Dat kun je best…

Inmiddels ren ik alweer een paar weken rond op mijn nieuwe shoes en we zijn al aardig aan elkaar gewend. Dat ging niet zomaar want de eerste week heb ik last gehad van de onderkant van mijn voeten en van mijn scheenbeen. Even was ik bang dat ik, ondanks een loopanalyse, zomaar wat  aangesmeerd had gekregen. Maar aangezien ik een doel voor ogen had, en nog steeds heb, besloot ik door te gaan met hardlopen en het de weken daarop gewoon wat rustiger aan te doen. Dit hielp aanzienlijk. Mijn voeten waren blijkbaar niet gewend aan mee verende en zachte schoenen.

Ook mijn GPS horloge is een grote aanwinst. Zeker de neuroot in mij is er erg blij mee. Wat een prachtig ding. Hij meet zo’n beetje alles wat ik wil. En het leuke is dat ik, zodra ik weer thuis ben uiteraard, op internet mijn route ook nog eens terug kan zien en vol trots aan vriendlief mijn afstand en snelheid kan tonen (zonder te sjoemelen !!)

Mijn neef had ook in de gaten dat ik braaf drie keer in de week mijn rondje liep en vroeg mij om samen met hem en ons “marathon nichtje” mee te gaan naar de atletiekvereniging waarvandaan ook een paar keer per week de loopgroepen vertrekken. De verschillende groepen bestaan uit wedstrijdlopers tot recreant, van sprinters tot lange afstand lopers. Neef en nicht trainen al enige tijd bij de recreanten. Dat dit de recreantengroep was voor de middellange afstanden was mij niet bekend (wedstrijden van 5 tot 30 km). Daar kwam ik later pas achter…

Na een paar keer nee gezegd te hebben, mijn tijd is niet zo snel als die van jullie, ik houd jullie tempo niet vol, ik durf niet…  verzekerde mijn neef mij dat er met mijn tempo niks mis was, ik kon pauzeren wanneer ik wilde en ik verder niet zo moest piepen… Na nog een gesprek met mijn nichtje die mij het zelfde verzekerde als mijn neef besloot ik een proeflesje mee te doen.

Wat voor soort mensen doen hier aan mee? Wat moet je verwachten van een training? Kan ik het echt wel volhouden? Vragen waar ik vrij snel een antwoord op kreeg. Met een mannetje of 30 was de groep flink aan de maat. De leeftijd varieerde van begin 20 tot halverwege de 60. Met een fartlek-achtige loop was de training best pittig te noemen. Het begon met twee kilometer warm lopen in een tempo dat mij beviel. Daarna een goede warming-up gevolgd door wat loopoefeningen. De spieren waren opgewarmd dus kon het feest beginnen. Er werd een parcourtje uitgezet waarbij je afwisselend langzaam en snel moest lopen. Dit 20 minuten lang. Na een korte pauze kregen we een tweede opdracht. Net toen ik dacht al mijn kruit verschoten te hebben. Dijkje op in een snel tempo, dijkje af in een rustig tempo. “Je spieren moet je gaan voelen zodra je bijna boven bent” galmden het van beneden. Ik voelde ze echter toen ik nog geen kwart van het dijkje gehad had. Maar de tijd vloog aangezien mijn nichtje bleef praten en ik hierdoor aardig wat afleiding had. Voordeel van het trainen in een groep, je geeft minder snel op.

Na een minuut of vijftien zat ook deze oefening erop en in een rustig tempo liepen we naar de volgende locatie. Daar kregen we de opdracht om in drietallen een estafette race te houden. Ook hier werd er op houding en looptechniek gelet. Gelukkig klonk na vier minuten het fluitje wat betekende dat de training er opzat. Ik stopte de tijd van mijn horloge en zag dat ik over heel de avond negen kilometer gelopen hadden. Bijzonder aangezien ik thuis niet verder loop (of kom) dan vijf. *blij* Mij werd tevens verteld dat er gemiddeld rond de 10 tot 12 kilometer per training gelopen wordt. Hoe sneller je loopt hoe meer km’s je uiteraard maakt.

Eenmaal terug op de vereniging volgden er nog een cooling-down en wat buikspieroefeningen. Dankbaar pakte ik het flesje water aan dat mijn nichtje mij voorhield. Die had ik nu wel verdiend!

Zien lopen, doet lopen. In het nieuw…

“Volgens mij moet ik nieuwe schoenen!” Zei ik tegen vriendlief toen ik met pijn in mijn voeten thuis kwam van een rondje rennen. “Dan moet je die gaan halen!” Was zijn simpele antwoord. Voor hem een groot feest om te shoppen. Voor mij een bron van irritatie aangezien winkelen niet mijn meest favoriete tijdsbesteding is. Ik vind het vreselijk.

Online kleding bestellen is meer mijn ding. Maar dat was voor hardloopschoenen geen optie omdat ik graag een loopanalyse wilde laten uitvoeren. Dus moest ik er echt aan geloven. Ik was ook al enige tijd opzoek naar een hardloophorloge met ingebouwde GPS. Kon ik daar ook direct wat informatie over op doen.

