GEZOCHT…

Hoewel een paar weekenden rust mij goed zou doen, want ik was non-stop bezig met werken en fotograferen, baalde ik wel dat ik zo lang moest wachten tot het nieuwe  sportseizoen weer van start zou gaan. De zaterdagen waren voor mij in één keer een echte vrije dag. Eenmaal gewend aan de omschakeling ben ik mijn dagen gelukkig heerlijk doorgekomen.

Foto Hamar

Maar nu gaat het er dan toch echt weer van komen. Het nieuwe sportseizoen is reeds begonnen of staat op het punt om te beginnen. Dat betekent enthousiaste trainers, uitgelaten kinderen en aanmoedigende vaders, moeders, opa’s en oma’s. Trainingen, bekerwedstrijden, onderlinge wedstrijdjes en toernooien, ik vind het allemaal prachtig om te mogen fotograferen.

~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~

Foto Hamar

Omdat ik graag mijn grenzen (letterlijk en figuurlijk) wil verleggen op het gebied van de sportfotografie ben ik op zoek naar sporters. Sporters die het leuk vinden om gefotografeerd te worden tijdens een vrije training of (belangrijke) wedstrijd. Dit kan alleen of in team verband. Denk hierbij aan sporten zoals: voetbal, basketbal, hockey, waterpolo, turnen en RSG, boksen, atletiek, hardlopen enzovoort… Binnensporten, mits de ruimte goed verlicht is, zijn voor mij geen probleem!!

Wat kun je van mij verwachten?

Foto Hamar

In de Drechtsteden kom ik gratis langs. Ik fotografeer de training of wedstrijd en plaats daarna de foto’s voor verkoop online op mijn website. (Dit kan eventueel afgeschermd en onder een wachtwoord.) Zo is het mogelijk om op je gemak de foto’s terug te zien en alleen de foto’s te kopen die je mooi genoeg vind. De kosten heb je dan ook zelf in de hand. Wil je meerdere foto’s (tussen de 25 a 50 stuks) digitaal en op groot formaat aangeleverd krijgen op cd-rom? Dat kan ook. Hier betaal je € 75,- voor. De prijs in inclusief verzendkosten en BTW. Alle foto’s worden zonder © en logo geleverd. Ook de digitale versie. Binnen een straal van 50 kilometer vanaf Zwijndrecht (ZH) kom ik ook graag, maar dan zullen er wel reiskosten in rekening gebracht worden.

Foto Hamar

Dus… Ben jij een sporter?? (of je broer, zus, vader, moeder, zoon, dochter, neef, nicht, buurjongen of buurmeisje?)  En lijkt het jou (of hen) leuk om gefotografeerd te worden? Mail dan naar info@fotohamar.nl De facebookpagina van Foto Hamar liken mag natuurlijk ook. Laat daar je wedstrijdschema achter en ik plan je in!!

Tot ziens op het sportveld.
Deborah Hamar.

www.fotohamar.nl  / info@fotohamar.nl / Foto Hamar op Facebook 

Foto van de maand: augustus…

De maand augustus. Vakantietijd voor ons gezin en voor mijn camera. Overal, huis, tuin en werk, was het extreem rustig. Maar voor de mensen die het Europees Kampioenschap boksen voor de jeugd 2013 moesten organiseren was het een drukke maand. Het EK vond dit keer plaats in het Topsportcentrum in Rotterdam. Ik kreeg de kans om een aantal avonden te komen fotograferen en die kans heb ik met beide handen aangepakt. Helaas kon ik, zo net voor mijn vakantie, maar twee avonden. Maar dat mocht de pret niet drukken.

AccreditatieDe eerste dag moest ik mij melden bij de balie. Daar kreeg ik mijn (aller eerste) accreditatie uitgereikt om officieel op dit evenement te mogen fotograferen. Hoe leuk is dat!?! De tweede avond kon ik, als een echte persfotograaf, met mijn accreditatie om mijn nek direct doorlopen naar de ring op de bovenste verdieping. Een beetje onwennig liep ik daar met mijn koffer achter mij aanslepend de grote ruimte in. Overal om mij heen zaten of stonden boksers in diverse formaten en afmetingen. Trainers, familieleden, vrienden en mede-boksers. Een aantal keer kreeg ik vragende blikken toegeworpen. Ik glimlachte vriendelijk, waarmee ik wilde zeggen: Rustig maar, ik kom niet om te boksen!!

Wat leuk om op zo’n evenement als dit aanwezig te mogen zijn. Een ruime hal met twee boksringen naast elkaar enkel gescheiden door een muurtje van een meter of twee hoog. Om de ringen heen stonden de jurytafels. Ik mocht niet binnen hetFoto Hamar afgezette stuk komen. Maar verder mocht ik mij overal in de ruimte begeven. Op zich vond ik dat niet eens zo erg. Ik kon achter het publiek staan en had van bovenaf een mooier overzicht dan vanaf de grond. Met mijn telelens had ik zowel de linker als de rechter ring in beeld. Voor Nederland kwamen er in totaal acht boksers uit. Een aantal haalden het zelfs tot de finale en één heeft een derde plaats weten te veroveren!!

