Kort door de bocht…

Wat krijg je als een andere automobilist zijn auto te kort door de bocht stuurt en hierdoor dus op jouw weghelft terecht komt? Juist, een Beetle met schade. Arme, arme BJ (mijn auto heeft een naam: Beetle Juice, afgekort BJ. Waarom? Omdat hij er nou eenmaal Beetle Juicerig uitziet met zijn appelgroene kleur). Hij liep een flinke schaafwond op aan de zijkant van zijn neus. Zijn wieldop lag aan gruzelementen en de rechter spiegel wordt inmiddels synchroon versteld bij het afstellen van de linker spiegel. Wat heeft de andere bestuurder hier van geleerd? Geen cd-hoesjes, telefoon of wat dan ook bekijken als ie door een bocht gaat. Beter helemaal nergens anders naar kijken dan alleen de weg met zijn gebruikers. Want nu zitten BJ en ik met de gebakken peren.

Nog steeds overigens. Want bovenstaande heeft plaats gevonden op een lenteavond eind maart. En nu, 12 mei, is het nog steeds niet verholpen. Natuurlijk hebben we samen netjes het schadeformulieren ingevuld. De beste man was zelf ook ontdaan door deze niet doordachte minder slimme actie van hem. Ook zijn auto, die een heel stuk nieuwer was dan BJ, had een aantal flinke krassen opgelopen.

Afgelopen week was ik het wachten op de verzekering (het zijn altijd dezelfde waar je op moet wachten, zelfs de belastingdienst is nog sneller) zat en ben ik gaan bellen. Toen bleek dat ze nog wat gegevens van ons nodig hadden. Misschien een domme opmerking van mijn kant uit, maar waarom sturen ze dan geen brief, mailtje of plegen ze geen telefoontje om ons daarvan op de hoogte te stellen? Het schadeformulier met onze gegevens was reeds in hun bezit. Inmiddels rijden wij al 1.5 maand “beschadigd” rond.

Het bleek dat ik zelf de schade mocht laten opnemen bij een garage naar keuze. Als het nodig is (lees: bij twijfel of bij een taxatie hoger dan een XX aantal euro) stuurt de verzekeringsmaatschappij een schade expert langs om als nog de schade te laten taxeren.(Ik heb niet zo veel, zeg maar gerust geen, ervaring met schades afhandelen!) Op zich niet verkeerd dat ze vertrouwen op je eerlijkheid. Maar ik blijf er bij, dit hadden ze best iets eerder mogen melden. Dus volgende week staat BJ bij de “dokter” om erachter te komen wat de schade precies moet opleveren. Waarschijnlijk zullen ze zeggen dat zijn bumper overgespoten moet worden.

BJ is iets ouder dan 11 jaar. Had een mooie egale Granny Smith achtige kleur toen hij uit de fabriek kwam rollen (in zijn “paspoort” staat cybergroen, wie deze kleurnaam begrijpt mag het mij uitleggen…) Inmiddels is mijn favorieten auto voorzien van meerdere tinten groen. Dat heb je nou eenmaal als je ouder wordt. Je wordt wat valer hier en daar. Een bumper over laten spuiten maakt hem een toverbal, in alle tinten groen die denkbaar zijn. Ik heb overwogen om hem helemaal over te laten spuiten maar gezien zijn leeftijd is dit niet rendabel meer.

Mijn tante kwam met het idee om hem alvast in te ruilen voor een nieuwere versie in de kleur beige en dan direct de cabrio uitvoering. Hoewel ik die ook echt heel graag wil en dus ook  al enige tijd aan het sparen ben, wil ik nog niet van BJ af. Het voelt zo, hoe zal ik het zeggen… Ondankbaar… Ik ben nog zo verknocht aan mijn rondvormige auto’tje en wordt nog steeds erg blij als ik de deur uit ga en hem daar zie staan op de parkeerplaats.

Voorlopig sparen we nog even door en hopen we geen andere brokkenpiloten op de weg meer tegen te komen zodat ik nog wat langer van mijn BJ kan genieten.

Roti wat?

Ik ben nou niet bepaald een keukenprinses. En daarmee druk ik mij nog heel zacht uit. Ik heb een bloedhekel aan koken. Ondanks dat vriendlief en ik elkaar afwisselen in de keuken blijft het een saaie, vervelende en tijdrovende klus die ik liever uit handen geef. Maar goed, een mens moet nou eenmaal eten. Als ik ooit een loterij zou winnen zou ik het geld gebruiken om een kok te kopen. Hij mag iedere dag het lekkerste van het lekkerste voor mij klaar maken. Een kok die het leuk vind om uren achtereen in de keuken te staan, terwijl ik het met bloed, zweet en tranen bereidde avondmaal binnen 20 minuten naar binnen prop. Toen ik mijn vriend leerde kennen noemde hij mij wel eens een nep of albino pinda. Je bent (half) Indisch maar je verbrand in de zon en koken? Daar doe je niet aan… Dat eerste heb ik te danken aan een über Nederlandse moeder, rossig haar en blauwe ogen. Waar ik dat tweede aan te danken heb? Te veel keuzes in het leven denk ik…

Voor koekjes, muffins en taart wil ik wat koken betreft wel eens een uitzondering maken. Een heel kleine uitzondering en dan eigenlijk ook alleen als ik het af kan met kant en klare pakken a la Dr. Oetker. Dat is net zoiets als iedereen kan schilderen van Ravensburger! Simpel, makkelijk en snel.

