Driemaal is scheepsrecht…

Ken je dat? Je hoort een geluid, maar je kunt het niet één-twee-drie plaatsen. Het geluid komt ergens vandaan maar je weet zo één-twee-drie niet waar vandaan. Het kan van buiten komen maar ook van binnen, ergens uit een kast, onder het bed of vanuit een andere kamer. Je hoort het geluid, dat lijkt op een piep, maar één keer. Omdat het vervolgens niet meer te horen is schenk je er geen aandacht aan. Je vergeet het en plots is daar de piep weer. Je weet niet zeker meer hoeveel tijd er verstreken is tussen de eerste keer en de tweede keer dat je de piep hoorde. Het wordt wat lastig om het te traceren omdat er geen patroon in het gepiep lijkt te zitten.

Normaal gesproken zou je verder gaan met wat je aan het doen bent. De piep negeren of je spullen laten vallen en er een dagtaak van maken om het gepiep te vinden, te elimineren en vervolgens verder gaan met wat je dan ook aan het doen was. 

Maar…. Wat doe je als dat piepje begint zodra je eindelijk moe en totaal versleten in je overheerlijke warme bedje ligt en je al bijna in dromenland bent aangekomen? Juist… Je zelf dood ergeren omdat je niet kunt achterhalen wat het is. Je neemt het waar en als het niet je wekker of telefoon blijkt te zijn val je vanzelf weer in slaap om vervolgens na enkele minuten door dat vage piepje weer gewekt te worden.

Vriendlief wordt wakker gemaakt: “Psst… Slaap je al?” “Ja ik slaap!” “Nee hoor, want je geeft antwoord!” “Wat?” ‘Laat maar, hoorde jij dat ook?” “Wat?” “Dat gepiep!” “Als jij onder piepen valt, dan hoorde ik inderdaad gepiep!” “Nee niet ik, dat geluid!” “Jij maakt ook geluid en nu wil ik weer verder slapen!”

Tien minuten later volgt er weer een piep. Ditmaal hoorde vriendlief het ook. We bakkeleien er over en komen tot de conclusie dat het waarschijnlijk de rookmelder is. Hij besluit zijn bed uit te gaan en de rookmelder op de gang te ontdoen van de batterij. Na enkele pogingen lukt het hem dat dekseltje in het pikkedonker open te wrikken en de batterij te verwijderen.

Tevreden vallen we in slaap om na ongeveer tien minuten weer bruut gewekt te worden door het “piepje”. Ik moet mij inhouden om niet te gaan lachen. Het was niet de rookmelder op onze overloop maar die van zolder. Achteraf natuurlijk logisch dat het niet die op de gang was aangezien de piep niet zo heel duidelijk waarneembaar was. Vriendlief gooit het dekbed van zich af en sprint door naar zolder. Na een paar minuten verschijnt hij met de lege batterij in zijn handen beneden. “Kunnen we dan nu slapen?” Vraagt hij geïrriteerd?

Nee, dat denk ik niet” Roep ik gierend van het lachen als ik na tien minuten weer een piep hoor. Vriendlief, woest. omdat ik in het holst van de nacht naast hem lig te stuiptrekken van het lachen en hij de Sjaak is en dus zijn bed voor de derde maal uit moet opzoek naar rookmelder nummer drie. Die hangt in de kamer van Uk, die nietsvermoedend lag te slapen. Stampvoetend loopt hij naar boven en rukt in één keer de gehele rookmelder van het plafon. Hij verschijnt in de deuropening met in zijn linkerhand de rookmelder en in zijn rechterhand de batterij.

“Zo… Nu kunnen we slapen!”

Een werkplek vol herinneringen…

07.40 uur, ik kom aan op mijn werk en wens mijn collega bij de receptie een goedemorgen toe. Zelfs de postbode was op dit vroege tijstip al geweest en ik loop met alle “fanmail” van onze klanten door naar de lift. “Er zit ook een aangetekende brief voor jou bij!” Roept de receptioniste van achter haar pc.

Terwijl ik onhandig de grote stapel post in evenwicht probeer te houden druk ik met één van de vingers die ik vrij kan maken op het knopje van de lift. De stapel begint te schuiven en zoals verwacht maar niet gehoopt glijd de stapel post van mijn arm op de grond. Als de lift boven is heb ik bijna alle poststukken weer bij elkaar geraapt. Voor de liftdeuren zich weer kunnen sluiten graai ik de laatste enveloppe van de grond en stap snel naar buiten, de gang op.

