Nee, ik ga niet mee…

Zodra ik de koelbox tevoorschijn zie komen, weet ik al hoe laat het is. Nog heel even heb ik de hoop dat ze mij vergeten maar zodra ik hun kant op kijk en hun blikken vang weet ik wat mij te doen staat. Ik laat al mijn werkzaamheden per direct vallen, de doos die ik aan het slopen ben, de colafles die ik normaal gesproken door de kamer smijt of de bol sokken waar ik mijn snavel zo graag in zet, gewoon omdat het zo lekker voelt om iets kapot te knagen wat vooral niet van mij is, en haast mij met gezwinde spoed terug naar mijn kooi. Ik klauter als een razende Roeland naar binnen en trek in één streep door naar de verste uithoek van mijn kooi. Nee, ik ga mooi niet mee!! 

Terwijl ik op mijn stok en vooral buiten bereik van hun handen aan het kniezen ben, zie ik op de eettafel allemaal lekkere hapjes verschijnen. Ik hoor ze gezellig babbelen over de planning van deze dag. Ze werpen steelse blikken mijn kant op. Ik doe of ik het niet zie en draai mijn kop opzij. Maar dan begint ze tegen mij te praten. Of ik mee ga? Of ik ook wat lekkers wil? Of ik …. Vertwijfeld steek ik mijn poot al uit om terug te klimmen. Nee, de koppigheid neemt het over. Ik ga niet mee!! Ze ziet mijn twijfel en moedigt mij nu aan door het te proberen met lieve woordjes. Maar ik ben onverbiddelijk. Mijn antwoord is nee. 

“Wil je misschien dit stukje?” Vraagt ze even later aan mij terwijl ze aan komt lopen met wat lekkers op een bordje. Mijn kraaloogjes worden groter en groter. Zie ik daar nu een stukje kaas??? Voor ik het weet klim en klauter ik mijn kooi uit. Als beloning eet ik de voor mij eigenlijk verboden lekkernij. Achter mij scharniert het deurtje van mijn kooi dicht en terug is geen optie. “Ooh bugger….” Ik ben er weer ingetrapt. Zo omkoopbaar als de pest! Er zit niks anders op dan in mijn reistas te stappen en mee te gaan varen. 

Ik doe alsof ik overal een hekel aan heb. Kenners van Amazone papegaaien weten dat wij de grootste toneelspelers van alle papegaaien zijn. Althans, wat drama betreft. De kaketoe spant natuurlijk de kroon als het om de clown uithangen gaat. Eenmaal aan boord heb ik het stiekem wel naar mijn zin. We starten met “koffie en koek” voor mij water met een noot. Daarna varen we door de Biesbosch opzoek naar een rustige plek waar we voor anker gaan voor de lunch en wat zonovergoten uren. 

Eenmaal voor anker krijg ik een prominente plek op het voordek waar ik alles prima in de gaten kan houden. Het is een komen en gaan met kleine sloepjes en kano’s. En het leukste van alles zijn de rondvaartboten. Om de zoveel tijd komt er één voorbij, afgeladen met mensen die naar mij zwaaien. Als ik dan enthousiast “Halloooo” terug roep is iedereen door het dolle. Maakt hun rondvaart helemaal af.  

Dit is wel wat spannender dan mijn eigen kooi, die niet zo schommelt overigens. Maar zeg nu zelf: welke huisgaai kan nu zeggen dat ie zo’n uitzicht heeft als ik deze middag!?!

Obstacle run…

In mijn ene hand heb ik een zak hooi van rond de 12 kg en in mijn andere een verrekte splinter. Die er ingeboord werd toen ik de laatste pluk hooi in de zak propte. De hooibaal, die om logistieke reden heel onlogisch is geplaatst, is alleen via een kleine hindernisbaan te bereiken. Om er bij te kunnen heb ik mij tussen twee andere balen in laten zakken. Hoe ik weer naar boven moet komen vraag ik mij nu dus af. Met wiebelige benen probeer ik mijn evenwicht te hervinden. 

Deze hooibalen zijn normaal zo stevig als een huis. Maar wanneer de touwtjes allemaal doorgesneden zijn en het ook nog eens die baal is waar ik overheen moet om aan het begin te komen dan kan dat best een uitdaging zijn. Na wat klim- en klauterwerk, een vloek links en een uitglijder rechts, lukt het mij om één zak, gevuld en al, mee het hok uit te slepen. Met het zweet op mijn voorhoofd duik ik het hok weer in. Er moeten nog twee zakken gevuld. Vanuit de paddock klinkt er gehinnik. Volgens sommige duurt het te lang….

