Blokje om…

De afgelopen maanden heb ik aardig wat passen gezet. De loopband is immers meermaals per week de start van mijn workout. Ik vind het lekker om al wandelend mijn spieren op te warmen. Soms is het gewoon fijn om even de benen te strekken na een tijd gezeten te hebben. Sinds enige tijd vind ik het heerlijk om mij al wandelend buiten te begeven. Ik vind het zo fijn dat ik zelfs met regenachtig weer een rondje maak. Bij de start van afgelopen winter waren de rondes overigens niet super groot. Een paar blokken door de wijk was voldoende om aan mijn dosis frisse lucht en beweging te komen. Aan het begin van de decembermaand werden deze rondes opgeleukt door alle lampjes en versiersels die zowel buiten als binnen waren opgehangen.

Vriendlief kreeg ik maar een enkele keer mee. Hoewel wandelen met zijn tweeën gezelliger is vind ik het ook geen probleem om in mijn uppie een blokje om te gaan. Wanneer het een drukke dag is geweest en mijn hoofd vol zit met aller handen en soms niet relevante zaken is het juist erg fijn. Ik merk dat mijn hoofd met iedere kilometer die verstrijkt leger en leger wordt. Er komt rust voor in de plaats en dat is zo’n fijn gevoel. Wanneer ik tussen de paarden loop ervaar ik het zelfde. Alsof je al je figuurlijke shit daar kunt droppen en met een leeg hoofd weer weg gaat. Dat geeft dan ook weer ruimte voor andere inzichten. 

Terwijl ik met mijn capuchon over mijn hoofd door de wijk loop, want langzaam begint het te druppelen, plopt opeens mede blogger Rianne in mijn hoofd op. Rianne had een doelstelling bedacht om een x aantal km te lopen in een jaar. Dan eens hier, dan eens daar. En ondertussen schiet ze platen van al het moois of bijzonders dat ze onderweg tegenkomt. Ooh ja, bedenk ik mij, dat wil ik ook. Ik ben gek op challenges. Vooral om er mee te starten. 

Al wandelend reken ik uit wat voor mij haalbaar is en hoevaak ik per week dan naar buiten moet. Ook als ik geen zin heb. En als het nu echt rotweer is, zouden de gelopen km op de loopband dan ook mogen tellen? Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat het misschien beter is om hier helemaal geen challenge aan te hangen. Want ik ben namelijk ook een kei in het niet afmaken van dit soort zelf opgelegde uitdagingen. Het moet vooral geen moeten worden. Dus wandel ik door met de gedachten dat ik met ieder stap dichter bij een leeg hoofd en fitter lichaam kom. Ik laat mijn horloge uitrekenen hoeveel km ik dan in een bepaalde periode volbracht heb. Dat dan wel weer…

Ondertussen ploppen er allerlei ideeën in mijn hoofd op. Voor mijn blog, voor de fotografie, voor een nieuw gerecht. Want tja, met al dat wandelgeweld wordt je creatieve brein ook aangesproken. Maar ik kan ze niet ergens noteren want ik loop buiten en het regent. Dus laat ik mijn telefoon in mijn binnenzak. Ik hoop, zoals altijd, het allemaal te kunnen onthouden maar weet uit ervaring dat ik het toch echt weer ga vergeten. Voor nu niet getreurd… Ik ga van de week toch weer een wandeling maken. Ploppen de ideeën vanzelf wel weer op. 

Trick or treat…

“Nou, ppfff, ik heb eigenlijk helemaal geen zin!” Zegt schoondochter als we vragen of ze klaar is voor het weekend. Ik moet lachen. Want Zoonlief zei eerder op de dag precies het zelfde. “Maar waarom gaan jullie dan?” Is mijn vraag. “Ja, iets met bezweken door de groepsdruk en we hadden nu al eenmaal kaartjes.” En die kaartjes kosten geld, heel wat geld. Zonde om dan toch niet te gaan. “Joh, als je er eenmaal bent, dan is het vast heel leuk!” Zeg ik. “Weet je, ik hou helemaal niet van spookhuizen en clowns!” Zegt ze voor ze haar spullen pakt en samen met zoonlief richting pretpark vertrekt. Ik schiet in de lach. Ik deed vroeger een moord voor dit soort Halloween feesten. Sterker nog, in mijn tijd was er geen Walibi Frightnight, spook wandeltochten of griezelfeesten. Dus ik organiseerde er gewoon zelf een. 

