Heb ik weer…

“POOWNIE!! Op de Dordtse Dom sta je hoger hoor!!” Ik por met mijn ellenboog tussen zijn ribben en duw uit alle macht zijn 400 kilogram van mijn poezelige voetje. Hij tilt zijn hoef net ver genoeg op zodat ik mijn voet uit de kreukelzone kan halen. Onverstoorbaar graast hij verder terwijl ik mijn tenen weer in hun normale proporties probeer te krijgen door ze heen en weer te wiebelen. Pas na een paar seconden komt de stekende pijn. Ik rek en strek mijn voet maar dat maakt het gevoel er niet beter op.

Poownie heeft nog steeds niks in de gaten. Terwijl ik naast hem heen en weer sta te springen van mijn linker op mijn rechtervoet, ondertussen de pijn proberen te negeren. Na 20 minuten rondjes dansen ben ik het zat en strompel terug naar stal. Met in mijn kielzog een geïrriteerde poownie die niet begrijpt waarom we nu al weg gaan.

Op stal wil ik het liefst mijn schoen uittrekken en mijn voet in zijn waterbak laten zakken voor verkoeling. Maar de ervaring heeft mij geleerd dat ik daarna niet meer in mijn schoen kom. Dus de voetjes blijven waar ze zitten. Ik zorg dat alle andere klusjes op stal met enige spoed gedaan zijn voor ik huiswaarts keer.

Eenmaal thuis, gelukkig woon ik dicht bij, schop ik mijn schoenen uit om de schade te bekijken. “Das niet zo slim he!! Zeker niet vlak voor de wintersport!!” Zegt vriendlief die over mijn schouder mee kijkt. “Ik wilde de hardheid van mijn botstructuur nog even testen!” Zeg ik quasi nonchalant. Maar ik vrees toch even voor de naderende wintersport als ik weer naar mijn voet kijk. Een flinke bult op mijn wreef, een grote schaafplek en een rood, paarse kleur hebben hun intreden gedaan. Het is zo pijnlijk dat ik een sok bijna niet kan verdragen.

Mijn voet is het eerste dat ik de volgende dag bekijk als ik wakker wordt. Zelfde kleur, zelfde afmeting, alleen de pijn is wat minder. Ik mag er inmiddels weer aanzitten zonder dat ik op mijn tanden moet bijten. Lang lopen en staan wordt hem niet die dag. De twee daaropvolgende dagen gaat het gelukkig steeds iets beter. De bult is weggetrokken. Alleen de rode paarse kleur op mijn wreef is gebleven. Op hoop van zegen ga ik mee op wintersport…

Met enige voorzichtigheid prop ik mijn voet in mijn snowboardschoen. Een voordeel is dat hij daar stevig zit en schuiven niet kan. Een nadeel is dat ik niet zonder mijn voet te gebruiken kan boarden. Lopen met deze schoenen aan is toch wat pijnlijker. Eenmaal de bindingen vast voelt het alsof Poownie weer op mijn voet staat. De eerste afdaling, ik vrees met grote vrees… Tenen, hakken, tenen hakken, dat is wat mijn voetjes de komende week moeten doen. Maar als we beneden zijn lijkt het of de pijn naar de achtergrond verdwenen is. Misschien moesten ze gewoon even “loskomen”?

Als we de eerste dag achter de rug hebben en terug zijn in het hotel ben ik de pijn eigenlijk helemaal vergeten. Als ik mijn sokken uit doe schrik ik op van wat ik zie. De rode paarse kleur is veranderd in donkerblauw met zwart… Geschokt laat ik mijn voet aan vriendlief zien. Die eerst zijn neus ophaalt en vervolgens mijn voet aan een grondige inspectie onderwerpt. Niks ernstigs, de blauwe plek zakt nu wat naar beneden waardoor je tenen er nu ook “zo” uitzien… “Dus ze vallen er niet af??” “Dat hoop ik niet voor je!”

De dagen daarop wordt de blauwe plek steeds iets minder en alleen met lange stukken lopen of lang staan voel ik mijn voet. Gelukkig heeft het mijn wintersportvakantie niet verpest. Sterker nog, het was wederom een prachtige week met mooi weer en lekkere (rustige) pistes om te boarden. En voor op stal ga ik opzoek naar schoenen met stalen neuzen!!

