Het begon allemaal met een zonnige zondagmorgen, toen we besloten een stuk te gaan varen. Naast een relaxte middag wilden we ook wat actie. Dus het wakeboard ging mee. Ik heb mij, enige tijd terug, eens gewaagd aan de kabelbaan bij Center Parks. Dit was, op zijn zachtst gezegd, een groot drama. Ik liet het er niet bij zitten en boekte een les bij een wakeboardschool. Uiteraard sleepte ik zoonlief mee in mijn avontuur. De les was super georganiseerd. Veel tips gekregen. Maar ook nu een groot fiasco. Ik had nog net geen ingeklapte long, verschoven nekwervels en wat gekneusde ribben. Maar had wel twee weken helse spierpijn. Ondanks dat ik het heel graag wilde leren was ik er niet toe om het op korte termijn weer te proberen.
En nu waren we zomaar opeens twee jaar verder. Het begon weer te kriebelen. Eigenlijk was dat nooit gestopt. Ik had gewoon het lef niet om een nieuwe les te boeken. Met vriendlief aan het roer op onze eigen boot, besloot ik nog een poging te wagen. Nu kan het immers geheel op mijn eigen tempo. Maar de herinnering van mijn gestuntel lag nog vers in mijn geheugen. Het stemmetje in mijn hoofd deed er nog een schepje bovenop: “Mwahaha!! Serieus??” Het was verdraaid lastig om hier niet naar te luisteren. Ik was daarom wat angstig voor het moment dat weldra zou aanbreken. Ik achter de boot met het board aan mijn voeten en de lijn in mijn handen. Zoonlief mocht daarom eerst…
In tegenstelling tot mij had hij nergens moeite mee. “Euh, hoe werkte dit ook alweer?”
Riep hij toen hij achter de boot dobberde. Ik gaf de tips die mij ooit waren gegeven maar die ik op de een of andere manier nooit correct kreeg uitgevoerd. Op zijn teken gaf Vriendlief gas. De lijn vloog de eerste twee keer uit zijn handen. De derde keer lukte het hem te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich vanuit de boot. Een blij kind er achter en van trots zat ik bijna te janken. Al snel werden er wat bochten geprobeerd en heel voorzichtig een golfje meegepakt. Na de tweede start stond hij al een heel stuk relaxter op zijn board. Tijd om te wisselen.
Mijn hartslag sloeg over toen Zoonlief het board aan mij overdroeg. Het zweet stond in mijn handen. Sjees, was ik soms vergeten hoeveel spierpijn ik hier de vorige keer aan over had gehouden? Zoonlief probeerde mij moed in te spreken: “De eerste drie keer gaat sowieso niet goed!” Dat was een hele geruststelling om te weten. De tips die ik eerder daarvoor aan Zoonlief had gegeven nam ik nog snel een keer door. Knikte naar Vriendlief dat hij gas mocht geven en bereide mij voor op het ergste.
Ik kon een schaterlach niet onderdrukken toen het mij lukte direct te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich uit de boot en twee duimen omhoog van zoonlief. Van verbazing en ongeloof stond ik weer bijna te janken. In totaal maakte ik vijf starts waarvan er drie goed gingen. Net als Zoonlief probeerde ik wat te sturen, te hangen, versnellen en wat golfjes mee te pakken. Dit gaf pas een kick! Ik denk dat ik nu serieus kan zeggen: we hebben een nieuwe hobby in wording!!



Het gras bij de buren is, ook in de wintermaanden, nu eenmaal groener. Geregeld staan poownie (dat is zijn bijnaam) en ik dus te grasmaaieren bij de buren in de tuin. Hoewel ik niet letterlijk mee doe natuurlijk. Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden grassprietjes uitzoekt. Hij heeft er een speciale graas neus voor. Want als ik hem naar een mals ogende graspol leid, kiest hij steevast voor het droge sprietje dat er naast groeit. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik aan sta te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla. Hoewel de groentetuin van de staleigenaar ook aardig in de buurt komt. Wat moet het heerlijk zijn om, waar je bent, je snufferd te laten zakken en naast je smaakpapillen ook je “inwendige paard” te kunnen laten genieten.

rakter.