Saya belajor Bahasa Indonesia

Ik vind het leuk om aan iets nieuws te beginnen, een nieuw doel, een nieuwe uitdaging. Over het algemeen moet iets mij niet al te veel moeite kosten, moet het niet te duur zijn en moet ik het zelf, soms met een beetje hulp van iemand, kunnen uitvoeren.

Mijn doel in 2010 was leren snowboarden. Dat doel kunnen we meer dan geslaagd noemen en de wintersport is inmiddels een vast onderdeel van mijn leven geworden (waarvoor dank aan mijn familie). Nu we niet meer ieder weekend op de indoor berg in Zoetermeer of De Uithof in Den Haag te vinden zijn blijft er wat tijd over voor een nieuwe uitdaging. Een keuze maken uit de vele leuke dingen die het leven biedt is vaak al een opgave op zich.

Ik liep al enkele jaren met het idee rond om een tweede (of eigenlijk een derde als je Engels ook mee zou tellen) taal te leren. Duits, Spaans en zelfs Arabisch heb ik overwogen. Maar de stap om mij daadwerkelijk in te schrijven was wel erg lastig. De school te ver weg, de cursus te duur of niet op een tijdstip dat het mij uit kwam. Kortom, iedere keer was er wel een goed excuus om er toch maar vanaf te zien. Tot mijn nichtje naar de Hogeschool Rotterdam ging. Als extra vak volgde ze in het begin van de lente Bahasa Indonesia. De taal die onze voorouders spraken maar waar wij niets van begrepen behalve als het om eten ging natuurlijk. Ayam, gadogado, telor.

Het leek haar leuk om mijn tante en mij dit ook te leren. Ik greep de mogelijkheid om een taal te leren die terug te voeren is naar de roots van mijn vader en diens vader en moeder met beide handen aan. Dus kan ik jullie nu vertellen: “Saya belajor bahasa Indonesia.” Of te wel: “ik leer Indonesisch.”

Inmiddels hebben we al verschillende lesjes gehad en naast het gezellig bijkletsen leren we ook nog wat bij. Mijn nichtje mag er dan misschien lief, schattig en knap uitzien, maar wat doceren betreft is ze een echte bikkel. Nauwlettend houdt ze de tijd in de gaten en voert ons streng doch rechtvaardig door de grammatica en woordenlijstjes heen. We hebben een cd-rom die we thuis moeten beluisteren zodat de uitspraak goed blijft hangen. Zelf heeft ze het vak op HBO niveau gevolgd maar gelukkig houdt ze rekening met onze toch iet wat vergrijsde hersencellen. De hoofdstukken worden in tweeën gesplitst en voor we aan het volgende gedeelte beginnen herhalen we het voorgaande.

Toen mijn vriendin, die helemaal verzot is op alles wat met Indonesië te maken heeft, dit te horen kreeg sloot ze ook aan bij de groep. Ook haar man liet deze kans niet onbenut. Nu zitten we dus één maal in de week met vijf man om de tafel. De ene keer hier de andere keer daar. Hoewel het ons niet iedere keer lukt om braaf ons huiswerk te maken, wat vaak gepaard gaat met de mededeling dat er dan strafwerk op zal volgen, blijft er toch van iedere les wel iets hangen. Het is erg leuk om nu al woordjes te herkennen en kleine (met de nadruk op kleine) gesprekjes te kunnen voeren met elkaar. Nu alleen nog opzoek naar mensen die ook Bahasa Indonesia spreken om onze nieuwe skills in de praktijk uit te proberen.

Liefhebbers??

 

Stoel VS nat achterwerk…

Toen mijn nieuwe hutkoffer voor mijn fotospullen eindelijk gearriveerd was (zie voor meer info mijn vorige blog:  http://wp.me/p1KBNK-29 ) togen we de eerste de beste voetbalwedstrijd van ukkepuk met koffer en al naar het voetbalveld. Fantastisch, alle spullen die ik nodig dacht te hebben kon ik mee nemen zonder gesleep van meerdere tassen. Sommige supporters dachten dat ik van de verzorging was met een koffer vol versnaperingen. Sommige spelers dachten dat ik van de pers was toen ze mij in de weer zagen met lens en statief. Geen van bovenstaande was juist. Ik ben gewoon een fanatieke moeder die haar kind en clubgenoten komt aanmoedigen en daarbij ook nog mooie plaatjes hoopt te kunnen schieten.

