Heerlijk toeristisch…

Er is een markt in het dorpje verderop. En het leuke is dat we er met de boot naar toe kunnen. Dat het halve eiland dit ook bedacht heeft was even niet in mij opgekomen, want het is extreem druk in de haven. Dat een bezoek aan het marktje überhaupt bij mij is opgekomen is al bijzonder want winkelen is nu eenmaal niet mijn favoriete bezigheid. Laat staan tijdens mijn vakantie. Maar met zijn allen is het een leuke onderneming en in de haven zijn genoeg eet- en drink gelegenheden om de dag af te sluiten. 

Het is lekker om, al is het maar even, op het water te vertoeven want het zonnetje begint in rap tempo aan warmte toe te nemen. Het zeebriesje is extra aangenaam. De boottrip zal niet langer dan een kwartiertje geduurd hebben. De voorgaande rondvaartboot heeft net een lading toeristen uitgebraakt en wij zijn de volgende. Al snel verspreid de mensenmassa zich over de omringende straatjes, de markt of het strand. Zo ook wij. 

We bevinden ons in Puerto de Mogan, of te wel: haven van Mogan. Het is een voormalig vissersdorp van het eiland. Omdat het is doortrokken met kanalen en voorzien van bruggetjes wordt het ook wel het klein Venetië van Gran Canaria genoemd. Het water in de haven is zo helder dat je tot op de bodem kunt kijken. Ook de kleurenpracht van diverse vissen is hier goed te zien. De smalle straatjes met wit gepleisterde huisjes en de prachtige in bloei staande bloemen en planten maken het beeld helemaal af. Als je door het weer niet in zomerse sferen komt dan gebeurt het wel met een wandeling door deze straten.

In dit deel van het dorp vind je ook geen massa’s aan betonnen hotels. De bouw heeft hier namelijk wat strengere eisen en heeft als regel dat een gebouw niet meer dan twee verdiepingen mag tellen. Dit stukje doet bijna romantisch aan. Ik zeg bijna, want je moet wel de overige vakantiegangers ff wegdenken. 

Met het zweet op mijn rug kuier ik achter de tantes aan die het voorzien hebben op de aller eerste marktkraam die zichtbaar is. Daar begint het ge-emmer. De verkoper duwt mij een jurkje in handen en gilt special-price-only-for-you. Ja, leuk!! Hoe meer ik weiger hoe meer geld er van de special price afgaat. Afdingen is dus nog steeds een “hot item” hier. Niet ik, maar tante besluit het jurkje uiteindelijk te kopen. 

Als ik denk dat we verder kunnen verdwijnen ze in het volgende kraampje. Dit gaat nog wel even duren ben ik bang. Ik laat de kledingkramen voor wat ze zijn en sluit mij aan bij de heren. We kuieren op gepast tempo, want WARM, over de markt. Hier en daar werp ik blikken in kraampjes. Niet te opvallend want voor je het weet krijg je weer een special-price-item in je handen gedrukt. We mogen wat rum proeven, dat dan wel weer en bekijken de mooie handwerkjes. Lekker toeristisch dus.

De markt eindigt aan het einde van de haven. Daar draaien we om en bezoeken we, via de andere kleine straatjes het plein met de terrasjes voor een kleine versnapering. Rond een uurtje of drie brengt de boot ons terug naar de haven Puerto Rico, onze thuisbasis voor deze week. Waar we mooi nog even kunnen aansluiten voor een bakje cappuccino en een stuk “tarta del dia”.   

Hasta luego…

Ik draai mij nog een keer om en net op het moment dat ik weer in slaap val gaat mijn wekker. Even ben ik in de war. Waarom heb ik op dit onchristelijke tijdstip mijn wekker gezet? Het is zelfs nog donker buiten. Maar dan valt het kwartje. Het is 0400 uur in de ochtend en met amper 5 uur slaap achter de rug spring ik mijn bed uit. Het afgaan van mijn wekker is tevens het startsein van de vakantie. Woehoe.

