Skiën vs Boarden…

2011 was mijn eerste wintersportvakantie. Mijn eerste ervaring in de sneeuw met een plank onder mijn voeten in plaats van een slee onder mijn achterwerk. Uk had al eerder op ski’s gestaan en vriendlief daarentegen ontelbaar keer. De keus om te leren snowboarden vonden sommige dan ook wat raar. Skiën is toch makkelijker om te leren? Daar kon en kan ik niet over mee praten. Ik vind skiën helemaal niet leuk om te zien, laat staan om het zelf te doen. Op de piste zag ik geregeld ouders met hun jonge grut op een board voorbij komen. Hoe tof zou het zijn als Uk en ik samen zo van de berg af konden?? Geregeld gingen er dan ook plagerijen tussen Uk en mij over en weer: “Mijn board ziet er veel stoerder uit dan die twee latten van jou!” “Maar ik ga harder op die latten dan jij met je board…” “Skiën is voor oudjes, boarden is voor toffe gasten!!” “Ik kan tenminste pizzapunten, jij lekker niet!!” Maar wat ik ook zei, ik kon Uk niet overhalen om te gaan boarden.

Zijn motto was: Skiën kan ik nu goed, boarden moet ik nog leren. Oké, daar had hij een punt. Maar gasten die zo flexibel en lenig zijn leren over het algemeen snel. Ook dit werkte niet. Uiteindelijk hield ik erover op. Behalve de plagerijen. Die bleven over en weer staan!

Een van onze wintersportvrienden is ook gaan boarden. Het ging hem aardig goed af. De eerste wintersport was het voornamelijk roetsjen. Maar de daaropvolgende vakanties ging het steeds beter. Hij bedwong zelfs het funpark en werden de snelheden opgevoerd tot wel 70 km per uur. Toen werd Uk’s interesse gewekt. Hoewel je met een board niet kunt pizzapunten of im schuss van de berg af kunt stuiteren, kun je er toch beduidend meer mee dan dat ik hem had laten zien. De grapjes werden minder. Een boarder kwam gelijk te staan aan een skiër qua tofheidsgraad en aan het einde van de week werd er serieus over een lesje nagedacht. Kijk… Dat bied perspectief!!

Deze zomer, toen het buiten een graad of 20 was togen wij met een klein groepje naar de indoor berg in Den Haag. Met 5 graden onder 0 was Uk bereid de beginselen van het boarden door mij aangeleerd te krijgen. Ik had hem gewaarschuwd. Ik ben geen rolmodel wat boarden betreft, maar wat evenwichtsoefeningen, bindingen vast maken en het roetsjen moest toch wel lukken. Uk’s kennende zou ie waarschijnlijk na een half uurtje toch zijn board om gaan wisselen voor een paar ski’s omdat zijn voeten, board en bovenlichaam niet geheel zouden doen wat hij in zijn hoofd had zitten.

Mijn verbazing was dan ook groot, toen hij na een half uurtje ploeteren op de beginnersbaan vroeg of ie niet ff met de sleeplift naar boven mocht. Ik vond dit in eerste instantie niet zo’n strak plan. Maar toen hij met zijn puppy ogen naar mij keek, een pruillip maakte en 100 keer beloofde heel voorzichtig te zijn was ik overstag. De baan was nagenoeg leeg dus hij kon alleen zichzelf maar in de weg zitten.

Als volleerd boarder liet hij zich omhoog trekken door de sleeplift. Waar ik minstens drie lessen voor nodig had… Klikte bovenaan zijn binding weer netjes dicht en roetsjte de eerste paar meters naar beneden. Daarna zag ik hem toch echt voorzichtig een bochtje proberen te maken. Al roetsjend, glijdend, en af en toe vallend kwam hij beneden aan. Een grote glimlach op zijn gezicht maakte plaats voor opluchting aan mijn kant. Want berg je maar als een pre puber het niet voor elkaar krijgt dat te doen wat ie wil doen… Drie uur later dan verwacht gingen we moe maar zeer voldaan terug naar huis. Missie geslaagd!!

