A day off

Voetbal fotograferen is lange tijd mijn lichtpunt op de zaterdag geweest. Ik haalde er heel veel energie uit en deed dit soms met nog meer plezier dan de boys op het veld. Met de drukte om mij heen is het steeds moeilijker om dit gevoel te behouden. Fotograferen ging mij tegenstaan en op het laatst voelde het meer als een verplichting dan als een hobby. 

De voetbal, of eigenlijk het fotograferen daarvan, is dan ook het eerste wat ik besluit los te laten. Alleen al om meer ruimte te creëren voor rust in mijn hoofd en tijd voor mijzelf. De eerste twee zaterdagen voelen aan alsof ik spijbel. Alsof ik tijd voor mijzelf creëer dat ik eigenlijk aan andere zaken zou moeten besteden. Dat is precies het moment waarop ik realiseer dat het juist goed is om afstand te nemen en dit even los te laten. 

De zaterdagen erna voelen stuk voor stuk aan als een cadeautje. Ik heb niet alleen een middag “vrij” maar ook het bewerken van de foto’s en het bijhouden van diverse social media kanalen komt te vervallen. Ik houd een hele dag aan tijd over. Toen vriendlief vroeg of ik zin had om mee te gaan naar de voetbal bedankte ik hem direct. Nee! De voetbal staat even helemaal onder aan mijn lijst. Ik heb besloten om pas weer over de voetbal na te gaan denken wanneer ik het ga missen. Tot die tijd geniet ik van mijn extra zaterdagen die na al die weken nog steeds aanvoelen als een extra vakantiedag.

Een dag vrij betekend wel dat er tijd overblijft voor zaken waar ik normaal tijd voor moet maken. Het schoonmaken van de complete bovenverdieping is zo’n taak. Iedere keer doe ik wel iets. Snel de badkamer. Of de slaapkamer. Of de trap. Tussen de bedrijven door dus. In etappes, want geen tijd. Maar nu, met mijn gevoel van zeeën van tijd, kan ik er eens flink tegenaan. 

Ik besluit maar direct grondig te werk te gaan en trek alles van zijn plaats. Alleen al in de badkamer vind ik rommel die er niet thuis hoort. Lege verpakkingen van shampoo, spullen van zoonlief. In kamers waar het niet zou moeten tref ik kleding aan, zowel schoon als vuil. Op de overloop liggen sporttassen, maar ook boodschappentassen (?) en gereedschap. Ik de slaapkamers staan lege, half lege en volle flesjes water. 

Ook ik maak mij schuldig aan de rommel want mijn SUP-spullen liggen na mijn laatste tocht ergens eind zomer, nog steeds “te drogen”. Ik sorteer en ruim op. Gooi weg wat weg kan, vul waar nodig spullen aan en rangschik hier en daar de boel.

Er wordt flink gestoft en gesopt. Als laatste wissel ik de stofzuiger voor een dweil en zwabber alles lekker schoon. Ik neem er de tijd voor. Want die heb ik nu ook. Na mijn dagtaak poetsen kijk ik tevreden op mijn werk terug. Alles is weer schoon en aan kant. Een voordeel van een keer in de zoveel tijd goed poetsen is dat ik veel meer voldoening uit en van mijn werk heb. En de zin in voetbalfotografie? Die komt vanzelf wel weer terug.

Bedankt Boys, voor alle keren dat jullie mij een toffe zaterdag hebben bezorgd. Hopelijk tot snel ⚽️

Verzorgster gezocht…

Kunnen jullie je dit blog  nog herinneren? Waarin ik vertelde dat Poownie, na een lastige periode, het weer zo goed deed. Dit ging zelfs nog beter toen eerder dit jaar het weideseizoen aanbrak. Poownie mocht van mij zoveel eten als ie op kon. Met zijn 28 jaar mag hij van mij van alles genieten. Een distel? Een rietstengel? Klaver? Gras? Eet alles maar lekker op! Maar het bleef niet bij eten. Deze opa kreeg een opleving en wilde iedere dag naar buiten. Wilde de boel verkennen en zijn benen strekken. Een stukje rennen zelfs. 

Hier had ik stiekem op gehoopt maar ik had het nooit meer verwacht. Blij ben ik er wel mee. Het betekend dat het goed met hem gaat. Zo goed zelfs dat ik hem persoonlijk niet meer kan geven wat hij zo graag zou willen. Vaker op buitenrit.