De locatie was vrij snel gekozen. Het afgelegen eiland waar Poownie (toen ter tijd) woonde. Een eiland tussen de Noord en de Rietbaan waar je alleen kon komen door met een roeiboot over te varen. Zonder stroom met alleen maar lampionnen, kaarsen en een echt kampvuur zou dit de ideale locatie zijn voor een horrorfeest. Heel voorzichtig vroeg ik de staleigenaar of ik bij Poownie “thuis” een feestje mocht geven met als thema: Halloween. De hele entourage, muziek en alle feestelijke hapjes zou ik zelf verzorgen. 

Uiteraard was er een dresscode: Verkleden in iets griezeligs anders kon “Charon” je niet over de Styx heen zetten en zou je dus nooit aankomen in het rijk der doden. Je zou gedoomd zijn om eeuwig te dolen aan de oever van de rivier. Nu moet je er natuurlijk niet aan denken om je daar te begeven. Maar toen… Oh wat een lol hebben we gehad. Ik denk stiekem dat de voorbereidingen het leukste van allemaal waren. 

Samen met een klasgenoot maakten ik (bijna) levensechte grafstenen, twee manshoge galgen waar we een half afgefikte stropop met tuinbroek in hadden opgehangen en de weg vanaf waar “Charon” ons afzette tot aan de feestlocatie, wat nog een paar honderd meter wandelen was, hadden we lakens met spook-ballonnen tussen de bomen opgehangen. De muziek had ik weken van te voren al met zorg samengesteld. Spotify was er toen nog niet en JBL draadloze muziekboxen hadden we al helemaal niet. Maar mijn oldschool cassetterecorder met batterijen heeft het hele feest dienst gedaan. 

Mijn moeder maakte van een overgebleven stuk gordijn een monnikenhabijt compleet met kap. Ik schminkte mijn gezicht spierwit met zwarte ogen. Door alle rook van het kampvuur zouden mijn oogbollen vanzelf bloeddoorlopen raken. Verder liep er nog een Dracula, een paar vampieren, heksen en een zwikkie spoken rond. Iedereen hield zich netjes aan het verzoek om verkleed te komen. Het feest duurde tot laat in de nacht en als je wilde blijven slapen moest je wel zelf een tent meenemen.   

Om onze energievoorraad op pijl te houden hadden we bergen met snoep, chips en uiteraard marshmallows voor boven het kampvuur. Als ontbijt hadden we ongetwijfeld de leftovers van de nacht. We hadden er nog een dagtaak aan om de schmink van ons gezicht te krijgen en het complete decor weer op te ruimen. Maar zelfs meer dan 25 jaar na dato kan ik mij het plezier van dit feest nog heel goed voor de geest halen.

Charon the Ferryman…

Lekker ding…

Het ene moment schoppen ze bijna het licht uit elkaars ogen, het andere moment kunnen ze niet zonder elkaar. Bijzonder hoe dat er aan toe gaat in zo’n kudde. En toch is het altijd redelijk in balans. Hoewel, bij merries weet je het maar nooit. Eerder op de dag ontving ik al een bericht met de mededeling: “ze is hengstig hoor!” Kijk, en daar heb ik dus niet zo super veel ervaring mee. Ik heb 28 jaar een ruin gehad die redelijk stabiel in zijn velletje zat. Merries zijn van een ander  slag met ups & downs en pieken & dalen.

Ik aanschouw het geheel wat ik voor mij zie. Er loopt een knappe verschijnen door de wei. Gespierd en zeker van zijn zaak. Zijn blonde manen wapperen op de wind. Dit beeld is nog niet zo lang geleden heel anders geweest. Knap was ie toen ook al, maar niet zo zelfverzekerd. Hij heeft zich in nog geen jaar tijd opgewerkt van “onzekere” pony tot leider van de kudde. Zijn kudde, met zijn merries!! Nu loopt hij door zijn wei met om zich heen zijn harem met daartussen “mijn” Tinkerbel… 

Ik fluit ten teken dat ik er ben. Meestal komt ze al hinnikend op mij af. Nu heft ze alleen haar hoofd. Haar oor heeft mijn fluitje opgevangen. Natuurlijk ben ik bij lange na niet zo interessant als de hunk die naast haar staat. Ze duikt met haar neus terug in het gras en doet geen moeite mijn kant op te komen. Het ziet er naar uit dat ik haar moet gaan halen. 