Uk had besloten dat het boarden wel iets voor hem was. Deze wintersport zal het er waarschijnlijk nog niet van komen, maar wie weet kunnen we volgend jaar samen boardend van de berg…

Heb ik weer…

“POOWNIE!! Op de Dordtse Dom sta je hoger hoor!!” Ik por met mijn ellenboog tussen zijn ribben en duw uit alle macht zijn 400 kilogram van mijn poezelige voetje. Hij tilt zijn hoef net ver genoeg op zodat ik mijn voet uit de kreukelzone kan halen. Onverstoorbaar graast hij verder terwijl ik mijn tenen weer in hun normale proporties probeer te krijgen door ze heen en weer te wiebelen. Pas na een paar seconden komt de stekende pijn. Ik rek en strek mijn voet maar dat maakt het gevoel er niet beter op.

Poownie heeft nog steeds niks in de gaten. Terwijl ik naast hem heen en weer sta te springen van mijn linker op mijn rechtervoet, ondertussen de pijn proberen te negeren. Na 20 minuten rondjes dansen ben ik het zat en strompel terug naar stal. Met in mijn kielzog een geïrriteerde poownie die niet begrijpt waarom we nu al weg gaan.

Op stal wil ik het liefst mijn schoen uittrekken en mijn voet in zijn waterbak laten zakken voor verkoeling. Maar de ervaring heeft mij geleerd dat ik daarna niet meer in mijn schoen kom. Dus de voetjes blijven waar ze zitten. Ik zorg dat alle andere klusjes op stal met enige spoed gedaan zijn voor ik huiswaarts keer.

Eenmaal thuis, gelukkig woon ik dicht bij, schop ik mijn schoenen uit om de schade te bekijken. “Das niet zo slim he!! Zeker niet vlak voor de wintersport!!” Zegt vriendlief die over mijn schouder mee kijkt. “Ik wilde de hardheid van mijn botstructuur nog even testen!” Zeg ik quasi nonchalant. Maar ik vrees toch even voor de naderende wintersport als ik weer naar mijn voet kijk. Een flinke bult op mijn wreef, een grote schaafplek en een rood, paarse kleur hebben hun intreden gedaan. Het is zo pijnlijk dat ik een sok bijna niet kan verdragen.

Mijn voet is het eerste dat ik de volgende dag bekijk als ik wakker wordt. Zelfde kleur, zelfde afmeting, alleen de pijn is wat minder. Ik mag er inmiddels weer aanzitten zonder dat ik op mijn tanden moet bijten. Lang lopen en staan wordt hem niet die dag. De twee daaropvolgende dagen gaat het gelukkig steeds iets beter. De bult is weggetrokken. Alleen de rode paarse kleur op mijn wreef is gebleven. Op hoop van zegen ga ik mee op wintersport…

Met enige voorzichtigheid prop ik mijn voet in mijn snowboardschoen. Een voordeel is dat hij daar stevig zit en schuiven niet kan. Een nadeel is dat ik niet zonder mijn voet te gebruiken kan boarden. Lopen met deze schoenen aan is toch wat pijnlijker. Eenmaal de bindingen vast voelt het alsof Poownie weer op mijn voet staat. De eerste afdaling, ik vrees met grote vrees… Tenen, hakken, tenen hakken, dat is wat mijn voetjes de komende week moeten doen. Maar als we beneden zijn lijkt het of de pijn naar de achtergrond verdwenen is. Misschien moesten ze gewoon even “loskomen”?

Als we de eerste dag achter de rug hebben en terug zijn in het hotel ben ik de pijn eigenlijk helemaal vergeten. Als ik mijn sokken uit doe schrik ik op van wat ik zie. De rode paarse kleur is veranderd in donkerblauw met zwart… Geschokt laat ik mijn voet aan vriendlief zien. Die eerst zijn neus ophaalt en vervolgens mijn voet aan een grondige inspectie onderwerpt. Niks ernstigs, de blauwe plek zakt nu wat naar beneden waardoor je tenen er nu ook “zo” uitzien… “Dus ze vallen er niet af??” “Dat hoop ik niet voor je!”

De dagen daarop wordt de blauwe plek steeds iets minder en alleen met lange stukken lopen of lang staan voel ik mijn voet. Gelukkig heeft het mijn wintersportvakantie niet verpest. Sterker nog, het was wederom een prachtige week met mooi weer en lekkere (rustige) pistes om te boarden. En voor op stal ga ik opzoek naar schoenen met stalen neuzen!!

