De deur…

 

Ik vraag mij af waar ik ben. Ik herken niets. Ik hoor niets en ik zie na genoeg niets. Het is zo donker dat ik de muren bijna niet van elkaar kan onderscheiden. Een paar seconden lang vraag ik mij af hoe ik in deze ruimte terecht gekomen ben. Mijn geheugen laat mij in de steek. Wat vervelend dat dit uitgerekend nu moet gebeuren. Het is een beetje vaag, als of er een mist in mijn hoofd hangt die maar niet op wil trekken. Omdat het mij niet wil lukken mijn eigen vraag te beantwoorden sta ik op van waar ik voor mijn gevoel in één keer opgedoken ben en loop dan op de tast door de ruimte. Mijn ogen beginnen te wennen aan het duister en langzaam zie ik dat ik mij bevind in een tientallen meters lange gang met aan het einde iets wat lijkt op een deur…

 

De deur heeft mijn volledige aandacht. Als een magneet word ik er naar toe getrokken. Niet wetende wat er zich aan de andere kant van de deur moet bevinden. Met mijn hand aan de muur loop ik voorzichtig in de richting van de deur. De stenen van de muur voelen klammig aan en zijn her en der bedekt met mos. Ik moet er maar niet aan denken wat het anders zou kunnen zijn. Het lijkt wel of ik in een ondergrondse gang of tunnel ben. Ik sta stil en kijk om mij heen. Mijn nek haren gaan abrupt omhoog. Ben ik niet alleen? Ik draai mij om. Het enige wat ik op dat moment zie is een nog langere en vooral donkere tunnel, hij lijkt bijna oneindig. Was die tunnel er net ook al? Heb ik daar net ook gelopen? Wederom krijg ik geen antwoord op mijn eigen vragen. De tunnel is, naar het lijkt, verlaten. Ik schrik op en vraag mij af wat ik hoor. Het is mijn eigen ademhaling en het bloed wat door mijn lichaam suist. Ik roep mijzelf tot de orde en mijn stem echoot na in de lange gang om dan langzaam weg te sterven in het duister. Koude rillingen lopen over mijn rug. Ik moet hier weg voor het duister mij ook opslokt. Ik haal nog eens diep adem en voetje voor voetje schuifel ik verder. Het zand van de bodem knispert en kraakt onder mijn voeten. Het pad naar de deur loopt wat naar beneden af. Ik kijk nog eens goed naar de deur en zie dan dat er een flauw lichtschijnsel onder de deur door schijnt. Dat is vast de uitgang. Opgelucht loop ik iets sneller door.

Ik bekijk de deur terwijl ik er op af loop. Het is een oude houten deur die in een boog is gemonteerd. Het heeft geen normale klink maar een rond smeedijzeren handvat. De deur oogt wat groenig, voor zover ik de kleuren kan onderscheiden in het duister. Het lijkt of de verf er langzaam van af bladdert, onder de groenige laag is het blanke hout zichtbaar. De deur is zeker al heel wat jaren oud. Wat gek dat al deze details zo tot mij door dringen.

Nog vijf passen dan ben ik bij de deur. Ik sta abrupt stil. Maar wat nou als deze deur niet de deur naar de uitgang is? Wat nou als er zich iets achter bevind waar ik niet tegen opgewassen ben? Nog meer “wat alsen” dringen zich aan mij op. Het zweet breekt mij aan alle kanten uit en tegelijkertijd heb ik het zo vreselijk koud. Alleen rustig en rationeel denken kunnen mij nog helpen. Jammer, maar daar is het nu te laat voor. In een vlaag van paniek wil ik rennen. Alleen waarheen? Terug door de tunnel of door de deur? Ik kies voor de laatste optie. Als van buiten mij zelf zie ik hoe mijn hand trillend het smeedijzeren handvat vast pakt. Het ijzer voelt koud en zwaar in mijn hand. Met mijn hart in mijn keel duw ik tegen de deur bang voor wat ik tegen zou kunnen komen. Precies op dat moment hoor ik een oorverdovend lawaai. Ik schrik hier zo van dat ik alleen nog maar wil rennen weg van hier, weg van die deur…

Ik beweeg al mijn ledematen maar kom maar niet vooruit. Het enige wat vooruit komt is mijn hart die op hol geslagen is en voor mijn gevoel mijn lichaam uit komt zetten. Heel fijn, heb ik weer denk ik nog. Heerst er paniek krijg ik mijzelf niet van die plek en val ter plekken neer omdat mijn “hart” zojuist de benen heeft genomen. Het oorverdovende geluid houd maar aan.

Gedesoriënteerd open ik mijn ogen. Even weet ik wederom niet waar ik ben. Dan begrijp ik dat de herrie die ik hoor de wekker is. Ik sla hem iet wat geïrriteerd uit. Een droom? Een nachtmerrie? Eén ding weet ik wel, ik moet echt opzoek naar ander leesvoer. Een verhaallijn welke mijn hersens minder snel mee uit wandelen neemt als ik er zelf even geen controle over heb.