Foto Hamar

Vorig jaar heb ik een kickbokswedstrijd gefotografeerd. Dat is wat dynamischer om te zien omdat er bij het kickboksen niet alleen stoten maar ook rake trappen worden uitgedeeld. Heel gedetailleerd zag ik wat er voor mijn lens gebeurde. Ik voelde de vermoeidheid van de sporters met de seconden toenemen. De nek en schouders leken niet alleen bij hen in brand te staan als ze hun dekking hoog moesten houden. Met iedere rake klap die uitgedeeld werd beet ik op mijn tanden. Ik voelde met ze mee. Een bijzondere sport. Ik kreeg bijna zin om ook ergens op te rammen dan alleen de sluiterknop van mijn fototoestel.

Tussendoor had ik nog een praatje met verschillende trainers uit Frankrijk, Moldavië, Duitsland en Nederland. Die vroegen wat ik van de avond vond, waarvoor ik foto’s aan het maken was en waar ze deze konden bezichtigen. Hoewel ik zelf totaal niet van boksen houd vond ik het wel heel erg leuk om dit te mogen fotograferen. Het is weer eens iets anders dan voetbal, hockey of paardrijden. Alleen daarom zou ik het graag nog eens willen doen.

Hieronder mijn favoriet van de avond:

Foto Hamar

(foto’s zijn gecropt en verkleind voor dit blog. De originele foto’s zijn te vinden op mijn website:  Foto Hamar )

Onverwacht gezelschap…

De werkdag was een drama. Een hoop gezeur, vervelende telefoontjes en geïrriteerde collega’s. Voeg daar een dosis slaaptekort aan toe en de chaos is compleet. Ik voelde mij ellendig. Tijd om de negatieve energie van mij af te rennen. Rondje polder stond er op de planning. Eenmaal thuis stuif ik door naar boven, spring in mijn hardloopkleding en trek mijn i-pod uit de kast. Terwijl mijn GPS verbinding zoekt met de satelliet sta ik mijn veters te strikken, gevolgd door een warming up.

Ik ben het park nog niet uit of het gezemel begint al. Mijn broek zit niet lekker, mijn sok zit dubbel in mijn schoen en mijn oortjes vallen steeds uit. De ellende van de dag hangt als een wolk muggen om mij heen. Ik kan wel janken… Ik zet mijn muziek wat harder en schroef mijn tempo op om alles achter mij te kunnen laten. Links van mij duikt er plots een fietsertje op. Ik schuif een stukje naar rechts zodat hij kan passeren. Maar dat doet hij niet. Hij blijft naast mij fietsen. Ik werp hem een blik toe die op onweer staat. Ik kijk in zijn fel blauwe ogen en sproeterige gezicht. “Hoi” roept hij met een glimlach. Ik pers een “hoi” over mijn lippen om daarna weer stoïcijns voor mij uit te kijken. Inmiddels zijn we bij de polder aangekomen. Het ellendige jong op zijn groene fiets blijft maar naast me en kijkt mij aan alsof hij iets verwacht.

“Wat bent u aan het doen?” Ik zet mijn muziek uit. Hoor ik dat goed? Vraagt hij nu echt wat ik aan het doen ben?! “Ik werp de etter een venijnige blik toe. “Ik ben aan het kunstschaatsen en heb zojuist een drie dubbele cherryflip gemaakt.” “Oh ja… Nu zie ik het ook.” Is zijn antwoord, gevolgd door “Mooie paarse schaatsen heeft u!” Wijzend naar mijn schoenen. “Waar moet je heen?” vraag ik hem, in de hoop dat hij zegt rechtdoor te moeten waar ik linksaf ga. “Oh, nergens, ik fietste gewoon wat rond tot ik u zag.” We zijn inmiddels 1.5 kilometer verder en ik ben bang dat ik de overige kilometers niet van hem af kom. Ik schat het joch niet ouder dan een jaar of tien. Ik moet er niet aan denken dat Uk met een onbekend persoon mee de polder in fietst. Daar zal ik hem haarfijn aan helpen herinneren als ik thuis kom. “Ik vraag mij af wat je ouders er van vinden dat je een wildvreemd persoon gezelschap houdt tijdens het hardlopen?” “Zo wild ziet u er nu ook weer niet uit.” Wuift hij met zijn handen los van het stuur. “En mijn vader doet ook aan hardlopen!” Alsof hiermee mijn vraag beantwoord is.

