Sectie stiekem…

Het einde van het jaar naderde en dat betekende een toename van folders met de verkooppunten voor vuurwerk. Ukkepuk begon steeds meer interesse in deze folders te krijgen. De folders hadden dezelfde aantrekkingskracht op Uk als vliegen op stroop. Waar ik bang voor was gebeurde, er was geen ontkomen meer aan. Dit zou het eerste jaar worden waarbij ukkepuk niet samen met mij achter het raam zou staan te kijken naar al het moois dat de lucht ingeschoten werd, maar waarbij ik doodsangsten uit zou staan terwijl hij buiten in de weer was.

Uiteindelijk had hij zijn vader zo ver om samen met hem een bestelling te plaatsen op internet. Helemaal trots dat hij was met zijn uitgeprinte bestellijst. Het pakket kon pas een dag voor oud&nieuw opgehaald worden. Nog een hele week wachten!

Uiteindelijk was het dan zo ver. 30 december brak aan en om 10.00 uur stond ukkepuk te trappelen van ongeduld want hij mocht zijn eigen, zelf samengestelde, vuurwerkpakket gaan ophalen. Een klein uurtje later lag de woonkamer bezaaid met potten, tolletjes, pijlen en ander ondefinieerbaar spul. Alles werd netjes uitgestald, nageteld en bewonderd. Helaas moest hij nog een dag wachten eer het afgestoken kon worden.

Het was nog geen 20.00 uur diezelfde dag of er was geen houden meer aan. Hij smeekte zijn vader om met hem mee te gaan naar het park. Het zou toch zo vet lauw zijn om één, als is het maar één, vuurpijl af te steken? Want, zo deelde hij ons mee:  “De hele buurt loopt buiten met vuurwerk!” Terwijl hij lijdzaam toe moest zien hoe zijn vuurwerk in een tas in de hoek lag te wachten onderwijl luid scanderend: “Steek ons af, steek ons af, steek ons af.” Het leven was volgens hem gewoonweg niet eerlijk verdeeld.

Nog een dag moeten wachten leek echt onmogelijk. Het gestuiter door de kamer werd alleen maar erger. Toen bang maken met het in de fik staan van je jas, haar of verliezen van ledematen, ogen en hersens totaal niet meer werkte, bleef dreigen met het oppakken door de politie als laatste redmiddel over… Want het afsteken van vuurwerk is in Nederland nou eenmaal aan regels gebonden.

En zo kwam het dat ik op een illegaal plekje in het park de omgeving stond te scannen. Terwijl vriendlief en ukkepuk vet lauw wat vuurwerk aan het afsteken waren.

Om elkaar te kunnen waarschuwen bij het plots arriveren van mogelijke politie moest er een codewoord afgesproken worden. Binnen twee seconden kreeg ik te horen dat “gillende keukenmeid” ons woord was. Waarvan ik nog steeds niet weet of hij mij of dat stukje vuurwerk bedoelde.

Met een grote omweg liepen we naar het park. Eerst de boel verkennen, mogelijke verklikkers opsporen en toen een veilig plekje zien te vinden. Die was snel gevonden, onder een lantaarnpaal waar ieder Jan Boeren l*l ze kon zien staan! Terwijl ik op veilige afstand stond toe te kijken werd de ene na de andere pijl, tol en/of knaller afgestoken. Uk werd de beginselen van veilig vuurwerk afsteken bijgebracht. Toen de bodem van de tas eindelijk in zicht kwam verscheen Uk met een brede grijns op zijn gezicht voor mij. “Dit is echt vet lauw!” Zo, deze vuurdoop hadden we ook weer gehad.

Oud en nieuw brak aan en meneer kon niet wachten om zijn aandeel aan het gedonder en knetter bij te dragen. Dit enthousiasme voor vuurwerk is duidelijk een erfstuk van zijn vader. Samen met zijn grote neef, die gelukkig ook geen wilde bras is, brachten ze een groot deel van de avond door in de voor en achtertuin. In hun speciaal daarvoor bestemde “vuurwerk” jassen en uk met een veiligheidsbril op zijn knar zijn ze de gehele avond bezig geweest. Het nieuwe jaar was nog geen twee minuten oud of ze stonden weer samen buiten om vrolijk verder te gaan waar ze daarvoor gebleven waren.

Nadat alle knallers op waren, de sierpotten hun werk gedaan hadden en er geen babypijltje meer over was mochten ze zelf de rommel opruimen. Toen ze de tuin hadden schoon geveegd en het plastic in de afvalbak hadden gedaan kon ik weer rustig adem halen…. De jongens kwamen zonder brandblaren en met alle vingers er nog aan weer binnen.

Voor nu zit het er weer op. Bang maken met “Je bent een rund als je met vuurwerk stunt” ed had totaal geen invloed op hem. De politie nog enigszins, maar ook daar had ie zich snel overheen gezet.  Gelukkig hebben we nu nog een heel jaar de tijd om hem aan zijn verstand te brengen dat het gewoon zonde van het geld is…

Maar of dit zal helpen??

 

 

2011 VS 2012

2011 was voor mij het jaar waarin afscheid nemen centraal stond. Maar het was ook het jaar waar deuren voor mij open gingen die anders gesloten zouden blijven. Ik hoor mensen in mijn omgeving wel eens zeggen dat 2011 echt een rot jaar voor mij moet zijn geweest. Zelf kijk ik er zo niet op terug. Natuurlijk had ik liever dingen anders gedaan. Helaas heb je het niet altijd voor het zeggen en kun je er maar beter het beste van maken. Met positief denken en handelen bereik je immers het meest. Ik heb dingen geleerd over mijzelf, over anderen maar ook door anderen. Hieronder een kleine samenvatting van het afgelopen jaar.