A state of happiness…

“Sjonge jonge, is hij dat??” Vraagt vriendlief. Ik knik alleen mijn hoofd ter bevestiging op een vraag die eerder als opmerking door moet gaan. Na vijf minuten is het geluid alleen maar in volume toegenomen. “Zo, waar zit de uitknop??” Vraagt vriendlief. Ik ga er vanuit dat dit weer een vraag is die als opmerking door moet gaan, dus kijk hem alleen maar even aan ter bevestiging dat ik hem gehoord heb. “Alsof er een orkest krekels onder de bank ligt!” Besluit hij zijn betoog. Vriendlief is duidelijk niet gecharmeerd van de gelukzalige geluiden die Kleine Krijger produceert. Er volgen nog wat blikken over en weer en daarna een diepe zucht. Kleine Krijger besluit alles te negeren en sluit zijn ogen. Onverstoorbaar knort hij door.

Het maakt hem niet uit waar en hoe hij moet liggen. Zolang ie maar bij mij kan zijn. Op schoot, op mijn zij, of op mijn rug. Hij vind wel een plaatsje, hoe ongemakkelijk hij ook moet liggen. Zolang ik niet rustig op de bank zit wordt door hem de achtervolging in gezet. Of ik nu een bezoek aan het toilet breng of een zen momentje in bad beleef… Kleine Krijger weet mij te vinden. “Schiet eens op!!” is wat hij met zijn blik wil zeggen.

“Wat ben je aan het doen?” Vraag ik vriendlief die neurotisch op de afstandsbediening aan het klikken is terwijl hij het ding op Kleine Krijger gericht houdt. “uit… UIT … U I T …” Ik frons mijn wenkbrauwen en moet daarna lachen. “Nee, ook de uitknop van de afstandsbediening werkt niet bij Kleine Krijger!”

De hele dag kijkt het beestje uit naar dit moment. ZIJN moment. En wie ben ik nu om hem dat moment te ontzeggen? Dus aai en knuffel ik hem nog eens extra, waardoor het geluidsniveau van de krekels in volume toeneemt. Yup. Wanneer ik ’s avonds thuis op de bank plof en Kleine Krijger zijn plekje op schoot heeft toegeëigend is hij in a state of happiness…

Ieder zijn ding…

Grazen 3Het gras bij de buren is, ook in de wintermaanden, nu eenmaal groener. Geregeld staan poownie (dat is zijn bijnaam) en ik dus te grasmaaieren bij de buren in de tuin. Hoewel ik niet letterlijk mee doe natuurlijk. Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden grassprietjes uitzoekt. Hij heeft er een speciale graas neus voor. Want als ik hem naar een mals ogende graspol leid, kiest hij steevast voor het droge sprietje dat er naast groeit. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik aan sta te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla. Hoewel de groentetuin van de staleigenaar ook aardig in de buurt komt. Wat moet het heerlijk zijn om, waar je bent, je snufferd te laten zakken en naast je smaakpapillen ook je “inwendige paard” te kunnen laten genieten.

Grazen 1

Poownie staat altijd met zoveel smaak te grazen dat ik soms spontaan zin krijg om mee te doen. Ik bedoel, het moet voor mijn gevoel net zo zijn als een bezoek aan mijn favoriete restaurant. De geuren die je te gemoed komen zodra je binnen stapt. De verschillende soorten (stok)broodjes met kruidenboter die je al gepresenteerd krijgt nog voor je aangeschoven bent. En dan, zodra de keuze is gemaakt uit de vele lekkere gerechten, je tanden in een heerlijk stuk mals vlees en knapperige patatjes kunt zetten. Ja, zo moet het voor poonwie ook zijn als ie met zijn neus tussen het gras staat.

Ik snap hem dus wel. Zijn honger naar eten is niet te stillen. Wortels, appels, brood, hooi, bix, muesli en gras. Hij lust het allemaal. In de zomer staat hij 24 uur per dag in het weiland. Daar kan hij zelf in zijn graasbehoefte voorzien. Maar in de winter wordt het toch wat lastiger voor hem om zich met zijn hobby bezig te houden. Gelukkig heeft ie een maatje die het niet erg vind om een aantal uur per week naast zijn zijde te staan zodat hij zich bezig kan houden met één van zijn grootste en favoriete bezigheden.

Ach, het paard is mijn hobby, grazen (en zich zelf vies maken) de zijne.

