Een dubbele reis…

De start van de wintersportvakantie valt in dezelfde week als de uitvaart van mijn schoonvader. De afleiding komt als een geschenk uit de hemel. Tegelijk voelt het raar om plezier te maken terwijl we even daarvoor nog in zo’n verdrietige achtbaan verkeerden. We slepen het dubbele gevoel als extra bagage met ons mee naar Oostenrijk, terwijl de auto, samen met zoonlief en zijn vriendin, al afgeladen vol is. We besluiten er met elkaar het beste van te maken. Want hoe mooi is het als je je mag omringen met lieve familieleden die stuk voor stuk ook nog eens begrijpen hoe het voelt.

Na een redelijke reis arriveren we op onze nieuwe vakantiestek. Nou ja, het dorp is nog wel hetzelfde alleen onze accommodatie is anders. Het hotel waar we jarenlang vertoefd hebben, besloot om hun concept aan te passen naar een B&B. Iets wat niet aan ons besteed is. We hoopten een goede vervanger te vinden in een hotel direct aan de piste. Het restaurant was ons overigens niet onbekend. Meermaals hebben we hier tijdens voorgaande vakanties met de complete groep geluncht. Voor de tantes die niet skiën is deze locatie vanuit het dorp namelijk ook prima aan te lopen.

We worden niet teleurgesteld. Het hotel overstijgt mijn verwachtingen. Hoewel de kamer iets kleiner blijkt dan wij gewend zijn, komen we er al snel achter dat het restaurant, de bediening, sauna’s en de algehele entourage meer dan goed zijn. Ja, wij komen de week wel door hoor. Na het ontbijt duurt het echter nog even voor we de kamersleutel krijgen. De kids bedenken zich geen moment en toveren de snowboardgear uit de auto. Nog voor de lunch zijn er al een aantal afdalingen gemaakt. De “oudjes”, nog te moe van de reis, zitten de tijd uit op het terras in de zon. Ook niet verkeerd. 

De volgende dag ervaren we hoe zalig het is om na 10 passen al op de piste te staan. Ik klik mijn voeten in mijn nieuwe snowboardbindingen en maak mijn eerste meters naar de gondel. Daar aangekomen blijkt er niemand te staan. “Waar is de rij?” is een van de uitspraken die we vaker uiten deze week. Het is zelfs zo rustig dat we hele pistes voor ons alleen hebben. Sterker nog, de langste rij is tijdens het toiletbezoek na een lunch ergens op de berg. Bizar hoe rustig het is. 

De weergoden zijn ons goedgezind. We boffen: Mooie blauwe luchten en witte pistes. We boarden soms dwars door de wolken. Voor het fijne is het net iets te warm, maar het mag de pret niet drukken. Het duurt een paar dagen voor het mij lukt om al staande en glijdend mijn voet in mijn binding te klikken. Toch ben ik heel blij met mijn nieuwe aanwinst. Ik heb geen een keer kramp of slapende voeten. Mijn schoenen zitten als pantoffels en het boarden gaat erg fijn. Neef leert mij een nieuwe techniek waardoor het mij lukt om een tandje op te schroeven. De heren lachen mij nog net niet uit als ik, uiteraard, als laatste bij de lift aankom. Maar de lach op mijn gezicht neemt niemand mij af. 

We hebben weer genoten van een week vol sneeuwpret, lekker eten en goed gezelschap. Maar ook van de fijne en soms diepgaande gesprekken. De spullen liggen inmiddels weer opgeruimd op zolder. Klaar voor volgend jaar. 

overzicht van onze wintersportweek
🥰

Toch maar wel…

Al twee jaar roep ik dat ik een andere skibril wil, want het vizier op mijn skihelm is niet voldoende. Niet om te gebruiken bij kou en wind, maar ook niet als filter bij mist, sneeuwval of zonnig weer. Eigenlijk is het een nutteloos ding. Twee jaar terug is het begonnen. Plots had ik last van de zon en een vorm van sneeuwblindheid. Iets waar ik tot dan toe nog niet eerder mee geconfronteerd werd, begon nu een last te worden. Met het prachtige weer moest ik de halve dag met mijn ogen dicht van de berg af zien te komen want, tja het vizier op mijn helm deed niet veel. 

