Tot het laatst…

Vandaag mijn één na laatste blog, die ik met jullie wil delen als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf. Ook dit verhaal heeft weer vreselijk veel indruk op mij gemaakt. 

~

“Tot het eind heeft ze gevochten. Tot het eind was ze sterk. Tot het eind ben ik bij haar gebleven. Ik heb gebeden en ik heb gesmeekt. Toch moest ik haar laten gaan.” Zijn woorden galmen door de volle zaal. De mensen zijn stil. Ze zijn zo stil dat je een speld kunt horen vallen. De man voor in de ruimte vertelt over het leven van zijn vrouw. Wie ze was, wat ze deed. Ze is gestorven aan kanker. Aan die vreselijke rot ziekte. De ziekte die sneller dan verwacht bezit van haar lichaam nam. Haar ziel heeft hij nooit gekregen. Dat is hem niet gelukt. Tot het laatst was ze de vrouw die ze altijd is geweest. Met geheven hoofd, trots en vol liefde. “Ze was mijn rots in de branding. Mijn steun en toeverlaat!” Het besef dat ze er echt niet meer is lijkt plots tot hem door te dringen. Hij moet verder. Alleen. Zijn verdriet is voelbaar. Uit respect laat ik even mijn camera zakken.

Het laatste muziekstuk word gespeeld. De mensen krijgen de gelegenheid om nog één keer langs de kist te lopen. In colonne gaat de stoet door naar een volgende ruimte waar de condoleance plaats zal vinden. Als de ruimte bijna leeg is draait de man zich naar mij om. Hij kijkt mij vriendelijk aan en vraagt of ik nog even wil blijven. “Zoals mijn vrouw aan mijn zijde stond tijdens alle ups en downs in dit leven zo wil ik haar nu tot het laatst begeleiden.” Mijn verstand snapt prima wat deze man zo gaat doen. Mijn gevoel kan er alleen niet helemaal bij. “Ik breng haar straks naar de ovenruimte en druk zelf op de knop. Ik zou het fijn vinden als je dat voor mij wil vastleggen.” Ik pers een gepaste glimlach op mijn gezicht. Alsof dit verzoek voor mij de normaalste zaak van de wereld is. “Natuurlijk doe ik dat.” Hij knikt mij toe en draait zich om.

Een kist zien zakken in de grond is geen plezierig gezicht. Een kist in de ovenruimte… Tja, ik hoef niet eens aan te geven wat voor gevoel mij dat bezorgd. Ook dit is zo’n moment dat mij niet onbewogen laat. Ze laat mij twijfelen. Kan ik dit wel? De uitvaartbegeleidster kijkt mij aan. Ze heeft door dat ik het er moeilijk mee heb en knipoogt mij geruststellend toe. Ze laat weten er ook bij te zijn. Door haar aanwezigheid word ik weer met beide benen op de grond gezet. Er is nu geen tijd voor mijn emoties. De knop moet om! Straks mag ik mij laten gaan.

De ovenruimte was geladen met alle vormen van emoties. Die van mij meegerekend. Toen alles achter de rug was en wij weer in de aangrenzende zaal stonden kwam de man mij persoonlijk bedanken. Hij vond het erg fijn dat ik dit, onaangekondigd, toch heb willen doen. Als de uitvaart is afgelopen praat ik na met de uitvaartbegeleidster. Ze laat het moment zijn zoals het is. Ik krijg van haar alle tijd om mijn emoties te laten gaan en mijn nieuwe ervaring met haar te bespreken. Ze stelt vragen maar verteld ook haar eigen ervaring. Het is je werk, wat niet wil zeggen dat het je niet raakt. En het mag je raken. Je bent en blijft een mens. En daarmee heeft ze het goed verwoord. Je bent en blijft een mens, tot het laatst…

Roos op grafkist op een begraafplaats

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Dat mag gevierd worden…

Als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf deel ik deze week nogmaals de verhalen met jullie, die de afgelopen vijf jaar de meeste indruk op mij hebben gemaakt.

Ik heb nog geen twee passen in de tuin gezet of de voordeur gaat al open. Een gezellige bedrijvigheid komt mij tegemoet zodra ik het huis binnen stap. Ik hoor gelach, geroezemoes en een hoop kinderstemmetjes binnen. Hier had ik mij niet op voorbereid. Het lijkt eerder op een verjaardag dan op een condoleance. Ik maak kennis met de familie en word daarna naar de kamer gebracht waar de kinderstemmetjes vandaan komen. Daar moet ik mij een weg banen door een vijftal met helium gevulde ballonnen die de deur barricaderen. De uitvaartbegeleidster had mij al verteld dat dit een bijzondere familie was en ik mag dit nu aan den lijve ondervinden.