Direct maakt mijn hart een noodstop om vervolgens met 200 slagen per minuut op hol te slaan. Terwijl mijn hart bezig is met een marathon probeer ik logisch te blijven denken.

Ik staar naar de aangetekende brief die aan mij geadresseerd is. Niets bijzonders in een bedrijf waar dagelijks zakken met post worden afgeleverd. Het is ook niet zozeer de enveloppe die mijn aandacht getrokken heeft, maar het handschrift. Dat is namelijk identiek aan die van mijn vader. Dat zou nog niet eens zo bijzonder zijn, was het niet dat mijn vader 1.5 jaar geleden overleden is. Ik vraag mij af of ze sinds kort ook aan postzending in de hemel doen, via een engel van een postbode is het poststuk van mijn vader bij mij terecht gekomen…

Terwijl ik naar mijn bureau toe loop, met nog steeds de stapel post in mijn handen, gaan mijn gedachten uit naar mijn vader. Hij heeft jaren lang voor Rolled Alloys gewerkt. Een firma gericht op de staalindustrie. Het pand is echter meer dan 12 jaar geleden met de grond gelijk gemaakt. Mijn vader moest opzoek naar ander werk of mee verhuizen naar elders in het land. Hij koos voor optie één om zo dicht in de buurt van ons te kunnen blijven. Op de plaats waar hij altijd met veel plezier gewerkt heeft is een kantorencomplex uit de grond gestampt. Voor de mensen die wel in toeval geloven…. 4.5 jaar geleden ben ik in dat kantorencomplex komen te werken. Om het nog specialer te maken. Mijn kantoor is op precies dezelfde locatie gelegen als de ruimte waar mijn vader de orders aannam en verwerkte. Als ik naar buiten kijk zie ik de snelweg, het roestige dak van de garage tegenover ons en de opslagruimte van mijn vader die voor ons nu dienst doet als parkeerplaats. Ik heb het zelfde uitzicht dat mijn vader jaren lang gehad heeft als hij uit het raam naar buiten keek, of de werkplaats uitliep om naar buiten te gaan.

Soms, als ik door de krochten van ons pand loop opzoek naar een doos briefpapier of enveloppen, ruik ik een vlaag van de lucht die altijd om mijn vader heen hing als hij gewerkt had. De bekende staal en stof lucht. Als ik dan mijn ogen dicht doe zie ik mijn vader zo levendig voor me in zijn blauwe overal en zijn oranje “Happy Music”* T-shirt daar onder. En die lompe veiligheidsschoenen met stalenneuzen er in. Ik zie hem lopen door de loods met opdrachten in zijn handen terwijl hij naar mij lacht en zegt: “He meisje, ik ben bijna klaar hoor!”

Mijn collega haalt mij uit mijn overpeinzingen door te vragen of alles wel goed met mij gaat. Ik moet even terug op aarden komen, maar knik vervolgens dat alles oké is. Ik glimlach om de herinneringen aan mijn vader en kijk nog eens goed naar de enveloppe en het logo. Het zou echt mijn vaders handschrift kunnen zijn. Maar voor zover ik weet nemen ze in de hemel geen examens “Gasmeten in zeecontainers” af…

***

*Happy Music was het bedrijfje van mijn familie. Mijn vader en zijn broers waren daar DJ van en speelden op plaatselijke feestjes en partijen.

King Toet…

Liefde maakt blind.. Dat is een ding dat zeker is. Kleur, geur of smaak doet er niet meer toe. Het enige waar ik nog aan kon denken was hebben hebben hebben. My precious…

Schreef ik eerder nog dat ik wilde gaan voor een zwarte of een creme kleurige, aangezien ik de nu-ben-je-echt-kind-af-leeftijd-van-30+ voorbij ben, kan ik jullie nu meedelen dat het een iets andere kleur geworden is. Maar oh, ik was op slag verliefd toen zijn neus voorbij kwam op mijn scherm.