Dat jaar erop, vorig jaar dus, nam ik uit voorzorg mijn eigen zonnebril mee. Dat was geen overbodige luxe. De zon scheen namelijk onophoudelijk en ook nu kon ik mijn ogen niet openhouden. Dankzij mijn zonnebril heb ik er geen minuut last van gehad. Het enige nadeel is dat de bril en helm niet heel fijn op elkaar zijn afgestemd, met als gevolg dat mijn zonnebril scheef op mijn hoofd stond en een complete afdruk in mijn gezicht achterliet. Dat moet een volgende keer anders. Ik wil een skihelm waar deze zonnebril fijn op aansluit, of een skibril die netjes op mijn helm past. 

Eenmaal in de winkel besluit ik een compleet nieuwe set aan te schaffen, aangezien mijn oude helm ook al een aantal jaar meegaat. Veiligheid gaat immers boven alles. De nieuwe skibril past zich aan alle weersomstandigheden aan. En mocht dit nog niet voldoende zijn, dan past mijn eigen zonnebril, die speciaal voor op het water of in de sneeuw is, prima onder de helm en op mijn neus. Helemaal blij met mijn nieuwe aankopen loop ik naar de kassa, alwaar ik een medewerker tegen het lijf loop die zich bezighoud met speciale snowboardbindingen. Je klikt als het ware je schoen op de binding in plaats van je voet in te snoeren, en je bent ready to go. Hij heeft mijn volledige aandacht.

De beste man steekt van wal met zijn spreekbeurt. “Niet steeds meer hoeven zitten om je bindingen vast te gespen. Vanuit de lift direct door kunnen. Niet iedereen die op jou hoeft te wachten. En het mooiste, het directe contact met je board en de sneeuw… Ik werd steeds enthousiaster. Maar ja, ik heb bindingen en schoenen, en ik had net al een bril en helm gekocht…. Dus ik bedank de verkoper voor alle info en loop naar de uitgang. 

Vriendlief spreekt, nog voor we de winkel uit zijn, de magische woorden: ik betaal!! Nee grapje. Hij haalde aan dat mijn oude schoenen al een soort van stuk zijn. En ook mijn bindingen, meer dan 10 jaar oud, aan vervanging toe zijn. Dat die “plastic dingen” nog niet kapot gesprongen zijn is een godswonder. Oké, vriendlief heeft een goed punt en omdat ik zo heel stevig in mijn (kapotte snowboard)schoenen sta *not* draai ik op mijn schrede om en ga opzoek naar de spreekbeurtmeneer… 

Hij lacht als hij mij weer ziet aankomen. “Je bedenken is het beste dat je kon doen vandaag” is zijn eerste reactie. Hij beantwoordt al mijn vragen en daarna helpt hij mij vakkundig aan nieuwe schoenen en bindingen. Ik ben echt super goed geholpen en kan niet wachten om mijn nieuwe set uit te gaan proberen in de sneeuw. 

Obstacle run …

Uit de oude doos, maar hij blijft grappig.

In mijn ene hand heb ik een zak hooi van rond de 12 kg en in mijn andere een verrekte splinter. Die er ingeboord werd toen ik de laatste pluk hooi in de zak propte. De hooibaal, die om logistieke reden heel onlogisch is geplaatst, is alleen via een kleine hindernisbaan te bereiken. Om er bij te kunnen heb ik mij tussen twee andere balen in laten zakken. Hoe ik weer naar boven moet komen vraag ik mij nu dus af. Met wiebelige benen probeer ik mijn evenwicht te hervinden. 