 Grazen 2

Herfst, rust en gekkigheid…

Storm, regen en kou. Dit was het weerbeeld van de afgelopen paar weken. De komende weken zal dit waarschijnlijk wel zo blijven. De herfst is nog lang niet klaar met het laten zien wat hij in petto heeft. Hoewel hij nog maar kortgeleden zijn intrede heeft gemaakt, staat ook de winter alweer om de hoek te gluren. Om zich er af en toe even tegen aan te bemoeien. Dat het heus nog wel iets heftiger, wateriger of kouder kan. Ik weet niet hoe het met jullie zit maar ik heb al een keer ijs mogen krabben van de voorruit van mijn auto. Ook mijn thermokleding is reeds van zolder gehaald.

Wij laten ons niet zo makkelijk uit het veld slaan en gaan, dik gekleed, toch naar buiten. Als ik de weekenden met het paard op pad ben en ik langs de bomen en over het grasland van de polder rijd dwaalt mijn blik steevast af naar alle mooie rode en bruine herfstkleuren. Na iedere rit nam ik mij voor om terug te komen met mijn fototoestel. Maar zoals bij zoveel dingen kwam dit er nooit van. Te koud, te nat of te donker om daarna nog foto’s te maken.

Ik liet de herfst voor wat het was. Volgend jaar probeer ik het nog een keer. Thuis, met de verwarming op standje subtropisch is het toch een stuk aangenamer. Een warme bak thee en een koektrommel met koekjes binnen handbereik. En natuurlijk, als de rust zijn hoogtepunt heeft bereikt, zijn daar mijn kleine krijger en groene draak die een eind maken aan de serene rust in huis. Het maakt deze twee niet uit welk jaargetijde het is, zolang ze elkaar maar kunnen irriteren. En ik bedoel dit in de ruimste zin van het woord. Ik roep naar links en ik roep naar rechts. Het maakt ze niet uit. Ze joelen naar elkaar, zoeken elkaar iedere keer weer op. Als ik de één streng toespreek begint de ander hard te lachen en omgekeerd. Zo ook de laatste keer… Hoewel ik mij afvraag wie ze nu aan het uitlachen waren, mij of elkaar?!

Foto van de maand: november…

Groene draak & Kleine krijger

Het zijn net kinderen…

Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….

Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.

Jij, je kooi in. Wijs ik naar Draak. En jij, naar buiten. Wijs ik naar Kleine krijger. “Jaaa, pasterop hoor!” roept Draak nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?

Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom ook nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker. De rollen zijn hier duidelijk omgekeerd.

Nu Draak weer in zijn kooi zit en Krijger lekker buiten aan het spelen is kan ik mij weer concentreren op mijn boek, De Fazantenmoordenaars. We gaan richting het einde van het boek en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Krijger is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als Draak zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoud kreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?

FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor Draak is de lol er al snel af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het flink op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor hem om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft. Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.

Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. Draak is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “lekker werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” aan toe. Ik laat hem begaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt dus echt.

Krijger sluipt het huis weer in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door Draak en jawel, daar gaan we weer…

… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…

Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie Draak van een handje vol nootjes en zaden en geef Krijger een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle mond praten of miauwen kunnen ze namelijk niet.

Heerlijk die rust!

Laat het winterseizoen maar komen. . .

Zodra ik de deur van mijn auto op een kiertje zet wordt hij door de wind verder open getrokken. Ik ben even bang dat hij bij de scharnieren afbreekt en met de wind mee uit het zicht verdwijnt. Maar gelukkig krijg ik hem te pakken en smijt de deur iets harder dicht dan de bedoeling is. Ik doe snel een tweede jas aan voor ik verder loop. Waarom moest ik 15 jaar geleden toch zo nodig een paard? Waarom niet gewoon een goudvis? Of een chinchilla van mij part? Mijn keus van toen heeft gevolgen voor nu. Want het weiland moet nog steeds nagelopen en gemest worden ook nu de herfst zijn intrede gedaan heeft. En hoe!! De wind beneemt mij de adem als ik door het eerste land naar achteren loop. Hoewel ik vaak buiten ben bedenk ik mij dat het lang geleden is dat ik in dit hondenweer buiten ben geweest.