Ik besluit het kind naast mij te negeren en ren door. Mijn blik gericht op de komende paar meters voor mij. Steeds sneller en sneller gaan mijn benen en mijn voeten raken de grond nauwelijks. Ik geniet van het zweef moment. Dit tempo houd ik niet lang vol en ik moet gas terug nemen. “Stop je nu al? Ren door tot aan de laatste boom!” Ik wil mij de les niet laten lezen, maar ik wil ook niet onderdoen voor het joch. Dus ik zet alles op alles en ren door tot aan de laatste boom. Dan ga ik over op een lichte dribbel om bij te komen. De laatste kilometer heb ik mooi onder de zes minuten gelopen. Geheel buiten adem, dat dan weer wel. “Kom, we doen dat stuk nog een keer. In het zelfde tempo!” We? Denk ik bij mijzelf. Hij heeft zijn fiets al omgekeerd en staat mij verwachtingsvol aan te kijken. Ik draai om mijn as en ren naar hem toe. Samen vertrekken we weer vanaf de laatste boom naar de eerste in een flink vaart. Ondertussen roept hij kreten als, “Dit tempo vasthouden!! Nog een klein stukje!” Bij de eerste boom aangekomen draaien we weer om en in een lichte dribbelpas vervolgen we onze weg. Ik kan geen zinnig woord uitbrengen maar hij heeft praatjes voor tien. Hij verteld over school, zijn vervelende zusje, de vakantie naar Oostenrijk, zijn ouders en zijn overleden opa die hij heel erg mist. Alsof we elkaar al jaren kennen. Ik begin sympathie voor hem te krijgen. Zoals hij praat is het net of ik mijzelf hoor praten. Mijn norse blik ontdooit en de irritatie ebt langzaam weg.

Een blik op mijn horloge vertelt mij dat ik nog maar een kilometer hoef te gaan. Ik zet aan om mijn tempo te verhogen en hoor hem nog steeds naast me ratelen. “Kom we gaan intervallen van lantaarnpaal naar lantaarnpaal.” Weer dat WE!! Hij ziet mijn blik en alsof hij weet waar ik voor train zegt hij: “Anders wordt je nooit sneller!” Het kind heeft er blijkbaar verstand van. Ik versnel en verlaag mijn tempo gedurende een halve kilometer. Dan zit ik er echt doorheen. De laatste halve kilometer brengen we zwijgend door. Hij op zijn fiets en ik in een makkelijk vol te houden tempo. Bij het park gekomen gaat mijn dribbel over naar een wandeltempo. Van mijn ellendige gevoel is inmiddels niks meer over. De zwerm muggen heb ik achtergelaten in de polder. Waar ze horen. Ik voel mij heel licht en vooral moe. “Goed gedaan!!” Roept hij. “Dank u.” Zeg ik met een glimlach en ik geef het joch een high five. “Hier moet ik de straat in, ik woon een stukje verder.” Hij wijst in de richting van een rijtje huizen. “Bedankt dat ik met u mee mocht!” Nog voor ik kan antwoorden dat ik nooit toestemming heb gegeven maar toch stiekem wel blij ben dat hij mee gefietst was, steekt hij de straat over. Inmiddels razen de auto’s over de weg tussen ons door. Hij draait zich nog een keer om en zwaait naar me. Daarna is hij weg, mij alleen achterlatend. Ik draai mij om en moet lachen. Zo’n gekke training heb ik nog nooit mee gemaakt…

Zien lopen, doet lopen: N.O.A.D.

Op het programma stond een fartlek, een vaartspel. Oftewel enige vorm van tempolopen, waarbij het terrein en de omgeving onder andere bepalend is voor je tempo. Heuveltje op, heuveltje af, sprinten, dribbelen en dat ongeveer 1,5 uur lang. Het is uiterst vermoeiend en het zal niet in mij opkomen om deze vorm van lopen te integreren in mijn eigen training wanneer ik alleen de straat op ga. De atletiekvereniging daarentegen, laat zijn lopers graag zweten. Je wordt er sneller en sterker van. En moe!!!!

Na iets meer dan 1.5 kilometer rennen hebben we het park bereikt en krijgen we de opdracht ons in een cirkel op te stellen. Terwijl de grondige warming-up stelselmatig wordt afgewerkt tel ik het aantal aanwezige personen. In totaal zijn we met 28 man. Een grote opkomst voor dit warme weer en de vakantietijd. We hebben met het losdraaien van de schouders, heupen en knieën de aandacht getrokken van de mensen en kinderen die in het park aanwezig zijn. Het moet er natuurlijk ook wel erg stom uit hebben gezien zoals we daar stonden en dat met die hitte.

De trainer zette met behulp van pionnetjes een rechthoek uit op het grasveld. Op de lange zijde versnellen en op de korte zijde dribbelen. Alsof ik mijzelf tegen mijn paard hoorde praten. Iets wat wij in de rij-bak ook wel eens oefenen om hem “aan het been” en dus sneller te maken. 15 minuten lang. Het zweet gutste bij de eerste lange zijde rennen al van mijn voorhoofd. Op gras lopen kost meer energie met het ontwijken van kuilen en hobbels. De jeugd vond het niet alleen amusant om ons te zien rennen, ze deden zelfs met ons mee. Na een rondje sprinten hielden ze het echter al voor gezien. Veel te warm voor die onzin. Toen het eindsignaal klonk moesten we, om bij te komen, een rondje dribbelen op verhard wegdek om het park heen. Mijn benen voelde aan als lood maar wat een verademing om weer op asfalt te kunnen rennen.