Ken je die puinruim zakken, van die bigbags? Dat zijn onze hooizakken. Oké ze zijn iets kleiner, maar nog steeds flink aan de maat. Ik sleep zo’n zak achter mij aan en ga vol goede moed de hindernisbaan weer over. Onder het zeil door, op het krukje via de kleine baal, over een grote baal naar de achterkant van het hok. Ik laat mij vakkundig tussen de balen naar beneden glijden en vul opnieuw een zak. Ik zet mijn hand boven op de baal. Wanneer ik afzet zak ik met diezelfde hand tot aan mijn oksel tussen de inmiddels losliggende plakken hooi van diezelfde baal. Mijn goed gevulde hooizak, die ik al bovenop de baal had gekregen, raakt uit balans en dondert over mij heen het “ravijn” in. De hele zakken-vul-exercitie begin van vooraf aan. Uiteindelijk kom ik al hijgend, proestend en met het zweet tot in mijn bilnaad uit dat vervloekte hooihok. Aan iedere hand sleep ik een gevulde zak mee. En die verrekte splinter! 

Ik gooi een zak in de kruiwagen en sjok door de paddock naar achteren. Halverwege wordt mijn pad geblokkeerd door een skippybal van de paarden. Wat the f*ck? Het lijkt hier wel een obstacle run. Achter mij hoor ik hoefgetrappel en als ik mij omdraai staan er 5 pony’s vragend te kijken waarom het wederom zo lang moet duren… Hoewel ik niet met een stopwatch heb staan klokken heb ik er wel beduidend langer over gedaan. Ik slalom mijn kruiwagen om de bal, de mesthopen er achter en de kuil die een van de knollen uitgerekend hier heeft staan graven. Nog voor ik de kans krijg de zak te legen in de daarvoor bestemde ruif wordt er al aangevallen alsof ze dagen niks gevroten hebben. De hongerlappen. 

Echt kei-verrot, neusgaten vol met stof en compleet bezweet neem ik afscheid van mijn veelvraten en keer huiswaarts. Als er nog mensen moeten trainen voor één of andere hardloop, obstacle run of mudmasters gedoe?? Kom dan alsjeblieft mijn voerdienst overnemen. Wedden dat je in no-time een topconditie hebt?! De stoflongen en broekzakken gevuld met hooi en stro krijg je dan van mij. Geheel gratis!!

Wel of niet …

“We weten nog niet of we meegaan…” of “We kijken wel of we nog kunnen boeken…”  of “Misschien, we weten het nog niet zeker…”. Allemaal antwoorden waar ik geen ruk mee kon. Maar die mij wel steeds de hoop gaven dat het geen definitief NEE was. Iedere keer als we elkaar zagen of spraken vroeg ik er naar. Iedere keer kreeg ik van mijn oom en tante het zelfde antwoord. “Geen idee, we zien wel, misschien…”

We gaan al jaren met elkaar op vakantie en de groep is gewoon niet compleet als niet iedereen er bij is. Op het laatste feestje dat we hadden zei mijn neefje spontaan dat ie ging kijken of het hem ging lukken vrij te nemen. Want tja, zo’n wintersportweek is toch wel heel tof! Maar van mijn oom en tante kreeg ik alleen een vaag antwoord zoals hierboven al omschreven.

Na die week bleef iedere vorm van communicatie uit. Ik dacht nog dat ie het misschien gezegd had in een dronken- of sentimentele bui. Of omdat ie mijn gezeik zat was, dat zou natuurlijk ook nog kunnen. Ik hield op met zeuren en legde mij er bij neer dat dit een jaar zou worden met het kleinste groepje wintersporters ooit. Want zoonlief ging ook al niet mee.

Dit mocht de pret niet drukken en met de overblijvers bespraken we al wat we zouden gaan doen. Lekker boarden en skiën. Misschien zelfs een dagje naar een ander skigebied. Een middag met tante op stap die niet skiet. En uiteraard een paar keer relaxen in de sauna. Maar eerst moesten we nog op de plaats van bestemming zien aan te komen. 