Onder het raam staat een witte kist. In de kist ligt Oma die geflankeerd wordt door een vijftal kleinkinderen met stiften in hun handen. De leeftijd varieert van 4 tot een jaar of 14. Vandaag mogen ze de kist van Oma voorzien van hun eigen boodschap. Een van de koters ziet mij en mijn camera en weet zichzelf even geen houding te geven. Zijn sproeterige gezicht straalt blijheid uit maar zijn ogen vullen zich al snel met tranen. Om het ijs te breken begin ik een gesprek met hem en ik vraag welke mooie boodschap hij mee wil geven aan Oma.

Dat werkt. Hij droogt zijn tranen en trekt mij mee naar de kist. Ik zak door mijn knieën en ben nu net zo groot als hij. Hij toont mij zijn tekening: een zon, een bloem en een vogel. Want waar Oma naar toe gaat schijnt altijd de zon, bloeien er altijd bloemen en leven de dieren vrij. Ook de andere kinderen willen laten zien wat ze voor moois voor Oma hebben gemaakt. Teksten, tekeningen, gedichtjes of een simpel zinnetje als: Ik mis u nu al. Als de kinderen eenmaal over hun verlegenheid heen zijn vertellen ze honderduit.

Vol belangstelling luister ik naar hun verhalen. Langzaam wordt mij duidelijk dat de vrouw in de kist niet zomaar een Oma is. Voor deze kinderen was ze een super Oma die voor ze klaar stond en waar altijd iedereen mocht blijven eten en slapen. Waar griezel- en verkleedpartijtjes gehouden werden. Ze hielp zelfs mee met boomhutten bouwen. De teksten en tekeningen op de kist raken mij. Hoe eenvoudig ook. Dit is hun manier van afscheid nemen. Van de familie heb ik toestemming om alles op de foto te zetten, toch vraag ik dit ook aan de kinderen. Ze hebben er geen moeite mee en wijzen mij trots hun geschreven teksten nogmaals aan.

Als alles op de foto staat loop ik naar de keuken waar ik ontvangen word door Opa. Hij vertelt hoe de uitvaart, die morgen plaats zal vinden, er uit gaat zien en wat hij verder nog op de foto wil hebben. Ik ben nog steeds onder de indruk van de gezellige sfeer in huis. Hij moet lachen en zegt: “Oma gaan we zeker missen! Maar de dood hoort bij het leven en dat mag gevierd worden!” Als ik even later het huis verlaat voel ik mij niet gelaten of verdrietig maar moet ik ook lachen. Als uitvaartfotograaf maak ik best heel bijzondere en verdrietige dingen mee. Deze familie heeft gelijk. Ondanks het verdriet en gemis hoort de dood wel bij het leven, en ook dat mag gevierd worden…

Vlinder op monument op begraafplaats

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Zijn laatste reis…

Als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf deel ik deze week nogmaals de verhalen met jullie, die de afgelopen vijf jaar de meeste indruk op mij hebben gemaakt.

Het is een komen en gaan en ik vraag mij af hoeveel mensen er nog in dat kleine kamertje passen. “Wij komen nog even om gedag te zeggen!” Zegt één van de mannen. De jongste telg van het gezin komt waggelend aan met zijn speen nog in zijn mond. “Opa toe.” Roept hij, waarna hij met zijn moeder de kamer in gaat.

Na tien minuten komt de stroom mensen in omgekeerde volgorde weer opgang. Uk en moeder als eerste. Hij zwaait nog even over zijn schouder naar de achterblijver. De laatste persoon, een jonge dame, komt de kamer uit en knikt mij vriendelijk toe. Ik pak mijn spullen en loop naar binnen. Net over de drempel blijf ik staan. Even daarvoor was deze kamer gevuld met heel veel mensen. De ruimte bruist nog na van hun levendige energie en ik moet dat op mij laten inwerken. Nu zijn er nog maar twee mensen over. Hij en ik.

Het contrast had niet groter kunnen zijn. Ik zet mijn tas neer en kijk naar het onbeweeglijke lichaam dat voor mij ligt. In zijn handen heeft hij een trouwfoto. De randen zijn versleten en er zitten scheuren in. Deze foto moet vast veel voor hem betekenen. Voor mij ligt Opa. Zoals de hele familie hem noemt. Opa heeft voorgoed zijn ogen gesloten.

