Een laatste groet…

Ik sta in een schemerige ruimte en een allesoverheersende stilte vult mijn oren. Om mij heen staan bloemen, heel veel bloemen. In het midden van de ruimte staat een kist. Het hoofdeinde van de kist wordt geflankeerd door twee kaarsen. De uitvaartbegeleidster vraagt of het zo lukt. Als ik hierop bevestigend knik verlaat ze de ruimte om zich bezig te houden met haar eigen taken. Ik blijf alleen achter met de man in de kist. Hij is niet van plan om ergens naar toe te gaan. Zijn taak op aarde zit er op en zijn volgende reis is reeds begonnen.

Voor de nabestaanden maak ik een uitvaartreportage zodat ze later, in alle rust, nog eens terug kunnen kijken op deze droevige dag. Voor de verwerking, ter herinnering of gewoon omdat ze hier behoefte aan hebben.

Zorgvuldig verplaats ik wat bloemstukken zodat de linten beter zichtbaar zijn. Ik hurk om een foto te maken en kan een rilling niet onderdrukken. De dood wacht niet, het klopt aan op onverwachte momenten. Voor jou, voor mij en nu voor deze man. Tot voor kort een echtgenoot, een vader, een opa.

Had mij drie jaar geleden verteld dat ik mij vandaag de dag bezig zou houden met uitvaartreportages en ik had je uitgelachen. Hoewel de dood mij altijd gefascineerd heeft moest ik er niets van hebben. De gedachten om alleen met een overleden persoon in één ruimte te zijn gaf mij de rillingen. Door zelf het nodige mee gemaakt te hebben, heb ik ook geleerd over drempels heen te stappen. En zie hier, ik sta nu alleen in de ruimte en kijk door het oculair van mijn toestel naar een man die tot voor kort nog midden in het leven stond.

Voor mij een fijne gedachte dat ik deze reportage voor de familie mag maken. Daar heb ik graag mijn eigen grenzen voor willen verleggen en de nodige onzichtbare drempels voor willen nemen.

Terwijl de familie op hun manier afscheid neemt van de man loop ik vast naar buiten. Daar tref ik zes dames aan die klaar staan om de kist te dragen van de aula naar de begraafplaats. Het draagstersgilde is iets waar ik tot voor kort geen weet van had. Iedere keer weer vind ik het bijzonder om dit te mogen aanschouwen. Hun filosofie is: “Ieder mens wordt voor zijn of haar geboorte gedragen door een vrouw. En wanneer dat leven over is, zijn het wederom vrouwen die hem of haar naar de laatste rustplaats dragen. Vrouwen dragen je het leven in en het leven uit”.

De mensen zijn in grote getale toegestroomd om hun laatste eer te bewijzen aan deze man. Als het nodige gezegd is, zijn lievelingsmuziekstuk als laatste wordt gespeeld en de dienst er vervolgens op zit gaan de deuren van de aula open. Het eerste waar mijn oog op valt is de blauwe lucht. Fijn dat de zon de wolken op deze trieste dag heeft weten te verjagen. De draagsters staan klaar om de man naar zijn laatste rustplaats te brengen. Achter de kist loopt zijn familie, gevolgd door vrienden, collega’s en andere bekenden. Bij zijn graf worden nog enkele woorden tot hem en zijn familie gesproken. De hele stoet met mensen loopt nog één maal langs de kist. Dan is het moment ook aangebroken voor zijn vrouw. Ze prevelt een paar woorden, een laatste groet, een afscheid. Met gebogen hoofd en omringt door haar familie loopt ze bij het graf van haar man vandaan om hem daar voor altijd te laten rusten… 

 

 

 

 

 

 

 

Een werkplek vol herinneringen…

07.40 uur, ik kom aan op mijn werk en wens mijn collega bij de receptie een goedemorgen toe. Zelfs de postbode was op dit vroege tijstip al geweest en ik loop met alle “fanmail” van onze klanten door naar de lift. “Er zit ook een aangetekende brief voor jou bij!” Roept de receptioniste van achter haar pc.