De mist in mijn hoofd klaart langzaam op en laat mij achter met een tweetal vragen: “Waar was ik nou uiteindelijk en wat zat er achter die deur??”

 

 

 

Wordfeud Junior…

Enige tijd  geleden heb ik een blog gemaakt over het spelletje wordfeud. Het wordt nog steeds gespeeld en is eigenlijk niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Hoe erg is het wel niet met ons gesteld?

We spelen het alleen tegen vrienden en bekenden en dan met name op het normale bord. Het random bord is niet zo leuk aangezien soms bij de eerste beurt al duidelijk is wie er als winnaar uit de bus komt rollen. Zeker als je 3 keer een tw een dw en tl achter elkaar hebt staan en dan ook nog eens je Z, Q en Y in één woord kwijt kunt. Ik heb werkelijk waar geen idee welk woord je met deze letters kunt maken.

Mijn kerstcadeau voor vriendlief was een I-pad. Een fantastisch ding. Sinds die periode ben ik ook mijn telefoon niet meer kwijt. Hij kan nu naar hartelust zelf wordfeuden op een groter beeldscherm (tja dat heb je als je wat ouder wordt) op zijn eigen account en met zijn eigen vrienden.

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat ukkepuk in de gaten kreeg dat de I-pad niet voor “zakelijk gebruik” was bedoeld. Dus keek hij mee over paps schouder terwijl hij het ene na het andere woord op het scherm toverde met daarbij de meest bijzondere punten. Dit kon toch niet zo moeilijk zijn? Was zijn constatering. Dat moest hij ook kunnen.

Vorig weekend begon het…

“Pap….. Mag ik ook eens een woordje maken?” Met deze zin werd een nieuwe verslaving geboren. Ik werd zijn eerste slachtoffer. Hoewel we elkaar beloofd hadden dat dit een in-kom-potje zou zijn, speelden we stiekem toch voor de hoogste punten. Ik moet zeggen dat Ukkepuk zeer fanatiek was. Met zijn acht jaar oud kwam het nog niet in hem op om het (digitale)woordenboek er bij te pakken (want cheats op wordfeud gebruiken wij namelijk niet) maar dat weerhield hem er niet van om dingen uit te proberen. Het lukte hem om meerdere keren de Y te gebruiken, om met één letter twee woorden te maken en niet alleen horizontaal maar ook verticaal zijn letters weg te leggen. Hij kreeg van mij een korte uitleg over het gebruik van de TW’s en de DW’s. Dat was niet echt slim van mij want hij scoort nu het ene na het andere puntje. Gelukkig is mijn woordkennis hoger dan van hem. Dat dan wel weer.

Dit weekend was meneer al zover dat hij verschillende mensen tegelijk had uitgenodigd. Deze mensen speelde nietsvermoedend tegen een acht jarig jochie. En als het te lang duurde gebruikt hij de chat functie om mensen gek te maken. “Hè, schiet eens op joh!”, “Lukt het?”of “ Je hebt zeker slechte letters, het duurt zo lang!”

Het zal niet lang meer duren of hij maakt mij helemaal in. Waarom hebben kleine kinderen alles toch veel sneller door dan volwassenen? Tussen neus en lippen door lukt het hem ook (nog) om complimentjes te maken als ik een mooi woord formuleer en daarmee hem een achterstand geef van 100 punten.

Hij kwam vandaag al naar ons toe met de mededeling dat hij best genoeg geld op zijn rekening had staan om zelf een I-pad aan te schaffen. Met acht jaar oud vind ik hem nog iets te jong voor zo’n gadget en moet hij genoegen nemen met het “lenen van pa”. Maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik blij ben dat hij dit woordspel ook leuk vind. Het is goed voor zijn ontwikkeling en ik zie hem liever dit spel spelen dan één of ander oorlog spel op de PS3. Zou er ook een wordfeud junior bestaan? 🙂

Beetje jammer weer dat hij het derde potje van mij gewonnen heeft…

Sectie stiekem…

Het einde van het jaar naderde en dat betekende een toename van folders met de verkooppunten voor vuurwerk. Ukkepuk begon steeds meer interesse in deze folders te krijgen. De folders hadden dezelfde aantrekkingskracht op Uk als vliegen op stroop. Waar ik bang voor was gebeurde, er was geen ontkomen meer aan. Dit zou het eerste jaar worden waarbij ukkepuk niet samen met mij achter het raam zou staan te kijken naar al het moois dat de lucht ingeschoten werd, maar waarbij ik doodsangsten uit zou staan terwijl hij buiten in de weer was.