Ik pak mijn fototoestel om foto’s van dit afscheid te maken. De jonge dame van zojuist verschijnt bij de deur. Ze glimlacht en komt de kamer in. Ze legt een lok van Opa’s haar goed en begint te vertellen. “Hij kon niet meer. Opa was op. Heel zijn leven was hij een vrolijk mens. Hij vond het fantastisch om andere in de maling te nemen. Het leven is één groot feest! Zei hij altijd. Opa zag nooit ergens de ernst van in. Behalve toen een paar jaar geleden zijn vrouw hem werd afgenomen. Alzheimer. Oma begon van alles te vergeten. Zelfs wie hij was. Maar als hij in haar ogen keek dan zag hij, diep van binnen, nog het vuurtje in haar branden van de persoon die ze ooit was. Na meer dan 65 jaar samen te zijn geweest kwam er door die ellendige ziekte een einde aan.”

 “Ik heb er vrede mee dat hij er niet meer is.” Zegt ze. “Tussen de grapjes door keek Opa uit naar zijn dood. Een groter feest kon hij zich niet voorstellen. Terug naar de liefde van zijn leven. Wat zal ik mijn Opa missen!” Even ben ik stil. Nu begrijp ik zijn verhaal. De laatste jaren heeft hij de foto gekoesterd. Een hunkering naar iets wat ooit was maar nooit meer zal zijn.

We hebben nog een half uur voor de dienst begint en ik vraag of ze mij wil helpen met de foto’s. Samen leggen we de bloemstukken goed. Draperen de linten met tekst. Voor ik aan de foto’s van Opa begin legt ze nog snel een plukje haar in model. Als we klaar zijn lopen we naar de aangrenzende kamer. Daar wordt gelachen. Ik krijg een champagneglas in mijn handen en er wordt een toast op Opa uitgebracht.

Ik kijk de ruimte rond. Afscheid nemen is niet altijd makkelijk. Iedereen doet dit op zijn eigen manier. Dit afscheid was helemaal in Opa’s stijl. Want zoals hij het zag, was het leven een feest en zijn reis naar Oma het grootste feest van allemaal.

Rouwkaart bij boeket als afscheid bij uitvaart

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Dankbaar…

Als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf deel ik deze week nogmaals de verhalen met jullie, die de afgelopen vijf jaar de meeste indruk op mij hebben gemaakt.

In de zomer van 2015 werd ik gebeld door een mevrouw. Ze vertelde dat haar ex-man de dag ervoor was overleden. Het regelen van zijn uitvaart zou voor haar rekening komen. Er waren namelijk geen kinderen of andere familieleden die hierin nog iets konden betekenen. Ook de vriendenclub, die ooit zo groot was, was geslonken tot nog maar drie man. Via de uitvaartbegeleider was ze bij mij terecht gekomen. Ze vroeg mij of het mogelijk was om een aantal foto’s te maken. Niet van de hele dienst, alleen van de opbaring. Hem zelf, de kist, zijn kleding en misschien nog een bloemstuk als dat er al was. De kist zou namelijk gesloten worden door de uitvaartbegeleider zonder bijzijn van de mensen die hij achterliet.

De twee medewerkster van het rouwcentrum staan mij al op te wachten als ik aan kom rijden. Het is 19.30 uur in de avond en er is verder helemaal niemand. Ze zijn speciaal voor mij geopend. Ik word naar een ruimte gebracht die iets groter is dan mijn eigen woonkamer. Een van de dames sluit achter mij de deur. In het midden van de ruimte tref ik mijn afspraak, gekleed in een prachtig pak, één rode roos in zijn hand en liggend in een zwart gekleurde kist.

Ik loop naar de strak afgewerkte kist en laat mijn handen rusten op het voeteneinde. Deze man zou ieder moment zijn ogen kunnen openen. Alsof hij slaapt. De energie in de ruimte voelt zo bruisend, dat het mij niet lukt om direct mijn camera te pakken. Dus neem ik plaats op één van de bankjes recht tegenover de kist. Ik laat zomaar een aantal minuten aan mij voorbijtrekken terwijl ik deze onbekende man gezelschap houd. Dan wordt het tijd om aan het werk te gaan. In de minuten die volgen zet ik hem zo waardig mogelijk op de foto.

Bijna een jaar na de uitvaart word ik gebeld door de ex-vrouw. Ze vertelde dat het een mooi dienst was geweest. Ondanks dat ze al 15 jaar uit elkaar waren kon ze zijn overlijden niet naast zich neer leggen. Er bleef maar iets aan haar knagen. Na een paar maanden besloot ze de foto’s er bij te pakken die ik twee dagen voor de uitvaart op haar verzoek had gemaakt. Dat was de reden waarom ze belde. Ze had niet verwacht dat het terugzien van haar ex-man, met zijn ogen dicht, liggend in een kist, met de kleding aan die ze zelf had uitgezocht, haar de rust zou geven die ze zocht. Het besef drong nu echt tot haar door. Hij is er niet meer. Vanaf dat moment was het alsof de puzzelstukjes op zijn plaats vielen. De foto’s hadden een klein stukje bijgedragen aan haar rouwverwerking. Het stukje dat zo aan haar bleef knagen. Nu kon ze het voorzichtig een plekje gaan geven.

