De kunst van instorten…

20.30 uur. De avondmaaltijd net achter de kiezen en het enige dat ik doe is gapen. Oh en het slaap uit mijn ogen wrijven. Ik ben zo moe dat ik amper uit mijn ogen kan kijken. Ik blijf nog heel even bankhangen, maar wanneer de klok 21.00 uur aantikt verplaats ik mij van de bank naar mijn bed. Ik neem niet eens de moeite om onder de douche te springen of mijn gezicht überhaupt schoon te maken. Met één oog dicht lees ik nog een halve bladzijde maar ga dan toch echt plat. Ik slaap als een blok en wordt pas wakker als de wekker gaat. 

Dit ritueel herhaald zich de komende paar weken. Het lukt mij gaandeweg om de tijd iets te verplaatsen, van 21.00 naar 22.00 uur. Maar echt lekker slapen is er niet meer bij. Ik droom heel veel en heb gebroken nachten. Ik herkauw wat ik de dag ervoor heb gedaan en wat ik de komende dagen moet gaan doen. Ik ben vatbaarder dan ooit voor een verkoudheid of griep en ik voel mij opgebrand. Niet omdat het overal misgaat, maar omdat ik tussen al het “moeten door” vergeten ben adem te halen. Ik weet ook dat dit niet veel langer zo door kan gaan.

Nu ik een nieuwe functie heb vind ik dat ik van alles moet. Het zien, opmerken, horen en daar ook nog eens naar moeten handelen. Wat kan ik wel, wat niet. Wat wordt er nu wel en wat niet van mij verwacht? Ik maak het mijzelf niet echt makkelijk. Daarnaast gaat mijn eigen opleiding gewoon door en tot overmaat van ramp heb ik ja gezegd tegen het volgen van een cursus voor mijn werk. En allebei brengen ze ook nog eens aardig wat huiswerk met zich mee. Ik stop te veel werk in een dag en dat een aantal weken lang. Blijkbaar is deze wijze van werken niet iets waar ik energie van krijg.

Van een van de dames uit mijn intervisiegroep krijg ik een opdracht mee die helemaal aansluit bij deze periode. Niet het moeten, willen, eisen, drammen en alsmaar blijven gaan. Juist nu is het belangrijk om even te vertragen, los te laten, te reflecteren en opnieuw in balans te komen. Keer eens naar binnen en kijk wat je niet (meer) hoeft mee te dragen. Het is de tijd om oude gewoontes en overtuigingen los te laten. Het creëren van een nieuwe bodem die de tijd mag krijgen om stevig in te bedden. En daar mag ik ook echt de tijd voor nemen. 

De kleine maar eenvoudige opdrachten die ik van haar krijg zetten mij aan het denken. Het enige dat ik hoef te doen is daadwerkelijk de tijd hiervoor vrij te maken en in de flow in zachtheid bij mijzelf te blijven. Ze brengen mij weer met beide voeten aan de grond. Alsof er een sluier voor mijn ogen wordt weggehaald. Heel bewust haal ik adem en kijk dan nog een keer. Ik kijk naar waar ik vandaan kom en waar ik nu sta. Het voelt als een kantelpunt. Heel het jaar heb ik gewerkt aan groei, actie en verbinding. En nu mag ik loslaten, reflecteren en in balans komen. Opnieuw verbinden met mijzelf door een pas op de plaats te maken. Een soort kalibreren van het geheel, zodat we daarna weer lekker kunnen knallen.

Door weer en winkelgeweld…

Het is lang geleden dat ik in het grote winkelcentrum in “de stad” geweest ben. En het is nog langer geleden dat ik hier alleen geweest ben. Ik vind shoppen gewoon niet zo heel leuk en al helemaal daar niet. Maar ik wil even langs een aantal winkels die toevallig allemaal daar gesitueerd zijn. Dus op mijn enige vrije zaterdag rijd ik door weer en wind naar het centrum. Een parkeerplekje vinden is al bijna een utopie. Zouden ze iets gratis weggeven vandaag? Maar dan spot mijn oog een wegrijdende auto en wij zijn de eersten in deze rij. Misschien moet ik ook maar direct een staatslot kopen, bedenk ik me.