Poownie heeft tot een paar jaar terug altijd een verzorgster gehad. Dit werkte prima. Het was immers een win-win. De verzorgster had aan Poownie een gouden paardje waar ze, als dank voor haar toewijding en liefde aan mijn paardenkind, alles mee kon en mocht doen. Ze hadden als het ware een eigen paard zonder bijkomende kosten. En ik had wat extra tijd. Maar Poownie was toen jong. Waardoor springen, dressuur, wedstrijd rijden, strand- of bosritten maken allemaal gewoon kon. Hij is nu 28 en, hoewel hij denkt alles nog te kunnen, toch al richting bejaard aan het gaan. Wie zit er nu nog te wachten op zo’n “oude” pony? 

Nadat ik alle voors en tegens had afgewogen stapte ik toch op haar af. Een dame die lange tijd bij ons op stal verzorgd heeft. Nu inmiddels geen paardje meer tot haar beschikking heeft maar nog steeds trouw haar diensten en die van andere vervult. Dat noem ik toewijding! Ik wist alleen niet zo goed hoe ik dit moest gaan vragen dus viel maar direct met de deur in huis… “Ik zoek een verzorgster voor Poownie en vroeg mij af…” “…Ik wil je wel helpen hoor, lijkt mij super leuk!” Was haar reactie. Ze hoefde er niet eens over na de denken. Die zelfde week spraken we af om het een en ander door te nemen.

Uren achtereen rijden zit er niet meer in. Flinke stukken crossen ook niet. Wanneer de ritten met Opa met beleid worden gemaakt zou hij nog wel even mee kunnen. Toen zelfs dit alles geen belemmering voor haar was besloten we de stap te nemen. Letterlijk. De eerste paar ritten maakten we samen. Zij in het zadel en ik op mijn stalen ros ernaast. Zo kon ik haar van alles vertellen over zijn “penny-pony-streken” want hij mag dan wel 28 jaar zijn, hij is en blijft een pony!! Terwijl zij hem beter kon leren kennen. 

Het is zo leuk om ze samen te zien. Zijn oren staan al die tijd naar voren en om haar mond zie ik de hele rit een glimlach. Stap, draf en zelfs een stukje galop. Mijn hart maakt een sprongetje als ik ze zie genieten. Ja, ik denk dat dit een goed besluit is geweest.

Terwijl ik uren sta te grazen en wandelingen maak om hem in die behoefte te voorzien neem zij hem mee op buitenrit. Ze maakt zijn wereld groter en interessanter. Het leven is zoveel leuker als je hem deelt. En ik hoop echt dat ze samen nog heel veel ritten mogen maken. 

💞

Blijf je slapen?

“Hoeveel zeg je?” Van schrik spring ik van het bed terwijl vriendlief zich nog even op z’n gemak omdraait alsof ie niks gehoord heeft. “14.000€” zegt hij nogmaals. Ik staar de verkoper alleen maar aan. “Waarom?” gil ik hem bijna toe. “Met de hand gemaakt, uit Engeland, echt paardenhaar en schapenvacht en bla bla.” Meer hoor ik niet, ik zie alleen zijn mond bewegen. In nog geen 14.000 jaar dat ik dat ga uitgeven aan een bed. Vriendlief dacht er anders over. Niet alleen de verkoper had hem al bijna zover. Het bed, toegegeven het is echt een plaatje en zou zeker niet misstaan in onze slaapkamer, had hem nu al in zijn macht. Mochten we ons bedenken, er kon nog wat aan de prijs gedaan worden. “Ooh, dat dacht ik ook!!”

Inmiddels was dit al de vierde beddenwinkel waar we waren. Er is echt belachelijk veel keus. Ik zie door de bomen het bos niet meer. Verkopers hebben hun eigen manier van uitleggen maar ze spreken elkaar soms ook een beetje tegen. Daar kunnen mijn hersens, die hier geen verstand van hebben, niet goed tegen. Dit kan wel met zus maar niet met zo. Op een bepaald bed kan alleen maar dat matras. Ligt niet fijn zegt U? Tja dan moet U een ander bed nemen! Toen een verkoper vertelde dat ie alleen zijn bedden met toppers verkocht was ik klaar met hem en zijn toko.