Mijn tante werd afgelopen week 50 jaar. Dat moest gevierd worden. Om de dag voor mijn tante een nog specialer tintje te geven dan het al had besloten we om verschillende Indische hapjes te (laten) maken. Mijn nichtje vroeg mij om Roti Kukus te maken. Rottie wat?? Hoor ik sommige lezers al denken. Roti kukus. De betekenis van kukus is stomen. Het is dus een gestoomde Indische cake. En werkelijk om je vingers bij op te eten. Het ziet er niet uit als het de stomer in gaat. Eigenlijk ook niet als het de stomer weer uit komt. Maar de smaak maakt alles goed. Het is helaas niet een recept ala Dr. Oetker, maar echt heel moeilijk is het nu ook weer niet.

Daar stond ik dan in de keuken met alle potjes, pannetjes, keukenmixer en al wat nodig was om tot onderstaand eind resultaat te komen. Voor de zoete kauwers onder ons: er gaat 500 gram suiker in. Dus ben je op dieet dan zou ik mij verre van dit heerlijke gerecht houden!

Wat gaat er nou precies in en wat heb je nodig:

  • 4 eiwitten
  • 8 eidooiers
  • 500 gram witte suiker
  • mespuntje zout
  • 1 dl spa rood/ 7-up of ander bruisend bron water
  • 500 gram zelfrijzend bakmeel
  • zakje vanillesuiker
  • 2/3 eetlepels Droste cacao poeder
  • 1 stoompan
  • 1 schone (oude) theedoek

Er zijn heel veel verschillende recepten voor dit gerecht en het is bij heel veel, zo niet alle Indo families bekend. Ik heb het recept van mijn moeder, die het weer van haar (schoon)moeder heeft, aangehouden.

Hoe maak je dit klaar:

Splits de eieren. Mix de eidooiers samen met de witte suiker, vanillesuiker en het zout tot een egaal mengel. Voeg beetje voor beetje het zelfrijzend bakmeel toe. Het is nog beter om dit te zeven zodat er geen klontjes ontstaan. Voeg het spa water toe als het beslag te dik wordt. Het moet er luchtig uit zien. Hoe luchtiger het beslag, hoe lekkerder het eindresultaat. Klop de eiwitten stijf en schep dit door het beslag. LUCHTIG… Dus niet mixen!! Verdeel het beslag nu over twee schalen. Voorzie één van de schalen van de cacaopoeder.

Nu komt het:

Deze cake gaat niet in de oven maar in een stoompan. Voorzie de stoompan (de pan met de gaatjes, voor de niet keukenprinsessen onder ons) van de natte (uitgewrongen) theedoek. Spatel het beslag om en om in de stoompan. (laagje wit, laagje bruin enz.) Zorg dat de pan niet meer dan de helft vol zit met beslag. Het hele zwikkie gaat namelijk nog rijzen. Plaats een deksel op de pan, de uiteinden van de theedoek kunnen onder het handvat van het deksel geplaatst worden (anders vliegt de boel in de hens, ik spreek uit ervaring!!) Breng het water in de onderste pan aan de kook en laat alles ongeveer een uur op matig vuur staan. Controleer wel regelmatig het water in de onderste pan. (zorg er voor dat de bovenste pan niet onder water staat)

Als het goed is zul je gaan voelen dat de pan steeds zwaarder wordt. Let op: kijk pas in de pan als het uur voorbij is. Anders bestaat de kans dat hij in zakt. Steek een satéprikker in de cake om te kijken of hij gaar is. Blijft er beslag aan plakken dan moet je cake nog even blijven stomen.

Als je het goed gedaan hebt zal de cake zich aan de bovenkant openen in de vorm van een bloem, ster of hoe ver je fantasie dan ook reikt … 

Eetsmakelijk!!

 

 

 

 

 

 

 

 

Brutus…

Zoals sommige lezers/vrienden wel weten behoort auto rijden nou niet bepaald tot mijn favoriete bezigheid. Toegegeven, ik vind het erg makkelijk om zittend vervoerd te worden van A naar B, zonder daarbij zeiknat te regenen, van de weg af te waaien of tijdens een conversatie te moeten gillen naar de persoon die zich achter of voor mij bevind op de fiets, scooter of brommer. Eigenlijk ben ik dus gewoon een beetje lui wat dat betreft. Het niet-naar-mijn-zin-hebben-in-een-auto wordt allemaal nog eens benadrukt als ik naast iemand zit, mijn vriend in de meeste gevallen, die auto rijden wel helemaal dolletjes vindt en hierbij dan ook nog eens zijn rechtervoet niet geheel onder controle heeft. Hoe harder hoe beter. Menig moment heb ik met zweethandjes naast hem gezeten in de hoop dat de mensen op de middenbaan ons met deze snelheid aan zagen komen en niet hun fiat panda uit het jaar nul opeens naar links zouden sturen. Met het gevolg dat we de bestuurder uit het handschoenenkastje van Brutus (zo heette deze auto) konden peuteren. En dan heb ik het nu nog over het minst erge geval.

Nee, auto rijden is niet iets waar je mij blij mee kunt maken.

Zo reden wij vorig jaar zomer richting Burg Haamstede. Alwaar mijn schoonouders ons hadden uitgenodigd om gezellig te komen eten. Het feit dat jij dit verhaal aan het lezen bent bewijst dat ik de rit heb overleefd.