Ik jump onder de douche en smeer wat broodjes voor later in de ochtend, want zo vroeg iets eten gaat mij niet lukken. Met een glas water in mijn mik wacht ik vriendlief op die de koffers naar beneden sjouwt. Precies op tijd komt Neef voorrijden. Hij brengt ons weg naar het vliegveld. Na 500 meter van huis sluiten oom en tante aan ook. In colonne gaan we op pad. Niet voor de wintersport in Oostenrijk maar naar zon, zee en strand op Gran Canaria. De vakantie die eigenlijk al eerder gepland stond maar die we dankzij de Corona perikelen aan onze neus voorbij moesten laten gaan. 

Het inchecken gaat voortvarend en de koffers zijn net aan het gewicht *oef*. De douane en tassen-controle passeren we zonder moeite. Iets wat ik niet verwacht had aangezien vriendlief nogal wat toiletartikelen in zijn handbagage heeft gepropt. Nu we dit achter de rug hebben moeten we wachten. De rij voor de koffie en toiletten is driedubbeldik. Onze vlucht gaat als één van de laatste en langzaam wordt het rustiger. Tijd voor koffie en een plaspauze voor we gaan boarden. De gezelligheid zit er al lekker in. Dat beloofd wat voor de rest van de vakantie. 

De heenreis gaat zonder vertraging of oponthoud. We kletsen en eten wat, maar een groot deel blijk ik slapend te hebben doorgebracht want voor ik het weet zet de landing al in. Ons hotel is niet geheel onbekend. 10 jaar geleden brachten we hier ook een vakantie door. Toen hadden we wat problemen om de verdiepingen te doorgronden. En dat ging deze vakantie net zo. Iets met de ligging, half in een rots en de termen: zo boven, zo beneden, maakt dat drie hoog ook drie verdiepingen lager kan zijn. Verwarrend. 

Onze kamers bevinden zich naast elkaar en zijn gigantisch. Ons uitzicht is overigens prachtig en in de ochtend worden we gewekt door het ruisen van de zee.

Omdat we al zo vroeg geland zijn kunnen we nog aanschuiven voor onze eerste lunch. Deze smaakt buitengewoon goed. Uiteraard trakteren we onszelf op een stukje “tarte del dia”. Aansluitend zoeken we een plekje bij het zwembad. De rest van de dag staat in het teken van luieren en niks doen. In de tussentijd vermaken we het entertainment-team door deel te nemen aan de bingo en een aantal t-shirts in de wacht te slepen. 

De eerste dag is al een prima weergaven van hoe de rest van de vakantie zal moeten gaan verlopen. Even geen vermoeiende activiteiten in welke zin dan ook. Geen verplichtingen ook al vind ik ze doorgaans leuk. Voor nu alleen maar puur relaxen, genieten van het moment en tijd doorbrengen met elkaar. 

Pilates…

Ik heb nooit kunnen weten dat ik yoga zo ontzettend fijn zou gaan vinden. Na een paar weken begonnen de oefeningen hun vruchten af te werpen. Mijn rugpijn werd minder. Mijn lichaam werd losser maar ook steviger. Na een paar maanden zelfs wat leniger. Steeds meer voel ik de connectie met mijn hele lichaam in plaats van losse lichaamsdelen. Zoals ik hier al schreef: “Namaste”  start ik vaak in de ochtend. Dit zijn stiekem de fijnste sessies.  

Yoga en Pilates worden geregeld in een adem genoemd. Hoewel sommige houdingen overeenkomen is er een verschil. De intensiteit van de oefeningen bij Pilates ligt hoger. Het is meer gericht op het trainen van de spieren. Nieuwsgierig geworden naar oefeningen zocht ik, net als bij mijn yogalessen, op youtube naar een fijne Pilates les. 

De filmpjes worden stuk voor stuk door afgrijselijk lenige mensen gegeven. Je zou er bijna een complex van krijgen. Van “Adrian” heb ik geleerd dat het niet de houding zelf is maar dat het effect van de houding op je lichaam vele malen belangrijker is. Dat het dus niet overeenkomt met het perfecte plaatje is geen probleem. De lenigheid komt vanzelf, mits je lang genoeg volhoudt natuurlijk. 