Terwijl ik onhandig de grote stapel post in evenwicht probeer te houden druk ik met één van de vingers die ik vrij kan maken op het knopje van de lift. De stapel begint te schuiven en zoals verwacht maar niet gehoopt glijd de stapel post van mijn arm op de grond. Als de lift boven is heb ik bijna alle poststukken weer bij elkaar geraapt. Voor de liftdeuren zich weer kunnen sluiten graai ik de laatste enveloppe van de grond en stap snel naar buiten, de gang op.

Direct maakt mijn hart een noodstop om vervolgens met 200 slagen per minuut op hol te slaan. Terwijl mijn hart bezig is met een marathon probeer ik logisch te blijven denken.

Ik staar naar de aangetekende brief die aan mij geadresseerd is. Niets bijzonders in een bedrijf waar dagelijks zakken met post worden afgeleverd. Het is ook niet zozeer de enveloppe die mijn aandacht getrokken heeft, maar het handschrift. Dat is namelijk identiek aan die van mijn vader. Dat zou nog niet eens zo bijzonder zijn, was het niet dat mijn vader 1.5 jaar geleden overleden is. Ik vraag mij af of ze sinds kort ook aan postzending in de hemel doen, via een engel van een postbode is het poststuk van mijn vader bij mij terecht gekomen…

Terwijl ik naar mijn bureau toe loop, met nog steeds de stapel post in mijn handen, gaan mijn gedachten uit naar mijn vader. Hij heeft jaren lang voor Rolled Alloys gewerkt. Een firma gericht op de staalindustrie. Het pand is echter meer dan 12 jaar geleden met de grond gelijk gemaakt. Mijn vader moest opzoek naar ander werk of mee verhuizen naar elders in het land. Hij koos voor optie één om zo dicht in de buurt van ons te kunnen blijven. Op de plaats waar hij altijd met veel plezier gewerkt heeft is een kantorencomplex uit de grond gestampt. Voor de mensen die wel in toeval geloven…. 4.5 jaar geleden ben ik in dat kantorencomplex komen te werken. Om het nog specialer te maken. Mijn kantoor is op precies dezelfde locatie gelegen als de ruimte waar mijn vader de orders aannam en verwerkte. Als ik naar buiten kijk zie ik de snelweg, het roestige dak van de garage tegenover ons en de opslagruimte van mijn vader die voor ons nu dienst doet als parkeerplaats. Ik heb het zelfde uitzicht dat mijn vader jaren lang gehad heeft als hij uit het raam naar buiten keek, of de werkplaats uitliep om naar buiten te gaan.

Soms, als ik door de krochten van ons pand loop opzoek naar een doos briefpapier of enveloppen, ruik ik een vlaag van de lucht die altijd om mijn vader heen hing als hij gewerkt had. De bekende staal en stof lucht. Als ik dan mijn ogen dicht doe zie ik mijn vader zo levendig voor me in zijn blauwe overal en zijn oranje “Happy Music”* T-shirt daar onder. En die lompe veiligheidsschoenen met stalenneuzen er in. Ik zie hem lopen door de loods met opdrachten in zijn handen terwijl hij naar mij lacht en zegt: “He meisje, ik ben bijna klaar hoor!”

Mijn collega haalt mij uit mijn overpeinzingen door te vragen of alles wel goed met mij gaat. Ik moet even terug op aarden komen, maar knik vervolgens dat alles oké is. Ik glimlach om de herinneringen aan mijn vader en kijk nog eens goed naar de enveloppe en het logo. Het zou echt mijn vaders handschrift kunnen zijn. Maar voor zover ik weet nemen ze in de hemel geen examens “Gasmeten in zeecontainers” af…

***

*Happy Music was het bedrijfje van mijn familie. Mijn vader en zijn broers waren daar DJ van en speelden op plaatselijke feestjes en partijen.

Roti wat?