Ik wordt vandaag niet vrolijk begroet. De paarden staan allemaal met hun achterwerk naar mij toe gekeerd met hun dek wapperend in de wind. Een gezellige boel. Eén van de paarden schrikt op van mijn plotselinge verschijning en zet het op een rennen. De anderen paarden, gealarmeerd door hun “graasmaat”, zetten het eveneens op een rennen al hebben ze geen flauw benul waarom. Tot ze zien dat ik het ben. Gehuld in twee jassen en een petje op mijn hoofd. Zo snel als het rennen begon, zo snel staan ze ook weer stil. De hoofden gaan weer naar het gras, hun achterwerk weer in de wind. Behalve mijn paardenbeest. Hij kijkt mij vanaf een paar meter argwanend aan en lijkt te zeggen: “Ik weet niet wat jij komt doen, maar ik heb nu even geen zin!!” Als ik zie dat het hem verder goed vergaat loop ik de andere paarden na en begin met mijn routinematige klus, het leegscheppen van het weiland. Leuk zo’n buitenhobby als de wind je oorschelp vult met ruis en je door en door nat bent van de regen!!

Na een kruiwagen te hebben geleegd kijk ik eens om mij heen. De polder ligt er desolaat bij. Geen auto, geen fietser, geen wandelaar. Ik ben alleen op dit stukje grond. Ik ben niet zo heel bang aangelegd maar ik ben blij dat het nog licht is. Waar tot voor kort de graanstengels, bloemen en bloesems nog wiegden op een zomers briesje worden nu de takken van de bomen gerukt en dode bladeren gaan in een wervelwind omhoog. Geregeld word ik uit mijn balans gebracht en heb ik het gevoel weg te kunnen vliegen als ik nu heel hard zou gaan rennen. De wind beukt tegen mijn oren als een golf tegen een golfbreker. Dit gedeelte van de polder, dat ik altijd zo vredig vind, krijgt door het weer een somber en grauw karakter.

Het paard ziet eindelijk in dat ik niet van plan ben om te gaan rijden of om hem van een poetsbeurt te voorzien. Dus komt hij langzaam naar mij toe. Ik voel aan zijn oren hoe koud hij het heeft. Dit lijkt, dankzij zijn regendeken, gelukkig mee te vallen. Hij wordt net als ik, allerminst blij van dit weer. Wat dat betreft lijken we erg op elkaar. Hij loopt het liefst met mij mee om te schuilen in zijn stal. Ik geef hem een gemoedelijk klopje op zijn hals en schuif hem een snoepje of twee toe. Iets waar hij zijn hoop al op gevestigd had.

Voor mijn gevoel loopt het weideseizoen op zijn eind. Hoewel de boer hoopt op beter weer zodat de paarden nog even buiten kunnen blijven, hoop ik op een nieuw stal- en winterseizoen. Waarin regelmaat en ritme terug te vinden is, de avonden gevuld kunnen worden met geklets op en rond stal omdat alle meiden weer ‘s avonds na school en werk komen. Avondjes waarbij we met zijn allen de paarden aan het poetsen zijn om warm te worden en we het weer vervloeken omdat onze tenen er afvriezen.

Ondanks mijn voorliefde voor de zomer kan ik nu wel zeggen: “Van mij mag het winterseizoen weer beginnen. Mijn paardenbeest en ik zijn er klaar voor!”

Nog vijf minuutjes…

Ik wordt wakker gemaakt door geklaag. Ik draai mij om en zie dat vriendlief al uit bed is. Afgezien van het geklaag hoor ik niets. Dat betekend dat hij al richting werk vertrokken is. Het geklaag houdt even op om vervolgens weer te beginnen. Het is niet zomaar geklaag. Het is klagelijk miauwen wat ik hoor.

Noa staat onder aan de trap en miauwt alsof het huis in brand staat. Dat doet ze niet zomaar. Dat doet ze omdat ze honger heeft. En als Noa honger heeft.. Nou.. Dat is net zoiets als wanneer ik honger heb en nog minstens een uur moet wachten voor ik aan kan vallen. Dat wil je een ander niet aan doen. Het is zondagmorgen en net half 9 geweest. Ik gil naar beneden: “NOA” om haar der mond te laten snoeren. Laat mij nog even, al is het maar vijf minuutjes, liggen. Dan kom ik er aan en krijg je eten.