Deze hooibalen zijn normaal zo stevig als een huis. Maar wanneer de touwtjes allemaal doorgesneden zijn en het ook nog eens die baal is waar ik overheen moet om aan het begin te komen dan kan dat best een uitdaging zijn. Na wat klim- en klauterwerk, een vloek links en een uitglijder rechts, lukt het mij om één zak, gevuld en al, mee het hok uit te slepen. Met het zweet op mijn voorhoofd duik ik het hok weer in. Er moeten nog twee zakken gevuld. Vanuit de paddock klinkt er gehinnik. Volgens sommige duurt het te lang….

Ken je die puinruim zakken, van die bigbags? Dat zijn onze hooizakken. Oké ze zijn iets kleiner, maar nog steeds flink aan de maat. Ik sleep zo’n zak achter mij aan en ga vol goede moed de hindernisbaan weer over. Onder het zeil door, op het krukje via de kleine baal, over een grote baal naar de achterkant van het hok. Ik laat mij vakkundig tussen de balen naar beneden glijden en vul opnieuw een zak. Ik zet mijn hand boven op de baal. Wanneer ik afzet zak ik met diezelfde hand tot aan mijn oksel tussen de inmiddels losliggende plakken hooi van diezelfde baal. Mijn goed gevulde hooizak, die ik al bovenop de baal had gekregen, raakt uit balans en dondert over mij heen het “ravijn” in. De hele zakken-vul-exercitie begin van vooraf aan. Uiteindelijk kom ik al hijgend, proestend en badend in het zweet uit het vervloekte hooihok. Aan iedere hand sleep ik een gevulde zak mee. En die verrekte splinter! 

Ik gooi een zak in de kruiwagen en sjok door de paddock naar achteren. Halverwege wordt mijn pad geblokkeerd door een skippybal van de paarden. Wat the f*ck? Het lijkt hier wel een obstacle run. Achter mij hoor ik hoefgetrappel en als ik mij omdraai staan er 5 pony’s vragend te kijken waarom het wederom zo lang moet duren… Hoewel ik niet met een stopwatch heb staan klokken heb ik er wel beduidend langer over gedaan. Ik slalom mijn kruiwagen om de bal, de mesthopen er achter en de kuil die een van de knollen uitgerekend hier heeft staan graven. Nog voor ik de kans krijg de zak te legen in de daarvoor bestemde ruif wordt er al aangevallen alsof ze dagen niks gevroten hebben. De hongerlappen. 

Echt kei-verrot, neusgaten vol met stof en compleet bezweet neem ik afscheid van mijn veelvraten en keer huiswaarts. Als er nog mensen moeten trainen voor één of andere hardloop, obstacle run of mudmasters gedoe?? Kom dan alsjeblieft mijn voerdienst overnemen. Wedden dat je in no-time een topconditie hebt?! De stoflongen en broekzakken gevuld met hooi en stro krijg je dan van mij, geheel gratis!!

Sticky bloemkool…

De voorgerechtjes worden op tafel neergezet. De meeste ken ik. Alleen het laatste gerecht ziet er wat raar uit. Het lijken wel kipkluifjes. De persoon naast mij ziet mij bedenkelijk kijken en zegt dat het sticky cauliflower is. “Sticky cauliflower?” Herhaal ik wat schaapachtig. Tja, plakkerige bloemkool klinkt niet echt aantrekkelijk om in je bakkes te stoppen. Maar bij sticky cauliflower krijg ik wel zin om dit te proberen. Zeker omdat het er helemaal niet uitziet als bloemkool. Hoewel het sticky genoemd wordt, is het niet heel erg plakkerig. Wat ik dan wel weer verwacht had. Voorzichtig neem ik een hapje. Het gerechtje is op voor ik er erg in heb. Jammer genoeg is er voor iedereen maar 1 stukje.

Oké, dit had ik dus bepaald niet verwacht. De kleur, structuur, geur en vooral smaak. Totaal niet bloemkool-achtig. Ik vind het zo lekker dat ik besluit het thuis ook te proberen. “Sticky bloemkool? En wat moet ik mij daarbij voorstellen?” Zegt vriendlief. Daar kwam ie eerder in januari achter. Want ik kon niet wachten om het te gaan proberen. Het internet staat vol met dit soort gerechten. Ik zocht een gerecht uit waarvan ik dacht dat die het dichtst in de buurt zou komen van wat ikzelf geproefd had en kwam uit bij Mandy.

