Uitvaartfotografie Hamar . . .

De bloggers die al een tijdje mee lezen weten dat ik vanaf begin dit jaar bezig ben geweest om, naast sport, een nieuwe tak van fotografie aan mijn portfolio toe te voegen. (zou je willen lezen hoe ik tot dit besluit ben gekomen? klik dan hier.) Dankzij uitvaartbegeleidsters Mevrouw H. Harmsma & Mevrouw B. van Duren van Harmsma Uitvaartverzorging kreeg ik de mogelijkheid mij te verdiepen in de uitvaartfotografie. Ik heb een aantal keer mee mogen lopen tijdens uitvaartdiensten om te kijken of het fotograferen voor, tijdens en na een uitvaart iets voor mij was. Uiteraard met toestemming van de families. Tevens kon ik zo mijn portfolio opbouwen en de families een tastbaar aandenken van de bewuste dag mee geven.

Vanaf het begin van dit jaar tot nu is er een hoop gebeurd. Het begon met het uitzoeken van mooie passende cd-doosjes. Toen deze gevonden en besteld waren moest ik gaan bedenken wat voor logo ik wilde hebben. Mijn oom wilde mij hier graag bij helpen en dankzij hem kreeg ik niet alleen een mooi logo maar kreeg mijn complete huisstijl vorm. Daar bleef het niet bij. Ik ging opzoek naar een drukkerij voor mijn visitekaartjes en een fotolab waar ik mijn portfolio album kon laten printen.

In het begin van de zomervakantie besloot ik het bouwen van mijn website uit handen te geven. Ik wilde graag de huisstijl doortrekken in de website zodat alles één geheel zou vormen. Klein, ingetogen en integer. Dit was voor de webbouwer geen probleem. Hij nam de cd met alle bestanden mee en toen alles besproken was ging hij aan de slag.

Met gepaste trots wil ik jullie laten weten dat ik vanaf vandaag online ben (*):

Uitvaartfotografie Hamar

Het voelt wel een beetje raar om trots te zijn op iets wat verbonden is met afscheid nemen van het leven, loslaten en verdriet. Maar dat ben ik wel. Het was een weloverwogen keuze om mij met uitvaartfotografie bezig te gaan houden. Iets dat zonder het overlijden van mijn ouders niet op mijn pad zou zijn gekomen.

Ik wil met mijn uitvaartreportages een tastbare herinnering geven aan mensen en/of families die daar behoefte aan hebben. Zodat ze later, in alle rust, deze moeilijke dag nog eens terug kunnen kijken, waar en wanneer ze dit zelf willen.

(*) Mijn website is discreet en met zorg samengesteld. Wees er op bedacht dat het openen van mijn portfolio emotionele beelden zou kunnen oproepen.

Kijk, een luchtballon!

Ergens in de verte hoor ik kinderstemmetjes die gillen dat er een luchtballon over komt. Ik speur naar beneden of ik ze zie staan. En ja hoor, daar, midden in de woonwijk staan een stuk of zeven kinderen met zijn allen te zwaaien. Ik kijk vriendlief aan en samen zwaaien we, als een koninklijk stel, vanuit de luchtballon terug. Vriendlief had voor zijn verjaardag een ballonvlucht van mij cadeau gekregen. Het leuke van dit cadeau was dat ik er zelf ook van kon genieten. En dat is wat we ook gedaan hebben.

De vlucht was helaas al verschillende keren afgeblazen in verband met het slechte weer. Maar op donderdag 13 september kregen we bericht van Greetzz dat het door ging en werden we om 18.00 uur verwacht in Gorinchem. Toen we aankwamen waren ze al bezig met het “opblazen” van de grootste ballon van de wereld waar rond de 27 personen in mee zouden gaan. Daar leek onze ballon, die er naast lag en met 13/14 man zou vertrekken, een kleintje bij. Voordat de ballon goed en wel stond kregen we eerst de “instap” instructies. De mand lag nu nog op zijn kant en in ieder compartiment moesten alvast twee mensen zitten voordat de luchtballon overeind stond. Dus vriendlief en ik kropen op onze knietjes de mand in en lagen te wachten tot de mand rechtop zou komen te staan. Binnen een paar minuten was de luchtballon er klaar voor en kwam hij langzaam van de grond. De overige passagiers kregen de opdracht er ook in te klimmen. Toen de piloot goed en wel aan boord stond en iedereen een plekje gevonden had werd de ballon van meer warme lucht voorzien. Door de enorme ballon naast ons werden we een stuk opzij geschoven, wat iets weg had van een kermisattractie. Volgens onze piloot, Alex, hoorde dat er allemaal bij. Toen we een meter van de grond waren, de ballon zijn eigen ruimte had gevonden en de kabel waarmee de ballon vast zat aan de auto helemaal strak stond, gaf Alex een ruk aan de quick. We waren helemaal los van de grond en stegen in rap tempo hoger en hoger. Nog even zwaaiden we naar zijn “grote broer” die inmiddels ook al klaar stond voor vertrek.