Hoewel het achterlaten van BJ aanvoelden alsof ik mijn trouwe vierwieler bij de dierenarts een spuitje liet geven. (Hartverscheurend en het idee alleen al bezorgde mij iedere keer weer als ik op internet naar een ander keek de rillingen)Zo blij als een kind in een snoepwinkel was ik bij het overhandigd krijgen van de sleutels…

Mag ik jullie voorstellen aan mijn nieuwe liefde, mijn nieuwe aanwinst: “King Toet”

                         

Zo…. laat de zomer nu maar beginnen 🙂

Blogblock…

Tijdens mijn blogblock van de afgelopen weken (als je dit zo kunt noemen tenminste) besloot ik andere bloggers onder de loep te nemen. Hoe vaak en wat plaatsen ze bijvoorbeeld? Ik kwam daarbij een aantal bloggers tegen die het presteren om iedere dag een blog te plaatsen. (laura van Laura denkt,  is er bijvoorbeeld zo één) Soms met onzinnige dingen maar geregeld ook met nuttige informatie, leuke weetjes en andere bijzondere feiten. Ik weet niet zo goed hoe ik dat voor elkaar zou moeten krijgen naast een fulltime job, huishouden en andere hobbies die allemaal tijd, aandacht en energie vragen. Op de vraag hoe deze dames en heren het voor elkaar krijgen om iedere dag te bloggen kreeg ik veelal als antwoord: tijd inplannen en consequent zijn. Nu moet ik mijzelf de vraag stellen of ik dit wel wil. Het is namelijk niet mijn bedoeling om iedere dag te bloggen. Ik wil graag weer in de flow van het schrijven komen. Joyce gaf eerder al als antwoord op een blog van mij dat bloggen een hobby is en dat dit vooral zo moet blijven. Daar heeft ze een goed punt. Ondanks dat het een hobby is wil ik er wel graag iets mee doen. Daarom wil ik proberen om iedere dag iets te schrijven en meer dan één keer in de week iets te plaatsen op mijn blog. Zo hoop ik weer wat creatiever te worden en niet alleen maar letters uit mijn mouw te schudden maar ook daadwerkelijk weer verhaaltjes en belevenissen op papier te kunnen zetten.

Het draait allemaal om inspiratie, de bron van het begin… Wordt ik geïnspireerd dan heb ik al snel een stukje in gedachte. Daar zal het zeker niet aan liggen aangezien hier en om mij heen inspiratie te over is. Maar dan moeten de woorden nog wel logische zinnen gaan vormen, die lekker lopen en begrijpbaar zijn voor mijn lezers. Hier loop ik dus op vast. Het komt nog het meest in de buurt van een bepaald woord waar je maar niet op kunt komen. De letters liggen op het puntje van je tong en wachten tot het lampje in je grijze hersenpan gaat branden zodat je het “vergeten” woord vervolgens bijna uitspuugt zodra het je weer te binnen schiet.

Zo heb ik dus nog een aantal onafgemaakte blogjes, niet geschreven stukjes en een hoop onuitgesproken woorden liggen. Flarden van zinnen dansen in mijn hoofd en vechten om een plaatsje op het (digitale)papier. Ik ga de raad van mijn mede bloggers opvolgen en vanaf vandaag wat consequenter bezig zijn met schrijven.

Hebben jullie, bloggers,  hier wel eens last van en zo ja, wat doen jullie er aan afgezien van rust houden?

Even niets…

Doordat ik heftig in mijn koffiekopje aan het roeren ben ontstaat er een draaikolk. Het zuigt mijn gedachten mee naar beneneden. Ik schrik op omdat mijn vriend, iet wat geïrriteerd, aan mij vraagt of ik alsjeblieft wil ophouden met dat neurotische gedrag. Ik glimlach als een boer met kiespijn en besluit mijn kopje leeg te drinken zodat ik niet meer in de verleiding kom om, onbewust, te spelen met het lepeltje. Ik ben een beetje besluiteloos en naast dat ook een beetje inspiratieloos.

Ik heb verschillende onderwerpen liggen waar ik graag wat over wil vertellen. Of waar ik mij in kan verdiepen om daar vervolgens over te bloggen. Maar de woorden blijven achter mijn lippen liggen als een grote samen gekauwde brij. En mijn vingers zweven eerst een tijd boven het toetsenbord om vervolgens de half gemaakte zinnen met de delete knop weer van het digitale papier te laten verdwijnen. Een normaal of goedlopend verhaal komt er niet uit.