Uiteindelijk had hij zijn vader zo ver om samen met hem een bestelling te plaatsen op internet. Helemaal trots dat hij was met zijn uitgeprinte bestellijst. Het pakket kon pas een dag voor oud&nieuw opgehaald worden. Nog een hele week wachten!

Uiteindelijk was het dan zo ver. 30 december brak aan en om 10.00 uur stond ukkepuk te trappelen van ongeduld want hij mocht zijn eigen, zelf samengestelde, vuurwerkpakket gaan ophalen. Een klein uurtje later lag de woonkamer bezaaid met potten, tolletjes, pijlen en ander ondefinieerbaar spul. Alles werd netjes uitgestald, nageteld en bewonderd. Helaas moest hij nog een dag wachten eer het afgestoken kon worden.

Het was nog geen 20.00 uur diezelfde dag of er was geen houden meer aan. Hij smeekte zijn vader om met hem mee te gaan naar het park. Het zou toch zo vet lauw zijn om één, als is het maar één, vuurpijl af te steken? Want, zo deelde hij ons mee:  “De hele buurt loopt buiten met vuurwerk!” Terwijl hij lijdzaam toe moest zien hoe zijn vuurwerk in een tas in de hoek lag te wachten onderwijl luid scanderend: “Steek ons af, steek ons af, steek ons af.” Het leven was volgens hem gewoonweg niet eerlijk verdeeld.

Nog een dag moeten wachten leek echt onmogelijk. Het gestuiter door de kamer werd alleen maar erger. Toen bang maken met het in de fik staan van je jas, haar of verliezen van ledematen, ogen en hersens totaal niet meer werkte, bleef dreigen met het oppakken door de politie als laatste redmiddel over… Want het afsteken van vuurwerk is in Nederland nou eenmaal aan regels gebonden.

En zo kwam het dat ik op een illegaal plekje in het park de omgeving stond te scannen. Terwijl vriendlief en ukkepuk vet lauw wat vuurwerk aan het afsteken waren.

Om elkaar te kunnen waarschuwen bij het plots arriveren van mogelijke politie moest er een codewoord afgesproken worden. Binnen twee seconden kreeg ik te horen dat “gillende keukenmeid” ons woord was. Waarvan ik nog steeds niet weet of hij mij of dat stukje vuurwerk bedoelde.

Met een grote omweg liepen we naar het park. Eerst de boel verkennen, mogelijke verklikkers opsporen en toen een veilig plekje zien te vinden. Die was snel gevonden, onder een lantaarnpaal waar ieder Jan Boeren l*l ze kon zien staan! Terwijl ik op veilige afstand stond toe te kijken werd de ene na de andere pijl, tol en/of knaller afgestoken. Uk werd de beginselen van veilig vuurwerk afsteken bijgebracht. Toen de bodem van de tas eindelijk in zicht kwam verscheen Uk met een brede grijns op zijn gezicht voor mij. “Dit is echt vet lauw!” Zo, deze vuurdoop hadden we ook weer gehad.

Oud en nieuw brak aan en meneer kon niet wachten om zijn aandeel aan het gedonder en knetter bij te dragen. Dit enthousiasme voor vuurwerk is duidelijk een erfstuk van zijn vader. Samen met zijn grote neef, die gelukkig ook geen wilde bras is, brachten ze een groot deel van de avond door in de voor en achtertuin. In hun speciaal daarvoor bestemde “vuurwerk” jassen en uk met een veiligheidsbril op zijn knar zijn ze de gehele avond bezig geweest. Het nieuwe jaar was nog geen twee minuten oud of ze stonden weer samen buiten om vrolijk verder te gaan waar ze daarvoor gebleven waren.

Nadat alle knallers op waren, de sierpotten hun werk gedaan hadden en er geen babypijltje meer over was mochten ze zelf de rommel opruimen. Toen ze de tuin hadden schoon geveegd en het plastic in de afvalbak hadden gedaan kon ik weer rustig adem halen…. De jongens kwamen zonder brandblaren en met alle vingers er nog aan weer binnen.

Voor nu zit het er weer op. Bang maken met “Je bent een rund als je met vuurwerk stunt” ed had totaal geen invloed op hem. De politie nog enigszins, maar ook daar had ie zich snel overheen gezet.  Gelukkig hebben we nu nog een heel jaar de tijd om hem aan zijn verstand te brengen dat het gewoon zonde van het geld is…

Maar of dit zal helpen??

 

 

2011 VS 2012

2011 was voor mij het jaar waarin afscheid nemen centraal stond. Maar het was ook het jaar waar deuren voor mij open gingen die anders gesloten zouden blijven. Ik hoor mensen in mijn omgeving wel eens zeggen dat 2011 echt een rot jaar voor mij moet zijn geweest. Zelf kijk ik er zo niet op terug. Natuurlijk had ik liever dingen anders gedaan. Helaas heb je het niet altijd voor het zeggen en kun je er maar beter het beste van maken. Met positief denken en handelen bereik je immers het meest. Ik heb dingen geleerd over mijzelf, over anderen maar ook door anderen. Hieronder een kleine samenvatting van het afgelopen jaar.

