Denk licht, loop licht” was mijn mantra voor deze loop en ik had hem nodig. Hoe lekker ik de voorgaande keren vertrokken ben, zo zwaar voelde het nu. Het leek wel of mijn benen van lood waren en ik werkschoenen met stalen neuzen aan had. Ik was nog geen halve kilometer op pad en de brug diende zich aan. Heel even schoot het mij te binnen dat ik ook voor de brug naar rechts kon gaan, via het park, langs de vijver en vervolgens bij de voordeur weer naar binnen. Maar Lin beschreef het in haar stukje:  “Just do it” Er valt voor iedere keer wel een excuus te verzinnen: niet zeiken gewoon gaan!! Ook al voelen mijn benen moe aan, lukt het niet zoals ik verwacht had, ook dan komen mijn doelen niet vanzelf aanwaaien. Ook dan zal ik moeite moeten doen. Is het niet dat het gevoel van overwinnen (al is het op jezelf) een stuk fijner is als je er nog meer moeite voor hebt gedaan? Precies. Dat dacht ik dus ook…

Met dat laatste in gedachte betrad ik de brug die over het rangeerterrein liep. Zonder muziek, GPS en horloge voelde ik mij wel erg kaal. Ga ik niet te hard? Misschien gaan we nu te zacht? Ik ren inmiddels twee jaar met GPS en ik ben er aan verslaafd geraakt te weten hoe hard ik ren en hoeveel kilometer ik al achter de rug heb. Dat werkt namelijk beter dan je te bedenken hoeveel je nog moet. Maar dit keer moest ik het zonder stellen.

Uit ervaring weet ik dat een variërend tempo vermoeiender werkt dan een constant tempo. Ik koos ervoor mijn tempo expres rustig te houden. Zowel de brug op als de brug af. Liever wat langer onder weg zijn maar wel de zes kilometer uitlopen, dan afhaken omdat ik geen adem meer over zou hebben.

Ergens halverwege de route kon ik mijn mantra langzaam laten varen. Mijn spieren waren gelukkig wat losser dan bij vertrek en het rustige gelijkmatige tempo werkte goed. Ik besloot mijn “zware” benen nog een keer te rekken voor het laatste stuk. Ik moest immers nog een tunnel zien te overwinnen.

Bij vijf kilometer kon ik afhaken en via het park door naar huis. Maar ik liep stug door. De zes moest toch ook te doen zijn? Wat is nou één kilometer? Dus ging ik om het park heen. Mijn lichaam had zich helemaal ingezet op het halen van de zes kilometer. Het eindpunt was al inzicht. Bij het halen van de in mijn hoofd gemarkeerde finish werden mijn benen plots zwaar en het lichte gevoel van zo even was direct verdwenen.

Uiteindelijk heb ik het gehaald. Zonder buiten adem te zijn. Wel met benen zo zwaar als lood. Ik heb nog wat trainingen te gaan wil ik de tien kilometer kunnen lopen zonder dit zware gevoel in mijn benen te hebben. Maar ik ben trots op mijzelf dat ik niet gekozen heb voor de weg van de minste weerstand.

Op naar de volgende training…