De afgelopen paar weken ben ik aan één stuk door gegaan. Met werken wel te verstaan. Naast mijn normale administratieve baan bij een examenbureau stond de rest van mijn vrije tijd in het teken van de (sport)fotografie en het bewerken van de geschoten platen. De laatste weekenden van het sportseizoen staan meestal in het teken van de toernooien. Her en der ben ik aanwezig geweest om hier foto’s van te maken. Ook één van de E- teams van Feyenoord wilde hun laatste wedstrijd van het voetbalseizoen vast gelegd hebben. Nu zitten alle voetbaltoernooien en wedstrijden er op. Alleen 16 en 23 juni heb ik nog twee grote hockeytoernooien bij de Hockeyvereniging in Gorinchem op het programma staan.

Naast de voetbal heb ik ook nog wat andere foto’s mogen maken, waaronder een foto voor bij een krantenartikel, dat overigens nog geplaatst moet gaan worden.  De uitvaartbegeleidster en één van de Notarissen bij ons op het dorp gaan een informatieochtend houden met betrekking tot uitvaart & erfrecht.

Waarschijnlijk zijn mijn grijze cellen gewoon een beetje toe aan rust. Daarom ga ik mij deze zondag verder niet meer druk maken over wat ik allemaal nog moet. Ik laat de boel de boel en ga lekker grasduinen op het web, op zoek naar leuke blogjes. Wie weet doet een middagje niksen mij wel goed en doe ik nog wel wat inspiratie op voor volgende week

Fijne zondag…

Het is het altijd NET niet…

Klagen lucht op… Dat wordt in ieder geval beweerd. Door te klagen geef je jezelf de ruimte om irritaties of ongenoegen te uiten en dit te delen met anderen. Door (on)bewust, medestanders te vinden hoop je je hierdoor gesterkt te voelen in je “gevoel”. Hoewel ik mij ook zeker wel eens schuldig maak aan klagen is het niet iets waar ik mij veel mee bezig probeer te houden. Sommige dingen gebeuren nou eenmaal en zeker als je er geen grip op hebt kun je je beter bezig houden met de zaken waar je wel grip op hebt of invloed op kunt uitoefenen.

In mijn omgeving of online zoals op facebook, twitter en hyves, hoor en lees is steeds vaker berichten van mensen die (herhaaldelijk) klagen. Klagen over het weer, klagen over het werk, klagen over het niet hebben van werk, klagen over collega’s, huisgenoten, buren of personen in het algemeen, klagen over … ga zo maar even door.

Hoezo, zou dat opluchten? Je bent alleen maar bezig met het creëren van negatieve energie waar je vervolgens in blijft hangen en jezelf mee sleept naar een nog ellendiger gevoel omdat wat je graag wilt niet hebt of andersom. Naast een opgelucht gevoel maakt klagen ook duidelijk dat de klager last heeft van persoonlijk onvrede. Mensen die lekker in hun vel zitten, ontspannen of positiever gezind zijn, hoor je doorgaands niet tot nauwelijks klagen. Immers, waarom zullen ze? Ze zien geen problemen maar juist oplossingen en anders zullen die zich vanzelf wel aandienen. Ze laten zaken als “het weer” langs zich heen glijden omdat er geen knopje is om dit te veranderen.

Moet je dan iedereen deelgenoot maken van je eigen onvrede? Mensen zouden zich eens moeten realiseren wat ze wel hebben in plaats van wat ze niet hebben. En als ze dat, wat ze niet hebben, wel graag willen hebben of andersom, ze hun energie daar in moeten steken in plaats van al dat geklaag, onvrede of niet. Je zou eens moeten zien hoever je het nog schopt door alle negativiteit om te zetten naar iets positiefs met een mooi doel als eindbestemming!

Ik heb geleerd dat het leven met een “knip van je vinger” voorbij kan zijn. Waarom zouden we onnodig energie en tijd verspillen aan klagen? Vanaf nu ga ik mij dan ook niet langer bezighouden met mensen die alleen maar (herhaaldelijk) negatieve energie spuien en zelf weigeren om er iets aan of mee te doen. Ik wil niet mee getrokken worden in de ellende en negativiteit van andere personen. Ik kies voor een positieve insteek en probeer te leren van tegenslag en hier uiteindelijk iets mee te doen.

Er zit ook een klein beetje moraal in mijn “klaag”verhaal: Positiviteit begint bij jezelf!! Daarom onderstaand gedichtje, voor de lezers die niet zo goed weten hoe ze hiermee moeten beginnen. 🙂

Smiling is infectious,
you catch it like the flu,
When someone smiled at me today,
I started smiling too.