2011 heeft mij onder andere geleerd dat:

  • Niemand het eeuwige leven heeft, hoe naïef om dat te denken. En de dood toch echt een onderdeel van ons leven is;
  • Je dingen moet accepteren, hoe moeilijk dat ook is. Aangezien alles gebeurd met een reden;
  • Kamperen niets voor mij is;
  • Ik meer aan kan dan ik zelf wel eens denk;
  • Vriendschappen komen en vriendschappen gaan;
  • Een hamstringblessure niet handig is;
  • Ik nog steeds geen 10 km heb hardgelopen en ik ook nog steeds geen 5 km in 25 minuten gelopen heb;
  • Ik dichter tot mijzelf gekomen ben;
  • Onrust in lichaam en geest waarschijnlijk “Deborah” eigen is;
  • Ik weer in mijn broek pas (drie hoeraatjes voor Boor!)
  • Een kat en papegaai best samen in één huis kunnen wonen;
  • Creativiteit niet af te dwingen valt;
  • Het onmogelijke best mogelijk is.

Naast een samenvatting van het afgelopen jaar volgt er natuurlijk ook een beknopte opsomming voor het komende jaar.

2012 gaat er hopelijk voor zorgen dat:

  • De band tussen mijn familie en vrienden nog hechter gaat worden;
  • Niemand zijn benen breekt tijdens de wintersport;
  • Ik meer kan gaan betekenen voor andere mensen;
  • Ik nu eens door ga krijgen hoe mijn externe flitser werkt;
  • We dit jaar nog meer mogen genieten van de kleine dingen des levens;
  • Mijn blog meer zal gaan groeien met verhalen en met bezoekers;
  • We dit jaar geen afscheid van mens of dier hoeven te nemen. 2011 was meer dan genoeg;
  • Ik nu eindelijk eens mijn doelen, voor wat betreft hardlopen, kan verwezenlijken;
  • Ik mijn interesses, op persoonlijk en op professioneel vlak, kan en mag gaan verbreden;
  • En als bovenstaande door gaat, er hopelijk dit jaar nog gestart kan worden met een nieuwe cursus cq opleiding;
  • De familie BBQ dit jaar bij ons gehouden gaat worden;
  • Ik niet steeds met blote voeten in kattenbakkorrels stap;
  • Mijn sportfoto’s alleen maar beter en beter zullen gaan worden;
  • Ik nu eindelijk eens die mooie broek- cq mantelpakjes aan ga schaffen.

Of we hier kunnen spreken van goede voornemens weet ik eigenlijk niet. Toch wil ik mijn best gaan doen om de genoemde punten te gaan halen en deze daadwerkelijk uit te voeren in 2012.

Dus 2012 wordt het jaar waarin ik:

Intensiever bezig ga zijn op persoonlijk en professioneel vlak, meer ga genieten van de dingen die ik doe en nog meer lol ga maken met familie en vrienden.

 

En jij?

 

 

 

 

Stap voor stap…

Dankzij de sportieve verhalen van oa Lin  en Tiny  lukte het mij om deze week mijn hardloopschoenen daadwerkelijk weer aan te trekken in plaats van ze aan te gapen vanaf de bank. Zoals een hoop lezers inmiddels weten is er de afgelopen maanden heel veel gebeurd in mijn leven en dat is mij niet in de koude kleren gaan zitten. Lichamelijke- en geestelijke vermoeidheid zorgden er voor dat ik, voor wat voor inspanning dan ook, totaal geen puf meer had. Maar door het lezen van zulke sportieve blogs begon het toch echt weer te kriebelen.

Dus daar stond ik afgelopen donderdagavond rond de klok van half acht al rekkend en strekkend mijn spieren los maken, mijn GPS met bijpassend horloge om te doen en mijn I-pod in mijn oren te proppen. (die speakertjes zijn echt niet gemaakt voor mijn oren) Het was heerlijk weer, vochtig maar geen regen en een graad of negen. Eigenlijk ideaal loop weer.

Ik besloot om niet te hard van stapel te “lopen”. Eerst maar eens in een rustige dribbelpas de straat uit zien te komen. Aan de hand van dit verloop zou ik mijn tempo en mijn afstand bepalen. Na twee keer een minuutje gedribbeld en gewandeld te hebben had ik nog steeds nergens last van. Ik was niet buitenadem en zelfs mijn spieren voelde niet vermoeid. Dus besloot ik de muziek wat harder te zetten en mijn tempo iets te verhogen. Ik besloot direct mijn route uit te stippelen en koos voor een 5 kilometer rondje. Wat ik, bij protest van mijn lichaam, af kon wisselen met lopen of desgewenst kon verkorten.

Alleen al het concentreren op mijn afzet, ademhaling en neerkomen van mijn voeten zorgden er voor dat alle gedachten en emoties als een deken van mij afvielen. En dat al na enkele minuten rennen. Het lukte mij zelfs om een gelijkmatig tempo aan te houden. Ik begeef mij tijdens het lopen altijd in mijn eigen persoonlijke bubbel en vergeet wel eens dat andere mensen mij gewoon kunnen zien en horen in tegenstelling tot hoe ik mij voel. Ik betrapte mijzelf er dan ook op mee te zingen met Eminem. Wat natuurlijk voor geen meter moet hebben geklonken. Maar oh, wat voelde het goed om weer in beweging te zijn.

Tijdens het lopen kwam ik medelopers tegen. Ik heb naar ze gezwaaid en heb ze begroet als of ik lang verloren gewaande vrienden terug zag. Waarschijnlijk iets te enthousiast. Maar ik kreeg een zwaai of groet van een ieder terug, dat automatisch een glimlach op mijn gezicht toverde. Lopers onder elkaar is net zoiets als hondenbezitters onder elkaar.

Na drie kilometer had ik nog steeds nergens last van. Verbazingwekkend dat het mij zo makkelijk verging. Mijn gedachten dwaalde even af naar een eventueel wedstrijdje aan het begin van het nieuwe jaar. Niet gaan doordraven nu, eerst deze vijf kilometer uit zien te lopen.

De laatste 1.5 kilometer ging zelfs zo goed dat ik een stukje kon versnellen. De muziek ging nog een tandje harder en het leek bijna alsof ik vloog. Stap voor stap kwam ik dichter bij mijn doel, namelijk moe, bezweet maar zeer voldaan de voordeur van mijn woning halen.