2011 heeft mij onder andere geleerd dat:

  • Niemand het eeuwige leven heeft, hoe naïef om dat te denken. En de dood toch echt een onderdeel van ons leven is;
  • Je dingen moet accepteren, hoe moeilijk dat ook is. Aangezien alles gebeurd met een reden;
  • Kamperen niets voor mij is;
  • Ik meer aan kan dan ik zelf wel eens denk;
  • Vriendschappen komen en vriendschappen gaan;
  • Een hamstringblessure niet handig is;
  • Ik nog steeds geen 10 km heb hardgelopen en ik ook nog steeds geen 5 km in 25 minuten gelopen heb;
  • Ik dichter tot mijzelf gekomen ben;
  • Onrust in lichaam en geest waarschijnlijk “Deborah” eigen is;
  • Ik weer in mijn broek pas (drie hoeraatjes voor Boor!)
  • Een kat en papegaai best samen in één huis kunnen wonen;
  • Creativiteit niet af te dwingen valt;
  • Het onmogelijke best mogelijk is.

Naast een samenvatting van het afgelopen jaar volgt er natuurlijk ook een beknopte opsomming voor het komende jaar.

2012 gaat er hopelijk voor zorgen dat:

  • De band tussen mijn familie en vrienden nog hechter gaat worden;
  • Niemand zijn benen breekt tijdens de wintersport;
  • Ik meer kan gaan betekenen voor andere mensen;
  • Ik nu eens door ga krijgen hoe mijn externe flitser werkt;
  • We dit jaar nog meer mogen genieten van de kleine dingen des levens;
  • Mijn blog meer zal gaan groeien met verhalen en met bezoekers;
  • We dit jaar geen afscheid van mens of dier hoeven te nemen. 2011 was meer dan genoeg;
  • Ik nu eindelijk eens mijn doelen, voor wat betreft hardlopen, kan verwezenlijken;
  • Ik mijn interesses, op persoonlijk en op professioneel vlak, kan en mag gaan verbreden;
  • En als bovenstaande door gaat, er hopelijk dit jaar nog gestart kan worden met een nieuwe cursus cq opleiding;
  • De familie BBQ dit jaar bij ons gehouden gaat worden;
  • Ik niet steeds met blote voeten in kattenbakkorrels stap;
  • Mijn sportfoto’s alleen maar beter en beter zullen gaan worden;
  • Ik nu eindelijk eens die mooie broek- cq mantelpakjes aan ga schaffen.

Of we hier kunnen spreken van goede voornemens weet ik eigenlijk niet. Toch wil ik mijn best gaan doen om de genoemde punten te gaan halen en deze daadwerkelijk uit te voeren in 2012.

Dus 2012 wordt het jaar waarin ik:

Intensiever bezig ga zijn op persoonlijk en professioneel vlak, meer ga genieten van de dingen die ik doe en nog meer lol ga maken met familie en vrienden.

 

En jij?

 

 

 

 

De tijd…

Soms gebeurd het wel eens dat je, door wat voor omstandigheden dan ook, niet zo lekker in je vel zit. De afgelopen paar weken waren voor mij nou niet bepaald de leukste uit mijn leven. Ik heb dingen moeten doen die ik liever niet zou doen en ik heb keuzes moeten maken die ik liever niet zou maken.

Helaas heb je nou eenmaal niet alles voor het kiezen in het leven. Bepaalde dingen komen op je pad en je moet er naar handelen. Dit heb ik ook gedaan. Echter heeft het zoveel energie van mij gevraagd dat ik zowel lichamelijk als geestelijk aan het einde van mijn latijn ben gekomen. De koek is op, de emmer is vol, het boek is uit. Noem het hoe je het noemen wilt. Ik heb op de toppen van mijn kunnen gelopen. Niet één maar helaas twee keer dit jaar.

Aan alles komt een eind en daarmee bedoel ik niet alleen aan leuke dingen. Ook de minder leuke periodes in je leven gaan vanzelf weer voorbij, om plaats te maken aan nieuwe gebeurtenissen. Mensen zeggen wel eens tegen mij dat ik moet wachten, gun jezelf de tijd en de rust, het moet een plaatsje krijgen. Dat is allemaal erg mooi gezegd. Maar ik ben niet iemand die rustig af gaat zitten wachten tot de tijd het een plaatsje heeft gegeven. Voor de mensen die mij een beetje kennen, tijd en wachten zijn over het algemeen niet aan mij besteed. Behalve als ik op vakantie ben en sta te wachten bij de incheckbalie dan heb ik alle tijd om te wachten…