Over het algemeen doe ik dat laatste het liefst zittend. Zo dicht mogelijk bij de grond zodat mijn lijdend voorwerpjes los komen van de achtergrond. Dat brengt ons bij het volgende probleem… Het gras op het voetbalveld was nat. Niet een beetje nat, maar gewoon zeiknat. Daar zat ik dan, te koppig om te gaan staan, een nat achterwerk te kweken. Niet dat daar lange tijd voor nodig was. Want alles  was binnen drie minuten doorweekt. (maar mooie foto’s zijn het wel geworden al zeg ik het zelf, zie inzet onderaan..)

Mijn vriend noemt mij eigenwijs en daar zou hij best wel eens gelijk in kunnen hebben. Maar na twee uur met een nat achterwerk rond gelopen te hebben was ik om. Ik moest een stoel hebben, want dit was geen doen. Het moest natuurlijk wel een stoel zijn waarbij ik laag bij de grond zou zitten en die mij niet in een houding zet waarbij mijn vrije bewegingen belemmerd zouden worden.

We kwamen uit bij de walkstool. De Walkstool neemt niet meer ruimte in beslag dan een thermosfles en kan een gewicht tot 250kg aan. Volgens de fotozaak zou dit mijn ideale reisgenoot zijn. Nou, wat wil ik nog meer? Hij past in ieder geval aan de zijkant van mijn hutkoffer. Dus slepen met het stoeltje is uit den boze. Hopelijk kan ik hem snel uit gaan proberen langs de zijlijn van het voetbalveld en behoord een nat achterwerk tot de verleden tijd.

 

Mijn kleine groene draak…

Draken spugen vuur. Maar mijn kleine draak heb ik dit nog nooit zien doen. Ik mag hopen dat hij zich daar niet in gaat ontwikkelen want dan is het einde zoek. Mijn draak is groen van kleur en luistert naar de naam CoCo. CoCo is een Amazone papegaai van het type Geelvoorhoofd en alweer tien jaar bij mij. Ik heb CoCo leren kennen in de dierenzaak bij ons op de hoek. Ik dacht altijd dat hij bij de dierenzaak hoorde tot ik in gesprek raakte met één van de medewerkers die mij vertelde dat hij te koop was. Ik bedacht mij geen moment en een week later stond hij bij mij in de woonkamer.  

CoCo en ik hebben door de jaren heen een band ontwikkeld die volgens mijn vriend “opmerkelijk” genoemd mag worden. Het heeft namelijk enige jaren geduurd voor er wederzijds vertrouwen was gekweekt wat er voor zorgde dat CoCo niet bij iedere beweging van mijn hand in mijn vinger hing. Ik heb moeten leren dat CoCo niet altijd zijn snavel gebruikte om (heel hard) te bijten. Vertrouwen moet nou eenmaal groeien en als je een aantal keer tot bloedens aan toe in je vinger of hand gebeten bent terwijl je er van uit gaat dat je echt heus waar niets fout gedaan hebt wil je de moed wel eens laten zakken. Maar ik hield stug vol. Door middel van internet kwam ik er achter hoe ik zijn vertrouwen kon winnen. Ik ben de verschillende tips toe gaan passen. Ik heb mij geabonneerd op verschillende vogelfora en heb geleerd om door de ogen van een papegaai te kijken en te handelen. Ik ben nog wel verschillende malen flink hard in mijn vingers gebeten maar vanaf dat moment wist ik wat ik fout deed. Een typisch geval van eigen schuld dikke bult.

CoCo en ik zijn reeds grote vrienden (figuurlijk gezien) en ik ben blij dat ik een aantal jaren geleden niet mijn handen terug heb getrokken maar ze daar heb gehouden, onbeschermd en wel, waardoor het vertrouwen van beide kanten is toegenomen. Hij heeft een geheel eigen mening en is niet van plan deze onder stoelen of banken te schuiven. Vandaar zijn bijnaam: draak. Volgens onderzoekers hebben papegaaien (en andere kromsnavels) een hoog IQ vergeleken met andere vogels. Het vermogen om te denken, linken te leggen en daarnaar te handelen zou gelijk staan aan het doen en laten van een kind van drie jaar oud. Hier valt natuurlijk over te twisten maar ik kan inmiddels uit eigen ervaring putten en jullie meedelen dat het IQ van onze groene draak wel degelijk hoger is dan het IQ van onze huismus.