De laatste jaren ben ik wat meer gaan experimenteren in de keuken. Ik ben er achter gekomen dat ik het uitproberen van nieuwe gerechtjes best leuk vind. Zeker wanneer het ook nog smaakvol blijkt te zijn en de bereiding niet al te ingewikkeld is. Waar ik alleen niet zo’n fan van ben is het aanschaffen van kruiden die wij doorgaans niet gebruiken en dan na eenmalig een snufje toegevoegd te hebben in de kast staan te wachten tot ze weggegooid mogen worden. Ik bekijk de lijst met boodschappen dan ook nauwkeurig en zie dat ik bepaalde ingrediënten kan vervangen. De kans dat de smaak hierdoor iets kan veranderen, neem ik voor nu voor lief. 

Zodra ik al mijn kruiden in huis heb ga ik aan de slag. Vakkundig snijd ik de bloemkool in ongeveer evengrote roosjes. Vervolgens maak ik een beslag zoals aangegeven in het recept. De roosjes haal ik door het beslag en wanneer de oven op temperatuur is schuif ik de hele plaat met bloemkool erin. Ondertussen maak ik de saus waarbij ik al roerend de ingrediënten in het pannetje mik. Het pruttelt al lekker en vanuit de woonkamer krijg ik complimenten dat het zalig ruikt. Nu de smaak nog…

Na een kwartier haal ik de roosjes uit de oven en besmeer ze met de saus om ze daarna nog even verder te laten garen. Volgens het recept zou ik de overgebleven saus net voor opdienen over de bloemkool moeten gieten. Maar ik heb geen saus meer over. Zelf improviseer ik iets met de overgebleven ingrediënten wat ook prima gaat. 

Ik versier de boel met een lente-uitje en sesamzaadjes en serveer het met rijst en kip. Vol verwachting nemen vriendlief en ik plaats aan tafel. Bij de eerste hap ben ik aangenaam verrast. Het smaakt totaal niet naar bloemkool. Toegegeven, het heeft niet de smaak zoals in het restaurant maar een goede eerste poging is het zeker!! Het leuke is dat je sticky bloemkool ook als snack kunt serveren. Ik ga hem daarom zeker nog eens proberen.  

Deze prachtige foto is niet van mij, maar van Mandy en is afkomstig van haar Insta.

Verkenning van de polder…

Buiten is het mistig, koud, maar zo te zien windstil. Binnen is het behaaglijk warm en eveneens stil want de heren zijn beide de hort op. Zelfs de vogel is stil, gevloerd na een ochtend slopen van dozen. Hoe langer ik in mijn coconnetje op de warme behaaglijke bank blijf zitten, hoe meer ik naar die koude mistige windstille omgeving verlang. Ik voorzie mijzelf van warme kleding en mijn wandelschoenen en ga lekker naar buiten. Mijn horloge laat ik alvast een GPS opzoeken om mijn gelopen km’s vast te leggen, terwijl ik ondertussen mijn veters aan het strikken ben. Ik schud nog snel even mijn haar los. Door het vochtige weer hoef ik er niks aan te doen. De krullen schieten er vanzelf in en blijven de rest van de dag zitten. Gemak dient de mens.

Ik zit ergens halverwege in een luisterboek dat spannend is en laat mij al lopend voorlezen. Het boek gaat over een meisje dat vermist is en later, vermoord en al, wordt teruggevonden. Een passend onderwerp voor de route die ik loop waarbij ik ook de begraafplaats passer. Brrrr, ik steek snel de straat over en kom in de polder terecht. Heerlijk desolaat is het hier. Het beeld past compleet in het troosteloze grijze plaatje. De stem in mijn oor babbelt verder en ik zet de ene voet voor de ander.