Na het beëindigen van ons telefoongesprek galmden haar stem nog een tijdje door mijn hoofd. Wat fijn dat ik met mijn werk deze vrouw heb kunnen helpen. Al was het maar een beetje.

Roos bij graf op begraafplaats als laatste herinnering

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Nog eenmaal…

Als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf deel ik deze week nogmaals de verhalen met jullie, die de afgelopen vijf jaar de meeste indruk op mij hebben gemaakt. 

Daar sta ik dan, met mijn rug tegen de verwarming en tussen twee planten in, te wachten op een teken om aan de slag te gaan. De hal loopt langzaam vol met mensen. Het is gigantisch druk. Om mij heen is een kakofonie aan geluiden ontstaan. Geroezemoes van stemmen met tussendoor het zachte gesnik van verdriet of een lach tijdens het ophalen van herinneringen. De lucht vibreert van de emoties. Hier kan en mag het allemaal. Naast mij ligt het condoleanceboek. Ik maak een paar foto’s zodra iemand hier een boodschap in schrijft. Dan gaat de deur van de aangrenzende kamer open. De uitvaartbegeleidster zwaait mij vriendelijk toe ten teken dat ik naar binnen mag.

Ik stap een onzichtbare drempel over en laat alle geluiden achter mij. Het lijkt wel of ik een andere wereld in stap. De kamer straalt warmte en liefde uit. De serene stilte die hier heerst bezorgt mij nu al een brok in mijn keel. Ik kijk in de waterige blauwe ogen van een vrouw van middelbare leeftijd. Ze knikt mij toe. Haar blik verplaatst zich naar de vrouw in de kist. Haar vingers friemelen aan het kettinkje om haar hals. “Het leven is zo wrang.” Zegt ze. “Wat heb je er nu aan als je al je dierbaren verliest? Eerst mijn man, toen mijn zoon en nu mijn dochter. Allemaal getroffen door kanker. Ik ben de oudste maar blijf als enige over terwijl ik als eerste had moeten gaan.”

Zonder een blik van haar dochter af te wenden gaat ze zitten. Met haar andere hand klopt ze op een stoel naast haar. “Wil je even bij mij blijven?” vraagt ze. Getroffen door haar blik en de simpele vraag neem ik plaats. Even blijven we stil zitten. Een moeder zonder dochter, een dochter zonder moeder. Dan herstelt ze zich en begint met praten. “Straks wordt de kist voorgoed gesloten. Maar voordat dit gebeurt zou ik haar graag nog één keer vast willen houden en haar een kus willen geven.” Ze vraagt of ik dit voor haar wil fotograferen. Inmiddels rolt er niet alleen bij deze vrouw een traan over haar wang. Ik zeg haar dat ik dit heel graag wil doen.

Ze staat op en loopt naar het hoofdeinde van de kist. Teder streelt ze het hoofd van haar dochter. Haar handen verplaatsen zich naar het gezicht, haar wang en vervolgens naar haar gevouwen handen op haar buik. Nog meer dan anders ben ik blij dat ik mij kan verschuilen achter mijn camera. Ik ben getuige van een bijzonder emotioneel en intiem moment en probeer zo waardig mogelijk mijn werk te doen. Met haar lippen raakt ze voor een allerlaatste keer het voorhoofd van haar dochter. Ze prevelt wat onverstaanbare woorden wanneer haar gezicht maar een paar centimeters bij dat van haar dochter vandaan is. Ik zie dat haar ogen zich vullen met tranen. Verslagen en gebroken staat ze op.

Even laat ze haar tranen de vrije loop. Dan recht ze haar rug en kijkt mij strak aan. “Jij bent nog zo jong, je moet genieten van het leven. Beloof je dat?!” Antwoord geven lukt niet en hoeft ook niet. Ze draait zich terug naar haar dochter in de kist. Niet veel later komt de uitvaartbegeleidster binnen. Het is tijd om de kist, voorgoed, te sluiten…

Draagstersgilde met kist op schouder

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Uitvaartfotografie Hamar…

Iets wat ik heel graag en nog heel lang, op afstand wilde houden greep in korte tijd om zich heen. De dood liet van zich horen en nam in nog geen jaar tijd mijn beide ouders met zich mee. Met al mijn verdriet moest ik niet alleen een uitvaart regelen maar ook veel beslissen in een korte tijd. Daar kwam vervolgens het ontruimen van twee huizen bij. Het leven van mijn ouders werd gereduceerd tot een paar verhuisdozen en een hoop herinneringen. Gelukkig had ik veel hulp en stond er niet alleen voor.