Beddenwinkel 5 was voor deze week de laatste die ik wilde bezoeken. Ook hier veel verschillende bedden met dito matrassen. Maar we lopen wel direct tegen het bed aan dat we beiden mooi vinden. Jammer genoeg met topper, iets wat ik niet wil. Dan verschijnt er een verkoper. Of hij kan helpen? We gooien al onze wensen voor zijn voeten en wijzen daarna naar dat bed. “Daar kan praktisch elk matras op!” Deelt hij ons mee. Lucky us. 

Hij neemt ons mee door de winkel en laat ons niet alleen diverse soorten matrassen testen, iets wat we al bij diverse winkels gedaan hadden maar nooit echt een goed advies kregen, en legt uit aan de hand van plaatjes, doorsneestukken matras, lichaamsbouw en onze slaaphouding waar we goed aan doen. Hij neemt werkelijk alle tijd voor ons.  

We testen de simpele standaard tot het duurdere segment. Dat is maar goed ook. Want het Tempur matras dat zo geprezen wordt ligt echt voor geen meter, ik zak erin weg als in drijfzand. We testen en testen nog meer. Tot we bij een matras aankomen waar ik heel blij van wordt. Het matras is voorzien van pocketveren, diverse soorten schuimlagen en afgewerkt met een firm toplaag. Het matras is zacht genoeg om in weg te zakken en tegelijk voel ik de stevigheid van het geheel. Hierop voel ik mij letterlijk gedragen. Ook nu krijgen we uitleg over de drukpunten, verdeling van gewicht en de verschillende zones. De stroom aan informatie is eindeloos. Net als zijn geduld met ons. 

Terwijl wij mogen “proefslapen” haalt de aardige man een bakkie koffie voor ons. “Nou hier hoef ik niet langer over na te denken. Dat bed, wijs ik hem en dan met dit matras.”Vriendlief is het er gelukkig helemaal mee eens. Ik doe geen consessies aan mijn slaapcomfort, behalve aan de prijs. En ook daar kon zelfs wat aan gedaan worden. 

Alles heeft zijn tijd..

Drie keer knipperen met mijn ogen en zo zijn we plots een paar weken verder. Een paar weken zonder ook maar een woord op papier te hebben gezet of een blog met jullie te hebben gedeeld. Er waren momenten dat ik er wel voor ben gaan zitten, want inspiratie zat. Maar de woorden bleven als een brij in mijn hoofd hangen. Misschien komt het ook wel omdat het om mij heen heel druk is en dat neemt in mijn hoofd veel plek in beslag. Wel merk ik dat de rommel en chaos plek begint te maken voor orde en regelmaat. Maar dat heeft tijd nodig. 

Uit ervaring weet ik, dat als ik gewoon door blijf ademen, alles altijd weer op zijn pootjes terecht komt. Alles heeft nu eenmaal zijn tijd. En in dit geval hoeft het voor een keer niet eens synchroon te lopen met elkaar.  

Ook het weideseizoen heeft zijn tijd. Maar is nu echt teneinde. Poownie wilde het een paar weken geleden al voor gezien houden. Ik merkte het aan zijn gedrag. Ik had de auto nog niet geparkeerd of hij kwam al hinnikend aangelopen. Na een wandeling kreeg ik hem ook niet meer zo makkelijk de wei in. Zonder voortanden is het gras voor hem aan het einde van het jaar te kort. Hij verveelde zich stierlijk en de emmers met voer die ik hem bracht waren niet genoeg om zijn knorrige maag te vullen. 

De oplossing om samen met een ander paard een dagdeel door te brengen op de paddock was een schot in de roos. De hele dag hooi eten en verdeeld over de dag ook nog eens twee emmers met slobber maakte hem een stuk vrolijker (en ronder.) Na het avondeten hing ik mijzelf en de paarden vol met verlichting, want vroeg donker, en liep dan terug naar de wei. De nacht mochten ze met hun maten doorbrengen op het land. Maar ook voor de rest van de kudde is daar nu dus een einde aan gekomen. De start van een nieuw seizoen of dit nu de paddock of de wei is, vind ik heerlijk. Terug naar enige vorm van regelmaat en ritme en gezelligheid op stal. 