I passed around the corner
and someone saw my grin.
When he smiled I realized
I’d passed it on to him.

I thought about that smile,
then I realized its worth.
A single smile, just like mine
could travel round the earth.

So, if you feel a smile begin,
don’t leave it undetected.
Let’s start an epidemic quick,
and get the world infected!

Kort door de bocht…

Wat krijg je als een andere automobilist zijn auto te kort door de bocht stuurt en hierdoor dus op jouw weghelft terecht komt? Juist, een Beetle met schade. Arme, arme BJ (mijn auto heeft een naam: Beetle Juice, afgekort BJ. Waarom? Omdat hij er nou eenmaal Beetle Juicerig uitziet met zijn appelgroene kleur). Hij liep een flinke schaafwond op aan de zijkant van zijn neus. Zijn wieldop lag aan gruzelementen en de rechter spiegel wordt inmiddels synchroon versteld bij het afstellen van de linker spiegel. Wat heeft de andere bestuurder hier van geleerd? Geen cd-hoesjes, telefoon of wat dan ook bekijken als ie door een bocht gaat. Beter helemaal nergens anders naar kijken dan alleen de weg met zijn gebruikers. Want nu zitten BJ en ik met de gebakken peren.

Nog steeds overigens. Want bovenstaande heeft plaats gevonden op een lenteavond eind maart. En nu, 12 mei, is het nog steeds niet verholpen. Natuurlijk hebben we samen netjes het schadeformulieren ingevuld. De beste man was zelf ook ontdaan door deze niet doordachte minder slimme actie van hem. Ook zijn auto, die een heel stuk nieuwer was dan BJ, had een aantal flinke krassen opgelopen.

Afgelopen week was ik het wachten op de verzekering (het zijn altijd dezelfde waar je op moet wachten, zelfs de belastingdienst is nog sneller) zat en ben ik gaan bellen. Toen bleek dat ze nog wat gegevens van ons nodig hadden. Misschien een domme opmerking van mijn kant uit, maar waarom sturen ze dan geen brief, mailtje of plegen ze geen telefoontje om ons daarvan op de hoogte te stellen? Het schadeformulier met onze gegevens was reeds in hun bezit. Inmiddels rijden wij al 1.5 maand “beschadigd” rond.

Het bleek dat ik zelf de schade mocht laten opnemen bij een garage naar keuze. Als het nodig is (lees: bij twijfel of bij een taxatie hoger dan een XX aantal euro) stuurt de verzekeringsmaatschappij een schade expert langs om als nog de schade te laten taxeren.(Ik heb niet zo veel, zeg maar gerust geen, ervaring met schades afhandelen!) Op zich niet verkeerd dat ze vertrouwen op je eerlijkheid. Maar ik blijf er bij, dit hadden ze best iets eerder mogen melden. Dus volgende week staat BJ bij de “dokter” om erachter te komen wat de schade precies moet opleveren. Waarschijnlijk zullen ze zeggen dat zijn bumper overgespoten moet worden.

BJ is iets ouder dan 11 jaar. Had een mooie egale Granny Smith achtige kleur toen hij uit de fabriek kwam rollen (in zijn “paspoort” staat cybergroen, wie deze kleurnaam begrijpt mag het mij uitleggen…) Inmiddels is mijn favorieten auto voorzien van meerdere tinten groen. Dat heb je nou eenmaal als je ouder wordt. Je wordt wat valer hier en daar. Een bumper over laten spuiten maakt hem een toverbal, in alle tinten groen die denkbaar zijn. Ik heb overwogen om hem helemaal over te laten spuiten maar gezien zijn leeftijd is dit niet rendabel meer.

Mijn tante kwam met het idee om hem alvast in te ruilen voor een nieuwere versie in de kleur beige en dan direct de cabrio uitvoering. Hoewel ik die ook echt heel graag wil en dus ook  al enige tijd aan het sparen ben, wil ik nog niet van BJ af. Het voelt zo, hoe zal ik het zeggen… Ondankbaar… Ik ben nog zo verknocht aan mijn rondvormige auto’tje en wordt nog steeds erg blij als ik de deur uit ga en hem daar zie staan op de parkeerplaats.

Voorlopig sparen we nog even door en hopen we geen andere brokkenpiloten op de weg meer tegen te komen zodat ik nog wat langer van mijn BJ kan genieten.