CoCo beschikt over een grote woordenschat die hij in de loop van de tijd eigen heeft gemaakt. Hij leert erg snel en voor je het weet heeft hij zichzelf iets aangeleerd waarvan je liever niet had gewild dat hij dat zou doen. Het kost hem geen moeite om een piepende deur of het openen van een ritssluiting na te doen. Ook het huilen van een kind (en dan niet eens die van ons) is voor hem geen probleem. Auto alarmen na doen daar draait hij zijn vleugel niet voor om evenals het mee bleren op muziek van popstarts, Idols of welke andere vorm van muzikaal vermaak dan ook. Hij zingt graag met iedereen mee…

Het leek mij leuk om CoCo de naam van de kleine aan te leren. Maar hoe ik ook probeerde hij vertikte het. Na vier jaar zei hij het eindelijk op commando. Niet bij mij, maar bij vriendlief. Die twee konden elkaar toen der tijd niet luchten of zien. (Nu gaat het al een stukje beter hoewel er voor alle twee nog veel te leren valt, maar ze zijn gewoon te koppig om toe te geven). Hoeveel moeite ik ook deed, hoeveel zonnebloempitjes ik ook voor zijn snavel hield, hoe zielig ik ook keek. Hij zweeg in alle talen.

Zo heeft CoCo nog meer drakengrappen. Hij is echt de clown in huis en daar vertel ik dan ook graag over. Als mensen op visite komen willen ze dit wel eens zien en ik hoop dan ook dat CoCo mee werkt. Maar nee, ook dan zal hij niet altijd zeggen of doen wat ik graag wil laten horen of zien en vervolgens ga ik af als een gieter.

Tot dat:

– CoCo iets moet doen wat hij liever niet wil doen zoals badderen of mee naar buiten;
– er een pot appelmoes op de tafel staat en ik bepaal of hij iets krijgt;
– ik een banaan aan het eten ben;
– ik sla met mais en pijnboompitjes aan het klaar maken ben.

– ik aan het telefoneren ben en eigenlijk niet afgeleid kan worden;
– er een zak chips open gaat.

Al met al gilt hij bijna de woordjes naar je hoofd, hinkt op één poot een rondje door de kamer of zwaait met zijn vleugels alsof hij Sinterklaas uit zwaait en dat alleen maar als hij denkt dat er iets te halen valt of als hij iets niet hoeft te doen. Hij weet heel goed waar hij mijn ego mee moet strelen om zijn zin te krijgen… Niet dat hij die zomaar krijgt, maar slim is het zeker wel  

CoCo heeft op zijn eigen manier zijn plekje in ons huis (en in mijn hart) veroverd. Ik hoop dat mijn vriend en hij ooit nog eens goede maatjes worden. Hoewel ik betwijfel of dat in dit leven gaat gebeuren.

Voor de lezers die nu toch wel nieuwsgierig geworden zijn volgt hieronder een kleine greep uit CoCo zijn woordenschat:

CoCo /Hé CooC / Hallo…. (en dan wel in verschillende toonhoogtes) /Dag Doei & tot straks /Slaap lekker / Weltrusten / Goedemorgen / CoCo lekker geslapen?/ CoCo lekker slapie daan? / Ja? / Jaaaaaaa! / Waar is Noa? Noooooooaaaaaa……. (de kat) / Wat zegt Noa?? Miauw / Tok tok tok (een kip) / Zooooooo CoCo schoooooooon / Echt waar? / Echt waar! / Papa… / CoCo is lekker buiten / Kom is? Kom maar / Lekker koppiekrauw?/ Zachtjes / Ja, je moet wel zachtjes doen / Paster op hoor…. JAAAA, pas op hoor!! / Oeh.. das lekker! / Lekker hé?! / Ik hoor je wel gillen hoor / Krijgt Deborah kusje van jou? / Mmmmmwa (kus geluidje) / Krijgt CoCo een pootje van jou? / Dank je wel / Dank je daan (een samenvoeging van dank je wel en graag gedaan) / Wat is dat nou pien? / mmmmmmm / Krijgt CoCo een druifje? / Wat zeg je dan?? / CoCo lekker werken / Wat heeft CoCo gedaan vandaag? / hahahahaha /Oh ooooooo / Rood / Blauw.

 

 

 

Postcrossing…

Sinds ik mijn blog geopend heb lees ik ook bij andere bloggers mee. Het leuke hiervan, naast tijdverdrijf , is dat je ook andere tips en ideetjes op doet. Zo is menig blogger bezig met het versturen van (echte) ansichtkaarten naar onbekenden personen ergens op de wereldbol. Zodra de persoon in kwestie de kaart ontvangen heeft moet hij deze registreren op een site door middel van een op de kaart geschreven code zodat het adres van de verzender vrij gegeven wordt en iemand anders daar weer een kaart naar toe kan sturen. Dit gebeurd at random en er is naar mijn weten geen invloed op uit te oefenen. Dit hele traject wordt geregeld via postcrossing, zie de website voor meer info www.postcrossing.com . Het inschrijven is gratis, het versturen van de kaart komt voor eigen rekening.