Natuurlijk sta ik helemaal achteraan in zo’n beetje de laatste rij, aan de andere kant van waar de ingang zich bevindt. En het regent. Maar hé, ik hoef in ieder geval niet neurotisch rondjes te rijden zoals de auto’s die achter mij reden nu wel doen. Dus vol goede moed stap ik uit en trek een sprintje naar de ingang. Ik had verwacht tussen een menigte door te moeten wurmen, maar het valt allemaal mee. Ik weet niet waar iedereen zich verstopt heeft maar hier is het niet eens zo heel druk. 

Op naar de eerste winkel. Sinds zoonlief hier woont is mijn sokkenvoorraad drastisch geslonken. Het is dat ik zelf de was doe en zie waar mijn inmiddels vieze en kapotte sokken steeds liggen. Zijn voeten zijn minimaal zeven maten groter dan die van mij, en toch lukt het hem om die klompen in mijn sokjes te wurmen. Als ik hem erop aanspreek, krijg ik te horen dat het ‘echt alleen in noodgevallen’ is. In zijn geval dus dagelijks. Op aandringen heeft ie uiteindelijk een hele berg nieuwe sokken in eigen maat gekocht en sla ik nu dus maar nieuwe in voor mijzelf.

De kruidvat is de volgende toko. Ik snap niet hoe hier gewerkt en gewinkeld kan worden. Het is altijd complete chaos. Er lijkt geen logica in de gangpaden te zitten en alles in de winkel schreeuwt mij toe. Zelfs het rek met snoep komt agressief op mij over “koop mij of verdwijn…” Het geeft mij zo’n beklemmend gevoel, alsof ik onder water een doolhof moet afleggen waar maar geen uitgang lijkt te zijn. Wat een verschil met de kruidvat in mijn eigen dorp, waar weliswaar nooit iemand achter de kassa staat, maar waar gestructureerde chaos enigszins rust brengt. Onverrichte zaken, maar met hartkloppingen, sta ik weer buiten. In speedmars vervolg ik mijn route naar de volgende winkels.

Zonder er echt bij na te denken heb ik mijn boodschappenlijst op chronologische volgorde van de route gezet. Zelfs mijn onderbewuste wil zo min mogelijk tijd doorbrengen tussen al het winkelend gespuis. Bijna bij de uitgang breng ik nog een bezoek aan de groente- en visboer, waar bij de laatste een rij staat waar ik helemaal eng van word. Ik duik de groentewinkel in om een voorraadje gezonde snacks in te slaan. De rij aan de overkant verplaatst zich en als ik aankom ben ik direct aan de beurt. Kijk, dat geeft mij dan toch weer een goed gevoel bij het afsluiten van deze survivaltocht.

Bepakt, bezakt en geestelijk uitgeput keer ik huiswaarts. Missie volbracht, tot ergens in het voorjaar.

Zien wat ikzelf nog niet zag…

Soms komt er een moment waarop je even stil mag staan. Voor mij is dat nu. Na 18 jaar bij hetzelfde bedrijf mag ik de stap zetten naar een nieuwe functie als teamleider. Een rol die ik zelf nooit had verwacht, maar waarin anderen al eerder vertrouwen zagen. En dat vieren we samen met mijn familie, lekker uit eten om dit bijzondere moment bewust te beleven.

Ik begon ooit als junior: leergierig en zoekend. Door de jaren heen groeide ik door naar senior, vervolgens coördinator en nu dus teamleider. Het team is niet heel groot en daardoor krijg ik een kans om mijzelf echt in de diepte te gaan ontwikkelen. Ik ben dankbaar dat hier moeite voor wordt gedaan om überhaupt zo’n functie te creëren en dat er vanuit de leiding vertrouwen in mij wordt uitgesproken. Dat voelt bijzonder.

Als ik terugkijk naar mijn beginjaren, moet ik glimlachen. Ik weet nog hoe ik een van onze grootste klanten voor het eerst te woord stond, bijna trillend, aan de telefoon. Nu, jaren later, weet ik precies wat zo’n klant wil, waar ze heen willen en delen we dezelfde visie. In al die jaren zijn we met elkaar meegegroeid. 

Natuurlijk waren er ook blunders. De fout waar ik een hele nacht van wakker heb gelegen? Toen ik, in ons papieren-tijdperk, examens naar een klant opstuurde met per ongeluk ook voor iedere kandidaat een antwoorden set erbij… Dat maakt het doen van een examen wel heel erg makkelijk. Vanaf dat moment werd het vier-ogen-principe ingevoerd. Pijnlijk toen, ik schaamde mij rot, maar ook een les die ons verder heeft gebracht. 

