Get in the bowl…

“Wil jij iets lekkers uit de kast pakken als je toch naar de keuken gaat?” Vraagt vriendlief aan mij.

Ik sta even te kniezen voor de kast wat ik mee kan nemen als mijn oog valt op een gekleurde zak. Ik pak een bak en roep op niet mis te verstande wijze: “Get in the bowl” Vanuit de kast wordt terug geroepen: YOU get in the bowl!!” Mijn vriend kijkt mij met opgetrokken wenkbrauwen aan en vraagt: “Wat sta je nou tegen die kast te roepen?!” Ik, al schouderophalend: “Ze willen er niet in!” Zijn stem klinkt nu wel erg verbaasd “Wie niet?” Waarop ik met een zucht zeg: “Die M&M’s niet!”

 Nanda  plaatste laatst een blog met betrekking tot vervelende reclames. Hier moest ik erg om lachen. Want naast vervelende reclames zijn er ook een aantal die ik erg komisch vind. Zoals dus de (al wat oudere) M&M reclame.

Niet alleen deze maar ook de reclame waar Ali B in speelt voor T-Mobile kan ik wel waarderen.

Driemaal is scheepsrecht…

Ken je dat? Je hoort een geluid, maar je kunt het niet één-twee-drie plaatsen. Het geluid komt ergens vandaan maar je weet zo één-twee-drie niet waar vandaan. Het kan van buiten komen maar ook van binnen, ergens uit een kast, onder het bed of vanuit een andere kamer. Je hoort het geluid, dat lijkt op een piep, maar één keer. Omdat het vervolgens niet meer te horen is schenk je er geen aandacht aan. Je vergeet het en plots is daar de piep weer. Je weet niet zeker meer hoeveel tijd er verstreken is tussen de eerste keer en de tweede keer dat je de piep hoorde. Het wordt wat lastig om het te traceren omdat er geen patroon in het gepiep lijkt te zitten.

Normaal gesproken zou je verder gaan met wat je aan het doen bent. De piep negeren of je spullen laten vallen en er een dagtaak van maken om het gepiep te vinden, te elimineren en vervolgens verder gaan met wat je dan ook aan het doen was. 

Maar…. Wat doe je als dat piepje begint zodra je eindelijk moe en totaal versleten in je overheerlijke warme bedje ligt en je al bijna in dromenland bent aangekomen? Juist… Je zelf dood ergeren omdat je niet kunt achterhalen wat het is. Je neemt het waar en als het niet je wekker of telefoon blijkt te zijn val je vanzelf weer in slaap om vervolgens na enkele minuten door dat vage piepje weer gewekt te worden.

Vriendlief wordt wakker gemaakt: “Psst… Slaap je al?” “Ja ik slaap!” “Nee hoor, want je geeft antwoord!” “Wat?” ‘Laat maar, hoorde jij dat ook?” “Wat?” “Dat gepiep!” “Als jij onder piepen valt, dan hoorde ik inderdaad gepiep!” “Nee niet ik, dat geluid!” “Jij maakt ook geluid en nu wil ik weer verder slapen!”

Tien minuten later volgt er weer een piep. Ditmaal hoorde vriendlief het ook. We bakkeleien er over en komen tot de conclusie dat het waarschijnlijk de rookmelder is. Hij besluit zijn bed uit te gaan en de rookmelder op de gang te ontdoen van de batterij. Na enkele pogingen lukt het hem dat dekseltje in het pikkedonker open te wrikken en de batterij te verwijderen.

Tevreden vallen we in slaap om na ongeveer tien minuten weer bruut gewekt te worden door het “piepje”. Ik moet mij inhouden om niet te gaan lachen. Het was niet de rookmelder op onze overloop maar die van zolder. Achteraf natuurlijk logisch dat het niet die op de gang was aangezien de piep niet zo heel duidelijk waarneembaar was. Vriendlief gooit het dekbed van zich af en sprint door naar zolder. Na een paar minuten verschijnt hij met de lege batterij in zijn handen beneden. “Kunnen we dan nu slapen?” Vraagt hij geïrriteerd?

