Kort verhaal: Dans Macabre

 

Twaalf middernachtelijke klokslagen en dan is het stil. Een volle heldere maan verlicht de grond voor mij. De grafzerken en hekken laten lange speelse schaduwen achter op de grond. In de verte hoor ik een uil. Ik schrik van zijn geroep. In de stilte van de nacht is het geluid oorverdovend. Hij heeft zich waarschijnlijk verstopt op één van de takken van de bomen. Ik kijk rond maar zie hem niet.

Het geheel heeft een macaber karakter.

Lang stil blijft het niet. Wat hoor ik nu? Langzaam neemt het geluid in volume toe. Het is muziek. Ik kijk om mij heen maar zie niemand. Waar komt het geluid vandaan? Wordt het mee gevoerd door de wind? Het lijkt op een viool die zijn noten verspreid voor wie het horen wil.

Recht voor mij zie ik een gestalte staan. Ik knipper met mijn ogen. Die stond daar net nog niet dat weet ik heel zeker. Door het postuur ga ik er vanuit dat het een man is. Hij draagt een lange cape met een kap over zijn hoofd. Hij lijkt op een monnik. Achter hem verschijnt er nog één en achter hem nog één. Ik knijp met mijn ogen. Gedrieën lopen ze een rondje langs alle grafzerken. Hun handen gevouwen in hun pij, hun hoofd gebogen. De rillingen lopen over mijn rug. Bij het laatste graf blijven ze staan. Mijn ogen worden groter alsof ze niet kunnen begrijpen wat ze zien. Uit de dood herrezen, staat daar opeens een vrouw en daar naast nog één, gevolgd door nog één. In mijn ooghoek zie ik een lichtflits. Meer en meer doden stappen uit hun graven. Tijd om bang te zijn heb ik niet. De muziek neemt toe. Steeds voller en heftiger klinkt de melodie, alsof de doden door de wind worden opgejaagd in het besef dat ze voor zonsopkomst teruggekeerd moeten zijn in hun graven. Bloemen beginnen te wiegen, hekken en grafstenen te dansen. De uil die ik eerder alleen maar hoorde zie ik nu vliegen over de toppen van de bomen. De dood kent geen verschil. Ik word mee gevoerd in deze trance. Dansend in de wind tussen mensen die hier lang geleden geleefd hebben. Langs en om mij heen, alsof ik er niet ben, lijken ze te zweven in hun doorzichtige gewaad.

Dan kraait de haan. De dans is abrupt voorbij, de muziek vervaagt in de wind. Zo plots als ik al deze mensen zag komen, zijn ze ook weer verdwenen. Ik kijk om mij heen en zie nog net een grafsteen verschuiven gevolgd door een harde plof. Het enige wat ik nu nog hoor is het ruisen van de wind.

Twee lange tellen blijf ik staan, waarna ook ik vertrek van waar ik gekomen ben.

De dood blijft als laatste achter, zittend op een grafzerk, en speelt op zijn viool een afscheidsmelodie…

 

Een ode aan Camille Saint-Saëns.

 

Uit eigen ervaring verteld: OOGLASEREN…

Bij de gedachten alleen al zullen een hoop mensen afhaken, doorbladeren in hun tijdschrift, hun hoofd afwenden, verder zappen, of hun vingers in hun oren stoppen. Ik in ieder geval wel. Maar hoe meer ik mij begon te irriteren aan mijn bril, en dan met name als het regende of tijdens het sporten, hoe meer mijn belangstelling werd gewekt voor iets wat in mijn “ogen” bekend staat als een medisch wonder. Dan in eens is bij mij de maat vol en sta ik open voor iets waar ik tot voor kort nog niets van moest weten… Ik speurde het internet af en vroeg bekende die deze procedure al eerder ondergaan hadden het hemd van het lijf. Toen ik eenmaal achter mijn besluit stond, dat heeft nog even een paar weken geduurd, heb ik een afspraak gemaakt voor een medisch vooronderzoek.

Mijn afspraak stond gepland op donderdag 15 juli 2010. Met toch wel wat zenuwen in mijn lichaam togen mijn vriend en ik af naar Amsterdam. Inmiddels wist ik zo ongeveer wat mij te wachten stond. Maar het was mij nog niet bekend of ik mijn ogen daadwerkelijk kon laten laseren. We werden vriendelijk ontvangen en direct volgden er een uitleg. Mijn ogen werden van alle kanten bekeken. De druk van mijn oogbol werd opgemeten en er werd een topografische landkaart van mijn ogen zichtbaar gemaakt inclusief legenda. Voor ons een compleet raadsel, voor de arts zo klaar als een klontje. Vervolgens kreeg ik een gesprek met een optometrist. Ze nam de sterkte van mijn ogen door evenals die van mijn bril. Dit leek haar allemaal prima in orde. De afgelopen twee jaar was ik, in tegenstelling tot wat ik zelf dacht, niet heel erg veel achteruit gegaan.
Mijn ogen bleken dan ook: GESCHIKT

Om er zeker van te zijn dat er tijdens het laseren de juiste sterkte gelaserd zou worden, wat toch wel erg fijn zou zijn, moesten mijn ogen nog gedruppeld worden. Na een half uurtje zouden mijn ogen nogmaals gemeten worden. In de tussen tijd kregen we uitleg over het laseren zelf en wat ik zoal kon verwachten. Mijn blik werd steeds waziger en het licht steeds feller. Maar dit bleek volgens de arts heel normaal. De optometrist vertelde mij dat er verder geen afwijkingen waren en dat ik de dag er na al terecht zou kunnen.