Er zijn van die momenten die je bij blijven. Zoals wanneer een klant ervan overtuigd is dat iets niet kan, maar je samen tóch een oplossing vindt binnen de mogelijkheden die er zijn. De klant, kandidaten en wij blij. De volgende dag werd er een taart bezorgd, of een bos bloemen, gewoon omdat we samen iets voor elkaar kregen. Dat soort momenten geven energie! Dat is toch fantastisch? 

Wat misschien nog wel het meest waardevol is: de persoonlijke momenten die we als collega’s met elkaar delen. Zowel lief als leed. Het maakt dat ons team zoveel meer is dan alleen een werkplek. De reacties op mijn promotie zijn enthousiast en warm. Dat geeft me nóg meer vertrouwen in de stappen die we samen gaan zetten. We zijn al een paar jaar onderweg en soms lijkt het alsof we er nooit komen. Maar als ik achterom kijk zie ik hoeveel we al hebben bereikt, ondanks, of misschien wel juist door alle hobbels.

Het zaadje dat twee jaar geleden (waarschijnlijk heel zorgvuldig) is geplant, is nu uitgegroeid tot dit moment. En ik voel me dankbaar, trots en nieuwsgierig naar wat er nog komt.

Van junior, naar senior, naar coördinator en nu teamleider. Een reis van 18 jaar die ik nooit had zien aankomen, maar die ik vol vertrouwen vervolg. Samen met mijn team, en met een glimlach om alles wat we al bereikt hebben.

Opladen in het afzien…

Het water komt met bakken uit de hemel. Het is lang geleden dat het zo heeft geplensd. Ik sta voor het raam naar de steeds groter wordende plassen in de tuin te kijken, terwijl zoonlief z’n sportspullen bij elkaar aan het zoeken is. Voetbalschoenen hier, sportbroek daar. Een handdoek niet vergeten… of 2 of misschien toch maar 3… Op het programma staat een oefenwedstrijd. Dat de tegenpartij nog niet heeft afgezegd vind ik bewonderenswaardig. Naast het vele water is het ook nog eens flink gaan waaien. Dus op een open veld is het helemaal drama. 

Zoonlief is ondertussen onderweg is naar de voetbal en ik besluit ook mijn beste beentje voor te zetten. Ik vind mijn opleiding zo leuk dat ik mij nog wel eens verlies is de huiswerkopdrachten. Dat heeft er weer voor gezorgd dat het sporten op een laag pitje terecht is gekomen. Of eigenlijk heb ik daar de laatste paar maanden totaal niet meer naar omgekeken. Dat voel en merk ik en niet alleen aan mijn lichaam. Alsof ik rondloop met TNT in mijn vezels, gevoelig, geladen en klaar om te ontploffen. Er borrelt iets onderhuids; mijn lijf schreeuwt om ontlading, maar ik weet nog niet of het een onvergetelijke vuurwerkshow wordt of een “stille” explosie. 

Sinds enkele dagen probeer ik hier wat meer evenwicht in te brengen aangezien ik niet wil wachten op een van deze twee uitkomsten. Ik moet zeggen dat ik direct al na de eerste work-out, mijn lichaam en geest tot rust voelde komen. Niet dat ik mij knetterhard in het zweet heb gewerkt. Overigens weet ik ook uit ervaring dat hardlopers doodlopers zijn, dus heb ik het rustig aan gedaan. Toch waren de vermoeide spieren mij na afloop dankbaar. Dat gaf weer het voldane gevoel waar ik naar opzoek was. Zelfs het beetje spierpijn dat ik de volgende dag had was een bevestiging die ik even nodig had. Zie je wel hoe fijn het is om alles weer in beweging te zetten?!

Dus, terwijl het water nog steeds met bakken uit de hemel valt loop ik naar boven en kleed mij om. Ik prop mijn oortjes in mijn oren en zoek muziek op met een lekkere beat er in. Zo kan ik op de loopband al lekker in de flow komen. Ik stamp het ene na het andere nummer weg en opeens realiseer ik mij dat ik sta mee te zingen. Het duurt niet lang of ik sta ook mee te dansen. Is overigens niet handig op de loopband, ook dat kan ik je uit ervaring vertellen. Was ik nu echt vergeten hoe ik mij voel tijdens het sporten?? 

Na mijn ronde op de loopband besluit ik de crosstrainer te pakken. Het is een ideaal apparaat om je hartslag even flink op te krikken zonder je knieën aan gort te rennen. Ik houd het alweer een paar minuten langer vol dan vorige week. Ook dat geeft mij weer een boost. Net als de muziek die ik nog even een tikkie harder zet om mij door de laatste paar minuten heen te helpen. 