Ik ben gek op het krijgen van post dus leek het mij een super leuk idee om kaartjes van onbekenden mensen uit de meest vreemde oorden van de wereld te mogen ontvangen. Ook ik schreef mij in en maakte een profiel aan op de website.

Als nieuw lid is het mogelijk om vijf adressen tegelijk aan te vragen. Dit aantal zal in de loop van de tijd uitgroeien naar meer. Maar vijf was voor mij wel voldoende om eerst maar eens kennis te maken met het systeem. De eerste twee personen die ik toegewezen kreeg hadden een mooi profiel aangemaakt. Hierin was niet alleen te lezen wie ze waren en waar ze vandaan kwamen maar ook wat voor soort kaarten ze het liefst en welke ze het liefst niet wilde ontvangen.  Ook stond er in vermeld wat voor soort boodschap er achter op de kaart moest komen te staan voor het geval je inspiratieloos mocht zijn. Er wordt dus meer van je verwacht dan enkel “Groetjes …” Een handige tip, die ik ook direct op mijn profiel heb geplaatst.

Mijn eerste kaart was bestemd voor een 16 jaar oude jongen uit Polen. Hij wilde graag een kaart met bruggen of iets uit het leger. Ik heb stad en land afgezocht naar een kaart met een brug. Uiteindelijk heb ik deze bij een internet shop gevonden waar ik tevens een lading andere kaarten, voorzien van klompen, molens en groetjes uit Holland, heb ingeslagen. Voorlopig kan ik even vooruit.

Inmiddels zijn we een aantal dagen verder en mijn eerste vijf kaarten zijn de deur uit. Het was even verzinnen wat ik achterop de kaart moest schrijven. Gelukkig hadden ze allemaal wat tips in hun profiel achter gelaten en uiteindelijk had ik nog ruimte te kort. Gisteren kreeg ik al bericht dat mijn eerste twee kaartjes ontvangen waren. En de ontvanger uit Polen was erg blij met zijn “bruggen” kaart. Het is nu wachten tot de andere ontvangers uit Rusland, Amerika en Belarus hun kaartje hebben geregistreerd zodat mijn adres vrij gegeven kan worden. Ik ben heel benieuwd hoe mijn, nog te ontvangen, kaartjes er uit zullen zien, van wie ik ze mag ontvangen en wat er op de achterkant staat…

 

I’ll keep you posted…

 

 

Uitbreiding…

Het hebben van een hobby is voor de meeste mensen niet meer dan normaal. Het ontspant, verruimd de geest, werkt kalmerend en soms heeft het zelfs een therapeutisch effect op de mens. Voor een enkeling is het een tijdverdrijvend “iets”. Hoe dan ook, persoonlijke voldoening staat te allen tijde voorop. De meeste hobby’s gaan gepaard met het hebben of verzamelen van spullen. In dit geval bedoel ik niet de spullen die je als verzamelaar graag zou willen hebben, maar spullen om je hobby uit te kunnen voeren.

Fotografie vormt voor mij geen uitzondering op de regel. Het is een hobby die flink uit de hand gelopen is. Een aantal jaren geleden stapte ik over van mijn normale digitale camera naar mijn eerste digitale spiegelreflexcamera. Uiteraard met bijbehorende kitlens en opbergtas. Niet lang daarna kreeg ik er een telelens bij. Helaas was mijn fototas hier niet op gebouwd dus moest er een andere tas worden aangeschaft.  Dat werd een slingshot van lowepro. Hij had nog meer vakjes, dus plek voor nog meer fotospullen. Want ook dat breidde zich gestaag uit. De tas bleek na een jaar niet meer te voldoen. Eigenlijk was hij net iets te klein en voor de dagen dat we op pad of met vakanties waren bleek hij ook minder geschikt. Dus besloten we, en met we bedoel ik mijn vriend en ik, een rugzak aan te schaffen. Deze verdeelde het gewicht gelijkmatig over de schouders, nek en rug. De rugzak die aan onze eisen voldeed bleek er wederom één te zijn van het merk Lowepro. De rugzak had nog meer (geheime)opbergvakjes en ruimte voor nintendo’s en readers. Er was zelfs nog genoeg ruimte om onze digitale camcorder met microfoon (voor de insiders: the squirrel)in op te bergen! Maar na de aanschaf van mijn nieuwste objectief (voor sportfotografie) bleek ook deze rugzak te klein… Hoe ik ook probeerde te passen en te meten, meer dan één lens met body ging er niet in. Dus daar stond ik dan langs de kant van het voetbalveld. Met een rugzak op mijn rug vol gepropt met body en lens, in mijn linkerhand het statief en in mijn rechterhand de statiefgondel. Gelukkig had ik mijn vriend die kon fungeren als kapstok zodat ik mijn andere spulletjes ook nog kwijt kon. Dit ging hem niet worden…