Dus vrijdag rond de klok van 12 uur waren wij weer bij de oogkliniek. Mijn zenuwen had ik tot nu toe aardig in bedwang. Bij binnenkomst telde ik een tiental brildragende mensen, sommige van hen zagen er iets bleker uit dan ze er uit hoorden te zien. Dit stelde mij enigsinds gerust.
Na een kort gesprek met de oogarts werd mij meegedeeld dat mijn ogen er keurig uit zagen en dat ik een model laserpatiënt was. Dit werd hoogstwaarschijnlijk ook tegen de andere 16 kandidaten van die dag verteld. Na dit laatste gesprek en nadat ik mijn handtekening had geplaatst op het medische dossier (waarmee ik hen toestemming gaf tot het uitvoeren van de gehele procedure en tevens aangaf op de hoogte te zijn van alle eventuele mogelijke risico’s die dit met zich mee zou kunnen brengen) was het dan eindelijk zo ver.

Met vijf man tegelijk werden we naar de behandelkamers gebracht. We kregen een haarnetje, schort en slofjes over, voor en om. Onze ogen werden met een verdoving gedruppeld en toen was het wachten aangebroken. Mijn linker en rechter buurvrouw stonden op het punt van flauwvallen en ondanks de twee valiumtabletten die ze eerder op de dag ingenomen hadden rilde ze nog erger dan een persoon met onderkoelingsverschijnselen. De meest engste en gekste risico’s werden ter sprake gebracht. Omdat ik geen zin had om mij gek te laten maken door deze twee dames besloot ik tot een vijf minuut durende peptalk. Emiel Ratelband zou trots op mij zijn geweest. Uiteindelijk werden we één voor één weg geroepen. Ik was de laatste van de eerste vijf en had dus nog even de tijd om mijn lichaam en geest op één lijn te brengen… of te wel, mijn hartslag en mijn ademhaling onder controle zien te krijgen. Toen de zuster mijn naam riep wilde iedere molecuul van mijn lichaam zich zo snel mogelijk naar de uitgang begeven. “Waar zat ik met mijn gedachten? Waarom?? Was ik gek geworden of zo?” Tijd om antwoord te geven op mijn eigen vragen had ik niet want de zuster had mij al bij de hand genomen. Voor ik het wist lag ik op een soort van tandarts stoel met vijf man in groene pakken om mij heen. Blijkbaar keek ik erg angstig want de zuster heeft mijn hand niet meer los gelaten. Terwijl ik mij probeerde te ontspannen werd er een grote lamp boven mijn hoofd gehouden. Heel even bevond ik mij in een futuristische ruimte met al die lichtjes om mij heen. Binnen één seconde werd mijn rechter ooglid van een klem voorzien. Het knipperen werd hierdoor onmogelijk gemaakt. Het gedeelte, afgezien van het “flapje” weghalen waar ik zo op terug kom, leek mij het ergste maar stelde in de praktijk niets voor.

Even een korte uitleg tussen door: Om je ogen te kunnen laseren moet het buitenste laagje van het hoornvlies van je oogbol tijdelijk opzij geschoven worden omdat het bovenste laagje zichzelf binnen afzienbare tijd weer hersteld. Om een blijvend resultaat te krijgen moet er dus onder het bovenste laagje van je hoornvlies gelaserd worden. Er zijn verschillende behandelingen om zover te komen. Ik heb gelukkig de minst pijnlijke behandeling gekregen. Er werden bij mij duizenden laserpulsen op mijn oog gericht. Zodra ze de juiste diepte hebben bereikt vormen de laserstralen het bekende“flapje”.

Boven op mijn oogbol werd een glaasje geplaatst en toen werd alles zwart. De arts vertelde mij precies hoe ver hij was en wat hij deed. Ik zag alleen maar roze witte en blauwe stipjes dansen in een zwarte zee. Op het moment dat de druk het zwaarste aanvoelt en de vriendelijke zuster een gebroken middenhandsbeentje had opgelopen was de eerste behandeling van mijn rechter oog al achter de rug. Wel geteld 45 seconden verder. Nu ik wist dat het geen pijn deed kon ik mij iets meer ontspannen. Na wederom 45 seconden was ook mijn andere oog van een “flapje” voorzien. Ik werd terug gebracht naar de andere slachtoffers. Afgezien van mijn wazige en als in een droom verkerende blik merkte ik niets van mijn “flap” ogen. Volgens de zusters was dit het ergste van de hele behandeling. De rest kon alleen nog maar mee vallen. Een enkeling slaakte een zucht van verlichting, de mannen kon het allemaal niet zo veel schelen. Maar ik daarentegen begon mij nu toch wel enigsinds zorgen te maken om het “flapje” wat weg EN weer terug geschoven moest worden. Je kunt nu niet bepaald je “blik” afwenden als ze met je oog bezig zijn.

Gelukkig was er ook tijd voor wat grapjes tussen door zoals: “Hiernaast zit een dierenwinkel, heb je die gezien? Daar verkopen ze honden mocht de procedure mislukken.” De heren en ik moesten er erg om lachen. De valiumdames zagen er de lol niet zo van in geloof ik.

Na dertig minuten werden we weer één voor één opgehaald. De echte behandeling ging nu van start. Mijn ogen werden grondig schoon gemaakt en mijn gezicht werd van een plastic sticker schort voorzien. Bij een normale operatie zijn deze beter bekend in de kleur blauw of groen. Het voor mij inmiddels bekende oogklemmetje kwam weer tevoorschijn en zonder aarzelen van de oogarts lag ik alweer met een uitpuilend oog naar het plafon te staren. Er werd mij verteld wat ik wel en vooral NIET moest doen (Ontspan je kaak, hou je hand stil, niet met je voet wiebelen en vooral niet trommelen met je vingers…) Mijn eerste opdracht: “kijk naar het rode lampje” Dat deed ik braaf tot ik een plons met water in mijn oog gegoten kreeg. Althans zo voelde het. Ik wilde het water weg knipperen maar dat ging dus niet. In een wazig beeld zag ik dat de arts iets in mijn ooghoek deed. Hij haalde het beruchte “flapje” weg. Dat viel inderdaad reuze mee. Ik voelde er totaal niets van en door mijn wazige blik zag ik ook niet zo goed met wat voor instrument hij dit deed. Naast mij begon een cirkelzaag aardig wat geluid te produceren. Dat bleek de laser te zijn. Iet wat paniekerig greep ik de andere hand van de zuster (zat bij de prijs inbegrepen..) om ook deze tot moes te knijpen. Ze loodste mij vol overgave door de hele behandeling heen. Na enkele seconden was de laser alweer weg. Mijn oog werd voorzien van nog een lading water en de oogarts schilderde letterlijk mijn “flapje” weer terug. Wat restte was een stoot adrenaline en de stank van verbrand vlees. Ook nu liet ik met wat meer rust mijn tweede oog doen. Direct na het laseren trok te arts het plastic van mijn gezicht. Ik lieg niet als ik zeg dat dit de pijnlijkste vijf seconden van de hele procedure waren. Mijn gezicht was in een ruk geëpileerd. Opgelucht haalde ik adem. Dit was achter de rug.