Ik sluit mijn training af met krachttraining gevolgd door wat yoga rek- en strekoefeningen. In totaal ben ik een klein uur bezig. De energie stroomt na twee sportmomenten alweer meer zoals zou moeten en ik voel mij ontladen en opgeladen tegelijk.

De poort naar dankbaarheid…

De vrouw voor in de ruimte, een medecursist, zit er klaar voor. Op de achtergrond klinkt ontspannen muziek. De lichten worden gedimd. Ik beweeg nog even al mijn ledematen om de komende 15 minuten stil te kunnen zitten. Ze start haar meditatie die ze speciaal voor ons geschreven heeft. Een opdracht voor ons allemaal en vandaag is het haar beurt. Ik sluit mijn ogen en laat mij door haar meenemen. Haar stem is zacht, bijna helend en ik ben heel nieuwsgierig waar ze ons mee naar toe neemt. 

“Voor je zie je een pad. Je zet de eerste stap..” Wat grappig, er was eerst geen pad maar opeens is daar het pad. Een prachtig weggetje van schelpen dat ergens in het bos verdwijnt. Het verschijnt zo plots dat ik niet eens de tijd heb om hier over na te denken. “Voel hoe de lucht je longen vult…” en ik voel een bries die voor verkoeling zorgt op deze prachtige lentedag (ja echt, het is lente in mijn meditatie) Ik ruik zelfs de heerlijke boslucht. “Iedere stap maakt je rustiger en rustiger” Ik focus mij op haar stem want ik wil niks missen. Ik ben erg nieuwsgierig waar dit naar toe leid.

“In de verte zie je meerdere poorten” Wauw, ja ik zie ze. Het zijn er drie en staan verscholen tussen de bomen in het bos. Ze zijn van goud, eigenlijk helemaal niet mooi om te zien. Ook een beetje misplaatst. Ik loop er naar toe en plaats mijn hand op de middelste poort. Hij is versierd met felgekleurde steentjes, totaal niet mijn smaak. Toch word ik er naar toe getrokken. Ik open de deur en stap naar binnen. 

“Je bent aangekomen op een plek waar het universum met jou spreekt over signalen en symbolen…” Ik loop door een berg met prachtige witte veertjes. Ik sla de laatste van mij af en dan opeens merk ik dat ik niet alleen ben. Sterker nog het is een drukte van jewelste. Een voor een verschijnen alle familieleden van gene zijde. Mijn vader, moeder, opa’s en oma’s, mijn ooms. Ze zijn er allemaal en druk in de weer met het voorbereiden van een feest. Het zal eens niet… Mijn vader zwaait en wijst naar een andere ruimte. Als ik doorloop sta ik plots midden in een weiland. En daar staat ie, mijn allerliefste Poownie. 

De meditatie gaat verder over wat we mogelijk zien, voelen en wat we mogen ontvangen. Ik loop naar Poownie toe en aai zijn zachte neus. Hij is zo echt dat ik hem kan ruiken. Ik druk mijn neus in zijn vacht en voel zijn grote zware hoofd leunend op mijn schouder. Het volgende moment voel ik zijn dankbaarheid voor alle zorg en toewijding in zijn leven op aarde. Zoveel dankbaarheid dat mijn hart overloopt. Tranen wellen op achter mijn gesloten ogen. Oh Poownie, wat ben je toch een prachtig dier. Het was een eer om voor je te mogen zorgen. 

We nemen afscheid, ik zwaai naar mijn familie en loop terug naar de poort, wetende dat ze daar altijd zullen zijn. Langzaam word ik teruggebracht naar de ruimte waar ik zit, naar mijn eigen lichaam in het hier en nu. Het gevoel van dankbaarheid draag ik de rest van de dag met me mee. Het herinnert me eraan dat verbinding nooit echt verdwijnt. Alles blijft, in een andere vorm, altijd dichtbij.

Wit paard in de wei

De meditatie is speciaal geschreven door Irma. Bedankt voor het delen, het was een hele bijzondere en dankbare reis.