Ik ben nou niet bepaald een keukenprinses. En daarmee druk ik mij nog heel zacht uit. Ik heb een bloedhekel aan koken. Ondanks dat vriendlief en ik elkaar afwisselen in de keuken blijft het een saaie, vervelende en tijdrovende klus die ik liever uit handen geef. Maar goed, een mens moet nou eenmaal eten. Als ik ooit een loterij zou winnen zou ik het geld gebruiken om een kok te kopen. Hij mag iedere dag het lekkerste van het lekkerste voor mij klaar maken. Een kok die het leuk vind om uren achtereen in de keuken te staan, terwijl ik het met bloed, zweet en tranen bereidde avondmaal binnen 20 minuten naar binnen prop. Toen ik mijn vriend leerde kennen noemde hij mij wel eens een nep of albino pinda. Je bent (half) Indisch maar je verbrand in de zon en koken? Daar doe je niet aan… Dat eerste heb ik te danken aan een über Nederlandse moeder, rossig haar en blauwe ogen. Waar ik dat tweede aan te danken heb? Te veel keuzes in het leven denk ik…

Voor koekjes, muffins en taart wil ik wat koken betreft wel eens een uitzondering maken. Een heel kleine uitzondering en dan eigenlijk ook alleen als ik het af kan met kant en klare pakken a la Dr. Oetker. Dat is net zoiets als iedereen kan schilderen van Ravensburger! Simpel, makkelijk en snel.

Mijn tante werd afgelopen week 50 jaar. Dat moest gevierd worden. Om de dag voor mijn tante een nog specialer tintje te geven dan het al had besloten we om verschillende Indische hapjes te (laten) maken. Mijn nichtje vroeg mij om Roti Kukus te maken. Rottie wat?? Hoor ik sommige lezers al denken. Roti kukus. De betekenis van kukus is stomen. Het is dus een gestoomde Indische cake. En werkelijk om je vingers bij op te eten. Het ziet er niet uit als het de stomer in gaat. Eigenlijk ook niet als het de stomer weer uit komt. Maar de smaak maakt alles goed. Het is helaas niet een recept ala Dr. Oetker, maar echt heel moeilijk is het nu ook weer niet.

Daar stond ik dan in de keuken met alle potjes, pannetjes, keukenmixer en al wat nodig was om tot onderstaand eind resultaat te komen. Voor de zoete kauwers onder ons: er gaat 500 gram suiker in. Dus ben je op dieet dan zou ik mij verre van dit heerlijke gerecht houden!

Wat gaat er nou precies in en wat heb je nodig:

  • 4 eiwitten
  • 8 eidooiers
  • 500 gram witte suiker
  • mespuntje zout
  • 1 dl spa rood/ 7-up of ander bruisend bron water
  • 500 gram zelfrijzend bakmeel
  • zakje vanillesuiker
  • 2/3 eetlepels Droste cacao poeder
  • 1 stoompan
  • 1 schone (oude) theedoek

Er zijn heel veel verschillende recepten voor dit gerecht en het is bij heel veel, zo niet alle Indo families bekend. Ik heb het recept van mijn moeder, die het weer van haar (schoon)moeder heeft, aangehouden.

Hoe maak je dit klaar:

Splits de eieren. Mix de eidooiers samen met de witte suiker, vanillesuiker en het zout tot een egaal mengel. Voeg beetje voor beetje het zelfrijzend bakmeel toe. Het is nog beter om dit te zeven zodat er geen klontjes ontstaan. Voeg het spa water toe als het beslag te dik wordt. Het moet er luchtig uit zien. Hoe luchtiger het beslag, hoe lekkerder het eindresultaat. Klop de eiwitten stijf en schep dit door het beslag. LUCHTIG… Dus niet mixen!! Verdeel het beslag nu over twee schalen. Voorzie één van de schalen van de cacaopoeder.