Vorige week was het zo ver, op naar een hardloopwinkel waar ze alles van mijn gading hadden. Ik liet de verkoper mijn oude afgetrapte schoentjes zien. Hij vroeg mij hoe vaak en hoe lang ik al liep.  Aangezien de schoenen minstens 10 jaar oud waren… Ik stelde hem gerust dat ze eerst vijf jaar ongebruikt in de kast hadden gestaan. Daarna heb ik de overige vijf jaar niet non-stop gerend. Echter met tussenposes van soms wel meer dan een half jaar. Hij vertelde dat het slijtingspatroon aan de onderkant van mijn schoen er goed uitzag. Aan de hand hiervan haalde hij een paar opvallende schoenen uit het rek. Basis schoenen zonder extra poespas deelde hij mee toen hij mijn gezicht zag. Hoewel het niet de schoen zelf was waar mijn oog op viel. Eerder de kleur, fel paars met roze.

Zonder morren trok ik ze aan en nam plaats op de “sintelbaan” van 10 meter. Toen het startschot klonk moest ik twee keer heen en weer draven op de baan terwijl mijn afzet en landing opgenomen werden. Daarna werden ze grondig bekeken door de verkoper. Hij liet mij beeldje voor beeldje zien hoe ik liep. In tegenstelling tot wat ik zelf vond vertelde hij dat het er keurig uitzag. Alles in een rechte lijn, mooie afzet en een nette landing. Nu ik wist wat ik voor schoen nodig had kon het kiezen beginnen. Met diverse soorten modellen liep ik rondjes door de winkel. Na een half uur had ik de keuze terug kunnen brengen van zes naar twee paar. Het eerste paar wit met grijs, het tweede paar de paars metAsics Nimbus 14 roze schoen… Toen bleek dat het eerste paar in maat 39 eigenlijk net iets te groot was maar in maat 38,5 veel te klein, bleef de schoen met hippe kleurtjes over. Die zat als gegoten en liep erg lekker. Maar die kleur he?!

Vriendlief vond het een goede gelegenheid om dan ook direct mijn kleding van zwart/wit om te zetten naar fel roze, paars en blauw. Dat staat zo leuk bij je nieuwe schoenen. Met een twijfelachtig gezicht verplaatste ik mij naar een pashokje waar ik het één na het andere shirtje en jasje aangereikt kreeg. Uiteindelijk slaagde ik voor een compleet nieuwe set waarin ik de zomer en de winter (als zuurstok) door kan.

Nu we voor twee van de drie onderdelen geslaagd waren moest ik nog wat informatie hebben over de verschillende hardloophorloges. Voorheen liep ik met een horloge van Polar. Hier was ik erg tevreden over, maar de GPS zat niet ingebouwd. Dat was minstens een eis waaraan het nieuwe horloge moest voldoen. Verder wilde ik mijn afstand en snelheid kunnen zien terwijl ik mijn rondjes aan het rennen ben. Natuurlijk had ik thuis al verschillende horloges vergeleken. Mijn keus was uiteindelijk gevallen op de Garmin 610. Na wat piepen over de prijs wilde hij er best nog een korting op geven en daarmee was de deal rond.

Twee uur later zat ik heel tevreden naast vriendlief in de auto met al mijn aankopen op schoot. Zowaar geslaagd in één winkel zonder chagrijnige buien. Laat nu de kilometers maar komen!!

Langs de zijlijn…

“Boor ga je morgen mee naar de voetbal?” Werd mij gevraagd terwijl ik naar de dwarrelende sneeuwvlokjes stond te kijken die wederom onze tuin omtoverde tot een wit sprookjeslandschap. Als er geen andere fotoreportages gepland staan ga ik meestal mee om foto’s te maken van mijn favoriete voetbalteam. Maar de afgelopen twee weken waren, met een aantal uitvaartreportages achter elkaar, best pittig geweest. Ik wilde er dit weekend de tijd voor nemen om er iets moois van maken zodat ik de families de cd-rom met foto’s kan overhandigen. Een frisse neus halen langs het sportveld zou als afwisseling op het binnen zitten en turen naar de pc wel erg lekker zijn (mits het niet zou stormen of regenen natuurlijk…). Ik besloot mee te gaan maar dit keer, en dat is echt een uitzondering, zonder fototoestel. Dit vonden de heren ook geen probleem.

Het geluk stond aan mijn zijde. De wedstrijd was weliswaar uit, maar de aftrap was pas om 10.30 uur. Een klein beetje uitslapen kon dus. Het zonnetje was ook aanwezig. Heel even had ik er spijt van dat ik mijn fotospullen thuis had laten liggen. Dat was maar voor even. Want nu had ik de tijd om op een heel andere manier naar de wedstrijd te kijken dan anders. Als ik foto’s maak zie ik namelijk heel veel details. Waarschijnlijk meer dan de mensen die aan de zijlijn mee staan te kijken. Maar als fotograaf mis ik het complete overzicht. Dat zien de andere toeschouwers dan weer wel. Nu kon ik ook eens genieten van de mooie acties die uk maakt. De acties waar ik vaak maar de helft van mee krijg.