Voor ik haar meeneem besluit ik eerst een paar minuten midden in de groep te staan. De dynamiek voelen die onderling speelt. Ook wanneer ik in de groep sta heeft ze totaal geen interesse. Wanneer de leider naar mijn toe komt en zich van een paar aaien en krabbels heeft voorzien wordt ik pas interessant. Maar nu laat ik haar links liggen. Ik wandel eerst naar de andere paarden die verderop staan te grazen. Als laatste kom ik terug bij haar. Even ben ik bang dat ze weigert maar dan laat ze haar hoofd zakken en kan ik het halster om doen. 

We wandelen naar een afgezet stuk in de wei. Om de paar passen stopt ze om achterom te kijken. Wanneer niemand haar volgt wandelt ze gedwee met mij mee. In de paddock gaan we aan het werk. Niet één keer duikt ze naar de grond om te grazen. Hoewel ze een paar keer probeert zelf te beslissen hoe een overgang er uit zou moeten zien is ze verder super braaf. De weiperiode heeft heer goed gedaan. Stap, draf, galop, alles zonder moeite. 

Bij iedere overgang naar halt, draait ze haar hoofd opzoek naar dat lekkere ding. Als ze hem ziet, zucht ze diep. Totaal verliefd… Na 25 minuten houden we het voor gezien. Ik open het hek en had een stofwolk en hoefgetrappel verwacht. Ze werpt heimelijke blikken naar de wei maar drentelt om mij heen alsof we nog niet klaar zijn. Dus start ik een massage aan hoofd, hals en schoft en binnen no time slaapt ze. Als ik klaar ben gaapt ze een paar keer flink, schut alle spieren los en rekt zich uit. Nu zijn we echt klaar. Op haar gemak wandelt ze terug naar de kudde en haar nieuwe vriendje… 

© Myrthe

Hijs het zeil #2…

Dit weekend hebben we de perfecte weercondities voor een aantal zeiluurtjes. Na mijn enthousiaste vaardag met collega’s beloofde vriendlief om mij de beginselen van het zeilen te “leren”. Ik bel de verhuurder van een paar dorpen verder of ie nog een bootje heeft liggen. Gewoon een simpel bootje, zonder al te veel poespas. Zo een die niet stuk te krijgen is… Vriendlief kan dan wel zeilen, ik moet nog leren en doe daarbij dingen die misschien niet helemaal verantwoord zijn. Geen zorgen zegt de beste man. Hij heeft nog wat liggen en we zijn meer dan welkom.

Bij aankomst worden we enthousiast begroet. Hij oogt vriendelijk en daar ben ik blij om. Want tja, geen idee hoe zijn bootje er na een paar uur met Boor aan boord uitziet natuurlijk. Hij verteld hoe we het beste de zeilen kunnen hijsen. Wat we wel en vooral niet moeten doen. Op wat termen na snap ik niet zo veel van zijn uitleg, hij zou net zo goed Grieks kunnen praten. Maar vriendlief knikt bevestigend. De motor wordt gestart en we krijgen de opdracht om naar de overkant te varen en tegen de wind in de zeilen te hijsen. 

Het is aan mij de taak om de boot tegen de wind in te houden tot vriend het zeil gehesen heeft. Daarna krijg ik uitleg. De giek, gaffel, schoten en vallen, het grootzeil, de fok en het roer. De giek kun je op je gaffel krijgen en daarmee kun je vallen!! Zeer belangrijk: Doet zeer! Blijf daarbij uit de buurt! Is dan ook mijn eerste gedachte. Maar zo zit het toch niet helemaal. Wanneer we een stukje het water opgaan trekt de wind aan en kan het feest beginnen. 

Vriendlief laat mij naast zien ook voelen wat er met de boot gebeurd. Ik krijg nu een beeld bij de termen die eerder voorbij kwamen. Het begint te leven en daardoor blijft het beter hangen. Al snel mag ik het roer en de schoot, das dus het touwtje waar mee je het zeil bediend, overnemen. Ik was nu zelf de baas over hoe hard of zacht we gingen. Het is heel leuk om daar mee te spelen en zelf te ervaren wat er allemaal gebeurd.

Na twee uur gieken, gijpen en vaart maken doe ik iets doms. Ik houd geen rekening meer met de wind maar zet wel mijn bocht in. Daar wordt ik direct voor afgestraft. De giek klapt van stuur- naar bakboord en de hele boot helt over. Even ben ik bang dat we overboord slaan en ik hoogst persoonlijk de boot tot zinken breng. Dat laatste schijnt niet zo makkelijk te gaan maar ik ben daar niet zeker van. Onder veel gegil want “PANIEK”, laat ik roer en schoot los. De spanning schiet van de lijnen en het zijl en we dobberen weer op het water. Naast wat water in de boot, een nat pak voor vriendlief en de schrik bij mij, is er niks aan de hand. Ik weet nu uit ervaring dat je geen “klapgijp” wilt meemaken. 