Ik vind iemand die net als Adrian uitlegt wat ze doet, hoe ze het doet, waarom, waarmee en op welke wijze. Ik wil nu immers graag weten waarom ik doe wat ik doe. En start, in plaats van mijn yoga les, een full body workout beginnersles Pilates. Uit veiligheid kies ik voor een half uur in plaats van een uur. Met de gedachte dat Pilates net zoiets is als yoga kom ik al snel bedrogen uit. Zelfde houdingen, beheersbare en gecontroleerde bewegingen. Maar dan… 

Oké, de aanvang is praktisch het zelfde. Na 1 minuut merk ik de verandering al. De warming-up is nl intensiever. Gelukkig zegt ze bij iedere oefening ook wanneer ik in- en uit moet ademen. Want dat doe ik prompt verkeerd om. Als ik al ademhaal, want de choreografie van de verschillende houdingen heb ik niet direct door.

Geen downward facing dog of childpose na de eerste twee verschillende buikspieroefeningen. Nee, we gaan door naar een derde en vierde ronde met een iets andere pose en houding. Tussendoor zegt ze nog wel dat ik alles op mijn eigen tempo moet doen. Gelukkig maar want mijn buispieren staan ondertussen in de fik. Er volgt een pauze van nog geen 30 seconden met wat rekwerk en daarna door naar buikspieroefening vijf. 

Na tien minuten ben ik al kei kapot maar de buikspieren zijn nu in ieder geval goed opgewarmd. Voor de komende 3 weken!! Nu komen de billen, benen en heupen. “Nog acht” Roept ze. Na die acht wordt er een oefening aan vastgeplakt met acht herhalingen. Daarna nog één. Dit herhaalt zich een stuk of acht keer. Ik weiger op te geven. Trillend van de inspanning plof ik neer. Maar dan hoor ik dat ook de andere kant van mijn lichaam nog moet!! Waar ben ik aan begonnen?!

De hele volgende dag wordt ik herinnerd aan mijn 30 (thank god geen 60) minuten Pilates. Spierpijn!! Maar het is de beste spierpijn die ik in tijden heb gevoeld. Inmiddels combineer ik beide want Pilates en yoga gaan prima hand in hand. Ik hoop over een tijdje niet alleen leniger, maar ook wat gespierder door het leven te gaan.

Nee, ik ga niet mee…

Zodra ik de koelbox tevoorschijn zie komen, weet ik al hoe laat het is. Nog heel even heb ik de hoop dat ze mij vergeten maar zodra ik hun kant op kijk en hun blikken vang weet ik wat mij te doen staat. Ik laat al mijn werkzaamheden per direct vallen, de doos die ik aan het slopen ben, de colafles die ik normaal gesproken door de kamer smijt of de bol sokken waar ik mijn snavel zo graag in zet, gewoon omdat het zo lekker voelt om iets kapot te knagen wat vooral niet van mij is, en haast mij met gezwinde spoed terug naar mijn kooi. Ik klauter als een razende Roeland naar binnen en trek in één streep door naar de verste uithoek van mijn kooi. Nee, ik ga mooi niet mee!! 

Terwijl ik op mijn stok en vooral buiten bereik van hun handen aan het kniezen ben, zie ik op de eettafel allemaal lekkere hapjes verschijnen. Ik hoor ze gezellig babbelen over de planning van deze dag. Ze werpen steelse blikken mijn kant op. Ik doe of ik het niet zie en draai mijn kop opzij. Maar dan begint ze tegen mij te praten. Of ik mee ga? Of ik ook wat lekkers wil? Of ik …. Vertwijfeld steek ik mijn poot al uit om terug te klimmen. Nee, de koppigheid neemt het over. Ik ga niet mee!! Ze ziet mijn twijfel en moedigt mij nu aan door het te proberen met lieve woordjes. Maar ik ben onverbiddelijk. Mijn antwoord is nee. 