De optometrist bekeek mijn ogen nogmaals en concludeerde dat het er allemaal perfect uitzag. De komende vier uur zouden misschien wat onaangenaam kunnen verlopen maar verder verwachtte ze geen complicaties.

Op naar huis. Tot aan de snelweg had ik nergens last van. Zelfs het licht kon ik nog goed verdragen. Als donderslag bij heldere hemel sloten mijn ogen zich en begonnen vreselijk te prikken en te tranen. Alsof iemand opeens twee vingers door mijn ogen tot aan de achterkant van mijn hersenpan naar binnen stak. Ik heb overigens geen idee hoe dat voelt maar kan mij er inmiddels een zeer kleine voorstelling van maken. Het aftellen was nu dus begonnen. De komende vier uur zou ik jammerend en met mijn ogen dicht door gaan brengen. Terwijl mijn vriend ons letterlijk naar huis vloog, ik kon nu toch niet zien hoe hard we gingen, zocht ik op de tast naar alles wat mijn zicht kon verduisteren. Daar zat ik dan, met twee zonnebrillen en mijn handen voor mijn ogen en over mijn hoofd een jas getrokken. Toegegeven, het moet er hilarisch uit hebben gezien. Sommige zouden misschien gedacht hebben dat dit de nieuwste burka rage moest zijn.

De arts had niet gelogen toen hij zei dat ik er ongeveer vier uur last van zou hebben. Rond 20.30 uur zat ik met mijn zonnebril op naast mijn vriend op de bank (nog maar een beetje zielig te zijn) mijn zicht was toen al scherper zonder bril.

De volgende dag moesten we terug voor de eerste na controle. De behandeling was zeer geslaagd en volgens de arts zag alles er keurig uit. Mijn zicht is terug gebracht naar “0” en dat betekend 100% zicht, zelfs mijn cilinder (niet dat ik wist dat ik die had) is inmiddels te verwaarlozen. Volgens de arts een blijvend resultaat. Mijn ogen moeten nog wel wennen aan de felheid en scherpte. Iedere dag zien we weer iets verder. De komende maand zal ik nog wel dagelijks moeten druppelen gevolgd door een tweede controle. 

De hele behandeling is mij 100% mee gevallen. Afgezien van mijn epileersessie en de vier uur daarna heb ik totaal geen pijn ervaren. En dat voor iemand met een pijngrens van een pantoffeldiertje…

En voor nu, maar hopelijk voor altijd, ga ik mijn bril aan de wilgen hangen!!

Inmiddels zijn we ruim een jaar later. Ik heb nog steeds 100% zicht en ben erg blij dat ik het lef heb gehad dit te doen.  Als er mensen zijn die twijfelen om deze stap ook te nemen? Ik kan alleen maar zeggen: “DOEN!!”

 

 

Schaakmat…

“Leer schaken”, was één van de doelen op mijn 101 doelen lijstje, dat ik enige tijd (lees een jaar of twee) geleden bij hield. Ik ben met dit doel overigens niet echt ver gekomen. Waarom heb ik in vredesnaam willen leren schaken? Diepe rimpels sieren mijn voorhoofd als ik na denk over deze vraag. Tja, het staat wel geleerd en interessant als je mee kunt doen met een potje schaak. Maar als ik iets niet ben dan is het wel geleerd… Over interessant valt natuurlijk nog te twisten.

Na verschillende partijen schaak op de pc, Nintendo DS, of in het echt tegen vriendlief, ben ik al wel op de hoogte van de basis regeltjes. Welke pion welke stappen mag nemen bijvoorbeeld en dat de dame het hele bord over mag in tegenstelling tot de koning (ik voel mij plots bevoorrecht) en het belangrijkste van allemaal… er ging werkelijk een wereld voor mij open: Je kunt bij schaken helemaal geen DAM halen. Maar dan komen de andere, wat fijnere en geraffineerdere regeltjes om de hoek kijken. Die schijn je ook nodig te hebben om je tegenspeler helemaal in te maken. Of misschien is afmaken hier beter op zijn plaats? 

Verder ben ik er achter gekomen dat dit spel nogal wat inzicht vergt. Niet zomaar inzicht. Maar vooral wiskundig inzicht. Was het niet mijn wiskunde leraar die mij aanraadde om dat vak vooral en met veel liefde te laten vallen??? Kortom ik bezit helemaal geen wiskundig inzicht. Hoe kon ik zo dom zijn te denken dat ik dit spel zo 1-2-3 zou kunnen leren.

Een partijtje schaak is in mijn ogen één grote kansberekening. Hoe reageert je opponent op jouw zet en andersom. Iedere zet brengt consequenties met zich mee.  Daar komt ook nog eens bij dat je de pionnen niet zomaar aan mag raken. Behalve als je een pion recht wilt zetten natuurlijk. Je moet dan wel vooraf j’adoube gezegd hebben. Dat is Frans voor: “Ik raak aan” (toch??)

