Getrouwd stel…

Op mijn gemak wandel ik door de wei opzoek naar de twee paarden die mee mogen naar de paddock. Ze staan op nog geen 3 meter afstand van elkaar de grond af te speuren. Na alle regen is de bodem veranderd in een modderpoel en nu zijn ze opzoek naar die ene lekkere grasspriet. Terwijl de rest van de kudde naar achteren loopt blijven deze twee staan. Ze weten dat ze mee mogen en hebben daar vooralsnog geen problemen mee.

Ik doe bij beide paarden het halster om en wil weglopen. Maar dan gebeurd het. Vanuit mijn ooghoek valt de merrie Poownie aan en geeft een hap naar zijn flank. Poownie laat het er niet bij zitten en haalt flink uit met zijn achterbeen. En dat alles terwijl ik er tussen sta. Gelukkig was alles mis en waren het, mag ik hopen, alleen flinke dreigementen. 

Als ik mij omdraai zijn beide paarden veranderd in zoutpilaren. Ze weten dat dit gedrag niet getolereerd word en zeker niet als ik er tussen sta. De dame in kwestie beweegt alleen haar oren van voren naar plat in haar nek. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en ze weet precies wat ik met deze blik bedoel. Dan gaat die zelfde blik naar Poownie. Die stoïcijns voor zich uitkijkt. Alsof hij wil zeggen:  “Wat?? Zij begon!”

Gezamenlijk lopen we naar het voorste deel van de wei. Ik heb grote moeite om die twee uit elkaar te houden. Achter mijn rug knettert het van de spanning en emoties maar wanneer ik mij omdraai doen beide paarden alsof er niks aan de hand is. Ik krijg van alles mee. Behalve de reden van deze onenigheid. De paarden om ons heen mogen niet eens naar ze kijken. De merrie dreigt met haar oren en hoofd en Poownie zwiept gevaarlijk met zijn staart. Zodra één van de andere paarden dichterbij komt gaan alle oren plat naar achteren. Gezellig!!

Wanneer we de wei achter ons laten wordt het tijd om normaal te doen. Op de openbare weg is geen ruimte voor fratsen. Ik houd beide paarden kort en roep ze even tot de orde. Ik eis een wapenstilstand. Als ik hun aandacht heb probeer ik dat zo lang mogelijk vast te houden door ze te paaien met wat kruimels voer dat in mijn jaszak is achtergebleven. Dat werkt. Als we eenmaal lopen en uit het zicht van de wei zijn is de meeste spanning uit de lucht. Wat achterblijft is gekibbel. Achter mijn rug. Dat dan wel weer. Want als ik mij omdraai doen beide paarden alsof er niks aan de hand is. Het lijkt wel een oud getrouwd stel. 

Op stal aangekomen staat er voor alle twee een heerlijke emmer met voer klaar. Zonder pardon vallen ze aan. Ik heb de gelegenheid om de ruiven te voorzien van vers hooi en veeg ondertussen het terrein. Als ze klaar zijn kuieren ze op het gemak de paddock in. Beide nemen plaats aan de ruif. Weliswaar tegenover elkaar. Maar toch. Ik blijf ze zeker een kwartier observeren. Gewoon omdat ik benieuwd ben wat er tussen die twee speelt. Alles lijkt pais en vree. Geen gesnuif, gestamp, gezwiep met staarten of oren in de nek. Voor nu laat ik het er bij. Eten verbroederd, dat blijkt wel weer. 

Het regent binnen…

Als ik na het douchen naar beneden loop zie ik een waterval via het plafond, langs de muur en de trap naar beneden stromen. Het regent letterlijk binnen. Nog even sta ik verbaasd te kijken naar de druppels die zich steeds weer aan het plafond aandienen. Ik haal mijn hand er langs om ze weg te vegen maar binnen no-time zitten ze er weer. Oké, regen in huis is niet goed. Dat het vanuit de badkamer komt is zeker. Alleen de vraag is, vanwaar precies?!