Ondanks de zon voelde het aardig fris aan. Ik was blij met mijn extra laagje kleding en sjaal. Het viel mij direct op dat we drie spelers misten. Twee waren er bijna te laat en kwamen op de valreep aanrennen om nog snel een warming-up te kunnen doen. Een derde speler was gevraagd met een ander team mee te doen. Ik snapte daar de logica niet helemaal van. Want ons team had juist bij deze wedstrijd zijn punten moeten (en kunnen) pakken om de andere helft van het jaar nog in de top 4 mee te kunnen draaien. Terwijl het andere team zo ongeveer kansloos onderaan stond.

Onze kanjers begonnen direct al goed, binnen een paar minuten viel het eerste doelpunt. Je had ze moeten zien rennen over het veld! Het samenspel, de één tweetjes, het vrijlopen… Alle ingrediënten voor een leuke wedstrijd waren aanwezig. Zo ook bij de tegenpartij, die eveneens leuk aan het ballen was. Eigenlijk iets te leuk. Ze waren hier en daar een kop groter en daarmee ook net iets sneller en sterker dan ons team. Maar als één van onze spelers zich fel inzette kwam de tweede speler mee doen en dit werkte aanstekelijk op de rest van het team.

Wij konden na een half uur op ons gemak een bak koffie halen want we stonden met 1 doelpunt voor. De eindstand was hiermee nog niet in zicht. Het kon nog alle kanten op. En dat ging het ook. Met iets van trots kwamen de spelers het veld weer op. De scheidsrechter vloot en de bal vloog richting doel. Ons doel wel te verstaan. Hiermee scoorde de tegenpartij 2-2. Onze jongens moesten flink aan de bak. Na iedere sprint over het veld zagen ze er weer een stukje vermoeider uit. Het werd lastiger om de bal in eigen bezit te houden. De rust had de tegenstander goed gedaan. Wij stonden te juichen en te springen langs het veld om ze op te peppen en net dat beetje meer te laten rennen. De uiteindelijke stand was 5-4. Onze kanjers hadden alles gegeven. Maar het mocht niet baten.

Nog even bleven we kijken hoe de jongens hun vrije trappen namen. De zon was langzaam achter de bomen en het sportcomplex weggezakt en de wind had zijn plek ingenomen. Het werd akelig koud. We zagen Uk langzaam wit weg trekken en uiteindelijk stond ie over zijn hele lijf te rillen als een chihuahua. Snel onder de douche en door naar huis. De rest van de dag hadden we geen kind aan hem. De kou en inspanning op het veld hadden zijn tol geëist. Hij heeft een aardige tijd liggen slapen onder zijn dekentje op de bank. Volgende week spelen ze voor de beker. Hopelijk hebben we dan ook weer een lekker zonnetje en ben ik van de partij om foto’s te maken.

Ik kan het niet laten om toch een foto te plaatsen:

Foto gemaakt aan het einde van vorig jaar, toen de mist het niet mogelijk maakte verder te kijken dan een paar meter.

Zien lopen, doet lopen, ga je mee?

In de bak paardrijden is al enige maanden niet meer wat het geweest is. Het worteldoek steekt hier en daar door de zandbodem heen. De afrastering is gebroken en de bodem zelf staat geregeld onder water of is bevroren. De enige keer dat we zouden kunnen rijden is ’s-avonds als de verlichting het een paar weken geleden niet begeven zou hebben. Daar komt nog bij dat het dan minstens een week niet zou moeten regenen. Want een zeepaard mag dan wel dezelfde naam dragen als mijn edele viervoeter, ze zijn zeker geen familie van elkaar. De afgelopen periode heeft het ook aardig gevroren dus was de rij bak omgetoverd tot minischaatsbaan. Kortom de bak is een drama bij ons.

Gelukkig staat het paard de hele dag met zijn “buurvrouwen” in de paddock. Daar kunnen ze zich uitleven, achter elkaar aan jakkeren, kuilen graven of elkaars deken slopen. Toen de herfst zijn intreden deed had ik mij erbij neergelegd dat zijn conditie de komende (winter)maanden er niet op vooruit zou gaan. Dat actiepuntje bewaren we voor de lente. Wanneer de dagen langer worden, het meer dan een week droog is en we de rij bak weer in kunnen. Toch vond ik dat we zo nu en dan iets meer moesten doen dan een rondje buiten wandelen of een stukje crossen over het ruiterpad. Mijn eigen conditie is inmiddels ook niet al te best meer, dus besloot ik het paard mee op sleeptouw te nemen tijdens een rondje hardlopen.