Roti wat?

Ik ben nou niet bepaald een keukenprinses. En daarmee druk ik mij nog heel zacht uit. Ik heb een bloedhekel aan koken. Ondanks dat vriendlief en ik elkaar afwisselen in de keuken blijft het een saaie, vervelende en tijdrovende klus die ik liever uit handen geef. Maar goed, een mens moet nou eenmaal eten. Als ik ooit een loterij zou winnen zou ik het geld gebruiken om een kok te kopen. Hij mag iedere dag het lekkerste van het lekkerste voor mij klaar maken. Een kok die het leuk vind om uren achtereen in de keuken te staan, terwijl ik het met bloed, zweet en tranen bereidde avondmaal binnen 20 minuten naar binnen prop. Toen ik mijn vriend leerde kennen noemde hij mij wel eens een nep of albino pinda. Je bent (half) Indisch maar je verbrand in de zon en koken? Daar doe je niet aan… Dat eerste heb ik te danken aan een über Nederlandse moeder, rossig haar en blauwe ogen. Waar ik dat tweede aan te danken heb? Te veel keuzes in het leven denk ik…

Voor koekjes, muffins en taart wil ik wat koken betreft wel eens een uitzondering maken. Een heel kleine uitzondering en dan eigenlijk ook alleen als ik het af kan met kant en klare pakken a la Dr. Oetker. Dat is net zoiets als iedereen kan schilderen van Ravensburger! Simpel, makkelijk en snel.

Mijn tante werd afgelopen week 50 jaar. Dat moest gevierd worden. Om de dag voor mijn tante een nog specialer tintje te geven dan het al had besloten we om verschillende Indische hapjes te (laten) maken. Mijn nichtje vroeg mij om Roti Kukus te maken. Rottie wat?? Hoor ik sommige lezers al denken. Roti kukus. De betekenis van kukus is stomen. Het is dus een gestoomde Indische cake. En werkelijk om je vingers bij op te eten. Het ziet er niet uit als het de stomer in gaat. Eigenlijk ook niet als het de stomer weer uit komt. Maar de smaak maakt alles goed. Het is helaas niet een recept ala Dr. Oetker, maar echt heel moeilijk is het nu ook weer niet.

Daar stond ik dan in de keuken met alle potjes, pannetjes, keukenmixer en al wat nodig was om tot onderstaand eind resultaat te komen. Voor de zoete kauwers onder ons: er gaat 500 gram suiker in. Dus ben je op dieet dan zou ik mij verre van dit heerlijke gerecht houden!

Wat gaat er nou precies in en wat heb je nodig:

  • 4 eiwitten
  • 8 eidooiers
  • 500 gram witte suiker
  • mespuntje zout
  • 1 dl spa rood/ 7-up of ander bruisend bron water
  • 500 gram zelfrijzend bakmeel
  • zakje vanillesuiker
  • 2/3 eetlepels Droste cacao poeder
  • 1 stoompan
  • 1 schone (oude) theedoek

Er zijn heel veel verschillende recepten voor dit gerecht en het is bij heel veel, zo niet alle Indo families bekend. Ik heb het recept van mijn moeder, die het weer van haar (schoon)moeder heeft, aangehouden.

Hoe maak je dit klaar:

Splits de eieren. Mix de eidooiers samen met de witte suiker, vanillesuiker en het zout tot een egaal mengel. Voeg beetje voor beetje het zelfrijzend bakmeel toe. Het is nog beter om dit te zeven zodat er geen klontjes ontstaan. Voeg het spa water toe als het beslag te dik wordt. Het moet er luchtig uit zien. Hoe luchtiger het beslag, hoe lekkerder het eindresultaat. Klop de eiwitten stijf en schep dit door het beslag. LUCHTIG… Dus niet mixen!! Verdeel het beslag nu over twee schalen. Voorzie één van de schalen van de cacaopoeder.