Nee, dat denk ik niet” Roep ik gierend van het lachen als ik na tien minuten weer een piep hoor. Vriendlief, woest. omdat ik in het holst van de nacht naast hem lig te stuiptrekken van het lachen en hij de Sjaak is en dus zijn bed voor de derde maal uit moet opzoek naar rookmelder nummer drie. Die hangt in de kamer van Uk, die nietsvermoedend lag te slapen. Stampvoetend loopt hij naar boven en rukt in één keer de gehele rookmelder van het plafon. Hij verschijnt in de deuropening met in zijn linkerhand de rookmelder en in zijn rechterhand de batterij.

“Zo… Nu kunnen we slapen!”

Een laatste groet…

Ik sta in een schemerige ruimte en een allesoverheersende stilte vult mijn oren. Om mij heen staan bloemen, heel veel bloemen. In het midden van de ruimte staat een kist. Het hoofdeinde van de kist wordt geflankeerd door twee kaarsen. De uitvaartbegeleidster vraagt of het zo lukt. Als ik hierop bevestigend knik verlaat ze de ruimte om zich bezig te houden met haar eigen taken. Ik blijf alleen achter met de man in de kist. Hij is niet van plan om ergens naar toe te gaan. Zijn taak op aarde zit er op en zijn volgende reis is reeds begonnen.

Voor de nabestaanden maak ik een uitvaartreportage zodat ze later, in alle rust, nog eens terug kunnen kijken op deze droevige dag. Voor de verwerking, ter herinnering of gewoon omdat ze hier behoefte aan hebben.

Zorgvuldig verplaats ik wat bloemstukken zodat de linten beter zichtbaar zijn. Ik hurk om een foto te maken en kan een rilling niet onderdrukken. De dood wacht niet, het klopt aan op onverwachte momenten. Voor jou, voor mij en nu voor deze man. Tot voor kort een echtgenoot, een vader, een opa.

Had mij drie jaar geleden verteld dat ik mij vandaag de dag bezig zou houden met uitvaartreportages en ik had je uitgelachen. Hoewel de dood mij altijd gefascineerd heeft moest ik er niets van hebben. De gedachten om alleen met een overleden persoon in één ruimte te zijn gaf mij de rillingen. Door zelf het nodige mee gemaakt te hebben, heb ik ook geleerd over drempels heen te stappen. En zie hier, ik sta nu alleen in de ruimte en kijk door het oculair van mijn toestel naar een man die tot voor kort nog midden in het leven stond.

Voor mij een fijne gedachte dat ik deze reportage voor de familie mag maken. Daar heb ik graag mijn eigen grenzen voor willen verleggen en de nodige onzichtbare drempels voor willen nemen.

Terwijl de familie op hun manier afscheid neemt van de man loop ik vast naar buiten. Daar tref ik zes dames aan die klaar staan om de kist te dragen van de aula naar de begraafplaats. Het draagstersgilde is iets waar ik tot voor kort geen weet van had. Iedere keer weer vind ik het bijzonder om dit te mogen aanschouwen. Hun filosofie is: “Ieder mens wordt voor zijn of haar geboorte gedragen door een vrouw. En wanneer dat leven over is, zijn het wederom vrouwen die hem of haar naar de laatste rustplaats dragen. Vrouwen dragen je het leven in en het leven uit”.

De mensen zijn in grote getale toegestroomd om hun laatste eer te bewijzen aan deze man. Als het nodige gezegd is, zijn lievelingsmuziekstuk als laatste wordt gespeeld en de dienst er vervolgens op zit gaan de deuren van de aula open. Het eerste waar mijn oog op valt is de blauwe lucht. Fijn dat de zon de wolken op deze trieste dag heeft weten te verjagen. De draagsters staan klaar om de man naar zijn laatste rustplaats te brengen. Achter de kist loopt zijn familie, gevolgd door vrienden, collega’s en andere bekenden. Bij zijn graf worden nog enkele woorden tot hem en zijn familie gesproken. De hele stoet met mensen loopt nog één maal langs de kist. Dan is het moment ook aangebroken voor zijn vrouw. Ze prevelt een paar woorden, een laatste groet, een afscheid. Met gebogen hoofd en omringt door haar familie loopt ze bij het graf van haar man vandaan om hem daar voor altijd te laten rusten… 