Terug op het grasveld had de trainer twee tegenover elkaar liggende lijnen uitgezet. In drietallen moesten we nu om en om gaan sprinten. Acht minuten lang. De eerste paar minuten werden er onderling nog wedstrijdjes gehouden wie als eerst aan de overkant was. Maar naarmate de tijd vorderde liep ook het tempo bij de snelste lopers een heel stuk terug. Het sprinten en stilstaan is erg vermoeiend maar opgeven is geen optie. Daarom is lopen in een groep zo motiverend.

Na deze sessie hadden we wel wat drinken verdiend. Dorstiger dan ooit greep ik naar mijn drinkgordel. In een lichte dribbel liepen we daarna naar het einde van het park. Daar volgende nog een estafette run. Geen idee wat ik mij daarbij voor moest stellen, afgezien van het “stokje” doorgeven. Het stokje bleef dit keer achterwege. Persoon één liep een rondje om het kikkerbadje, persoon twee bleef wachten tot hij aan de beurt was om de taak over te nemen. Ik was erg blij met dit rustmoment in de training. Maar eenmaal bezig besefte ik dat dit nog vermoeiender is dan te blijven rennen. De eerste helft van iedere ronde ging perfect. Een mooie snelle tijd. Maar halverwege begonnen mijn benen te verzuren en werd ik links en rechts ingehaald door de andere lopers. Een loper riep in niet mis te verstane woorden: NOAD naar me. Het vraagteken dat boven mijn hoofd verscheen kon zo’n beetje het park verlichten als het donker was geweest. Hij moest lachen en vertelde mij waar het voor stond: Nooit Opgeven Altijd Doorgaan!! Dus draafde ik achter de groep aan om daarna de beurt aan mijn nichtje over te dragen.

Toen dit kwartier ook voorbij was en iedereen zijn veters had gestrikt, een slok water had genomen en er weer klaar voor was, liepen we in een rustig tempo met zijn allen door het park terug naar de atletiekvereniging. Daar volgden nog een relaxte cooling down. Het was een korte trainingsavond met maar 6.5 kilometer op de teller. Maar wel een explosieve 6.5 kilometer. Ik heb mijzelf er door heen geNOAD en hoop dat het afzien op dit soort avonden resulteert in een snellere tijd op de wedstrijd in augustus.

Dat kun je best…

Inmiddels ren ik alweer een paar weken rond op mijn nieuwe shoes en we zijn al aardig aan elkaar gewend. Dat ging niet zomaar want de eerste week heb ik last gehad van de onderkant van mijn voeten en van mijn scheenbeen. Even was ik bang dat ik, ondanks een loopanalyse, zomaar wat  aangesmeerd had gekregen. Maar aangezien ik een doel voor ogen had, en nog steeds heb, besloot ik door te gaan met hardlopen en het de weken daarop gewoon wat rustiger aan te doen. Dit hielp aanzienlijk. Mijn voeten waren blijkbaar niet gewend aan mee verende en zachte schoenen.

Ook mijn GPS horloge is een grote aanwinst. Zeker de neuroot in mij is er erg blij mee. Wat een prachtig ding. Hij meet zo’n beetje alles wat ik wil. En het leuke is dat ik, zodra ik weer thuis ben uiteraard, op internet mijn route ook nog eens terug kan zien en vol trots aan vriendlief mijn afstand en snelheid kan tonen (zonder te sjoemelen !!)

Mijn neef had ook in de gaten dat ik braaf drie keer in de week mijn rondje liep en vroeg mij om samen met hem en ons “marathon nichtje” mee te gaan naar de atletiekvereniging waarvandaan ook een paar keer per week de loopgroepen vertrekken. De verschillende groepen bestaan uit wedstrijdlopers tot recreant, van sprinters tot lange afstand lopers. Neef en nicht trainen al enige tijd bij de recreanten. Dat dit de recreantengroep was voor de middellange afstanden was mij niet bekend (wedstrijden van 5 tot 30 km). Daar kwam ik later pas achter…

Na een paar keer nee gezegd te hebben, mijn tijd is niet zo snel als die van jullie, ik houd jullie tempo niet vol, ik durf niet…  verzekerde mijn neef mij dat er met mijn tempo niks mis was, ik kon pauzeren wanneer ik wilde en ik verder niet zo moest piepen… Na nog een gesprek met mijn nichtje die mij het zelfde verzekerde als mijn neef besloot ik een proeflesje mee te doen.

Wat voor soort mensen doen hier aan mee? Wat moet je verwachten van een training? Kan ik het echt wel volhouden? Vragen waar ik vrij snel een antwoord op kreeg. Met een mannetje of 30 was de groep flink aan de maat. De leeftijd varieerde van begin 20 tot halverwege de 60. Met een fartlek-achtige loop was de training best pittig te noemen. Het begon met twee kilometer warm lopen in een tempo dat mij beviel. Daarna een goede warming-up gevolgd door wat loopoefeningen. De spieren waren opgewarmd dus kon het feest beginnen. Er werd een parcourtje uitgezet waarbij je afwisselend langzaam en snel moest lopen. Dit 20 minuten lang. Na een korte pauze kregen we een tweede opdracht. Net toen ik dacht al mijn kruit verschoten te hebben. Dijkje op in een snel tempo, dijkje af in een rustig tempo. “Je spieren moet je gaan voelen zodra je bijna boven bent” galmden het van beneden. Ik voelde ze echter toen ik nog geen kwart van het dijkje gehad had. Maar de tijd vloog aangezien mijn nichtje bleef praten en ik hierdoor aardig wat afleiding had. Voordeel van het trainen in een groep, je geeft minder snel op.