Tijdens een gezellige conversatie over koetjes en kalfjes ving mijn oor een vaag gezoem op. Ik ben allergisch voor gezoem en geratel dus spitste ik mijn oren om te achterhalen waar dit rare geluid vandaan kwam. Dit geluid, wat al snel gepaard ging met een rare keboink keboink, kwam aan mijn kant vandaan. Ergens ter hoogte van het rechter voorwiel. Na een fractie van een seconde begon ook de voorkant van de auto van links naar rechts te schudden, terwijl wij rechtdoor reden op een goed geasfalteerde weg. Iets klopte hier niet. Ik had het gevoel als of ik op een centrifugerende wasmachine zat die aangedreven werd door een kudde op hol geslagen paarden. Niet één maar een stuk of tien. Het geluid nam in volume toe evenals het geshake van links naar rechts. Ik weet niet veel van auto’s maar ik weet wel dat dit niet tot de standaard geluidsuitrusting van Brutus hoorde. Ietwat benauwd keek ik mijn vriend aan, die ook niet zo goed wist wat hij hier mee aan moest. Het klamme zweet brak mij hierdoor nog meer uit. Door een aantal keer flink hard te remmen (thank god voor de gordel die ik om had) en het doen van de elandproef op een verlaten stuk parkeerplaats (wat was ik blij dat ik nog niets gegeten had) hield het piepen en stuiteren op. De rest van de rit deed Brutus wat er van hem verwacht werd. Rijden, zonder fratsen. Mijn hartslag was enigszins weer stabiel toen we bij mijn schoonouders aan kwamen en ook mijn zweethandjes waren aardig opgedroogd.

Eigenlijk waren we de ellendige rit van de heenweg een beetje vergeten toen we op de terugweg weer verast werden door een kudde op hol geslagen paarden en een centrifugerende motorkap. Ik besloot internet te raadplegen enerzijds om iets om handen te hebben en anderzijds om er achter te komen wat het eventueel zou kunnen zijn. Volgens het autoforum zou het heel goed de homokineet/aandrijfasstofhoes (of iets dergelijks) kunnen zijn. Het geluid wat op internet omschreven werd kwam heel goed overeen met het geluid wat Brutus produceerde. Volgens de forumleden: “Je kunt er best nog wel even mee doorrijden….” Oh ja natuurlijk en wat gebeurd er als iets breekt/knapt/scheurt?? Daar heb ik maar niet al te lang bij stil gestaan. Na ongeveer 45 minuten doodsangsten uitgezeten te hebben had Brutus ons al hortend en stotend tot aan de deur van onze woning gebracht. Waar ik hem overigens erg dankbaar voor was. Ik ging er namelijk vanuit dat hij ons ergens ter hoogte van Ooltgensplaat (of al places) en Willemstad in de steek zou laten. Ik had mij voorgenomen om niet meer in te stappen eer hij nagekeken en gemaakt was. Niets ten nadele van Brutus maar mijn gemoedstoestand kan deze vorm van stress niet zo goed aan. Sterker nog, ik leef er spontaan een jaar korter door.

De volgende dag werd Brutus naar de garage gebracht voor een grondige inspectie. Waar het nou precies aan gelegen heeft weet ik niet meer. Maar ik was geenszins van plan nog één keer in die auto te stappen. Hoe zielig vriendlief ook keek, ik weigerde.

Dus besloot hij zijn favoriete stuk scheurijzer, een Alfa Romeo GTA in te ruilen voor een burgerlijke, in zijn ogen saaie, mijn-ogen-zitten-niet-tegen-de-achterkant-van-mijn-schedel-gedrukt-als-vriendlief-optrekt– auto. Een Audi A4. Iets waarin ik mij een stuk beter kan vinden.

Nu alleen nog een nieuwe naam verzinnen. Mijn vriend kwam niet verder dan Softie…

I wont give up…

Soms hoor je wel eens een liedje dat je direct laat mee zingen, dat je aangrijpt of anderzijds iets met je doet. Ik zat laatst in de auto en hoorde het liedje van Jason Mraz, “I won’t give up”

Hoewel dit liedje hoogstwaarschijnlijk slaat op een liefde die hij niet op zou willen geven moest ik direct aan mijn ouders denken. En dan in het bijzonder aan mijn vader.

Tijdens zijn leven was onze band niet echt geweldig. Hoe ouder we werden, hoe minder contact we met elkaar hadden. Pas het laatste jaar van zijn leven groeiden we langzaam weer naar elkaar toe en zagen we elkaar wat meer. Alsof het zo had moeten zijn. Maar nu hij er niet meer is voel ik pas wat voor een band ik eigenlijk met mijn vader had en misschien nog steeds wel heb. Een ongeschreven stuk tekst. Een onuitgesproken woord. Een gevoel. Een deel van mijn en zijn wezen dat er is en tegelijkertijd ook weer niet.

De nuchtere mensen onder ons zullen bovenstaande afwimpelen met een simpel gebaar of een vriendelijke glimlach. Maar er zullen ook mensen zijn die begrijpen wat ik bedoel…

Het is dit liedje dat mij laat glimlachen (nadat ik eerst mijn ogen uit mijn kop heb gejankt) en mij het gevoel geeft dat mijn vader ook mij nog niet vergeten is.