Zou ik ooit een potje schaken van iemand, wie dan ook, willen winnen, dan moet ik nog een hoop leren. Het spel is natuurlijk niet voor niets al eeuwen oud en menig mens heeft zich hier al over gebogen. Dus ik heb nog wel even de tijd…

Lekker he?!

De zomer lijkt nu toch echt op zijn einde. Hoewel we het afgelopen weekend toch nog heerlijk verwend zijn met zonovergoten dagen en hoge temperaturen komt de regen nu met bakken uit de hemel. Tja, niets is zo veranderlijk als het weer. Dus waarschijnlijk is de zon over een paar dagen weer present. Maar als ik nu naar buiten kijk word ik een beetje bedroefd door het gure weer. Het is koud, nat en grijs. Het ziet er ook niet naar uit dat het vandaag nog droog gaat worden.

Een voordeel van dit smerige weer is dat de vloerverwarming aan gaat. Hij staat bij ons op een tijdschakelaar. Als ik ‘s morgens mijn bed uit kom is de vloer heerlijk warm en als ik ‘s middags uit mijn werk kom eveneens. Een ander bijkomend voordeel is de convectorput. Als klein kind vond ik het heerlijk om daar boven op te zitten. (en als dat niet kon zat ik met mijn rug tegen de verwarming waardoor mijn huid zo droog aanvoelde dat het leek als of ik er tegen aan zou blijven plakken.) Terwijl ik mijn schoenen uittrap heb ik spontaan zin om met een kop thee en koekjes boven op de convectorput te gaan zitten. Om zo langzaamaan op te warmen en toe te kijken hoe de wind met de dorre blaadjes speelt en de regen lange strepen op het raam maakt.

De waterkoker staat aan en de koektrommel ligt ook al klaar. Terloops open ik de kooi van mijn kleine groene draak die mij eerder al had begroet met een volmondig: “HALLO!!!” Ik wandel met mijn kop dampende, naar meloen geurende thee en de koektrommel naar het raam en neem plaats. Ik zit nog geen twee minuten en ik vraag mij ernstig af waarom ik dit als kind toch zo heerlijk vond? Het houten rooster van de convectorput zit helemaal niet comfortabel. Nog even en we kunnen, bij wijze van spreken, hiërogliefen lezen aangezien mijn achterwerk langzaam één worden met het rooster. Maar ik wil het rustgevende en warme moment niet opgeven door één storende factor dus blijf ik koppig zitten.

Achter mij hoor ik het zachte getik van nagels op de tegelvloer. Het geluid komt langzaam mijn kant op. Het is CoCo die met zijn waggelende pas onderweg is van zijn kooi naar mij. Tenminste, dat denk ik want ik zie hem nog niet. Maar dan opeens steekt zijn groene kop voorbij de bank, als of hij ook niet zeker wist waar ik mij bevond. Na een halve minuut heeft hij genoeg moed verzameld om zich naast mij te scharen. Meestal vind hij de aanblik van de grote-boze-luchtledige-buitenwereld nogal eng en blijft hij er liever ver vandaan. Maar het feit dat ik daar voor het raam zit is blijkbaar genoeg om zijn angsten overboord te gooien. Zo nieuwsgierig als hij is….  Ik doop mijn koekje in de thee en even ben ik weer tien jaar oud. Als ik uit school kwam zat mijn moeder met dit smerige weer al klaar met thee en koekjes. Om samen de dag te evalueren. Die tijd is helaas voorbij. Nu moet ik er zelf voor zorgen.

Ik open mijn ogen en zie CoCo vragend kijken. Ik ga er vanuit dat zijn vraag niet direct voor mij bedoeld is, maar eerder voor de koektrommel. Ik breek een stuk van mijn koekje af en geef het aan hem. Hij houdt het met één poot vast en bekijkt het eerst van alle kanten alvorens een hap te nemen. Vervolgens hoor ik hem knagen aan het biscuitje, dus het is goed gekeurd. Ik neem zelf ook nog maar een hap. Eigenlijk is dit helemaal niet verkeerd. Even een moment voor ons alleen met rust en stilte een warm achterwerk creëren, terwijl het buiten zo tekeer gaat. Terwijl CoCo zijn laatste stukje koek naar binnen propt zegt hij opeens uit het niets: “Lekker he!?” Als of hij het moment ook aanvoelde. Ik raak er door ontroerd en ben bijna geneigd om hem vast te pakken en eens flink met hem te knuffelen. Nog net op tijd bedenk ik mij dat dit geen kroelvogel is hoe lief en schattig hij er nu ook uitziet. Het feit dat hij zijn angst overboord heeft gegooid om samen met mij van dit momentje te kunnen genieten moet, voor nu, genoeg zijn. En dat is het ook. Ik schuif hem stiekem nog een kruimel toe en doop zelf ook nog een koekje in de thee. “Lekker he?!” zeg ik vervolgens tegen CoCo en beantwoord hiermee direct zijn retorische vraag.

 

 

Amerika, Moskou, Taiwan, Duitsland en zelfs Nederland.

 

In een eerder blog heb ik het onderwerp Postcrossing aangehaald. Ik had toen nog geen idee wat het in zou houden behalve kaartjes sturen naar onbekenden mensen ergens op de wereldbol. Ik heb in 2.5 maand al verschillende kaartjes, al dan niet voorzien van windmolens en klompen, verstuurd maar ook al aardig wat kaartjes mogen ontvangen. Ik heb de indruk dat er ergens iets is mis gegaan. Volgens het concept wordt je adres namelijk pas vrij gegeven als de ander jouw kaart geregistreerd heeft. Bij mij waren de rollen omgedraaid. Ik had negen kaarten verstuurd maar er al elf mogen ontvangen. Mij hoor je niet klagen. Ik mag de meest bijzondere postzegels bewonderen en de leuke Chinese teksten en tekens bestuderen die op de achterkant vermeld staan. Sommige mensen hebben zo’n priegelig handschrift dat ik er even voor moest gaan zitten eer het ontcijferd was. En één slimmerik had niet de juiste kaartcode genoteerd waardoor ik als een detective het internet af heb moeten struinen om er als nog achter te komen. De mooiste kaart heb ik echter uit Nederland zelf mogen ontvangen. Hij is 3D met een vogel op de voorkant.