Na een minuut of vijftien zat ook deze oefening erop en in een rustig tempo liepen we naar de volgende locatie. Daar kregen we de opdracht om in drietallen een estafette race te houden. Ook hier werd er op houding en looptechniek gelet. Gelukkig klonk na vier minuten het fluitje wat betekende dat de training er opzat. Ik stopte de tijd van mijn horloge en zag dat ik over heel de avond negen kilometer gelopen hadden. Bijzonder aangezien ik thuis niet verder loop (of kom) dan vijf. *blij* Mij werd tevens verteld dat er gemiddeld rond de 10 tot 12 kilometer per training gelopen wordt. Hoe sneller je loopt hoe meer km’s je uiteraard maakt.

Eenmaal terug op de vereniging volgden er nog een cooling-down en wat buikspieroefeningen. Dankbaar pakte ik het flesje water aan dat mijn nichtje mij voorhield. Die had ik nu wel verdiend!

Zien lopen, doet lopen. In het nieuw…

“Volgens mij moet ik nieuwe schoenen!” Zei ik tegen vriendlief toen ik met pijn in mijn voeten thuis kwam van een rondje rennen. “Dan moet je die gaan halen!” Was zijn simpele antwoord. Voor hem een groot feest om te shoppen. Voor mij een bron van irritatie aangezien winkelen niet mijn meest favoriete tijdsbesteding is. Ik vind het vreselijk.

Online kleding bestellen is meer mijn ding. Maar dat was voor hardloopschoenen geen optie omdat ik graag een loopanalyse wilde laten uitvoeren. Dus moest ik er echt aan geloven. Ik was ook al enige tijd opzoek naar een hardloophorloge met ingebouwde GPS. Kon ik daar ook direct wat informatie over op doen.

Vorige week was het zo ver, op naar een hardloopwinkel waar ze alles van mijn gading hadden. Ik liet de verkoper mijn oude afgetrapte schoentjes zien. Hij vroeg mij hoe vaak en hoe lang ik al liep.  Aangezien de schoenen minstens 10 jaar oud waren… Ik stelde hem gerust dat ze eerst vijf jaar ongebruikt in de kast hadden gestaan. Daarna heb ik de overige vijf jaar niet non-stop gerend. Echter met tussenposes van soms wel meer dan een half jaar. Hij vertelde dat het slijtingspatroon aan de onderkant van mijn schoen er goed uitzag. Aan de hand hiervan haalde hij een paar opvallende schoenen uit het rek. Basis schoenen zonder extra poespas deelde hij mee toen hij mijn gezicht zag. Hoewel het niet de schoen zelf was waar mijn oog op viel. Eerder de kleur, fel paars met roze.

Zonder morren trok ik ze aan en nam plaats op de “sintelbaan” van 10 meter. Toen het startschot klonk moest ik twee keer heen en weer draven op de baan terwijl mijn afzet en landing opgenomen werden. Daarna werden ze grondig bekeken door de verkoper. Hij liet mij beeldje voor beeldje zien hoe ik liep. In tegenstelling tot wat ik zelf vond vertelde hij dat het er keurig uitzag. Alles in een rechte lijn, mooie afzet en een nette landing. Nu ik wist wat ik voor schoen nodig had kon het kiezen beginnen. Met diverse soorten modellen liep ik rondjes door de winkel. Na een half uur had ik de keuze terug kunnen brengen van zes naar twee paar. Het eerste paar wit met grijs, het tweede paar de paars metAsics Nimbus 14 roze schoen… Toen bleek dat het eerste paar in maat 39 eigenlijk net iets te groot was maar in maat 38,5 veel te klein, bleef de schoen met hippe kleurtjes over. Die zat als gegoten en liep erg lekker. Maar die kleur he?!

Vriendlief vond het een goede gelegenheid om dan ook direct mijn kleding van zwart/wit om te zetten naar fel roze, paars en blauw. Dat staat zo leuk bij je nieuwe schoenen. Met een twijfelachtig gezicht verplaatste ik mij naar een pashokje waar ik het één na het andere shirtje en jasje aangereikt kreeg. Uiteindelijk slaagde ik voor een compleet nieuwe set waarin ik de zomer en de winter (als zuurstok) door kan.

Nu we voor twee van de drie onderdelen geslaagd waren moest ik nog wat informatie hebben over de verschillende hardloophorloges. Voorheen liep ik met een horloge van Polar. Hier was ik erg tevreden over, maar de GPS zat niet ingebouwd. Dat was minstens een eis waaraan het nieuwe horloge moest voldoen. Verder wilde ik mijn afstand en snelheid kunnen zien terwijl ik mijn rondjes aan het rennen ben. Natuurlijk had ik thuis al verschillende horloges vergeleken. Mijn keus was uiteindelijk gevallen op de Garmin 610. Na wat piepen over de prijs wilde hij er best nog een korting op geven en daarmee was de deal rond.