“Wil je misschien dit stukje?” Vraagt ze even later aan mij terwijl ze aan komt lopen met wat lekkers op een bordje. Mijn kraaloogjes worden groter en groter. Zie ik daar nu een stukje kaas??? Voor ik het weet klim en klauter ik mijn kooi uit. Als beloning eet ik de voor mij eigenlijk verboden lekkernij. Achter mij scharniert het deurtje van mijn kooi dicht en terug is geen optie. “Ooh bugger….” Ik ben er weer ingetrapt. Zo omkoopbaar als de pest! Er zit niks anders op dan in mijn reistas te stappen en mee te gaan varen. 

Ik doe alsof ik overal een hekel aan heb. Kenners van Amazone papegaaien weten dat wij de grootste toneelspelers van alle papegaaien zijn. Althans, wat drama betreft. De kaketoe spant natuurlijk de kroon als het om de clown uithangen gaat. Eenmaal aan boord heb ik het stiekem wel naar mijn zin. We starten met “koffie en koek” voor mij water met een noot. Daarna varen we door de Biesbosch opzoek naar een rustige plek waar we voor anker gaan voor de lunch en wat zonovergoten uren. 

Eenmaal voor anker krijg ik een prominente plek op het voordek waar ik alles prima in de gaten kan houden. Het is een komen en gaan met kleine sloepjes en kano’s. En het leukste van alles zijn de rondvaartboten. Om de zoveel tijd komt er één voorbij, afgeladen met mensen die naar mij zwaaien. Als ik dan enthousiast “Halloooo” terug roep is iedereen door het dolle. Maakt hun rondvaart helemaal af.  

Dit is wel wat spannender dan mijn eigen kooi, die niet zo schommelt overigens. Maar zeg nu zelf: welke huisgaai kan nu zeggen dat ie zo’n uitzicht heeft als ik deze middag!?!

Obstacle run…

In mijn ene hand heb ik een zak hooi van rond de 12 kg en in mijn andere een verrekte splinter. Die er ingeboord werd toen ik de laatste pluk hooi in de zak propte. De hooibaal, die om logistieke reden heel onlogisch is geplaatst, is alleen via een kleine hindernisbaan te bereiken. Om er bij te kunnen heb ik mij tussen twee andere balen in laten zakken. Hoe ik weer naar boven moet komen vraag ik mij nu dus af. Met wiebelige benen probeer ik mijn evenwicht te hervinden. 

Deze hooibalen zijn normaal zo stevig als een huis. Maar wanneer de touwtjes allemaal doorgesneden zijn en het ook nog eens die baal is waar ik overheen moet om aan het begin te komen dan kan dat best een uitdaging zijn. Na wat klim- en klauterwerk, een vloek links en een uitglijder rechts, lukt het mij om één zak, gevuld en al, mee het hok uit te slepen. Met het zweet op mijn voorhoofd duik ik het hok weer in. Er moeten nog twee zakken gevuld. Vanuit de paddock klinkt er gehinnik. Volgens sommige duurt het te lang….

Ken je die puinruim zakken, van die bigbags? Dat zijn onze hooizakken. Oké ze zijn iets kleiner, maar nog steeds flink aan de maat. Ik sleep zo’n zak achter mij aan en ga vol goede moed de hindernisbaan weer over. Onder het zeil door, op het krukje via de kleine baal, over een grote baal naar de achterkant van het hok. Ik laat mij vakkundig tussen de balen naar beneden glijden en vul opnieuw een zak. Ik zet mijn hand boven op de baal. Wanneer ik afzet zak ik met diezelfde hand tot aan mijn oksel tussen de inmiddels losliggende plakken hooi van diezelfde baal. Mijn goed gevulde hooizak, die ik al bovenop de baal had gekregen, raakt uit balans en dondert over mij heen het “ravijn” in. De hele zakken-vul-exercitie begin van vooraf aan. Uiteindelijk kom ik al hijgend, proestend en met het zweet tot in mijn bilnaad uit dat vervloekte hooihok. Aan iedere hand sleep ik een gevulde zak mee. En die verrekte splinter! 