Ik wilde de tijd graag een handje helpen door mijzelf onder te dompelen in al mijn leuke bezigheden en meer. Vol overgave toog ik af naar stal, het weer zat mee dus misschien konden we een lekker buitenritje maken. Maar eenmaal daar was ik zo vreselijk moe dat het paard het moest doen met alleen een knuffel. Ik heb meerdere keren met mijn hardloopschoenen in mijn handen gestaan. Maar bij de gedachten alleen al te moeten gaan rennen brak het zweet mij uit en plaatste ik mijn schoenen snel terug in het rek. Mijn Bahasa Indonesia lessen riepen mijn naam maar bij het openslaan van de map snapte ik niet eens waar ik naar keek. Ook mijn reader ligt al enige tijd onaangeroerd op mijn nachtkastje. Ik moet één bladzijde meerdere keren lezen voor het tot mij door dringt, waardoor lezen meer een ergernis vormt in plaats van zorgt voor ontspanning. Tot overmaat van ramp heb ik mijn fototoestel al weken niet meer aangeraakt. Zelfs CoCo roept mij om te gaan werken maar de puf ontbreekt mij om daadwerkelijk iets met die kleine draak te gaan doen.   

De mensen in mijn omgeving hadden het klaarblijkelijk bij het rechte eind. Ik moet dus lijdzaam toezien hoe het voortschrijden der tijd mijn verdriet een plaatsje geeft. Helaas gaat dit niet zonder slag of stoot en kost jezelf rust geven en de tijd nemen ook energie.

Gelukkig heb ik hele begripvolle familieleden, vrienden en collega’s. Ik krijg de ruimte om te huilen, te lachen of te chagrijnen wanneer het mij uitkomt. Niemand die er raar van opkijkt als ik om een knuffel verlegen zit. En niemand die moeilijk doet om mij die te geven. Eigenlijk kan ik overal mijzelf zijn.

Nu ik mij bij bovenstaande heb neergelegd viel het mij op dat ik langzaamaan weer een beetje meer energie en zin heb om iets op te pakken. De kleine groene draak is vrijdag weer even aan het werk geweest met zijn geldbak. Gisteren heb ik de longen uit mijn lijf gelachen (rennen doen we hopelijk ook snel weer een keer) op de verjaardag van mijn nichtje. En vandaag heb ik samen met mijn paardje een heerlijke buitenrit gemaakt door de zonovergoten polder. De kleine dingetjes die mij voorheen al zo blij maakte zorgen er nu voor dat ik de dag door kom. Ik probeer energie te putten uit de positieve dingen om mij heen zodat ik mijn eigen bron weer aan kan vullen om weer vooruit te kunnen denken in plaats van per dag te leven.  

Ik heb nog een lange weg te gaan. Maar de tijd, hoe moeilijk ook, heelt alle wonden.

 

***

 

 

“Ik wil graag een afspraak maken…”

Als kind was ik doodsbenauwd voor hem met zijn witte masker voor zijn mond. Ik schreeuwde moord en brand de hele weg naar de praktijk en verzon het ene excuus na het andere om maar niet mee te hoeven. Maar mijn moeder vond geen van mijn verzonnen verhalen goed genoeg en sleepte mij zonder pardon mee. Soms moest mijn moeder mij vasthouden zodat hij normaal zijn werk kon doen. “Ik wil alleen maar even kijken!” Zei hij dan. Ja ja maak dat de kat wijs. En als je wat vind ben ik de Sjaak!! Nou mooi niet dat ik jou laat kijken. Uiteindelijk lag ik al jankend en gillend op de stoel om vervolgens met een nieuwe tandenborstel en gefrustreerde moeder huiswaarts te keren.

Voor de mensen die het nog niet door hebben, ik heb het hier over de tandarts. Twee maal per jaar moest ik dit ritueel doorstaan. Overigens heb ik hier verandering in gebracht toen ik op mijzelf ging wonen, één keer per jaar is meer dan genoeg. Nee, ik was geen grote fan van hem. En dat was nog zacht uitgedrukt.

Gelukkig liggen deze tijden ver achter mij. Niet dat ik nu zo heel graag naar de tandarts toe ga, begrijp mij niet verkeerd. Maar zodra ik bel om een afspraak te maken (daar word ik tegenwoordig door middel van een e-mail aan herinnerd) neemt de assistente al op met de vraag hoe het met mij gaat en dat het (al)zo lang geleden is dat ik langs geweest ben. Dit geeft een vertrouwd gevoel, vind je ook niet? Ik vind het daarom geen probleem om een afspraak te maken voor mijn jaarlijkse controle.