Hoewel  mijn paard aardig hard kan lopen is hardlopen toch niet echt zijn ding. Zeker als hij zich moet conformeren aan mijn snelheid. Tussen de 8 en de 10 kilometer per uur is voor mij een ideaal tempo. Maar voor hem betekend dat grote passen nemen of heel zachtjes draven. Niet iets waar hij vrolijk van wordt. Al helemaal niet als we langs al die groene grasstroken lopen waar hij van mij, zijn neus niet naar beneden mag steken om zo nu en dan een hap te nemen. Rennen is rennen en grazen is grazen, dat gaat nu eenmaal niet samen.

De lucht was prachtig blauw en de polder werd toegelachen door de zon. Prachtig, prachtig hield ik mijzelf voor terwijl ik stond te klappertanden van de kou. Een flinke warming up op en rond stal zorgde er voor dat de ergste kou verdreven werd. En het paard? Die stond al zuchtend naast mij. Hij wist wat er komen ging. Al na een paar honderd meter was het raak. Als of ie het er om deed. Standje slak ging aan en ik kon hem voortslepen. Met een uitgerekte hals sjokte hij achter mij aan. Als het halstertouw strak naar achteren stond kwam mijnheer aandraven en als zijn schouder mijn schouder raakte besloot hij weer te gaan wandelen. De ijzige kou maakte het er ook niet lekkerder op. Mijn hoofd en kaak deden pijn en mijn bovenbenen waren gevoelloos. Ik besloot vol te houden. Minstens vijf kilometer.

Eenmaal in de polder begon ik langzaam op temperatuur te komen. De pijn trok weg en het paard kreeg door dat hij niet van mij ging winnen. Uiteindelijk liepen we in gelijke tred. Ik kreeg er zelfs plezier in. Een eenzame fietser riep mij toe dat ik op zijn rug moest zitten in plaats van mee te rennen. Ik kon alleen maar lachen aangezien ik alle lucht nodig om te kunnen blijven ademen. Een auto liet ons passeren en de bestuurder zwaaide vriendelijk. Ik had het niet langer koud meer. Op de terugweg rook het paard zijn stal. Het tempo werd langzaam opgevoerd en voor ik het wist sleepte hij mij voort in plaats van andersom. Ik rende een flink stuk in zijn tempo mee tot ik echt geen adem meer over had. De laatste paar honderd meter werden in een pittig wandeltempo afgelegd.

Bij aankomst op stal vielen de eerste regendruppels. Eenmaal thuis kwam het met bakken uit de hemel. Dankzij het tempo van het paard waren we mooi op tijd weer binnen!

Ga je mee hardlopen? Alleen als ik mijn nieuwe oorwarmers op mag!!

Door weer & wind. . .

De wekker gaat om 06.30 uur af, op een zaterdag, na een week werken. De regen komt met bakken uit de hemel zetten. Het is de afgelopen nacht niet één minuut droog geweest. Ukkepuk hoor ik al van de trap af denderen en gilt ons in het voorbijgaan een goedemorgen toe. Hoe kan het toch dat dat joch geen moeite heeft met opstaan?

Als ik beneden kom heeft Uk zijn voetbalkleding al aan. Terwijl ik het ontbijt sta klaar te maken vraag ik aan vriendlief of hij er zeker van is dat de wedstrijd door gaat, op dit onchristelijke tijdstip met dit niet Deborah vriendelijke weer. Hij begint te lachen en zegt: “Lang leve de kunstgrasvelden!” Ik besluit wijselijk mijn mond te houden, eet mijn ontbijt en maak mij klaar voor een regenachtige ochtend langs het voetbalveld.

Uk daarentegen is niet meer te houden. Dit is de laatste wedstrijd voor de beker. Met de wedstrijden die reeds gespeeld zijn staan er drie clubs op de eerste plaats. Waaronder die van hem. Het is er op, of er onder vandaag!! Dat maakt het de moeite waard om je zeiknat te laten regenen en vervolgens een verkoudheid op te lopen. Mijn fototoestel had nergens last van. Met zijn eigen regenjas aan heb ik foto’s gemaakt van de wedstrijd. En wat voor wedstrijd. Ik vergat soms dat ik in het hol van de leeuw (de tegenstander) zat en zodra er een doelpunt gemaakt werd schreeuwde ik uit volle borst mee. De tegenstanders daarentegen deden het zelfde op hun beurt om mij vervolgens grijnzend aan te kijken…

De spelers scoorden het ene na het andere doelpunt terwijl ik het ene na het andere plaatje schoot. De kou deerde mij op dat moment niet. Hoewel mijn vingers na afloop gevoelloos waren en mijn bovenbenen tot aan mijn tenen drijfnat waren heb ik daar tijdens de wedstrijd niets van gevoeld. De spanning was om te snijden, zowel op als naast het veld.

De uiteindelijke score was 6-6. Dat betekende, op dat moment, een eerste plaats voor ons team! Het team dat eveneens kans maakte op een eerste plaats moest ook spelen. Direct na de wedstrijd werd er druk over en weer gebeld om te vragen wat het andere team gedaan had. Helaas waren de wedstrijden door het slechte weer en het ontbreken van kunstgrasvelden afgezegd. Over een aantal dagen weten we pas of we (de spelers uiteraard) de beker gewonnen hebben of een mooie tweede plaats hebben behaald.