Op internet vonden we precies wat ik nodig had. De lowepro roller x200. (en nee we hebben geen aandelen) Een trolley, rugzak en koffer in één, met plek voor alle lensjes die ik inmiddels bij elkaar gespaard heb, twee body’s, interne flitser en extenders. Daarnaast ruimte om de laptop + toebehoren mee te kunnen nemen EN om mijn nieuwe statief + gondel een vaste plek te kunnen geven. Hij heeft wieltjes dus sjouwen behoort tot het verleden. Het is zelfs mogelijk om de binnentas door middel van een rits te ontkoppelen van de koffer. De binnentas veranderd in een rugzak. De trolly blijft over waar ook nog het één en ander in opgeborgen kan worden. Voor iemand als mij die graag alles bij de hand heeft een ideale uitvinding.

 Het enige wat ik nu nog aan moet schaffen is een regenjas voor mijn camera. (nog meer uitbreiding…) En zodra mijn website is omgebouwd van portret- naar sportfotografie kan wat mij betreft het nieuwe sportseizoen weer beginnen.

 

 

Modern oorlogvoeren…

Taskforce 141

Neem zoveel mogelijk goede wapens mee, zorg dat je perk 1,2 en 3 (of wat dan ook) zijn bijgewerkt en gereed zijn voor gebruik. Elimineer alles wat beweegt, behalve je eigen maatje natuurlijk. Zeer belangrijk: Zorg dat je zelf niet geraakt wordt. Missie start in 3-2-1….

 

 

“Juist en wat betekenen die vage tekentjes daar rechts in beeld nou?” vraag ik aan mijn vriend terwijl zijn gezicht vol opperste concentratie staat en zijn handen de controller van de PS3 krampachtig omklemmen. De kleine man aan de andere kant van mij op de bank zucht en zegt dan op een toon waar de ongeloof en irritatie nog net niet van af druipt: “Dat laat zien hoeveel keer je dood bent gegaan!” “Oh” is het enige, iet wat dommige, antwoord wat ik uit kan brengen. “Dat is dus 16 keer in tien minuten tijd.” Niet echt iets om trots op te zijn bedenk ik mij.

We spelen Call of Duty Modern Warfare en met WE bedoel ik vader en zoon. Ik kijk alleen maar toe hoe de één na de ander afgeslacht (sorry een ander woord heb ik er echt niet voor) wordt om vervolgens weer op te staan soms gevolgd door een onderdrukte vloek van één van de heren naast mij.

Spelletjes horen in mijn beleving voor ontspanning of afleiding te zorgen maar bij ons thuis is dit niet aan de orde. Onze woonkamer is sinds enige tijd veranderd in een war zone waar de mensen van Tour of Duty jaloers op zouden zijn. Vader en zoon strijden om de beste titel, de beste wapens en de meeste levels. Soms spelen ze wel eens samen maar over een gezelschap- of familiespel valt dan niet te spreken. Het is nou éénmaal niet leuk om door je zoon afgeknald te worden en er op zo’n manier achter te komen dat je eigenlijk niet echt meer mee kunt met “de jeugd van tegenwoordig”. Een aantal weken geleden kwamen ze er achter dat je met dit spel ook online kunt spelen met elkaar. Nu zitten de heren gezellig met de buurmannen (ieder in zijn eigen vertrouwden omgeving weliswaar) voor de buis en knallen ze alles af wat beweegt in de hoop beter en sneller te zijn dan de ander.

Ik was nu toch wel erg benieuwd waar de laatste weekenden zoveel over te doen was. Dus ik besloot om eens een middagje de beeldbuis te observeren in de hoop daar achter te komen. Persoonlijk heb ik nooit zo heel veel opgehad met de gewelddadige spelletjes voor de Nintendo, WII en dan nu de PS3. Ik ben meer van de Super Mario en Donkey-Kong generatie.

Zodra het beginscherm te zien is moeten er verschillende keuzes gemaakt worden. En daar ben je mij dus al kwijt. Hoe moet ik in vredesnaam weten waar ik uit moet kiezen? Al die verschillende wapens met al die extra keuzes… Gelukkig hoef ik dan ook alleen maar mee te kijken. Zowel vriendlief als ukkepuk scrollen met het gemak waarin een tijger zijn prooi aan stukken scheurt door het beeldscherm, hebben hun keuze gemaakt en starten, nadat genoeg andere online gebruikers zich hebben aangemeld, het spel. Terwijl mijn twee Navy Seals naast mij op de bank om de beurt PS3 duimen aan het creëren zijn probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat het spel te volgen. Al snel heb ik in de gaten welke personen er aan onze kant staan en wie er naar de eeuwige jachtvelden gestuurd moet worden. Terwijl de één speelt legt de ander mij uit hoeveel granaten er nog over zijn, hoeveel we voor of achter staan, hoe je meer punten kunt verdienen en welk level echt niet te doen is.