De dood heb ik altijd heel eng gevonden. Ik moest er niks van weten. Een bezoek aan de begraafplaats bezorgde mij maagkramp. Toch heeft zelfs de dood mij veel geleerd. Eenmaal kennis gemaakt te hebben besloot ik hem te accepteren. Ik omarmde hem zeer zeker niet. Maar hij was er, is er en hoort er bij. De drang om iets te kunnen betekenen voor mensen die ook iemand verloren hadden werd hierna steeds groter. Hoewel iedereen anders om gaat met verdriet en afscheid kan ik er wel over mee praten. Ik weet hoe het is om door zo’n emotionele achtbaan te gaan. En juist hierdoor besloot ik mij toe te leggen op het maken van afscheidsreportages.

Logo uitvaartfotografie Hamar.

Het is alweer vijf jaar geleden dat Uitvaartfotografie Hamar werd geboren. De eerste paar reportages voelden onwennig. Maar al snel was ik op mijn plaats waar verdriet en gemis vochten om de boventoon. Ik maakte sfeer- en overzichtsfoto’s zodat er voor de familie een blijvende herinnering ontstond aan deze droevige dag. Ik kreeg de kans om iets te kunnen toevoegen aan een uitvaart, plechtigheid, herdenking of condoleance.

Ik kwam in aanraking met heel bijzondere families en hun heel uiteenlopende levens. Dat maakte dat ook geen enkele uitvaart het zelfde was. Van liefdevol, droevig naar uitbundig en hartverwarmend. Of juist heel zakelijk en afstandelijk. Het is en blijft heel bijzonder om zo dicht bij iemand anders zijn verdriet te komen. Ze zagen mij vaak niet, terwijl ik aan het werk was. Maar ik hen wel. Op zo’n moment zijn mensen heel kwetsbaar.

Gaande weg leerde ik dat ik geen ondernemer ben. Ik ben niet zakelijk genoeg en wil dat ook helemaal niet zijn. Verder kwam ik er achter dat de uitvaartfotografie verweven was mijn eigen rouwproces. Iets waar ik nooit bij stil heb gestaan toen ik hiermee begon. Mijn eigen verdriet lag te dicht onder de oppervlakte om daar objectief naar te kunnen kijken. Inmiddels ben ik een andere weg in geslagen en wil graag verder. Hoewel de dood er altijd zal zijn, wil ik niet meer zij aan zij met hem meelopen. En om iets echt af te kunnen sluiten heb ik besloten te stoppen met Uitvaartfotografie Hamar.

Er is de afgelopen vijf jaar veel gebeurd. Het was een heel bijzonder en (toch wel) mooie reis waarbij het afscheid nemen centraal stond. Niet alleen voor de families die ik aan een herinning heb geholpen van deze emotionele dag. Zeker ook voor mij! Afstand en afscheid nemen van mijn eigen verdriet en angsten. Onzichtbare deuren gingen open. Ik mocht zien, ervaren en vooral voelen. Ik mocht een klein deeltje zijn van het groter geheel. Alles heeft zijn tijd. Nu is het tijd om deze deur te sluiten…

Logo van uitvaartfotografie Hamar, witte roos met dauwdruppels

Als afsluiting van deze periode zal ik de komende zes dagen de verhalen met jullie delen die op mij de meeste indruk hebben gemaakt. 

De eerste uurtjes van het nieuwe jaar… 

De eerste dag van het nieuwe jaar is al weer even in volle gang. Nou ja, volle gang… Ik moet voor mijn gevoel nog opgang komen. Na een heel korte nacht stond ik alweer redelijk op tijd naast mijn bed. De huisdieren vinden het prima dat wij er een feestje van maken. Maar de maagjes moeten toch ook gevuld. Dus rond een uurtje of 10 stond ik voerbakken te vullen en dronk gezellig een kop koffie met ze mee. Vriendlief lag nog lekker te knorren.

Oud en nieuw hebben we bij familie doorgebracht. Mijn nichtje had traditiegetrouw olie- en appelbollen gebakken. Mijn tante had een heerlijke salade gemaakt en wij hadden een kippiepan geregeld. (een hapjespan van de poelier gevuld met, hoe kan het ook anders, kippie-snacks. Stekker in het stopcontact en na 15 minuten is het kluiven geblazen.) Tussen al dat snoepen en kluiven door spraken we over onze goede voornemens. Zongen we mee met de liedjes van tv. Werden er herinneringen opgehaald en lagen we gierend van het lachen op de bank. Iets met Philippe Geubels, ijsblokjes en raketijsjes. Ik heb nu nog last van mijn kaak en buikspieren.