Zie voor meer (voorbeeld)foto’s de facebookpagina of de website: Foto Hamar

Zien lopen, doet lopen. . . Geen meter.

Al drie weken hebben mijn voeten geen hardloopschoenen aan gehad. Heb ik niet hoeven kiezen tussen een korte of een lange broek. Een trui, vest of jasje. Hoewel ik toch een aantal keer flink gerend heb, dat dan weer wel. Helaas niet voor mijn eigen ontspanning of mijn eigen doel. Maar voor de baas, omdat het daar zo godsgruwelijk druk is, we te weinig personeel hebben, de automatisering zo dusdanig gemaakt is dat het langer duurt voor het werk gedaan is, of voor mijn klanten die ik niet wil laten wachten op hun bestellingen. Na het werk moet er thuis en op stal natuurlijk ook nog van alles gebeuren. Voor ik het weet is het alweer 21.30 uur, lig ik uitgeteld op de bank en beloof ik plechtig morgen een half uur vrij te maken voor mijn rondje rennen.

In het verleden heb ik mij voorgehouden dat ik meer energie krijg van het lopen. Ik dwong mij vaak te gaan ook al was ik moe. Inmiddels weet ik dat het eerste waar is maar het tweede zeker niet slim is. Ongelukjes en blessures liggen mij op de hoek van de straat op te wachten en slaan toe als ik even de andere kant op kijk. Maar zo moeilijk kan het toch niet zijn om een half uurtje vrij te maken voor het lopen? Blijkbaar wel in mijn agenda.

Hoewel ik niet helemaal stil heb gezeten. De afgelopen weken zijn we met het paard weer flink aan de bak geweest. En als er iets tijd vreet is het wel het paard. Met het mooie weer zijn we ook flinke stukken gaan wandelen. Op rijlaarsjes wel te verstaan. Ik kwam er snel genoeg achter dat dit geen handige keuze was. Maar ja, dan ben je al een eindje onderweg. Gevolg: pijnlijke hiel en scheenbeen. Hoewel dat laatste niet helemaal te wijten is aan het wandelen met rijlaarsjes.

Het hardlopen moet ik dus ook de komende paar dagen aan mijn neus voorbij laten gaan. Eerst de rust terug laten komen in lichaam en geest. Om vervolgens met goede moed en hernieuwde energie er tegenaan te kunnen gaan.

Om toch enigszins gemotiveerd te blijven lees ik graag het blad: Runners world. Leuke feiten, wist je datjes, trainingsschema’s en interviews. Sinds enige tijd heeft ook mijn nichtje, (die van de “light up” onderneming) een eigen blog. Haar doel: De Marathon van Rotterdam. Ze schrijft over haar trainingen en hoe ze haar doel wil gaan behalen. Maar ook de logjes van Rinus en Tiny  doen het goed. Hun enthousiasme voor het lopen zorgen er voor dat ik ook wil gaan en mijn hardloopdoel voor ogen houd.

Voor nu moet ik het even bij het lezen houden. Hopelijk volgende week weer een nieuwe start.

Zien lopen, doet lopen (4). . . Een meevaller.

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 , 2 & 3)

Na mijn eerste zes kilometer gelopen te hebben had ik vervolgens last van mijn achillespees en besloot daarom de 2e poging te staken en te stoppen bij vijf. Ik was er niet minder door gemotiveerd maar baalde wel dubbel zo hard. Is het niet de hamstring die te pas en te onpas terug komt dan komt er wel weer een andere spier of pees om de hoek kijken die extra aandacht vraagt.

Ik wilde heel graag weer lopen maar wist ook dat dit niet slim zou zijn en besloot daarom een extra rustdag in te lassen. Dit heeft mijn lichaam goed gedaan. Want de dag erna stond ik fris en fruitig klaar voor een nieuwe poging. De zes kilometer stond op het programma. Mocht het onderweg niet lekker gaan dan had ik een route van drie en van vijf kilometer als tussenoplossing. Dit was gelukkig niet nodig. Ik had zelfs genoeg “adem” over aan het einde van de rit. Mijn tempo was dus goed. Nu alleen nog werken aan “de afstand in de beentjes krijgen”. Een kwestie van lopen. Zolang er geen gekken dingen zouden gebeuren zou ik de vijf en de zes kilometer af kunnen gaan wisselen.

Steeds dezelfde rondjes lopen is ook zo saai, dus besloot ik later in de week de “bruggenloop” te gaan doen. Een afstand van vijf kilometer over een grote brug, een bruggetje en een aardige tunnel. Goed voor de bovenbeen- en bilspieren en een andere omgeving is ook wel eens leuk. Het zonnetje stond hoog aan de hemel en de temperatuur loog er niet om. Mijn korte broek en van vriendlief nieuw gekregen hardloopshirt kwamen nu mooi van pas. Sporty Spice was er weer helemaal klaar voor. Hoe laat ik ook van huis vertrek, lopers en fietsers kom ik altijd tegen hier. Maar vandaag heerste er complete rust. Zelfs de overige weggebruikers waren maar mondjes maat aanwezig. Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat het zondagmorgen 09.00 uur was.