En moe, bezweet en zeer voldaan stond ik 35 minuten later mijn rek en strek oefeningen te doen. Mijn persoonlijke bubbel loste op in het niets bij het uitdoen van de muziek. Ik kijk nu al uit naar mijn volgende rondje lopen want wat heb ik dit gemist…

 

 

De tijd…

Soms gebeurd het wel eens dat je, door wat voor omstandigheden dan ook, niet zo lekker in je vel zit. De afgelopen paar weken waren voor mij nou niet bepaald de leukste uit mijn leven. Ik heb dingen moeten doen die ik liever niet zou doen en ik heb keuzes moeten maken die ik liever niet zou maken.

Helaas heb je nou eenmaal niet alles voor het kiezen in het leven. Bepaalde dingen komen op je pad en je moet er naar handelen. Dit heb ik ook gedaan. Echter heeft het zoveel energie van mij gevraagd dat ik zowel lichamelijk als geestelijk aan het einde van mijn latijn ben gekomen. De koek is op, de emmer is vol, het boek is uit. Noem het hoe je het noemen wilt. Ik heb op de toppen van mijn kunnen gelopen. Niet één maar helaas twee keer dit jaar.

Aan alles komt een eind en daarmee bedoel ik niet alleen aan leuke dingen. Ook de minder leuke periodes in je leven gaan vanzelf weer voorbij, om plaats te maken aan nieuwe gebeurtenissen. Mensen zeggen wel eens tegen mij dat ik moet wachten, gun jezelf de tijd en de rust, het moet een plaatsje krijgen. Dat is allemaal erg mooi gezegd. Maar ik ben niet iemand die rustig af gaat zitten wachten tot de tijd het een plaatsje heeft gegeven. Voor de mensen die mij een beetje kennen, tijd en wachten zijn over het algemeen niet aan mij besteed. Behalve als ik op vakantie ben en sta te wachten bij de incheckbalie dan heb ik alle tijd om te wachten…

Ik wilde de tijd graag een handje helpen door mijzelf onder te dompelen in al mijn leuke bezigheden en meer. Vol overgave toog ik af naar stal, het weer zat mee dus misschien konden we een lekker buitenritje maken. Maar eenmaal daar was ik zo vreselijk moe dat het paard het moest doen met alleen een knuffel. Ik heb meerdere keren met mijn hardloopschoenen in mijn handen gestaan. Maar bij de gedachten alleen al te moeten gaan rennen brak het zweet mij uit en plaatste ik mijn schoenen snel terug in het rek. Mijn Bahasa Indonesia lessen riepen mijn naam maar bij het openslaan van de map snapte ik niet eens waar ik naar keek. Ook mijn reader ligt al enige tijd onaangeroerd op mijn nachtkastje. Ik moet één bladzijde meerdere keren lezen voor het tot mij door dringt, waardoor lezen meer een ergernis vormt in plaats van zorgt voor ontspanning. Tot overmaat van ramp heb ik mijn fototoestel al weken niet meer aangeraakt. Zelfs CoCo roept mij om te gaan werken maar de puf ontbreekt mij om daadwerkelijk iets met die kleine draak te gaan doen.   

De mensen in mijn omgeving hadden het klaarblijkelijk bij het rechte eind. Ik moet dus lijdzaam toezien hoe het voortschrijden der tijd mijn verdriet een plaatsje geeft. Helaas gaat dit niet zonder slag of stoot en kost jezelf rust geven en de tijd nemen ook energie.

Gelukkig heb ik hele begripvolle familieleden, vrienden en collega’s. Ik krijg de ruimte om te huilen, te lachen of te chagrijnen wanneer het mij uitkomt. Niemand die er raar van opkijkt als ik om een knuffel verlegen zit. En niemand die moeilijk doet om mij die te geven. Eigenlijk kan ik overal mijzelf zijn.

Nu ik mij bij bovenstaande heb neergelegd viel het mij op dat ik langzaamaan weer een beetje meer energie en zin heb om iets op te pakken. De kleine groene draak is vrijdag weer even aan het werk geweest met zijn geldbak. Gisteren heb ik de longen uit mijn lijf gelachen (rennen doen we hopelijk ook snel weer een keer) op de verjaardag van mijn nichtje. En vandaag heb ik samen met mijn paardje een heerlijke buitenrit gemaakt door de zonovergoten polder. De kleine dingetjes die mij voorheen al zo blij maakte zorgen er nu voor dat ik de dag door kom. Ik probeer energie te putten uit de positieve dingen om mij heen zodat ik mijn eigen bron weer aan kan vullen om weer vooruit te kunnen denken in plaats van per dag te leven.  

Ik heb nog een lange weg te gaan. Maar de tijd, hoe moeilijk ook, heelt alle wonden.

 

***

 

 

CoCo VS Noa…

 

 

      <–  VS  –>

 

 

 

 

 

 

10 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een kitten die geboren was bij ons op stal. Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik de stumpert mee nemen en sinds die tijd was Noa van mij. Dat het duidelijk mijn kat was bleek uit het feit dat ie graag bij mij op de slaapkamer was, mij niet met zijn nagels of tanden aanviel en zich door mij liet knuffelen en oppakken. Van andere mensen moest ie niet zo heel veel hebben. Mijn vriend noemden Noa ook wel een killercat aangezien hij nog wel eens “iemand” aanviel.

9 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een vogel. (Mijn kleine groene draak… ) Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik ook dit dier kopen en binnen een week was CoCo van mij. Hoewel we de eerste paar jaar niet konden spreken dat ie echt van mij was aangezien CoCo tegen iedereen lelijk deed, inclusief mij.

Mijn moeder was net als ik een dierenvriend en zolang ik beloofde zelf voor alle nieuwe kostgangers te zorgen was de aanschaf ervan voor haar geen probleem.