Nu komt het:

Deze cake gaat niet in de oven maar in een stoompan. Voorzie de stoompan (de pan met de gaatjes, voor de niet keukenprinsessen onder ons) van de natte (uitgewrongen) theedoek. Spatel het beslag om en om in de stoompan. (laagje wit, laagje bruin enz.) Zorg dat de pan niet meer dan de helft vol zit met beslag. Het hele zwikkie gaat namelijk nog rijzen. Plaats een deksel op de pan, de uiteinden van de theedoek kunnen onder het handvat van het deksel geplaatst worden (anders vliegt de boel in de hens, ik spreek uit ervaring!!) Breng het water in de onderste pan aan de kook en laat alles ongeveer een uur op matig vuur staan. Controleer wel regelmatig het water in de onderste pan. (zorg er voor dat de bovenste pan niet onder water staat)

Als het goed is zul je gaan voelen dat de pan steeds zwaarder wordt. Let op: kijk pas in de pan als het uur voorbij is. Anders bestaat de kans dat hij in zakt. Steek een satéprikker in de cake om te kijken of hij gaar is. Blijft er beslag aan plakken dan moet je cake nog even blijven stomen.

Als je het goed gedaan hebt zal de cake zich aan de bovenkant openen in de vorm van een bloem, ster of hoe ver je fantasie dan ook reikt … 

Eetsmakelijk!!

 

 

 

 

 

 

 

 

Blauw, rood & zwart …

Drie jaar geleden is het gedonder begonnen. Toen raakte ik in de ban van het snowboarden. Weer zo iets waar ik totaal niets van moest weten. Maar… het virus sloeg toe en ik raakte verslaafd. Het boarden werd een ware obsessie voor mij. Om het te leren heb ik een aantal lessen op een rondraaiende mat gevolgd om vervolgens de rest aan te leren op de indoorberg van Snowworld of De Uithof. Nu zijn we dus per jaar minstens één rib uit ons lijf kwijt aan een wintersportvakantie. Niet zomaar een vakantie. Maar een vakantie met de familie. In 2011 besloten we voor het eerst met mijn tante en oom mee te gaan naar Oostenrijk. Dat was zo goed bevallen dat we dit jaar weer mee gingen. En wij niet alleen. In totaal gingen we met vier gezinnen, 13 man/vrouw/kind in totaal.

In tegenstelling tot  één van mijn nichtjes ben ik niet zo’n held als het op snelheid en durf aan komt. Ik ben van de zekerheid en veiligheid. Ingesnoerd met backprotector en helm ging ik vorig jaar met 10 km per uur van de piste terwijl ik links en rechts ingehaald werd door skiërs en boarders. Dit jaar gingen we al wat harder en met meer zekerheid en souplesse van de berg. Mijn nichtje, die hier al een aantal jaren komt, vond het tijd worden voor wat meer actie en nam mij mee naar een gedeelte van de berg dat bestempeld wordt als “rood” en de naam “penzing” draagt. Alleen de naam bezorgde mij eigenlijk al de rillingen. Uiteindelijk begreep ik dat de stoeltjeslift zo heet, maar voor het gemak de berg ook zo genoemd wordt.

Om er te komen moesten we eerst met de gondel naar boven. Er waren verschillende routes om beneden te komen. Twee korte steile afdalingen die er voor zorgden dat je uiteindelijk op de piste kwam waar het allemaal om draaide. Of drie verschillende bospaadjes die netjes om de berg heen cirkelden en ons uiteindelijk ook op dat stuk piste brachten waar we zijn moesten. Kiezen is nou eenmaal niet mijn ding zoals jullie inmiddels wel weten. Ik heb daar even staan wikken en wegen, staan plussen en minnen welke route het beste bij mij zou passen. Tot mijn tante zei dat we maar beter het bospad konden nemen. Veiligheid voor alles.