De kracht van kou…

Een stukje verder dan waar wij vakantie vieren ligt Erpfendorf. Drie huizen, een kerk en een mesthoop. Meer is het niet. Wanneer je de hoofdstraat binnen rijd is het alsof je terug gaat in de tijd. Eenvoud en rust. Wat ze daar ook hebben is een Kneippanlage. Dat is een natuurlijke wellnessplek in de buitenlucht, gebaseerd op de inzichten van Sebastian Kneipp, een 19e-eeuwse priester en natuurgenezer. Hij ontdekte dat koud water een helende werking heeft en ontwikkelde een methode waarbij water, beweging, kruiden en balans in het dagelijks leven centraal staan. Wat ooit begon als een manier om zijn eigen gezondheid te herstellen, groeide uit tot een levensfilosofie die vandaag nog steeds miljoenen mensen inspireert.

De Kneippanlage ligt verstopt achter de charmante kerk St. Barbara. Zodra we daar het pad aflopen, stappen we in een kleine oase van rust. Er is een voetenbad gevuld met ijskoud bronwater, een blotevoetenpad vol verschillende structuren en geuren, en bankjes die uitnodigen om even stil te worden. De kruidentuin met munt, salie en tijm prikkelt mijn zintuigen terwijl ik stap voor stap verder ga. Alles om me heen ademt eenvoud en natuur: de bergen, de frisse lucht en het heldere water nodigen me uit om even helemaal te relaxen en los te laten.

We lopen om het bad heen en maken het ons gemakkelijk. In het park is verder helemaal niemand. En dat terwijl het hoogzomer is met een strakblauwe lucht en een graadje of 28. Dit is de ideale locatie om te relaxen en af te koelen te gelijk. Veel beter dan het overdrukke en volle zwembad met gillende en krijsende kinderen in het dorp. Hoewel je niet moet denken dat je even heerlijk kunt plonzen in het kneippbad. Want dat is nu juist net niet de bedoeling en wil je ook helemaal niet want te koud.

De bedoeling van kneippen is verrassend eenvoudig, maar juist daarin zit de kracht. Je stapt met blote voeten in koud bergwater en tilt je knieën hoog op, alsof je een ooievaar nadoet. Door de kou trekken je bloedvaten even samen en daarna verwijden ze zich weer. Dit stimuleert de doorbloeding, geeft je immuunsysteem een boost en laat spanning uit je lijf wegstromen. Zodra je het water uitstapt, voel je warmte en energie door je benen stromen. Het contrast van koud water en de (pijnlijke) prikkels van het blotevoetenpad maakt dat je lichaam wakker schud en je pijngrens wordt opgezocht, zich herpakt, alsof je een natuurlijke reset krijgt. (Maar eerst drie keer een error want &☠️*$☠️%$ koud!!)

We liggen nog geen 5 minuten of het park stroomt vol met wielrenners. Ze houden een korte pauze en een enkeling waagt zich in het koude water. Na een kwartier verdwijnen ze weer en laten ons in rust achter. Er blijft een oudere vrouw achter die rondje na rondje loopt. Dit heeft ze vaker gedaan. Ik kom in eerste instantie niet verder dan de eerste twee treden van het trappetje. 

Waarom het zo verfrissend is? Omdat het niet alleen lichamelijk werkt, maar ook mentaal. Het koude water maakt je direct wakker, haalt je uit je gedachten en brengt je helemaal in het moment. Je voelt (niks meer), je ademt, je ervaart (vreselijke kou). Het is alsof je lichaam en geest samen besluiten: we beginnen opnieuw. In de eenvoud van een paar stappen door het water ontdek ik telkens weer hoe de natuur de beste therapeut kan zijn. Had ik al gezegd dat het water koud was? 

Königssee, waar de tijd trager loopt…

“Als je er dan toch bent, bezoek dan ook de Königssee. Dat is zeker de moeite waard.” Zei mijn collega een van de laatste dagen voor mijn vakantie. Dus plande we een bezoek in. Omdat het wel echt een toeristische trekpleister is, en hoog zomer, zijn we gebonden aan vooraf kaartjes kopen met een tijdsslot. Het maakte voor ons niet uit welke dag het zou worden want op alle dagen van de week is er prachtig weer voorspeld. 

De Königssee ligt in Duitsland en om er te komen moeten we een klein uurtje toeren. Dat is helemaal geen straf. De weg voert ons door de bergen en we hebben de prachtigste uitzichten en doorkijkjes. Voor we het weten staan we op een parkeerplaats a la Efteling. Met rijen en rijen auto’s. Ik schrik er zelfs een beetje van. Gelukkig zijn we vroeg en vinden vooraan nog een plekje. Er is in de omgeving nog heel veel meer te doen, dus eenmaal van de parkeerplaats af verspreid de drukte zich.