Twee uur later zat ik heel tevreden naast vriendlief in de auto met al mijn aankopen op schoot. Zowaar geslaagd in één winkel zonder chagrijnige buien. Laat nu de kilometers maar komen!!

Langs de zijlijn…

“Boor ga je morgen mee naar de voetbal?” Werd mij gevraagd terwijl ik naar de dwarrelende sneeuwvlokjes stond te kijken die wederom onze tuin omtoverde tot een wit sprookjeslandschap. Als er geen andere fotoreportages gepland staan ga ik meestal mee om foto’s te maken van mijn favoriete voetbalteam. Maar de afgelopen twee weken waren, met een aantal uitvaartreportages achter elkaar, best pittig geweest. Ik wilde er dit weekend de tijd voor nemen om er iets moois van maken zodat ik de families de cd-rom met foto’s kan overhandigen. Een frisse neus halen langs het sportveld zou als afwisseling op het binnen zitten en turen naar de pc wel erg lekker zijn (mits het niet zou stormen of regenen natuurlijk…). Ik besloot mee te gaan maar dit keer, en dat is echt een uitzondering, zonder fototoestel. Dit vonden de heren ook geen probleem.

Het geluk stond aan mijn zijde. De wedstrijd was weliswaar uit, maar de aftrap was pas om 10.30 uur. Een klein beetje uitslapen kon dus. Het zonnetje was ook aanwezig. Heel even had ik er spijt van dat ik mijn fotospullen thuis had laten liggen. Dat was maar voor even. Want nu had ik de tijd om op een heel andere manier naar de wedstrijd te kijken dan anders. Als ik foto’s maak zie ik namelijk heel veel details. Waarschijnlijk meer dan de mensen die aan de zijlijn mee staan te kijken. Maar als fotograaf mis ik het complete overzicht. Dat zien de andere toeschouwers dan weer wel. Nu kon ik ook eens genieten van de mooie acties die uk maakt. De acties waar ik vaak maar de helft van mee krijg.

Ondanks de zon voelde het aardig fris aan. Ik was blij met mijn extra laagje kleding en sjaal. Het viel mij direct op dat we drie spelers misten. Twee waren er bijna te laat en kwamen op de valreep aanrennen om nog snel een warming-up te kunnen doen. Een derde speler was gevraagd met een ander team mee te doen. Ik snapte daar de logica niet helemaal van. Want ons team had juist bij deze wedstrijd zijn punten moeten (en kunnen) pakken om de andere helft van het jaar nog in de top 4 mee te kunnen draaien. Terwijl het andere team zo ongeveer kansloos onderaan stond.

Onze kanjers begonnen direct al goed, binnen een paar minuten viel het eerste doelpunt. Je had ze moeten zien rennen over het veld! Het samenspel, de één tweetjes, het vrijlopen… Alle ingrediënten voor een leuke wedstrijd waren aanwezig. Zo ook bij de tegenpartij, die eveneens leuk aan het ballen was. Eigenlijk iets te leuk. Ze waren hier en daar een kop groter en daarmee ook net iets sneller en sterker dan ons team. Maar als één van onze spelers zich fel inzette kwam de tweede speler mee doen en dit werkte aanstekelijk op de rest van het team.

Wij konden na een half uur op ons gemak een bak koffie halen want we stonden met 1 doelpunt voor. De eindstand was hiermee nog niet in zicht. Het kon nog alle kanten op. En dat ging het ook. Met iets van trots kwamen de spelers het veld weer op. De scheidsrechter vloot en de bal vloog richting doel. Ons doel wel te verstaan. Hiermee scoorde de tegenpartij 2-2. Onze jongens moesten flink aan de bak. Na iedere sprint over het veld zagen ze er weer een stukje vermoeider uit. Het werd lastiger om de bal in eigen bezit te houden. De rust had de tegenstander goed gedaan. Wij stonden te juichen en te springen langs het veld om ze op te peppen en net dat beetje meer te laten rennen. De uiteindelijke stand was 5-4. Onze kanjers hadden alles gegeven. Maar het mocht niet baten.

Nog even bleven we kijken hoe de jongens hun vrije trappen namen. De zon was langzaam achter de bomen en het sportcomplex weggezakt en de wind had zijn plek ingenomen. Het werd akelig koud. We zagen Uk langzaam wit weg trekken en uiteindelijk stond ie over zijn hele lijf te rillen als een chihuahua. Snel onder de douche en door naar huis. De rest van de dag hadden we geen kind aan hem. De kou en inspanning op het veld hadden zijn tol geëist. Hij heeft een aardige tijd liggen slapen onder zijn dekentje op de bank. Volgende week spelen ze voor de beker. Hopelijk hebben we dan ook weer een lekker zonnetje en ben ik van de partij om foto’s te maken.