In haar kielzog vervolgden we de route. Mijn tante op haar ski’s, mijn nichtjes en ik op ons snowboard. Het eerste bospad diende zich aan. Ik schrok van dit smalle pad. Maar ik schrok nog meer van het feit dat het pad niet was afgezet met een hekje, vangrail, plankje of desnoods een stukje lint! Ik keek recht de afgrond in. (nou oke, iets minder diep, het ravijn… ) Ik toverde mijn grootste glimlach naar voren die uitstraalde: “Ik ben heus niet bang hoor!” Terwijl iedereen netjes mijn tante volgde stond ik daar nog als aan de berg genageld, te twijfelen of ik niet gewoon mijn board uit zou doen om dat stuk te lopen. Ik wilde mij natuurlijk niet laten kennen dus zette ik mijn bochtenwerk in. Veiligheid voor alles?? Op hoop van zegen dan maar… Dit ging wonderbaarlijk goed. Zolang ik maar niet naar de rand van het bospad keek. Hoe dichter ik bij de rand kwam hoe meer ik leek te bevriezen en daarmee dus ook mijn bochtje niet kon maken. Ik zal niet zeggen dat ik hoogtevrees heb, maar mijn maag draaide zich toch wel een aantal keer om bij het betreden van deze paden en zeker wanneer ik te dicht bij het niet afgezette stuk pad kwam. Waarom kozen we ook alweer voor het bospad en niet voor het steile (korte) stuk? Ik bleef dan ook veilig aan de kant van de berg, voor zover dat kon. Het liefst pakte ik de berg vast om hem nooit meer los te laten. Overigens is op de film ook terug te zien hoe ik dit verschillende malen probeer en hiermee, heel hilarisch, een afdruk van mijzelf achterlaat in de grote hopen sneeuw, niet één maar een stuk of vijf…

Eénmaal de griezelige enge bospaadjes achter ons gelaten strekte zich een oogverblindende witte piste voor ons uit. Bijna helemaal voor ons alleen. Dat was het gestuntel halverwege de berg meer dan waard. Wat heerlijk om in alle vrijheid naar beneden te boarden, de techniek steeds beter door te krijgen en bij iedere afdaling steeds zekerder van mijzelf te worden.

Zo zeker zelfs, dat mijn nichtje besloot om mij de volgende dag mee te nemen naar de “zwarte” piste. Zonder bospaden en lekker breed. “De techniek van het boarden heb je!” Was haar mededeling. Nu alleen nog het lef kweken om te gaan. Haar enthousiasme werkte aanstekelijk en dus besloot ik mee te gaan. Overtuigd van het feit dat als ik bospaden aan kon, ik alles aan kon, volgde ik haar naar het begin van de afdaling. Die was gelukkig niet zo steil als ik verwacht had. De eerste paar meter heb ik  roetsjend afgelegd. Daarna kon ik mijn bochten inzetten. Wat een overheerlijke piste was dit!! De sneeuw was perfect en ook hier was weer geen hond te zien. Afgezien van het dorp beneden in het dal leek dit gedeelte van de berg uitgestorven. De laatste en tevens langste en steilste afdaling bracht ons terug naar de gondel. Ik had al zoveel angsten overwonnen en grenzen verlegd dat ik zonder schroom begon aan dit laatste stuk. Ik had te doen met mijn arme voetjes maar wat gaaf dat ik dit ook gedaan heb. Beneden aan de berg volgde nog een kodak moment, al was het alleen maar om even uit te rusten voor we verder gingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoals aan alles kwam ook aan onze vakantie weer een eind. Ik had nog wel een weekje willen blijven. Het was een prachtige week met veel actie, lol, lef en durf maar vooral gezelligheid (hè wat cliché.. Maar oh zo waar.) Ik kijk nu al uit naar volgend jaar.

 

 

 

 

I wont give up…

Soms hoor je wel eens een liedje dat je direct laat mee zingen, dat je aangrijpt of anderzijds iets met je doet. Ik zat laatst in de auto en hoorde het liedje van Jason Mraz, “I won’t give up”

Hoewel dit liedje hoogstwaarschijnlijk slaat op een liefde die hij niet op zou willen geven moest ik direct aan mijn ouders denken. En dan in het bijzonder aan mijn vader.