De Königssee is een gletsjermeer dat al duizenden jaren bestaat en nog altijd even helder en krachtig is. Het is ontstaan in de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden. Het water is kraakhelder en ijskoud, gevoed door smeltwater en omringd door steile bergen. Het meer is ruim 7,5 kilometer lang en bijna 200 (!) meter diep. Königssee betekent letterlijk ‘Koningsmeer’. Lange tijd was dit gebied eigendom van de Beierse koninklijke familie, de Wittelsbachs. Zij gebruikten het als jachtgebied en besloten het streng te beschermen. Pas in de 20e eeuw werd de toegang open gezet voor bezoekers.

Een boottocht over de Königssee is een ervaring op zich. Niet alleen vanwege het uitzicht. Halverwege houd de boot stil en de kapitein tovert een trompet te voorschijn. Het deuntje dat hij speelt weerkaatst spectaculair tussen de rotswanden. Ooit was dit een communicatiemiddel voor vissers en jagers, nu een klein cadeautje voor ons.

Wat het verder nog zo bijzonder maakt, is dat er al sinds 1909 alleen elektrische boten varen. Geen lawaai, geen stank, geen olie in het water. Alleen stilte, golven en natuur. Daarmee was dit gebied zijn tijd ver vooruit, een keuze die ervoor heeft gezorgd dat de Königssee nu nog altijd één van de schoonste meren van Europa is. En nog steeds varen de boten elektrisch, of worden ze met pure menskracht voortbewogen.

Midden op het meer ligt St. Bartholomä, het kerkje met de rood-witte torentjes dat al sinds de 12e eeuw bezoekers verwelkomt. Een heilige plek die alleen per boot bereikbaar is. Verderop, bij het eindpunt Salet, ligt het Obersee-meer. In de verte stort de Röthbachwaterval 465 meter naar beneden en is de hoogste van Duitsland. Wij kiezen ervoor om niet helemaal naar de waterval te wandelen, maar gewoon te genieten van de plek zelf. Even zitten, kijken, ademen. Soms is dat genoeg.

Al in de 19e en 20e eeuw trokken schilders en dichters hierheen om het magische licht en de serene stilte vast te leggen. En dat snap ik wel, zodra je van de boot stapt, voelt het alsof je in een schilderij bent beland. De Königssee en Salet zijn plekken die je niet zomaar van je afschudt. Het is niet alleen de natuur, het is de rust, de historie en het gevoel dat de tijd hier op de een of andere manier trager loopt.

Mijn collega had helemaal gelijk. Het was meer dan de moeite waard om daar een dag aan te besteden. 

Grießbachklamm…

Na onze vakantie in 2017 wilde ik deze wandeling graag nog eens maken. Maar ja, we zijn over het algemeen alleen in de winter hier. Dus toen onze zomervakantie dit jaar naar Oostenrijk ging stond hij hoog op mijn lijstje. De Grießbachklamm. Het is volgens Tiroolse begrippen een van de mooiste wandelplekken. Nu is mijn referentiekader wat wandelplekken betreft geen goede graadmeter, maar ik sluit mij wel aan bij deze mening. De Grießbachklamm is een, als je het zo kunt noemen, sfeervolle kloof waar helder bergwater langs de rotsen stroomt.

Voor iedere natuurliefhebber is er een route. Zelfs voor de totaal-niet-wandelaars. De kortste route is 3 km. Terwijl je door de kloof wandelt waarbij hoge rotspartijen je omringen en het water naast je over de rotsen en door de kloof klatert, heb je er geen idee van hoeveel meter je ongemerkt aflegt. De smalle paadjes, ruige rotsen, houten vlonder-delen en de hangbruggen die je passeert maken het helemaal compleet. De 3 km is zo voorbij. Voor de mensen die wat meer aan kunnen is er nog een route van 6 km en de echte “diehard” wandelaars kunnen hun hart op halen met de route van 10+ km. 

Aangezien wij de conditionele gesteldheid hebben van een “telefoon met maar 5% batterij” besluiten we wijselijk om de kleine ronde, van 3 km te lopen. Die start praktisch al op de parkeerplaats. Het pad slingert door een idyllisch decor: kabbelende beekjes en het zachte ruisen van de bomen maakt van de start al een goed begin. We zijn redelijk op tijd en het is nog niet extreem druk. Ook nu ben ik daar wel blij om. Ik heb al het moois nog niet gezien maar geniet nu al met volle teugen. 