De volgende dag bellen we de verzekering om de schade te melden. Het is blijkbaar heel druk met schades opnemen want een week later kan er pas iemand langs komen. Tot die tijd is het voor ons behelpen. Kattenwasjes en haren wassen in de keuken en we draaien de hoofdkraan uit als we er niet zijn. Dat stopt in ieder geval het druppelen vanuit het plafon. 

De schade wordt opgenomen, maar meer kan de beste man niet doen. Hij raad ons aan om gewoon de douche, kort, te blijven gebruiken, want de schade zit er toch al. De week er op worden er twee loodgieters gestuurd. De heren kunnen het niet eens worden waar de schade nu precies zit. Douche, bad, toilet of de wasbak. Ze besluiten een speciaal team aan te laten rukken. Dus weer een week later komt er iemand van een “lekdetectie” bureau. Er wordt gewerkt met speciaal gas en kleurstof om te zien waar het lek zit. Na herhaaldelijk testen blijkt het in een plaat van de douche te zitten welke, uiteraard, is weggewerkt in de muur.

Inmiddels zijn we ruim drie weken verder. De schade is nog niet gemaakt. Wel hebben we nu een goede indicatie waar het moet zitten. Ik heb hoop dat niet de hele badkamer gesloopt hoeft te worden. Twee andere loodgieters komen de lekkage verhelpen, na nogmaals te hebben gemeten wordt er, heel pijnlijk, gehakt in het stuk waar de lekkage zit. Het doet wel zeer om een gat in de muur te zien verschijnen. Maar de plaat wordt vervangen en de lekkage is gedicht. Douchen kan vanaf dat moment alleen nog in het bad. Nou, als dat het ergste is?! 

Na weer een week staat er een schade herstelbedrijf op de stoep om een rapport op te maken. Ons plafond heeft mooie uitgebeten gele kringen en er zitten gaten in de muur van de douch. Alles gaat gelukkig hersteld worden. Hij doet een “vochtmeting” en beloofd over twee weken terug te komen zodat er een schatting gemaakt kan worden wanner de boel geschilderd kan worden.

Als na twee weken de man weer een meting doet blijkt dat het vochtgehalte in de muur en het plafond zo’n beetje is verdubbeld in plaats van te zijn afgenomen. Dat betekend dat er naast het eerste lek, ergens anders nog een lek aanwezig is. Die zelfde week staan er weer twee loodgieters op de stoep. Ze doen de zelfde meting met dezelfde apparatuur. Tja, het lijkt toch dat er onder het bad, dat we uiteraard veelvuldig gebruikt hebben de afgelopen twee maanden, ook iets niet in de haak zit.

De tegelzetter mag gelukkig deze week toch gewoon komen. Zodat de douche volgende week weer gebruikt kan worden. Maar voor de tweede lekkage gaat het hele riedeltje weer van vooraf aan beginnen.

Wordt vervolgt… 

Silver lining …

Zou het de najaarsmoeheid zijn? Ik weet niet precies waar ik last van heb. Wel dat ik heel erg moe ben, vreselijk last van mijn onderrug heb en dat de binnenkant van mijn oogleden aanvoelen als schuurpapier. Slapen doe ik als een blok. Hoogstwaarschijnlijk ben ik met te veel dingen te lang bezig geweest. Soms vallen bepaalde zaken net op het zelfde moment samen. Wanneer mijn stalgenoot voorstelt om in de ochtend de paarden voor mij naar de wei te brengen maak ik dankbaar gebruik van dit aanbod. Super lief dat ze dit doet. 

Ik zet mijn wekker dan ook 1.5 uur later dan oorspronkelijk de bedoeling was. Ik sta mijzelf toe om nog een paar minuten te blijven liggen als hij afgaat. Terwijl ik mijn schuurpapier ogen nog even sluit stuur ik een “dank je wel” naar mijn stalgenoot. We zien elkaar niet dagelijks maar het is alsof ze het aanvoelde. Door de tijdelijke “haal en brengservice” voor Poownie ligt mijn complete ochtendroutine op zijn gat. Dat, en het feit dat ik er niet jonger op word, maakt dat ik mij ook nog eens stram en stijf voel. 