Ik kan het niet laten om toch een foto te plaatsen:

Foto gemaakt aan het einde van vorig jaar, toen de mist het niet mogelijk maakte verder te kijken dan een paar meter.

Zien lopen, doet lopen, ga je mee?

In de bak paardrijden is al enige maanden niet meer wat het geweest is. Het worteldoek steekt hier en daar door de zandbodem heen. De afrastering is gebroken en de bodem zelf staat geregeld onder water of is bevroren. De enige keer dat we zouden kunnen rijden is ’s-avonds als de verlichting het een paar weken geleden niet begeven zou hebben. Daar komt nog bij dat het dan minstens een week niet zou moeten regenen. Want een zeepaard mag dan wel dezelfde naam dragen als mijn edele viervoeter, ze zijn zeker geen familie van elkaar. De afgelopen periode heeft het ook aardig gevroren dus was de rij bak omgetoverd tot minischaatsbaan. Kortom de bak is een drama bij ons.

Gelukkig staat het paard de hele dag met zijn “buurvrouwen” in de paddock. Daar kunnen ze zich uitleven, achter elkaar aan jakkeren, kuilen graven of elkaars deken slopen. Toen de herfst zijn intreden deed had ik mij erbij neergelegd dat zijn conditie de komende (winter)maanden er niet op vooruit zou gaan. Dat actiepuntje bewaren we voor de lente. Wanneer de dagen langer worden, het meer dan een week droog is en we de rij bak weer in kunnen. Toch vond ik dat we zo nu en dan iets meer moesten doen dan een rondje buiten wandelen of een stukje crossen over het ruiterpad. Mijn eigen conditie is inmiddels ook niet al te best meer, dus besloot ik het paard mee op sleeptouw te nemen tijdens een rondje hardlopen.

Hoewel  mijn paard aardig hard kan lopen is hardlopen toch niet echt zijn ding. Zeker als hij zich moet conformeren aan mijn snelheid. Tussen de 8 en de 10 kilometer per uur is voor mij een ideaal tempo. Maar voor hem betekend dat grote passen nemen of heel zachtjes draven. Niet iets waar hij vrolijk van wordt. Al helemaal niet als we langs al die groene grasstroken lopen waar hij van mij, zijn neus niet naar beneden mag steken om zo nu en dan een hap te nemen. Rennen is rennen en grazen is grazen, dat gaat nu eenmaal niet samen.

De lucht was prachtig blauw en de polder werd toegelachen door de zon. Prachtig, prachtig hield ik mijzelf voor terwijl ik stond te klappertanden van de kou. Een flinke warming up op en rond stal zorgde er voor dat de ergste kou verdreven werd. En het paard? Die stond al zuchtend naast mij. Hij wist wat er komen ging. Al na een paar honderd meter was het raak. Als of ie het er om deed. Standje slak ging aan en ik kon hem voortslepen. Met een uitgerekte hals sjokte hij achter mij aan. Als het halstertouw strak naar achteren stond kwam mijnheer aandraven en als zijn schouder mijn schouder raakte besloot hij weer te gaan wandelen. De ijzige kou maakte het er ook niet lekkerder op. Mijn hoofd en kaak deden pijn en mijn bovenbenen waren gevoelloos. Ik besloot vol te houden. Minstens vijf kilometer.

Eenmaal in de polder begon ik langzaam op temperatuur te komen. De pijn trok weg en het paard kreeg door dat hij niet van mij ging winnen. Uiteindelijk liepen we in gelijke tred. Ik kreeg er zelfs plezier in. Een eenzame fietser riep mij toe dat ik op zijn rug moest zitten in plaats van mee te rennen. Ik kon alleen maar lachen aangezien ik alle lucht nodig om te kunnen blijven ademen. Een auto liet ons passeren en de bestuurder zwaaide vriendelijk. Ik had het niet langer koud meer. Op de terugweg rook het paard zijn stal. Het tempo werd langzaam opgevoerd en voor ik het wist sleepte hij mij voort in plaats van andersom. Ik rende een flink stuk in zijn tempo mee tot ik echt geen adem meer over had. De laatste paar honderd meter werden in een pittig wandeltempo afgelegd.

Bij aankomst op stal vielen de eerste regendruppels. Eenmaal thuis kwam het met bakken uit de hemel. Dankzij het tempo van het paard waren we mooi op tijd weer binnen!

Ga je mee hardlopen? Alleen als ik mijn nieuwe oorwarmers op mag!!

Door weer & wind. . .

De wekker gaat om 06.30 uur af, op een zaterdag, na een week werken. De regen komt met bakken uit de hemel zetten. Het is de afgelopen nacht niet één minuut droog geweest. Ukkepuk hoor ik al van de trap af denderen en gilt ons in het voorbijgaan een goedemorgen toe. Hoe kan het toch dat dat joch geen moeite heeft met opstaan?