We varen nog wat heen en weer, hebben een eenvoudige lunch aan boord en na nog een uurtje varen gaan terug naar de haven. Ondanks mijn domme fout was het wel een hele toffe dag. Eentje die naar nog meer smaakt. Nu eens kijken waar ik een goede leerschool kan vinden, want die heb ik wel nodig… 

Mooie tijd met elkaar …

Ik had mij voorgenomen om tijdens mijn vakantie wat concept ideeën uit te werken voor mijn blog. Het is fijn werken met een voorraadje en altijd handig. Er is namelijk iedere dag wel zo’n loos lummelmomentje waar ik dan mooi de tijd heb om dit te doen. Maar op de laatste dag van mijn vakantie kom ik er achter dat ik niet één moment aan mijn blog heb gedacht. Schande!! Goed voornemen, dus… Niet dat er niet voldoende lummelmomentjes waren, die waren er namelijk in overvloed. Sterker nog, de hele vakantie bestond uit luieren en niks doen. 

11 dagen lang gewoon even niks hoeven, geen verplichtingen, niet hoeven koken, geen huishouden of boodschappen, geen PC, vergaderingen of telefoon. En dat alles in goed gezelschap wat dus ook voor de nodige hilariteit heeft gezorgd. Naast lummelen en niks doen hebben we uiteraard ook wel wat ondernomen. Het is niet zo dat we alleen maar op ons luie achterwerk hebben gezeten. Zo hebben we veel gelopen van en naar het restaurant en de barretjes. We hebben wat geshopt want winkeltjes genoeg. Maakten diverse wandelingen naar het strand, maar brachten ook wat daagjes bij het zwembad van het hotel door. En ik las 2 boeken uit. Niet dat dit ook maar iets met bewegen te maken heeft. 

Terwijl de rest van de familie met een boottochtje naar de markt ging besloten wij met een auto het eiland rond te rijden. Tenminste dat trachten we te doen. We waren al over de helft toen de weg afgezet bleek te zijn. Ze waren de boel aan het asfalteren maar nergens werd dit aangegeven. Dus moesten we na de vele haarspeldbochten inclusief enge hellingshoeken noodgedwongen terug. Gelukkig was er halverwege de terugweg nog een afslag naar een ander dorpje. Via die route konden we toch driekwart van het eiland zien. Voor motorrijders een toffe rit voor mensen met wagenziekte of hoogtevrees een iets minder leuke sightseeing.

Tussen alles door heb ik mij rot gesmeerd met zonnebrand en op het strand hamsterde ik parasols want de UV index was geregeld rond de 12. In het zonnetje roosteren was er deze keer echt niet bij en als je dit wel wilde dan heel bewust. Inclusief UV-werend shirt. Verband ben ik in ieder geval niet. 

Aan alles komt een eind. Zo ook aan onze vakantie. Het was een heerlijke tijd die uiteraard weer veel te snel ging… En om af te sluiten hier nog wat steekwoorden van onze 11 dagen samen. Toegegeven, je had er bij moeten zijn om ze leuk te vinden…

Rabajas, Rabaja’s, Rabaja’s/ Zonnebrandcreme factor 50 / Aloë vera / Neem mee! / Omelet / UV index 12 / Handtasjes / Kip / Cake of the day / Sex on the beach / Hallo vriendje, het is 10.00 uur / Ron Miel / Gratis? / Citroen mouse / Coco’s mouse / Eigenlijk alle soorten mouse / Dat gat is open, past heus wel! / Donut / Entertainment / Orinoco, maar dan zonder broers / Pina Colada / Zeesterretje / Boottocht / Markt / Lange gang / Plassen? / Gamba’s al ajillo / Sangria / Perrito caliente / Bekenden tegen komen op de roltrap / Waar is Marcel? / Bij die rots / Papas y mojo / Enge lift / Dobberen / Bommetje / Ik ga lopen / Waaiers / Dit is ZO lekker! / Boek uit / Smeer Veer / Aankomen (niet leuk)/ Franse frites / Oranje shirtjes / Harde muziek / softijs / Vervelende handdoekleggers / nog 10 minuutjes / Extra parasols / Zwemmen / Petje / Auto / Granola / Drankje doen / Cappuccino’s met slagroom / Tijd te kort / Uitzicht / Zonsondergangen / Pico del Teide / Horloges / Nog meer Rabajas / Mooie tijd met elkaar ♥️