Vandaag is mijn vrije dag en ik besluit verder wakker te worden op mijn yogamatje. Want daar heb ik nu ook eindelijk even de tijd voor. Het rekken en strekken van mijn lichaam is hoognodig. Hier en daar hoor ik mijn lichaam kraken. Mijn rug en schouders zitten flink vast. Het rekken van ledematen heeft nog nooit zo lekker gevoeld. Na een minuut of 40 vind ik het welletjes en bij het opstaan voel ik mij een beetje wiebelig op mijn benen staan. Ik gooi er vandaag een relax dag tegenaan. De enige verplichting om de deur uit te gaan is voor een paar boodschappen en daarna gewoon even lekker niks. 

Vriendlief brengt heel toevallig de middag elders door en dat betekend dat ik het huis voor mij alleen heb. De muziek gaat aan en ik laat de sauna op temperatuur komen. De laatste keer dat ik die van binnen heb gezien was vorig jaar winter. Terwijl deze staat op te warmen ruik ik de heerlijke kruidige geuren al van zolder af komen. Alleen dat geeft mij al het spa gevoel. Oeh en ik besef nu pas dat ik die geur en de sauna heb gemist. 

Als na een kwartier de temperatuur 60 graden aantikt stap ik de cabine in. Ik word omsloten door een deken van warmte. Het voelt aangenaam en mijn lichaam ontspand direct. Dit is echt precies wat ik nodig heb. Ik sluit mijn ogen. Op de achtergrond hoor ik de muziek zich vermengen met het zoemen van de sauna. De vermoeide strooplaag druipt de komende minuten letterlijk en figuurlijk van mij af.

Ik wil zo lang mogelijk in de kalme intimiteit van mijn cocon toestand blijven zitten. Maar dat zou niet bepaald goed voor mij zijn. Met een half gesloten oog werp ik een blik op de klok en zie dat ik al meer dan een half uur in zweterige meditatieve toestand verkeer. Tijd om af te sluiten, bij te komen, een liter water te drinken en heerlijk te douchen.

Bijna op…

Poownie is gezegend met een goed hart en lichaam. Helaas niet met een stel gezonden tanden en kiezen. Een paar jaar terug moesten al zijn voortanden getrokken worden. Die ingreep heeft er mede toe bijgedragen dat hij nu nog steeds onder ons is en geniet van een riant pensioen. Want genieten doet hij. Er zijn maar weinig senioren die zo optimaal genieten van hun pensioen als Poownie. Hij heeft personeel voor het maken van ritjes of wandelingen. Iedere avond komt zijn “kok” hem zijn maaltje brengen waarvoor hij enthousiast uit de wei naar voren komt lopen. Liefde gaat nu eenmaal door de maag. En dagelijks is ie op stap voor een “dinner-walk” om ook de malse grassprieten uit de polder uit te proberen. Het gras bij de buren is nu eenmaal groener. 

Dat is het op dit moment letterlijk. Het gras op de wei begint aardig op te raken en wat er staat is niet super voedzaam meer. Sterker nog, ik zie hem afvallen. De ene emmer die ik hem geef en een uurtje extra grazen naast de wei, waar het gras dus nog wel mals en groen is, is niet meer voldoende. Er moet nog een 2e emmer voer aan te pas komen. Ik kan jullie zeggen dat er best wat tijd in het heen en weer rijden zit om nog maar niet te spreken over de tijd die Poownie neemt om zijn maaltijd te nuttigen. Ik besluit te overleggen met mijn stalgenoot die haar paardje ’s nachts op de paddock heeft staan. 

Want overdag op de wei en ’s nachts op de paddock, lijkt mij voor hem ook wel wat. Dat betekend dat we de lasten kunnen delen. Haar paard niet alleen staat. Poownie 2 keer per dag een emmer met voer kan eten en ook nog eens ’s nachts wat hooi kan knagen. Ik denk een win win. We besluiten het direct maar toe te passen. 

Poownie ziet er eerst niet zoveel voordeel in. Weggehaald worden bij je maten voor een emmer voer of een grasspriet is 1 ding. Maar een nacht op de paddock doorbrengen met maar 1 kudde-genoot is een heel ander verhaal. 