 

 

 

 

 

 

 

Een werkplek vol herinneringen…

07.40 uur, ik kom aan op mijn werk en wens mijn collega bij de receptie een goedemorgen toe. Zelfs de postbode was op dit vroege tijstip al geweest en ik loop met alle “fanmail” van onze klanten door naar de lift. “Er zit ook een aangetekende brief voor jou bij!” Roept de receptioniste van achter haar pc.

Terwijl ik onhandig de grote stapel post in evenwicht probeer te houden druk ik met één van de vingers die ik vrij kan maken op het knopje van de lift. De stapel begint te schuiven en zoals verwacht maar niet gehoopt glijd de stapel post van mijn arm op de grond. Als de lift boven is heb ik bijna alle poststukken weer bij elkaar geraapt. Voor de liftdeuren zich weer kunnen sluiten graai ik de laatste enveloppe van de grond en stap snel naar buiten, de gang op.

Direct maakt mijn hart een noodstop om vervolgens met 200 slagen per minuut op hol te slaan. Terwijl mijn hart bezig is met een marathon probeer ik logisch te blijven denken.

Ik staar naar de aangetekende brief die aan mij geadresseerd is. Niets bijzonders in een bedrijf waar dagelijks zakken met post worden afgeleverd. Het is ook niet zozeer de enveloppe die mijn aandacht getrokken heeft, maar het handschrift. Dat is namelijk identiek aan die van mijn vader. Dat zou nog niet eens zo bijzonder zijn, was het niet dat mijn vader 1.5 jaar geleden overleden is. Ik vraag mij af of ze sinds kort ook aan postzending in de hemel doen, via een engel van een postbode is het poststuk van mijn vader bij mij terecht gekomen…

Terwijl ik naar mijn bureau toe loop, met nog steeds de stapel post in mijn handen, gaan mijn gedachten uit naar mijn vader. Hij heeft jaren lang voor Rolled Alloys gewerkt. Een firma gericht op de staalindustrie. Het pand is echter meer dan 12 jaar geleden met de grond gelijk gemaakt. Mijn vader moest opzoek naar ander werk of mee verhuizen naar elders in het land. Hij koos voor optie één om zo dicht in de buurt van ons te kunnen blijven. Op de plaats waar hij altijd met veel plezier gewerkt heeft is een kantorencomplex uit de grond gestampt. Voor de mensen die wel in toeval geloven…. 4.5 jaar geleden ben ik in dat kantorencomplex komen te werken. Om het nog specialer te maken. Mijn kantoor is op precies dezelfde locatie gelegen als de ruimte waar mijn vader de orders aannam en verwerkte. Als ik naar buiten kijk zie ik de snelweg, het roestige dak van de garage tegenover ons en de opslagruimte van mijn vader die voor ons nu dienst doet als parkeerplaats. Ik heb het zelfde uitzicht dat mijn vader jaren lang gehad heeft als hij uit het raam naar buiten keek, of de werkplaats uitliep om naar buiten te gaan.

Soms, als ik door de krochten van ons pand loop opzoek naar een doos briefpapier of enveloppen, ruik ik een vlaag van de lucht die altijd om mijn vader heen hing als hij gewerkt had. De bekende staal en stof lucht. Als ik dan mijn ogen dicht doe zie ik mijn vader zo levendig voor me in zijn blauwe overal en zijn oranje “Happy Music”* T-shirt daar onder. En die lompe veiligheidsschoenen met stalenneuzen er in. Ik zie hem lopen door de loods met opdrachten in zijn handen terwijl hij naar mij lacht en zegt: “He meisje, ik ben bijna klaar hoor!”

