Opladen in het afzien…

Het water komt met bakken uit de hemel. Het is lang geleden dat het zo heeft geplensd. Ik sta voor het raam naar de steeds groter wordende plassen in de tuin te kijken, terwijl zoonlief z’n sportspullen bij elkaar aan het zoeken is. Voetbalschoenen hier, sportbroek daar. Een handdoek niet vergeten… of 2 of misschien toch maar 3… Op het programma staat een oefenwedstrijd. Dat de tegenpartij nog niet heeft afgezegd vind ik bewonderenswaardig. Naast het vele water is het ook nog eens flink gaan waaien. Dus op een open veld is het helemaal drama. 

Zoonlief is ondertussen onderweg is naar de voetbal en ik besluit ook mijn beste beentje voor te zetten. Ik vind mijn opleiding zo leuk dat ik mij nog wel eens verlies is de huiswerkopdrachten. Dat heeft er weer voor gezorgd dat het sporten op een laag pitje terecht is gekomen. Of eigenlijk heb ik daar de laatste paar maanden totaal niet meer naar omgekeken. Dat voel en merk ik en niet alleen aan mijn lichaam. Alsof ik rondloop met TNT in mijn vezels, gevoelig, geladen en klaar om te ontploffen. Er borrelt iets onderhuids; mijn lijf schreeuwt om ontlading, maar ik weet nog niet of het een onvergetelijke vuurwerkshow wordt of een “stille” explosie. 

Sinds enkele dagen probeer ik hier wat meer evenwicht in te brengen aangezien ik niet wil wachten op een van deze twee uitkomsten. Ik moet zeggen dat ik direct al na de eerste work-out, mijn lichaam en geest tot rust voelde komen. Niet dat ik mij knetterhard in het zweet heb gewerkt. Overigens weet ik ook uit ervaring dat hardlopers doodlopers zijn, dus heb ik het rustig aan gedaan. Toch waren de vermoeide spieren mij na afloop dankbaar. Dat gaf weer het voldane gevoel waar ik naar opzoek was. Zelfs het beetje spierpijn dat ik de volgende dag had was een bevestiging die ik even nodig had. Zie je wel hoe fijn het is om alles weer in beweging te zetten?!

Dus, terwijl het water nog steeds met bakken uit de hemel valt loop ik naar boven en kleed mij om. Ik prop mijn oortjes in mijn oren en zoek muziek op met een lekkere beat er in. Zo kan ik op de loopband al lekker in de flow komen. Ik stamp het ene na het andere nummer weg en opeens realiseer ik mij dat ik sta mee te zingen. Het duurt niet lang of ik sta ook mee te dansen. Is overigens niet handig op de loopband, ook dat kan ik je uit ervaring vertellen. Was ik nu echt vergeten hoe ik mij voel tijdens het sporten?? 

Na mijn ronde op de loopband besluit ik de crosstrainer te pakken. Het is een ideaal apparaat om je hartslag even flink op te krikken zonder je knieën aan gort te rennen. Ik houd het alweer een paar minuten langer vol dan vorige week. Ook dat geeft mij weer een boost. Net als de muziek die ik nog even een tikkie harder zet om mij door de laatste paar minuten heen te helpen. 

Ik sluit mijn training af met krachttraining gevolgd door wat yoga rek- en strekoefeningen. In totaal ben ik een klein uur bezig. De energie stroomt na twee sportmomenten alweer meer zoals zou moeten en ik voel mij ontladen en opgeladen tegelijk.

Waar stilte spreekt en golven wiegen…

Ik lig op het achterplecht van ons bootje. De zon schijnt zacht op mijn gezicht. Voor me zie ik beboste oever, vol bomen die lichtjes bewegen in de wind. Het is als een schilderij van groen en leven. In de takken hoor ik vogels fluiten, roepen, kwetteren, allemaal met hun eigen geluid.

Het water klotst rustig tegen de kade en de romp van de boot. Geen haast, geen rumoer. Alleen de natuur om me heen. Alles is goed zoals het is. Ik hoef niets. Er hoeft niets opgelost, geregeld of gepland te worden.

Ik lig.
Ik luister.
Ik kijk.