Na een half uur bekijk ik de tv inmiddels met andere ogen. Het ziet er, ondanks de tomatensap die geregeld rijkelijk over het beeldscherm druipt als je doodgeschoten wordt best grappig uit. (grappig is volgens de jongens in dit geval nogal een understatement.) Ik had mij voorgenomen om mij als toeschouwer niet te mengen in dit spel, aangezien ik in hun ogen toch alleen maar onzin uit kraam wat oorlogvoeren betreft. Maar mijn mond houden is nou niet iets dat bij mij past. Inmiddels ga ik ook zo op in het spel dat ik al aangeef waar de vijand zich bevind.. “Ja, daar daar daar, links boven in de hoek.” of “schiet um neer!!”Als of dit enige zoden aan de dijk zet. Het valt mij op dat je als niet deelnemende partij meer ziet dan wanneer je het spel zelf moet spelen. Ik krijg bijna zin om die controller van één van de twee af te pakken en het ook eens te proberen. Maar iets van trots weerhoudt mij. Ik voel mij ook een beetje dommig omdat ik niet eens weet welk wapen ik zou moeten kiezen en hoe ik voor of achteruit zou moeten lopen, laat staan schieten… Mijn ogen stonden waarschijnlijk nogal gretig want ik krijg van één van de twee een controller voor gehouden. Ik twijfel even maar mijn ego neemt de overhand. Ik bedank voor het aanbod. Af gaan vind ik niet erg, maar niet op het oorlogsveld!!

 

 

 

Keep on running…

Sinds een jaar of drie ben ik er achter dat hardlopen helemaal niet zo vervelend is maar juist erg leuk. In tegenstelling tot wat ik altijd dacht werkt het verslavend, is het ontspannend en tegelijkertijd een lekkere actieve bezigheid. Hoewel ik deze gedachten niet altijd terug kan vinden op de momenten dat ik het zwaar heb. Ik ben begon met het opbouwen van conditie, twee minuten rennen, één minuut lopen, twee minuten rennen, één minuut lopen enz. en dat vijf kilometer lang. Uiteindelijk is het schema uitgewerkt naar vijf km rennen zonder tussenkomst van de bekende minuutjes lopen.  Lees verder

De verveling slaat toe…

 

Verveling slaat altijd toe op momenten dat het eigenlijk helemaal niet uit komt. In het weekend bijvoorbeeld. Zo’n dag die je eigenlijk nuttig zou moeten besteden met boodschappen doen, het huis schoonmaken, sporten, familie en vrienden bezoeken enz enz. Maar als ik mij verveel dan heb ik domweg ook nergens zin in. Hierdoor raak ik nog gefrustreerder,  voel ik mij zielig en lamlendig. En of dit nog niet genoeg is gaan mijn gedachten met mij aan de haal. Ik wordt sikkeneurig  en chagrijnig van al die negativiteit. Mijn gemoedstoestand is gekoppeld aan de barometer. Dat betekend op dit moment dat het versterkt wordt door het saaie grauwe regenachtige weer buiten. Wat nou zomer? Het lijkt wel herfst.

Het kost mij heel veel moeite om mij niet als de grootste hork ter wereld te gedragen. Het liefst geef ik mij over aan mijn bui en laat mij net als de regen over alles en iedereen uitstorten die mij in de weg staat. Gelukkig beschik ik ook nog over een beetje gezond verstand en weet ik dat het niet aan andere mensen ligt dat ik mij nu zo voel.

Waar is mijn motivatie gebleven die aan negativiteit toch een positieve draai kan geven? Vast weg gespoeld door de regen. Waar is mijn creativiteit gebleven die vaak mijn redding is tijdens dit soort “buien”? Die is vast een blokje om want ik heb hem al heel de dag niet gezien.

Er wordt hier thuis gezegd dat je dan maar ergens “zin”  in moet maken. Maar dat is het hem nou juist, daar heb ik dus geen zin in. De dingen die ik nu graag zou willen doen kunnen niet zonder nat te worden. Een rondje skaten, fietsen of paardrijden bijvoorbeeld.