Als ik op mijn vrije dag om half 8 ’s ochtends op stal aankom staat ie mij bij het hek al hinnikend op te wachten. Of ik wel goed bij mijn hoofd ben om hem heel de nacht daar te laten staan!? Aan zijn houding zie ik dat hij het er totaal niet mee eens is. Maar dan ziet ie zijn emmer met geweekte senioren brokken en is alles weer vergeven en vergeten. Wanneer zijn maatje is vertrokken voor een ochtendrit en hij zijn ontbijt achter zijn nog resterende kiezen heeft besluiten wij terug naar de wei te gaan. 

De nachtelijke dauw maakt plaats voor de zon die langzaam naar zijn plekje klimt. Het is super rustig in de polder. Te vroeg voor recreanten, te laat voor schoolgangers. Ik kies voor een omweg naar de wei. Ik wil zo lang mogelijk buiten door brengen en van dit moment, waarop de tijd lijkt stil te staan, genieten. Voor de verandering is Poownie het met mij eens. Hij geniet hier net zo van als ik. Maar… Bijna bij de wei neemt hij het er toch even van. Hij hapt nog snel een paar sprieten klaver weg. Die staan er in de wei namelijk niet meer.

Al doende leer ik …

Vorig jaar werd het al duidelijk dat we met mijn werk een andere koers zouden gaan varen. Nog even mochten we wennen aan het idee maar al snel werd duidelijk dat we de langzame stroompjes en kabbelende riviertjes links zouden laten liggen. De nieuwe strategie was niet met volle kracht tegen de stroom in maar juist meeliften op de mooie hoge golven die zich aandienen. Op het juiste moment klaar staan en pieken. Of zelf een golf creëren. Dat betekend hier en daar een risico nemen. Nieuwe en onbekende wateren verkennen en onze horizon op vele gebieden verbreden. 

Dat vraagt van het personeel ook wel wat. Niet langer meer op je luie reet zitten en wachten op de orders van de “kapitein”. Maar als een ware zeebonk aan het werk gaan. Wat voor sommige best lastig is als je niet gewend bent om op deze manier te werken. Je grijze hersenmassa aanspreken en weer eens flink aan het werk zetten. Even de schakel om en anders leren kijken naar processen en durven om anders te gaan werken. Loslaten wat jaren vertrouwd is geweest en soms blind varen op andermans kennis en daarbij het vertrouwen van je leiding krijgen dat het echt wel goed gaat en komt. Dat is tof en spannend tegelijk.

Drie collega’s zijn aangewezen als kartrekker om diverse oude plannen nieuw leven in te blazen en nieuwe ideeën en concepten uit te werken. Ik ben er één van. Maar voor het zover was volgde ik eerst een korte cursus projectmatig werken. Echte projecten draaien compleet met projectplannen schrijven, tijdlijnen maken en werken met projectteams is iets wat ik nog nooit gedaan heb. 

Ik ontving een prachtig cursusboek, had drie gezellig dagen met onbekende cursisten en ontving een overheerlijke lunch. Maar dat was het wel zo’n beetje. Jammer want ik had gehoopt met een goed gevulde rugzak vol nieuw verworven kennis terug te komen. Die zelfde maand kreeg ik mijn aller eerste project voorgeschoteld van de baas. Lichte paniek overviel mij want echt terugvallen op wat ik geleerd zou moeten hebben tijdens de cursus lukte niet. Nadat ik daar van bekomen was werd “learning by doing” mijn nieuwe motto.

De opdracht die ik kreeg was duidelijk. Er mee aan de gang gaan lukte ook. Toch voelde het allemaal heel onwennig. Het project draait paralel met mijn gewone werkzaamheden. Niet in de plaats van, maar extra. Dat betekend puzzelen met de tijd die ik heb en prioriteiten anders stellen. Uiteindelijk leek mijn thuiswerkdag de meest geschikte dag voor al het onderzoekswerk, de interviews en de wat lastigere klussen. Want daar bleken er, zeker zo’n eerste keer, best veel van te zijn.