En ergens tussendoor valt alles stil.
Niet leeg… Maar juist vol.
Vol zon, geluiden, geuren en rust.

Geen rollen, geen moeten, geen denken. Alleen maar voelen hoe het achter mij warm is van de zon, hoe het onder mij zachtjes wiegt, en hoe de wereld blijft bewegen… Zonder dat ik hoef te duwen.

Ik laat me dragen.
Door het water.
Door de stilte.
Door mezelf.

De boot beweegt zachtjes op de golven en ik dein zachtjes mee. Geen bestemming. Geen richting. Gewoon mee met wat er is.

En ik denk…Hoe fijn het is om even nergens naartoe te hoeven. Gewoon zijn waar ik ben. Met mijn snufferd in de zon en het kabbelen van het water samen met het gefluit van de vogels als achtergrondmuziek.

Een simpel moment.
Maar eigenlijk… precies genoeg.

Toch maar wel…

Al twee jaar roep ik dat ik een andere skibril wil, want het vizier op mijn skihelm is niet voldoende. Niet om te gebruiken bij kou en wind, maar ook niet als filter bij mist, sneeuwval of zonnig weer. Eigenlijk is het een nutteloos ding. Twee jaar terug is het begonnen. Plots had ik last van de zon en een vorm van sneeuwblindheid. Iets waar ik tot dan toe nog niet eerder mee geconfronteerd werd, begon nu een last te worden. Met het prachtige weer moest ik de halve dag met mijn ogen dicht van de berg af zien te komen want, tja het vizier op mijn helm deed niet veel. 

Dat jaar erop, vorig jaar dus, nam ik uit voorzorg mijn eigen zonnebril mee. Dat was geen overbodige luxe. De zon scheen namelijk onophoudelijk en ook nu kon ik mijn ogen niet openhouden. Dankzij mijn zonnebril heb ik er geen minuut last van gehad. Het enige nadeel is dat de bril en helm niet heel fijn op elkaar zijn afgestemd, met als gevolg dat mijn zonnebril scheef op mijn hoofd stond en een complete afdruk in mijn gezicht achterliet. Dat moet een volgende keer anders. Ik wil een skihelm waar deze zonnebril fijn op aansluit, of een skibril die netjes op mijn helm past. 

Eenmaal in de winkel besluit ik een compleet nieuwe set aan te schaffen, aangezien mijn oude helm ook al een aantal jaar meegaat. Veiligheid gaat immers boven alles. De nieuwe skibril past zich aan alle weersomstandigheden aan. En mocht dit nog niet voldoende zijn, dan past mijn eigen zonnebril, die speciaal voor op het water of in de sneeuw is, prima onder de helm en op mijn neus. Helemaal blij met mijn nieuwe aankopen loop ik naar de kassa, alwaar ik een medewerker tegen het lijf loop die zich bezighoud met speciale snowboardbindingen. Je klikt als het ware je schoen op de binding in plaats van je voet in te snoeren, en je bent ready to go. Hij heeft mijn volledige aandacht.

De beste man steekt van wal met zijn spreekbeurt. “Niet steeds meer hoeven zitten om je bindingen vast te gespen. Vanuit de lift direct door kunnen. Niet iedereen die op jou hoeft te wachten. En het mooiste, het directe contact met je board en de sneeuw… Ik werd steeds enthousiaster. Maar ja, ik heb bindingen en schoenen, en ik had net al een bril en helm gekocht…. Dus ik bedank de verkoper voor alle info en loop naar de uitgang. 

Vriendlief spreekt, nog voor we de winkel uit zijn, de magische woorden: ik betaal!! Nee grapje. Hij haalde aan dat mijn oude schoenen al een soort van stuk zijn. En ook mijn bindingen, meer dan 10 jaar oud, aan vervanging toe zijn. Dat die “plastic dingen” nog niet kapot gesprongen zijn is een godswonder. Oké, vriendlief heeft een goed punt en omdat ik zo heel stevig in mijn (kapotte snowboard)schoenen sta *not* draai ik op mijn schrede om en ga opzoek naar de spreekbeurtmeneer… 

Hij lacht als hij mij weer ziet aankomen. “Je bedenken is het beste dat je kon doen vandaag” is zijn eerste reactie. Hij beantwoordt al mijn vragen en daarna helpt hij mij vakkundig aan nieuwe schoenen en bindingen. Ik ben echt super goed geholpen en kan niet wachten om mijn nieuwe set uit te gaan proberen in de sneeuw. 