Mijn collega haalt mij uit mijn overpeinzingen door te vragen of alles wel goed met mij gaat. Ik moet even terug op aarden komen, maar knik vervolgens dat alles oké is. Ik glimlach om de herinneringen aan mijn vader en kijk nog eens goed naar de enveloppe en het logo. Het zou echt mijn vaders handschrift kunnen zijn. Maar voor zover ik weet nemen ze in de hemel geen examens “Gasmeten in zeecontainers” af…

***

*Happy Music was het bedrijfje van mijn familie. Mijn vader en zijn broers waren daar DJ van en speelden op plaatselijke feestjes en partijen.

King Toet…

Liefde maakt blind.. Dat is een ding dat zeker is. Kleur, geur of smaak doet er niet meer toe. Het enige waar ik nog aan kon denken was hebben hebben hebben. My precious…

Schreef ik eerder nog dat ik wilde gaan voor een zwarte of een creme kleurige, aangezien ik de nu-ben-je-echt-kind-af-leeftijd-van-30+ voorbij ben, kan ik jullie nu meedelen dat het een iets andere kleur geworden is. Maar oh, ik was op slag verliefd toen zijn neus voorbij kwam op mijn scherm.

Hoewel het achterlaten van BJ aanvoelden alsof ik mijn trouwe vierwieler bij de dierenarts een spuitje liet geven. (Hartverscheurend en het idee alleen al bezorgde mij iedere keer weer als ik op internet naar een ander keek de rillingen)Zo blij als een kind in een snoepwinkel was ik bij het overhandigd krijgen van de sleutels…

Mag ik jullie voorstellen aan mijn nieuwe liefde, mijn nieuwe aanwinst: “King Toet”

                         

Zo…. laat de zomer nu maar beginnen 🙂

Blogblock…

Tijdens mijn blogblock van de afgelopen weken (als je dit zo kunt noemen tenminste) besloot ik andere bloggers onder de loep te nemen. Hoe vaak en wat plaatsen ze bijvoorbeeld? Ik kwam daarbij een aantal bloggers tegen die het presteren om iedere dag een blog te plaatsen. (laura van Laura denkt,  is er bijvoorbeeld zo één) Soms met onzinnige dingen maar geregeld ook met nuttige informatie, leuke weetjes en andere bijzondere feiten. Ik weet niet zo goed hoe ik dat voor elkaar zou moeten krijgen naast een fulltime job, huishouden en andere hobbies die allemaal tijd, aandacht en energie vragen. Op de vraag hoe deze dames en heren het voor elkaar krijgen om iedere dag te bloggen kreeg ik veelal als antwoord: tijd inplannen en consequent zijn. Nu moet ik mijzelf de vraag stellen of ik dit wel wil. Het is namelijk niet mijn bedoeling om iedere dag te bloggen. Ik wil graag weer in de flow van het schrijven komen. Joyce gaf eerder al als antwoord op een blog van mij dat bloggen een hobby is en dat dit vooral zo moet blijven. Daar heeft ze een goed punt. Ondanks dat het een hobby is wil ik er wel graag iets mee doen. Daarom wil ik proberen om iedere dag iets te schrijven en meer dan één keer in de week iets te plaatsen op mijn blog. Zo hoop ik weer wat creatiever te worden en niet alleen maar letters uit mijn mouw te schudden maar ook daadwerkelijk weer verhaaltjes en belevenissen op papier te kunnen zetten.

Het draait allemaal om inspiratie, de bron van het begin… Wordt ik geïnspireerd dan heb ik al snel een stukje in gedachte. Daar zal het zeker niet aan liggen aangezien hier en om mij heen inspiratie te over is. Maar dan moeten de woorden nog wel logische zinnen gaan vormen, die lekker lopen en begrijpbaar zijn voor mijn lezers. Hier loop ik dus op vast. Het komt nog het meest in de buurt van een bepaald woord waar je maar niet op kunt komen. De letters liggen op het puntje van je tong en wachten tot het lampje in je grijze hersenpan gaat branden zodat je het “vergeten” woord vervolgens bijna uitspuugt zodra het je weer te binnen schiet.

Zo heb ik dus nog een aantal onafgemaakte blogjes, niet geschreven stukjes en een hoop onuitgesproken woorden liggen. Flarden van zinnen dansen in mijn hoofd en vechten om een plaatsje op het (digitale)papier. Ik ga de raad van mijn mede bloggers opvolgen en vanaf vandaag wat consequenter bezig zijn met schrijven.