Nu komt het:

Deze cake gaat niet in de oven maar in een stoompan. Voorzie de stoompan (de pan met de gaatjes, voor de niet keukenprinsessen onder ons) van de natte (uitgewrongen) theedoek. Spatel het beslag om en om in de stoompan. (laagje wit, laagje bruin enz.) Zorg dat de pan niet meer dan de helft vol zit met beslag. Het hele zwikkie gaat namelijk nog rijzen. Plaats een deksel op de pan, de uiteinden van de theedoek kunnen onder het handvat van het deksel geplaatst worden (anders vliegt de boel in de hens, ik spreek uit ervaring!!) Breng het water in de onderste pan aan de kook en laat alles ongeveer een uur op matig vuur staan. Controleer wel regelmatig het water in de onderste pan. (zorg er voor dat de bovenste pan niet onder water staat)

Als het goed is zul je gaan voelen dat de pan steeds zwaarder wordt. Let op: kijk pas in de pan als het uur voorbij is. Anders bestaat de kans dat hij in zakt. Steek een satéprikker in de cake om te kijken of hij gaar is. Blijft er beslag aan plakken dan moet je cake nog even blijven stomen.

Als je het goed gedaan hebt zal de cake zich aan de bovenkant openen in de vorm van een bloem, ster of hoe ver je fantasie dan ook reikt … 

Eetsmakelijk!!

 

 

 

 

 

 

 

 

Brutus…

Zoals sommige lezers/vrienden wel weten behoort auto rijden nou niet bepaald tot mijn favoriete bezigheid. Toegegeven, ik vind het erg makkelijk om zittend vervoerd te worden van A naar B, zonder daarbij zeiknat te regenen, van de weg af te waaien of tijdens een conversatie te moeten gillen naar de persoon die zich achter of voor mij bevind op de fiets, scooter of brommer. Eigenlijk ben ik dus gewoon een beetje lui wat dat betreft. Het niet-naar-mijn-zin-hebben-in-een-auto wordt allemaal nog eens benadrukt als ik naast iemand zit, mijn vriend in de meeste gevallen, die auto rijden wel helemaal dolletjes vindt en hierbij dan ook nog eens zijn rechtervoet niet geheel onder controle heeft. Hoe harder hoe beter. Menig moment heb ik met zweethandjes naast hem gezeten in de hoop dat de mensen op de middenbaan ons met deze snelheid aan zagen komen en niet hun fiat panda uit het jaar nul opeens naar links zouden sturen. Met het gevolg dat we de bestuurder uit het handschoenenkastje van Brutus (zo heette deze auto) konden peuteren. En dan heb ik het nu nog over het minst erge geval.

Nee, auto rijden is niet iets waar je mij blij mee kunt maken.

Zo reden wij vorig jaar zomer richting Burg Haamstede. Alwaar mijn schoonouders ons hadden uitgenodigd om gezellig te komen eten. Het feit dat jij dit verhaal aan het lezen bent bewijst dat ik de rit heb overleefd.

Tijdens een gezellige conversatie over koetjes en kalfjes ving mijn oor een vaag gezoem op. Ik ben allergisch voor gezoem en geratel dus spitste ik mijn oren om te achterhalen waar dit rare geluid vandaan kwam. Dit geluid, wat al snel gepaard ging met een rare keboink keboink, kwam aan mijn kant vandaan. Ergens ter hoogte van het rechter voorwiel. Na een fractie van een seconde begon ook de voorkant van de auto van links naar rechts te schudden, terwijl wij rechtdoor reden op een goed geasfalteerde weg. Iets klopte hier niet. Ik had het gevoel als of ik op een centrifugerende wasmachine zat die aangedreven werd door een kudde op hol geslagen paarden. Niet één maar een stuk of tien. Het geluid nam in volume toe evenals het geshake van links naar rechts. Ik weet niet veel van auto’s maar ik weet wel dat dit niet tot de standaard geluidsuitrusting van Brutus hoorde. Ietwat benauwd keek ik mijn vriend aan, die ook niet zo goed wist wat hij hier mee aan moest. Het klamme zweet brak mij hierdoor nog meer uit. Door een aantal keer flink hard te remmen (thank god voor de gordel die ik om had) en het doen van de elandproef op een verlaten stuk parkeerplaats (wat was ik blij dat ik nog niets gegeten had) hield het piepen en stuiteren op. De rest van de rit deed Brutus wat er van hem verwacht werd. Rijden, zonder fratsen. Mijn hartslag was enigszins weer stabiel toen we bij mijn schoonouders aan kwamen en ook mijn zweethandjes waren aardig opgedroogd.