Als je zelf een account hebt aangemaakt is het mogelijk om verschillende statistieken te raadplegen. Op het scherm verschijnen dan gekleurde diagrammen en lijntjes. Er verschijnt een kaart (zie foto) waarop aangegeven is vanwaar je kaartjes komen en waar naar toe jij je kaartjes hebt gestuurd. Voor de meer visueel ingestelde lezer 😉

Het is ook erg leuk om de kaarten in te scannen zodat mensen kunnen zien van wie jij welke kaart gekregen hebt en naar wie jij welke kaart gestuurd hebt. Mensen kunnen berichten achterlaten of je kaarten als favoriet bestempelen.

Mijn vriend vindt het allemaal maar onzin. “Je schrijft een kort verhaaltje naar een wild vreemd persoon ergens op de wereld en enige tijd later ontvang je zelf een kaart met dat zelfde verhaaltje van wederom een wild vreemd persoon”. Ik vind het fantastisch. Een kaart op de deurmat met een bijzondere postzegel en de groetjes van Wong Lee, Olga of Kirko om maar wat buitenlandse namen te noemen.

Een kaart verdwijnt bij mij niet zomaar in de kast. Hij blijft eerst nog een tijdje op de tafel of kast staan zodat de voor en achterkant keer op keer bewonderd kan worden. Ik wil ze graag bewaren maar weet nog niet zo goed waarin en hoe.

Zijn er nog meer postcrossende bloggers? Zo ja, wat doen jullie met de kaarten en hoe bewaar je ze?

 

 

Mag het ietsjes minder?

Nou nou… Ik wist dat ik een ietsie pietsie was aangekomen. Dat ik niet meer maatje 36/38 had was mij ook al wel bekend. Maar dat ik nu niet meer in mijn favoriete pantalon kon komen zonder te springen en aan mijn broek te rukken en te trekken om vervolgens, als ik dan eindelijk het knoopje dicht kon krijgen, als een opgebonden rollade door het huis te lopen was de druppel. In nog geen jaar tijd heb ik blijkbaar meer gegeten en gesnoept en minder bewogen dan al die jaren daarvoor. Een jammerlijke constatering.

Na meer dan zes weken niet te hebben kunnen sporten in verband met mijn blessure , was ik het zat en wilde weer lekker bezig zijn. Om nu iedere dag te gaan skaten met dit smerige weer ging mij iets te ver. Daar komt bij dat mijn bovenbeen daar ook niet al te blij van zou worden en het herstel waarschijnlijk nog langer zou duren. Ik besloot daarom het zwembad met een bezoek te vereren.

Zwemmen doe ik over het algemeen alleen als ik met vakantie ben en dan moet er wel een glijbaan aanwezig is. Ik ben en blijf wat dat betreft een 8 jarig kind en deze periode zal en wil ik niet ontgroeien. Maar nu was het recreatiebad helaas gesloten en moest ik mij wenden tot het wedstrijdbad.

Op het moment van mijn binnenkomst was deze nagenoeg leeg. De waterpolotraining was bijna afgelopen en een handje vol wachtende ouders vulde de hal. Een bad voor mij alleen zag ik wel zitten. Lekker op mijn gemak baantjes trekken zonder andere mensen in de weg te zwemmen. Ik kom de kleedruimte uit gelopen en sta nog te pielenmuizen met dat vreselijk jeukende smerige half afgekloven plastic bandje waar mijn kluissleuteltje aan vast zit als mijn oog valt op het wedstrijdbad. Ik heb geen idee waar en wanneer die volksverhuizing tot stand is gekomen maar het ziet er werkelijk zwart van de mensen. Dus… Ik moet even op mijn eerdere gedachten terug komen, dat wordt toch niet alleen baantjes trekken.

Ik wacht tot de meute in het water ver genoeg van mij af gezwommen is en duik dan met een sierlijke (daar ga ik dan maar even vanuit) boog het water in. Ik laat mij uitdrijven onder water en als ik adem te kort kom zwem ik weer naar boven. Ik moet uitkijken waar ik naar boven kom om niet tegen mijn mede zwemmers aan te botsen. Het eerste wat mij op valt is dat het water helemaal niet zo koud is als in mijn herinneringen. Dat is in ieder geval een plus puntje voor deze avond.

Terwijl ik tussen de mensen door laveer raak ik bij baantje drie al bijna buiten adem. Ik ga veel te snel. Ik wil iedereen inhalen die voor mij zwemt en ga ze eerst links en daarna rechts voorbij. Na 10 minuten vraag ik aan een wat oudere vrouw die er uitziet alsof ze hier dagelijks komt of het altijd zo druk is op een doordeweekse avond. Ze antwoord: “Normaal niet, maar als je nog een kwartiertje wacht wordt het al wat rustiger!” Als ik zo door ga ben ik over een kwartier dood en moet ik gereanimeerd worden door één van de vooral-niet-knap-uitziende-badmeesters. Na een paar minuten aan de kant gehangen te hebben om weer op adem te komen besluit ik mijn tempo iets te verlagen. We moeten immers niet te hard van stapel lopen. Hoe was het gezegde ook alweer: Hardlopers zijn doodlopers? En ik denk dat er in dit geval geen uitzondering voor zwemmers gemaakt wordt. Ik kijk vol bewondering naar de mensen die al borstcrawlend en vlinderslagend door het water glijden. Alsof het ze geen moeite kost. Ik houd het braaf bij de schoolslag. Het enige nadeel vind ik dat die mensen denken het bad voor zich alleen te hebben. Als nieuwkomer in het bad eis ik bij deze mijn plek op. Ik heb nota bene ook entre moeten betalen om binnen te komen. Dus ook ik zwem stug door met mijn neus in de lucht (anders verdrink ik). Al snel lijkt mijn verwaande houding te werken en wordt er plaats voor mij gemaakt. Aha, zo werkt het dus in de zwembadscene…