Celebrate Good Times…

Al vroeg in het jaar kreeg ik een uitnodiging van Sis. “Hou deze datum vrij in je agenda. Heb een feestje van mijn werk, dus als je het leuk vind om mee te gaan?!” Inmiddels weet ik dat Boskalis flink uit kan pakken als het om feestjes gaat. Neem nou alleen al het introduceren van een nieuw vlaggenschip. Dat hebben ze niet 1 maar 2 keer gedaan. (Bokalift 1 & 2) Waarbij we een rondleiding en uitleg over de boten kregen. De inwendige mens werd goed voorzien en er kon ook nog gedanst worden op het dek. En dan het giga grote feest 1,5 jaar terug in Ahoy. Waarbij er van alles te beleven viel en er volop te eten en drinken was. Met als grootste klapstuk het optreden van oa de Dirty Daddies en Waylon. Super lief dat sis aan haar zus denkt in plaats van een van haar vrienden mee te vragen. Ik kladderde de datum in mijn agenda en omcirkelde het nog eens grondig zodat ik het zeker weten niet kon vergeten. “Yes, count me in!” Was mijn antwoord. 

VOok dit keer zou het feest in Ahoy gehouden worden. Boskalis hield de feestgangers al die tijd goed op te hoogte met een eigen app. Daar stond de eerste paar weken natuurlijk niet zo heel veel in. Maar gaandeweg werd de app gevuld met berichtjes. Zo konden medewerkers zich opgeven om zelf een muziekaal optreden te geven. Speciaal voor mensen die altijd al eens in Ahoy hadden willen optreden… Er werd zelfs een heuse promo voor opgenomen. De weken daarop volgende de line-up, waarvan een hoop namen mij niets zeiden, behalve de tribute bands van the Rolling Stones, Queen en U2. Niet veel later verscheen er een plattegrond zodat zichtbaar werd wat er naast alle optredens nog meer te doen was. 

Op de dag van het feest appt Sis mij: “Check de app!!” Direct zie ik dat er op de plattegrond nog wat entertainment is bijgeplaatst en dat er een 3e zaal is toegevoegd. Het laatste uur is gereserveerd voor niemand minder dan Racoon!! Op de heenweg pikken we nog snel even een collega en diens vrouw op om daarna in versnelling 6 naar Ahoy te crossen. De deuren zijn reeds geopend en er heerst al een gezellig bedrijvigheid rondom de ingang. Dit beloofde uiteraard weer een spetterende avond te worden.

We zijn de drempel nog niet over of de indrukken komen je vanuit alle hoeken tegemoet. De collega’s zeggen we gedag en besluiten rechts achteraan te starten met onze ontdekkingstocht. Al lopende komen we de complete wereldkeuken tegen waar naar harte lust gegeten kan worden. Echt voor ieder wat wils. Overal staan barretjes waar onbeperkt “drank” geschonken wordt. Tevens zijn er cocktailbars en is er een candy hoek waar de Jamin en ijsco verkoper jaloers op zouden zijn. 

We slalommen tussen alle feestende mensen door en begeven ons van podium naar podium. Dansen hier, eten daar, praten wat bij en drinken wat om daarna opnieuw te beginnen. We wagen een gokje in de arcadehal en doen mee met de kamelen race. Om 22.45 uur is het zover. We begeven ons naar het nieuwe podium en sluiten de avond af door luidkeels mee te zingen met Racoon. Het was een super leuke avond. De spierpijn en schorre stem nemen we de volgende dag voor lief. 

Onvermoeibaar…

Zoals bij zoveel kleuters zit er ook op deze (bijna) 4 jarige geen rem. Dat gaat maar door en is niet moe te krijgen. Zelfs nu de temperatuur gestaag oploopt blijft ze rennen. Uiteraard wel omdat ik dat van haar vraag. Als het aan haar zou liggen zou ze liever achter een van haar vriendjes aan denderen, dwars door de paddock, inplaats van om mij heen. Of haar buik vol eten bij een van de hooiruiven. Niet alleen zij rent haar rondjes, want er moet wel iets gebeuren voor ze zover is en daarom doe ik met haar mee. 