We zijn inmiddels een paar weken onderweg en ik heb echt al zoveel geleerd!! Vooral het waarom van bepaalde onderzoeken. Het anders kijken naar processen. Niet zelf invullen of denken vanuit mijn eigen referentiekader. Sommige dingen bevinden zich lichtjaren buiten mijn comfortzone. Gelukkig kan ik altijd aankloppen bij de baas. Want er zijn nog heel veel dingen die ik niet snap of (nog niet) begrijp. 

Verder vind ik het super leuk om te doen en mijn nieuwsgierige aard werkt hierbij in mijn voordeel. Eindelijk mag ik onbezorgd mijn neus in andermans zaken steken en vragen waarom ze het op die ene manier hebben aangepakt zonder ongemanierd over te komen en een afkeurende blik te ontvangen. 

Wordt vervolgt… 

Niks zo irritant…

Meestal ben ik iets voordat mijn wekker gaat al wakker. Noem het de biologische klok, intuïtie, ritme of een gewoonte. Ik vind het fijn dat ik al in de ontwaak stand kom nog voor ik daadwerkelijk echt wakker moet worden. Nog fijner vind ik het wanneer ik wakker word en op de klok zie dat ik nog minstens 6 uur mag slapen. Gelukkig komt dat niet zo heel vaak voor en slaap ik redelijk door. Maar goed, voordat de wekker gaat ben ik dus meestal al een beetje wakker. 

Wanneer mijn geest langzaam ontwaakt terwijl mijn lichaam nog zo ontspannen en in diepe rust verkeerd, dat vind ik de fijnste momenten van wakker worden. Eigenlijk is het dat moment voor ik ook echt daadwerkelijk realiseer dat ik wakker bent. Op deze momenten kan ik mijn dromen van die nacht nog heel levendig voor de geest halen. Wanneer ik bruut gewekt word door een wekker dan vervliegen mijn dromen een heel stuk sneller. Wat dan achterblijft zijn flarden van beelden en vage gevoelens of emoties.

Vroeger had ik een digitale wekker. Met van die zwevende rode cijfers en een heel irritant alarm. Zonder volume knop. De herrie die je oorschelp in denderde kon ik ook niet echt reguleren. Ik las eens dat het niet goed voor je gestel is als je de dag “geschrokken” begint. De kans dat je heel de dag in een soort “vluchtmodes” verkeerd is groot. Wat weer van invloed kan zijn op je humeur of alles wat met je staat van zijn te maken heeft. 

Of het waar is weet ik niet maar ik kon mij er wel helemaal in vinden. Plotseling harde geluiden worden sowieso al niet door mijn gestel gewaardeerd. Dat was het moment waarop ik afstand heb gedaan van de misthoorn die op mijn nachtkastje stond. Ik ben mijn telefoon daarvoor in de plaats gaan gebruiken. Een tingel tangel geluidje dat je langzaam naar het rijk der levende terug voert. Dat beviel mij wel. 

Maar ook dat begon te irriteren. Sinds enkele jaren zit mijn wekker nu om mijn pols. Als ik wakker moet worden trilt hij zachtjes. Behalve als je er per ongelijk met je hoofd op ligt. Dan trillen mijn oogballen uit hun kassen. Is overigens net zo ongemakkelijk als de misthoorn op mijn nachtkastje. Maar dat ter zijde. Zelfs als ik nog ik diepe slaap verkeer brengt het getril om mijn pols mij langzaam en rustig terug uit dromenland. Het is heel fijn en aangenaam wakker worden. 

Dan hebben we de wekker van vriendlief… Die gebruikt inmiddels ook al jaren zijn telefoon als wekker. En het heeft heel lang geduurd voor hij door had hoe het geluid van zijn wekker op standje “rustig, zen-zen, zo word ik ook wel wakker” gezet kon worden. Met als gevolg, wanneer hij eerder zijn bed uit moest dan ik, ik ondersteboven aan het plafon hing zodra zijn wekker ging. Wat een takken herrie als je nog heerlijk in dromenland vertoefd. 