Als ik op de klok kijk ben ik aangenaam verrast. Het half uur is al voorbij en ik ben niet eens zo moe. Ik voel mijn spieren en vooral die in mijn nek toch wel en dat is een goed teken. Ik heb weer wat gedaan… Hopelijk wordt dat geen spierpijn. Als ik uit het bad stap voel ik mij zo vreselijk zwaar dat ik bang ben om te vallen. Ik doe heel nonchalant of ik mijn spieren losmaak en loop vervolgens in een waggelpas naar de kleedruimte.

Na een heerlijke warme douche rijd ik moe maar zeer voldaan terug naar huis. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ik vond het heerlijk en neem mij stellig voor minimaal één keer in de week een half uur te gaan zwemmen als vervanging van het hardlopen. 

 

 

We’re back in business…

Wat begon met een analoge camera van mijn moeder, eindigde na verschillende fotocursussen in een eigen fotostudio aan huis. Het weekend stond vaak in het teken van de fotoshoots en vier jaar lang heb ik geregeld ouders met hun kroost, huisdier of kamerplant mogen verwelkomen. Maar ik zou ik niet zijn als het weer eens tijd werd voor wat anders.

Aan het begin van het jaar ging ik geregeld mee om voetbalfoto’s te maken bij de wedstrijd van de kleine. Dat zag er best aardig uit maar voor mijn gevoel kon het stukken beter. Ik moest erg wennen aan de snelheid en de beweging in tegenstelling tot de statische beelden die ik in de studio voor mijn lens had. Hoewel keuzes maken niet echt mijn ding is was in dit geval de keus wel snel gemaakt. Aan het begin van de zomer heb ik de fotostudio stil gelegd. Geen shoots op zaterdag of zondag, geen beeld bewerking en geen harige beesten meer in mijn huis. Zo had ik de tijd om mij verder te kunnen verdiepen in sportfotografie. Ik heb gewikt en gewogen en de voor en nadelen met mijzelf besproken. Want tja, de sporten die ik voor ogen heb zijn toch echt allemaal buiten… En ik ben nou eenmaal een mooi-weer-mens. Wat het voor mij er in de winter niet makkelijker op maakt. Maar uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt.

Van indoor gaan wij naar outdoor…

Aan het einde van de zomervakantie was ik er voor mijn gevoel aardig klaar voor. De nodige spulletjes waren inmiddels aangeschaft (Zie:  Uitbreiding   & Stoel VS nat achterwerk  ) Zelfs mijn camera en objectief zijn voorzien van een echte regenjas, want de winter in Nederland gaat nou eenmaal gepaard met hier en daar (en vooral plaatselijk) een bui! Ik wilde mijn nieuwe uitdaging aangaan en kon niet wachten tot het nieuwe sportseizoen zou beginnen.

Ook mijn website moest van portretfotografie omgezet worden naar sportfotografie. Met dank aan een goede vriend was dit binnen een avondje gepiept. De foto’s die ik maak worden na de gespeelde wedstrijd op mijn website geplaatst en mensen kunnen ze vervolgens bij bestellen. Ik weet dat ik er nog lang niet ben maar een begin is reeds gemaakt. Hopelijk doen zich veel kansen voor waardoor ik nog meer kan groeien. Wie weet wat de toekomst nog in petto heeft.

 

 -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

 www.fotohamar.nl

 -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

 

 

 

Maar nu even niet…

De bijna beklemmende dwang van alle dag heeft een destructieve werking op mijn geest en mijn ledematen. De gele gloed die de tl-buizen in het kantoorpand verspreidt lijkt zich ook een vaste plek in mijn hoofd te hebben toe geëigend. Zelfs mijn blik is wazig en vertroebeld als ik mijn hoofd van mijn computer af wend. Daarom wil ik even weg uit de sleur, weg uit het gehaast, en ontsnappen aan de druk van alle dag. Natuurlijk ben ik zelf ook schuldig aan dit gevoel. Ik ben immers vrij om op een aantal bezigheden “nee” te zeggen. Maar zo egoïstisch als ik ben eigen ik mijzelf alles toe en ben ik met van alles tegelijk bezig. Hoezo kun je niet in zeven sloten tegelijk lopen? Dat lukt mij best! Tot ik op het diepste puntje van de sloot aangekomen ben om vervolgens in al mijn bezigheden te verdrinken. Waarom doe je het jezelf aan? Waarom? Om het simpele feit dat het leven te kort is, de wereld te veel te bieden heeft en een dag maar 24 uur heeft.

Maar goed ik dwaal af…

Met heel simpele dingen kun je overigens weer goed tot jezelf komen. Even onthaasten in bad, lekker je longen uit je lijf rennen tijdens een rondje hardlopen of squash, in de tuin een heerlijk spannend boek lezen en wegdromen bij de avonturen van je helden. Maar vandaag besluit ik om de skates onder te binden. Even lekker alleen uitwaaien in de polder. Terwijl ik mijn skates vast sta te binden realiseer ik mij dat het hier windstil is. Ach, wel ja, dan skaten we maar wat harder om zo zelf wat wind te creëren. Met een flinke vaart ga ik van start. Mijn benen voelen erg zwaar en hebben te lijden onder mijn dwang om in dit tempo het stuk tot aan de polder vol te houden. Terwijl mijn spieren vriendelijk vragen of ik mijn tempo wil verlagen gooi ik er zelfs nog een schepje boven op. Ik wil voelen dat ik met iets bezig ben en na afloop weten dat ik mijzelf aan het werk heb gezet. Al was het alleen maar om mij er aan te helpen herinneren dat ik ook weer uit de sloot moet komen, hoe diep en kolkend het water af en toe ook kan zijn. Uiteindelijk sta ik midden in de polder. De zon zakt langzaam weg aan de horizon en laat een mooie rode gloed achter. De zomer moet bijna weer plaats gaan maken voor de herfst. Wat meestal gepaard gaat met sombere dagen, regen, wind en snotneuzen. Maar als de herfst zich zo voortzet zoals deze avond hier, met zijn zwoele zonnige, naar pas gemaaid gras ruikende avonden, dan word het mijn favorieten seizoen.