Als ik beneden kom heeft Uk zijn voetbalkleding al aan. Terwijl ik het ontbijt sta klaar te maken vraag ik aan vriendlief of hij er zeker van is dat de wedstrijd door gaat, op dit onchristelijke tijdstip met dit niet Deborah vriendelijke weer. Hij begint te lachen en zegt: “Lang leve de kunstgrasvelden!” Ik besluit wijselijk mijn mond te houden, eet mijn ontbijt en maak mij klaar voor een regenachtige ochtend langs het voetbalveld.

Uk daarentegen is niet meer te houden. Dit is de laatste wedstrijd voor de beker. Met de wedstrijden die reeds gespeeld zijn staan er drie clubs op de eerste plaats. Waaronder die van hem. Het is er op, of er onder vandaag!! Dat maakt het de moeite waard om je zeiknat te laten regenen en vervolgens een verkoudheid op te lopen. Mijn fototoestel had nergens last van. Met zijn eigen regenjas aan heb ik foto’s gemaakt van de wedstrijd. En wat voor wedstrijd. Ik vergat soms dat ik in het hol van de leeuw (de tegenstander) zat en zodra er een doelpunt gemaakt werd schreeuwde ik uit volle borst mee. De tegenstanders daarentegen deden het zelfde op hun beurt om mij vervolgens grijnzend aan te kijken…

De spelers scoorden het ene na het andere doelpunt terwijl ik het ene na het andere plaatje schoot. De kou deerde mij op dat moment niet. Hoewel mijn vingers na afloop gevoelloos waren en mijn bovenbenen tot aan mijn tenen drijfnat waren heb ik daar tijdens de wedstrijd niets van gevoeld. De spanning was om te snijden, zowel op als naast het veld.

De uiteindelijke score was 6-6. Dat betekende, op dat moment, een eerste plaats voor ons team! Het team dat eveneens kans maakte op een eerste plaats moest ook spelen. Direct na de wedstrijd werd er druk over en weer gebeld om te vragen wat het andere team gedaan had. Helaas waren de wedstrijden door het slechte weer en het ontbreken van kunstgrasvelden afgezegd. Over een aantal dagen weten we pas of we (de spelers uiteraard) de beker gewonnen hebben of een mooie tweede plaats hebben behaald.

Zie voor meer (voorbeeld)foto’s de facebookpagina of de website: Foto Hamar

Zien lopen, doet lopen. . . Geen meter.

Al drie weken hebben mijn voeten geen hardloopschoenen aan gehad. Heb ik niet hoeven kiezen tussen een korte of een lange broek. Een trui, vest of jasje. Hoewel ik toch een aantal keer flink gerend heb, dat dan weer wel. Helaas niet voor mijn eigen ontspanning of mijn eigen doel. Maar voor de baas, omdat het daar zo godsgruwelijk druk is, we te weinig personeel hebben, de automatisering zo dusdanig gemaakt is dat het langer duurt voor het werk gedaan is, of voor mijn klanten die ik niet wil laten wachten op hun bestellingen. Na het werk moet er thuis en op stal natuurlijk ook nog van alles gebeuren. Voor ik het weet is het alweer 21.30 uur, lig ik uitgeteld op de bank en beloof ik plechtig morgen een half uur vrij te maken voor mijn rondje rennen.

In het verleden heb ik mij voorgehouden dat ik meer energie krijg van het lopen. Ik dwong mij vaak te gaan ook al was ik moe. Inmiddels weet ik dat het eerste waar is maar het tweede zeker niet slim is. Ongelukjes en blessures liggen mij op de hoek van de straat op te wachten en slaan toe als ik even de andere kant op kijk. Maar zo moeilijk kan het toch niet zijn om een half uurtje vrij te maken voor het lopen? Blijkbaar wel in mijn agenda.

Hoewel ik niet helemaal stil heb gezeten. De afgelopen weken zijn we met het paard weer flink aan de bak geweest. En als er iets tijd vreet is het wel het paard. Met het mooie weer zijn we ook flinke stukken gaan wandelen. Op rijlaarsjes wel te verstaan. Ik kwam er snel genoeg achter dat dit geen handige keuze was. Maar ja, dan ben je al een eindje onderweg. Gevolg: pijnlijke hiel en scheenbeen. Hoewel dat laatste niet helemaal te wijten is aan het wandelen met rijlaarsjes.

Het hardlopen moet ik dus ook de komende paar dagen aan mijn neus voorbij laten gaan. Eerst de rust terug laten komen in lichaam en geest. Om vervolgens met goede moed en hernieuwde energie er tegenaan te kunnen gaan.

Om toch enigszins gemotiveerd te blijven lees ik graag het blad: Runners world. Leuke feiten, wist je datjes, trainingsschema’s en interviews. Sinds enige tijd heeft ook mijn nichtje, (die van de “light up” onderneming) een eigen blog. Haar doel: De Marathon van Rotterdam. Ze schrijft over haar trainingen en hoe ze haar doel wil gaan behalen. Maar ook de logjes van Rinus en Tiny  doen het goed. Hun enthousiasme voor het lopen zorgen er voor dat ik ook wil gaan en mijn hardloopdoel voor ogen houd.

Voor nu moet ik het even bij het lezen houden. Hopelijk volgende week weer een nieuwe start.