Ze mag dan wel een kleine pony zijn, ze heeft een grote eigen wil. Als ze niet onder de lijntjes van de bak door zou rennen had ik haar los gelaten zodat ze lekker haar “ei” kwijt kon. Maar dat gaat nu niet, dus ploeter ik ook door de zandbak. Waar Stinkerbel als een gracieuze dame door de bak huppelt, breek ik bij iedere kuil zowat mijn nek. Maar na vijf minuten rennen en springen aan een touwtje zijn bij haar de dolle vijf minuten eindelijk voorbij. Moe is ze allerminst maar ze heeft steeds meer oog voor mij, “oh ben jij er ook?!” en de andere paarden zijn iets minder interessant. Met andere woorden, we kunnen denk ik wel aan het werk.

Na haar laatste gekke bokkensprong lukt het mij om haar terug te krijgen naar de stap. We wandelen samen een rondje door de bak om op adem te komen, ik ook. En daarna gaat het echte werk beginnen. Ik laat haar aanspringen in draf. Iets wat ze erg letterlijk neemt, met vier benen tegelijk. Ze heeft gelukkig al snel het goede tempo te pakken en draaft keurig op de volte om mij heen. Het commando “hoooo” voor een langzamer tempo snapt ze, evenals het daarop volgende commando “halt.” Ze staat keurig stil en blijft net zo lang staan tot ik zeg dat ze weer “voorwaarts” mag. In een wandel tempo loopt ze door. 

Af en toe geeft ze mij heimelijke blikken in de hoop dat ik haar een snoepje toewerp voor haar goede gedrag. Maar als we daar aan gaan beginnen is het einde zoek. Ze moet het doen met een beloning van mijn stem en een aai over haar hals. Het is de bedoeling dat ze later dit jaar beleerd gaat worden voor de kar. Het is daarom handig om op voorhand alvast een aantal dingen aan te leren. Zoals de commando’s die vanaf de bok gegeven gaan worden. En uiteraard ook het kweken van conditie. Overigens vraag ik mij af wie er hierdoor een betere conditie aan het kweken is… 

In een half uur tijd gaan we zowel links- als rechtsom en passeren stap, draf en galop de revue. Ik laat haar in alle gangen versnellen en weer terugkomen. Dat is soms wat zoeken omdat we beide nog aan het leren zijn. Maar iedere keer sta ik verteld van haar leercurve. Ik hoef maar aan iets te denken of ze pikt het op. Zo ontzettend knap!!

Als we aan het einde van deze training zijn gekomen zie ik niet een geringste spoor van zweet. Ik ontdek een opgezette ader over haar schouder en thats it. Terwijl mij bij het zweet op mijn voorhoofd staat. Nou, met haar conditie zit het alvast goed!  

Early bird(s)….

Het is 0400 uur in de ochtend en ik ben klaar wakker. Mijn wekkers, want uit voorzorg heb ik er drie gezet, zouden pas een half uur later af gaan. Ik heb een belangrijke afspraak op de planning staan en blijkbaar ben ik bang dat ik door al mijn wekkers heen slaap. Nog voor ze afgaan sluip ik de kamer uit om mijn spullen te pakken, broodjes te smeren en een thermoskan koffie te vullen. Dit keer ben ik de eerste van ons huishouden die wakker is. Zelfs voor onze eigen vroege vogel, Groene Draak, is het te vroeg om goedemorgen te zeggen. Hij duikt nog even in zijn veren terwijl ik mijn tas verder inpak.

Rond 0600 uur rijd mijn oom de straat in. We gaan vandaag samen op pad en hebben hopelijk een date met wat bijzondere vogels. Gelukkig weet hij de weg in dit boerenlandschap en navigeert ons in rap tempo naar onze parkeerplaats. Vanaf daar is het even zoeken hoe we verder moeten. Het eerste bruggetje over. Door het hek naar rechts. Een tweede bruggetje over en dan de rechter sloot aan de linker kant volgen. Vooral niet verkeerd lopen anders moet je het hele eind weer terug. 

Ik ben blij dat ik kaplaarzen aan heb. Met de regenval van afgelopen nacht is de wei drassig. Ondertussen gloort er licht aan de horizon. Ik ben de sompige wandeling opslag vergeten als ik de deur van de fotohut open. We mogen niet met onze baggerlaarzen naar binnen dus ik verruil mijn vieze stampers voor schone schoenen. Maar eerst doe ik nog een rondje “om de plas” om wat meelwormpjes uit te delen. Ik laat graag zien dat we met goede bedoelingen komen.