Op mijn werk is het andere koek. Daar is het net een circus. Al koorddansend jongleren we met de vele nieuwe projecten. Waar we naar toe willen is duidelijk maar hoe is soms een puzzel. We werken ons door een doolhof aan regels en systemen om het rond te krijgen. Dat betekend van alle collega’s maximale inzet. Schuiven met eigen en andermans werkzaamheden, verantwoording nemen maar ook werk delegeren en aannemen. Wanneer er 1 “spelbreker” tussenzit dan merk je dat direct. De druk wordt groter. Iets wat ik zelf een paar weken heb mogen ervaren. Het is hard werken maar geeft ook veel voldoening. Het is tof om te zien hoe we dit met ons kleine team toch steeds voor elkaar krijgen.

Door het vele extra werk blijft er weinig puf en tijd over voor (vriendlief, sorry 🙏🏼!! en ) de ander hobby’s. Zo ben ik al weken niet meer naar de voetbal geweest. De fotografie ligt op zijn gat en het uitlezen van mijn boeken gaat ook wat langzamer. Om over het bloggen en bij-lezen maar niet te spreken. Ook hier weet ik, geduld is een schone zaak. Alles heeft zijn tijd…

Round 2…

Vriendlief mocht de locatie voor de tweede vakantieweek uitzoeken. Onze uitvalsbasis voor die dagen werd “old school” Renesse. Iets met jeugdherinneringen en zeilkampen uit drie levens terug. Ons verblijf: een hotel met alles er op en eraan. Het zou nog even spannend worden of ik het met mijn rug wel zou gaan redden. De pijn was dusdanig gezakt dat we er in ieder geval naar toe konden. De (actieve)planning moesten we wel een beetje omgooien. Blowkarten en quadrijden werden daarom van het menu geschrapt. 

Er was heel veel regen voorspeld, maar ook deze week vielen we, net als bij de eerste week, met onze neus in de boter. Na aankomst schoven we eerst een lekkere kibbeling naar binnen om daarna door te rijden naar het strand. Het wolkendek brak open en de zon stond ons al op te wachten. Omdat we het niet hadden verwacht, maar wel stiekem gehoopt, hebben we er extra van genoten. We wisselende het liggen en zitten af voor pootje baden in de zee. Tot laat in de middag verbleven we op het strand waar we het langzaam vloed zagen worden. 

We keerden terug naar ons hotel voor een snelle douche voordat we naar het gezellige “centrum” van Renesse, dat bestaat uit 1 hele winkelstraat, terugkeerden om ons daar te goed te doen aan de verse Zeeuwse mosselen. Vriendlief dan, ik koos voor iets smakelijkers… Over het toetje waren we het wel eens, vers Italiaans schepijs zodat we ondertussen de benen even konden strekken. En het moet gezegd, tot nu toe de lekkerste ijssalon die ik in jaren tegengekomen ben. 

De avond liet al snel van zich horen en ook langs het water viel er, op wat vissersbootjes na, niet veel meer te zien. Gelukkig stond er een relaxte avond op het programma. En eenmaal uitgebuikt brachten we een bezoek aan de sauna. Daar werd ik echt heel blij van. Mijn rug, die aardig wat te voortduren heeft gehad, ook. 

Dag twee bleek weer een mooie en warme dag. Prima weer om iets te ondernemen. Maar eerst een uitgebreid ontbijt in het restaurant. Vervolgens reden we naar Neeltje Jans. Tijdens de geschiedenislessen op school wel ooit besproken maar ik was er nog nooit geweest. Na de watersnoodramp van ’53 is de Neeltje Jans een werkeiland geworden als onderdeel van de Oosterscheldekering. Nu is het een informatie en “attractiepark” waar je rondleidingen kunt krijgen. Misschien dat ik er ooit nog eens een blog aan wijd. We sloten ons bezoek af met een rondvaart langs de Oosterscheldekering.

Aan het einde van de middag trokken we nog wat baantjes in het zwembad. De zon was verdwenen en de wind iets opgetrokken. Buiten was daarom geen optie meer. Maar er was gelukkig ook een verwarmd binnenbad. Daar werd mijn rug weer blij van. In de avond reden we naar het dorp waar we ons wederom culinair hebben laten verwennen. 

De regen die al twee weken voorspeld was kwam op dag drie in volle hevigheid naar beneden. Verwacht maar niet gehoopt. Ons ontbijt werd een brunch en lekker uitgebreid en op het gemak namen we plaats in het restaurant. We vulden de rest van de dag met het kijken naar mooie huizen en een bezoek aan een van de omliggenden centrums voor we op huis aan gingen. 

