De afgelopen weken had ik niks te klagen. Hoewel ik jammer genoeg maar één keer in de week tijd kon vrij maken om te lopen ging het toch vrij goed. Het lukte mij iedere keer een halve km aan mijn route vast te plakken. Langzaam zou de tien km dichterbij komen. Ik besloot mijn planning met hardlopen om te gooien en de zondag werd mijn nieuwe hardloop dag. Die dag is mij heilig. Sterker nog, ik kijk reikhalzend uit naar mijn hardloop uurtje, zelfs wanneer het regent.
Zo ook afgelopen zondag. Ik schoof de gordijnen opzij en het leek zowaar lente. Het zou een prachte dag worden. Ik moest de neiging onderdrukken om niet direct mijn kleding uit de kast te plukken, schoenen uit het rek te trekken en zonder ontbijt de deur uit te gaan. Ik wilde rennen en het liefst een stukje verder dan anders. Heel de week had ik een steek van jaloezie gevoeld als ik mensen hun rondje zag rennen terwijl ik of op mijn werk zat, of met Poonwie aan de kant van de weg stond te grazen… Zij wel…
Het werd tijd om een nieuwe route toe te voegen aan mijn bestaande lijst. Afwisseling van spijs doet eten en dat is met hardlopen net zo. Doorbreek de sleur. Hoewel ik daar nog geen last van heb. We kunnen het maar vast voor zijn.
De warming-up ging goed. Mijn eerste paar passen wat minder. Daarna was het hek van de dam. Ik voelde een steek in mijn voet die een poos bleef aanhouden. Toen dat was weg gezakt voelde ik mijn scheenbenen, niet één maar alle twee. Mijn bovenbenen voelden zwaar. Mijn haar zwiepten alle kanten op en het irritantst van alles, mijn shirtje kroop bij iedere pas omhoog. De nieuwe route die ik had uitgestippeld wilde ik uitlopen. Mijn lichaam riep terug, TERUG, T.E.R.U.G!!! Mijn geest riep door, DOOR, D.O.O.R.
Ken je dat gevoel dat je ergens zo’n zin in hebt en dat het puntje bij paaltje heel erg tegen valt? Nou, dat had ik dus! Godbetert… Wat doe ik mij zelf aan? Waarom zo afzien? Na 1.5 km kon ik nog makkelijk omdraaien, door het park naar huis en regelrecht naar de bank om daar neer te ploffen. Toch liep ik door, DOOR, D.O.O.R. Ging het tunneltje onderdoor. Ik kwam in een andere wijk terecht waar de weg die ik wilde lopen was afgezet. Dus er omheen. Inmiddels had ik drie km achter mij gelaten. Mijn lichaam was opgehouden met vervelend doen. Alleen mijn benen waren nog wat zwaar. Mijn tempo had ik daarom terug laten zakken naar gemiddeld acht km/ph.
Pas bij vier km kwam ik lekker in het tempo en voelde ik geen ongemakken meer. Dit hield ik vol bij vijf en bij zes. Op het moment dat ik mijn eigen wijk weer binnen kwam was het alsof mijn lichaam er plots mee ophield. Ik besloot een stukje te wandelen. Daarna ging het geluid van mijn muziek naar standje oorverdovend en schroefde ik het tempo op. Die laatste twee km zou ik ook uitrennen!! Toen mijn horloge bij acht km een signaal gaf stopte ik zwaar geïrriteerd met rennen. Trok de muziek uit mijn oren en slaakte een diepe zucht. Een wandelaar die mij, samen met zijn hond, tegemoet kwam lopen riep mij toe: “Het zit niet altijd mee he!?”
Daar had hij helemaal gelijk in. Het waren acht lange en zware km’s. Die ik niet had hoeven lopen. Maar ik deed het wel. Ik heb niet toegegeven aan het luie moment, hoewel ik dat heel graag wilde, maar heb mij een uur lang in het zweet gewerkt. Ik keek de man na en bedacht mij dat het vandaag inderdaad niet mee zat. De boog kan niet altijd gespannen staan. Ik troostte mij met deze gedachte. Een volgende keer kan het alleen maar beter gaan!




roze schoen… Toen bleek dat het eerste paar in maat 39 eigenlijk net iets te groot was maar in maat 38,5 veel te klein, bleef de schoen met hippe kleurtjes over. Die zat als gegoten en liep erg lekker. Maar die kleur he?!