Bij de wisseling van het oude naar het nieuwe jaar werd er getoast met champagne en de heren staken hun vuurwerk af. Het was zo mistig dat we niet heel veel van het vuurwerk uit de omgeving hebben kunnen zien. Toen het nieuwe jaar 2 uur oud was besloten we terug naar huis te gaan. Daar troffen we Kleine Krijger in de kast aan. Het was toch iets te veel van het goede. Hij was blij dat we er weer waren en viel na een knuffel in zijn eigen mand in slaap. Groene draak daarentegen deed alsof er niks aan de hand was. Uiteindelijk was het rond 03.00 uur toen ikzelf een onrustige slaap tegemoet ging.

Eind van de ochtend, met mijn brunch achter mijn kiezen, besloot ik mijn eerste wandeling voor dit jaar te gaan maken. Een van mijn goede voornemens was immers meer buiten zijn. Vriendlief was hier niet voor te porren. Veel te koud. Ik was dus op mijzelf aangewezen en de komende 4 tot 5 km zat ik met mijn eigen gedachten opgescheept. Koud was het zeker. Het begon zelfs een beetje te regenen. Maar echt heel veel last had ik er niet van. De wereld was nog in diepe rust ondanks dat de ochtend al bijna voorbij was. Op een hardloper, een fietser en een wandelaar na, was de polder verlaten.Poseren tijdens een wandeling door polder op nieuwjaarsdag

Mijn bovenbenen werden steeds kouder terwijl de rest van mijn lichaam steeds warmer werd. Veel haast had ik niet, maar moest toch wel doorlopen om op tijd weer thuis te zijn. Er stond nog een afspraak gepland. Een goede keuze om, ondanks dit vieze weer, toch even naar buiten te gaan. Ik moest denken aan gisteravond en kon een glimlach niet onderdrukken. Sterker nog, ik moest mijn best doen om niet weer in lachen uit te barsten. Hoewel het niet uit zou maken als dit niet zou lukken, er was verder toch niemand in de polder die mijn lachstuip voor iets anders kon aanzien. Een gezellige avond met familie en een heerlijke ochtendwandeling door de polder. Ik hoop dat ik in 2017 een hoop van dit soort uurtjes zo mag doorbrengen. De eerste paar uur zijn in ieder geval geslaagd.

Vertel eens, hoe was jullie eerste dag van het nieuwe jaar?

Kerstver(p)lichting…

December…. De maand van de feestdagen. Eten. Gezelligheid. Liefde. Saamhorigheid. Cadeautjes. Die f*cking boom. Had ik eten al gezegd? Ergens kwam er een omslagpunt. Ik begon met steeds meer tegenzin naar deze maand toe te leven. Dat omslagpunt kwam waarschijnlijk toen ik oud en wijs genoeg was om te beseffen dat wat ooit was, nooit meer zal zijn. Wat heel veel mensen met de maand januari hebben, heb ik met de maand december. Van mij mag hij geschrapt worden. Als kind niet. Nee, als kind was december DE maand van het jaar. Het mocht van mij wel iedere maand december zijn.

Dat kwam omdat mijn moeder, ondanks haar karige inkomen, er altijd een feest van maakte. Dat begon met Sinterklaas. Jute zak met cadeaus. Zwarte piet die langs kwam. Zelfs toen we er niet meer in geloofde zat er altijd wel iets in onze schoen. Maar kerst was voor mij speciaal. Het hele jaar spaarden mijn moeder de zegelboekjes van de Albert Heijn zodat ze aan het einde van het jaar flink kon uitpakken. Ieder jaar een echte kerstboom. De ramen versierd met sneeuw, stickers en linten. Zelf gemaakte kerststukjes. Overal lampjes en kaarsen. Het had iets magisch.

Met eten werd ook niet moeilijk gedaan. Voor haar eigen familie. Voor haar ex-schoonfamilie. Voor alle vrijgezellen in beide families. Het maakte haar niet uit. Ze stond soms dagen in de keuken om een complete rijsttafel en ander lekkers klaar te maken. Maat houden was voor haar soms lastig. Dus werden de kleinigheidjes onder de boom vaak flinke cadeaus. Omdat mijn ouders gescheiden waren vierden we de kerst het ene jaar bij mijn moeder en het andere jaar bij mijn vader. Ook daar werd flink uitgepakt, zowel met eten als met cadeaus. Met een grote familie was het altijd druk en gezellig.