De reis naar Oostenrijk, die rond 22.00 uur van start ging, verliep heel voorspoedig. Het was super rustig onderweg. De voorspelde regen en sneeuw bleef gelukkig grotendeels uit en er waren ook geen al te grote wegwerkzaamheden. Dit hebben we wel eens anders meegemaakt. Waar we ons wel de tandjes van schrokken was de hoge benzineprijs langs de weg. Na één keer tanken besloten we daarna alleen nog in de dorpjes naast de snelweg te gaan tanken.

Veel vroeger dan anders kwamen we op onze vaste vakantiestek aan. Neef en nichtje waren reeds gearriveerd en stonden vanuit de lobby naar ons te zwaaien. Iet wat stijf liepen we het hotel in. En daar stond Neefje-die-mee-zou-gaan-maar-niks-meer-liet-horen midden in de hal. “Surprise!!” Riep hij keihard. Voor ik het wist hing ik om zijn nek en kneep hem bijna fijn. Super tof!! Ik kon er maar niet over uit dat het hem gelukt was. De stinkerd had ons niks verteld.

Inmiddels waren we allemaal gearriveerd. Net toen we het ons in de lobby gemakkelijk wilden maken in afwachting van de sleutel van de kamer, stond ons nog een verrassing te wachten. Oom en tante kwamen tevoorschijn. “Surprise!!!” Werd er weer geroepen. Nu kon ik mij niet meer inhouden. Ik vloog ze beide om de hals en moest er zelfs een traan van blijdschap van laten. Al die tijd wisten ze al dat ze mee zouden gaan maar vonden het te leuk om ons voor de gek te houden. Ze moesten wel ruim voor ons aanwezig zijn zodat ze ons konden verrassen. En dat is meer dan gelukt!!

Namasté…

Als de pijn in mijn rug weg is moeten zaken echt anders!! Besloot ik toen ik languit op bed lag zonder ook maar een vin te kunnen verroeren want PIJN… “Hier” lees je wat ik bedoel. Na mijn vakantie ging het gelukkig alweer de goede kant op. Toen ik eenmaal zonder pijn op de grond kon zitten en weer kon opstaan was het tijd om daad bij het woord te voegen. 

Niet alleen meer in beweging komen maar ook veel meer rekken en strekken zou mijn lichaam goed doen. “De sportschool” liet ik wijselijk links liggen. Hoe graag ik ook aan mijn conditie wilde werken, eerst maar eens wat aandacht naar mijn onderrug. Internet staat vol met oefeningen en er zijn ook de nodige apps op de markt gebracht. Ik zocht het een en ander uit en ging die week nog aan de slag. 

Uiteindelijk blijkt het voor mij toch lastig om via een app te sporten. Steeds maar weer naar mijn telefoon kijken of ik iets goed doe werkt niet bepaald motiverend. Voor een heel hoop andere apps moet ik betalen. Daar zou ik dan nog niet zo veel moeite mee hebben als de kleine lettertjes, zoals bijvoorbeeld het opzeggen van zo’n abonnement, niet zo vaag zouden zijn.

Mijn zoektocht gaat verder op youtube. Daar kom ik, na een aantal kanalen doorgespit te hebben, uit bij een Amerikaanse die yogales geeft. Ze heeft voor 10 jaar aan materiaal op internet staan en ook een hele mooi yoga beginners lijn. Niet geheel onbelangrijk ze heeft ook een hele reeks met yoga voor de rug. Ik word helemaal enthousiast bij het zien van deze filmpjes. Met mijn soort van beperkte lichaam kan ik hier toch mee uit de voeten. 

Ik prop mijn oortjes in en laat mij door haar leiden. Ze legt heel goed uit wat ik moet doen en welke lichaamsdelen ik zou moeten voelen, of juist zou moeten ontspannen of aanspannen. Poses hoeven niet altijd mega correct uitgevoerd te worden, zolang ze doen wat ze moeten doen is het goed. Als iets niet lukt of kan, komt ze met vervangende poses en ook voor mensen met een (nog) niet zo’n lenig lichaam is het goed te doen.

Alles gaat heel beheerst en rustig. Controle is het sleutelwoord. Evenals aanvoelen wat het lichaam nodig heeft. Wist ik veel dat er een nieuwe verslaving op de loer zou liggen. Inmiddels zijn we ruim zes maanden verder en sta ik dagelijks op mijn yogamat. 

