Op weg naar huis…

Het is smerig weer. En met smerig weer bedoel ik niet zomaar een donkere wolk of een regenbui. Nee, ik bedoel winterse kou, donkere luchten, windstoten van tig kilometer per uur en liters regenwater dat uit de lucht komt vallen wanneer het maar kan. Gewoon omdat het kan. Het is totaal geen weer om je buiten te begeven. Maar na dagen binnen zitten en naar het beeldscherm staren moet ik er gewoon even uit.

Daar lopen we dan. Zwijgend naast elkaar, hoofden gebogen in de hoop geen regen in ons gezicht en oren te krijgen. De koude wind geselt mijn gezicht en vult mijn oren met het gevoel alsof ik gestoken wordt door duizenden naaldjes. We zijn alle twee stik chagrijnig. Naast het gieren van de wind zijn alleen onze passen hoorbaar op de verharde weg. Het is leeg in de polder. Er is geen mens of dier te zien. Behalve wij …

Ik waag een blik opzij en zie twee vernietigende ogen mijn kant op priemen. Jij ook altijd met je stomme ideeën over wandelen in de polder!? Niemand waagt zich nu buiten. Had je echt niet tot morgen kunnen wachten? Ja, ik denk dat hij dat ongeveer wel gedacht moet hebben. Maar hij deed wijselijk wat ik van hem vroeg en stampvoetend liep hij naast mij mee. Sorry Poownie, over het algemeen ben ik nu eenmaal meer een zomer mens. We gaan heus niet zomaar wandelen met dit vieze weer. De benen moeten nu echt even gestrekt worden.

We stappen stevig door, onderwijl mijn capuchon over mijn hoofd trekkend, om het gevoel in mijn oren nog enigszins te behouden. Het grote rondje om de plas, over de brug en rondom de polder, dat ik oorspronkelijk in gedachten had, werd bij een kilometer of 2,5 al verstoord. Meneer had er duidelijk geen zin meer in. Eerst staakte hij bij een passerende auto, toen bij een windvlaag die het riet harder dan anders deed ritselen om er vervolgens helemaal maar mee te stoppen. Hij keek mij zonder een spoor van meelij aan. Ik kon kiezen: “Of alleen verder of samen terug!”

Daar lopen we dan. Zwijgend naast elkaar, hoofden gebogen in de hoop geen regen in ons gezicht en oren te krijgen. Het is leeg in de polder. Er is geen mens of dier te zien. Behalve wij, op weg naar huis…

Spoorzoekertje…

Voor ons, als paardenhouder, is er niks zo leuk als het loslaten van je paard in het weiland aan het begin van het seizoen. Ondanks dat ze 24/7 in een Paddock Paradise staan en dus de ruimte hebben om te doen en laten wat ze willen, heeft die grasmat iets magisch. Voor mensen die niet bekend zijn met paarden?! Vergelijk het maar met een indoorspeeltuin voor kinderen. Ballenbakken, glijbanen, trampolines, luchtkussens en daarna ijs en patat toe. Er is ruimte voor de dolle 5 minuten, of 10 of zelfs 20. Waartoe ook de gekke bokkensprongen behoren. Uiteraard is er nog het rollen in een modderplas als deze er toevallig is. Om daarna vanuit stilstand in volle ren-galop door de wei te stuiven. Heen en weer, steeds maar weer. Als de meeste energie eruit is, is het tijd om te eten, want gras!!

Zo gaat het in ieder geval bij ons. En sinds een jaar of twee mogen we ons de gelukkige eigenaren noemen van een eigen stuk weiland. Vlak bij stal! Een eigen weiland betekend ook dat we deze naar eigen believen kunnen inrichten. Zo passeerden er verschillende ideeën de revue. Het opdelen in diverse stukken. Zodat de kudde van blok naar blok verhuisd kan worden. Of strookbegrazing. Wat inhoud dat de kudde er dagelijks een meter of wat aan gras bij krijgt. Aan alle keuzes hangen voor- en nadelen. 

Uiteindelijk werd besloten om alleen de afrastering rondom de wei te realiseren. Zodat de paarden niet in een jolige bui het taluud af zouden denderen en daarmee pardoes in de omliggende sloot zouden belanden. Een groot voordeel van alles open houden is dat er geen geknoei met draad en hekwerk nodig is. De paarden hebben daadwerkelijk de ruimte en er kan naar hartelust gecrost worden. Prachtig zo’n grote wei. Het enige nadeel voor ons is dat we de hele wei door moeten sjouwen om stront te scheppen. 