Obstacle run …

Uit de oude doos, maar hij blijft grappig.

In mijn ene hand heb ik een zak hooi van rond de 12 kg en in mijn andere een verrekte splinter. Die er ingeboord werd toen ik de laatste pluk hooi in de zak propte. De hooibaal, die om logistieke reden heel onlogisch is geplaatst, is alleen via een kleine hindernisbaan te bereiken. Om er bij te kunnen heb ik mij tussen twee andere balen in laten zakken. Hoe ik weer naar boven moet komen vraag ik mij nu dus af. Met wiebelige benen probeer ik mijn evenwicht te hervinden. 

Deze hooibalen zijn normaal zo stevig als een huis. Maar wanneer de touwtjes allemaal doorgesneden zijn en het ook nog eens die baal is waar ik overheen moet om aan het begin te komen dan kan dat best een uitdaging zijn. Na wat klim- en klauterwerk, een vloek links en een uitglijder rechts, lukt het mij om één zak, gevuld en al, mee het hok uit te slepen. Met het zweet op mijn voorhoofd duik ik het hok weer in. Er moeten nog twee zakken gevuld. Vanuit de paddock klinkt er gehinnik. Volgens sommige duurt het te lang….

Ken je die puinruim zakken, van die bigbags? Dat zijn onze hooizakken. Oké ze zijn iets kleiner, maar nog steeds flink aan de maat. Ik sleep zo’n zak achter mij aan en ga vol goede moed de hindernisbaan weer over. Onder het zeil door, op het krukje via de kleine baal, over een grote baal naar de achterkant van het hok. Ik laat mij vakkundig tussen de balen naar beneden glijden en vul opnieuw een zak. Ik zet mijn hand boven op de baal. Wanneer ik afzet zak ik met diezelfde hand tot aan mijn oksel tussen de inmiddels losliggende plakken hooi van diezelfde baal. Mijn goed gevulde hooizak, die ik al bovenop de baal had gekregen, raakt uit balans en dondert over mij heen het “ravijn” in. De hele zakken-vul-exercitie begin van vooraf aan. Uiteindelijk kom ik al hijgend, proestend en badend in het zweet uit het vervloekte hooihok. Aan iedere hand sleep ik een gevulde zak mee. En die verrekte splinter! 

Ik gooi een zak in de kruiwagen en sjok door de paddock naar achteren. Halverwege wordt mijn pad geblokkeerd door een skippybal van de paarden. Wat the f*ck? Het lijkt hier wel een obstacle run. Achter mij hoor ik hoefgetrappel en als ik mij omdraai staan er 5 pony’s vragend te kijken waarom het wederom zo lang moet duren… Hoewel ik niet met een stopwatch heb staan klokken heb ik er wel beduidend langer over gedaan. Ik slalom mijn kruiwagen om de bal, de mesthopen er achter en de kuil die een van de knollen uitgerekend hier heeft staan graven. Nog voor ik de kans krijg de zak te legen in de daarvoor bestemde ruif wordt er al aangevallen alsof ze dagen niks gevroten hebben. De hongerlappen. 

Echt kei-verrot, neusgaten vol met stof en compleet bezweet neem ik afscheid van mijn veelvraten en keer huiswaarts. Als er nog mensen moeten trainen voor één of andere hardloop, obstacle run of mudmasters gedoe?? Kom dan alsjeblieft mijn voerdienst overnemen. Wedden dat je in no-time een topconditie hebt?! De stoflongen en broekzakken gevuld met hooi en stro krijg je dan van mij, geheel gratis!!