Na een aantal jaar brak de tijd aan dat ik op mijzelf ging wonen. Ik kreeg toentertijd een flatje op vier hoog. CoCo verhuisde dan ook gezellig mee. Maar voor Noa werd het een ander verhaal. De kat was gewend om buiten te vertoeven en om hem nu op te sluiten in de flat zag ik niet zitten. In goed overleg met mijn moeder bleef Noa bij haar. Mijn moeder kreeg er zelf ook nog twee katten bij, en de kat van mijn zusje verhuisde noodgedwongen ook naar haar.

Helaas kwam mijn moeder kort geleden te overlijden. Met al het verdriet dat dit met zich meebracht zaten we nu ook met de zorg voor vier katten. Gelukkig konden we voor drie katten nieuwe liefhebbende baasjes vinden. Noa, inmiddels 10 jaar, bleef over. Na een gesprek met mijn vriend, die niet zo’n dierenliefhebber is, mocht Noa toch bij ons komen wonen. De flat hadden we een paar jaar geleden ingeruild voor een prachtig huis met tuin en groot park op een steenworp afstand. Een ideale locatie om oud te worden, ook voor een kat!

De volgende dag was het zover. Noa ging met ons mee naar huis. Na alle drukte uit het vorige huis daalde er een stilte op Noa neer. Ik had sterk de indruk dat hij vanaf de eerste minuut in zijn nieuwe huis al op zijn plaats was. Hij maakte geen gestreste indruk en liep op zijn gemak door de kamer, alsof hij hier al jaren kwam. Totdat hij kennis maakte met CoCo…

CoCo die Noa duidelijk nog kon uit het verleden heeft de eerste avond alleen maar gemauwd en zijn naam geroepen. Het verbaasde mij dat Noa daar zo rustig onder bleef. Zelf werd ik er namelijk een beetje kierewiet van.

Na een paar dagen werd het tijd om de twee nader kennis te laten maken. Ik hield mijn hart vast want Noa was een echte jager. Het besluipen, omleggen, showen en vervolgens oppeuzelen van zijn prooi was zijn dagelijkse bezigheid bij mijn moeder thuis. Dit varieerde van muis tot duif. CoCo heeft weliswaar een iets grotere afmeting dan een duif, is iets gekleurder dan een duif, heeft echter wel een grotere snavel dan een duif maar hij heeft wel veren, net als een duif!!

Noa heeft tot op heden totaal geen interesse in CoCo getoond. Hij heeft hem vanaf het begin links laten liggen. Waarschijnlijk vind hij het vreselijk vervelend dat ie steeds zijn naam roept en hem nadoet als hij Miauwt. CoCo daarentegen is niet zo snel te verwurmen en was niet van plan om zijn aandacht, en dan vooral het baasje, te moeten delen met een harig beest. Het was CoCo die Noa achter na liep. Het was CoCo die Noa in zijn staart beet. Het is dus CoCo waar ik mij de meeste zorgen om moet maken.

Het is nu aan mij de taak om mijn aandacht tussen deze twee dieren te verdelen. En wel zo dat geen van de twee zich achter gesteld voelt. Inmiddels heb ik CoCo wel zo ver dat hij niet steeds van zijn kooi af stormt als ik even met Noa aan het spelen ben. Snoepjes doen wonderen…. (niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel )  

Tot twee maal toe hebben ze elkaar een kusje gegeven. Heel vluchtig om daarna ieder hun eigen weg te vervolgen alsof er niets gebeurd was. Ik laat ze niet onbeheerd alleen in de kamer. Een vos verliest nou eenmaal wel zijn haren maar niet zijn streken….

Ook mijn vriend en ukkepuk kunnen het goed vinden met Noa. En Noa? Die ligt graag al knorrend bij ons op schoot. Wat nou buitenkat?? Hij vermaakt zich prima in huis…

 

 

 

Rots in de branding…

 

Kolkende rivieren

Onstuimige zee

Waar is mijn rots in de branding

Wie voert mij mee?

Een hand op mijn schouder

Een arm om mij heen

Een troostend woord

Toch voel ik mij alleen

Een vader en een moeder

Verliezen in één jaar

Dit lijkt voor sommige onmogelijk

Maar voor mij echt waar

Dan reikt ze mij haar hand

Al is de weg nog erg lang

Zij laat mij zien, je red het wel

Wees niet bang

 ~

Kabbelende rivieren

Rustige zee

Daar is mijn rots in de branding

Zij voert mij mee…

 

Een kleine ode aan mijn familie en vrienden die er voor mij waren (en nog steeds zijn) op wat voor manier dan ook, toen mijn ouders kwamen te overlijden. Mijn vader begin dit jaar, mijn moeder kort geleden.

 

 

“Ik wil graag een afspraak maken…”

Als kind was ik doodsbenauwd voor hem met zijn witte masker voor zijn mond. Ik schreeuwde moord en brand de hele weg naar de praktijk en verzon het ene excuus na het andere om maar niet mee te hoeven. Maar mijn moeder vond geen van mijn verzonnen verhalen goed genoeg en sleepte mij zonder pardon mee. Soms moest mijn moeder mij vasthouden zodat hij normaal zijn werk kon doen. “Ik wil alleen maar even kijken!” Zei hij dan. Ja ja maak dat de kat wijs. En als je wat vind ben ik de Sjaak!! Nou mooi niet dat ik jou laat kijken. Uiteindelijk lag ik al jankend en gillend op de stoel om vervolgens met een nieuwe tandenborstel en gefrustreerde moeder huiswaarts te keren.

Voor de mensen die het nog niet door hebben, ik heb het hier over de tandarts. Twee maal per jaar moest ik dit ritueel doorstaan. Overigens heb ik hier verandering in gebracht toen ik op mijzelf ging wonen, één keer per jaar is meer dan genoeg. Nee, ik was geen grote fan van hem. En dat was nog zacht uitgedrukt.