Een aantal keer per week start ik mijn dag met yoga. Die vind ik stiekem de fijnste. Het is zo lekker om na een paar uur slapen al rekkend en strekkend aan een nieuwe dag te beginnen. Je bloed te voelen circuleren en je spieren op te warmen. Mijn ademhaling die dieper en ruimer wordt, de bewustwording van elke vezel in mijn lijf. En dan het gevoel na een sessie, alsof mijn lichaam weer voorzien is van een nieuw soort brandstof. Soms voelt het zelfs alsof ik bij de masseur vandaan komt. Heerlijk!

Nee, snel is anders en ik raak ook niet mega bezweet. Toch voel ik na sommige sessies spieren waarvan ik het bestaan niet wist. Het fijne is dat ik yoga overal en op ieder tijdstip kan doen. Uiteindelijk vaart niet alleen mijn onderrug er wel bij…

Graas-retraite…

Het huis is schoon, de boodschappen zijn gehaald. Op het werk loopt een en ander op rolletjes. Kortom alles is aan kant. Wanneer dit letterlijk en figuurlijk zo is dan heb ik rust. Innerlijke rust. Vaak wanneer ik dit gevoel ervaar zijn de dingen die ik daarna doe ware cadeautjes. Ik geniet er dan meer van. Kom nog meer tot rust of beleef alles intenser. Alsof er meer ruimte is om het toe te staan. Zoals deze zaterdagmiddag. 

Oké, toegegeven. Het weer speelt vandaag natuurlijk ook een grote rol. Want na alle barre kou en de vele regen die is gevallen is er eindelijk weer zon. De blauwe lucht en het ontbreken van de wind maken het fijne plaatje compleet. Vriendlief is naar de voetbal maar daar heb ik mijzelf nog steeds een break van gegeven. Soms mis ik het wel. Maar gevoelsmatig is het nog niet de tijd om het weer op te pakken. Wat ik wel doe is mijzelf in mijn paardenkloffie hijsen en ik ga naar stal.

Een smerig paard staat mij op te wachten. Het is dat hij een deken omheeft. Anders hadden we eerst door de “wasstraat” gemoeten. Hij gunt mij geen tijd voor knuffels. Die moet ik maar bewaren voor op locatie. Op de een of andere manier weet hij altijd wanneer we datgene gaan doen waar hij zoveel plezier uithaalt. Ik laat hem los uit de paddock en al lopend naar het hek doe ik hem zijn halster om. Met een borstel in mijn hand lopen we van stal. 

Dit weer trekt mensen naar buiten. Wandelaars, fietsers, ruiters, hardlopers, iedereen neemt het er van. Zelf zoek ik een stuk gras op waar niet veel mensen komen. Dat geeft de rust die ik nu al zo ervaar nog meer de ruimte. Poownie draaft naast mij mee en zodra ik stil sta duikt hij naar de grond opzoek naar verse grassprieten. 

De lekkerste sprieten staan uiteraard het verste weg dus we moeten er wel wat stappen voor zetten. Ondertussen borstel ik zijn teddyberen vacht. Deze begint hier en daar al los te laten en voor ik het weet zit ik ook onder de haren. Als het poetswerk er opzit houdt ik de wacht op aanstormende blaffende “grasmonsters” die gelukkig uitblijven. Ondertussen laat ik mij meevoeren op het graasgeluid van Poownie. Het vermalen van het gras tussen zijn nog resterende kiezen werkt namelijk hypnotiserend. 

De zon verwarmd mijn vermoeide spieren die ik deze ochtend in de sportschool flink aan het werk heb gezet. Heel even sluit ik mijn ogen en ik kan mij helemaal overgeven aan het hier en nu. Lekker ontspannen. Ik laat mij leiden door Poownie. Zijn neus vind de beste grashalmen. Ondertussen hoef ik alleen maar te zijn…. Niet denken. Niet piekeren. Niet sporten of bewegen om warm te blijven. Niet praten. Gewoon alleen maar ademhalen en er zijn.

Samen struinen we het hele grasveld af en na een uur staan we weer voor het hek op stal. Ook hier is het vredig en stil. De zon begint langzaam aan zijn retour. Hij heeft zijn best weer gedaan vandaag. Poownie krijgt een vervroegt avondmaal en staat vervolgens midden in de paddock met zijn ogen dicht op rust. Voldaan, net als ik. Ik denk dat ik dit soort momenten onze “graas-retraite” ga noemen. 