Het eerste jaar hebben we het grote vlak figuurlijk gezien opgedeeld en gaven we aan elkaar door welk deel reeds was schoon geschept. Zo voorkwamen we dat er onnodig tijd ging zitten in shit werk. Op de een of andere manier werd dat steeds minder gedaan. Men vond het blijkbaar niet erg om te wandelen en poep te scheppen tegelijk. Ik deed mee met de flow en wat maakte het ook eigenlijk uit hoe lang ik bezig was. Ik was lekker buiten, bevond mij tussen de paarden en was zowel lichamelijk als geestelijk bezig. Inspanning en ontspanning tegelijk. 

Dit seizoen besloot ik eens wat gegevens bij te houden. Ik kwam er achter dat ik al scheppend tussen de 1.5 en 2 km afleg. Wanneer ik dit op mijn gemak uitvoer, ik ongeveer 45 minuten tot een uur bezig ben. Ik verbrand meer calorieën aan het begin van het seizoen omdat het gras dan een heel eind hoger is en ik meer moeite moet doen om er doorheen te komen. Het is hilarisch om te zien hoe neurotisch ik de wei afloop op zoek naar paardenshit. Zie de foto hieronder. Toch kan dit efficiënter. 

Een aantal stalgenoten was het met mij eens. Dit moet inderdaad anders. De wei kreeg weer figuurlijke vakken. Spoorzoekertje wordt vanaf nu beperkt tot een aantal vakken en in de app geven we aan elkaar door welke er reeds schoon zijn. Hoewel, schoon? Poepruimen gaat hier aan de lopende band door. Dat dan wel weer… 

Rondje Maas…

Ik sta te dubben of ik er op ga of er naast blijf lopen. Ik werp een blik naar Poownie en zie zijn tong al letterlijk uit zijn mond hangen. Tja, het is met 28 graden ook best wel aan de warme kant. We gaan wel een stukje wandelen. Normaal neemt zijn verzorgster hem mee voor een leuke rit door de polder. Maar verzorgsters hebben ook wel eens vakantie. Dus de komende 3 weken heb ik wat extra Poownie-tijd ingelast zodat hij toch het gevoel heeft niks te kort te komen. 

Vanwege het warme weer besluit ik voor een rondje langs het water door het recreatiegebied. Lekker verkoeling onder de bomen en een briesje meepakken langs het water. Heerlijk. We zijn nog geen 100 meter het gebied in gewandeld of een lading kinderen komt ons tegemoet… Gelukkig aan de hand van een ouder/verzorger. Nee, geen paardje aaien vandaag maar links af richting speeltuin. Dag kindjes en veel plezier! 

Op dat moment realiseer ik mij nog iets. Er rijden in de zomer van die kleine treintjes. Super leuk om als kind (en stiekem ook als je wat ouder bent) in mee te rijden. Het stationnetje is midden in de speeltuin en je tuft een klein traject langs het water, over bruggetjes en zelfs door een echte tunnel. Maar of Poownie hier zo blij van wordt? Deze zomer rijden er maar liefst 2 van dit soort treintjes, afgeladen met gillend gespuis, want tunnel en precies er naast een paard!

Poownie staat even gek te kijken wanneer de ieniemienie spoorbomen links van hem dicht gaan en het belletje afgaat. Vervolgens “dendert” er een afgeladen treintje langs. Hij knort wat maar dat is dan ook alles. Hij heeft meer oog voor de mals ogende graspollen waar hij al de hele tijd verlekkerd naar aan het kijken is. Ik merk ook dat de wilskracht om niet met zijn neus naar de grond te gaan uit zijn tenen moet komen. Ik laat hem als afleiding dan maar wat grazen. De spoorbomen gaan weer open en snel lopen we naar de overkant om niet tussen twee heen en weer rijdende treintjes te zitten. 