I wont give up…

When I look into your eyes
It’s like watching the night sky
Or a beautiful sunrise
Well there’s so much they hold
And just like them old stars
I see that you’ve come so far
To be right where you are
How old is your soul?I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

And when you’re needing your space
To do some navigating
I’ll be here patiently waiting
To see what you find

‘Cause even the stars they burn
Some even fall to the earth
We’ve got a lot to learn
God knows we’re worth it
No, I won’t give up

I don’t wanna be someone who walks away so easily
I’m here to stay and make the difference that I can makeOur differences they do a lot to teach us how to use the tools and gifts
We got yeah we got a lot at stake
And in the end, you’re still my friend at least we didn’t tend
For us to work we didn’t break, we didn’t burn
We had to learn, how to bend without the world caving in
I had to learn what I got, and what I’m not
And who I am

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up
I’m still looking up

I won’t give up on us
God knows I’m tough, he knows
We got a lot to learn
God knows we’re worth it

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

***

De deur…

 

Ik vraag mij af waar ik ben. Ik herken niets. Ik hoor niets en ik zie na genoeg niets. Het is zo donker dat ik de muren bijna niet van elkaar kan onderscheiden. Een paar seconden lang vraag ik mij af hoe ik in deze ruimte terecht gekomen ben. Mijn geheugen laat mij in de steek. Wat vervelend dat dit uitgerekend nu moet gebeuren. Het is een beetje vaag, als of er een mist in mijn hoofd hangt die maar niet op wil trekken. Omdat het mij niet wil lukken mijn eigen vraag te beantwoorden sta ik op van waar ik voor mijn gevoel in één keer opgedoken ben en loop dan op de tast door de ruimte. Mijn ogen beginnen te wennen aan het duister en langzaam zie ik dat ik mij bevind in een tientallen meters lange gang met aan het einde iets wat lijkt op een deur…

 

De deur heeft mijn volledige aandacht. Als een magneet word ik er naar toe getrokken. Niet wetende wat er zich aan de andere kant van de deur moet bevinden. Met mijn hand aan de muur loop ik voorzichtig in de richting van de deur. De stenen van de muur voelen klammig aan en zijn her en der bedekt met mos. Ik moet er maar niet aan denken wat het anders zou kunnen zijn. Het lijkt wel of ik in een ondergrondse gang of tunnel ben. Ik sta stil en kijk om mij heen. Mijn nek haren gaan abrupt omhoog. Ben ik niet alleen? Ik draai mij om. Het enige wat ik op dat moment zie is een nog langere en vooral donkere tunnel, hij lijkt bijna oneindig. Was die tunnel er net ook al? Heb ik daar net ook gelopen? Wederom krijg ik geen antwoord op mijn eigen vragen. De tunnel is, naar het lijkt, verlaten. Ik schrik op en vraag mij af wat ik hoor. Het is mijn eigen ademhaling en het bloed wat door mijn lichaam suist. Ik roep mijzelf tot de orde en mijn stem echoot na in de lange gang om dan langzaam weg te sterven in het duister. Koude rillingen lopen over mijn rug. Ik moet hier weg voor het duister mij ook opslokt. Ik haal nog eens diep adem en voetje voor voetje schuifel ik verder. Het zand van de bodem knispert en kraakt onder mijn voeten. Het pad naar de deur loopt wat naar beneden af. Ik kijk nog eens goed naar de deur en zie dan dat er een flauw lichtschijnsel onder de deur door schijnt. Dat is vast de uitgang. Opgelucht loop ik iets sneller door.

Ik bekijk de deur terwijl ik er op af loop. Het is een oude houten deur die in een boog is gemonteerd. Het heeft geen normale klink maar een rond smeedijzeren handvat. De deur oogt wat groenig, voor zover ik de kleuren kan onderscheiden in het duister. Het lijkt of de verf er langzaam van af bladdert, onder de groenige laag is het blanke hout zichtbaar. De deur is zeker al heel wat jaren oud. Wat gek dat al deze details zo tot mij door dringen.

Nog vijf passen dan ben ik bij de deur. Ik sta abrupt stil. Maar wat nou als deze deur niet de deur naar de uitgang is? Wat nou als er zich iets achter bevind waar ik niet tegen opgewassen ben? Nog meer “wat alsen” dringen zich aan mij op. Het zweet breekt mij aan alle kanten uit en tegelijkertijd heb ik het zo vreselijk koud. Alleen rustig en rationeel denken kunnen mij nog helpen. Jammer, maar daar is het nu te laat voor. In een vlaag van paniek wil ik rennen. Alleen waarheen? Terug door de tunnel of door de deur? Ik kies voor de laatste optie. Als van buiten mij zelf zie ik hoe mijn hand trillend het smeedijzeren handvat vast pakt. Het ijzer voelt koud en zwaar in mijn hand. Met mijn hart in mijn keel duw ik tegen de deur bang voor wat ik tegen zou kunnen komen. Precies op dat moment hoor ik een oorverdovend lawaai. Ik schrik hier zo van dat ik alleen nog maar wil rennen weg van hier, weg van die deur…

Ik beweeg al mijn ledematen maar kom maar niet vooruit. Het enige wat vooruit komt is mijn hart die op hol geslagen is en voor mijn gevoel mijn lichaam uit komt zetten. Heel fijn, heb ik weer denk ik nog. Heerst er paniek krijg ik mijzelf niet van die plek en val ter plekken neer omdat mijn “hart” zojuist de benen heeft genomen. Het oorverdovende geluid houd maar aan.