Voor ons beide gemoedstoestand heb ik hem laten zien hoe de geluidsknop werkt. En dat er ook gekozen kan worden voor een leuk melodietjes in plaats van een misthoorn. Gelukkig ben ik een ochtendmens en daarmee ook eigenlijk altijd eerder mijn bed uit dan hij. 

Gefeliciteerd…

In Café ’t Hemeltje is het waarschijnlijk afgeladen en stampers vol. Er zijn immer al voldoende mensen van ons heen gegaan om een stamkroeg te vullen. Ze zeggen dat je in de hemel niet ouder wordt. Toch geloof ik graag dat ze daar de slingers en ballonnen ophangen. En dat er een grote taart voor je is gebakken. Speciaal en helemaal ter ere van jou. Ik weet ook zeker dat Oma de hele dag in de keuken heeft gestaan om allemaal lekkere Indische hapjes te maken. Want een feest zonder eten is volgens onze familie nu eenmaal geen feest.

En weet je pa, ik zie jou al achter de draaitafels staan waar jij, heel toepasselijk, “Stayin’ Alive” uit de boxen laat schallen. Uiteraard in jou veel te grote witte engelen gewaad maar wel met feestmuts op. Want zo ben je dan ook wel weer. Als er dan een reden is voor feest en het is ook nog eens jouw feest, ga dan maar lekker los.

Ik ga er gewoon vanuit dat er in de hemel ook feest gevierd wordt. Dat het daar heel gezellig is. Dat iedereen daar los gaat op zijn en haar favoriete muziek. Dat iedereen “dronken” wordt van al het goddelijke drank dat vanuit de hemelse champagnetoren naar beneden druppelt. Dat iedereen zich misselijk eet aan alle heerlijke hapjes. En dat ze, heel misschien, zullen toasten op ons, zoals wij hier toasten op jou.

Gefeliciteerd pa 💞

Spoorzoekertje…

Voor ons, als paardenhouder, is er niks zo leuk als het loslaten van je paard in het weiland aan het begin van het seizoen. Ondanks dat ze 24/7 in een Paddock Paradise staan en dus de ruimte hebben om te doen en laten wat ze willen, heeft die grasmat iets magisch. Voor mensen die niet bekend zijn met paarden?! Vergelijk het maar met een indoorspeeltuin voor kinderen. Ballenbakken, glijbanen, trampolines, luchtkussens en daarna ijs en patat toe. Er is ruimte voor de dolle 5 minuten, of 10 of zelfs 20. Waartoe ook de gekke bokkensprongen behoren. Uiteraard is er nog het rollen in een modderplas als deze er toevallig is. Om daarna vanuit stilstand in volle ren-galop door de wei te stuiven. Heen en weer, steeds maar weer. Als de meeste energie eruit is, is het tijd om te eten, want gras!!

Zo gaat het in ieder geval bij ons. En sinds een jaar of twee mogen we ons de gelukkige eigenaren noemen van een eigen stuk weiland. Vlak bij stal! Een eigen weiland betekend ook dat we deze naar eigen believen kunnen inrichten. Zo passeerden er verschillende ideeën de revue. Het opdelen in diverse stukken. Zodat de kudde van blok naar blok verhuisd kan worden. Of strookbegrazing. Wat inhoud dat de kudde er dagelijks een meter of wat aan gras bij krijgt. Aan alle keuzes hangen voor- en nadelen. 

Uiteindelijk werd besloten om alleen de afrastering rondom de wei te realiseren. Zodat de paarden niet in een jolige bui het taluud af zouden denderen en daarmee pardoes in de omliggende sloot zouden belanden. Een groot voordeel van alles open houden is dat er geen geknoei met draad en hekwerk nodig is. De paarden hebben daadwerkelijk de ruimte en er kan naar hartelust gecrost worden. Prachtig zo’n grote wei. Het enige nadeel voor ons is dat we de hele wei door moeten sjouwen om stront te scheppen. 