De weken ervoor heeft het hier flink geregend. Ik was er vanuit gegaan dat het daarom een flink watergeweld zou zijn. Maar dat is niet het geval. We kunnen zelfs tot aan het water komen en als we zouden willen naar de overkant waden. Het water is mij iets te koud dus ik blijf op veilige afstand. Maar boys will be boys, dus vriendlief springt van rots naar rots en klautert behendig over een stapel stenen. 

Ongeveer veertig jaar geleden werd de kloof voor wandelaars toegankelijk gemaakt. Maar de natuur heeft hier haar eigen wil. Meerdere keren werd de route beschadigd door overstromingen, met 2012 als zwaar dieptepunt. Toch kwam er telkens herstel, met materialen uit de omgeving en met oog voor harmonie. In 2013 werd de Grießbachklamm opnieuw opgebouwd. Wat raadplegen leerde mij dat dat de opbouw volgens Feng Shui-principes is opgebouwd. Als wandelaar zou je het gevoel kunnen krijgen dat elke bocht, brug en rustplek in balans voelt. Ik was misschien iets te verwonderd door alles om dit zo te ervaren. 

Toen hoogwater de klamm bijna een jaar geleden opnieuw trof, gebeurde er iets moois: binnen acht weken waren de hangbruggen, stegen en het barfußpad (blotenvoeten pad) door de bewoners weer hersteld. Omdat wij de kleine ronde gelopen hebben, zijn we jammer genoeg niet langs het barfußpad gekomen. Dat is een breder open stuk met zandbanken waar je heerlijk met je blote voeten door het steenkoude water kunt waden. Een goede reden om nog eens terug te komen en de langere route te wandelen. 

Door de bergen…

Onze wintersportvakantie speelt zich al een aantal jaar in hetzelfde gebied af. Dat is fijn voor de mensen die niet mee de berg op gaan of voor de mensen die eerder willen stoppen. Er is bij ons in het dorp namelijk van alles te doen. Zwembad om de hoek, een sauna in het hotel, gezellig dorpje en een heuse bierbrouwerij. Voor ieder wat wils. De pistes zijn in deze periode voornamelijk wit. Dat is tijdens deze zomervakantie wel anders. De bergen tonen zich in alle tinten groen en de weidebloemetjes staan in al hun pracht en praal te schitteren. 

Wanneer we in Oostenrijk arriveren miezert het en de bergen zijn in nevelen gehuld. Zodra de koffers zijn uitgepakt en we een klein hazenslaapje gedaan hebben, wordt het tijd om het dorp in te trekken. Op de terugweg is het een beetje opgeklaard en we besluiten het weggetje langs een van de pistes op te rijden. Het is dat er een aantal herkenningspunten op de berg staan, zoals sneeuwkanonnen, een restaurant en een of ander afbraakschuurtje. Maar anders zou het voor mij totaal onherkenbaar zijn als skipiste. 

In de winter lijkt de piste vaak heerlijk uitnodigend: witte banen waar je soepel vanaf glijdt. Maar nu staan we voor een groene, toch best wel steile wand. Ik verbaas mij erover dat dit hetzelfde stukje berg is waar ik in de winter zonder moeite vanaf kom. Nu zie ik ineens alle details: de glooiingen, de richels, de schaduwen. Het oogt meteen veel indrukwekkender. Oké, in de winter kijk je vooral naar het stukje voor je, en nu zie ik de hele piste in één keer, van beneden tot boven. De sneeuw vlakt alles een beetje af en geeft het gevoel van een zachte glooiende deken. 

Na dit stukje gezien te hebben, besluiten we vandaag de andere pistes te bezoeken. De zon staat hoog aan de hemel en dat maakt het direct ook een stuk vriendelijker dan de mist op de eerste dag. Met de auto is het even zoeken welke bergweggetjes naar boven leiden. De geasfalteerde weg houdt na enige tijd ook nog eens op. We rijden haarspeldbocht na haarspeldbocht op kiezelpaadjes. We gaan alsmaar hoger en ik ben steeds meer onder de indruk van de vallei onder mij. 

Plots staan er koeien op de weg en rijden we over roosters en door poortjes met stroom. Ik vraag mij af of we wel goed zitten. Maar als ik in de verte een hele stroom fietsers, wandelaars en nog een aantal auto’s zie maak ik mij daar niet langer druk om. Dan doemt plots het hotel op waar we altijd langs skiën. Ik ben heel blij dat we dit deel “overleefd” hebben en dat ik eindelijk iets herken. We worden vriendelijk ontvangen en drinken koffie op het terras met een fantastisch uitzicht. 