Dan hebben we nog de dingen die simpelweg niet mogen, zoals slidings maken hier in het park (nu het gras lekker nat is gaat dat wel heel goed) met mijn luchtbed van de heuvel in het park glijden (daar schijnt ie stuk van te gaan?! Ik weet alleen niet precies wat, het luchtbed of die heuvel?) of met mijn auto door de wijk heen rijden op zoek naar plassen water om daar dan kneiter hard door heen te scheuren zodat het hoog opspat en alles en iedereen in een straal van vijf meter om ons heen door en door nat is.. (Maar ja een appel groene VW Beetle valt hiervoor iets te veel op in de wijk)

Daarom heb ik besloten om mijn klaagzang maar op internet te zetten. Eens zien of het werkt om mijn ellende van mij af te schrijven. Het lucht in ieder geval wel op en het schiet mij zojuist te binnen dat ik nog wat voorbereidingen voor mijn nieuwe website moet treffen. Laat ik daar nou juist wel zin in hebben. 🙂

 

 

Een verslaving…

Yep, laat ik het maar toegeven… Ik ben verslaafd, en niet zo’n beetje ook. Wat begon met een lidmaatschap bij de ECI (voor de leuke-nieuwe-klant-cadeautjes), is inmiddels een uit de hand gelopen dagelijkse bezigheid geworden. Ik ben verslaafd, verslaafd aan boeken… Sinds ik mijn e-reader heb sleep ik dat ding overal mee naar toe. De nutteloze minuutjes die voorheen opgevuld werden met het vervelen van andere mensen worden nu steevast besteed aan het lezen.

In mijn readerloze tijdperk was de Bol.com, Bruna, en zelfs de boekenshop op schiphol voor mij een hemel op aarde. Normaal door één van deze winkels lopen/scrollen was er voor mij niet meer bij. Ik werd als het ware naar de boeken toe getrokken en als in trance (of als een bezetene) moest alles betast en doorgebladerd worden. Boeken worden gekeurd op grootte, omslag, kaft, lettertype en natuurlijk ook op onderwerp. Ik kon mij er uren vermaken. Nog steeds trouwens.

Mijn honger naar leesvoer is bijna niet te stillen. Als verslaafde had ik natuurlijk altijd een voorraadje op de plank liggen zodat ik van het ene boek in het andere boek kan rollen en nooit zonder hoefde te zitten. Nu ik digitaal lees heb ik er voor gezorgd dat mijn digitale bieb iedere week wel wordt aangevuld met boeken die ik nog niet eerder gelezen heb. Het mooiste vind ik nog de “serie” boeken. Een verhaallijn die uit meerdere delen bestaat. Erg fijn als je alle delen achter elkaar kunt doorlezen, minder fijn als je een jaar moet wachten op het volgende deel. Inmiddels heb ik van verschillende schrijvers een 2-read lijstje gemaakt omdat ik graag wil weten hoe het verhaal af of verder loopt.

Op dit moment ben ik bezig met het tweede deel van een (tot nu toe) vierdelige serie van de schrijver Cody McFadyen (de Smoky Barrett reeks). Ik moest een kleine huivering onderdrukken toen ik voor de eerste keer naar de titels en de kaften van de boeken keek. “Dit voorspelt niet echt een heel gezellig verhaal.” En ik zat er met deze uitspraak boven op. Luguber en sommige passages in het verhaal zijn ronduit walgelijk. Maar de schrijfstijl is vlot en daadkrachtig met hier en daar een vleugje humor. Goed genoeg om door de smerigste stukjes van het boek heen te tijgeren. Al met al heeft het wel iets weg van de Amerikaanse politie en FBI series, een combinatie van Bones, the Closer en CSI, maar dan nog net iets bloederiger.

Mijn vriend zei, na het voorlezen van één van de smerigste passages ooit, dat zo’n verhaal alleen maar verzonnen kon worden door een psychopaat. Ik vraag mij af wat dat dan over mij als lezer zegt :s

 

Morgen komt nooit, het is altijd vandaag…

“Dingen voor mij uitschuiven is iets waar ik heel goed in ben. Waarom iets vandaag doen als het ook morgen kan? Waarom zou je iets doen wat saai of vervelend is, terwijl je die tijd ook kunt besteden aan dingen die in mijn ogen op dat moment vele malen nuttiger en/of leuker zijn dan het karwei wat geduldig op mij wacht? Het probleem is dat ik dit iets te vaak denk en dus ook iets te vaak doe waardoor ik alles of in ieder geval vaak, dingen op het laatste nippertje moet doen. Dit resulteert in gehaast gedrag, wat op sommige momenten overslaat in stress. Met als gevolg aan het einde van die dag een uitgebluste ik. Te moe voor wat dan ook. Daar moest ik toch eens verandering in gaan aan brengen.