Krijgers van stal…

Op iedere stal waar Poownie en ik gestaan hebben waren ze er, stalkatten. Waar we nu staan hadden we die niet. Ik zeg met nadruk hadden… Want inmiddels hebben we ze wel. Niet één, maar drie. Of eigenlijk maar twee en één die alleen langskomt als ie zin heeft. Juist met die laatste is het allemaal begonnen. 

Op een middag, toen ik klaar was met mijn stalklussen en op het punt stond om naar huis te gaan stond er opeens een witte tijger op het terrein. Uitgemergeld, vuile ogen, happen uit zijn oor en de meest trieste blik die ik ooit bij een kat had gezien. Als ik een stap in zijn richting deed, liep hij bij mij vandaan. Dus besloot ik in het zonnetje te gaan zitten en zijn vertrouwen te winnen. Een halve middag en centimeters schuifwerk verder had ik een kleine overwinning geboekt. 

Heel voorzichtig mocht ik hem achter zijn kapotte oor aaien. Meer liet hij niet toe. Meer durfde ik ook niet aangezien zijn poten groter waren dan die van een gemiddelde huiskat. Vanaf dat moment kwam hij dagelijks bij ons over de vloer en konden we hem steeds makkelijker benaderen. Dat we hem voer gaven speelt ook een rol. Bij ons vond hij een fijne plek om bij te tanken. Met heel veel engelengeduld mochten hem ook verzorgen. Zijn vervilte vacht werd geknipt, de teken verwijderd en ogen schoon gemaakt. Zijn trieste blik bleek alleen voor de show. Hij is letterlijk een pussy. 

Kennismaking met kat twee was in de winter. Toen ik met mijn hoofdlamp aan over het terrein liep en van onder (!) de keet twee oplichtende ogen naar mij zag loeren. We schrokken zo van elkaar dat het dagen duurde voor hij zich weer liet zien. (en ik naar de onderkant van de keet durfde te kijken…) Het dier was zo schuw als de nacht en liet zich alleen maar zien als hij dacht dat wij niet keken. Waar hij vandaan kwam was ons niet bekend. Maar al snel kreeg hij in de gaten dat het op stal een waar walhalla is. Eten, aandacht en een heerlijke slaapplek. Kat één komt en gaat. Terwijl deze kleine krijger een blijvertje is. 

De start van het weideseizoen bracht ons kat nummer drie. En, zo kwamen we later achter, is het zusje van twee. Na wat aarzelende miauwen kwam ze uit het hoge gras tevoorschijn. Een schatje en heel aanhankelijk. Zo erg dat ze met ons mee terug naar stal liep en niet meer is weggegaan. Ze kent de polder op haar duimpje en hobbelt altijd met ons mee. Van stal naar de wei en terug. Voor een wandeling door de polder en zelfs bij een graassessie in het donker op de late avond zit ze als een waakhond naast mij in het gras. Ze is de brutaalste van het stel en bewoont onze “keet” alsof het haar eigen huis is.

Inmiddels is ook duidelijk waar broer en zus eigenlijk thuishoren. De eigenaar is op de hoogte gebracht en besloot, na haar verhuizing met de paarden, de katten bij ons op stal achter te laten. Voor ons een mooie aanwinst. Het zijn drie totaal verschillende katten met bijzondere karakters. Ze zorgen voor veel hilariteit, speelse uren en vele warme knuffelmomenten. Een bijkomend voordeel, ze houden de boel ook nog eens muis-vrij.

Zomaar wat foto’s geschoten door stalgenoten 😻

De beste boeken van 2022…

Mijn boekenkast was het afgelopen jaar goed gevuld. Ik ben, naast lezen, ook begonnen aan luisterboeken. Dat was even wennen. Want voorgelezen worden vergt een andere manier van verbeelding en niet iedere stem is even fijn om naar te luisteren. Maar al snel had ik de smaak te pakken.

Door te lezen en voorgelezen te worden kon ik in totaal 55 boeken van mijn lijst schrappen. Vooral bij saaie klussen zoals staldiensten of strijken kwam ik er achter dat het heerlijk is om voorgelezen te worden. De boeken waar ik totaal geen verwachting bij had bleken echte pareltjes!!

Teun Toebes: Verpleegthuis. Met een broekie op de cover had ik zo mijn bedenkingen maar jeetje, vanaf de eerste bladzijde was ik geboeid. Teun is 21 jaar wanneer hij zijn intrek neemt in een gesloten afdeling van een verpleeghuis. Zijn doel is een betere wereld te creëeren voor mensen met dementie. Hij verteld over zijn ervaringen, vriendschappen en de beperkingen van regelgeving en denkwijzen waar hij tegenaan loopt. Met 1 op 5 is de kans groot dat dit ook jou overkomt. Een eerlijk en hoopvol boek!