Ik gooi een zak in de kruiwagen en sjok door de paddock naar achteren. Halverwege wordt mijn pad geblokkeerd door een skippybal van de paarden. Wat the f*ck? Het lijkt hier wel een obstacle run. Achter mij hoor ik hoefgetrappel en als ik mij omdraai staan er 5 pony’s vragend te kijken waarom het wederom zo lang moet duren… Hoewel ik niet met een stopwatch heb staan klokken heb ik er wel beduidend langer over gedaan. Ik slalom mijn kruiwagen om de bal, de mesthopen er achter en de kuil die een van de knollen uitgerekend hier heeft staan graven. Nog voor ik de kans krijg de zak te legen in de daarvoor bestemde ruif wordt er al aangevallen alsof ze dagen niks gevroten hebben. De hongerlappen. 

Echt kei-verrot, neusgaten vol met stof en compleet bezweet neem ik afscheid van mijn veelvraten en keer huiswaarts. Als er nog mensen moeten trainen voor één of andere hardloop, obstacle run of mudmasters gedoe?? Kom dan alsjeblieft mijn voerdienst overnemen. Wedden dat je in no-time een topconditie hebt?! De stoflongen en broekzakken gevuld met hooi en stro krijg je dan van mij. Geheel gratis!!

De vragenlijst…

Ik ben nog geen 24 uur ziek wanneer ik op mijn privé mail een bericht ontvang. Het is van de arbodienstverlening. Of ik een account aan wil maken en een vragenlijst van 10 minuten wil invullen. Hoezo? En wat? 10 minuten??? Ik snap best dat de baas/ instantie/ de persoon die mijn salaris betaald recht heeft om een en ander te weten wanneer ik niet in staat ben om te doen waar ik voor betaald krijg. Maar serieus ik heb de griep, ik onderga geen open hart operatie of iets dergelijks!

Dat je direct bij ziekmelding al zo’n lijst in moet vullen. Kom op zeg, is dit nu al de vierde keer van het jaar dat ik mij ziek meld dan snap ik dat. Maar ik moest zelfs nog een account aan maken bij de instantie die zich bezighoud met het hele “poortwachter” gebeuren. Zegt dat niet genoeg? 

Met mijn wollige hoofd en dikke ogen klik ik op de link. Nadat ik een account heb aangemaakt probeer ik de vragen te beantwoorden. Vraag 1: Ben je in staat om te werken. Nou, als dat het geval was, had ik mij niet ziek hoeven te melden. Wat is de reden? Wat zijn de klachten? Wat zijn je beperkingen. (mijn beperkingen?! hahaha heb je even?! Nee, grapje!) Sinds wanneer ben je ziek? Heeft het met privé of werk te maken? Waardoor kun je niet werken? Sjeeees, ze zijn wel erg nieuwsgierig zeg!! Maar goed, ook deze vragen beantwoord ik.

Wanneer denk je weer aan het werk te kunnen? Nee echt kom op!? Ik heb geen glazenbol mensen!! Welk gevoel geeft je dit en wat vind je er zelf van? Nee sorry, die laatste twee vragen stellen ze niet, maar ik kan het niet laten deze toe te voegen aan de reeks met in mijn ogen onzinnige vragen (op mijn situatie)… 

Ik heb zo goed en zo kwaad als ik uit mijn ogen kan kijken de lijst ingevuld. Ik klik op versturen en dan ontstaat er een error op het scherm: “U bent “iets” vergeten aan te klikken. Uw antwoorden zijn niet opgeslagen. Begin opnieuw…” Daarna volgt er een error in mijn hoofd.