Morning has broken…

Twee jaar geleden schreef ik onderstaand blog. Inmiddels ga ik alweer heel wat maanden zonder Poownie door het leven. En als ik dan dit soort logjes teruglees, realiseer ik mij weer wat een zalige tijd we met elkaar hebben gehad ♥️

Het is één van de zondagen waarop het mijn beurt is om het ontbijt op te dienen op stal. Dat betekend vroeg uit de veren. Alhoewel, wat is vroeg? Maar als de wekker uiteindelijk om half 8 afgaat heb ik toch wat moeite om mijn warme bed uit te komen. Ik hijs mijzelf in mijn paardenkloffie, smeer wat brood voor een verlaat ontbijt en met mijn ongekamde haren in een knot op mijn hoofd rijd ik naar stal. Vriendlief in dromenland achterlatend. 

Onderweg komt de zon langzaam op. Zoals altijd weet ik dat het geen straf is om rond dit tijdstip in de polder te zijn. Dit is nog voor het moment waarop de wereld ontwaakt. Vanuit diepe rust met alleen de wind door de bomen en het roepen van de vogels is het heerlijk om zo wakker te worden. De lucht is sprankelend fris en voelt als een verkwikkende douche. Boven de velden en het water hangt een sluier van mist. De zon heeft nog niet echt in kracht gewonnen om de “witte wieven” te verjagen. Het liefst zou ik nu een lekkere lange wandeling willen maken. Maar first things first. 

Poownie staat al bij het hek te wachten. Of dat speciaal voor mij is durf ik in twijfel te trekken. De wetenschap dat de eerste “bedienden” die verschijnt hem van zijn voeremmer voorziet is aannemelijk groter. Als ik mijzelf eenmaal op het terrein binnen heb gelaten staan er opeens 4 paarden keurig op een rijtje te wachten. Het is er maar 1 die hinnikt en dat is Poownie. De rest kijkt zwijgent toe als hij zijn emmer met slobber in ontvangst neemt. 

De paarden hebben goed hun best gedaan. Alle ruiven, die bij ons verspreidt over de gehele paddock staan, zijn leeggegeten. Tijdens de ochtenddienst voeren we minder als bij een avonddienst. Nu zie ik ook waarom. Op Poownie na staat zo’n beetje de hele kudde in de dut-stand. Ze lijken wel verzadigd van het eten in de nacht. Ook als ik mijn ronde loop om alles te vullen komt er niemand achter mij aan. Dat is tijdens een avonddienst wel anders.  

Als ook mijn mestdienst erop zit is het tijd voor een bakkie cappuccino. Dankzij een gulle stalgenoot kunnen we tegenwoordig koffie drinken in de keet. Als ik eenmaal met mijn koffie in het zonnetje zit merk ik pas hoe warm ik het gekregen heb. De damp slaat onder mijn jas vandaan. Het magische wintersportgevoel komt in mij op. Blauwe lucht, zonnetje en een gedempte stilte. Alleen geen strakke witte pistes dit keer.

De haan van de buren kraait. Boven in de boom zitten een paar halsbandparkieten te kwetteren en ik? Ik geniet nog steeds van de rust. Op wat wandelaars en hardlopers na is er verder geen mens in de polder te zien. Ik heb mijn koffie op en bedenk mij geen moment. Ik roep Poownie. Die weet inmiddels wat er te wachten staat. Hij duikt nog een keer in de ruif voor een hap hooi en komt dan mijn kant op. Hij neemt zijn halster in ontvangst en loopt alvast naar het hek terwijl ik de paddock verder afsluit. Hij mag nog een uurtje grazen terwijl we ondertussen van de stilte en het zonnetje genieten.

Herfstige reflecties op 2024…

Het zal niet lang meer duren voor de herfst zich in volle hevigheid gaat laten zien. Stiekem hoop ik natuurlijk dat we getrakteerd worden op niet al te veel regen en wind. Maar dat er een einde is gekomen aan ons vaarseizoen is wel een feit. Als mooi weer mensen doe je ons geen plezier door er met vies weer op uit te trekken. Hoewel ik het wel heerlijk vind om aan boord te zitten als het regent. Dat maakt zo’n gezellig kletterend geluid. Vaarseizoen 2024 gaat helaas niet de boeken in als het jaar met de meest gemaakte vaaruren. 