Ook dit stelde ik maar uit tot het moment dat ik gek werd van mijn eigen ongeorganiseerde puinhoop. Ik besloot daarom een dag lang alles aan te pakken wat op mijn pad zou komen en niets uit te stellen tot morgen, als die dag ooit aanbreekt, of tot wanneer dan ook…”

“Het irritante geluid van een wekker haalt mij uit mijn droom. Ik draai mij nog lekker een keertje om nadat ik de wekker heb uitgeslagen. Ik wil nog minstens een kwartier blijven liggen. Maar realiseer mij direct dat ik niets meer uit zou stellen. Dus met een zwierige zwaai spring ik uit bed om mij vervolgens aan de deurpost vast te grijpen. Haastige spoed is zelden goed, dat blijkt wel weer. Zodra mijn hoofd klaar is met tollen besef ik dat mijn kleding nog niet klaar ligt. Gelukkig was alles al wel gestreken. Terwijl ik al tandenpoetsend naar mijn slaperige hoofd in de spiegel kijk verzin ik wat ik aan zal gaan trekken. Na mijn hele ochtendritueel gehad te hebben stuif ik door naar het werk.

Ook op het werk staat het thema: “Morgen komt nooit het is altijd vandaag” centraal. Ik wens iedereen een goede morgen en start in een vliegende vaart alles op. Snel, maar gedecideerd haal ik ook nog even koffie voor de collega’s. Terwijl ik verschillende gegevens in het systeem verwerk wordt er aan mij gevraagd of ik, als ik tijd heb, een aantal dossiers op kan zoeken. Ik schuif niets voor mij uit. Dus direct zoek ik de juiste mappen er bij en maak mijn collega blij. Nog voor dat ik zit gaat de telefoon. Een verzoek om gegevens door te sturen via de fax/mail. Ook hier maak ik direct tijd voor vrij. Ik ben nog niet terug op  mijn plek en wederom gaat de telefoon. Waar de uislagen blijven van het examen van afgelopen vrijdag? We zijn snel, maar zo snel nou ook weer niet. We schuiven niets voor ons uit hoor ik een stemmetje in mijn hoofd roepen. Dus ik doe wat nodig is, en binnen een uur beschikt de klant over de nodige gegevens. Hij blij, ik blij.

Mijn aller eerste klusje heeft inmiddels twee uur op mij moeten wachten maar nu heb ik dan toch tijd om het af te maken. Vergeet het maar, want na weer twee telefoontjes ben ik alweer met drie andere taken bezig. Na de lunch blijkt alles weg gewerkt te zijn wat vandaag op mijn pad kwam. Behalve mijn eigen werk. Even overweeg ik om het op te geven. Om de dingen door te schuiven naar een later tijdstip, een tijdstip waarin het wat rustiger is. Maar ik houd vol. Verwoed begin ik aan mijn eigen werk en ploeter stapels papier werk door, print van alles uit, sorteer en archiveer, maak afspraken voor de daarop volgende dagen, en verwerk tussen door ook nog wat aanvragen van klanten. Sta collega’s te woord en werk een aantal bezwaarschriften weg. Want die kwamen bij toeval ook nog op mijn pad. Ik heb zelfs even de tijd (genomen weliswaar) om met een collega te ginnegappen boven de snoeppot. Ook zo iets, altijd als je minder wilt gaan snoepen liggen er opeens de lekkerste snoepjes in die pot, alsof mensen door hebben wat je van plan bent en je willen testen op je zelf beheersing… Die was er op dat moment overigens niet..

15.50 uur. Mijn werkdag zit er bijna op. En mijn bureau is na genoeg leeg. Wat een heerlijk voldaan gevoel! Met een grijns verlaat ik het kantoor en besluit de rest van de dag dit gevoel vast te houden. Dus ook thuis ga ik direct aan de slag. Het heerlijke zonnige weer haalt mij bijna over om languit in de tuin te gaan liggen. Maar ik besluit anders. Pannen en potten worden te voorschijn gehaald. Het eten staat vast klaar en kan, zodra vriendlief thuis is, op gezet worden. De vogel wordt van een dosis aandacht voorzien en andere huishoudelijke klusjes passeren de revue..

Ik ben er achter dat het sneller werkt om sommige klusjes direct weg te werken in plaats van ze uit te stellen. Een doel dat zeker geïmplementeerd kan worden in mijn dagelijkse bezigheden. De kunst is om hier een juiste balans in te vinden. Na het avond eten plof ik moe maar zeer voldaan op de bank. Puf om te pcen of de gamen heb ik niet. Dus ik pak mijn e-reader en verdiep mij in mijn nieuwste boek. Het zou natuurlijk zonde zijn om zo’n spannend verhaal te laten liggen voor morgen.” 😉