Gelukkig liggen deze tijden ver achter mij. Niet dat ik nu zo heel graag naar de tandarts toe ga, begrijp mij niet verkeerd. Maar zodra ik bel om een afspraak te maken (daar word ik tegenwoordig door middel van een e-mail aan herinnerd) neemt de assistente al op met de vraag hoe het met mij gaat en dat het (al)zo lang geleden is dat ik langs geweest ben. Dit geeft een vertrouwd gevoel, vind je ook niet? Ik vind het daarom geen probleem om een afspraak te maken voor mijn jaarlijkse controle.

Meestal kom ik iets te vroeg op mijn “afspraak” en wordt ik geconfronteerd met het afgrijselijke geluid van jankende kinderen (arme mensen die mij vroeger hebben mee gemaakt terwijl ze in de wachtkamer aan het wachten waren….) of het geluid van een drilboor die minstens door drie lagen beton heen moet. Dit geluid had mij als klein kind de stuipen op het lijf gejaagd. Maar sinds ik alles zelf regel en dus ook zelf bepaal of ik een verdoving wil bij grotere hak, timmer en zaag werkzaamheden is mijn angst totaal verdwenen. Wat nou die prik doet meer pijn dan de “operatie” op zich? Nee hoor, spuit mij maar plat, wat een uitvinding!

Hij maakt mij ook wel eens blij met een dode mus. Eerst zegt hij dat het er allemaal goed uitziet maar dat hij voor de zekerheid toch een foto wil maken (waar ik wel voor moet betalen maar die ik niet mee krijg, heel raar!). Ik kan er donder op zeggen dat ik enkele uren daarna gebeld wordt met de mededeling dat hij toch iets gevonden heeft wat verholpen moet worden. Ik kan helaas niet het tegendeel bewijzen want als ik naar de foto kijk zie ik een negatief van iets wat doormoet gaan als mijn gebit. In mijn ogen een wazige en vooral bewogen foto waar ik de jackpot voor heb moeten betalen.

Gelukkig hoef ik niet ieder jaar zijn bankrekening te spekken. Soms krijg ik zelfs een compliment van hem voor het goed onderhouden van mijn gebit. Ik flos, poets en spoel mij gek. Maar dat heeft dan ook wel het gewenste effect.

Afgezien van de vage codes die hij altijd naar zijn assistente roept: “Het is er één van de L1 en de SS, de P1 IS, de B4 en een 03” (of iets dergelijks) Wat voor mij net zo goed verschillende afslagen van snelwegen hadden kunnen zijn, heb ik verder niets aan te merken op mijn tandarts en zijn assistente. Het enige minpuntje vind ik dat hij een gesprek met je aan gaat terwijl jij daar met je bakkes open naar het plafon ligt te staren.

Dat gesprek gaat dan ongeveer zo:

Tandarts: “Zo, tijd niet gezien!”

Deb: “Aa, een aartje onkevee”

Tandarts: “Hoe is het nu met je?”

Deb: “Aa tga oe oor. E et uie?”

Hij zou toch ook wel moeten weten dat een normale conversatie niet gaat terwijl hij met zijn hamer en priem wat tandsteen aan het verwijderen is?

 

Hier mensen die problemen hebben met de tandarts?

 

 

CoCo’s Spaarpot…

Na zeven jaar van vriendschap, dat bestond uit het kweken van vertrouwen en zorgen dat ik niet gebeten werd door hem, werd het tijd om CoCo wat anders aan te leren. De voorgeschiedenis is te lezen in een eerder geplaatst blog: Kleine groene draak.

Het allerkleinste atoom van een idee werd gevormd in het Palmito’s Park op Gran Canaria. Het Palmitos Park is een subtropisch paradijs met meer dan 100 palmbomen en 15.000 planten. (Aldus de folder, niet dat ik ze geteld heb) Er leven meer dan 150 diersoorten waaronder heel veel vogels, apen reptielen en sinds kort ook dolfijnen. Halverwege het park zijn verschillende vogelshows te bewonderen. Waaronder een show met papegaaien. Met een bigsmile van oor tot oor heb ik als een blij kind de show uitgezeten. De papegaaien deden verschillende kunstjes, waaronder geld in een spaarpot stoppen, zichzelf voorstellen, schilderen, fietsen, steppen, rekenen en tellen en zelfs rolschaatsen. Dit zou ik ook wel willen met mijn kleine groene draak. Hoewel rolschaatsen misschien iets te ver gezocht was. Ik was zo enthousiast dat ik niet kon wachten tot we thuis waren.

Gelukkig waren we een jaar er voor al begonnen met het leren opstappen op een ring of stok zodat hij vervoerd kon worden naar elders in het huis. Hij was dus bekend met een beloning met de stem (goedzo, braaf). Naast stem hulp wordt er nog meer van de “trainer”, ik in dit geval, verwacht. Consequentheid en snoepjes!! Liefde gaat nou eenmaal door de maag.

Zelfs vriendlief zag dit wel zitten en hoopte hierdoor ook een betere band met hem te kunnen krijgen. We waren nog geen dag thuis of daar zaten we dan, samen op de grond. CoCo moest op commando zijn pootje geven aan mijn vriend. Hij zou op zijn beurt weer een zonnebloempitje geven aan CoCo. De eerste keer ging super goed. Ik zei nog: “Daar doet ie een moord voor!” Ik zat aardig in de buurt met die opmerking. De tweede keer ging mis. Bij het woord: “Geef” hapte hij zo hard in mijn vriend zijn vinger dat deze tot bloedens aan toe open lag. Weg vertrouwen en weg motivatie. Het heeft enige maanden geduurd voor mijn vriend weer in de buurt durfde te komen van zijn snavel.

Ik wist dat de fout niet bij CoCo lag, maar dat wij zelf iets over het hoofd hadden gezien. Ik besloot het oude speeltafeltje van Ikea, waar de kleine boef inmiddels uitgegroeid was, aan CoCo te geven. Een apart hoekje in huis dat voor CoCo groot genoeg was maar waar hij niet afgeleid zou kunnen worden. Dit zou consequent zijn “werkplaats” gaan worden.