Het seizoen begon met een dieptepunt. Merlin lag nog geen week in het water toen ze er weer uit mocht. Er bleek een onderdeel stuk te zijn waardoor het koelwater niet correct werd rondgepompt. Een hoop gepiep dat niet wilde stoppen en een oververhitte motor. Een euvel waar we vorig jaar ook al mee kampte maar dat niet correct was gefixt. Uiteindelijk duurde het nog tot juni voor ze terug in haar box lag en we konden varen. 

En zoals we allemaal weten was het begin van het zomerseizoen nogal nat. Toen het eindelijk mooier weer werd waren wij met vakantie. Gelukkig werden we daarna ook nog getrakteerd op fijne dagen. We hebben toen heel wat keren kunnen wakeboarden. Dit deden we in goed gezelschap en hebben er hilarische momenten, toffe foto’s en mooie herinneringen aan overgehouden. 

We deden meer. We gingen geregeld voor de zandbank voor anker om vitamientje D te laden en lekker te chillen. Schoonmoeder en een vriendin werden getrakteerd op een rondvaart met lunch aan boord. We raakten een anker kwijt, die brak spontaan af nadat hij te water ging. Ik besloot hem de week erop te zoeken met mijn SUP maar kansloze missie. En we spraken midden op het water af met vrienden die we al lang niet meer hadden gezien.

Toen vond er op de valreep nog een domper plaats. De accu had het begeven, uiteraard net toen we een chille middag achter de rug hadden en richting haven wilde varen. Gelukkig kon de havenmeester ons helpen. Hij voer naar ons toe met accu en startkabels. Heel verwonderlijk dat ie er mee ophield was het niet. De accu zat er al meer dan 8 jaar in. Dit probleem was sneller gemaakt dan gedacht en zo konden we er nog een paar keer op uit. 

In de laatste week, op de mooiste dag van de maand, is het zelfs gelukt om schoonpa, die vanwege gezondheidsredenen eigenlijk niet meer mee kon, aan boord te krijgen voor een aantal onvergetelijke uren te water. Jammer genoeg is het er niet meer van gekomen om te suppen met vriendinnen in de Biesbosch. Dat doen we volgend seizoen hopelijk beter!

We hebben net onze laatste maaltijd aan boord genuttigd. Overheerlijke frietjes met snacks. want die smaken nergens zo lekker als bij ons in de haven. Met volle buik hebben we het ruim leeg gehaald. Het voor- en achterdek zijn geboend. Alle handdoeken liggen opgevouwen achter in de auto. Al het overgebleven eten en drinken eveneens. De vlag is opgerold. De achtergebleven kledingstukken zijn gesorteerd. Het is altijd weer raar om het seizoen af te sluiten. We zien elkaar nog een keer, wanneer ze uit het water gaat volgende week, maar het gaat het zeker een maand of 6/7 duren voor we het water weer op gaan. 

Ondanks de regen …

Bij het opstaan betwijfel ik of ik er wel goed aan doe om mijn kleding, die ik klaar had gelegd aan te trekken. Ik werp een blik naar buiten waar het nog schemer donker is. Ik werp een blik op mijn telefoon. Daar zie ik tot mijn verbazing dat de vele regen die voorspeld was heeft plaats gemaakt voor bewolking. Dat zijn de betere berichten. Maar dan nog denk ik dat ik gisteren iets te optimistisch ben geweest in mijn kledingkeus. Ik schrap mijn warme trui en regenjas en kies voor meerdere laagjes. Te beginnen met een thermoshirt. 

De herfst is amper begonnen maar de temperatuur liegt er niet om. Mijn adem komt in stoomwolkjes uit mijn mond als ik buiten sta. Ik ben blij met mijn kledingswitch en mijn winterjas. Het voelt een beetje onwennig. Liep ik van de week nog in een dun truitje en nu ben ik gekleed alsof ik op wintersport ga. Door schade en schande heb ik geleerd dat stilzitten langs het voetbalveld erg koud kan zijn. Ook al is het spelletje soms nog zo verhit. En vandaag heb ik zowaar twee reportages op het programma staan. Dus ik moet er voor zorgen dat ik geen last van mijn spieren ga krijgen. Net voor ik weg ga besluit ik alsnog mijn regenkleding mee te nemen. Niks zo veranderlijk als het weer!