Ouderdom komt met gebreken…

“Pijn is niet fijn.” Wat sommige mensen ook beweren! Al helemaal niet wanneer het prompt in je rug schiet. Je hierdoor sterretjes ziet en daarna ook nog zelf terug moet rijden. Uiteraard nadat je je wrakkige lichaam eerst naar je auto gesleept hebt. Hoe het je gelukt is om plaats te nemen in je auto en terug naar huis te rijden kun je je niet helemaal meer herinneren want
P I J N.

Eenmaal thuis lukt het mij om mijzelf uit de auto te krijgen en naar huis te strompelen. Maar eenmaal binnen weet ik mijzelf ook geen houding te geven. Schoenen en sokken uitdoen is een no go. De komende uren loop ik dus nog maar even in mijn paardenkloffie. Voorzichtig blijf ik rondjes lopen tot de verlammende steken in mijn rug zijn gezakt.

“Ik gok spit.” zegt ik tegen vriendlief als hij ook thuiskomt en mij in een of andere rare positie op de grond ziet liggen. Ik heb welgeteld 3,5 dag om te herstellen voor we aan ons tweede midweek weg gaan beginnen. Inmiddels is het gelukt mijn schoenen en sokken uit te krijgen. Aan de rest van mijn kleding wil ik nog even niet denken. Eerst die helse steken weg. Zo half op de grond liggen, met mijn onderbenen steunend op de bank, is nog de meest comfortabele positie die ik in die korte tijd kan vinden.

Af en toe heb ik wel last van mijn rug maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Dat ik niet kan zitten of normaal kan liggen van de pijn. De rest van de dag breng ik half liggend, half zittend met veel pijnstillers door. Mijn rug heeft schijt aan mijn vakantie, want daar zit ik nu midden in, en ik kan niet anders dan mij er bij neerleggen. De pijn te doorstaan en accepteren dat het nu eenmaal niet anders is en even kan gaan duren.

Na een dag slapen lijkt het beter te gaan. Wanneer de pijn in alle hevigheid terugschiet weet ik dat ik letterlijk en figuurlijk geen stap verder ben. Deze dag krijgt dezelfde invulling als gisteren. Met mijn e-reader onder mijn arm wissel ik bank, stoel en bed af. Dat lijkt nog de beste combinatie. Daarnaast doet mijn rug het beter na een warme douche. In bad durf ik niet. Ik krijg mijn been niet hoger opgetild dan 30 cm. De infraroodlamp is mijn tweede beste optie. Gedurende de uren die volgen merk ik dat de scherpe randjes minder worden.

Halverwege dag twee voel ik wat mobiliteit terugkomen. Alsof mijn ruggengraat en romp langzaam uitgelijnd worden met de rest van mijn lichaam. Inmiddels ben ik er aardig handig in geworden om zonder steken mijn bed in en uit te komen. Nog steeds heel voorzichtig, dat dan wel weer, durf ik mij wat meer te bewegen.

Ik ben als een kind zo blij als ik op dag drie eindelijk, vraag niet hoe, zelf mijn sokken aankrijg. Vriendlief rijd mij naar Poownie want zelf rijden lukt niet. Gaandeweg die dag kan ik ook weer zonder steken zitten, liggen en opstaan. Maar alles met mate en veel afwisseling. Mijn staldienst mag ik gelukkig opschuiven naar volgende week. Rust houden heeft (voor nu) voldoende geholpen dat ik het aandurf om toch op pad te gaan voor ons midweekje weg. De planning moeten we wel wat omgooien maar ach, we zijn er in ieder geval even lekker tussenuit.

Ga je mee?

Onze vakantie kwam met rasse schreden dichterbij. Het liefst hadden we een week in een strandstoel op een van de Canarische Eilanden doorgebracht maar met alle ellende in de wereld en het gezeik bij de vliegvelden verging de zin al snel. Dus besloten we de toerist in eigen land uit te hangen en voor twee verschillende locaties en hotels te kiezen. Want ook hier in Nederland is voldoende te zien en te beleven. 

De eerste bestemming mocht ik uitkiezen. Dat werd Limburg met een aantal overnachtingen op het landgoed van een kasteel. Ik vind het tof om rond te dwalen door een historie van pracht en praal. Een plek waar zich heel veel heeft afgespeeld, maar waar ik nooit wat van heb meegemaakt. Nu loop ik door oude gangenstelsels. Heb ik vanuit de torenkamer zicht op de omgeving. Flaneer ik door de kasteeltuin en dineer ik in een balzaal waar ooit feesten werden gegeven (of mensen werden vermoord, geen idee) De toegangsweg waar ooit ridders met paarden galoppeerden bewandel ik nu zelf en ik loop onder de poort door die in woelige tijden werd afgesloten (of wanneer het bedtijd was, geen idee…).  Kortom ik laat de geschiedenis voor mijn ogen tot leven komen alleen door hier te zijn. 