CoCo moest eerst leren luisteren en zijn eigenwijze buien bewaren voor in zijn kooi in plaats van daar buiten. Mijn bedoeling was om iedere dag tien minuten hiervoor uit te trekken. Ik had niet verwacht dat mijn groene draak zich ook maar iets van mij aan zou trekken als ik hem op het tafeltje zou zetten. Maar niets was minder waar. Ik had zijn onverdeelde aandacht.

Het was tijd voor stap twee. Ik introduceerde een spaarpot met losgeld. Het doel hiervan zou zijn dat CoCo zou leren het geld in de spaarpot te stoppen.

Volgens mijn vriend: “een tien jarenplan”. CoCo reageerde namelijk ietwat apathisch op het hele concept en bleef als aan de tafel genageld staan kijken hoe ik zelf het geld opraapte, het in de spaarpot stopte, vervolgens mijzelf met zonnebloempit of ander nootje en schouderklopje beloonde. Het tafereel moet er ook wel enigszins lachwekkend uit hebben gezien.

Al snel was hij over zijn angst heen en had hij in de gaten dat hij iets lekkers kon verdienen door iets te doen. Toen hij het principe:“muntje aanraken betekend iets lekkers” door had zijn we een stapje verder gegaan. We stopten het geld samen in de spaarpot. Ook hier ontving hij iets lekkers voor. Het duurde een week voor hij zelf het geld uit mijn hand pakte en dit in de spaarpot stopte. Hoe enthousiaster ik reageerde hoe sneller hij het door leek te hebben.

Via internet kwam ik er achter dat er educatief speelgoed voor papegaaien bestond. CoCo leerde zo snel dat ik geen moment geaarzeld heb. Ik kocht de vierkante spaarpot met verschillende gekleurde fiches. CoCo moet altijd eerst de “vogel uit de boom” kijken voor hij zich inlaat met nieuw “speelgoed”. Maar ook nu leek de beloning hem over de streep te trekken.

We zijn inmiddels zo ver dat ik de gekleurde muntjes op de tafel kan laten liggen en hem vraag de muntjes in de spaarpot te stoppen. Een beloning volgt nu pas als alle fiches van dezelfde kleur in de spaarpot verdwenen zijn.  

Mijn doel is CoCo de kleuren van de fiches te leren herkennen en deze op commando in de spaarpot te laten stoppen. Gelukkig worden papegaaien heel oud want hier gaat denk ik nog wel wat tijd in zitten….

 

 

Hopelijk heb ik binnekort foto’s van CoCo @ work…

 

 

 

Kort verhaal: Dans Macabre

 

Twaalf middernachtelijke klokslagen en dan is het stil. Een volle heldere maan verlicht de grond voor mij. De grafzerken en hekken laten lange speelse schaduwen achter op de grond. In de verte hoor ik een uil. Ik schrik van zijn geroep. In de stilte van de nacht is het geluid oorverdovend. Hij heeft zich waarschijnlijk verstopt op één van de takken van de bomen. Ik kijk rond maar zie hem niet.

Het geheel heeft een macaber karakter.

Lang stil blijft het niet. Wat hoor ik nu? Langzaam neemt het geluid in volume toe. Het is muziek. Ik kijk om mij heen maar zie niemand. Waar komt het geluid vandaan? Wordt het mee gevoerd door de wind? Het lijkt op een viool die zijn noten verspreid voor wie het horen wil.

Recht voor mij zie ik een gestalte staan. Ik knipper met mijn ogen. Die stond daar net nog niet dat weet ik heel zeker. Door het postuur ga ik er vanuit dat het een man is. Hij draagt een lange cape met een kap over zijn hoofd. Hij lijkt op een monnik. Achter hem verschijnt er nog één en achter hem nog één. Ik knijp met mijn ogen. Gedrieën lopen ze een rondje langs alle grafzerken. Hun handen gevouwen in hun pij, hun hoofd gebogen. De rillingen lopen over mijn rug. Bij het laatste graf blijven ze staan. Mijn ogen worden groter alsof ze niet kunnen begrijpen wat ze zien. Uit de dood herrezen, staat daar opeens een vrouw en daar naast nog één, gevolgd door nog één. In mijn ooghoek zie ik een lichtflits. Meer en meer doden stappen uit hun graven. Tijd om bang te zijn heb ik niet. De muziek neemt toe. Steeds voller en heftiger klinkt de melodie, alsof de doden door de wind worden opgejaagd in het besef dat ze voor zonsopkomst teruggekeerd moeten zijn in hun graven. Bloemen beginnen te wiegen, hekken en grafstenen te dansen. De uil die ik eerder alleen maar hoorde zie ik nu vliegen over de toppen van de bomen. De dood kent geen verschil. Ik word mee gevoerd in deze trance. Dansend in de wind tussen mensen die hier lang geleden geleefd hebben. Langs en om mij heen, alsof ik er niet ben, lijken ze te zweven in hun doorzichtige gewaad.

Dan kraait de haan. De dans is abrupt voorbij, de muziek vervaagt in de wind. Zo plots als ik al deze mensen zag komen, zijn ze ook weer verdwenen. Ik kijk om mij heen en zie nog net een grafsteen verschuiven gevolgd door een harde plof. Het enige wat ik nu nog hoor is het ruisen van de wind.

Twee lange tellen blijf ik staan, waarna ook ik vertrek van waar ik gekomen ben.

De dood blijft als laatste achter, zittend op een grafzerk, en speelt op zijn viool een afscheidsmelodie…

 

Een ode aan Camille Saint-Saëns.

 

Uit eigen ervaring verteld: OOGLASEREN…

Bij de gedachten alleen al zullen een hoop mensen afhaken, doorbladeren in hun tijdschrift, hun hoofd afwenden, verder zappen, of hun vingers in hun oren stoppen. Ik in ieder geval wel. Maar hoe meer ik mij begon te irriteren aan mijn bril, en dan met name als het regende of tijdens het sporten, hoe meer mijn belangstelling werd gewekt voor iets wat in mijn “ogen” bekend staat als een medisch wonder. Dan in eens is bij mij de maat vol en sta ik open voor iets waar ik tot voor kort nog niets van moest weten… Ik speurde het internet af en vroeg bekende die deze procedure al eerder ondergaan hadden het hemd van het lijf. Toen ik eenmaal achter mijn besluit stond, dat heeft nog even een paar weken geduurd, heb ik een afspraak gemaakt voor een medisch vooronderzoek.