De treinen en kinderen laten we achter ons als we het “bos” weer inlopen. Heel even zijn we alleen op de wereld. Zo stil en zalig. Maar lang duurt dit niet. We worden ingehaald door twee groepen wielrenners. Als we nog op onze benen staan te tollen van de snelheid waarmee we ingehaald worden komt daar ook de bejaardensoos om de hoek. “Goedemiddag! Goedemiddag!” Dit gaat weliswaar wat gezapiger maar het duurt ook wel ff voor alle 25 mummies voorbij zijn. Poownie neemt het er van en zoekt ondertussen de lekkerste grasjes. Ik was even vergeten dat het hier zo mega druk kan zijn. 

Als we bijna het bos uit zijn staat er een politiebus voor mijn neus. Stiekem weet ik dat we hier niet mogen komen. Maar ruiters worden hier al 100 jaar getolereerd. Ik glimlach vriendelijk in de hoop dat ze niet uitstappen. Ze laten ons zonder pardon passeren. Direct daarna rijd staatsbosbeheer voorbij. Die zijn erger dan de politie. Maar hij kijkt onze kant niet op en lijkt ons niet eens te zien. Gelukkig.

Zonder kleerscheuren komen we na een uur weer aan op de wei. Poownie neemt vol dankbaarheid zijn partjes appel in ontvangst en loopt voldaan terug naar zijn maten in de wei.

To read or not to read…

Vol verwachting open in de link naar mijn nieuwe acht boeken. Ik scroll langs de titels, lees de inhoud maar ze spreken mij geen van alle aan. Wat een teleurstelling. Ik had net zo’n zin in een nieuw spannend verhaal. De teleurstelling is niet nieuw. De afgelopen maanden verliepen het zelfde. Ik bekijk mijn profiel, opzoek naar de voorwaarden om mijn abonnement op Bookchoice op te zeggen. Tot mijn verbazing zie ik dat ik al vanaf 2015 lid ben. Ik heb het lang volgehouden! Toen heette het overigens nog Elly’s Choice. Voor een paar euro per maand krijg je acht E-boeken. Jammer genoeg mag je ze niet zelf kiezen. Maar er zaten altijd wel één of twee leuke boeken tussen. En op deze manier kwam ik ook met schrijvers en boeken in aanraking die ik anders nooit op mijn to-read lijst zou hebben gezet.

Een voordeel van Bookchoice’s is dat je de boeken ook echt mag houden. Door ze binnen twee maanden te downloaden en op te slaan op je eigen pc. Dit in tegenstelling tot veel andere boekenproviders, waar je alleen tijdens je abonnement gebruik mag maken van de aangeboden boeken. Na al die jaren heb ik dus een aardige verzameling samengesteld. Via de App zijn de boeken zelfs tot een jaar terug te lezen en sinds enige tijd, te luisteren.

Sinds die tijd lees ik dus niet alleen maar boeken. Ik word ook graag voorgelezen. Ik had niet verwacht dat ik dit zo leuk zou vinden. Vooral tijdens werkzaamheden waarbij 0 hersenactiviteit nodig is. Zoals bijvoorbeeld tijdens de wei en stalklussen. Wanneer ik wat huishoudelijke taken aan het wegwerken ben of als ik op de fiets zit. Maar dan moeten de boeken natuurlijk wel een beetje te hachelen zijn. Dit is nu net het punt waar ik al een paar maanden tegenaan loop.

Bookchoice maakt voor zijn leden namelijk de keus. Uiteraard worden de boeken met zorg samengesteld. Zo zit er altijd wel een thriller, (historische) roman, detective en chicklit tussen. Meestal zijn het ook nog eens de nieuwste van de nieuwste verhalen. Geen oude meuk dus. Maar toch vallen de boeken die gekozen worden mij steeds vaker tegen. Wanneer ik zelf acht boeken zou mogen samenstellen dan zou ik niet eens overwogen hebben mijn account op te zeggen. Want prima service en een fijne app. 

Met één klik van mijn muis beëindigde ik na acht jaar mijn abonnement. Maar wat nu? Mijn leeshonger is niet te stillen dus ik moet opzoek naar iets nieuws. Ik wil net als bij Bookchoice de mogelijkheid hebben boeken te lezen en te luisteren. Mijn zoektocht levert een aantal leveranciers die hier aan voldoen. Allemaal met een proefperiode en redelijk betaalbaar. Ik eindig mijn zoektocht met de start van een proefperiode van Storytel. En ik ben direct verkocht!