Ik liep mijn inmiddels gebruikelijke snelheid en stopte halverwege om mijn spieren te rekken en strekken. Ik had niet erg veel last van de hitte afgezien van een verhit rood hoofd. Ik begon dus al aardig te wennen aan deze activiteit boven de 25 graden. Eerder deze week had ik een drinkgordel van mijn vriendin gekregen. Een riem waar vier kleine flesjes aanzitten en nog wat vakjes voor sleutels, telefoon en dat soort fratsen. Voor 5 kilometer niet echt nodig. Maar vandaag had ik toch wel spijt dat ik hem niet had omgedaan. Goede leer voor volgende keer en gewoon omdoen dus.

Terwijl ik de muziek nog een tandje hoger zet moet ik mijzelf inhouden om de tunnel niet uit de crossen. Hoe eerder boven, hoe beter. Dit voelen de bovenbenen wel. Maar als de grond onder mijn voeten weer vlak is verdwijnt het brandende gevoel al snel. Ik loop de brandweerkazerne voorbij evenals alle andere bedrijven die aan deze weg liggen. Voor ik het weet doemt de skatebaan naast mij op en heb ik mijn ronde er weer opzitten. Een stuk sneller dan verwacht en zonder pijn in de hamstring of achillespees. Heerlijk om zo te kunnen lopen.

Eenmaal thuis besef ik dat ik niet gestopt ben aan het begin van het park, wat de bedoeling was, maar er omheen gelopen ben zoals ik de voorgaande keren gedaan heb. Als ik eenmaal uitgedampt en gedoucht ben zoek ik op internet mijn gelopen route op. Ik zie tot mijn verbazing dat ik bijna 6.5 kilometer gelopen heb. De verste afstand tot nu toe inclusief twee bruggen en een tunnel. Deze meevaller stemt mij tevreden. Zo zou ik ze vaker willen lopen.

Een grote verrassing . . .

Zaterdagmorgen, 7.30 uur. De eerste voetbalwedstrijd van het seizoen was aangebroken en ik had Uk beloofd te komen fotograferen. Belofte maakt schuld dus, op dit totaal niet christelijke tijdstip, strompelde ik naar beneden. Terwijl het ontbijt zwijgzaam werd genuttigd ging ik in gedachten het lijstje af met spullen die ik nodig had op locatie. Extra toestel, batterij en kaartje. Statief, stoeltje, regenjas. Het was inmiddels twee maanden geleden dat ik voor de voetbal gefotografeerd had. Toen ik naar buiten keek verging mij de zin om mee te gaan. Het was vies, smerig weer en het leek alsof de herfst zijn intrede al gedaan had. Wat een verschil met een week geleden, toen we de familie BBQ hadden.

Vriendlief zag aan mijn gezicht dat ik er niet zo veel zin in had en voor ik mij om kon keren om mijn bed weer in te kruipen zegt hij dat de trainer mij ook verwacht. Ze willen nieuwe foto’s voor de website want er zijn nieuwe spelertjes bij gekomen. Hij was zo aardig geweest om toe te zeggen dat ik ook zou komen. Uk deed er nog een schepje boven op en zei dat het zonnetje vast nog wel zou gaan schijnen. Ik was toch al wakker dus hoefde mij alleen nog maar aan te kleden. Daar had hij helemaal gelijk in.

Een uurtje later zaten we in de auto op weg naar het voetbalveld. We waren toch wel een beetje zenuwachtig. Uk moest tegen een voor hem onbekend team spelen. Ik vroeg mij af of ik het fotograferen nog niet verleerd was in twee maanden tijd. En waar vriendlief last van had was mij op dat moment een raadsel.

Zodra de auto geparkeerd stond kwam de zon door het wolkendek heen. “Zie je nu wel?!” Riep Uk al slepend met zijn voetbaltas. Onderweg naar de kleedkamers kwamen we verschillende ouders tegen met wie we even een praatje maakten. We passeerden inmiddels het hoofdveld van de vereniging en vriendlief riep tegen niemand in het bijzonder: “Zo, wat een mooie vlaggen hebben ze opgehangen!” Ik keek van mijn telefoon naar mijn vriend en vervolgens naar het rode, niet te missen, gewapper een paar meter bij ons vandaan. Mijn hart maakte een sprongetje toen ik zag wat er op de vlag stond afgedrukt. “Euh, hoe kan dat nu? Hoe komen ze aan die foto’s, wie heeft…” Toen viel het kwartje. Ik kreeg tranen in mijn ogen en vroeg met een piepstemmetje aan mijn vriend of hij dit had geregeld? “Een verrassing voor jou. Je eigen reclamevlag voor het nieuwe sportseizoen!” was zijn antwoord. Ik gaaf hem een zoen en een knuffel. Dit ritueel herhaalde zich twee keer. Vervolgens keken we vol trots naar mijn eigen banier die, in de kleuren van de club, het mooiste plekje heeft gekregen langs het hoofdveld van de vereniging. “Vind je hem mooi?” Vroeg hij heel voorzichtig. “Natuurlijk vind ik hem mooi, ik vind hem geweldig!!” Vervolgens kwam de trainer van Uk naar mij toe met een bos bloemen om mij te bedanken voor mijn inzet van het afgelopen jaar en om mij te feliciteren met mijn nieuwe reclamevlag. Dat beloofd wat voor het nieuwe seizoen!