Al snel worden we begroet door een van de vaste bewoners van dit perceel. Wij zijn alvast blij hem te zien. De torenvalk vliegt heen en weer tussen hekje, paaltje en boomstronk. Hij weet heus wel dat wij hier zitten, maar trekt zich er allerminst iets van aan. Op zijn gemak peuzelt hij de meelwormpjes op. Begint daarna uitgebreid aan een poetsbeurt en fladdert vervolgens weg. Dit nemen ze ons in ieder geval niet meer af.

Er is een kakofonie aan vogelgeluiden om ons heen. Niet alleen zitten er heel veel vogels in deze wei maar ook in de aangrenzende percelen. Na enige tijd verschijnt er niemand minder dan de Grutto. Onze reden voor het bezoek aan deze hut. Zo sierlijk als hij is wandelt hij op de waterplas af. Wat een mooie vogel. Na wat poses aangenomen te hebben vliegt hij weg. We zien hem verderop in de wei foerageren. Jammer genoeg net te ver bij ons vandaan.

De torenvalk steelt niet veel later wederom de show door met een eigen gevangen prooi, eerst een muis en daarna een kuiken voor onze neus te gaan lunchen. “Jij met je meelworm!” Zowel het mannetje als het vrouwtje verschijnen voor onze lens. We krijgen nog een voorstelling van hun paringsritueel, deze zat blijkbaar bij de prijs inbegrepen… Maar daarna wordt het stil. Tijdens het wachten genieten we volop van de vogelgeluiden om ons heen en de duikvluchten van de kieviten die als ware acrobaten achter elkaar aan vliegen. 

Ondanks de wat mindere water en -weidevogels voor de hut heb ik toch weer intens genoten van deze fotodag.

© Foto Hamar

Een (on)verwachte wending…

Toen Poownie dit leven verruilde voor het grazen op de eeuwige groene velden bleef ik een beetje bedroeft achter. Ja, natuurlijk rouwde ik om zijn heengaan. Maar het was na 28 jaar met paard opeens zo intens leeg zonder… Ik besloot na zoveel gemis om niet ook direct mijn routine over hoop te gooien. Dus ging ik nog een paar keer per week naar stal. In ieder geval om een vriendin te helpen met haar dienst. Daarnaast gebruikte ik de ruimte en tijd om tussen de paarden en in het midden van de kudde te aarden. Of misschien is opnieuw landen een betere verwoording. Het is ook deze plek waar ik mij de laatste paar jaar helemaal thuis heb gevoeld. Waar ik, met welke emotie dan ook, mocht binnen vallen en waar ik geregeld onder het vuil maar met een schoon hoofd weer huiswaarts keerde. 

Ik ben echt geen paardenmeisje. Maar een leven zonder paarden lijkt mij nu nog ondenkbaar. Ik liep rond met de intentie om op stal te vragen of er iemand was die voor een of twee dagen in de week een verzorgster kon gebruiken. Een pony om mee te wandelen, te grazen, te tutten of wat grondwerk mee te doen. Eigenlijk zoals ik de laatste jaren ook voor Poownie zorgde. Het voelde voor mij wat raar om zo kort na het overlijden van Poownie deze vraag al uit te zetten. Maar het universum besloot anders en liet mijn stalgenoot diezelfde week nog een app naar mij sturen met de vraag of het mij leuk leek haar paardje te verzorgen.

Tja, daar hoefde ik niet over na te denken. Ik had stiekem namelijk al een oogje op haar pony laten vallen. Ze is zo compleet anders dan Poownie. Een merrie om te beginnen. Daarnaast is ze met drie jaar de jongste van de groep en tevens behoort ze tot de kleinere paardjes van de kudde. Ze is heel nieuwsgierig en vooral erg ondernemend. Vooralsnog deinst ze niet snel terug als ze denkt dat daar (waar ze mogelijk niet mag komen) iets te halen of te beleven valt. Toen ze net bij ons op stal stond had de stalbaas wat te stellen met haar want ze liet zich door niets of niemand tegenhouden.

Alles aan haar is petieterig. Dit bedoel ik niet neerbuigend. In tegendeel. Het woordje klein doet namelijk afbreuk aan hoe sierlijk ze is. Haar ranke hoofd, de dunne beentjes en de mini-hoefjes. Iedere keer als ik haar aan het poetsen ben denk ik bij mijzelf: dit is te schattig!!! Maar laat je hierdoor niet in de luren leggen. Hoe schattig ze er ook uit ziet, zo drakerig kan ze af en toe zijn. 