Wat een heerlijke app. Zo’n beetje alle boeken die ik zou willen lezen zijn zowel als voorlees- en als E-book beschikbaar. Maar ook biografieën en boeken voor persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast het mooie, ik kan wisselen tussen lezen en luisteren. Wat een fantastische optie!! Er worden statistieken bij gehouden en er worden diverse lijsten getoond met tips, oa gebaseerd op je eigen samengestelde boekenplank. Het enige nadeel is dat de boeken niet te transporteren zijn naar mijn eigen reader. Maar ach, ik kan niet alles hebben he?! Voor nu kan ik weer helemaal los!

Tranquilo…

Langzaam kom ik weer bij mijn positieven. Wat mij als eerste opvalt is de kramp in mijn nek. Daarna mijn slapende arm. Niet alleen mijn arm slaapt. Ik ben zelf ook gewoon in slaap gevallen. In één van de bedjes langs de rand van het zwembad. Maar dan wel in een hele rare houding. Voor ik in slaap ben gevallen had ik nog wel de tijd van geest om mijn zonnebril veilig te stellen. Mijn boek ligt half onder mij en heeft een fantastische afdruk in mijn buik achter gelaten. Ik draai mij op mijn rug en geniet van de verkoelende bries die over zee wordt aangevoerd. Het lukt mij nog niet om mij volledig onder het land der levenden te begeven. Ik lig zo lekker dat ik nog even mijn ogen sluit.

Met gesloten ogen hoor ik mijn twee tantes ergens bij de bar. “Wat was het nummer nu?? Joehoe niet zo snel!! Ik verstond je niet. Wat? 81?? He wat jammer die staat niet op mijn kaartje.” Het entertainment team, dat bestaat uit studenten uit Holland die stage lopen, is bezig een aantal vakantiegangers aan t-shirts en wijn te helpen. Maar daarvoor moeten er eerst wat activiteiten ondernomen worden. Vandaag staat bingo op het programma. Mijn tantes worden al na drie dagen gekscherend the Dutchies genoemd. Een bijnaam die ze de rest van de vakantie en waarschijnlijk ver erna zullen moeten aanhoren.  

Met één oog scan ik de omgeving. Vriendlief zit aan de bar een overheerlijke cappuccino met een berg slagroom weg te werken. Oom is het water in gedoken voor wat afkoeling en de ander ligt ook op één oor.  Deze vakantie wordt gekenmerkt door lange dagen van luiheid. Onbekommerd lummelen bij het zwembad of op het strand. Zelfs tijdens het eten doen we het rustig aan. We nemen letterlijk de tijd voor alles en doen alles op ons gemak. Daar is het natuurlijk niet voor niets vakantie voor. 

Omdat iedereen om mij heen zich in deze relaxte modus bevind lukt het mij ook om er aan toe te geven. En dat is nieuw. Meestal heb ik te veel energie om zo lang niks te kunnen doen. Ik wil dingen zien en ondernemen. Maar nu heb ik er gewoonweg de puf niet voor. Ik word ouder of ik ben er gewoon echt aan toe, aan het even niks doen en niks hoeven. Ik vind het heerlijk om mij aan de warmte van de zon te laven. Zodra ik opwarm voel ik mij helemaal senang. Iedere vezel in mijn lijf kan zich ontspannen en ik probeer dit gevoel zo lang mogelijk vast te houden. 

Het klimaat is nu overigens ook niet heel uitnodigend om actief iets te ondernemen. Hoewel… We zijn naar de markt geweest. Zijn meerdere keren wezen shoppen. We hebben ons rot gesmeerd met zonnebrand en aftersun. Hebben gezwommen. Veel rond gelopen in het restaurant om al het lekkers te proeven. En daarna nog een keer bij het ijs en toetjes buffet. Wandelingen naar het strand gemaakt en weer terug uiteraard. Gejankt van het lachen. Naar de bar gelopen voor overheerlijke Pina Colada’s en Ronmiels. Heel veel gelezen, gelachen en gepraat. We hebben dus best wel iets gedaan. 

Dit was een heerlijke zonovergoten vakantie in goed gezelschap met lekker eten en drinken! Ik heb mij fantastisch vermaakt, ben bijgetankt en weer helemaal opgeladen voor de komende maanden.