Meestal kom ik iets te vroeg op mijn “afspraak” en wordt ik geconfronteerd met het afgrijselijke geluid van jankende kinderen (arme mensen die mij vroeger hebben mee gemaakt terwijl ze in de wachtkamer aan het wachten waren….) of het geluid van een drilboor die minstens door drie lagen beton heen moet. Dit geluid had mij als klein kind de stuipen op het lijf gejaagd. Maar sinds ik alles zelf regel en dus ook zelf bepaal of ik een verdoving wil bij grotere hak, timmer en zaag werkzaamheden is mijn angst totaal verdwenen. Wat nou die prik doet meer pijn dan de “operatie” op zich? Nee hoor, spuit mij maar plat, wat een uitvinding!

Hij maakt mij ook wel eens blij met een dode mus. Eerst zegt hij dat het er allemaal goed uitziet maar dat hij voor de zekerheid toch een foto wil maken (waar ik wel voor moet betalen maar die ik niet mee krijg, heel raar!). Ik kan er donder op zeggen dat ik enkele uren daarna gebeld wordt met de mededeling dat hij toch iets gevonden heeft wat verholpen moet worden. Ik kan helaas niet het tegendeel bewijzen want als ik naar de foto kijk zie ik een negatief van iets wat doormoet gaan als mijn gebit. In mijn ogen een wazige en vooral bewogen foto waar ik de jackpot voor heb moeten betalen.

Gelukkig hoef ik niet ieder jaar zijn bankrekening te spekken. Soms krijg ik zelfs een compliment van hem voor het goed onderhouden van mijn gebit. Ik flos, poets en spoel mij gek. Maar dat heeft dan ook wel het gewenste effect.

Afgezien van de vage codes die hij altijd naar zijn assistente roept: “Het is er één van de L1 en de SS, de P1 IS, de B4 en een 03” (of iets dergelijks) Wat voor mij net zo goed verschillende afslagen van snelwegen hadden kunnen zijn, heb ik verder niets aan te merken op mijn tandarts en zijn assistente. Het enige minpuntje vind ik dat hij een gesprek met je aan gaat terwijl jij daar met je bakkes open naar het plafon ligt te staren.

Dat gesprek gaat dan ongeveer zo:

Tandarts: “Zo, tijd niet gezien!”

Deb: “Aa, een aartje onkevee”

Tandarts: “Hoe is het nu met je?”

Deb: “Aa tga oe oor. E et uie?”

Hij zou toch ook wel moeten weten dat een normale conversatie niet gaat terwijl hij met zijn hamer en priem wat tandsteen aan het verwijderen is?

 

Hier mensen die problemen hebben met de tandarts?

 

 

Kort verhaal: Dans Macabre

 

Twaalf middernachtelijke klokslagen en dan is het stil. Een volle heldere maan verlicht de grond voor mij. De grafzerken en hekken laten lange speelse schaduwen achter op de grond. In de verte hoor ik een uil. Ik schrik van zijn geroep. In de stilte van de nacht is het geluid oorverdovend. Hij heeft zich waarschijnlijk verstopt op één van de takken van de bomen. Ik kijk rond maar zie hem niet.

Het geheel heeft een macaber karakter.

Lang stil blijft het niet. Wat hoor ik nu? Langzaam neemt het geluid in volume toe. Het is muziek. Ik kijk om mij heen maar zie niemand. Waar komt het geluid vandaan? Wordt het mee gevoerd door de wind? Het lijkt op een viool die zijn noten verspreid voor wie het horen wil.

Recht voor mij zie ik een gestalte staan. Ik knipper met mijn ogen. Die stond daar net nog niet dat weet ik heel zeker. Door het postuur ga ik er vanuit dat het een man is. Hij draagt een lange cape met een kap over zijn hoofd. Hij lijkt op een monnik. Achter hem verschijnt er nog één en achter hem nog één. Ik knijp met mijn ogen. Gedrieën lopen ze een rondje langs alle grafzerken. Hun handen gevouwen in hun pij, hun hoofd gebogen. De rillingen lopen over mijn rug. Bij het laatste graf blijven ze staan. Mijn ogen worden groter alsof ze niet kunnen begrijpen wat ze zien. Uit de dood herrezen, staat daar opeens een vrouw en daar naast nog één, gevolgd door nog één. In mijn ooghoek zie ik een lichtflits. Meer en meer doden stappen uit hun graven. Tijd om bang te zijn heb ik niet. De muziek neemt toe. Steeds voller en heftiger klinkt de melodie, alsof de doden door de wind worden opgejaagd in het besef dat ze voor zonsopkomst teruggekeerd moeten zijn in hun graven. Bloemen beginnen te wiegen, hekken en grafstenen te dansen. De uil die ik eerder alleen maar hoorde zie ik nu vliegen over de toppen van de bomen. De dood kent geen verschil. Ik word mee gevoerd in deze trance. Dansend in de wind tussen mensen die hier lang geleden geleefd hebben. Langs en om mij heen, alsof ik er niet ben, lijken ze te zweven in hun doorzichtige gewaad.