Het is lang geleden dat ik mijn wekker heb moeten zetten voor een voetbalwedstrijd. Het is überhaupt lang geleden dat ik mij bezig heb gehouden met de voetbal. Maar ik heb weer helemaal zin en tijd om het op te pakken. De eerste wedstrijden heb ik bij zoonlief gefotografeerd. Vandaag begeef ik mij naar Dordrecht. Op het programma staat een thuiswedstrijd voor het nieuwe O13 van FC Dordrecht dat het op mag nemen tegen DSO O13 uit Zoetermeer. Ik ben wat aan de vroege kan en mag in de bestuurskamer een bakkie koffie mee doen. Daar kom ik nog een aantal “oude” bekende tegen. Het is zo gezellig dat ik bijna te laat kom voor de aftrap. 

Het is even schakelen als ik naar de spelers kijk. Ze zijn kleiner dan ik gewend ben. Hoe klein ze ook zijn, ze kunnen ballen als de beste. Het team is nieuw. Toch lijken ze elkaar al redelijk goed te kunnen vinden op het veld. Ondertussen ben ik maar wat blij dat ik mijn regenkleding mee heb. Want het komt met bakken uit de hemel. Het regent zo hard dat zelfs mijn toestel zijn regenjas aan krijgt.

Ik cross snel naar huis zodat ik de foto’s alvast op de PC kan zetten. Er is zelfs tijd over om alvast een selectie te maken voor social media. Wedstrijd twee staat te wachten. Ik wissel van kaartje en batterij. En gris ook nu mijn regenkleding weer mee. Het zonnetje staat hoog aan de hemel, maar niks zo veranderlijk als het weer. Nog geen 10 minuten na de aftrap pakken donkere wolken zich samen en komt het weer met bakken uit de hemel.

Buiten is het inmiddels donker en ik zit gehuld in warme kleding achter mijn laptop om de foto’s van vandaag te bewerken. Ik kijk terug op een heerlijke voetbaldag, ondanks de regen. Of moet ik zeggen, dankzij de regen? Want stiekem vind ik foto’s maken in de regen juist wel leuk!

© Foto Hamar

Ondertussen, in de sportschool #2

Ik voel een zweetdruppel van mijn hoofd glijden in de richting van mijn oog. Het lukt mij niet om hem weg te vegen en zoals verwacht maar niet gehoopt drupt hij zo in mijn oog. Aaaah prik prik. Ik knijp mijn ogen stijf dicht. Een voordeel is dat ik daardoor ook de seconden op mijn stopwatch niet in slowmotion weg zie tikken. Ik lig in standje plank op de grond, terwijl de muziek uit mijn AirPods knijterhard mijn oorschelp in schalt. Mijn afleiding! Inmiddels is dit de laatste ronde van de drie waar de oefening uit bestaat. Gelukkig maar, want ik kan echt niet meer. Ik voel een lichte verplaatsing van lucht en met mijn andere oog op een kier zie ik dat er twee voeten naast mijn arm staan. 

Vriendlief. Vaag in de verte hoor ik dat ie tegen mij praat. Maar ja, te harde muziek en ik ben niet bepaald in staat om nu het geluid zacht te draaien of mijn oortjes uit te doen. “He?” Roep ik dan maar. “Of je nog moet douchen??” Als ik hem verstaan had, dan had ik iets geroepen van: “Wat denk je nu zelf?!” Maar nog steeds krijg ik er niet veel van mee. “D.O.U.C.H.E.N.??” Gilt ie vervolgens. Net op het moment dat de muziek is afgelopen en ik niet alleen, maar ook de buren, de vraag hebben mee gekregen. Voor ik antwoord spiek ik snel op mijn stopwatch. Nog 3, 2, 1 en ik plof neer op mijn matje. Trillend van de inspanning draai ik mij om, trek de Airpods uit mijn oren en veeg eindelijk het zout uit mijn oog. “Ja” is mijn antwoord. “Mooi, dan duik ik er eerst ff onder!” en weg zijn de voeten, mij zwetend op mijn matje achterlatend. 