💞

Heerlijk toeristisch…

Er is een markt in het dorpje verderop. En het leuke is dat we er met de boot naar toe kunnen. Dat het halve eiland dit ook bedacht heeft was even niet in mij opgekomen, want het is extreem druk in de haven. Dat een bezoek aan het marktje überhaupt bij mij is opgekomen is al bijzonder want winkelen is nu eenmaal niet mijn favoriete bezigheid. Laat staan tijdens mijn vakantie. Maar met zijn allen is het een leuke onderneming en in de haven zijn genoeg eet- en drink gelegenheden om de dag af te sluiten. 

Het is lekker om, al is het maar even, op het water te vertoeven want het zonnetje begint in rap tempo aan warmte toe te nemen. Het zeebriesje is extra aangenaam. De boottrip zal niet langer dan een kwartiertje geduurd hebben. De voorgaande rondvaartboot heeft net een lading toeristen uitgebraakt en wij zijn de volgende. Al snel verspreid de mensenmassa zich over de omringende straatjes, de markt of het strand. Zo ook wij. 

We bevinden ons in Puerto de Mogan, of te wel: haven van Mogan. Het is een voormalig vissersdorp van het eiland. Omdat het is doortrokken met kanalen en voorzien van bruggetjes wordt het ook wel het klein Venetië van Gran Canaria genoemd. Het water in de haven is zo helder dat je tot op de bodem kunt kijken. Ook de kleurenpracht van diverse vissen is hier goed te zien. De smalle straatjes met wit gepleisterde huisjes en de prachtige in bloei staande bloemen en planten maken het beeld helemaal af. Als je door het weer niet in zomerse sferen komt dan gebeurt het wel met een wandeling door deze straten.

In dit deel van het dorp vind je ook geen massa’s aan betonnen hotels. De bouw heeft hier namelijk wat strengere eisen en heeft als regel dat een gebouw niet meer dan twee verdiepingen mag tellen. Dit stukje doet bijna romantisch aan. Ik zeg bijna, want je moet wel de overige vakantiegangers ff wegdenken. 

Met het zweet op mijn rug kuier ik achter de tantes aan die het voorzien hebben op de aller eerste marktkraam die zichtbaar is. Daar begint het ge-emmer. De verkoper duwt mij een jurkje in handen en gilt special-price-only-for-you. Ja, leuk!! Hoe meer ik weiger hoe meer geld er van de special price afgaat. Afdingen is dus nog steeds een “hot item” hier. Niet ik, maar tante besluit het jurkje uiteindelijk te kopen. 

Als ik denk dat we verder kunnen verdwijnen ze in het volgende kraampje. Dit gaat nog wel even duren ben ik bang. Ik laat de kledingkramen voor wat ze zijn en sluit mij aan bij de heren. We kuieren op gepast tempo, want WARM, over de markt. Hier en daar werp ik blikken in kraampjes. Niet te opvallend want voor je het weet krijg je weer een special-price-item in je handen gedrukt. We mogen wat rum proeven, dat dan wel weer en bekijken de mooie handwerkjes. Lekker toeristisch dus.

De markt eindigt aan het einde van de haven. Daar draaien we om en bezoeken we, via de andere kleine straatjes het plein met de terrasjes voor een kleine versnapering. Rond een uurtje of drie brengt de boot ons terug naar de haven Puerto Rico, onze thuisbasis voor deze week. Waar we mooi nog even kunnen aansluiten voor een bakje cappuccino en een stuk “tarta del dia”.   

Hasta luego…

Ik draai mij nog een keer om en net op het moment dat ik weer in slaap val gaat mijn wekker. Even ben ik in de war. Waarom heb ik op dit onchristelijke tijdstip mijn wekker gezet? Het is zelfs nog donker buiten. Maar dan valt het kwartje. Het is 0400 uur in de ochtend en met amper 5 uur slaap achter de rug spring ik mijn bed uit. Het afgaan van mijn wekker is tevens het startsein van de vakantie. Woehoe.

Ik jump onder de douche en smeer wat broodjes voor later in de ochtend, want zo vroeg iets eten gaat mij niet lukken. Met een glas water in mijn mik wacht ik vriendlief op die de koffers naar beneden sjouwt. Precies op tijd komt Neef voorrijden. Hij brengt ons weg naar het vliegveld. Na 500 meter van huis sluiten oom en tante aan ook. In colonne gaan we op pad. Niet voor de wintersport in Oostenrijk maar naar zon, zee en strand op Gran Canaria. De vakantie die eigenlijk al eerder gepland stond maar die we dankzij de Corona perikelen aan onze neus voorbij moesten laten gaan. 