Douglas Stuart: Shuggie Bain. Ik moest even inkomen. Maar daarna las het als een trein. De eenzame Shuggie brengt zijn jeugd door in een vervallen sociale huurwoning in Glasgow. Zijn vader, zus en broer verlaten het huis. Hij blijft achter met zijn moeder. Ze is zijn alles en ze hebben alleen elkaar. Maar zijn moeder vind steeds meer heil in de drank. Het boek is ontroerend, verdrietig en tegelijk rauw. Hier en daar herkende ik de pijn en het verdriet van Shuggie. Misschien dat het boek mij daarom zo raakte.

Anya Niewierra & Merel Godelieve: Ook dat nog. Een dagboekroman geschreven vanuit het perspectief van een gescheiden moeder, een millennial in een identiteitscrisis en een hippie oma in een bejaardenoord. De recensies zijn niet allemaal lovend dus met scepsis begon ik aan het voorleesboek. In een woord: geweldig. Meer dan eens lag ik in een deuk! De juiste toon, sarcasme of ontroering op het juiste moment. Geen minuut geïrriteerd, alleen maar vermaakt. 

Nita Prose: Het kamermeisje. Molly, opgevoed door haar oma, is anders en wat ouderwets maar heeft haar hart op de juiste plaats. Ze werkt als kamermeisje in een hotel en is eigenlijk een grijze muis. “Wie ziet nu het kamermeisje?” Tot ze opeens de hoofdverdachte in een moordzaak is. Hoe kan ze daar nog uit ontsnappen? Een ontroerend en hier en daar verdrietig verhaal met oog voor detail.Net als “Ook dat nog” maakte de verhalenvertelster het verhaal beeldend en nog levendiger!!

Delia Owens: Daar waar de rivierkreeften zingen. Wisselende recensies maar ik was toe aan iets nieuws en begon onbevangen en zonder vooroordeel aan dit boek. Ik bleef maar lezen hier en daar een traantje wegpinkend. Prachtig, beeldend boek. Niet te moeilijk, niet te wollig, maar de emoties spatte van de bladzijdes.

Marlies Medema: Papieren paradijs. De cover was voor mij voldoende om te starten met lezen. Anna is uitgehuwelijkt aan dominee Arend van den Brandhof. Het is crisis in Nederland en in 1845 varen ze, geheel tegen de wil van Anna in naar Suriname om daar een plantage te stichten. De reis is afzien en niet iedereen komt heelhuids aan. Bij aankomst wordt al direct duidelijk dat het land een onherbergzame jungle betreft en ziekte overheerst. Het verhaal is gebaseerd op een waargebeurd verhaal en heel fijn uitgewerkt tot een leesbare roman die zeker de moeite waard is.

Schaatspret in de polder…

Uiteraard staan er nog een aantal to-do taken op de huishoudelijke lijst voor dit weekend. Maar het weer gooit roet in het eten. Soms moet je gebruik maken van de mogelijkheden die zich voordoen. Zo ook vandaag. Want het is sowieso de laatste dag en het zou zelfs wel eens de laatste keer van het jaar kunnen zijn. Dus duiken we bij het ontwaken direct de vliering op. Snorren onze schaatsen, ijshockeysticks en de puck op uit de wintersporthoek. Met een broodje en koffie in onze mik rijden we naar de polder waar we, hopelijk, onze eerste schaatsstreken van het jaar kunnen maken. 

Onderweg zien we al voldoende mensen schaatsen, glijden en sleeën. Het heeft dan ook flink gevroren afgelopen nacht. Zo erg dat we de auto niet eens open kregen toen we weg wilden rijden. Er zijn er meer die het er nu lekker van nemen. Maar uit voorzorg rijden wij door naar de polder. Want daar is de sloot niet al te diep. Des te meer kans dat het goed dicht gevroren is en mochten we er toch doorheen zakken dan staan we hooguit tot onze knieën in het water. Het is daar leuker en ook niet onbelangrijk, het is er meestal niet druk.