Even overwegen we om te blijven zitten. Het uitzicht, de zon op ons gezicht, de koeienbellen die in de verte rinkelen en de berglucht in onze neus geven ons het gevoel klein te zijn in iets oneindig groots. Toch besluiten we nog een stukje hoger de berg op te rijden. Bijna aan de top stuiten we op een wegversperring en moeten we het hele stuk weer naar beneden. Maar eerst nemen we de tijd om te genieten van de vergezichten en van het stukje piste dat nu groen is in plaats van wit.

Castrum Caofstein…

We rijden er ieder jaar minstens één keer doorheen. Maar daar blijft het dan ook bij. Er valt op dat vroege tijdstip nog niet veel te zien en na een reis van ongeveer negen uur zijn we blij om op onze plek aan te komen. Voor mij was Kufstein niet meer dan een stip op de kaart, een plaats waar we de grens overgaan naar Oostenrijk. Maar meer ook niet. Tot nu!! 

Kufstein is een fascinerende stad in Tirol, Oostenrijk en vlak bij de Duitse grens. Ik dacht altijd dat dit een soort minidorpje was maar het blijkt met 19.223 inwoners gewoon een compacte stad te zijn. Voorzien van een rijke geschiedenis en dat is precies waar ik dol op ben. Dus toen we na een dagje acclimatiseren uitgerust waren besloten we terug te rijden en het stadje met zijn burcht te gaan verkennen. 

In het hart van de stad, hoog op een rots boven de rivier de Inn, torent de burcht uit als een stille getuige van eeuwen strijd, macht en verhalen. Ooit, in 1205, stond hier het ‘Castrum Caofstein’, in handen van zowel bisschoppen als hertogen. De muren zagen hoe politieke intriges en huwelijken hun stempel drukten op het lot van het kasteel. In 1342 werd de burcht zelfs een huwelijksgeschenk aan Margarethe “Maultasch”, de eigenzinnige hertogin van Tirol. Haar bezit was echter van korte duur, want in 1504 verscheen keizer Maximiliaan I voor de poorten, gewapend met reusachtige kanonnen, waarvan er nog steeds een hoop te bezichtigen zijn. 

De muren hielden niet stand en de burcht werd versterkt tot een onneembaar bolwerk. Met muren die tot wel zeven meter dik waren. Door de eeuwen heen wisselde Kufstein regelmatig van eigenaar. Beierse troepen, Oostenrijkse soldaten en zelfs Napoleons invloed maakten dat de vlag op de torens meer dan eens werd vervangen. Pas in 1814 werd het fort definitief Oostenrijks grondgebied. Binnen de muren speelde zich niet alleen militaire geschiedenis af. In de negentiende eeuw veranderde de burcht in een beruchte gevangenis voor politieke gevangenen, waaronder Hongaarse vrijheidsstrijders en dichters. Hun verhalen blijven als een fluistering hangen in de koude stenen gangen. 

Tegenwoordig herbergt de burcht een ander soort erfgoed. In 1931 werd in de Bürgerturm het Heldenorgel geïnstalleerd, het grootste openluchtorgel ter wereld, met bijna vijfduizend pijpen. Elke middag klinken de tonen over de stad, soms gedragen door de wind tot ver voorbij de stadsmuren. De oude rotsgangen, de diepe bron en de robuuste muren vertellen hun eigen verhaal aan wie de tijd neemt om te luisteren.

Nadat we waren uitgeluisterd, wandelden we door het prachtige Römerhofgasse. Alsof je in een sprookje bent gestapt. Een steegje met gevelschilderingen, kleurrijke erkers en de historische herberg Auracher Löchl, welke al meer dan 600 jaar oud is. Ik, gek op oudheid, vond dit wel een bezoekje waard. Sterker nog, het leek mij een fantastische plek om te lunchen. Al hoopte ik wel dat het eten niet zo oud zou zijn. Helaas bleek de herberg (het oude gedeelde) niet open en werden we doorgestuurd naar de overkant van de straat, een pand met uitzicht op de Inn. Daar besloten we enkel een bak koffie te drinken.

Nadat we elders een heerlijke lunch naar binnen hadden gewerkt, maakten we nog een ronde door de stad om daarna moe en voldaan onze eerste vakantiedag af te sluiten.