Dan kraait de haan. De dans is abrupt voorbij, de muziek vervaagt in de wind. Zo plots als ik al deze mensen zag komen, zijn ze ook weer verdwenen. Ik kijk om mij heen en zie nog net een grafsteen verschuiven gevolgd door een harde plof. Het enige wat ik nu nog hoor is het ruisen van de wind.

Twee lange tellen blijf ik staan, waarna ook ik vertrek van waar ik gekomen ben.

De dood blijft als laatste achter, zittend op een grafzerk, en speelt op zijn viool een afscheidsmelodie…

 

Een ode aan Camille Saint-Saëns.

 

Amerika, Moskou, Taiwan, Duitsland en zelfs Nederland.

 

In een eerder blog heb ik het onderwerp Postcrossing aangehaald. Ik had toen nog geen idee wat het in zou houden behalve kaartjes sturen naar onbekenden mensen ergens op de wereldbol. Ik heb in 2.5 maand al verschillende kaartjes, al dan niet voorzien van windmolens en klompen, verstuurd maar ook al aardig wat kaartjes mogen ontvangen. Ik heb de indruk dat er ergens iets is mis gegaan. Volgens het concept wordt je adres namelijk pas vrij gegeven als de ander jouw kaart geregistreerd heeft. Bij mij waren de rollen omgedraaid. Ik had negen kaarten verstuurd maar er al elf mogen ontvangen. Mij hoor je niet klagen. Ik mag de meest bijzondere postzegels bewonderen en de leuke Chinese teksten en tekens bestuderen die op de achterkant vermeld staan. Sommige mensen hebben zo’n priegelig handschrift dat ik er even voor moest gaan zitten eer het ontcijferd was. En één slimmerik had niet de juiste kaartcode genoteerd waardoor ik als een detective het internet af heb moeten struinen om er als nog achter te komen. De mooiste kaart heb ik echter uit Nederland zelf mogen ontvangen. Hij is 3D met een vogel op de voorkant.

Als je zelf een account hebt aangemaakt is het mogelijk om verschillende statistieken te raadplegen. Op het scherm verschijnen dan gekleurde diagrammen en lijntjes. Er verschijnt een kaart (zie foto) waarop aangegeven is vanwaar je kaartjes komen en waar naar toe jij je kaartjes hebt gestuurd. Voor de meer visueel ingestelde lezer 😉

Het is ook erg leuk om de kaarten in te scannen zodat mensen kunnen zien van wie jij welke kaart gekregen hebt en naar wie jij welke kaart gestuurd hebt. Mensen kunnen berichten achterlaten of je kaarten als favoriet bestempelen.

Mijn vriend vindt het allemaal maar onzin. “Je schrijft een kort verhaaltje naar een wild vreemd persoon ergens op de wereld en enige tijd later ontvang je zelf een kaart met dat zelfde verhaaltje van wederom een wild vreemd persoon”. Ik vind het fantastisch. Een kaart op de deurmat met een bijzondere postzegel en de groetjes van Wong Lee, Olga of Kirko om maar wat buitenlandse namen te noemen.

Een kaart verdwijnt bij mij niet zomaar in de kast. Hij blijft eerst nog een tijdje op de tafel of kast staan zodat de voor en achterkant keer op keer bewonderd kan worden. Ik wil ze graag bewaren maar weet nog niet zo goed waarin en hoe.

Zijn er nog meer postcrossende bloggers? Zo ja, wat doen jullie met de kaarten en hoe bewaar je ze?

 

 

Postcrossing…

Sinds ik mijn blog geopend heb lees ik ook bij andere bloggers mee. Het leuke hiervan, naast tijdverdrijf , is dat je ook andere tips en ideetjes op doet. Zo is menig blogger bezig met het versturen van (echte) ansichtkaarten naar onbekenden personen ergens op de wereldbol. Zodra de persoon in kwestie de kaart ontvangen heeft moet hij deze registreren op een site door middel van een op de kaart geschreven code zodat het adres van de verzender vrij gegeven wordt en iemand anders daar weer een kaart naar toe kan sturen. Dit gebeurd at random en er is naar mijn weten geen invloed op uit te oefenen. Dit hele traject wordt geregeld via postcrossing, zie de website voor meer info www.postcrossing.com . Het inschrijven is gratis, het versturen van de kaart komt voor eigen rekening.

Ik ben gek op het krijgen van post dus leek het mij een super leuk idee om kaartjes van onbekenden mensen uit de meest vreemde oorden van de wereld te mogen ontvangen. Ook ik schreef mij in en maakte een profiel aan op de website.