Ondanks mijn tegenzin in de feestdagen probeer ik er ieder jaar toch iets van te maken. Ik moet niet vasthouden aan wat ooit was, maar toegeven aan wat nu is. Ik ben immers niet alleen. Ik heb een familie. En zij vinden december wel een toffe maand, ondanks dat er gewerkt moet worden met kerst. Toen de heren voor een uitwedstrijd op pad waren besloot ik het huis in kerstsferen te dompelen. Het gevecht met de lampjes had ik gewonnen dus een leuke verrassing bij thuiskomst toen de boom in al zijn glorie stond te schitteren in de hoek van de kamer.

En wanneer de boom dan eenmaal staat is het toch eigenlijk ook best wel weer leuk. Het brengt sfeer en gezelligheid. Het leukste vind ik om er iedere keer een cadeautje onder te leggen. Die ik eerst stiekem mee naar binnen moet zien te smokkelen. Ik leg hem pas onder de boom wanneer er niemand thuis is. Ik vind het leuk om de verbaasde gezichten te zien wanneer er weer iets nieuws bij is gelegd. Wat zou daar nu inzitten?? Vriendlief doet overigens precies het zelfde. En dat maakt mij net zo nieuwsgierig als hem.

Ik zou heel graag weer eens een kerst willen vieren zoals vroeger. Niet voor de cadeautjes. Maar voor de saamhorigheid. De eenheid als familie. Met eten. Veel eten. Dat dan weer wel. En herinneringen ophalen aan vroeger! Wie weet volgend jaar. Want dit jaar vieren we het klein. Met zijn viertjes. En we gaan ons best doen om er een heel gezellige dag van te maken.

Liefde is, loslaten…

Ze lag daar hulpeloos in het ziekenhuisbed waarin ze nog kleiner leek dan ze was. Nu was het alleen nog wachten. Wachten tot haar lichaam ophield met vechten. Ik hield mijn moeder in mijn armen. Ik zong voor haar het liedje dat ze altijd zong als één van ons pijn had. Ik deed haar voorhoofd af met een koud washandje en vertelde haar dat Papa en Opa haar zouden opwachten. Ik zei haar dat het goed was, ze mocht gaan. Wij redden ons wel. De laatste 20 minuten van mijn moeders leven trokken in een snik en een traan aan mij voorbij. Ik putte kracht uit een onzichtbare bron. Op dat moment was ik er voor haar en voor haar alleen.

Het heeft lang geduurd voor ik rust vond na het overlijden van mijn moeder. Ik heb maanden over haar gedroomd. Als ik overdag mijn ogen dicht deed was ze er. Ik zag haar zoals ze was toen ze jong was. Toen ze ziek was. Hoe ze in het ziekenhuisbed lag. Toen ze dood was. Het ergste vond ik nog dat ik alle geluiden van die avond heb opgeslagen. Te pas en te onpas hoorde ik het gepiep en gezoem van de machines waar ze twee weken aan gelegen heeft. Wanneer ik sliep, wanneer ik wakker was. Ik kreeg mijn moeder op geen enkele manier uit mijn hoofd.

Ik heb verschillende methodes geprobeerd om vrede te vinden in het overlijden van mijn moeder. Schrijven, sporten, huilen, praten. Zelfs mediteren. Dat ik leerden tijdens het volgen van een cursus. Tijdens de verschillende meditatietechnieken werd ons aangeleerd om ons hart te openen. Vanuit daar stroomt liefde. Niet denken, maar voelen. Vanuit die basis werden alle andere oefeningen gedaan. Waar een ieder de verschillende vormen van liefde ervoer, werd ik steeds weer terug geslingerd naar 17 november 2011. De uitwerking was soms zo heftig, dat de tranen over mijn wangen rolden. Soms maakten het mijn geest genoeg leeg om er weer even tegen aan te kunnen. Toch knaagden daar steeds de pijn, verdriet en het gemis. Ze vochten om de beste plek in mijn hoofd. Ik wilde het niet zomaar opgeven. Ik deed meerdere keren per week verschillende oefenen. Maar mediteren vanuit mijn hart? Dat leek voor mij een kansloze onderneming.

Enige tijd later, toen ik in mijn eentje tussen de paarden in het weiland liep, het zonnetje hoog aan de hemel stond en ik genoot van de rust om mij heen, werd ik getroffen door een ingeving. Alsof iemand het zachtjes in mijn oor fluisterde en daarmee de watten die het beeld zo vertroebelde deed oplossen. Het was ineens zo helder, zo duidelijk. De bron waar ik toen, tijdens het overlijden van mijn moeder de kracht vandaan haalde, was een onuitputtelijke bron van liefde. Het onbaatzuchtigste dat ik ooit in mijn leven heb gedaan was daar zijn voor mijn moeder. Aan haar zijde staan terwijl ze begon aan een nieuwe reis. Beseffen dat ik haar los moest laten en dat ten volle accepteren zonder mijzelf af te vragen waarom.