Gedesoriënteerd open ik mijn ogen. Even weet ik wederom niet waar ik ben. Dan begrijp ik dat de herrie die ik hoor de wekker is. Ik sla hem iet wat geïrriteerd uit. Een droom? Een nachtmerrie? Eén ding weet ik wel, ik moet echt opzoek naar ander leesvoer. Een verhaallijn welke mijn hersens minder snel mee uit wandelen neemt als ik er zelf even geen controle over heb.

De mist in mijn hoofd klaart langzaam op en laat mij achter met een tweetal vragen: “Waar was ik nou uiteindelijk en wat zat er achter die deur??”

 

 

 

Wordfeud Junior…

Enige tijd  geleden heb ik een blog gemaakt over het spelletje wordfeud. Het wordt nog steeds gespeeld en is eigenlijk niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Hoe erg is het wel niet met ons gesteld?

We spelen het alleen tegen vrienden en bekenden en dan met name op het normale bord. Het random bord is niet zo leuk aangezien soms bij de eerste beurt al duidelijk is wie er als winnaar uit de bus komt rollen. Zeker als je 3 keer een tw een dw en tl achter elkaar hebt staan en dan ook nog eens je Z, Q en Y in één woord kwijt kunt. Ik heb werkelijk waar geen idee welk woord je met deze letters kunt maken.

Mijn kerstcadeau voor vriendlief was een I-pad. Een fantastisch ding. Sinds die periode ben ik ook mijn telefoon niet meer kwijt. Hij kan nu naar hartelust zelf wordfeuden op een groter beeldscherm (tja dat heb je als je wat ouder wordt) op zijn eigen account en met zijn eigen vrienden.

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat ukkepuk in de gaten kreeg dat de I-pad niet voor “zakelijk gebruik” was bedoeld. Dus keek hij mee over paps schouder terwijl hij het ene na het andere woord op het scherm toverde met daarbij de meest bijzondere punten. Dit kon toch niet zo moeilijk zijn? Was zijn constatering. Dat moest hij ook kunnen.

Vorig weekend begon het…

“Pap….. Mag ik ook eens een woordje maken?” Met deze zin werd een nieuwe verslaving geboren. Ik werd zijn eerste slachtoffer. Hoewel we elkaar beloofd hadden dat dit een in-kom-potje zou zijn, speelden we stiekem toch voor de hoogste punten. Ik moet zeggen dat Ukkepuk zeer fanatiek was. Met zijn acht jaar oud kwam het nog niet in hem op om het (digitale)woordenboek er bij te pakken (want cheats op wordfeud gebruiken wij namelijk niet) maar dat weerhield hem er niet van om dingen uit te proberen. Het lukte hem om meerdere keren de Y te gebruiken, om met één letter twee woorden te maken en niet alleen horizontaal maar ook verticaal zijn letters weg te leggen. Hij kreeg van mij een korte uitleg over het gebruik van de TW’s en de DW’s. Dat was niet echt slim van mij want hij scoort nu het ene na het andere puntje. Gelukkig is mijn woordkennis hoger dan van hem. Dat dan wel weer.

Dit weekend was meneer al zover dat hij verschillende mensen tegelijk had uitgenodigd. Deze mensen speelde nietsvermoedend tegen een acht jarig jochie. En als het te lang duurde gebruikt hij de chat functie om mensen gek te maken. “Hè, schiet eens op joh!”, “Lukt het?”of “ Je hebt zeker slechte letters, het duurt zo lang!”

Het zal niet lang meer duren of hij maakt mij helemaal in. Waarom hebben kleine kinderen alles toch veel sneller door dan volwassenen? Tussen neus en lippen door lukt het hem ook (nog) om complimentjes te maken als ik een mooi woord formuleer en daarmee hem een achterstand geef van 100 punten.

Hij kwam vandaag al naar ons toe met de mededeling dat hij best genoeg geld op zijn rekening had staan om zelf een I-pad aan te schaffen. Met acht jaar oud vind ik hem nog iets te jong voor zo’n gadget en moet hij genoegen nemen met het “lenen van pa”. Maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik blij ben dat hij dit woordspel ook leuk vind. Het is goed voor zijn ontwikkeling en ik zie hem liever dit spel spelen dan één of ander oorlog spel op de PS3. Zou er ook een wordfeud junior bestaan? 🙂

Beetje jammer weer dat hij het derde potje van mij gewonnen heeft…

Sectie stiekem…

Het einde van het jaar naderde en dat betekende een toename van folders met de verkooppunten voor vuurwerk. Ukkepuk begon steeds meer interesse in deze folders te krijgen. De folders hadden dezelfde aantrekkingskracht op Uk als vliegen op stroop. Waar ik bang voor was gebeurde, er was geen ontkomen meer aan. Dit zou het eerste jaar worden waarbij ukkepuk niet samen met mij achter het raam zou staan te kijken naar al het moois dat de lucht ingeschoten werd, maar waarbij ik doodsangsten uit zou staan terwijl hij buiten in de weer was.

Uiteindelijk had hij zijn vader zo ver om samen met hem een bestelling te plaatsen op internet. Helemaal trots dat hij was met zijn uitgeprinte bestellijst. Het pakket kon pas een dag voor oud&nieuw opgehaald worden. Nog een hele week wachten!

Uiteindelijk was het dan zo ver. 30 december brak aan en om 10.00 uur stond ukkepuk te trappelen van ongeduld want hij mocht zijn eigen, zelf samengestelde, vuurwerkpakket gaan ophalen. Een klein uurtje later lag de woonkamer bezaaid met potten, tolletjes, pijlen en ander ondefinieerbaar spul. Alles werd netjes uitgestald, nageteld en bewonderd. Helaas moest hij nog een dag wachten eer het afgestoken kon worden.