Tijdens zijn leven was onze band niet echt geweldig. Hoe ouder we werden, hoe minder contact we met elkaar hadden. Pas het laatste jaar van zijn leven groeiden we langzaam weer naar elkaar toe en zagen we elkaar wat meer. Alsof het zo had moeten zijn. Maar nu hij er niet meer is voel ik pas wat voor een band ik eigenlijk met mijn vader had en misschien nog steeds wel heb. Een ongeschreven stuk tekst. Een onuitgesproken woord. Een gevoel. Een deel van mijn en zijn wezen dat er is en tegelijkertijd ook weer niet.

De nuchtere mensen onder ons zullen bovenstaande afwimpelen met een simpel gebaar of een vriendelijke glimlach. Maar er zullen ook mensen zijn die begrijpen wat ik bedoel…

Het is dit liedje dat mij laat glimlachen (nadat ik eerst mijn ogen uit mijn kop heb gejankt) en mij het gevoel geeft dat mijn vader ook mij nog niet vergeten is.

I wont give up…

When I look into your eyes
It’s like watching the night sky
Or a beautiful sunrise
Well there’s so much they hold
And just like them old stars
I see that you’ve come so far
To be right where you are
How old is your soul?I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

And when you’re needing your space
To do some navigating
I’ll be here patiently waiting
To see what you find

‘Cause even the stars they burn
Some even fall to the earth
We’ve got a lot to learn
God knows we’re worth it
No, I won’t give up

I don’t wanna be someone who walks away so easily
I’m here to stay and make the difference that I can makeOur differences they do a lot to teach us how to use the tools and gifts
We got yeah we got a lot at stake
And in the end, you’re still my friend at least we didn’t tend
For us to work we didn’t break, we didn’t burn
We had to learn, how to bend without the world caving in
I had to learn what I got, and what I’m not
And who I am

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up
I’m still looking up

I won’t give up on us
God knows I’m tough, he knows
We got a lot to learn
God knows we’re worth it

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

***

Uitvaartfotografie . . .

Nieuwe uitdagingen aangaan is sinds enkele jaren wel bij mijn levensmotto gaan horen. Ik heb geen moeite met een vast patroon. Daar voel ik mij over het algemeen zelfs erg prettig bij. Maar zo nu en dan vind ik het leuk om iets nieuws uit te proberen en nieuwe uitdagingen aan te gaan. Het kan dus voorkomen dat ik opeens iets heel erg leuk, bijzonder, fascinerend of mooi ga vinden en dat ik dit tot voor kort saai, stom of afgrijselijk vond. Uggs, wintersport, hakjes en zelfs de dood zijn hier enkele voorbeelden van. Vriendlief schudt geregeld zijn hoofd. “Vorig jaar vond je nog dit en nu is het opeens dat.”Altijd leuk zo’n verrassingselement al zeg ik het zelf.

Mij verdiepen in iets nieuws, boeken, internet en handleidingen uitpluizen en het nieuwe onderwerp uitproberen in de praktijk zorgen er voor dat ik nog enthousiaster wordt. Maar op sommige vlakken ook onzeker. Doe ik het wel goed? Zijn mijn eigen verwachtingen misschien niet te hoog gegrepen? Maar als het dan lukt, geeft het een enorm goed gevoel. Vervolgens wil ik alleen maar meer en beter presteren. De sportfotografie is hier een mooi voorbeeld van zoals jullie eerder hebben kunnen lezen op mijn blog. Ik ben nog steeds volop aan het experimenteren en zit bijna ieder weekend (door weer en wind) aan de kant met mijn toestel om verschillende teams op de foto te zetten.

Wat heb je nu dan weer? Zul je misschien wel denken.