Het lukte mij om de eerste wedstrijd goed vast te leggen. De actie spatte van mijn beeldschermpje. Ik was het gelukkig nog niet verleerd. Onze kanjers overigens ook niet. Ze voetbalden alsof hun leven er vanaf hing en scoorden in totaal vier keer. De tegenstander moest het doen met één doelpunt.

De vlag, van drie en een halve meter lang en anderhalve meter breed, was inmiddels bij meerdere mensen opgevallen. Voor, tijdens en na het fotograferen van de wedstrijd werd ik door ze aangesproken. Zelfs de voorzitter van de club, die ik bij toeval tegen kwam, vroeg mij of de verrassing geslaagd was.

“Ben je niet voor niets mee geweest he!” Zegt Uk na de wedstrijd als we alle drie voldaan terug naar de auto lopen.

  1.  

Zien lopen, doet lopen (3) . . . Goed op weg?!

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 & 2)

Eén is geen! Dus besloot ik minimaal drie keer in de week te gaan lopen. Mocht ik door een bepaalde reden (welke houden we maar even in het midden) niet kunnen lopen dan blijven er in ieder geval nog twee dagen over. Inmiddels loop ik alweer een aantal weken braaf mijn rondjes door het dorp, de polder en het park. Geregeld ga ik met veel zin en een vooropgestelde route van huis. Een enkele keer  moet ik mijzelf er echt toe zetten om te gaan. Zonder loopmaatje is de stok achter de deur nog maar een twijgje dat makkelijk buigen kan. En zeg nou zelf, met noodweer of vermoeidheid is de bank een stuk aantrekkelijker dan de buitenlucht, zweet en een rood hoofd. En toch ben ik iedere keer blij en vooral voldaan als ik gegaan ben. Als je doelen wilt behalen moet je er iets voor doen. Deze komen immers niet zomaar aanwaaien.

Zal ik ooit een halve marathon kunnen lopen, of misschien wel een hele? Dat vraag ik mij zo nu en dan af als ik dus met een rood hoofd, bezweet lijf en met mijn tong over het asfalt slepend de laatste meters af leg van de vijf kilometer. Want in dat geval zou ik deze afstand nog acht (!!) keer moeten lopen. Bij die gedachte zakt de moed mij in de schoenen en mijn tong breekt abrupt af. Acht keer zoveel meer slepend met mijn tong over het asfalt? Daar is ie niet op berekend en de rest van mijn lichaam overigens ook niet.

Door je doelen realistisch te houden blijf je langer gemotiveerd om aan je doel te blijven werken. Ik heb de marathon in mijn agenda gezet voor als ik “groot” ben. In de tussentijd wil ik in ieder geval de tien kilometer kunnen lopen. En graag met mijn tong binnensmonds.

Nu de vijf kilometerrondjes goed gaan wordt het tijd om er een schepje boven op te doen. We doen het rustig aan want blessures liggen op de loer en slaan toe op een onverwacht moment. Aangezien ik nog steeds GPS-loos rond ren stippel ik bepaalde routes uit via internet. Als ik bij het bruggetje rechts in plaats van links zou gaan, zou mij dit een kilometer extra opleveren. Dus ik stelde mij in op zes kilometer en vertrok van huis in een lichte dribbelpas. Snelheid, hoe graag ook, is nog steeds niet aan de orde.

Het lopen ging heerlijk. Een paar honderd meter voor het bruggetje zaten lichaam en geest echter niet gehaal op één lijn. De helft wilde links af, de andere helft wilde rechts af. Voor ik nog verder kon twijfelen aan mijzelf nam ik een kleine spurt en ging rechts af. Die ene kilometer extra moest ik gelopen hebben. Trots dat ik was omdat ik dit keer niet naar mijzelf geluisterd had verlaagde ik mijn snelheid en begroette vervolgens alle wandelaars op mijn pad. Bij het “bekende” park kwam dat knagende gevoel weer opzetten: “Je kunt ook door het park naar huis dan zijn we er sneller!” Ik negeerde mijzelf en dribbelde door tot het einde van mijn geplande route. Bij de skatebaan had ik er precies 6 kilometer opzitten. Met, uiteraard, een rood hoofd, bezweet lichaam en met mijn tong nog daar waar hij hoort liep ik de straat weer in. Een gevoel van overwinning maakte zich van mij meester.