Hebben jullie, bloggers,  hier wel eens last van en zo ja, wat doen jullie er aan afgezien van rust houden?

Even niets…

Doordat ik heftig in mijn koffiekopje aan het roeren ben ontstaat er een draaikolk. Het zuigt mijn gedachten mee naar beneneden. Ik schrik op omdat mijn vriend, iet wat geïrriteerd, aan mij vraagt of ik alsjeblieft wil ophouden met dat neurotische gedrag. Ik glimlach als een boer met kiespijn en besluit mijn kopje leeg te drinken zodat ik niet meer in de verleiding kom om, onbewust, te spelen met het lepeltje. Ik ben een beetje besluiteloos en naast dat ook een beetje inspiratieloos.

Ik heb verschillende onderwerpen liggen waar ik graag wat over wil vertellen. Of waar ik mij in kan verdiepen om daar vervolgens over te bloggen. Maar de woorden blijven achter mijn lippen liggen als een grote samen gekauwde brij. En mijn vingers zweven eerst een tijd boven het toetsenbord om vervolgens de half gemaakte zinnen met de delete knop weer van het digitale papier te laten verdwijnen. Een normaal of goedlopend verhaal komt er niet uit.

De afgelopen paar weken ben ik aan één stuk door gegaan. Met werken wel te verstaan. Naast mijn normale administratieve baan bij een examenbureau stond de rest van mijn vrije tijd in het teken van de (sport)fotografie en het bewerken van de geschoten platen. De laatste weekenden van het sportseizoen staan meestal in het teken van de toernooien. Her en der ben ik aanwezig geweest om hier foto’s van te maken. Ook één van de E- teams van Feyenoord wilde hun laatste wedstrijd van het voetbalseizoen vast gelegd hebben. Nu zitten alle voetbaltoernooien en wedstrijden er op. Alleen 16 en 23 juni heb ik nog twee grote hockeytoernooien bij de Hockeyvereniging in Gorinchem op het programma staan.

Naast de voetbal heb ik ook nog wat andere foto’s mogen maken, waaronder een foto voor bij een krantenartikel, dat overigens nog geplaatst moet gaan worden.  De uitvaartbegeleidster en één van de Notarissen bij ons op het dorp gaan een informatieochtend houden met betrekking tot uitvaart & erfrecht.

Waarschijnlijk zijn mijn grijze cellen gewoon een beetje toe aan rust. Daarom ga ik mij deze zondag verder niet meer druk maken over wat ik allemaal nog moet. Ik laat de boel de boel en ga lekker grasduinen op het web, op zoek naar leuke blogjes. Wie weet doet een middagje niksen mij wel goed en doe ik nog wel wat inspiratie op voor volgende week

Fijne zondag…

Het is het altijd NET niet…

Klagen lucht op… Dat wordt in ieder geval beweerd. Door te klagen geef je jezelf de ruimte om irritaties of ongenoegen te uiten en dit te delen met anderen. Door (on)bewust, medestanders te vinden hoop je je hierdoor gesterkt te voelen in je “gevoel”. Hoewel ik mij ook zeker wel eens schuldig maak aan klagen is het niet iets waar ik mij veel mee bezig probeer te houden. Sommige dingen gebeuren nou eenmaal en zeker als je er geen grip op hebt kun je je beter bezig houden met de zaken waar je wel grip op hebt of invloed op kunt uitoefenen.

In mijn omgeving of online zoals op facebook, twitter en hyves, hoor en lees is steeds vaker berichten van mensen die (herhaaldelijk) klagen. Klagen over het weer, klagen over het werk, klagen over het niet hebben van werk, klagen over collega’s, huisgenoten, buren of personen in het algemeen, klagen over … ga zo maar even door.