Bij een splitsing besluit ik rechts aan te houden in plaats van links en maak daarmee mijn route iets groter. Het is een stukje dat ik niet helemaal ken en ik weet ook niet hoever ik door kan wandelen. Maar al snel kom ik uit bij een bruggetje dat mij terugleid naar de grote weg. Ik pak daar het voetpad om zo de laatste meters langs het water te kunnen lopen. Eenmaal aan de overkant van de drukke weg heb ik een keus: linksaf of rechtdoor. Ik besluit mijn route langer te maken door het water te blijven volgen.

De halsbandparkieten komen in paartjes aangevlogen en landen in de bomen waar ik vervolgens onderdoor loop. Ik pauzeer het verhaal in mijn oor en laat mij nog even verwonderen door alle vogelgeluiden die ik nu zo helder waarneem, voor ik op huis aan ga. Dan schiet er op nog geen vijf meter bij mij vandaan een ijsvogel uit het riet. Hij showt zijn prachtige blauwe en oranje kleuren voor hij naar de overkant van de plas fladdert. Wauw, ze zitten dus gewoon ook hier!

Ik probeer de ijsvogel te blijven volgen maar het zicht laat het niet toe. Niet dat het zo mistig is. Het zijn mijn ogen die niet scherp willen stellen op die afstand. Wat ik vervolgens wel zie zijn twee baltsende futen. Die zijn er vroeg bij voor de tijd van het jaar. Ik zou die ook nog graag eens vanuit het water op de foto willen zetten. Wie weet, kan ik dat ooit hier eens doen. Nu ik weet dat dit de “thuishaven” van zowel de futen als de ijsvogel is zou ik eens een poging kunnen wagen. 

Mijn huis komt langzaam dichterbij maar ik ben stiekem nog niet uitgewandeld. Ik zou nog wel zo’n ronde kunnen maken, het is heerlijk buiten. Maar ik besluit wijselijk nu eerst op huis aan te gaan. Misschien kan ik vanavond nog wel een stukje door de wijk… 

De kennismaking…

“Als je het prettig vindt, kunnen we eerst nog een kennismakingsgesprek plannen bij ons op het opleidingsinstituut. Laat maar weten of je dit wilt.” Zo eindigde de bevestigingsmail die ik ontving na mijn inschrijving voor een nieuwe opleiding. Hoewel mijn keus om de opleiding bij hen te volgen na grondig onderzoek is gemaakt, besloot ik op haar uitnodiging in te gaan. Want ja, ik was wel benieuwd waar ik het komende jaar terecht zou komen en wie deze twee docenten in het echt zijn. In oktober had ik mij al ingeschreven, maar de daadwerkelijke kennismaking kon pas eind december plaatsvinden.

Mijn wekker gaat al vroeg af en dat op de eerste dag van mijn minivakantie zo vlak voor de kerstdagen. We hebben om 10.00 uur afgesproken bij hen op de locatie. Ik heb er zin in. Google maps zegt dat ik er wel even over doe met de drukte op de weg. Druk is het inderdaad. Toch ben ik sneller op de plaats van bestemming dan ik verwacht had. Het is koud en guur buiten maar zodra ik daar binnenstap word ik letterlijk en figuurlijk onthaald door warmte. Dat begint in ieder geval alvast goed. 

Voor mij staan twee enthousiaste mensen, tevens de eigenaren van het opleidingscentrum. Ze hebben niet alleen de tijd uitgetrokken voor een kennismakingsgesprek maar ook voor een rondleiding. Als we de handen geschud hebben en ik mijn jas heb opgehangen word ik meegevoerd door het pand. Ik krijg uitleg over de praktijk en welke ruimtes het pand allemaal heeft. Verder wordt er verteld over de verschillende cursussen en opleidingstrajecten die ze geven en beknopt krijg ik te horen waar ik tijdens mijn opleiding onder andere mee te maken ga krijgen.