Twee dagen na mijn eerste zes kilometer ging ik voor poging twee. Waarschijnlijk begon ik iets te enthousiast. Want ik was nog niet eens halverwege toen mijn achillespees begon op te spelen. Zul je altijd zien… Ik moest nu al inboeten op snelheid en afstand. Ik ging braaf links bij het bruggetje en besloot mijn 5 kilometer uit te lopen. Ondanks Mijnheer A. Pees had ik toch lekker gelopen maar ik baalde van die ene kilometer. Thuis werden mijn voeten en onderbenen voorzien van een massage door vriendlief die het toch al knap vond dat ik überhaupt gegaan was. Misschien vroeg ik te veel van mijn lichaam en was een kilometer in één keer te veel? Had ik er beter aan gedaan om de kilometer op te splitsen? Hoe dan ook, ik besloot een extra rustdag in te lassen in de hoop dat ik na twee dagen weer een rondje zou kunnen lopen zonder ongemakken. We waren net zo lekker bezig…

Zien lopen, doet lopen (2) … I’m not afraid

Na een aantal maal in de bloedverziekende hitte en zonovergoten avonduren te hebben hardgelopen (zie deel 1) moest ik het natuurlijk niet direct weer opgeven. Hoewel het beeld af en toe vertroebeld is hebben we nog wel steeds het doel voor ogen. Omdat ik de voorgaande keren mijn tempo rustig heb gehouden en mijn rust heb gepakt onderweg had ik geen last van spierpijn. Hooguit het vermoeide gevoel in de benen. Dus besloot ik zondag avond, als de hitte van die dag weer wat was afgenomen, mij van mijn sportieve kant te laten zien.

De zondag was een druk geplande dag waar niet alleen het huishouden in verwerkt zat maar ook een buitenrit met het paard en een uurtje of wat knutselen aan een foto album dat onder andere als portfolio moet dienen voor de uitvaartfotografie. Maar toen de zon eenmaal door het wolkendek tevoorschijn kwam, verdwenen mijn plannen als sneeuw voor de zon. De lounge set met zijn kussens had zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij dat ik mij met heel mijn hebben en houwen (lees: boek, telefoon en notitieboekje & pen) daar settelde om er vervolgens een hele middag in mijn uppie op door te brengen. Daar ging mijn strakke planning. Voor ik het wist was het alweer etenstijd. Mijn plan om te gaan rennen had ik nog steeds en die zou niemand van mij afpakken. Hoewel de zon alle energie uit mijn lichaam had laten vloeien was ik klaar voor een rondje van vijf kilometer.

Natuurlijk had ik weer veel te veel tijd in het omkleden gestoken (welke sokken zal ik aan doen? Zal ik een lange of een korte broek aantrekken…) dat ik niet in de gaten had dat het inmiddels met bakken uit de hemel kwam. Daar stond ik dan in mijn met zorg uitgezochte outfit en mijn iPodoortjes in mijn oren voor het raam naar buiten te turen in de hoop dat het minder zou gaan regenen. Toen dit ook daadwerkelijk gebeurde bedacht ik mij geen moment. Zette mijn petje op mijn hoofd en liep zonder om te kijken de voordeur uit. Op weg naar een droge mond, bezweet lichaam en vermoeide spieren.

Onderweg deed ik snel een schietgebedje of de regen een half uurtje uitgesteld kon worden. Daarna mochten ze de kraan weer open draaien. Ik was niet de enige die gebruik maakte van dit moment. Her en der zag ik andere hardlopers uit huizen en straatjes komen. We begroeten elkaar als oude bekenden om ieder ons eigen weg weer te vervolgen.

Wonderbaarlijk hoe snel je conditie terug is op een bepaald niveau. Ik ben er natuurlijk nog lang niet. Maar na een aantal keer in de hitte gelopen te hebben voelde ik mij nu, met de vochtige lucht en lagere temperaturen vederlicht. Om te kijken of ik mijzelf al iets verbeterd had besloot ik het zelfde rondje te lopen als de keren daarvoor aangezien ik nog steeds zonder GPS aan de wandel was. 

Ik was heerlijk op weg toen de sluizen in de hemel open gingen. Blijkbaar had ik moeten vragen om 45 minuten in plaats van een half uur speling. Ik was blij met mijn petje die de regen uit mijn gezicht hield. Maar helaas was de god van de donder ook aanwezig. Uitgerekend toen ik onder een lange rij bomen door liep begon het de onweren. Terwijl Eminem in mijn oren tetterde:  “I’m not afraid …” dacht ik: “ik ook niet”. Maar ik besloot het er toch niet op te wagen. Ik had in tijden niet zo hard gerend en onderweg voelde ik een aantal spieren lichtelijk protesteren. Ze hielden het vol tot aan het begin van het park. De regen nam toe maar het donderen en flitsen nam af. Nat was ik toch al dus nam ik de route om het park heen. Om de spieren niet al te veel te belasten hield ik mijn tempo tot aan huis uiterst laag.

Deze vijf kilometer had ik mooi in de pocket. Hoewel ik een echt zomermens ben vind ik dit toch beter loop weer. Nu de vijf kilometer goed gaat wordt het tijd om de afstand langzaam op te voeren. De tien moet toch ook haalbaar zijn?