Krijg de tieverietus met je lijstjes. Ik klap met een woest gebaar, nou ja bijna want geen kracht, mijn laptop dicht. Smijt hem in de hoek en duik mijn bed weer in. Maar ja. Dan gaat het na enige tijd toch knagen. Want zo zit ik namelijk niet in elkaar. Als de baas iets aan je vraagt dan doe je dat. Of je het nu leuk vind of niet. Of je nu kunt of niet…

Dus een uur later sleur ik mijzelf mijn bed uit. Gehuld met 2 dekens om mij heen neem ik als een blaffende zeehond verpakt in een teddy fleecevoering jas plaats achter mijn laptop en start de hele drommelse procedure opnieuw. 

Dit keer vergeet ik niet het kleine lullige vakje aan te vinken dat ergens onderin het scherm staat. Ik eindig de vragenlijst met een sarcastische noot. “Wat heb je nodig om weer aan het werk te kunnen” Een fruitmand en RUST. Later vernam ik van de baas dat hij dit antwoord wel kon waarderen. Dat dan wel weer!

Visit the transition!

Zoals er dit keer op de uitnodiging vermeld stond. Of we weer gezellig met zus mee wilden, bootje kijken. Als zus dit vraagt weet ik inmiddels dat we niet naar zomaar een lullig bootje gaan kijken. Nee, een bezoek aan een van “haar” boten betekend een bezoek aan een groot zwaar kraanschip. De nieuwste en tevens grootste aanwinst van Boskalis. De Bokalift 2. In 2018 schreef ik al over ons bezoek aan de Bokalift 1. De Bokalift 1 wordt vooral ingezet in de offshore-industrie. Met name voor het vervoer van zwaar transport en/of olieplatformen. Een deel van het schip kunnen ze laten zakken zodat het dek onderwater staat. De lading kan er dan zo opgeschoven worden.

Met de komst van de windmolenparken op zee, waar de Bokalift ook haar aandeel in heeft, bleek 1 Bokalift niet meer voldoende. Ze kreeg er een zusje bij. Net als bij de Bokalift 1 is er een bestaand schip omgebouwd tot een nieuw kraanschip. De boot, oorspronkelijk uit 2000, is in 2019 naar Kroatië gevaren om daar het dek leeg te halen. In 2020 is in Dubai begonnen met de echte grote verbouwing. Er kwamen 9000 ton stalen blokken aan beide kanten van het schip bij zodat de stabiliteit vergroot zou worden. Bokalift 2 werd geboren. In China werd de gigantisch hoge kraan bevestigd, die in Singapore getest mocht worden. Daarna voer ze naar Rotterdam.

Dit schip heeft een dekoppervlak van 7500 m2 en een kraan met een hijsvermogen van 4000 ton! De kraan kan ruim 100 meter hoog hijsen. Niet zomaar een bootje dus. Die wilde ik wel eens in het echt zien. Met zijn mega grote lengte past hij niet zomaar in elke haven. Ook moest er in Rotterdam nog eea aan de boot worden toegevoegd. Dus lag ze voor anker bij Mammoet in Vlaardingen. Daar werd tevens de mogelijkheid geboden om dit schip te komen bekijken. 

Het bezoek begon op zijn Boskalis. Met een plein vol eet- en drinkstandjes. Je laten fotograferen bij een greenscreen. De film van het ontstaan van de Bokalift 2 bekijken of een overheerlijke koffie halen bij een van de baristabarren op wielen. Met onze buiken gevuld liepen we over de kade naar het bakbeest aan het einde van de steiger.

Daar moesten we eerst een stelling beklimmen om überhaupt aan boord te kunnen. Eenmaal bovenaan was pas goed te zien hoe hoog we zaten. De echte klim moest nog beginnen. De tour bracht ons door nauwe gangetjes, hoger en hoger richting de brug. Overal stonden mensen om uitleg te geven of kon je informatie inwinnen via de speciaal daarvoor opgehangen borden. Terug naar beneden liepen we langs één van de vele hutten van de 150 bemanningsleden die dit schip kan huisvesten. We liepen door de ziekenboeg, langs de sportschool, de relaxruimte en uiteindelijk waren we op het dek met zijn vele kranen en machines. Pas als je er naast staat is te zien hoe groot alles werkelijk is.