Hoezo, zou dat opluchten? Je bent alleen maar bezig met het creëren van negatieve energie waar je vervolgens in blijft hangen en jezelf mee sleept naar een nog ellendiger gevoel omdat wat je graag wilt niet hebt of andersom. Naast een opgelucht gevoel maakt klagen ook duidelijk dat de klager last heeft van persoonlijk onvrede. Mensen die lekker in hun vel zitten, ontspannen of positiever gezind zijn, hoor je doorgaands niet tot nauwelijks klagen. Immers, waarom zullen ze? Ze zien geen problemen maar juist oplossingen en anders zullen die zich vanzelf wel aandienen. Ze laten zaken als “het weer” langs zich heen glijden omdat er geen knopje is om dit te veranderen.

Moet je dan iedereen deelgenoot maken van je eigen onvrede? Mensen zouden zich eens moeten realiseren wat ze wel hebben in plaats van wat ze niet hebben. En als ze dat, wat ze niet hebben, wel graag willen hebben of andersom, ze hun energie daar in moeten steken in plaats van al dat geklaag, onvrede of niet. Je zou eens moeten zien hoever je het nog schopt door alle negativiteit om te zetten naar iets positiefs met een mooi doel als eindbestemming!

Ik heb geleerd dat het leven met een “knip van je vinger” voorbij kan zijn. Waarom zouden we onnodig energie en tijd verspillen aan klagen? Vanaf nu ga ik mij dan ook niet langer bezighouden met mensen die alleen maar (herhaaldelijk) negatieve energie spuien en zelf weigeren om er iets aan of mee te doen. Ik wil niet mee getrokken worden in de ellende en negativiteit van andere personen. Ik kies voor een positieve insteek en probeer te leren van tegenslag en hier uiteindelijk iets mee te doen.

Er zit ook een klein beetje moraal in mijn “klaag”verhaal: Positiviteit begint bij jezelf!! Daarom onderstaand gedichtje, voor de lezers die niet zo goed weten hoe ze hiermee moeten beginnen. 🙂

Smiling is infectious,
you catch it like the flu,
When someone smiled at me today,
I started smiling too.

I passed around the corner
and someone saw my grin.
When he smiled I realized
I’d passed it on to him.

I thought about that smile,
then I realized its worth.
A single smile, just like mine
could travel round the earth.

So, if you feel a smile begin,
don’t leave it undetected.
Let’s start an epidemic quick,
and get the world infected!

K.O.

De ruimte vult zich langzaam met mensen. Genodigden, vechters, trainers en diens kinderen lopen allemaal gemoedelijk door elkaar. Wisselen hier en daar een handdruk uit en praten met elkaar als oude bekenden.

Het publiek wordt in de tussentijd geëntertaind door de DJ die verschillende soorten beats ten gehore brengt. Bij sommige nummers waan ik mij op een tropisch eiland. Bij andere dreun ik van mijn stoel. Gevarieerd is het zeker. Net als de vechters, jong en oud, man en vrouw.

Meer en meer vechters verschijnen in hun “vechttenue” weer bij de ring zodra ze gewogen zijn en de nodige formaliteiten verder zijn afgehandeld. Veelal in gekleurde broeken en shirts en ingetapete handen.

Nou, van mij mogen ze beginnen want ik ben er klaar voor. Ik heb van de organisatie een plekje in de neutrale hoek aangewezen gekregen waar ik mag staan om foto’s te maken van de boksers.

Veel van kickboksen weet ik niet. In een grijsverleden heb ik wel aan zelfverdediging gedaan voor mijn opleiding en werk. Maar daar ben ik inmiddels alweer vier jaar weg. Wat daar van is blijven hangen is alleen nog de “parate houding”. Iets wat ik misschien nog wel eens nodig kan hebben als één van de boksers mij straks iets te snel nadert.

Voor de wedstrijd begon vroeg mij af wat ik er van zou bakken. De ring, verlicht door spots, de zaal in duister gehuld. Uiteindelijk mag ik niet klagen voor een eerste keer. Wil ik scherpere en nog duidelijkere foto’s maken dan zal ik mij verder in deze sport moeten verdiepen net als bij de voetbal. Maar voor nu is er een begin gemaakt. Hieronder een aantal foto’s van de wedstrijd. De rest is te vinden op mijn website, Foto Hamar

Foto Hamar is sinds kort ook te vinden op Facebook.