Het eerste jaar hebben we het grote vlak figuurlijk gezien opgedeeld en gaven we aan elkaar door welk deel reeds was schoon geschept. Zo voorkwamen we dat er onnodig tijd ging zitten in shit werk. Op de een of andere manier werd dat steeds minder gedaan. Men vond het blijkbaar niet erg om te wandelen en poep te scheppen tegelijk. Ik deed mee met de flow en wat maakte het ook eigenlijk uit hoe lang ik bezig was. Ik was lekker buiten, bevond mij tussen de paarden en was zowel lichamelijk als geestelijk bezig. Inspanning en ontspanning tegelijk. 

Dit seizoen besloot ik eens wat gegevens bij te houden. Ik kwam er achter dat ik al scheppend tussen de 1.5 en 2 km afleg. Wanneer ik dit op mijn gemak uitvoer, ik ongeveer 45 minuten tot een uur bezig ben. Ik verbrand meer calorieën aan het begin van het seizoen omdat het gras dan een heel eind hoger is en ik meer moeite moet doen om er doorheen te komen. Het is hilarisch om te zien hoe neurotisch ik de wei afloop op zoek naar paardenshit. Zie de foto hieronder. Toch kan dit efficiënter. 

Een aantal stalgenoten was het met mij eens. Dit moet inderdaad anders. De wei kreeg weer figuurlijke vakken. Spoorzoekertje wordt vanaf nu beperkt tot een aantal vakken en in de app geven we aan elkaar door welke er reeds schoon zijn. Hoewel, schoon? Poepruimen gaat hier aan de lopende band door. Dat dan wel weer… 

Muggen…

Aan mijn gehoor mankeerde niks. Ik hoorde ze namelijk wel maar besloot mij er niet aan te storen. Wanneer het beest alsnog besloot om rond mijn hoofd te zoemen, opzoek naar een maaltijd, joeg ik hem met een wapperende hand weg. Dat heeft heel lang gewerkt. Mochten ze mij in een onbewaakt moment toch gestoken hebben dan had ik het veelal niet in de gaten. Mijn lichaam reageerden er nooit op. En als het dat wel deed dan was het binnen een paar uur vaak al over. In tegenstelling tot sommige mensen om mij heen die jeuk en rode bulten overhielden na een steek van een mug. Ik prijsde mijzelf gelukkig!

Bij een daas had ik echter niet dat geluk. Eenmaal gestoken kwam (en komt er nog steeds) een soort van kettingreactie op gang die ik meestal niet zelf kon (en kan) stoppen. Als ik toevallig de kracht had er vanaf te kunnen blijven verdween de bult net zo snel als bij een muggenbeet. Maar meestal en eigenlijk altijd, werd de jeuk alleen maar erger. De bult veranderde in een keiharde schijf die niet alleen jeukte maar vervolgens ook nog eens pijn ging doen. Het zwol op en voelde rood en ontstoken aan. Als ik het minst geluk had zat ik dagen in een cirkel van krabben tegen de jeuk gevolgd door ijscompres tegen de pijn en zalf smeren tegen beide. irritant!!

De daas ben ik nu redelijk de baas. Inmiddels ben ik zo wijs om niet meer, hoe warm het ook is, in korte broek en topje naar het weiland af te reizen. Altijd gehuld in lange mouwen en dito broek EN een flacon met de zwaarste deed die er te verkrijgen is. Wat een wonder spul. Je muft een uur in de wind, dat dan wel weer. Maar geen daas die nog bij mij in de buurt durft te kopen. Poownie weten ze te vinden terwijl ze met een grote boog om mij heen vliegen terwijl ik op nog geen 50 centimeter afstand sta.

Het is de mug die ik nu niet onder controle krijg. Aller eerst is het mij al een godswonder hoe die beesten binnen komen. Overal horren voor de ramen en deuren. Uit veiligheid patrouilleer ik ook altijd met vliegenmepper in de aanslag over de bovenverdieping. Indringers worden zonder pardon omgelegd. Tot zover mijn liefde voor dieren! Zo makkelijk als mijn lichaam vroeger omging met een muggenbeet, zo allergisch reageert het nu. Bijna te vergelijken met een beet van een daas. 