Mijn stem maakt dat ze nog meer gaat miauwen. Dan hoor ik vanuit de vogelkooi mijn stem weergalmen: “NOA”. De vogel imiteert de kat gevolgd door gemiauw. Voor ik kan denken: “oh nee!!” is het feest compleet. De kat miauwt, de vogel doet haar na, gevolgd door de kat die weer op de vogel reageert EN-ZO-VOORT… Het is een cirkel die alleen doorbroken kan worden als ik tussen beide kom en ze alle twee van gevulde voerbakken en vers drinken voorzie.

Dus gooi ik de dekens van mij af en drentel in slaapkleding naar beneden om de beestjes, en vooral mijzelf, van dit klaaglied te ontdoen.

Goedemorgen Nederland…

Kleine held op sokken…

Nu buiten de temperatuur weer wat behaaglijker wordt, bevind Noa zich ook steeds vaker buiten. Bij mijn moeder thuis was ze eigenlijk altijd buiten. Alleen overdag bij slecht weer lag ze op zolder, bovenop de ketel, te knorren. De zolder bij ons vind ze minder aantrekkelijk. Wij hebben immers vloerverwarming EN een convectorput. Die bij koud en ijzig weer lekker aan staan. Deze dame ligt dan ook het liefst uitgebreid en ongegeneerd op het wildrooster (zoals wij dat noemen) of languit in de woonkamer op de vloer. (waar ze vooral niet in de weg ligt)

Naar buiten gaan was tot mijn verbazing niet iets waar Noa zich mee bezig hield. Mij achtervolgen door het hele huis, ons wakker miauwen in het weekend en flinke plukken haar achterlaten dan weer wel.

Maar nu het ijs uit de tuin is en het niet zo hard meer regent vraagt ze steeds vaker of ze naar buiten mag. Wij moedigen dit alleen maar aan. Persoonlijk lijkt het mij heerlijk om hele dagen in het park hier achter rond de lopen en op jacht te gaan naar muizen en vogels. (niet dat ze die mee naar huis moet nemen natuurlijk!!) Maar Noa was nog niet eerder klaar voor dit grote avontuur.

Noa is niet de enige kat in de buurt. Het wemelt van de poezenbeesten in de straat. Zo hebben we Wiskas, Snoes, Ollie Ollie,Kimmie en nog twee kleine krijgers waar ik de naam niet van weet. Stuk voor stuk katten die buiten komen, erg aanhankelijk en lief zijn. Behalve voor elkaar. Dan komt het “kattige” in ze naar boven.

Noa laat gemerkt of ongemerkt een geurspoor achter. Want sinds ze buiten komt is Ollie Ollie ook in onze achtertuin te vinden. Mijn kleine grote held op sokjes moet niets van Ollie hebben. Ollie vind het daarentegen prachtig om Noa de stuipen op het lijf te jagen en dan vooral door voor het raam naar Noa te staren terwijl ze op het “wildrooster” ligt te slapen. Ze kunnen minuten lang naar elkaar kijken zonder ook maar een vin te verroeren. Weliswaar met een dik stuk glas er tussen. Het enige wat hoorbaar is, is het klagelijke gemiauw. Ze zijn elkaar twee keer in de haren gevlogen. Maar dat liep met een sisser af. Geen grote plukken haar die door de tuin heen vlogen of happen uit oren.

Zelf heb ik de indruk dat Ollie alleen maar vriendschap wil komen sluiten. Een maatje zoekt om lekker mee door de straten te struinen of om samen te luieren in de tuin. Volgens mij is het nog een jong beestje en heeft hij niet veel kwaads in de zin. Noa denkt daar heel anders over. Ze is immers al 10 jaar en heeft in haar leventje al het nodige mee gemaakt. Spelen en optrekken met andere katten was iets wat ze in haar jeugd graag deed. Nu ze wat ouder is speelt ze het liefst met touwtjes (die ik dan door het huis moet trekken zodat de achtervolging vanuit haar mand ingezet kan worden) balletjes (die ik heen en ook weer terug moet rollen) of mijn voeten (gelukkig alleen wanneer ik onder een deken lig). Toch heb ik de stille hoop dat ze in de zeer nabije toekomst vriendjes wordt met één van de andere katten uit de buurt.