Het inchecken gaat voortvarend en de koffers zijn net aan het gewicht *oef*. De douane en tassen-controle passeren we zonder moeite. Iets wat ik niet verwacht had aangezien vriendlief nogal wat toiletartikelen in zijn handbagage heeft gepropt. Nu we dit achter de rug hebben moeten we wachten. De rij voor de koffie en toiletten is driedubbeldik. Onze vlucht gaat als één van de laatste en langzaam wordt het rustiger. Tijd voor koffie en een plaspauze voor we gaan boarden. De gezelligheid zit er al lekker in. Dat beloofd wat voor de rest van de vakantie. 

De heenreis gaat zonder vertraging of oponthoud. We kletsen en eten wat, maar een groot deel blijk ik slapend te hebben doorgebracht want voor ik het weet zet de landing al in. Ons hotel is niet geheel onbekend. 10 jaar geleden brachten we hier ook een vakantie door. Toen hadden we wat problemen om de verdiepingen te doorgronden. En dat ging deze vakantie net zo. Iets met de ligging, half in een rots en de termen: zo boven, zo beneden, maakt dat drie hoog ook drie verdiepingen lager kan zijn. Verwarrend. 

Onze kamers bevinden zich naast elkaar en zijn gigantisch. Ons uitzicht is overigens prachtig en in de ochtend worden we gewekt door het ruisen van de zee.

Omdat we al zo vroeg geland zijn kunnen we nog aanschuiven voor onze eerste lunch. Deze smaakt buitengewoon goed. Uiteraard trakteren we onszelf op een stukje “tarte del dia”. Aansluitend zoeken we een plekje bij het zwembad. De rest van de dag staat in het teken van luieren en niks doen. In de tussentijd vermaken we het entertainment-team door deel te nemen aan de bingo en een aantal t-shirts in de wacht te slepen. 

De eerste dag is al een prima weergaven van hoe de rest van de vakantie zal moeten gaan verlopen. Even geen vermoeiende activiteiten in welke zin dan ook. Geen verplichtingen ook al vind ik ze doorgaans leuk. Voor nu alleen maar puur relaxen, genieten van het moment en tijd doorbrengen met elkaar. 

Pilates…

Ik heb nooit kunnen weten dat ik yoga zo ontzettend fijn zou gaan vinden. Na een paar weken begonnen de oefeningen hun vruchten af te werpen. Mijn rugpijn werd minder. Mijn lichaam werd losser maar ook steviger. Na een paar maanden zelfs wat leniger. Steeds meer voel ik de connectie met mijn hele lichaam in plaats van losse lichaamsdelen. Zoals ik hier al schreef: “Namaste”  start ik vaak in de ochtend. Dit zijn stiekem de fijnste sessies.  

Yoga en Pilates worden geregeld in een adem genoemd. Hoewel sommige houdingen overeenkomen is er een verschil. De intensiteit van de oefeningen bij Pilates ligt hoger. Het is meer gericht op het trainen van de spieren. Nieuwsgierig geworden naar oefeningen zocht ik, net als bij mijn yogalessen, op youtube naar een fijne Pilates les. 

De filmpjes worden stuk voor stuk door afgrijselijk lenige mensen gegeven. Je zou er bijna een complex van krijgen. Van “Adrian” heb ik geleerd dat het niet de houding zelf is maar dat het effect van de houding op je lichaam vele malen belangrijker is. Dat het dus niet overeenkomt met het perfecte plaatje is geen probleem. De lenigheid komt vanzelf, mits je lang genoeg volhoudt natuurlijk. 

Ik vind iemand die net als Adrian uitlegt wat ze doet, hoe ze het doet, waarom, waarmee en op welke wijze. Ik wil nu immers graag weten waarom ik doe wat ik doe. En start, in plaats van mijn yoga les, een full body workout beginnersles Pilates. Uit veiligheid kies ik voor een half uur in plaats van een uur. Met de gedachte dat Pilates net zoiets is als yoga kom ik al snel bedrogen uit. Zelfde houdingen, beheersbare en gecontroleerde bewegingen. Maar dan… 

Oké, de aanvang is praktisch het zelfde. Na 1 minuut merk ik de verandering al. De warming-up is nl intensiever. Gelukkig zegt ze bij iedere oefening ook wanneer ik in- en uit moet ademen. Want dat doe ik prompt verkeerd om. Als ik al ademhaal, want de choreografie van de verschillende houdingen heb ik niet direct door.