Alsof ik vroeger te veel aan stoffen heb binnen gekregen dat mijn lichaam nu niet meer weet hoe er mee om te gaan. Zodra ik gestoken wordt ook hier een kettingreactie van mega bult, veel jeuk en irritatie tot gevolg. Het gekke is dat dit soms pas na een dag optreed als je al bijna denkt dat de bult verdwenen is. Inmiddels heb ik wel pilletje die vooral tegen de jeuk en ontsteking moeten helpen. Dat doen ze vaak ook wel, maar soms lijkt het of ook deze niet sterk genoeg zijn. 

Ik duim echt dat de tijgermug mij nooit te grazen neemt… Want ik weet niet zo goed of mijn lichaam daar wel tegen bestand is. 

Zoetigheid…

Mijn hand graait door het zakje maar vind niks. Verbaasd kijk ik van mijn reader in mijn ene hand naar mijn andere hand in het zakje. Ik pak het zakje nu met beide handen vast om het aan een grondigere inspectie te onderwerpen. Heb ik zojuist echt dat hele zakje in één keer leeg gevroten? Mijn smaakpapillen zijn nog steeds bezig met een vreugdedans. Maar de rest van mijn lichaam voel ik al in opstand komen. Waarom? Is de enige vraag die het stelt. Toegegeven, mijn smaakpapillen hebben wel “smaak”. Zo’n gezouten en geroosterde maïskorrel is echt zalig. Alleen had ik het bij een handje moeten houden, niet het hele zakje. Ik zal de komende avond aardig wat water moeten drinken om de rest van mijn lichaam gunstig te stellen. Misschien morgen ook nog wel… 

Ik kwam er achter dat ik al bijna twee jaar bezig ben met intermittent fasting. Hoewel het er de laatste paar weken een klein beetje bij ingeschoten is. Niet dat ik mij iedere avond vol vreet met aller handen zakken chips, koek of zoetigheid. Dit zakje geroosterde maïskorrels was een verdwaalde actie. Een mens is nu eenmaal zwak. Toch ben ik wel heel trots op de weg die ik afgelegd heb. Het was een ware ontdekkingsreis. Ik heb dingen geleerd over mijn lichaam en geest. Daarnaast ben ik er achter gekomen wat voor mij niet werkt. 

Zoals het cold turkey afstappen van iets en radicaal mijn gezonde keuzes aanpassen. Dat lukt even om daarna, of misschien zelfs al heel snel, terug te vallen in oude gewoontes. De afgelopen twee jaar ben ik heel bewust bezig geweest met wat ik wel en niet eet of doe. De keus om minder vlees te eten bijvoorbeeld. Of de keus om van wit naar bruin pittenbrood over te stappen. Tevreden zijn met een stukje chocola in plaats van de hele reep. Door IF heb ik ook geen gesnaai meer in de avonduren. Mijn trek in zoetigheid is hierdoor gaandeweg afgenomen. De Haribo kersen kunnen mij niet echt meer bekoren en in het kader van minder vlees kan ik de kikkers ook makkelijk laten liggen.

Minderen met suiker stond ook op mijn kan-altijd-beter-lijst. Thee zonder suiker was de eerste stap. Dat gaat nu erg goed. Maar de koffie wilde niet echt lukken. Daarom nam ik daar de tijd voor. Want ik heb geleerd van mijn eerdere pogingen. Van 2 scheppen ging ik naar 1.5, naar 1 naar een half. Dat laatste halfje is een ding. Dus stapte ik over van suiker op zoetjes. Net zo slecht natuurlijk. Maar voor mij een stap die te behappen is. En zoet dat 1 zoetje is! Dus nu halveer ik deze en ik hoop daar zeer binnenkort ook mee te kunnen stoppen. Met de koffiemelk deed ik overigens het zelfde en dat gebruik ik nu inmiddels niet meer.

Weet je wat het gekke is. Opeens taal ik niet meer zo naar koffie. Dus wie weet kan ik die over een tijde ook van mijn lijst schrappen. Overigens doe ik wel een moord voor een lekkere cappuccino. Inmiddels ook zonder suiker dat dan wel weer. Maar deze blijft nog lekker op mijn guilty pleasure lijst staan. Met kleine stapjes naar een steeds gezonder leven.