CoCo is een ander verhaal. De angst die ze eerst voor hem had wordt door nieuwsgierigheid verdreven. Steeds vaker zie ik haar naast of voor de kooi zitten met niets anders dan aandacht voor CoCo. Dit kon natuurlijk niet uitblijven. CoCo daarentegen laat de zonnebloempitjes niet zomaar uit zijn kooi kijken en vind het fantastisch om de confrontatie aan te gaan. Zelf ben ik daar niet zo blij mee omdat ik niet weet wie van de twee de grootste schade aan kan brengen bij de ander… Hoewel een knip met mijn vingers Noa duidelijk maakt dat dit gedrag niet gewenst is (ze loopt dan al klagelijk miauwend bij de kooi weg alsof ze zich betrapt voelt) hoop ik toch echt dat ze de buitenwereld leuker gaat vinden dan CoCo en zijn kooi.

Hopelijk brengt de lente ook wat meer lef voor Noa…

 

Light Up …

“Wat heb jij over voor je eigen veiligheid?” Vroeg mijn nichtje (het zelfde nichtje van Bahasa Indonesia) mij vorig jaar ergens halverwege de maand december. “Wat is dat nou voor een rare vraag. Ik hebt maar één “ik” en daar ben ik zuinig op” Was mijn antwoord. “Waarom ga jij dan altijd in het donker hardlopen zonder verlichting?” Kaatste ze de bal terug. Tja, die zat. Met het antwoord: “De batterij van mijn lampje was op!” of “Ik loop alleen over verlichte fiets- en wandelpaden!” kwam ik er niet. Ik kreeg in de woonkamer een demonstratie van haar nieuwste aanwinst.

 

Mijn nichtje zit in het tweede jaar van de opleiding SportMarketing en Management. In dit jaar wordt de klas in verschillende groepen verdeeld en moet iedere groep een eigen onderneming gaan oprichten. Compleet met businessplan, aandeelhouders, vergaderingen, kamer van koophandel en verder alles wat bij een eigen onderneming komt kijken. De studenten mogen zelf kiezen wat voor onderneming of product ze op de makt willen brengen. Mijn nichtje en zeven van haar medestudenten hebben er voor gekozen een product op de (Nederlandse) markt te brengen die de veiligheid van de aan het verkeer deelnemende buitensporter moet vergroten en dan met name op momenten dat men zelf niet goed zichtbaar is voor andere weggebruikers. Dit alles door het dragen van LED armbandjes die al dan niet op knipperen gezet kunnen worden.

Dit soort armbandjes zijn voor mij niet nieuw. Bij de paarden gebruiken wij ze ook als we in het donker op pad gaan. Maar dan in de saaie fluorescerende gele of oranje kleur. Wat wel nieuw voor mij was waren de sprankelende kleurtjes die al vanaf een kilometer zichtbaar zijn en het gemak waarmee de band vast gezet kan worden op je bovenarm of been door middel van de klittenbandsluiting. Mocht het batterijtje op gaan dan is deze makkelijk te vervangen. En dit alles voor een bedrag van 6 euro!!

Terwijl ik allang verkocht was door de frisse kleurtjes, paars, blauw, groen, rood, oranje, geel, roze en wit, gaf mijn nichtje nog een demonstratie door een rood gekleurd bandje om de hals van de hond te doen die vervolgens als een knipperend verkeerslicht door het huis liep. Zich niet bewust van de aandacht nestelde hij zich op het donkere tapijt maar nu met de zekerheid dat niemand meer boven op hem ging staan.

Het heeft even geduurd voor ik er uit was welke kleur ik het mooiste vond. Kiezen is nou eenmaal niet mijn sterkste kant. Maar vanaf heden ren ik nu al paarsknipperend over het fietspad en ben ik zichtbaar voor alles wat mij inhaalt of tegemoet komt lopen of fietsen. Misschien dat ik er nog een blauwe of roze bij ga kopen. Gewoon omdat ik ze zo leuk vind 🙂

Wil jij ook gezien worden tijdens het sporten? Ga dan nu naar de  Light Up   pagina van facebook en mail je bestelling door.

 

P.S: En in dit geval zijn wij wel in het bezit van een aandeel 😉

 

CoCo VS Noa…

 

 

      <–  VS  –>

 

 

 

 

 

 

10 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een kitten die geboren was bij ons op stal. Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik de stumpert mee nemen en sinds die tijd was Noa van mij. Dat het duidelijk mijn kat was bleek uit het feit dat ie graag bij mij op de slaapkamer was, mij niet met zijn nagels of tanden aanviel en zich door mij liet knuffelen en oppakken. Van andere mensen moest ie niet zo heel veel hebben. Mijn vriend noemden Noa ook wel een killercat aangezien hij nog wel eens “iemand” aanviel.