Geen downward facing dog of childpose na de eerste twee verschillende buikspieroefeningen. Nee, we gaan door naar een derde en vierde ronde met een iets andere pose en houding. Tussendoor zegt ze nog wel dat ik alles op mijn eigen tempo moet doen. Gelukkig maar want mijn buispieren staan ondertussen in de fik. Er volgt een pauze van nog geen 30 seconden met wat rekwerk en daarna door naar buikspieroefening vijf. 

Na tien minuten ben ik al kei kapot maar de buikspieren zijn nu in ieder geval goed opgewarmd. Voor de komende 3 weken!! Nu komen de billen, benen en heupen. “Nog acht” Roept ze. Na die acht wordt er een oefening aan vastgeplakt met acht herhalingen. Daarna nog één. Dit herhaalt zich een stuk of acht keer. Ik weiger op te geven. Trillend van de inspanning plof ik neer. Maar dan hoor ik dat ook de andere kant van mijn lichaam nog moet!! Waar ben ik aan begonnen?!

De hele volgende dag wordt ik herinnerd aan mijn 30 (thank god geen 60) minuten Pilates. Spierpijn!! Maar het is de beste spierpijn die ik in tijden heb gevoeld. Inmiddels combineer ik beide want Pilates en yoga gaan prima hand in hand. Ik hoop over een tijdje niet alleen leniger, maar ook wat gespierder door het leven te gaan.

Sprookjesachtig mooi…

Het heeft heel de avond en nacht gesneeuwd. En niet die lullige kleine witte vlokjes die smelten zodra ze de grond raken. De vlokken die in Nederland meestal naar beneden vallen. Nee, dit is het echte werk. De sneeuw heeft zich als een dikke zachte deken over het hele landschap gedrapeerd. Als er in het dal al zoveel is gevallen, hoeveel zou er dan op de berg terecht zijn gekomen? Dat is de eerste gedachte die in mij opkomt als ik vanuit mijn slaapkamer naar buiten kijk. Ik kan mij bijna niet inhouden en voel mij als een kind dat op schoolreisje gaat. Uitgelaten en enthousiast. 

Maar eerst gaan we met de hele groep ontbijten. Het is half 8 als we aanschuiven in het restaurant en ons te goed doen aan al het lekkers. Ik eet veel te veel maar houd mijzelf voor dat het een actieve dag gaat worden. Zonder brandstof wordt het niks! Nog geen uur later staan we allemaal buiten, gehuld in onze warme sportieve kleding. Op naar de skilift voor onze eerste afdaling. 

Onderaan de lift nemen we afscheid van de twee tantes, die zichzelf vermaken in het dorp. Er volgt nog een groepsfoto en daarna gaan we naar boven. Het weer is wisselvallig. Zo nu en dan sneeuwt het. Dit houd eigenlijk heel de dag aan. Het maakt de winterse gedachte wel helemaal af. Het is heerlijk om het board weer aan mijn voeten te voelen. Hoewel het zicht af en toe wat lastiger wordt. Her en der boarden we namelijk letterlijk tussen de wolken door. De tweede dag is een lichte kopie van de eerste. Maar de zon laat zich nu wel af en toe zien. Een mooi voorbode voor de 3e dag. 

Die breekt sneller aan dan ik wil. Onderweg naar boven vergaap ik mij aan het mooie uitzicht. De zon zet alles, zoals altijd, in een ander perspectief. Boven is totaal niet te vergelijken met beneden. De sneeuw van de voorgaande nacht heeft alles bedekt en het heeft een dempend effect. Alles lijkt zachter en mooier. We zijn vroeg boven en zo’n beetje de eerste. De heren kiezen voor het stijle stuk maar dat sla ik graag over. Ik besluit het bospad te nemen. Aan het einde van de route komen beide stukken weer samen. Zodra ik de bocht om ben, ben ik helemaal alleen. 