Daarnaast word ik uitgenodigd om iets over mezelf te vertellen. Waar kom ik vandaan en waar wil ik naar toe? Wat wil ik bereiken met dit traject? Onder het genot van een kop thee vertel ik wat ik al zo lang wil en hoe het beeld zich beetje bij beetje in mijn hoofd heeft gevormd. Ik vertel ze over mijn voorgaande cursussen en wat ik denk nodig te hebben. Ik krijg de lesstof onder ogen en schrik even van de hoeveelheid. Gelukkig is het niet alleen tekst en heb ik een jaar de tijd om alles eigen te maken. 

De groepen zijn niet extreem groot, wat ik erg fijn vind. Zo komt iedereen aan bod en is er veel persoonlijke begeleiding. Naast de theorie is er ook ruimte voor de praktijk, want alleen door ermee bezig te zijn ga je het ervaren en voelen. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen dus.   

Na anderhalf uur nemen we afscheid van elkaar. Dit gesprek voelde als een openbaring. Iets wat al lang in mijn binnenste borrelde maar waar ik eigenlijk nooit echt met iemand in mijn omgeving zo open over heb kunnen praten. Dit zijn mensen die het werk al jaren doen en heel normaal vinden terwijl mijn omgeving soms wat schaapachtig kijkt als ik het heb over energetisch werk. Nog enthousiaster dan toen ik binnen kwam ga ik weg. Ik heb zoveel zin om deze nieuwe reis te starten dat ik niet kan wachten om te beginnen. 

Een ode aan tante…

Ze is al bijna 44 jaar mijn tante. En ook nog eens mijn oudste tante. Dit weekend mocht ze 75 kaarsjes uitblazen. Dat heeft ze gevierd met haar familie. 

Zo’n beetje mijn hele jeugd woonden we in dezelfde flat, op dezelfde verdieping en maar 4 deuren bij elkaar vandaan. Letterlijk op een steenworp afstand. Ze paste wel eens op mij en toen ik zelfstandig de galarij over mocht steken, speelde ik daar geregeld. Want mijn grote neef had namelijk een spelcomputer. Ze hadden daar Lu koekjes. Er stond altijd een grote pot drop en de glazen werden tot de rand gevuld met 3es. Mijn oom en tante stopte mij van alles toe. Alles wat ik thuis niet mocht kreeg ik daar wel. 

Mijn oom kwam spijtig genoeg op jonge leeftijd te overlijden. Mijn tante werd weduwe op ongeveer de leeftijd die ik nu heb. Pijnlijk en intens verdrietig. Beetje voor beetje klauterde ze omhoog uit het diepe gat dat het overlijden van haar man geslagen had. En juist in die periode groeide ik meer en meer naar mijn tante toe. Alsof mijn oom van bovenop zijn wolk mij een figuurlijk zetje had gegeven. 

Ons eerste uitje was een dagtocht naar de Orchideeën Hoeve. Het idee kwam via een folder de brievenbus binnen en ik kon niet wachten om haar mee te vragen. Heb geen idee of dit soort reisjes überhaupt nog georganiseerd worden. Mijn tante had mij er al voor gewaarschuwd, de bus zat vol bejaarde en met mijn 16 jaar was ik duidelijk de jongste. Toch was het een hele leuke rit. De mensen in de bus waren aardig en de buschauffeur vertelde leuke anekdotes over de plaatsen waar we doorheen reden. Onderweg was er een roadshow, lekker eten, een bingo en aansluitend bezochten we de Orchideeën Hoeve. 

Dit zette de toon voor meerdere uitstapjes samen. Mijn eerste echte vakantie volgde al snel, ook met tante. Met een bus, op de boot, naar Londen. We hadden wederom een leuke gids die heel veel over de geschiedenis en de stad wist. We waren er tijdens “Trooping de Colour” en zagen zonder het gepland te hebben wat leden van het Koningshuis. Bezochten alle toeristische trekpleisters en maakten een heel album vol met foto’s en mooie herinneringen. Het jaar erop nam tante mij mee naar Turkije. Voor mij de eerste keer vliegen en ik vond het super spannend. Maar tante loodste mij overal doorheen. Ze had zelfs haar angst opzij gezet en ging mee naar Poownie, die toen nog op een eiland stond waar je alleen met een roeiboot kon komen.