9 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een vogel. (Mijn kleine groene draak… ) Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik ook dit dier kopen en binnen een week was CoCo van mij. Hoewel we de eerste paar jaar niet konden spreken dat ie echt van mij was aangezien CoCo tegen iedereen lelijk deed, inclusief mij.

Mijn moeder was net als ik een dierenvriend en zolang ik beloofde zelf voor alle nieuwe kostgangers te zorgen was de aanschaf ervan voor haar geen probleem.

Na een aantal jaar brak de tijd aan dat ik op mijzelf ging wonen. Ik kreeg toentertijd een flatje op vier hoog. CoCo verhuisde dan ook gezellig mee. Maar voor Noa werd het een ander verhaal. De kat was gewend om buiten te vertoeven en om hem nu op te sluiten in de flat zag ik niet zitten. In goed overleg met mijn moeder bleef Noa bij haar. Mijn moeder kreeg er zelf ook nog twee katten bij, en de kat van mijn zusje verhuisde noodgedwongen ook naar haar.

Helaas kwam mijn moeder kort geleden te overlijden. Met al het verdriet dat dit met zich meebracht zaten we nu ook met de zorg voor vier katten. Gelukkig konden we voor drie katten nieuwe liefhebbende baasjes vinden. Noa, inmiddels 10 jaar, bleef over. Na een gesprek met mijn vriend, die niet zo’n dierenliefhebber is, mocht Noa toch bij ons komen wonen. De flat hadden we een paar jaar geleden ingeruild voor een prachtig huis met tuin en groot park op een steenworp afstand. Een ideale locatie om oud te worden, ook voor een kat!

De volgende dag was het zover. Noa ging met ons mee naar huis. Na alle drukte uit het vorige huis daalde er een stilte op Noa neer. Ik had sterk de indruk dat hij vanaf de eerste minuut in zijn nieuwe huis al op zijn plaats was. Hij maakte geen gestreste indruk en liep op zijn gemak door de kamer, alsof hij hier al jaren kwam. Totdat hij kennis maakte met CoCo…

CoCo die Noa duidelijk nog kon uit het verleden heeft de eerste avond alleen maar gemauwd en zijn naam geroepen. Het verbaasde mij dat Noa daar zo rustig onder bleef. Zelf werd ik er namelijk een beetje kierewiet van.

Na een paar dagen werd het tijd om de twee nader kennis te laten maken. Ik hield mijn hart vast want Noa was een echte jager. Het besluipen, omleggen, showen en vervolgens oppeuzelen van zijn prooi was zijn dagelijkse bezigheid bij mijn moeder thuis. Dit varieerde van muis tot duif. CoCo heeft weliswaar een iets grotere afmeting dan een duif, is iets gekleurder dan een duif, heeft echter wel een grotere snavel dan een duif maar hij heeft wel veren, net als een duif!!

Noa heeft tot op heden totaal geen interesse in CoCo getoond. Hij heeft hem vanaf het begin links laten liggen. Waarschijnlijk vind hij het vreselijk vervelend dat ie steeds zijn naam roept en hem nadoet als hij Miauwt. CoCo daarentegen is niet zo snel te verwurmen en was niet van plan om zijn aandacht, en dan vooral het baasje, te moeten delen met een harig beest. Het was CoCo die Noa achter na liep. Het was CoCo die Noa in zijn staart beet. Het is dus CoCo waar ik mij de meeste zorgen om moet maken.

Het is nu aan mij de taak om mijn aandacht tussen deze twee dieren te verdelen. En wel zo dat geen van de twee zich achter gesteld voelt. Inmiddels heb ik CoCo wel zo ver dat hij niet steeds van zijn kooi af stormt als ik even met Noa aan het spelen ben. Snoepjes doen wonderen…. (niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel )  

Tot twee maal toe hebben ze elkaar een kusje gegeven. Heel vluchtig om daarna ieder hun eigen weg te vervolgen alsof er niets gebeurd was. Ik laat ze niet onbeheerd alleen in de kamer. Een vos verliest nou eenmaal wel zijn haren maar niet zijn streken….

Ook mijn vriend en ukkepuk kunnen het goed vinden met Noa. En Noa? Die ligt graag al knorrend bij ons op schoot. Wat nou buitenkat?? Hij vermaakt zich prima in huis…