Het was nog geen 20.00 uur diezelfde dag of er was geen houden meer aan. Hij smeekte zijn vader om met hem mee te gaan naar het park. Het zou toch zo vet lauw zijn om één, als is het maar één, vuurpijl af te steken? Want, zo deelde hij ons mee:  “De hele buurt loopt buiten met vuurwerk!” Terwijl hij lijdzaam toe moest zien hoe zijn vuurwerk in een tas in de hoek lag te wachten onderwijl luid scanderend: “Steek ons af, steek ons af, steek ons af.” Het leven was volgens hem gewoonweg niet eerlijk verdeeld.

Nog een dag moeten wachten leek echt onmogelijk. Het gestuiter door de kamer werd alleen maar erger. Toen bang maken met het in de fik staan van je jas, haar of verliezen van ledematen, ogen en hersens totaal niet meer werkte, bleef dreigen met het oppakken door de politie als laatste redmiddel over… Want het afsteken van vuurwerk is in Nederland nou eenmaal aan regels gebonden.

En zo kwam het dat ik op een illegaal plekje in het park de omgeving stond te scannen. Terwijl vriendlief en ukkepuk vet lauw wat vuurwerk aan het afsteken waren.

Om elkaar te kunnen waarschuwen bij het plots arriveren van mogelijke politie moest er een codewoord afgesproken worden. Binnen twee seconden kreeg ik te horen dat “gillende keukenmeid” ons woord was. Waarvan ik nog steeds niet weet of hij mij of dat stukje vuurwerk bedoelde.

Met een grote omweg liepen we naar het park. Eerst de boel verkennen, mogelijke verklikkers opsporen en toen een veilig plekje zien te vinden. Die was snel gevonden, onder een lantaarnpaal waar ieder Jan Boeren l*l ze kon zien staan! Terwijl ik op veilige afstand stond toe te kijken werd de ene na de andere pijl, tol en/of knaller afgestoken. Uk werd de beginselen van veilig vuurwerk afsteken bijgebracht. Toen de bodem van de tas eindelijk in zicht kwam verscheen Uk met een brede grijns op zijn gezicht voor mij. “Dit is echt vet lauw!” Zo, deze vuurdoop hadden we ook weer gehad.

Oud en nieuw brak aan en meneer kon niet wachten om zijn aandeel aan het gedonder en knetter bij te dragen. Dit enthousiasme voor vuurwerk is duidelijk een erfstuk van zijn vader. Samen met zijn grote neef, die gelukkig ook geen wilde bras is, brachten ze een groot deel van de avond door in de voor en achtertuin. In hun speciaal daarvoor bestemde “vuurwerk” jassen en uk met een veiligheidsbril op zijn knar zijn ze de gehele avond bezig geweest. Het nieuwe jaar was nog geen twee minuten oud of ze stonden weer samen buiten om vrolijk verder te gaan waar ze daarvoor gebleven waren.

Nadat alle knallers op waren, de sierpotten hun werk gedaan hadden en er geen babypijltje meer over was mochten ze zelf de rommel opruimen. Toen ze de tuin hadden schoon geveegd en het plastic in de afvalbak hadden gedaan kon ik weer rustig adem halen…. De jongens kwamen zonder brandblaren en met alle vingers er nog aan weer binnen.

Voor nu zit het er weer op. Bang maken met “Je bent een rund als je met vuurwerk stunt” ed had totaal geen invloed op hem. De politie nog enigszins, maar ook daar had ie zich snel overheen gezet.  Gelukkig hebben we nu nog een heel jaar de tijd om hem aan zijn verstand te brengen dat het gewoon zonde van het geld is…

Maar of dit zal helpen??

 

 

2011 VS 2012

2011 was voor mij het jaar waarin afscheid nemen centraal stond. Maar het was ook het jaar waar deuren voor mij open gingen die anders gesloten zouden blijven. Ik hoor mensen in mijn omgeving wel eens zeggen dat 2011 echt een rot jaar voor mij moet zijn geweest. Zelf kijk ik er zo niet op terug. Natuurlijk had ik liever dingen anders gedaan. Helaas heb je het niet altijd voor het zeggen en kun je er maar beter het beste van maken. Met positief denken en handelen bereik je immers het meest. Ik heb dingen geleerd over mijzelf, over anderen maar ook door anderen. Hieronder een kleine samenvatting van het afgelopen jaar.

2011 heeft mij onder andere geleerd dat:

  • Niemand het eeuwige leven heeft, hoe naïef om dat te denken. En de dood toch echt een onderdeel van ons leven is;
  • Je dingen moet accepteren, hoe moeilijk dat ook is. Aangezien alles gebeurd met een reden;
  • Kamperen niets voor mij is;
  • Ik meer aan kan dan ik zelf wel eens denk;
  • Vriendschappen komen en vriendschappen gaan;
  • Een hamstringblessure niet handig is;
  • Ik nog steeds geen 10 km heb hardgelopen en ik ook nog steeds geen 5 km in 25 minuten gelopen heb;
  • Ik dichter tot mijzelf gekomen ben;
  • Onrust in lichaam en geest waarschijnlijk “Deborah” eigen is;
  • Ik weer in mijn broek pas (drie hoeraatjes voor Boor!)
  • Een kat en papegaai best samen in één huis kunnen wonen;
  • Creativiteit niet af te dwingen valt;
  • Het onmogelijke best mogelijk is.