De Bokalift 2 is niet alleen in gebruik voor het plaatsen van windturbineparken. Het kan ook ingezet worden voor ontmantelings- en bergwerkzaamheden. Iets wat Boskalis ook heel goed kan (oa Sueskanaal) Hoewel ik niet werkzaam ben bij Boskalis voelde ik wel een plaatsvervangende trots bij het zien van weer zo’n mega groot project. Al met al was het een leerzame en indrukwekkende dag. 

*Bronnen: Vesselfinder/Boskalis

De dagen erna…

De zon schijnt en het valt mij op hoe prachtig het buiten is. De eerste mooie lentedag is aangebroken. Of althans voor mij. Want er zijn best een aantal prima dagen geweest maar deze zijn compleet langs mij heen gegaan. Twee sterfgevallen in één week tijd. Met de daaropvolgende week uiteraard twee uitvaarten. Hoewel ik bij alle twee niet direct iets heb hoeven regelen hakt het er wel behoorlijk in. Dan ben je even met wat anders bezig dan lente en zon. 

Mijn oom besloot als eerste aan zijn laatste reis te gaan beginnen. Hij was ziek en we wisten allemaal dat het einde nabij zou zijn. Hij besloot zelf te stoppen met de behandeling en te dealen met de tijd die hem restte. Dat het uiteindelijk zo snel zou gaan had niemand kunnen bedenken. 

Zijn uitvaart heeft veel emoties losgemaakt en oude wonden opengereten. Verdriet dat plots weer naar de oppervlakte terug keerde. Ik liet het allemaal maar over mij heenkomen. Gelukkig kijk ik wel terug op een hele mooie en warme uitvaartdienst. Een dienst die een diepe indruk op mij heeft achtergelaten. Evenals de gesprekken na de dienst. Want ik droom er zeer geregeld over. 

Mijn schoonvader besloot zijn voorbeeld te volgen en drie dagen later begon hij aan zijn laatste reis. Ook hij was ziek, maar was niet van plan het op te geven. Na anderhalf jaar tobben kreeg hij een nieuwe hartklep en het leek zowaar beter met hem te gaan. Als het aan hem zou liggen zat hij nu lekker met zijn vrouw op de bank met een heerlijke bak koffie en een stuk taart. Maar zo mocht het voor hem niet zijn. Hij werd getroffen door een bacterie en is hier uiteindelijk aan overleden. Hoe oneerlijk!!

Zijn uitvaart was compleet anders als eerder in de week. Maar helemaal zoals hij was. Er werd met liefde over hem gesproken, door zijn kinderen, kleinkinderen en aanverwanten. Er was muziek en er waren foto’s. Zijn leven van jong tot nu kwam in korte tijd voorbij. Er waren heel wat mensen die hem een laatste eer kwamen bewijzen. En er waren rozen, heel veel rozen.

Dus toen de zon begon te schijnen op deze, voor mijn gevoel eerste echte lente dag, twijfelde ik geen minuut langer. Ik trok mijn paardenkloffie aan en reed naar stal. Want er is bijna geen andere plek te verzinnen om even op adem te komen na zo’n emotioneel beladen en verdrietige periode. 

Terwijl ik samen met Poownie sta te grasmaaieren op ons wel bekende stukje valt het mij des te meer op dat het zo rustig is in de polder. Het zonnetje staat hoog aan de hemel en er is nagenoeg geen wind. Hier en daar komen sporters en wandelaars voorbij. Maar er zit een sloot en zeker een meter of 30 gras tussen ons in. We hebben geen last van elkaar. Ik hoor de vogels fluiten en laat mij meedrijven op hun lied. Het werkt rustgevend. De zon verwarmd mijn verkrampte spieren en beetje voor beetje kan ik loslaten. 

Na een uur is Poownie klaar met grazen. Zelf weet ik nog niet zo goed hoe ik mij voel. Moe, dat wel. Leeg, dat ook. Maar toch is daar het begin van berusting. De zon zet, zoals altijd, alles in een ander perspectief. 