Toen we aan ons haute cuisine diner zaten, want dat leek mij zo leuk op deze locatie, vroeg ik mij af of de andere gasten om ons heen bij het meubilair hoorden of gewoon, net als wij, gasten waren?! Uit welk deel van de geschiedenis stammen die?! Op een ander stel na, waren wij de jongste van het hele gezelschap. Het mocht de pret niet drukken. Wij genoten tot op zekere hoogte van onze maaltijd. Eerlijk is eerlijk, wat ons geserveerd werd zag er werkelijk prachtig uit. Maar de hoeveelheid en smaak daar valt over te twisten. Ik ben gastronomisch niet goed onderlegd en misschien komt het daardoor dat ik de slogan: “Voor de echte fijnproever” een beetje verkeerd geïnterpreteerd heb. Wij waren in ieder geval blij dat we maar voor een luxe diner hadden gereserveerd. 

Het verblijf was verder echt fantastisch. Onze kamer super ruim en direct gelegen naast de befaamde toegangspoort. De oude van dagen hielden het al vroeg voor gezien dus last van feestgangers hadden we niet. De serene rust hing al die tijd als een fijne deken over het hotel en onze “voortuin”. Die overigens was voorzien van een fonteintje en zitjes met kussens. Speciaal voor de oudjes, of de koukleumen zoals ik, met fijne zachte fleeceplaids. Zo konden we gezellig daar een drankje doen en al babbelend en lezend de avond relaxed afsluiten. 

Verder deden we wat de gemiddelde toerist in Limburg doet. Lekker shoppen. Wandelen door het mooie Valkenburg waarbij we dit keer de grotten over sloegen. Bezochten nog een ander kasteel en reden rond in dit mooie landschap. Op aanraden gingen we naar Gaia Zoo in Kerkrade en genoten we van het uitzicht op het toeristische Drielandenpunt. Verder hebben we ons heel veel laten verwennen door uit eten te gaan.

Aan alles komt een eind en ik vond het jammer dat we maar voor een paar dagen geboekt hadden. Deze omgeving is zo mooi en verdiend meer tijd om bezocht en gezien te worden. Daarom laat ik Limburg gewoon op mijn lijstje staan. Voor een volgende keer. 

Iemand koffie??

“Heeft een van jullie misschien een idee hoe dit werkt?” Ik verplaats mijn blik van mijn pc naar mijn collega die bij de koffieautomaat staat. In haar handen heeft ze een strip met pijnstillers, een emmer en iets wat lijkt op een handleiding. We zitten midden in de zomervakantie. De helft van de collega’s is dus ook met vakantie. Heel toevallig zijn dit ook de collega’s die iets af weten van de koffieautomaat. Het bijvullen lukt ons allemaal wel. Maar een grondige reiniging is niet iets waar we ons allemaal mee bezig houden. “Ik dacht dat het met de handleiding erbij wel zou lukken, maar ik kom er echt niet uit!” Zegt mijn collega om haar hulpvraag kracht bij te zetten. 

Ik laat mijn pc met opdrachten voor wat het is en loop naar haar toe. “Zo moeilijk kan dit toch niet zijn?” Zeg ik tegen haar. Ondertussen pak ik de gebruiksaanwijzing van haar over. “Dat dacht ik dus ook. Toch snap ik het gedeelte tussen stap 4 en 5 echt niet.” Ik werp een blik op de tekening. Ik draai het blad een keer om en herhaal dit nog twee keer. Ik snap haar. Het blad had net zo goed volgeschreven kunnen staan met hiërogliefen. Van rechts naar links of van onder naar boven. Ik snap er ook geen hol van. 

Collega drie komt er bijstaan en pakt de handleiding van mij over. Ze komt ook niet verder dan stap 4. Ondertussen frommel ik wat aan de bak met koffiebonen en haal de voorraadbak eruit. “Thuis moet dit onderdeel ook eens in de zoveel tijd schoongemaakt worden. Is het dit niet?” Ik kijk naar de opening en vervolgens naar de strip met pillen. Die er overigens uitzien als paracetamolletjes. Maar dat lijkt ook niet logisch. Ik plaats de bonen weer terug en klik eea weer vast. 