Naast een samenvatting van het afgelopen jaar volgt er natuurlijk ook een beknopte opsomming voor het komende jaar.

2012 gaat er hopelijk voor zorgen dat:

  • De band tussen mijn familie en vrienden nog hechter gaat worden;
  • Niemand zijn benen breekt tijdens de wintersport;
  • Ik meer kan gaan betekenen voor andere mensen;
  • Ik nu eens door ga krijgen hoe mijn externe flitser werkt;
  • We dit jaar nog meer mogen genieten van de kleine dingen des levens;
  • Mijn blog meer zal gaan groeien met verhalen en met bezoekers;
  • We dit jaar geen afscheid van mens of dier hoeven te nemen. 2011 was meer dan genoeg;
  • Ik nu eindelijk eens mijn doelen, voor wat betreft hardlopen, kan verwezenlijken;
  • Ik mijn interesses, op persoonlijk en op professioneel vlak, kan en mag gaan verbreden;
  • En als bovenstaande door gaat, er hopelijk dit jaar nog gestart kan worden met een nieuwe cursus cq opleiding;
  • De familie BBQ dit jaar bij ons gehouden gaat worden;
  • Ik niet steeds met blote voeten in kattenbakkorrels stap;
  • Mijn sportfoto’s alleen maar beter en beter zullen gaan worden;
  • Ik nu eindelijk eens die mooie broek- cq mantelpakjes aan ga schaffen.

Of we hier kunnen spreken van goede voornemens weet ik eigenlijk niet. Toch wil ik mijn best gaan doen om de genoemde punten te gaan halen en deze daadwerkelijk uit te voeren in 2012.

Dus 2012 wordt het jaar waarin ik:

Intensiever bezig ga zijn op persoonlijk en professioneel vlak, meer ga genieten van de dingen die ik doe en nog meer lol ga maken met familie en vrienden.

 

En jij?

 

 

 

 

De tijd…

Soms gebeurd het wel eens dat je, door wat voor omstandigheden dan ook, niet zo lekker in je vel zit. De afgelopen paar weken waren voor mij nou niet bepaald de leukste uit mijn leven. Ik heb dingen moeten doen die ik liever niet zou doen en ik heb keuzes moeten maken die ik liever niet zou maken.

Helaas heb je nou eenmaal niet alles voor het kiezen in het leven. Bepaalde dingen komen op je pad en je moet er naar handelen. Dit heb ik ook gedaan. Echter heeft het zoveel energie van mij gevraagd dat ik zowel lichamelijk als geestelijk aan het einde van mijn latijn ben gekomen. De koek is op, de emmer is vol, het boek is uit. Noem het hoe je het noemen wilt. Ik heb op de toppen van mijn kunnen gelopen. Niet één maar helaas twee keer dit jaar.

Aan alles komt een eind en daarmee bedoel ik niet alleen aan leuke dingen. Ook de minder leuke periodes in je leven gaan vanzelf weer voorbij, om plaats te maken aan nieuwe gebeurtenissen. Mensen zeggen wel eens tegen mij dat ik moet wachten, gun jezelf de tijd en de rust, het moet een plaatsje krijgen. Dat is allemaal erg mooi gezegd. Maar ik ben niet iemand die rustig af gaat zitten wachten tot de tijd het een plaatsje heeft gegeven. Voor de mensen die mij een beetje kennen, tijd en wachten zijn over het algemeen niet aan mij besteed. Behalve als ik op vakantie ben en sta te wachten bij de incheckbalie dan heb ik alle tijd om te wachten…

Ik wilde de tijd graag een handje helpen door mijzelf onder te dompelen in al mijn leuke bezigheden en meer. Vol overgave toog ik af naar stal, het weer zat mee dus misschien konden we een lekker buitenritje maken. Maar eenmaal daar was ik zo vreselijk moe dat het paard het moest doen met alleen een knuffel. Ik heb meerdere keren met mijn hardloopschoenen in mijn handen gestaan. Maar bij de gedachten alleen al te moeten gaan rennen brak het zweet mij uit en plaatste ik mijn schoenen snel terug in het rek. Mijn Bahasa Indonesia lessen riepen mijn naam maar bij het openslaan van de map snapte ik niet eens waar ik naar keek. Ook mijn reader ligt al enige tijd onaangeroerd op mijn nachtkastje. Ik moet één bladzijde meerdere keren lezen voor het tot mij door dringt, waardoor lezen meer een ergernis vormt in plaats van zorgt voor ontspanning. Tot overmaat van ramp heb ik mijn fototoestel al weken niet meer aangeraakt. Zelfs CoCo roept mij om te gaan werken maar de puf ontbreekt mij om daadwerkelijk iets met die kleine draak te gaan doen.   

De mensen in mijn omgeving hadden het klaarblijkelijk bij het rechte eind. Ik moet dus lijdzaam toezien hoe het voortschrijden der tijd mijn verdriet een plaatsje geeft. Helaas gaat dit niet zonder slag of stoot en kost jezelf rust geven en de tijd nemen ook energie.

Gelukkig heb ik hele begripvolle familieleden, vrienden en collega’s. Ik krijg de ruimte om te huilen, te lachen of te chagrijnen wanneer het mij uitkomt. Niemand die er raar van opkijkt als ik om een knuffel verlegen zit. En niemand die moeilijk doet om mij die te geven. Eigenlijk kan ik overal mijzelf zijn.