This must be heaven…

Het zicht reikt niet verder dan de overkant van de straat. Flarden mist trekken aan ons voorbij. Als we buiten staan begint het ook nog eens zachtjes te regenen. Bah wat een smerig weer. Guur en nat. Gelukkig heb ik het niet koud. De thermokleding die ik onder mijn wintersportkleding aan heb doet goed zijn werk. Uk en ik kijken elkaar aan. We denken het zelfde. Als het zo moet hebben we eigenlijk geen zin. Het weer is met zijn verkeerde been uit bed gestapt en staat een potje te chagrijnen boven ons hoofd. Het probeert ons met zich mee te trekken in zijn vervelende bui. Maar inmiddels weten we beter. Dapper lopen we met heel de familie door tot we bij de piste zijn. De zesde dag van onze kerstvakantie.

Het is niet druk. Zouden de andere vakantiegangers wel geschrokken zijn van het vieze weer? De regen is inmiddels over de berg heen getrokken en de mist is hier niet zo heel dik meer. Het enige dat overblijft is een grauwe en koude lucht. We toveren onze ski-en boardspullen tevoorschijn en wandelen de gondel in. Een ritje van 20 minuten moet ons naar de top van de berg brengen. We duiken met gondel en al de mist weer in. Nu kunnen we niet verder kijken dan de eerste boomgrens. Door de kleine raampjes waait een kille wind. Ik bedenk mij dat ik er bij het midden-station nog uit kan om vervolgens in één rechte streep naar beneden te boarden zodat ik direct weer kan stoppen. Maar deze gedachten schud ik van mij af als we door het wolkendek heen zijn.

IMG_3605kopie

Boven aan de piste, het einde van de rit, stappen we uit. Zodra ik buiten ben laat ik mijn board aan mijn voeten vallen. Niet om hem vast te klikken, maar om even sprakeloos van het uitzicht te genieten. Wat is het prachtig. De zon streelt de toppen van de bergen aan de overkant. De wolken hebben zich onder onze voeten verzameld als een donzen dekbed en de strakblauwe hemel lacht ons tegemoet. Afgezien van wat gekibbel van andere wintersporters is het stil. Uk komt naast mij staan en zegt hardop wat ik denk: “Zo moet de hemel er uitzien!!” Ik kan het alleen maar beamen. De volgende vijf minuten worden gebruikt om onszelf met dit prachtige decor vast te laten leggen. Gelukkig hebben we niet geluisterd naar het weer. In plaats van een chagrijnige bui volgt er namelijk een fantastische dag. De afsluiter van onze vakantie. Een mooier kerstcadeau konden we ons niet voorstellen. Prachtige pistes, heerlijk weer en veel gezelligheid met elkaar!!

Het zit er weer op…

Die bospaadjes, altijd weer die ellendige bospaadjes. Ik heb mij vorig jaar gek laten maken na één val met mijn snowboard. En die val was niet eens zo hard. Het was de afgrond die in één keer heel dicht bij kwam. Het zit gewoon tussen mijn oren. Ik kan sturen en ik kan remmen. Dus het zou geen probleem moeten zijn. Maar zodra ik hoor dat ik via een bospad terug, of naar een andere piste moet gaan de radartjes draaien. Mijn benen doen vervolgens niet meer wat ik wil. En dan die afgrond he?! Hier in Nederland heb je een vangrail aan de zijkant van de weg. In Oostenrijk zie je de boomtoppen aan de zijkant van het bospad, geen vangrail, geen plankje, geen lintje maar boomtoppen. En als je boomtoppen ziet dan betekend het dat er nog een heel stuk boom onder die top staat…

Ondanks die rare bospadenfobie van mij heb ik toch een super wintersportweekje achter de rug. Ik heb heerlijk geboard. Of dit kwam door mijn nieuwe board of omdat ik de techniek steeds beter beheers laat ik even in het midden. Weken voordat we weg gingen liepen we elkaar al gek te maken, op facebook, via de speciaal aangemaakte wintersportapp of via de mail. We waren dit keer met 15 man, vrouw en kind. Van de 15 waren er vier boarders, twee wandelaars en de rest skiërs.