Sinds het overlijden van mijn ouders vorig jaar heeft de uitvaartfotografie ook mijn interesse. Ik ben er achter gekomen dat dit fenomeen door heel veel mensen als raar wordt ervaren. Meestal zijn dit mensen die nog niet eerder een uitvaart van dichtbij hebben moeten regelen of er mee te maken hebben gehad. Wij hebben door bekenden uit de familie foto’s laten maken van de dienst van mijn vader en ook van die van mijn moeder. Dit heeft mij veel steun gegeven. En dat doet het overigens nog steeds. Het is een geruststellende gedachte dat ik de foto’s op een later tijdstip nog eens terug kan kijken en ik hoef ook niet bang te zijn dat ik iets vergeet van deze twee moeilijke dagen. Zo’n dag wordt vaak in een roes beleefd en hierdoor bestaat de kans dat er een hoop langs je heen gaat.

Ik hoef jullie als lezer ook niet te vertellen dat er een wezenlijk verschil zit tussen sport- en uitvaartfotografie. Afgezien van de snelheid natuurlijk ook de ambiance er omheen. In het laatste geval is het ook wat lastiger om ervaring op te doen.

De vraag die bekende mij tot nu toe gesteld hebben: “Wat ga je dan op de foto zetten?” De bedoeling is niet om met mijn telelens verdrietige mensen of de overledene op de foto te zetten. Maar door middel van sfeerbeelden, overzicht- en detailfoto’s wil ik proberen een herinnering aan de, over het algemeen, verdrietige dag vast leggen zodat nabestaande iets tastbaars hebben om op terug te kijken. Maar ook voor familieleden en vrienden die niet bij de dienst aanwezig konden zijn. Of voor kinderen die te klein waren om iets mee te krijgen van deze dag.

Een heel mensenleven lang worden er foto’s gemaakt. Dit begint al bij de geboorte. Waarom dan niet bij het afscheid van het leven?

Naar aanleiding van een gesprek met de uitvaartbegeleidster die de uitvaart van mijn moeder heeft geleid, heb ik nu een mooie en bijzondere kans gekregen om mij op fotogebied nog meer te ontwikkelen en te verdiepen. Een kans die vrij uniek is heb ik al begrepen van andere (uitvaart)fotografen. Helaas is er geen opleiding of cursus voor het werk als uitvaartfotograaf. Ik zal het dus moeten doen met mijn eigen creativiteit, mijn gevoel, en met ervaring. En ervaring krijg je alleen door iets veel te doen. Ze heeft voor mij een soort van stage plaats in het “leven” geroepen. De familie moet natuurlijk wel toestemming geven om mij tijdens deze dag te laten fotograferen. Maar als ze hier mee akkoord gaan probeer ik zo onopvallend mogelijk aanwezig te zijn en de gebeurtenissen vast te leggen. Uiteindelijk krijgen ze van mij het werk gepresenteerd op een cd-rom. Zelf doe ik zo ervaring op om hopelijk in de loop van de komende maanden een nieuwe tak van fotografie aan mijn portfolio toe te kunnen voegen en zelfstandig hiermee verder te kunnen gaan.

Naast dit alles krijg ik ook nog eens een kijkje in de keuken van het werk van de uitvaartbegeleidster. Ik heb hier erg veel respect voor gekregen. Het is een zwaar maar vooral mooi beroep dat inmiddels ook mijn interesse op een bepaald gebied heeft gewekt. Maar dat is allemaal voor later.

Laat ik mij nu eerst maar eens buigen over de aanschaf van mooie cd-doosjes, foto albums, visitekaartjes en briefpapier.

***

Wordt vervolgd…

2011 VS 2012

2011 was voor mij het jaar waarin afscheid nemen centraal stond. Maar het was ook het jaar waar deuren voor mij open gingen die anders gesloten zouden blijven. Ik hoor mensen in mijn omgeving wel eens zeggen dat 2011 echt een rot jaar voor mij moet zijn geweest. Zelf kijk ik er zo niet op terug. Natuurlijk had ik liever dingen anders gedaan. Helaas heb je het niet altijd voor het zeggen en kun je er maar beter het beste van maken. Met positief denken en handelen bereik je immers het meest. Ik heb dingen geleerd over mijzelf, over anderen maar ook door anderen. Hieronder een kleine samenvatting van het afgelopen jaar.