Het enige geluid dat ik hoor is de knerpende sneeuw onder mijn board. Het liefst zou ik hier stil gaan staan om alles extra in mij op te nemen. Het is werkelijk prachtig. Het besneeuwde landschap strekt zich voor mij uit. De paden voor mij zijn nog onaangeroerd en de bomen zijn gehuld in een mooie witte deken. Kennen jullie het sprookje Narnia? Waarbij Lucy via de achterkant van een kledingkast in een ander land terecht komt? Zo voel ik mij ook. Dit is een compleet andere wereld. Magisch en betoverend.

Gelukkig mag ik hier nog een paar dagen vertoeven. Want de rest van de week, op de laatste dag na, is nog even magisch als die eerste dagen. De temperatuur loopt langzaam op maar de bomen zijn tot zeker dag 5 mooi wit en de bospaden goed begaanbaar. Dus neem ik iedere afdaling nog eens en nog eens en nog eens. Het is hier sprookjesachtig mooi!

Wel of niet …

“We weten nog niet of we meegaan…” of “We kijken wel of we nog kunnen boeken…”  of “Misschien, we weten het nog niet zeker…”. Allemaal antwoorden waar ik geen ruk mee kon. Maar die mij wel steeds de hoop gaven dat het geen definitief NEE was. Iedere keer als we elkaar zagen of spraken vroeg ik er naar. Iedere keer kreeg ik van mijn oom en tante het zelfde antwoord. “Geen idee, we zien wel, misschien…”

We gaan al jaren met elkaar op vakantie en de groep is gewoon niet compleet als niet iedereen er bij is. Op het laatste feestje dat we hadden zei mijn neefje spontaan dat ie ging kijken of het hem ging lukken vrij te nemen. Want tja, zo’n wintersportweek is toch wel heel tof! Maar van mijn oom en tante kreeg ik alleen een vaag antwoord zoals hierboven al omschreven.

Na die week bleef iedere vorm van communicatie uit. Ik dacht nog dat ie het misschien gezegd had in een dronken- of sentimentele bui. Of omdat ie mijn gezeik zat was, dat zou natuurlijk ook nog kunnen. Ik hield op met zeuren en legde mij er bij neer dat dit een jaar zou worden met het kleinste groepje wintersporters ooit. Want zoonlief ging ook al niet mee.

Dit mocht de pret niet drukken en met de overblijvers bespraken we al wat we zouden gaan doen. Lekker boarden en skiën. Misschien zelfs een dagje naar een ander skigebied. Een middag met tante op stap die niet skiet. En uiteraard een paar keer relaxen in de sauna. Maar eerst moesten we nog op de plaats van bestemming zien aan te komen. 

De reis naar Oostenrijk, die rond 22.00 uur van start ging, verliep heel voorspoedig. Het was super rustig onderweg. De voorspelde regen en sneeuw bleef gelukkig grotendeels uit en er waren ook geen al te grote wegwerkzaamheden. Dit hebben we wel eens anders meegemaakt. Waar we ons wel de tandjes van schrokken was de hoge benzineprijs langs de weg. Na één keer tanken besloten we daarna alleen nog in de dorpjes naast de snelweg te gaan tanken.

Veel vroeger dan anders kwamen we op onze vaste vakantiestek aan. Neef en nichtje waren reeds gearriveerd en stonden vanuit de lobby naar ons te zwaaien. Iet wat stijf liepen we het hotel in. En daar stond Neefje-die-mee-zou-gaan-maar-niks-meer-liet-horen midden in de hal. “Surprise!!” Riep hij keihard. Voor ik het wist hing ik om zijn nek en kneep hem bijna fijn. Super tof!! Ik kon er maar niet over uit dat het hem gelukt was. De stinkerd had ons niks verteld.

Inmiddels waren we allemaal gearriveerd. Net toen we het ons in de lobby gemakkelijk wilden maken in afwachting van de sleutel van de kamer, stond ons nog een verrassing te wachten. Oom en tante kwamen tevoorschijn. “Surprise!!!” Werd er weer geroepen. Nu kon ik mij niet meer inhouden. Ik vloog ze beide om de hals en moest er zelfs een traan van blijdschap van laten. Al die tijd wisten ze al dat ze mee zouden gaan maar vonden het te leuk om ons voor de gek te houden. Ze moesten wel ruim voor ons aanwezig zijn zodat ze ons konden verrassen. En dat is meer dan gelukt!!