Het weer zat grotendeels mee, zon, blauwe lucht maar ook wel wat bewolking en mist. Gelukkig hebben we maar één ochtend sneeuw gIMG_8600kopieehad. De pistes lagen er super mooi bij en het was  in ons gebied heel erg rustig. Zelfs zo rustig dat we geregeld een piste helemaal voor ons alleen hadden. Dat vond ik niet erg want zo kon ik op mijn gemak een beetje aanmodderen op pistes waar ik vorig jaar alleen al de rillingen van kreeg als ik er naar keek. Deze vakantie heb ik alle pistes gehad. Eén daarvan alleen maar roetsjend, die vond ik echt te steil om mijn bochtjes op te maken. Maar wie weet, een volgende keer…

Vorig jaar wilde ik heel graag een afdaling maken met de slee op de speciaal daarvoor aangelegde rodelbahn. Maar niemand wilde met mij mee. Dit keer kreeg ik mijn nichtje zo ver om ook haar leven te riskeren. Rodelen met een houten slee zonder rem is namelijk niet geheel zonder gevaar. Voor je het weet staat je onderbeen de verkeerde kant uit en breek je iets. De reden voor veel mensen om dit niet te doen. Vol enthousiasme huurden wij alle twee een slee en gingen met de stoeltjeslift naar boven. Als al die kleine kinderen zonder kleerscheuren beneden komen, moet wij het toch ook kunnen?? Omdat het mijn plan was mocht ik waarschijnlijk als eerst. Ik heb daar wel even een seconde of drie staan twijfelen. Het pad ging met een bochtje het bos in. Het was niet te zien hoe het van daar verder liep. Maar uiteindelijk viel het mee. De lange baan, met veel bochten, hebben we drie keer gedaan voor we er genoeg van hadden. Toen Uk hoorde wat hij gemist had vond hij het wel een beetje jammer dat hij niet met ons mee was geweest.

De wintersport zit er helaas weer op. Dit keer niet één val op een bospad gemaakt. Wel onzichtbare drempels genomen, aan mijn techniek gewerkt en de skipas er dubbel en dwars uitgehaald. Verder heel veel en lekker gegeten en natuurlijk veel lol met mijn familie en vrienden gehad.

Zijn er onder de lezers nog wintersportliefhebbers?
Zo ja, welk wintersportgebied zou jij mij aanraden en waarom?

Blauw, rood & zwart …

Drie jaar geleden is het gedonder begonnen. Toen raakte ik in de ban van het snowboarden. Weer zo iets waar ik totaal niets van moest weten. Maar… het virus sloeg toe en ik raakte verslaafd. Het boarden werd een ware obsessie voor mij. Om het te leren heb ik een aantal lessen op een rondraaiende mat gevolgd om vervolgens de rest aan te leren op de indoorberg van Snowworld of De Uithof. Nu zijn we dus per jaar minstens één rib uit ons lijf kwijt aan een wintersportvakantie. Niet zomaar een vakantie. Maar een vakantie met de familie. In 2011 besloten we voor het eerst met mijn tante en oom mee te gaan naar Oostenrijk. Dat was zo goed bevallen dat we dit jaar weer mee gingen. En wij niet alleen. In totaal gingen we met vier gezinnen, 13 man/vrouw/kind in totaal.

In tegenstelling tot  één van mijn nichtjes ben ik niet zo’n held als het op snelheid en durf aan komt. Ik ben van de zekerheid en veiligheid. Ingesnoerd met backprotector en helm ging ik vorig jaar met 10 km per uur van de piste terwijl ik links en rechts ingehaald werd door skiërs en boarders. Dit jaar gingen we al wat harder en met meer zekerheid en souplesse van de berg. Mijn nichtje, die hier al een aantal jaren komt, vond het tijd worden voor wat meer actie en nam mij mee naar een gedeelte van de berg dat bestempeld wordt als “rood” en de naam “penzing” draagt. Alleen de naam bezorgde mij eigenlijk al de rillingen. Uiteindelijk begreep ik dat de stoeltjeslift zo heet, maar voor het gemak de berg ook zo genoemd wordt.