2011 heeft mij onder andere geleerd dat:

  • Niemand het eeuwige leven heeft, hoe naïef om dat te denken. En de dood toch echt een onderdeel van ons leven is;
  • Je dingen moet accepteren, hoe moeilijk dat ook is. Aangezien alles gebeurd met een reden;
  • Kamperen niets voor mij is;
  • Ik meer aan kan dan ik zelf wel eens denk;
  • Vriendschappen komen en vriendschappen gaan;
  • Een hamstringblessure niet handig is;
  • Ik nog steeds geen 10 km heb hardgelopen en ik ook nog steeds geen 5 km in 25 minuten gelopen heb;
  • Ik dichter tot mijzelf gekomen ben;
  • Onrust in lichaam en geest waarschijnlijk “Deborah” eigen is;
  • Ik weer in mijn broek pas (drie hoeraatjes voor Boor!)
  • Een kat en papegaai best samen in één huis kunnen wonen;
  • Creativiteit niet af te dwingen valt;
  • Het onmogelijke best mogelijk is.

Naast een samenvatting van het afgelopen jaar volgt er natuurlijk ook een beknopte opsomming voor het komende jaar.

2012 gaat er hopelijk voor zorgen dat:

  • De band tussen mijn familie en vrienden nog hechter gaat worden;
  • Niemand zijn benen breekt tijdens de wintersport;
  • Ik meer kan gaan betekenen voor andere mensen;
  • Ik nu eens door ga krijgen hoe mijn externe flitser werkt;
  • We dit jaar nog meer mogen genieten van de kleine dingen des levens;
  • Mijn blog meer zal gaan groeien met verhalen en met bezoekers;
  • We dit jaar geen afscheid van mens of dier hoeven te nemen. 2011 was meer dan genoeg;
  • Ik nu eindelijk eens mijn doelen, voor wat betreft hardlopen, kan verwezenlijken;
  • Ik mijn interesses, op persoonlijk en op professioneel vlak, kan en mag gaan verbreden;
  • En als bovenstaande door gaat, er hopelijk dit jaar nog gestart kan worden met een nieuwe cursus cq opleiding;
  • De familie BBQ dit jaar bij ons gehouden gaat worden;
  • Ik niet steeds met blote voeten in kattenbakkorrels stap;
  • Mijn sportfoto’s alleen maar beter en beter zullen gaan worden;
  • Ik nu eindelijk eens die mooie broek- cq mantelpakjes aan ga schaffen.

Of we hier kunnen spreken van goede voornemens weet ik eigenlijk niet. Toch wil ik mijn best gaan doen om de genoemde punten te gaan halen en deze daadwerkelijk uit te voeren in 2012.

Dus 2012 wordt het jaar waarin ik:

Intensiever bezig ga zijn op persoonlijk en professioneel vlak, meer ga genieten van de dingen die ik doe en nog meer lol ga maken met familie en vrienden.

 

En jij?

 

 

 

 

Rots in de branding…

 

Kolkende rivieren

Onstuimige zee

Waar is mijn rots in de branding

Wie voert mij mee?

Een hand op mijn schouder

Een arm om mij heen

Een troostend woord

Toch voel ik mij alleen

Een vader en een moeder

Verliezen in één jaar

Dit lijkt voor sommige onmogelijk

Maar voor mij echt waar

Dan reikt ze mij haar hand

Al is de weg nog erg lang

Zij laat mij zien, je red het wel

Wees niet bang

 ~

Kabbelende rivieren

Rustige zee

Daar is mijn rots in de branding

Zij voert mij mee…

 

Een kleine ode aan mijn familie en vrienden die er voor mij waren (en nog steeds zijn) op wat voor manier dan ook, toen mijn ouders kwamen te overlijden. Mijn vader begin dit jaar, mijn moeder kort geleden.