De planning van deze week zit als een chaotische bende in mijn hoofd. Neem daar de nodige dosis frustratie van bepaalde zaken bij en het fiasco is compleet. Ik probeer het allemaal los te laten en ik denk aan niets in het bijzonder. Op mijn gemak skate ik over het pad. Links van mij hoor ik hoefgetrappel. Drie dametjes met hun pony’s rijden keurig achter elkaar in galop over het slingerende pad. Tot ze het open veld hebben bereikt. Alsof de dieren weten wat er van ze verwacht wordt stuiven ze weg en laten mij weer alleen achter. Al rollend ontwijk ik de bladeren en afgevallen boomtakjes. Weldra zal het hier weer vol liggen met groene, rode en bruine bladeren. Dan zal het skaten hier wat lastiger gaan. De alles omringende stilte heeft een positief effect op mij. De chaos in mijn hoofd begint langzaam aan af te nemen, ik word er rustig van.

In de verte zie ik twee dames, eveneens op skates, mijn kant op komen. Als oude bekende groeten we elkaar bij het passeren om daarna ieder ons eigen weg weer te vervolgen. Een fietser haalt mij in en op mijn beurt haal ik weer een hardloper in. Eén ieder is met zijn eigen doel hier en verzonken in zijn eigen wirwar aan gedachten. Aan de waterkant zitten vader en zoon. Ik hoor ze rustig met elkaar praten. Ze zijn aan het vissen. We wisselen een vluchtige blik en de vader steekt bij wijze van groet zijn hand naar mij op. In gedachten zie ik mijn eigen gezinnetje ook al zo bij de waterkant zitten. Hoewel dat niet zal zijn om te vissen. Het voeren van de eendjes lijkt mij waarschijnlijker. Ik onderdruk een lachsalvo en zwaai terug. Zijn de mensen hier nou vriendelijker dan elders of zou het komen door de rust die deze plek uitstraalt? Hoe dan ook, mij bevalt het wel.

Ik volg een rustig pad naar huis. Op deze route kom ik eigenlijk alleen nog maar mensen met honden tegen. Ze rennen om hun baasje heen of wandelen vast op het pad vooruit. Om mijn spieren niet al te veel te belasten verlaag ik mijn tempo en rol zo langzaam aan de straat weer in. Eenmaal thuis loop ik direct maar door naar boven. Kleren worden al wandelend uitgedaan en binnen een paar seconden sta ik onder de douche. Het laatste restje van deze ellendige lange dag glijd als een deken van mij af. De stoom blijft als een dichte mist in de badkamer hangen. De kou omsluit mijn lichaam zodra ik de deur op een kiertje zet om de stoom te laten ontsnappen. Wat voelt dat heerlijk verfrissend en ik voel mij als herboren.

Mijn nieuwe energie bewaar ik voor morgen. Dan kan ik de hele wereld weer aan. Maar nu geniet ik nog even van de rust en kruip met een kop thee lekker op de bank om de avond te verwelkomen.

 

 

Wordfeud… Wie durft?

“Deb, waar is je I-phone? Haal direct wordfeud binnen want dat is zo leuk!” Riepen mijn nichtjes toen ze tegen elkaar aan het spelen waren. En ik: “ppff zeker weer één of ander spelletje waar mijn telefoon van vastloopt of de batterij binnen no-time leeg is.”

Maar ‘s avonds kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen, toog af naar de App Store en haalde het spelletje wordfeud binnen. Ik zat er niet ver naast. Mijn telefoon moet na het spelen van dit spel toch echt langer nadenken voor hij ook maar iets wil openen. Mijn batterij moet minstens twee keer op een dag opgeladen worden. Maar….. Wat is het VERSLAVEND.

Voor de mensen die het niet kennen: Wordfeud is de digitale versie van het spel scrabble. Het kan gespeeld worden op de Iphone (en andere smartphones) of I-pad. Voor mij een compleet nieuwe rage. Het is eigenlijk veel leuker dan in het echt. Je hebt hier namelijk 72 uur bedenktijd. Doe je binnen deze uren niets, dan verlies je automatisch. Je kunt met meerdere mensen tegelijk een potje scrabbelen. Tegen vrienden maar ook tegen volslagen onbekenden. Het is zelfs in meerdere talen mogelijk.

Zo begon ik op een zondagavond aan mijn nieuwe verslaving en speelde tegen vier verschillende mensen tegelijk. Het houdt mij al bijna een week bezig. En met mij natuurlijk ook mijn vriend. Die nog meer letterneuroot is dan ik. Als ik niet bezig ben met het zo tactisch mogelijk weg leggen van letters dan is hij het wel. Samen proberen we onze tegenstanders (mijn familie in dit geval) te slim af te zijn.

Zodra de tegenstander een nieuw woord heeft gemaakt geeft mijn telefoon een “pling”en weet ik dat het mijn beurt weer is. Omdat mijn nachtrust heilig is zet ik het geluid van mijn telefoon uit als ik ga slapen. Er wordt ‘s nachts dus niet gespeeld. Hoewel het soms best moeilijk is om in slaap te vallen met al die dansende letters voor je ogen.