De afgelopen periode heb ik een poging gedaan om wat structuur in mijn sporten aan te brengen. De neuroot in mij neemt het soms over en dan sta ik als een kip zonder kop mijzelf in het zweet te werken. En dat dan 3x in de week. Wat natuurlijk niet echt handig is. Ik besloot een voorbeeld te nemen aan zoon die voor iedere dag in de week een onderdeel van zijn lichaam traint. Ik moet zeggen dat mij dit ook wel bevalt. Het was even zoeken maar nu denk ik wel dat ik een redelijk evenwichtig programma heb dat mooi in elkaar overloopt gedurende de rest van de week. Het geeft structuur en daarmee rust. Waarmee ik de rust in mijn hoofd bedoel, mijn spieren denken hier namelijk anders over. Hier en daar kan ik bepaalde onderdelen wat intensiveren of juist wat afvlakken. 

Ik hoor het water in de douche al spetteren. Ik doe de muziek weer aan en de harde beat maakt nu plaats voor een rustige meditatieve flow waarop ik een poging doe om mijn buikspieren te rekken. De combo die ik vandaag heb uitgeprobeerd was best heftig. Ik neem een yogapose aan die voor de verandering hemels aanvoelt, maar mijn trillende armspieren en de opkomende kramp in mijn teen doen mij besluiten snel te gaan staan. Ik rek de rest van mijn lichaam en blijf daarna nog even een minuutje op mijn yoga mat liggen. Gewoon even helemaal niks en alleen maar (gesloopt) totale ontspanning, voor ik zelf ook onder de douche spring. 

What SUP 4, na een jaar…

“Heb je zin en tijd om mee het water op te gaan?” App ik naar mijn vriendin. Ik heb al meer dan een jaar niet gesupt vanwege een elleboog blessure. Overigens niet opgelopen met sporten maar tijdens het “poep scheppen” op de wei… Vriendin heeft ook al enige tijd een SUP maar had hem tot op heden nog niet uitgeprobeerd. Het werd dus tijd voor een rendez-vous op het water. “Ja ik kan!!!” Appt ze terug. 

Nu hopen we beide op een rustige avond. Zowel wat weer, als recreanten op het water betreft. Want zo’n eerste keer na lange tijd kan wat onwennig zijn. Voor haar is het wel fijn om de SUP te kunnen testen zonder alle rondvarende bootjes. Jammer genoeg zie ik de wind geleidelijk aan toe nemen. Maar zoals het er nu uitziet blijft het onder de 20 km per uur. Voor het mooie is dat eigenlijk net te hard. We weigeren alle twee om af te zeggen. Uit voorzorg mik ik wel een extra setje kleding in de auto. Het zonnetje laat zich in ieder geval wel zien en dat maakt al een hoop goed. 

Eerder dan afgesproken draai ik de parkeerplaats op. En ik ben niet de eerste. Er is daar een feest aan de gang compleet met patatkraam en hossende pubers. Maar gelukkig is er voldoende plek voor ons. Samen pakken we de tassen uit. Die van mij nogal stoffig, die van haar gloedje nieuw. Van vriendlief heb ik bij de aanschaf van mijn SUP een elektrische pomp cadeau gekregen. Dat leek mij eerst nogal overdreven. Maar het ding heeft zijn nut meer dan eens bewezen. De SUP met de hand oppompen is te doen. Maar, vooral de laatste beetjes lucht, zijn loei-zwaar. Nog steeds blij mee dus. 

Iets eerder dan gepland droppen we de SUPS in het water. Heel even moet ik mijn evenwicht vinden. Na een minuut voelt het alweer vertrouwd. We komen er te laat achter dat de peddel van vriendin nog niet strak genoeg aangedraaid is. Iets wat achteraf een simpele handeling blijkt te zijn. Maar voor dit moment wat lastig om de SUP te gebruiken zoals het zou moeten. Halverwege de route ruilen we van peddel zodat ze alsnog even een vaartje kan maken. 

Als we beide onze draai een beetje gevonden hebben besluiten we als eerst tegen de wind in te peddelen. Een groep “wildzwemmers” maakt ook gebruik van dit stuk en is het zelfde van plan. Gelukkig hebben ze allemaal een knaloranje boei om waardoor we ze niet over het hoofd zien. Het restaurant dat we passeren heeft een aardig gevuld buitenterras. We willen niet voor al te veel hilariteit zorgen en peddelen daarom stug door tot we redelijk uit het zicht zijn.