Ik bleef bij tante slapen zodat we samen live naar de opening van de Olympische Spelen konden kijken, die ’s nachts uitgezonden werd. Ik bleef iedere woensdag eten zodat we daarna in één streep door konden naar mijn andere tante. Daar kon ik oppassen op mijn nichtje terwijl de twee dames gingen sporten. We bezochten pretparken, dierentuinen en gingen samen shoppen. We maakten een citytrip naar Rome en we gingen samen op countrydansen. Ik haakte na een paar jaar af maar Tante bleef en danst nog steeds.

Inmiddels zijn we heel veel uitstapjes en jaren verder. Het lichaam is wat strammer. Het zicht wil ook niet meer zo. Toch hoop ik dat tante nog heel veel jaren mee mag gaan. En dat we in 2025 weer een paar mooie uitstapjes mogen maken.

Samen, door de jaren heen ❤️

Blokje om…

De afgelopen maanden heb ik aardig wat passen gezet. De loopband is immers meermaals per week de start van mijn workout. Ik vind het lekker om al wandelend mijn spieren op te warmen. Soms is het gewoon fijn om even de benen te strekken na een tijd gezeten te hebben. Sinds enige tijd vind ik het heerlijk om mij al wandelend buiten te begeven. Ik vind het zo fijn dat ik zelfs met regenachtig weer een rondje maak. Bij de start van afgelopen winter waren de rondes overigens niet super groot. Een paar blokken door de wijk was voldoende om aan mijn dosis frisse lucht en beweging te komen. Aan het begin van de decembermaand werden deze rondes opgeleukt door alle lampjes en versiersels die zowel buiten als binnen waren opgehangen.

Vriendlief kreeg ik maar een enkele keer mee. Hoewel wandelen met zijn tweeën gezelliger is vind ik het ook geen probleem om in mijn uppie een blokje om te gaan. Wanneer het een drukke dag is geweest en mijn hoofd vol zit met aller handen en soms niet relevante zaken is het juist erg fijn. Ik merk dat mijn hoofd met iedere kilometer die verstrijkt leger en leger wordt. Er komt rust voor in de plaats en dat is zo’n fijn gevoel. Wanneer ik tussen de paarden loop ervaar ik het zelfde. Alsof je al je figuurlijke shit daar kunt droppen en met een leeg hoofd weer weg gaat. Dat geeft dan ook weer ruimte voor andere inzichten. 

Terwijl ik met mijn capuchon over mijn hoofd door de wijk loop, want langzaam begint het te druppelen, plopt opeens mede blogger Rianne in mijn hoofd op. Rianne had een doelstelling bedacht om een x aantal km te lopen in een jaar. Dan eens hier, dan eens daar. En ondertussen schiet ze platen van al het moois of bijzonders dat ze onderweg tegenkomt. Ooh ja, bedenk ik mij, dat wil ik ook. Ik ben gek op challenges. Vooral om er mee te starten. 

Al wandelend reken ik uit wat voor mij haalbaar is en hoevaak ik per week dan naar buiten moet. Ook als ik geen zin heb. En als het nu echt rotweer is, zouden de gelopen km op de loopband dan ook mogen tellen? Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat het misschien beter is om hier helemaal geen challenge aan te hangen. Want ik ben namelijk ook een kei in het niet afmaken van dit soort zelf opgelegde uitdagingen. Het moet vooral geen moeten worden. Dus wandel ik door met de gedachten dat ik met ieder stap dichter bij een leeg hoofd en fitter lichaam kom. Ik laat mijn horloge uitrekenen hoeveel km ik dan in een bepaalde periode volbracht heb. Dat dan wel weer…

Ondertussen ploppen er allerlei ideeën in mijn hoofd op. Voor mijn blog, voor de fotografie, voor een nieuw gerecht. Want tja, met al dat wandelgeweld wordt je creatieve brein ook aangesproken. Maar ik kan ze niet ergens noteren want ik loop buiten en het regent. Dus laat ik mijn telefoon in mijn binnenzak. Ik hoop, zoals altijd, het allemaal te kunnen onthouden maar weet uit ervaring dat ik het toch echt weer ga vergeten. Voor nu niet getreurd… Ik ga van de week toch weer een wandeling maken. Ploppen de ideeën vanzelf wel weer op. 