Als nieuw lid is het mogelijk om vijf adressen tegelijk aan te vragen. Dit aantal zal in de loop van de tijd uitgroeien naar meer. Maar vijf was voor mij wel voldoende om eerst maar eens kennis te maken met het systeem. De eerste twee personen die ik toegewezen kreeg hadden een mooi profiel aangemaakt. Hierin was niet alleen te lezen wie ze waren en waar ze vandaan kwamen maar ook wat voor soort kaarten ze het liefst en welke ze het liefst niet wilde ontvangen.  Ook stond er in vermeld wat voor soort boodschap er achter op de kaart moest komen te staan voor het geval je inspiratieloos mocht zijn. Er wordt dus meer van je verwacht dan enkel “Groetjes …” Een handige tip, die ik ook direct op mijn profiel heb geplaatst.

Mijn eerste kaart was bestemd voor een 16 jaar oude jongen uit Polen. Hij wilde graag een kaart met bruggen of iets uit het leger. Ik heb stad en land afgezocht naar een kaart met een brug. Uiteindelijk heb ik deze bij een internet shop gevonden waar ik tevens een lading andere kaarten, voorzien van klompen, molens en groetjes uit Holland, heb ingeslagen. Voorlopig kan ik even vooruit.

Inmiddels zijn we een aantal dagen verder en mijn eerste vijf kaarten zijn de deur uit. Het was even verzinnen wat ik achterop de kaart moest schrijven. Gelukkig hadden ze allemaal wat tips in hun profiel achter gelaten en uiteindelijk had ik nog ruimte te kort. Gisteren kreeg ik al bericht dat mijn eerste twee kaartjes ontvangen waren. En de ontvanger uit Polen was erg blij met zijn “bruggen” kaart. Het is nu wachten tot de andere ontvangers uit Rusland, Amerika en Belarus hun kaartje hebben geregistreerd zodat mijn adres vrij gegeven kan worden. Ik ben heel benieuwd hoe mijn, nog te ontvangen, kaartjes er uit zullen zien, van wie ik ze mag ontvangen en wat er op de achterkant staat…

 

I’ll keep you posted…

 

 

De verveling slaat toe…

 

Verveling slaat altijd toe op momenten dat het eigenlijk helemaal niet uit komt. In het weekend bijvoorbeeld. Zo’n dag die je eigenlijk nuttig zou moeten besteden met boodschappen doen, het huis schoonmaken, sporten, familie en vrienden bezoeken enz enz. Maar als ik mij verveel dan heb ik domweg ook nergens zin in. Hierdoor raak ik nog gefrustreerder,  voel ik mij zielig en lamlendig. En of dit nog niet genoeg is gaan mijn gedachten met mij aan de haal. Ik wordt sikkeneurig  en chagrijnig van al die negativiteit. Mijn gemoedstoestand is gekoppeld aan de barometer. Dat betekend op dit moment dat het versterkt wordt door het saaie grauwe regenachtige weer buiten. Wat nou zomer? Het lijkt wel herfst.

Het kost mij heel veel moeite om mij niet als de grootste hork ter wereld te gedragen. Het liefst geef ik mij over aan mijn bui en laat mij net als de regen over alles en iedereen uitstorten die mij in de weg staat. Gelukkig beschik ik ook nog over een beetje gezond verstand en weet ik dat het niet aan andere mensen ligt dat ik mij nu zo voel.

Waar is mijn motivatie gebleven die aan negativiteit toch een positieve draai kan geven? Vast weg gespoeld door de regen. Waar is mijn creativiteit gebleven die vaak mijn redding is tijdens dit soort “buien”? Die is vast een blokje om want ik heb hem al heel de dag niet gezien.

Er wordt hier thuis gezegd dat je dan maar ergens “zin”  in moet maken. Maar dat is het hem nou juist, daar heb ik dus geen zin in. De dingen die ik nu graag zou willen doen kunnen niet zonder nat te worden. Een rondje skaten, fietsen of paardrijden bijvoorbeeld.

Dan hebben we nog de dingen die simpelweg niet mogen, zoals slidings maken hier in het park (nu het gras lekker nat is gaat dat wel heel goed) met mijn luchtbed van de heuvel in het park glijden (daar schijnt ie stuk van te gaan?! Ik weet alleen niet precies wat, het luchtbed of die heuvel?) of met mijn auto door de wijk heen rijden op zoek naar plassen water om daar dan kneiter hard door heen te scheuren zodat het hoog opspat en alles en iedereen in een straal van vijf meter om ons heen door en door nat is.. (Maar ja een appel groene VW Beetle valt hiervoor iets te veel op in de wijk)

Daarom heb ik besloten om mijn klaagzang maar op internet te zetten. Eens zien of het werkt om mijn ellende van mij af te schrijven. Het lucht in ieder geval wel op en het schiet mij zojuist te binnen dat ik nog wat voorbereidingen voor mijn nieuwe website moet treffen. Laat ik daar nou juist wel zin in hebben. 🙂