We gaan heel even voor “anker” in de luwte van de haven om de spieren rust te gunnen en wat bij te kletsen. Vervolgens peddelen we nog een stuk achter de zwemmers aan voor we omkeren. We zijn alweer bijna terug als het dan toch bijna verkeerd dreigt te gaan. Vriendin verliest haar evenwicht en in slowmotion zie ik haar al te water gaan. Gelukkig hersteld ze zich net op tijd en blijft op het board. 

Beide hebben we de testronde overleeft. Haar board is goedgekeurd en mijn blessure heeft zich (nog) niet opnieuw gemeld. Nu snel de agenda’s weer naast elkaar voor ronde twee.

Hijs het zeil #2…

Dit weekend hebben we de perfecte weercondities voor een aantal zeiluurtjes. Na mijn enthousiaste vaardag met collega’s beloofde vriendlief om mij de beginselen van het zeilen te “leren”. Ik bel de verhuurder van een paar dorpen verder of ie nog een bootje heeft liggen. Gewoon een simpel bootje, zonder al te veel poespas. Zo een die niet stuk te krijgen is… Vriendlief kan dan wel zeilen, ik moet nog leren en doe daarbij dingen die misschien niet helemaal verantwoord zijn. Geen zorgen zegt de beste man. Hij heeft nog wat liggen en we zijn meer dan welkom.

Bij aankomst worden we enthousiast begroet. Hij oogt vriendelijk en daar ben ik blij om. Want tja, geen idee hoe zijn bootje er na een paar uur met Boor aan boord uitziet natuurlijk. Hij verteld hoe we het beste de zeilen kunnen hijsen. Wat we wel en vooral niet moeten doen. Op wat termen na snap ik niet zo veel van zijn uitleg, hij zou net zo goed Grieks kunnen praten. Maar vriendlief knikt bevestigend. De motor wordt gestart en we krijgen de opdracht om naar de overkant te varen en tegen de wind in de zeilen te hijsen. 

Het is aan mij de taak om de boot tegen de wind in te houden tot vriend het zeil gehesen heeft. Daarna krijg ik uitleg. De giek, gaffel, schoten en vallen, het grootzeil, de fok en het roer. De giek kun je op je gaffel krijgen en daarmee kun je vallen!! Zeer belangrijk: Doet zeer! Blijf daarbij uit de buurt! Is dan ook mijn eerste gedachte. Maar zo zit het toch niet helemaal. Wanneer we een stukje het water opgaan trekt de wind aan en kan het feest beginnen. 

Vriendlief laat mij naast zien ook voelen wat er met de boot gebeurd. Ik krijg nu een beeld bij de termen die eerder voorbij kwamen. Het begint te leven en daardoor blijft het beter hangen. Al snel mag ik het roer en de schoot, das dus het touwtje waar mee je het zeil bediend, overnemen. Ik was nu zelf de baas over hoe hard of zacht we gingen. Het is heel leuk om daar mee te spelen en zelf te ervaren wat er allemaal gebeurd.

Na twee uur gieken, gijpen en vaart maken doe ik iets doms. Ik houd geen rekening meer met de wind maar zet wel mijn bocht in. Daar wordt ik direct voor afgestraft. De giek klapt van stuur- naar bakboord en de hele boot helt over. Even ben ik bang dat we overboord slaan en ik hoogst persoonlijk de boot tot zinken breng. Dat laatste schijnt niet zo makkelijk te gaan maar ik ben daar niet zeker van. Onder veel gegil want “PANIEK”, laat ik roer en schoot los. De spanning schiet van de lijnen en het zijl en we dobberen weer op het water. Naast wat water in de boot, een nat pak voor vriendlief en de schrik bij mij, is er niks aan de hand. Ik weet nu uit ervaring dat je geen “klapgijp” wilt meemaken. 

We varen nog wat heen en weer, hebben een eenvoudige lunch aan boord en na nog een uurtje varen gaan terug naar de haven. Ondanks mijn domme fout was het wel een hele toffe dag. Eentje die naar nog meer smaakt. Nu eens kijken waar ik een goede leerschool kan vinden, want die heb ik wel nodig…