Daar moest ik wel even aan wennen. Maar we leren snel!! Ik smelt als ze haar kudde achter laat en naar mij toe komt als ik haar roep. Als we samen aan de wandel zijn en ze in een drafje naast mij meeloopt. Wanneer ze mij ongevraagd volgt door de paddock. Als ze mij uitdaagt tijdens grondwerk en dan daarna toch braaf doet wat ik van haar vraag. Ik weet zeker dat deze dame voor voldoende blog inspiratie zal zorgen. Maar laat ik haar eerst maar eens aan jullie voorstellen.  


Meet (S)Tinkerbell, mijn nieuwe vriendinnetje: 

Tong-Tong, tijd voor thee…

Jeetje ik voel mij net zoonlief die ook altijd half onvoorbereid op pad gaat. Of er simpelweg vanuit gaat dat zijn maten het allemaal wel weten. Zo niks voor mij. En toch kom ik om half 12, op aanwijzen van tante, een soort van onvoorbereid aan op het station waar we met elkaar en de rest van de familie hebben afgesproken. Compleet vertrouwend op haar inzicht reizen we vandaag per trein, vanaf spoor 2, richting Den Haag alwaar we hebben afgesproken bij boekhandel Moesson voor een heuse Indische High Tea. 

Het idee werd eerder dit jaar geboren toen we, heel toevallig, ook aan een High tea zaten met elkaar. Onder het genot van bijzondere smaken thee, grootmoeders appeltaart, zomerzotheid en vreugdevuur om maar wat namen te noemen, werkten we zowel zoetige als hartige versnaperingen naar binnen. Deelden we cadeautjes uit, want sis was jarig en hadden we naast serieuze gesprekken ook pijn in onze kaakspieren van het lachen. Dit vroeg dus om een herhaling. 

We gaan bijtijds van huis, want werkzaamheden aan het spoor. Maar de rit gaat sneller dan verwacht. Voor we het weten komen we aan in Den Haag. Een klein stukje met de tram brengt ons ruim 45 minuten eerder dan gepland op onze eindbestemming. De medewerkers van Moesson maakt het niks uit en we worden gastvrij ontvangen. Onze jassen worden aangenomen en daarna vermaken we ons tussen alle mooie kook-, lees- en geschiedenisboeken die er liggen. Ook worden er batik shirts, tassen en andere Indische spulletjes te koop aangeboden. Het kost mij moeite om niet grof in te slaan. 

Eerder dan verwacht is onze tafel, de enige in het winkeltje, gedekt en mogen we plaats nemen. We krijgen een overheerlijke (alcoholvrije) prosecco om te toasten. Daarna worden er twee goed gevulde etagère’s met Indische hartige en zoete hapjes gebracht, gevolgd door de thee. De komende twee uur kunnen we ons te goed doen aan al dit lekkers. Tussendoor wordt onze theepot bijgevuld en omdat we voor het raam van de winkel zitten hebben we veel bekijks van het winkelende publiek. Dat hebben ze slim gedaan want geen enkele reclame werkt beter dan het zien van mensen die het naar hun zin hebben EN die lekker aan het eten zijn! Geregeld blijven er dan ook mensen staan die denken dat het een toko is in plaats van een boekwinkeltje. 

Na enige tijd komt er een delegatie van de Indo-foodtours binnen. Deze groep krijgt een drankje en wat Indische hapjes. Gevolgd door een korte geschiedenisles waaraan wij mogen deelnemen. Er wordt verteld over wat Moesson precies is en hoe het ontstaan is. Wie de grondlegger, Tjalie Robinson, was en wat hij in zijn leven allemaal gedaan heeft. Zo is hij een grote spil (geweest) in de Indo gemeenschap. Hij heeft aan de wieg gestaan van wat wij nu kennen als de Pasar Malam. Toen werd het Tong Tong genoemd. Vernoemd naar een uitgeholde boomstam die in Indonesië werd gebruikt als alarmklok en seininstrument. (Tong-Tong te zien op foto hieronder). De Pasar in Den Haag heeft overigens meerdere namen gekend. Inmiddels heeft het alweer enige tijd de naam: Tong-Tong Fair.

Het lukt ons bijna om alles op te krijgen. Dat wat niet op gaat, gaat mee naar huis. En ook aan de kassa slaan we nog wat in voor het thuisfront. Want tja, met lege handen thuiskomen kan natuurlijk niet. De terugreis gaat in omgekeerde volgorde en eind van de middag staan we weer op het station. Het was een gezellige en smaakvolle middag. De Indische High-Tea bij Moesson is zeker een aanrader.