Nu ik mij bij bovenstaande heb neergelegd viel het mij op dat ik langzaamaan weer een beetje meer energie en zin heb om iets op te pakken. De kleine groene draak is vrijdag weer even aan het werk geweest met zijn geldbak. Gisteren heb ik de longen uit mijn lijf gelachen (rennen doen we hopelijk ook snel weer een keer) op de verjaardag van mijn nichtje. En vandaag heb ik samen met mijn paardje een heerlijke buitenrit gemaakt door de zonovergoten polder. De kleine dingetjes die mij voorheen al zo blij maakte zorgen er nu voor dat ik de dag door kom. Ik probeer energie te putten uit de positieve dingen om mij heen zodat ik mijn eigen bron weer aan kan vullen om weer vooruit te kunnen denken in plaats van per dag te leven.  

Ik heb nog een lange weg te gaan. Maar de tijd, hoe moeilijk ook, heelt alle wonden.

 

***

 

 

“Ik wil graag een afspraak maken…”

Als kind was ik doodsbenauwd voor hem met zijn witte masker voor zijn mond. Ik schreeuwde moord en brand de hele weg naar de praktijk en verzon het ene excuus na het andere om maar niet mee te hoeven. Maar mijn moeder vond geen van mijn verzonnen verhalen goed genoeg en sleepte mij zonder pardon mee. Soms moest mijn moeder mij vasthouden zodat hij normaal zijn werk kon doen. “Ik wil alleen maar even kijken!” Zei hij dan. Ja ja maak dat de kat wijs. En als je wat vind ben ik de Sjaak!! Nou mooi niet dat ik jou laat kijken. Uiteindelijk lag ik al jankend en gillend op de stoel om vervolgens met een nieuwe tandenborstel en gefrustreerde moeder huiswaarts te keren.

Voor de mensen die het nog niet door hebben, ik heb het hier over de tandarts. Twee maal per jaar moest ik dit ritueel doorstaan. Overigens heb ik hier verandering in gebracht toen ik op mijzelf ging wonen, één keer per jaar is meer dan genoeg. Nee, ik was geen grote fan van hem. En dat was nog zacht uitgedrukt.

Gelukkig liggen deze tijden ver achter mij. Niet dat ik nu zo heel graag naar de tandarts toe ga, begrijp mij niet verkeerd. Maar zodra ik bel om een afspraak te maken (daar word ik tegenwoordig door middel van een e-mail aan herinnerd) neemt de assistente al op met de vraag hoe het met mij gaat en dat het (al)zo lang geleden is dat ik langs geweest ben. Dit geeft een vertrouwd gevoel, vind je ook niet? Ik vind het daarom geen probleem om een afspraak te maken voor mijn jaarlijkse controle.

Meestal kom ik iets te vroeg op mijn “afspraak” en wordt ik geconfronteerd met het afgrijselijke geluid van jankende kinderen (arme mensen die mij vroeger hebben mee gemaakt terwijl ze in de wachtkamer aan het wachten waren….) of het geluid van een drilboor die minstens door drie lagen beton heen moet. Dit geluid had mij als klein kind de stuipen op het lijf gejaagd. Maar sinds ik alles zelf regel en dus ook zelf bepaal of ik een verdoving wil bij grotere hak, timmer en zaag werkzaamheden is mijn angst totaal verdwenen. Wat nou die prik doet meer pijn dan de “operatie” op zich? Nee hoor, spuit mij maar plat, wat een uitvinding!

Hij maakt mij ook wel eens blij met een dode mus. Eerst zegt hij dat het er allemaal goed uitziet maar dat hij voor de zekerheid toch een foto wil maken (waar ik wel voor moet betalen maar die ik niet mee krijg, heel raar!). Ik kan er donder op zeggen dat ik enkele uren daarna gebeld wordt met de mededeling dat hij toch iets gevonden heeft wat verholpen moet worden. Ik kan helaas niet het tegendeel bewijzen want als ik naar de foto kijk zie ik een negatief van iets wat doormoet gaan als mijn gebit. In mijn ogen een wazige en vooral bewogen foto waar ik de jackpot voor heb moeten betalen.

Gelukkig hoef ik niet ieder jaar zijn bankrekening te spekken. Soms krijg ik zelfs een compliment van hem voor het goed onderhouden van mijn gebit. Ik flos, poets en spoel mij gek. Maar dat heeft dan ook wel het gewenste effect.

Afgezien van de vage codes die hij altijd naar zijn assistente roept: “Het is er één van de L1 en de SS, de P1 IS, de B4 en een 03” (of iets dergelijks) Wat voor mij net zo goed verschillende afslagen van snelwegen hadden kunnen zijn, heb ik verder niets aan te merken op mijn tandarts en zijn assistente. Het enige minpuntje vind ik dat hij een gesprek met je aan gaat terwijl jij daar met je bakkes open naar het plafon ligt te staren.

Dat gesprek gaat dan ongeveer zo:

Tandarts: “Zo, tijd niet gezien!”

Deb: “Aa, een aartje onkevee”

Tandarts: “Hoe is het nu met je?”

Deb: “Aa tga oe oor. E et uie?”

Hij zou toch ook wel moeten weten dat een normale conversatie niet gaat terwijl hij met zijn hamer en priem wat tandsteen aan het verwijderen is?

 

Hier mensen die problemen hebben met de tandarts?