Om er te komen moesten we eerst met de gondel naar boven. Er waren verschillende routes om beneden te komen. Twee korte steile afdalingen die er voor zorgden dat je uiteindelijk op de piste kwam waar het allemaal om draaide. Of drie verschillende bospaadjes die netjes om de berg heen cirkelden en ons uiteindelijk ook op dat stuk piste brachten waar we zijn moesten. Kiezen is nou eenmaal niet mijn ding zoals jullie inmiddels wel weten. Ik heb daar even staan wikken en wegen, staan plussen en minnen welke route het beste bij mij zou passen. Tot mijn tante zei dat we maar beter het bospad konden nemen. Veiligheid voor alles.

In haar kielzog vervolgden we de route. Mijn tante op haar ski’s, mijn nichtjes en ik op ons snowboard. Het eerste bospad diende zich aan. Ik schrok van dit smalle pad. Maar ik schrok nog meer van het feit dat het pad niet was afgezet met een hekje, vangrail, plankje of desnoods een stukje lint! Ik keek recht de afgrond in. (nou oke, iets minder diep, het ravijn… ) Ik toverde mijn grootste glimlach naar voren die uitstraalde: “Ik ben heus niet bang hoor!” Terwijl iedereen netjes mijn tante volgde stond ik daar nog als aan de berg genageld, te twijfelen of ik niet gewoon mijn board uit zou doen om dat stuk te lopen. Ik wilde mij natuurlijk niet laten kennen dus zette ik mijn bochtenwerk in. Veiligheid voor alles?? Op hoop van zegen dan maar… Dit ging wonderbaarlijk goed. Zolang ik maar niet naar de rand van het bospad keek. Hoe dichter ik bij de rand kwam hoe meer ik leek te bevriezen en daarmee dus ook mijn bochtje niet kon maken. Ik zal niet zeggen dat ik hoogtevrees heb, maar mijn maag draaide zich toch wel een aantal keer om bij het betreden van deze paden en zeker wanneer ik te dicht bij het niet afgezette stuk pad kwam. Waarom kozen we ook alweer voor het bospad en niet voor het steile (korte) stuk? Ik bleef dan ook veilig aan de kant van de berg, voor zover dat kon. Het liefst pakte ik de berg vast om hem nooit meer los te laten. Overigens is op de film ook terug te zien hoe ik dit verschillende malen probeer en hiermee, heel hilarisch, een afdruk van mijzelf achterlaat in de grote hopen sneeuw, niet één maar een stuk of vijf…

Eénmaal de griezelige enge bospaadjes achter ons gelaten strekte zich een oogverblindende witte piste voor ons uit. Bijna helemaal voor ons alleen. Dat was het gestuntel halverwege de berg meer dan waard. Wat heerlijk om in alle vrijheid naar beneden te boarden, de techniek steeds beter door te krijgen en bij iedere afdaling steeds zekerder van mijzelf te worden.

Zo zeker zelfs, dat mijn nichtje besloot om mij de volgende dag mee te nemen naar de “zwarte” piste. Zonder bospaden en lekker breed. “De techniek van het boarden heb je!” Was haar mededeling. Nu alleen nog het lef kweken om te gaan. Haar enthousiasme werkte aanstekelijk en dus besloot ik mee te gaan. Overtuigd van het feit dat als ik bospaden aan kon, ik alles aan kon, volgde ik haar naar het begin van de afdaling. Die was gelukkig niet zo steil als ik verwacht had. De eerste paar meter heb ik  roetsjend afgelegd. Daarna kon ik mijn bochten inzetten. Wat een overheerlijke piste was dit!! De sneeuw was perfect en ook hier was weer geen hond te zien. Afgezien van het dorp beneden in het dal leek dit gedeelte van de berg uitgestorven. De laatste en tevens langste en steilste afdaling bracht ons terug naar de gondel. Ik had al zoveel angsten overwonnen en grenzen verlegd dat ik zonder schroom begon aan dit laatste stuk. Ik had te doen met mijn arme voetjes maar wat gaaf dat ik dit ook gedaan heb. Beneden aan de berg volgde nog een kodak moment, al was het alleen maar om even uit te rusten voor we verder gingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoals aan alles kwam ook aan onze vakantie weer een eind. Ik had nog wel een weekje willen blijven. Het was een prachtige week met veel actie, lol, lef en durf maar vooral gezelligheid (hè wat cliché.. Maar oh zo waar.) Ik kijk nu al uit naar volgend jaar.