We bellen collega 4 die thuis aan het werk is. Die weet het vast wel. Na een kort overleg blijkt dat ook zij niet helemaal zeker is hoe dit werkt. Ergens moet dat pilletje in. Maar waar?? “Weet je wat? We wachten wel tot maandag. Dan is 1 van de 3 weer terug”. Als we het deurtje dichtdoen blijft het systeem op de error-stand staan en dat betekend geen koffie meer TOT MAANDAG!! Niemand komt tussen mij en mijn bakkie cappuccino. Dit probleem moet dus nu verholpen worden. 

Collega drie duikt achter haar PC. Youtube to the rescue. Al snel komt ze er achter dat er nog een paneel is dat open kan. Daarachter moet het reservoir zitten met een opening voor paracetamol-achtige pilletjes. Wonderbaarlijk. Had dit nu echt niet duidelijker op de handleiding gezet kunnen worden? Wie schrijft die dingen? De automaat is inmiddels helemaal van slag en reageert niet meer. We besluiten de schoonmaak opnieuw te starten maar eerst moet de automaat gereset worden. 

Als we na vijf minuten weer bij stap 4 aankomen openen we het “geheime deurtje”, proppen het pilletje in het vakje en toetsen wat codes in op het paneel. De automaat begint spontaan te pruttelen, slangen worden schoongespoeld en de brewer is even later ontkalkt (of wat het pilletje dan ook doet). De automaat is weer klaar voor gebruik.  

In een klap weten niet 3 maar 6 personen hoe de automaat werkt. Kijk, zo los je ook problemen op. Maar nu eerst een bakkie koffie!!

Een zandbank…

De ankerketting maakt een ratelend geluid als hij uit zijn “huis” getrokken wordt. Normaal hoor je een plons als het anker te water gaat. Met een kleine ruk trekt de boot zichzelf vast en klaar. Nu waad er iemand door het water gevolgd door de woorden: “Zal ik hem hier maar neerleggen?” Ik zie vriendlief met het anker in zijn handen door het water lopen. Dit is echt de meest lachwekkende manier om je boot voor anker te laten. Hij zoekt een kuil op en graaft het anker een soort van in. Wanneer deze vast ligt kan de motor uit. Een serene rust daalt over ons neer. 

Normaal zoeken we de zandbanken niet op. Die vermijden we liever dan dat we er op vastlopen. Ingegeven door een schipper die vorige week het zelfde deed, liggen we nu zo’n beetje op diens plek. Er is een verschil, zijn bootje was iets hanteerbaarder dan Merlin. Voor we een goede spot gevonden hebben moeten we een paar keer verplaatsen en wat steken. Maar nu liggen we goed. Het anker ligt uit en vriendlief kan eindelijk, aangemoedigd door Groene Draak die ook mee is, doen wat ie wil doen. De boot rondom poetsen. 

Hij staat tot aan zijn middel in het water maar als hij naar voren loopt komt het water niet hoger dan zijn knieën. Ik besluit aan boord te blijven en installeer mij op het voordek. Een tapijt van kroos en alg heeft een deel van wat normaal een bewaadbare plek is omgetoverd tot een moerasachtig gezicht. Het heeft wel wat met de vogels die er zijn neergestreken. Er zitten aalscholvers, eenden, heel veel zwanen en wat reigers. De meeuw hoor je uiteraard boven alles uit. Maar het water rondom de boot is zo helder dat we de wissen kunnen zien zwemmen. 

Ik word loom van de gestaag oplopende temperatuur. Mijn geest is overigens zo geconditioneerd dat ik al loom wordt op het moment dat ik de boot in het oog krijg. Dit is zo’n dag dat ik het laat gebeuren. Ik vecht niet tegen de moeheid. Eigenlijk wil ik maar één ding en dat is liggen en mijn ogen sluiten. Dat is dan ook wat ik doe. Daarna laat ik mij meevoeren door de geluiden om mij heen. De wind streelt mijn door de zon opgewarmde huid en ik laat mij dragen door het gekabbel van het water tegen de romp. 