Goede voornemens…

Zo, nu de festiviteiten van de decembermaand achter de rug zijn kan het “gewone” leven weer beginnen. Hoewel, wat is gewoon tegenwoordig nog!? In ieder geval ga ik weer over op de orde van de dag. Wat gelijk staat aan een beetje regelmaat, orde en het normale huishoudelijke werk. Maar voor ik dat doe blik ik nog wel even terug naar onze oudejaarsavond en de overgang naar het nieuwe jaar. We waren uitgenodigd bij mijn nichtje en neef thuis, waar we een avond met familieleden en vrienden hebben doorgebracht. Er stond een tafel met heel veel lekkers en (ook gezonde) hapjes. Er was geheel in style van mijn nichtje, een pubquiz georganiseerd en verder was het vooral een gezellig samenzijn waarbij we met elkaar de laatste uren van het jaar hebben doorgebracht. Daarna was er champagne, zelfgemaakte oliebollen, vuurwerk en de start van een gloed nieuw jaar. 

Niet al te laat doken we ons bed in. De eerste (werk)momenten van het jaar hebben zich weer aangeboden en zoals ik al aangaf vind ik het erg fijn om over te stappen naar orde en regelmaat. Daarnaast keek ik alweer een paar dagen uit om mij bezig te houden met goede gewoontes, bewegen, bloggen en terug naar de dagelijkse realiteit van het poetsen en schoonmaken van het huis. Hoewel dat laatste niet zozeer op mijn yippie-ayee lijst staat maar toch wel gedaan moet worden. Het begon met het opruimen van de kerstspullen en daarna toch echt wat van de huishoudelijke taken. De vuile was draait zich immers niet vanzelf… 

En dus sta ik nu boven verschillende kledingstukken van zoonlief, die ik wonderbaarlijk al een paar dagen niet in persoon gezien heb. De stapel vuile was heeft ie wel mooi laten groeien… In deze berg, die voornamelijk uit zwart en wit bestaat, kom ik zijn werk- en sportshirts tegen. Hij is al zeker twee weken vrij. De vraag wanner ie die dan aan heeft gehad blijft nog even onbeantwoord. Ik hamer er op dat alles uit jas-en broekzakken gehaald moet worden. Dat blijft toch een lastig dingetje. Uit ervaring weet ik dat het beter is om alle zakken dan zelf nogmaals te controleren. Ik ben zuinig op mijn hardwerkende machine. Heb hem, zeker met zoonlief in huis, immers vaak genoeg nodig. 

Het is direct bij de eerste hoodie al raak. Ik haal een pasje uit een van zijn zakken. Geen idee waarvan. Uit een broekzak haal ik losgeld en een muntje van een bar. Uit zijn werkbroek haal ik diverse schroefjes, een boordje, een magneetje en een fineliner. Wat doet dat in vredesnaam allemaal in je broekzak? Deze zouden, als het aan hem zou liggen, allemaal meegewassen worden. 

Ik verzamel sinds enige tijd alles wat ik uit zijn kledingstukken haal. De verzameling “gevonden voorwerpen” wordt alsmaar groter. Ook de spaarpot die ik voor de grap op zijn kamer heb gezet vult zich wekelijks met kleingeld. Wat op zich dan wel weer handig is, maar niet helemaal bedoeld. De regel: ligt het niet in de wasmand, dan wordt het niet gewassen, gaan we dit jaar maar uitbreiden. Ik weet niet of zoonlief al goede voornemens had. Bij deze heb ik er één voor hem verzonnen.