Mijn afspraak stond gepland op donderdag 15 juli 2010. Met toch wel wat zenuwen in mijn lichaam togen mijn vriend en ik af naar Amsterdam. Inmiddels wist ik zo ongeveer wat mij te wachten stond. Maar het was mij nog niet bekend of ik mijn ogen daadwerkelijk kon laten laseren. We werden vriendelijk ontvangen en direct volgden er een uitleg. Mijn ogen werden van alle kanten bekeken. De druk van mijn oogbol werd opgemeten en er werd een topografische landkaart van mijn ogen zichtbaar gemaakt inclusief legenda. Voor ons een compleet raadsel, voor de arts zo klaar als een klontje. Vervolgens kreeg ik een gesprek met een optometrist. Ze nam de sterkte van mijn ogen door evenals die van mijn bril. Dit leek haar allemaal prima in orde. De afgelopen twee jaar was ik, in tegenstelling tot wat ik zelf dacht, niet heel erg veel achteruit gegaan.
Mijn ogen bleken dan ook: GESCHIKT

Om er zeker van te zijn dat er tijdens het laseren de juiste sterkte gelaserd zou worden, wat toch wel erg fijn zou zijn, moesten mijn ogen nog gedruppeld worden. Na een half uurtje zouden mijn ogen nogmaals gemeten worden. In de tussen tijd kregen we uitleg over het laseren zelf en wat ik zoal kon verwachten. Mijn blik werd steeds waziger en het licht steeds feller. Maar dit bleek volgens de arts heel normaal. De optometrist vertelde mij dat er verder geen afwijkingen waren en dat ik de dag er na al terecht zou kunnen.

Dus vrijdag rond de klok van 12 uur waren wij weer bij de oogkliniek. Mijn zenuwen had ik tot nu toe aardig in bedwang. Bij binnenkomst telde ik een tiental brildragende mensen, sommige van hen zagen er iets bleker uit dan ze er uit hoorden te zien. Dit stelde mij enigsinds gerust.
Na een kort gesprek met de oogarts werd mij meegedeeld dat mijn ogen er keurig uit zagen en dat ik een model laserpatiënt was. Dit werd hoogstwaarschijnlijk ook tegen de andere 16 kandidaten van die dag verteld. Na dit laatste gesprek en nadat ik mijn handtekening had geplaatst op het medische dossier (waarmee ik hen toestemming gaf tot het uitvoeren van de gehele procedure en tevens aangaf op de hoogte te zijn van alle eventuele mogelijke risico’s die dit met zich mee zou kunnen brengen) was het dan eindelijk zo ver.

Met vijf man tegelijk werden we naar de behandelkamers gebracht. We kregen een haarnetje, schort en slofjes over, voor en om. Onze ogen werden met een verdoving gedruppeld en toen was het wachten aangebroken. Mijn linker en rechter buurvrouw stonden op het punt van flauwvallen en ondanks de twee valiumtabletten die ze eerder op de dag ingenomen hadden rilde ze nog erger dan een persoon met onderkoelingsverschijnselen. De meest engste en gekste risico’s werden ter sprake gebracht. Omdat ik geen zin had om mij gek te laten maken door deze twee dames besloot ik tot een vijf minuut durende peptalk. Emiel Ratelband zou trots op mij zijn geweest. Uiteindelijk werden we één voor één weg geroepen. Ik was de laatste van de eerste vijf en had dus nog even de tijd om mijn lichaam en geest op één lijn te brengen… of te wel, mijn hartslag en mijn ademhaling onder controle zien te krijgen. Toen de zuster mijn naam riep wilde iedere molecuul van mijn lichaam zich zo snel mogelijk naar de uitgang begeven. “Waar zat ik met mijn gedachten? Waarom?? Was ik gek geworden of zo?” Tijd om antwoord te geven op mijn eigen vragen had ik niet want de zuster had mij al bij de hand genomen. Voor ik het wist lag ik op een soort van tandarts stoel met vijf man in groene pakken om mij heen. Blijkbaar keek ik erg angstig want de zuster heeft mijn hand niet meer los gelaten. Terwijl ik mij probeerde te ontspannen werd er een grote lamp boven mijn hoofd gehouden. Heel even bevond ik mij in een futuristische ruimte met al die lichtjes om mij heen. Binnen één seconde werd mijn rechter ooglid van een klem voorzien. Het knipperen werd hierdoor onmogelijk gemaakt. Het gedeelte, afgezien van het “flapje” weghalen waar ik zo op terug kom, leek mij het ergste maar stelde in de praktijk niets voor.

Even een korte uitleg tussen door: Om je ogen te kunnen laseren moet het buitenste laagje van het hoornvlies van je oogbol tijdelijk opzij geschoven worden omdat het bovenste laagje zichzelf binnen afzienbare tijd weer hersteld. Om een blijvend resultaat te krijgen moet er dus onder het bovenste laagje van je hoornvlies gelaserd worden. Er zijn verschillende behandelingen om zover te komen. Ik heb gelukkig de minst pijnlijke behandeling gekregen. Er werden bij mij duizenden laserpulsen op mijn oog gericht. Zodra ze de juiste diepte hebben bereikt vormen de laserstralen het bekende“flapje”.