“Waar is die spuitbus?!” Lang geniet ik niet van mijn doezel moment. Als ik mij omdraai staat vriendlief aan de zijkant van de boot met een borstel en een poetsdoek in zijn hand naar mij te kijken. “Spuitbus?” Herhaal ik. “Om spinnenpoep te verwijderen!” Vult hij aan. Als je denkt dat pubers af en toe een rommel kunnen maken, neem dan eens wat spinnen in huis. Of in ons geval, aan boord. Spinnenrag hecht zich als lijm en de uitwerpselen bijten in het materiaal. Na enige tijd is dit niet meer normaal te verwijderen met alleen wat water en zeep. 

Na een uur klimt vriendlief weer aan boord. Moe maar voldaan. Merlin is helemaal rondom gepoetst en dat was nodig ook. Dat we nooit eerder op dit idee gekomen zijn vragen we ons beide af. De rest van de middag gaan we in de relaxmodus en genieten we vooral van het zonnetje en de rust op het water. 

Een eerste tweede indruk…

We zitten midden in een gesprek als zoonlief, tussen een hap van zijn avondmaaltijd door, aan ons vraagt of hij “even geëxcuseerd mag worden”. De lepel met daarop mijn prakkie blijft ergens halverwege mijn bord en mijn mond hangen. Dat zoonlief ff van tafel wil is niets geks maar dat hij deze taal bezigt… Omdat het te lang stil blijft vervolgd hij zijn betoog. “Want ik moet zo weg!?” Om vervolgens nog een hap in zijn mond te proppen en die praktisch zonder te kauwen doorslikt. 

“Ja en?” Zeg ik, inmiddels wel kauwend op mijn volgende hap. “Ik ook” Ga ik verder met mijn mond vol. “Ik heb zo mijn eerste voetbaltraining en ik moet nog douchen!” Is zijn antwoord. “Douchen voor je training?? Is het niet fijner om dat na je training te doen?” We krijgen beide een blik van hem alsof we hem vragen om een rondje op zijn handen rond het huis te wandelen. Wat een domme vraag!!! “Nou, vooruit dan maar. Wij ruimen wel weer af.”

Hoewel hij al eerder heeft meegetraind en zelfs al wedstrijden heeft gespeeld, is het vandaag zijn eerste echte officiële training bij dit nieuwe team. Hij kent de spelers, de trainers en de locatie is zo’n beetje zijn tweede thuis. Toch is het best wel spannend. Elkaar na een zomerstop weer terug zien, nieuwe spelers die zijn aangetrokken en zelf, als broekie, aansluiten bij het eerste. Ik snap wel dat je alsnog een goede eerste “tweede indruk” wilt maken. 

Terwijl vriendlief en ik de tafel afruimen en de keuken weer toonbaar maken schalt de rustgevende takke herrie die zoon heeft opgezet, om even tot zichzelf te komen, de trap af zo de woonkamer in. Als ik even later boven kom zie ik wolken stoom onder de douchedeur naar buiten kruipen. Alsof het op de vlucht is voor wat daarna komen gaat. Een halve deofles, bodymist of bodydeo, ik weet niet precies wat de jeugd van tegenwoordig allemaal gebruikt, wordt leeggespoten. De niet geheel verkeerde geur volgt de mist onder de deur door, de gang op. 

De takke herrie heeft inmiddels plaats gemaakt voor muziek dat mijn oor ook wel kan waarderen. Ik neurie mee onderwijl de was opvouwend. Tussendoor hoor ik Zoonlief rommelen in de la gevolgd door het geluid van de fohn. Serieus? De fohn?? Om daarna te horen hoe, mogelijk, een fles haarlak leeg gespoten wordt. Ik zou haast denken dat hij niet gaat sporten maar een date heeft. 

Ik ben heel wat sneller klaar met mijn klus dan hij met opdoffen. Maar niet veel later komt hij dan ook, compleet gestyled, de trap af. Als ik zijn sportkleding wegdenk en daar een driedelig kostuum voor in de plaats zie dan is hij klaar voor het gala. Ik krijg een “wat nou” blik van hem terug en weet mij in te houden. Dit is niet het moment om sarcasme ten gehoor te brengen. Dus ik houd mij in. Met moeite, dat dan weer wel. 

Hij is er klaar voor. We lopen met hem mee naar de deur en zwaaiend wensen we hem een super toffe (trainings)avond toe. We krijgen van hem een ingehouden scheef lachje terug als hij de straat uitrijd. Zijn manier om te laten weten dat ie onze actie wel kan waarderen. Zo zijn we dan ook weer…