Final goodbye …

Met zijn hand in de mijne blijven we zwijgend zitten. Als het tijd is om te gaan kijk ik hem aan. Zijn donkere ogen priemen in die van mij. Ik zeg hem dat ik van de week nog een keer langs kom. Hij knijpt in mijn hand en zegt: “Dat is goed hoor wijfie!”
Maar stiekem weten we alle twee, dit is de laatste keer dat we elkaar zullen zien…  

Rust zacht lieve Oom Don. 
21-03-1956 – 27-03-2023

Sprookjesachtig mooi…

Het heeft heel de avond en nacht gesneeuwd. En niet die lullige kleine witte vlokjes die smelten zodra ze de grond raken. De vlokken die in Nederland meestal naar beneden vallen. Nee, dit is het echte werk. De sneeuw heeft zich als een dikke zachte deken over het hele landschap gedrapeerd. Als er in het dal al zoveel is gevallen, hoeveel zou er dan op de berg terecht zijn gekomen? Dat is de eerste gedachte die in mij opkomt als ik vanuit mijn slaapkamer naar buiten kijk. Ik kan mij bijna niet inhouden en voel mij als een kind dat op schoolreisje gaat. Uitgelaten en enthousiast. 

Maar eerst gaan we met de hele groep ontbijten. Het is half 8 als we aanschuiven in het restaurant en ons te goed doen aan al het lekkers. Ik eet veel te veel maar houd mijzelf voor dat het een actieve dag gaat worden. Zonder brandstof wordt het niks! Nog geen uur later staan we allemaal buiten, gehuld in onze warme sportieve kleding. Op naar de skilift voor onze eerste afdaling. 

Onderaan de lift nemen we afscheid van de twee tantes, die zichzelf vermaken in het dorp. Er volgt nog een groepsfoto en daarna gaan we naar boven. Het weer is wisselvallig. Zo nu en dan sneeuwt het. Dit houd eigenlijk heel de dag aan. Het maakt de winterse gedachte wel helemaal af. Het is heerlijk om het board weer aan mijn voeten te voelen. Hoewel het zicht af en toe wat lastiger wordt. Her en der boarden we namelijk letterlijk tussen de wolken door. De tweede dag is een lichte kopie van de eerste. Maar de zon laat zich nu wel af en toe zien. Een mooi voorbode voor de 3e dag. 

Die breekt sneller aan dan ik wil. Onderweg naar boven vergaap ik mij aan het mooie uitzicht. De zon zet alles, zoals altijd, in een ander perspectief. Boven is totaal niet te vergelijken met beneden. De sneeuw van de voorgaande nacht heeft alles bedekt en het heeft een dempend effect. Alles lijkt zachter en mooier. We zijn vroeg boven en zo’n beetje de eerste. De heren kiezen voor het stijle stuk maar dat sla ik graag over. Ik besluit het bospad te nemen. Aan het einde van de route komen beide stukken weer samen. Zodra ik de bocht om ben, ben ik helemaal alleen. 

Het enige geluid dat ik hoor is de knerpende sneeuw onder mijn board. Het liefst zou ik hier stil gaan staan om alles extra in mij op te nemen. Het is werkelijk prachtig. Het besneeuwde landschap strekt zich voor mij uit. De paden voor mij zijn nog onaangeroerd en de bomen zijn gehuld in een mooie witte deken. Kennen jullie het sprookje Narnia? Waarbij Lucy via de achterkant van een kledingkast in een ander land terecht komt? Zo voel ik mij ook. Dit is een compleet andere wereld. Magisch en betoverend.

Gelukkig mag ik hier nog een paar dagen vertoeven. Want de rest van de week, op de laatste dag na, is nog even magisch als die eerste dagen. De temperatuur loopt langzaam op maar de bomen zijn tot zeker dag 5 mooi wit en de bospaden goed begaanbaar. Dus neem ik iedere afdaling nog eens en nog eens en nog eens. Het is hier sprookjesachtig mooi!