Ik moest er bij gaan zitten om deze gedachte tot mij door te laten dringen. Het heeft even geduurd voor ik het begreep. Blijkbaar was de tijd nog niet rijp om dit eerder te beseffen. Ik liet mijn moeders leven hier op aarde los. En loslaten is liefde!

17-11-2011, de datum dat je overleed. En nu vijf jaar geleden. Hoewel de emoties niet meer vechten om de beste plek in mijn hoofd, mis ik je. Steeds iets meer… 

Als je haar maar goed zit…

In mijn haast om op tijd op mijn werk te komen ren ik de badkamer binnen. Direct word mij de adem ontnomen. Het liefst maak ik rechtsomkeert maar dat kan niet want H.A.A.S.T. Bij iedere ademteug plakken mijn longblaasjes verder aan elkaar. Ik kijk naar de inhoud van de la dat nu op de rand van de wasbak is uitgestald. Daarna kijk ik naar zoonlief. Haar van kat zit niet goed. Hij heeft stekelsDie zojuist een hele bus haarlak heeft leeggespoten. De helft zit nu op zijn hoofd. De andere helft in mijn longen! Zoonlief is op zijn zachtst gezegd niet blij. En al helemaal niet omdat ik getuige ben van zijn bad hair day. Via de spiegel vangt hij mijn blik en maakt direct duidelijk dat ik vooral niet het lef moet hebben om er ook maar iets van te zeggen. Niet dat ik dit nog kan. Naast mijn longen zijn nu ook mijn stembanden aan elkaar geplakt. Het moet gezegd: sterk spul.

Met een blauw aangelopen gezicht poets ik mijn tanden. Zoonlief is nog steeds niet klaar. Hij vind een paarsachtig flesje en sprayt ook dat in zijn haar. Ik maak hem er voorzichtig op attent dat dit Andrelon Perfecte krul is en niet gaat helpen om zijn haar te stylen. Geschrokken van zijn eigen onoplettendheid zit er nog maar één ding op. Hij rommelt tussen de overgebleven spullen in de la en vindt wat hij zoekt. “WAT DOE JE!!” Gil ik met mijn tandenborstel nog in mijn mond. Zoonlief gaat stoïcijns door met zijn actie. Hij knipt een hele pluk, iet wat scheef, vanaf de haarwortel af. De badkamer vult zich met stilte terwijl wij alle twee naar de pluk haar in zijn hand kijken. Ik vol afgrijzen. Hij met een glimlach op zijn bakkes. Eindelijk kijkt hij mij weer aan. “Ik los mijn probleem op!” Is het enige wat hij zegt. Ik kan het niet helpen maar moet hier zo hard om lachen dat ik bijna stik in een combinatie van haarlak en tandpasta.

Ik moest opeens denken aan een actie van een paar weken terug. Toen kreeg hij precies een half uur om zijn rommel op te ruimen. Wanneer ik na 30 minuten nog nutteloze zooi zag liggen, zou er een voetbalfoto van hem op Instagram verschijnen uit de periode dat hij nog geen ruk om zijn kapsel gaf. Een Throw Back Friday of iets in die trant. Nog binnen het half uur was al zijn rommel opgeruimd. Hij was zelfs zo ver gegaan dat zijn sporttas was uitgepakt, schoolspullen van de trap gehaald waren en kleding (netjes) gevouwen in de kast lag. Dat ik nooit eerder op dit subtiele chantagemiddel ben gekomen…

Als we alle twee gepoetst en aangekleed beneden staan zie ik pas wat voor kleding hij aan heeft. Een zwarte en een witte sok. Een trainingsbroek die beter niet meer buitenshuis gedragen kan worden en een shirt dat qua kleur totaal niet past bij de rest. “Je maakt je druk om je kapsel, maar je kleding interesseert je niet?” Vraag ik hem. Zoonlief kijkt mij met een puberale uitdrukking aan. “Als het maar lekker zit. Wat maakt het dan uit wat ik aan heb!?” Hij hijst zijn rugzak op zijn rug, geeft mij een kus en springt op zijn fiets. Terwijl ik hem uitzwaai bedenk ik mij dat we echt heel veel op elkaar lijken. Een allegaartje aan kleding. Maar ach, wie ziet dat nu? Als je haar maar goed zit. En ook die fase gaat voorbij…