Boven op mijn oogbol werd een glaasje geplaatst en toen werd alles zwart. De arts vertelde mij precies hoe ver hij was en wat hij deed. Ik zag alleen maar roze witte en blauwe stipjes dansen in een zwarte zee. Op het moment dat de druk het zwaarste aanvoelt en de vriendelijke zuster een gebroken middenhandsbeentje had opgelopen was de eerste behandeling van mijn rechter oog al achter de rug. Wel geteld 45 seconden verder. Nu ik wist dat het geen pijn deed kon ik mij iets meer ontspannen. Na wederom 45 seconden was ook mijn andere oog van een “flapje” voorzien. Ik werd terug gebracht naar de andere slachtoffers. Afgezien van mijn wazige en als in een droom verkerende blik merkte ik niets van mijn “flap” ogen. Volgens de zusters was dit het ergste van de hele behandeling. De rest kon alleen nog maar mee vallen. Een enkeling slaakte een zucht van verlichting, de mannen kon het allemaal niet zo veel schelen. Maar ik daarentegen begon mij nu toch wel enigsinds zorgen te maken om het “flapje” wat weg EN weer terug geschoven moest worden. Je kunt nu niet bepaald je “blik” afwenden als ze met je oog bezig zijn.

Gelukkig was er ook tijd voor wat grapjes tussen door zoals: “Hiernaast zit een dierenwinkel, heb je die gezien? Daar verkopen ze honden mocht de procedure mislukken.” De heren en ik moesten er erg om lachen. De valiumdames zagen er de lol niet zo van in geloof ik.

Na dertig minuten werden we weer één voor één opgehaald. De echte behandeling ging nu van start. Mijn ogen werden grondig schoon gemaakt en mijn gezicht werd van een plastic sticker schort voorzien. Bij een normale operatie zijn deze beter bekend in de kleur blauw of groen. Het voor mij inmiddels bekende oogklemmetje kwam weer tevoorschijn en zonder aarzelen van de oogarts lag ik alweer met een uitpuilend oog naar het plafon te staren. Er werd mij verteld wat ik wel en vooral NIET moest doen (Ontspan je kaak, hou je hand stil, niet met je voet wiebelen en vooral niet trommelen met je vingers…) Mijn eerste opdracht: “kijk naar het rode lampje” Dat deed ik braaf tot ik een plons met water in mijn oog gegoten kreeg. Althans zo voelde het. Ik wilde het water weg knipperen maar dat ging dus niet. In een wazig beeld zag ik dat de arts iets in mijn ooghoek deed. Hij haalde het beruchte “flapje” weg. Dat viel inderdaad reuze mee. Ik voelde er totaal niets van en door mijn wazige blik zag ik ook niet zo goed met wat voor instrument hij dit deed. Naast mij begon een cirkelzaag aardig wat geluid te produceren. Dat bleek de laser te zijn. Iet wat paniekerig greep ik de andere hand van de zuster (zat bij de prijs inbegrepen..) om ook deze tot moes te knijpen. Ze loodste mij vol overgave door de hele behandeling heen. Na enkele seconden was de laser alweer weg. Mijn oog werd voorzien van nog een lading water en de oogarts schilderde letterlijk mijn “flapje” weer terug. Wat restte was een stoot adrenaline en de stank van verbrand vlees. Ook nu liet ik met wat meer rust mijn tweede oog doen. Direct na het laseren trok te arts het plastic van mijn gezicht. Ik lieg niet als ik zeg dat dit de pijnlijkste vijf seconden van de hele procedure waren. Mijn gezicht was in een ruk geëpileerd. Opgelucht haalde ik adem. Dit was achter de rug.

De optometrist bekeek mijn ogen nogmaals en concludeerde dat het er allemaal perfect uitzag. De komende vier uur zouden misschien wat onaangenaam kunnen verlopen maar verder verwachtte ze geen complicaties.

Op naar huis. Tot aan de snelweg had ik nergens last van. Zelfs het licht kon ik nog goed verdragen. Als donderslag bij heldere hemel sloten mijn ogen zich en begonnen vreselijk te prikken en te tranen. Alsof iemand opeens twee vingers door mijn ogen tot aan de achterkant van mijn hersenpan naar binnen stak. Ik heb overigens geen idee hoe dat voelt maar kan mij er inmiddels een zeer kleine voorstelling van maken. Het aftellen was nu dus begonnen. De komende vier uur zou ik jammerend en met mijn ogen dicht door gaan brengen. Terwijl mijn vriend ons letterlijk naar huis vloog, ik kon nu toch niet zien hoe hard we gingen, zocht ik op de tast naar alles wat mijn zicht kon verduisteren. Daar zat ik dan, met twee zonnebrillen en mijn handen voor mijn ogen en over mijn hoofd een jas getrokken. Toegegeven, het moet er hilarisch uit hebben gezien. Sommige zouden misschien gedacht hebben dat dit de nieuwste burka rage moest zijn.

De arts had niet gelogen toen hij zei dat ik er ongeveer vier uur last van zou hebben. Rond 20.30 uur zat ik met mijn zonnebril op naast mijn vriend op de bank (nog maar een beetje zielig te zijn) mijn zicht was toen al scherper zonder bril.

De volgende dag moesten we terug voor de eerste na controle. De behandeling was zeer geslaagd en volgens de arts zag alles er keurig uit. Mijn zicht is terug gebracht naar “0” en dat betekend 100% zicht, zelfs mijn cilinder (niet dat ik wist dat ik die had) is inmiddels te verwaarlozen. Volgens de arts een blijvend resultaat. Mijn ogen moeten nog wel wennen aan de felheid en scherpte. Iedere dag zien we weer iets verder. De komende maand zal ik nog wel dagelijks moeten druppelen gevolgd door een tweede controle. 

De hele behandeling is mij 100% mee gevallen. Afgezien van mijn epileersessie en de vier uur daarna heb ik totaal geen pijn ervaren. En dat voor iemand met een pijngrens van een pantoffeldiertje…

En voor nu, maar hopelijk voor altijd, ga ik mijn bril aan de wilgen hangen!!

Inmiddels zijn we ruim een jaar later. Ik heb nog steeds 100% zicht en ben erg blij dat ik het lef heb gehad dit te doen.  Als er mensen zijn die twijfelen om deze stap ook te nemen? Ik kan alleen maar zeggen: “DOEN!!”