Poownie snapt er niks meer van als we de auto bij stal neerzetten en ik hem vanaf de andere kant van het hek groet. Hij staat mij na te kijken terwijl ik met mijn schaatsen onder mijn arm naar de waterkant loop. Er staan al verschillende mensen op het ijs. Het is zo leuk komt te zien hoe iedereen zich voortbeweegt. De één gracieus en elegant, de ander al stuntelend terwijl hij links en rechts ingehaald wordt door iemand op noren. 

Vriendlief heeft binnen no-time zijn schaatsen onder gebonden. Springt overeind en doet alsof hij nooit anders gedaan heeft. Hij schaatst een stuk, draait om zijn as en gaat in zijn achteruit verder. Maakt wat overstappen links- en rechtsom terwijl hij ondertussen op mij aan het wachten is. Zelf schaats ik al mijn hele leven. Toch voel ik mij de eerste paar minuten altijd een soort Bambi. Maar voor het zover is moet ik eerst van mijn kont af en het ijs op. 

Nou, daar ga ik dan. Ik wankel en wiebel wat. Herstel mijn evenwicht terwijl ik mij al glijdend en schuivend richting vriendlief begeef. We maken een rondje op de plas waar nog twee gezinnen rondjes schaatsen. Na 5 minuten voel ik mijn scheenbeen al. Maar ik klaag niet. Want morgen is het namelijk weer 9 graden. Dus tijd om er lekker een paar dagen voor uit te trekken heb ik niet. De spierpijn die ik morgen ga voelen neem ik voor lief. 

Ik voel mij gaandeweg zekerder worden. Mijn streken worden langer en beheerster. Het lukt mij om over te stappen en achteruit te schaatsen. We kunnen zelfs nog wat “ijshockeyen”. Ooh ik geniet met volle teugen en ben als een kind zo blij. Mijn schenen voel ik niet eens meer. De kramp in mijn kaken des te meer. Ik heb het niet doorgehad maar al die tijd heb ik met een vette glimlach op mijn bakkes op het ijs gestaan. Met vermoeide spieren en heel voldaan trek ik twee uur later mijn schaatsen weer uit. Dit pakken ze ons niet meer af. 

Morning has broken…

Het is één van de zondagen waarop het mijn beurt is om het ontbijt op te dienen op stal. Dat betekend vroeg uit de veren. Alhoewel, wat is vroeg? Maar als de wekker uiteindelijk om half 8 afgaat heb ik toch wat moeite om mijn warme bed uit te komen. Ik hijs mijzelf in mijn paardenkloffie, smeer wat brood voor een verlaat ontbijt en met mijn ongekamde haren in een knot op mijn hoofd rijd ik naar stal. Vriendlief in dromenland achterlatend. 

Onderweg komt de zon langzaam op. En zoals altijd weet ik dat het geen straf is om rond dit tijdstip in de polder te zijn. Dit is nog voor het moment waarop de wereld ontwaakt. Vanuit diepe rust met alleen de wind door de bomen en het roepen van de vogels is het heerlijk om zo wakker te worden. De lucht is sprankelend fris en voelt als een verkwikkende douche. Boven de velden en het water hangt een sluier van mist. De zon heeft nog niet echt in kracht gewonnen om de “witte wieven” te verjagen. Het liefst zou ik nu een lekkere lange wandeling willen maken. Maar first things first. 

Poownie staat al bij het hek te wachten. Of dat speciaal voor mij is durf ik in twijfel te trekken. De wetenschap dat de eerste “bedienden” die verschijnt hem van zijn voeremmer voorziet is aannemelijk groter. Als ik mijzelf eenmaal op het terrein binnen heb gelaten staan er opeens 4 paarden keurig op een rijtje te wachten. Het is er maar 1 die hinnikt en dat is Poownie. De rest kijkt zwijgent toe als hij zijn emmer met slobber in ontvangst neemt. 

De paarden hebben goed hun best gedaan. Alle ruiven, die bij ons verspreidt over de gehele paddock staan, zijn leeggegeten. Tijdens de ochtenddienst voeren we minder als bij een avonddienst. Nu zie ik ook waarom. Op Poownie na staat zo’n beetje de hele kudde in de dut-stand. Ze lijken wel verzadigd van het eten in de nacht. Ook als ik mijn ronde loop om alles te vullen komt er niemand achter mij aan. Dat is tijdens een avonddienst wel anders.  