Kort door de bocht…

Wat krijg je als een andere automobilist zijn auto te kort door de bocht stuurt en hierdoor dus op jouw weghelft terecht komt? Juist, een Beetle met schade. Arme, arme BJ (mijn auto heeft een naam: Beetle Juice, afgekort BJ. Waarom? Omdat hij er nou eenmaal Beetle Juicerig uitziet met zijn appelgroene kleur). Hij liep een flinke schaafwond op aan de zijkant van zijn neus. Zijn wieldop lag aan gruzelementen en de rechter spiegel wordt inmiddels synchroon versteld bij het afstellen van de linker spiegel. Wat heeft de andere bestuurder hier van geleerd? Geen cd-hoesjes, telefoon of wat dan ook bekijken als ie door een bocht gaat. Beter helemaal nergens anders naar kijken dan alleen de weg met zijn gebruikers. Want nu zitten BJ en ik met de gebakken peren.

Nog steeds overigens. Want bovenstaande heeft plaats gevonden op een lenteavond eind maart. En nu, 12 mei, is het nog steeds niet verholpen. Natuurlijk hebben we samen netjes het schadeformulieren ingevuld. De beste man was zelf ook ontdaan door deze niet doordachte minder slimme actie van hem. Ook zijn auto, die een heel stuk nieuwer was dan BJ, had een aantal flinke krassen opgelopen.

Afgelopen week was ik het wachten op de verzekering (het zijn altijd dezelfde waar je op moet wachten, zelfs de belastingdienst is nog sneller) zat en ben ik gaan bellen. Toen bleek dat ze nog wat gegevens van ons nodig hadden. Misschien een domme opmerking van mijn kant uit, maar waarom sturen ze dan geen brief, mailtje of plegen ze geen telefoontje om ons daarvan op de hoogte te stellen? Het schadeformulier met onze gegevens was reeds in hun bezit. Inmiddels rijden wij al 1.5 maand “beschadigd” rond.

Het bleek dat ik zelf de schade mocht laten opnemen bij een garage naar keuze. Als het nodig is (lees: bij twijfel of bij een taxatie hoger dan een XX aantal euro) stuurt de verzekeringsmaatschappij een schade expert langs om als nog de schade te laten taxeren.(Ik heb niet zo veel, zeg maar gerust geen, ervaring met schades afhandelen!) Op zich niet verkeerd dat ze vertrouwen op je eerlijkheid. Maar ik blijf er bij, dit hadden ze best iets eerder mogen melden. Dus volgende week staat BJ bij de “dokter” om erachter te komen wat de schade precies moet opleveren. Waarschijnlijk zullen ze zeggen dat zijn bumper overgespoten moet worden.

BJ is iets ouder dan 11 jaar. Had een mooie egale Granny Smith achtige kleur toen hij uit de fabriek kwam rollen (in zijn “paspoort” staat cybergroen, wie deze kleurnaam begrijpt mag het mij uitleggen…) Inmiddels is mijn favorieten auto voorzien van meerdere tinten groen. Dat heb je nou eenmaal als je ouder wordt. Je wordt wat valer hier en daar. Een bumper over laten spuiten maakt hem een toverbal, in alle tinten groen die denkbaar zijn. Ik heb overwogen om hem helemaal over te laten spuiten maar gezien zijn leeftijd is dit niet rendabel meer.

Mijn tante kwam met het idee om hem alvast in te ruilen voor een nieuwere versie in de kleur beige en dan direct de cabrio uitvoering. Hoewel ik die ook echt heel graag wil en dus ook  al enige tijd aan het sparen ben, wil ik nog niet van BJ af. Het voelt zo, hoe zal ik het zeggen… Ondankbaar… Ik ben nog zo verknocht aan mijn rondvormige auto’tje en wordt nog steeds erg blij als ik de deur uit ga en hem daar zie staan op de parkeerplaats.

Voorlopig sparen we nog even door en hopen we geen andere brokkenpiloten op de weg meer tegen te komen zodat ik nog wat langer van mijn BJ kan genieten.