Eigenlijk waren we de ellendige rit van de heenweg een beetje vergeten toen we op de terugweg weer verast werden door een kudde op hol geslagen paarden en een centrifugerende motorkap. Ik besloot internet te raadplegen enerzijds om iets om handen te hebben en anderzijds om er achter te komen wat het eventueel zou kunnen zijn. Volgens het autoforum zou het heel goed de homokineet/aandrijfasstofhoes (of iets dergelijks) kunnen zijn. Het geluid wat op internet omschreven werd kwam heel goed overeen met het geluid wat Brutus produceerde. Volgens de forumleden: “Je kunt er best nog wel even mee doorrijden….” Oh ja natuurlijk en wat gebeurd er als iets breekt/knapt/scheurt?? Daar heb ik maar niet al te lang bij stil gestaan. Na ongeveer 45 minuten doodsangsten uitgezeten te hebben had Brutus ons al hortend en stotend tot aan de deur van onze woning gebracht. Waar ik hem overigens erg dankbaar voor was. Ik ging er namelijk vanuit dat hij ons ergens ter hoogte van Ooltgensplaat (of al places) en Willemstad in de steek zou laten. Ik had mij voorgenomen om niet meer in te stappen eer hij nagekeken en gemaakt was. Niets ten nadele van Brutus maar mijn gemoedstoestand kan deze vorm van stress niet zo goed aan. Sterker nog, ik leef er spontaan een jaar korter door.

De volgende dag werd Brutus naar de garage gebracht voor een grondige inspectie. Waar het nou precies aan gelegen heeft weet ik niet meer. Maar ik was geenszins van plan nog één keer in die auto te stappen. Hoe zielig vriendlief ook keek, ik weigerde.

Dus besloot hij zijn favoriete stuk scheurijzer, een Alfa Romeo GTA in te ruilen voor een burgerlijke, in zijn ogen saaie, mijn-ogen-zitten-niet-tegen-de-achterkant-van-mijn-schedel-gedrukt-als-vriendlief-optrekt– auto. Een Audi A4. Iets waarin ik mij een stuk beter kan vinden.

Nu alleen nog een nieuwe naam verzinnen. Mijn vriend kwam niet verder dan Softie…

I wont give up…

Soms hoor je wel eens een liedje dat je direct laat mee zingen, dat je aangrijpt of anderzijds iets met je doet. Ik zat laatst in de auto en hoorde het liedje van Jason Mraz, “I won’t give up”

Hoewel dit liedje hoogstwaarschijnlijk slaat op een liefde die hij niet op zou willen geven moest ik direct aan mijn ouders denken. En dan in het bijzonder aan mijn vader.

Tijdens zijn leven was onze band niet echt geweldig. Hoe ouder we werden, hoe minder contact we met elkaar hadden. Pas het laatste jaar van zijn leven groeiden we langzaam weer naar elkaar toe en zagen we elkaar wat meer. Alsof het zo had moeten zijn. Maar nu hij er niet meer is voel ik pas wat voor een band ik eigenlijk met mijn vader had en misschien nog steeds wel heb. Een ongeschreven stuk tekst. Een onuitgesproken woord. Een gevoel. Een deel van mijn en zijn wezen dat er is en tegelijkertijd ook weer niet.

De nuchtere mensen onder ons zullen bovenstaande afwimpelen met een simpel gebaar of een vriendelijke glimlach. Maar er zullen ook mensen zijn die begrijpen wat ik bedoel…

Het is dit liedje dat mij laat glimlachen (nadat ik eerst mijn ogen uit mijn kop heb gejankt) en mij het gevoel geeft dat mijn vader ook mij nog niet vergeten is.

I wont give up…

When I look into your eyes
It’s like watching the night sky
Or a beautiful sunrise
Well there’s so much they hold
And just like them old stars
I see that you’ve come so far
To be right where you are
How old is your soul?I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

And when you’re needing your space
To do some navigating
I’ll be here patiently waiting
To see what you find

‘Cause even the stars they burn
Some even fall to the earth
We’ve got a lot to learn
God knows we’re worth it
No, I won’t give up

I don’t wanna be someone who walks away so easily
I’m here to stay and make the difference that I can makeOur differences they do a lot to teach us how to use the tools and gifts
We got yeah we got a lot at stake
And in the end, you’re still my friend at least we didn’t tend
For us to work we didn’t break, we didn’t burn
We had to learn, how to bend without the world caving in
I had to learn what I got, and what I’m not
And who I am

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up
I’m still looking up

I won’t give up on us
God knows I’m tough, he knows
We got a lot to learn
God knows we’re worth it

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

***