Helaas zijn (nog) niet alle Nederlandse woorden opgenomen in het spel. Zo herkent hij ICT wel, maar IQ weer niet. Sommige namen zijn wel toegestaan en anderen weer niet. Maar dat mag de pret niet drukken..

Wie durft het tegen ons op te nemen? Laat je naam hier achter en ik voeg je toe!  🙂

 

Sonja Bakker…

Zondagmorgen 25-sept

De beat van Eminem dreunt nog na in mijn hoofd als ik uit mijn auto stap. Terwijl ik de boel afsluit wordt ik omhuld door een alles omvattende stilte. Ik blijf even staan en de natuurlijke geluiden dringen langzaam door in mijn hoofd. Ik hoor de wind die de blaadjes in de bomen doet ruisen. De vogeltjes kwetteren er rustig op los en in de verte hoor ik hoefgetrappel van een paard dat over de weg draaft. De zon verwarmt mijn gezicht. Een typische zomer zondagmorgen in de polder. Het zal niet lang meer duren of de wegen (voor zover) vullen zich met wandelende opa’s en oma’s, fietsende ouders en skatende kids. Hier wordt ik nou vrolijk van.

Ik ben op stal en ga op zoek naar mijn paard. Het gras in ons land is nagenoeg op. Maar de buurman heeft zijn weiland ter beschikking gesteld. Met dit mooie weer ben ik daar erg blij mee. Ik wandel met zijn halster naar het weiland en geniet nog even van het zonnetje, want voor je het weet is het voorbij. Ik wordt zelfs vriendelijk begroet door de paarden. Ze komen zowaar naar mij toe gelopen. Waarschijnlijk zijn ook zij vrolijk gestemd door dit weer.

Waar ik dan weer niet zo vrolijk van wordt is zijn bolle grasbuik. De afgelopen week heeft hij op een karig stuk land gestaan en dat deed hem goed. Mijn lieve poown heeft namelijk aanleg om dik te worden. Niet zomaar dik, nee tonnetje rond. Hij is helaas niet gezegend met maatje 36 zoals zijn buurvrouw. Het arme dier dijt al uit zodra hij aan gras ruikt. Aan het begin van de zomer heb ik besloten om hem voor zijn eigen gezondheid een graasmasker om te doen. Het is een normaal halster maar dan voorzien van een korf. Aan de onderkant van de korf zit een gat van een paar centimeter waardoor de opname van gras met 50% wordt gereduceerd. Hij moet er weliswaar meer moeite voor doen maar zo is het voor hem toch mogelijk om met zijn soortgenootjes buiten te lopen en niet (al) te dik te worden. Zoals ik al zei noem ik het een graasmasker, mijn stalgenoten noemen het een “muilkorf” en mijn buurvrouw noemt het zijn “Sonja Bakker masker”. Dat laatste klonk het meest vriendelijkst dus zo hebben we het ding genoemd.

Nu we op dit grote graasland staan, dat maar bevolkt wordt door vier paarden, ben ik van mening dat we er goed aan doen om hem weer te laten Sonja Bakkeren. Al is het maar voor een paar uur per dag. Terwijl het paardenbeest van niets bewust achter blijft in het weiland hobbel ik weer terug naar stal om de halsters te wisselen.

Een paar minuten later staat hij met zijn Sonja Bakker masker op in het weiland. Eén blik op mijn paard en ik voel mij opslag schuldig. Ik weet dat dit voor zijn eigen best wil is. Ik klop hem nog even gemoedelijk op zijn hals. Spreek wat lieve woordjes en draai mij daarna om. Hij heeft blijkbaar de stille hoop dat ik een grapje maak want hij loopt met mij mee terug naar het hek.  Maar als ik over het hek klim weet hij dat het menens is. Hij kijkt mij in en in triest aan. Ik moet nu sterk in mijn schoenen staan, ik doe dit voor zijn eigen best wil. Hij moet op rantsoen. Gelaten loopt hij bij mij vandaan. Halverwege het weiland blijft hij staan en werpt mij vanaf zijn plek nog één maal een blik over zijn schouder toe. Zijn ogen en oren spreken boekdelen. Hoewel hij niet kan praten weet ik dat hij nu denkt: “Heb je nu je zin?” Hij weigert om zijn neus in het gras te steken en blijft als een wassenbeeld op zijn plaats staan. Hij probeert mij op zijn manier duidelijk te maken dat het masker er voor niets op zit. Ik heb mijn tijd aan hem verspild.

Bijna heeft hij mij zover dat ik naar hem toe wil rennen om het masker er af te halen, sorry te zeggen en hem zijn gang te laten gaan met het uitvoeren van zijn grootste hobby: ETEN. Maar ik ben mij er van bewust dat mijn paard is afgestudeerd aan de HTS. (de hoge toneel school) Ik laat hem staan met zijn masker op zijn snufferd en zijn neus in de lucht en wandel over de dijk terug naar stal. Vanaf de dijk kijk ik nog één keer naar het weiland. Zijn trots heeft hij binnen vijf minuten opzij geschoven. Want hij staat alweer bij zijn vriendjes met zijn neus tussen het gras. Gelukkig maar.

Voor ik in mijn auto stap om terug naar huis te rijden vervloek ik mijzelf dat ik niet met de fiets gekomen ben zodat ik nog wat langer van dit heerlijke weer kan genieten. Om tijd te rekken drentel ik wat heen en weer op stal en houd mijzelf bezig met het opruimen van de “keet” waar al onze spullen liggen. Na enige tijd moet ik toch echt naar huis en moet de rust weer plaats maken voor de hecktiek van de stad. Ik besluit om na het avond eten terug naar stal te rijden om mijn paardenbeest te ontdoen van “Sonja Bakker.” Hij lijkt het masker niet eens meer op te merken en komt mij al grazend tegemoet gelopen. Van zijn eerdere boosheid is ook niets meer te merken. Ach, liefde gaat nou maal door de maag…