Als ook mijn mestdienst erop zit is het tijd voor een bakkie cappuccino. Dankzij een gulle stalgenoot kunnen we tegenwoordig koffie drinken in de keet. En als ik eenmaal met mijn koffie in het zonnetje zit merk ik pas hoe warm ik het gekregen heb. De damp slaat onder mijn jas vandaan. Het magische wintersportgevoel komt in mij op. Blauwe lucht, zonnetje en een gedempte stilte. Alleen geen strakke witte pistes dit keer.

De haan van de buren kraait een paar keer. Boven in de boom zitten een paar halsbandparkieten te kwetteren en ik? Ik geniet nog steeds van de rust. Op wat wandelaars en hardlopers na is er verder geen mens in de polder te zien. Ik heb mijn koffie op en bedenk mij geen moment. Ik roep Poownie. Die weet inmiddels wat er te wachten staat. Hij duikt nog eens keer in de ruif voor een hap hooi en komt dan mijn kant op. Hij neemt zijn halster in ontvangst en loopt alvast naar het hek terwijl ik de paddock verder afsluit. Hij mag nog een uurtje grazen terwijl we ondertussen van de stilte en het zonnetje genieten.

A day off

Voetbal fotograferen is lange tijd mijn lichtpunt op de zaterdag geweest. Ik haalde er heel veel energie uit en deed dit soms met nog meer plezier dan de boys op het veld. Met de drukte om mij heen is het steeds moeilijker om dit gevoel te behouden. Fotograferen ging mij tegenstaan en op het laatst voelde het meer als een verplichting dan als een hobby. 

De voetbal, of eigenlijk het fotograferen daarvan, is dan ook het eerste wat ik besluit los te laten. Alleen al om meer ruimte te creëren voor rust in mijn hoofd en tijd voor mijzelf. De eerste twee zaterdagen voelen aan alsof ik spijbel. Alsof ik tijd voor mijzelf creëer dat ik eigenlijk aan andere zaken zou moeten besteden. Dat is precies het moment waarop ik realiseer dat het juist goed is om afstand te nemen en dit even los te laten. 

De zaterdagen erna voelen stuk voor stuk aan als een cadeautje. Ik heb niet alleen een middag “vrij” maar ook het bewerken van de foto’s en het bijhouden van diverse social media kanalen komt te vervallen. Ik houd een hele dag aan tijd over. Toen vriendlief vroeg of ik zin had om mee te gaan naar de voetbal bedankte ik hem direct. Nee! De voetbal staat even helemaal onder aan mijn lijst. Ik heb besloten om pas weer over de voetbal na te gaan denken wanneer ik het ga missen. Tot die tijd geniet ik van mijn extra zaterdagen die na al die weken nog steeds aanvoelen als een extra vakantiedag.

Een dag vrij betekend wel dat er tijd overblijft voor zaken waar ik normaal tijd voor moet maken. Het schoonmaken van de complete bovenverdieping is zo’n taak. Iedere keer doe ik wel iets. Snel de badkamer. Of de slaapkamer. Of de trap. Tussen de bedrijven door dus. In etappes, want geen tijd. Maar nu, met mijn gevoel van zeeën van tijd, kan ik er eens flink tegenaan. 

Ik besluit maar direct grondig te werk te gaan en trek alles van zijn plaats. Alleen al in de badkamer vind ik rommel die er niet thuis hoort. Lege verpakkingen van shampoo, spullen van zoonlief. In kamers waar het niet zou moeten tref ik kleding aan, zowel schoon als vuil. Op de overloop liggen sporttassen, maar ook boodschappentassen (?) en gereedschap. Ik de slaapkamers staan lege, half lege en volle flesjes water. 

Ook ik maak mij schuldig aan de rommel want mijn SUP-spullen liggen na mijn laatste tocht ergens eind zomer, nog steeds “te drogen”. Ik sorteer en ruim op. Gooi weg wat weg kan, vul waar nodig spullen aan en rangschik hier en daar de boel.

Er wordt flink gestoft en gesopt. Als laatste wissel ik de stofzuiger voor een dweil en zwabber alles lekker schoon. Ik neem er de tijd voor. Want die heb ik nu ook. Na mijn dagtaak poetsen kijk ik tevreden op mijn werk terug. Alles is weer schoon en aan kant. Een voordeel van een keer in de zoveel tijd goed poetsen is dat ik veel meer voldoening uit en van mijn werk heb. En de zin in voetbalfotografie? Die komt vanzelf wel weer terug.

Bedankt Boys, voor alle keren dat jullie mij een toffe zaterdag hebben bezorgd. Hopelijk tot snel ⚽️