Vanaf een bepaalde hoogte werd het helemaal stil. Alleen onze stemmen weerklonken in de mand. Alex vertelde interessante feitjes over de ballon en de ballonvaart. Zo woog onze ballon met ons er in rond de 2700 KG. Ik keek even bedenkelijk naar de rietenmand waar we met zijn allen instonden. Ik bleef mij verbazen. Dat het mogelijk was om met zo’n gewicht van de grond te komen en dat alleen op hete lucht gevangen in een stukje stof. Terwijl we Gorinchem voorbij waren en ergens boven Spijk vlogen vertelde hij ons dat veel mensen denken dat een ballon niet te sturen is. Maar dat is hij wel degelijk. In de ballon hangen verschillende kabels/touwen waarmee de richting aangepast kan worden. De ballon heeft tevens een voor en achterkant. We moesten wel van het rode koord af blijven. Dat zou ons namelijk nog maar één minuut de tijd geven om onze zonden te overdenken voor we de grond zouden raken. Ik bleef er wijselijk bij uit de buurt. Omdat een ballon met de wind mee vaart is het nagenoeg windstil in de mand en als de branders zo nu en dan aangaan is het zelfs aangenaam warm.

Het zicht was adembenemend. Links van ons zagen we nog een ballon van Greetzz. Die bleek bij Utrecht te zijn opgestegen. Rechts van ons was nog een luchtballon. Die was opgestegen in de buurt van Tilburg. Verder weg dreven er nog een paar. Vanaf deze hoogte hadden we zicht over een groot gedeelte van Nederland. Alex liet de ballon zaken tot een paar meter boven de grond en dan weer stijgen tot ver boven de grond. Na bijna een uur gevaren te hebben kregen we te horen dat we zouden gaan landen. Hij vertelde ons hoe we moesten gaan staan en wat we konden verwachten. De mand zou met deze snelheid en ons er in hoogstwaarschijnlijk niet omvallen. Alleen wat stuiteren voor we stil zouden staan. Aan het begin van het boerenland raakten we met een klap de grond. De ballon sleepte ons nog enkele meters over de grond mee en toen stonden we stil. Als een klein kind stond ik te springen en te klappen voor de mooie landing en de rest deed daar aan mee. Nu moest de ballon naar beneden getrokken worden. Twee mannen, waaronder mijn vriend, kregen daar de opdracht voor en moesten met touwen zo ver mogelijk naar achteren rennen. Alex boog zich vervolgens over de volgauto die ons moest zien te vinden en de rest was bezig met het leeg laten lopen en opvouwen van de ballon.

Toen de volgauto ons gevonden had en de ballon en mand netjes op de trailer stonden werden wij verzocht wat dichterbij te komen. We werden allemaal voorzien van een glas champagne en Alex vertelde ons over de geschiedenis van de ballonvaart. We werden allen “gedoopt” tot Baron en Barones van Gorinchem tot Bern. Voordat we in de volgauto stapten om terug te rijden naar de opstapplaats kreeg iedereen een certificaat als aandenken.

Greetzz, bedankt voor deze mooie ervaring. Het was bijzonder om dit een keer mee gemaakt te hebben.

Het is ongelooflijk. . .

Dan gaat opeens je telefoon als je lekker aan het werk bent. Je hoort hem afgaan en zoekt in een overvolle tas naar het ellendige ding. Nog voor het deuntje ophoudt en ie overgaat op de voicemail, die ik ook al tig keer heb uitgezet maar op onverklaarbare wijze steeds weer aan gaat, kiep ik de inhoudt van mijn tas op mijn bureau. Als laatste valt daar dan eindelijk mijn telefoon op mijn bureau. Ik graai hem van de stapel en neem op. Het is vriendlief die al bijna de verbinding wilde verbreken.

Zonder tijd te verspillen vraagt hij: “Ons strijkijzer was toch stuk?!” De vraag was blijkbaar retorisch bedoeld aangezien ik geen tijd krijg om antwoord te geven. Vriendlief ratelt verder: “Ik sta nu in de Blokker en ze hebben hier echt een pracht van een aanbieding. Ik wil zeggen: “Die van ons is nog niet stuk, die doet het prima! Je gaat toch niet iets kopen alleen omdat het in de aanbieding is? Toegegeven dat ik nooit meer kleding voor de volle prijs heb gekocht sinds wij samen wonen. Maar ook nu kom ik er niet tussen en gaat hij verder met zijn betoog: “Ik heb al verschillende modellen vergeleken en met de medewerkster gesproken. Het is echt een heel goed apparaat, strijken gaat sneller en nog makkelijker.” Dus zeg ik nog voor hij verder kan gaan dat hij dat ding dan maar moet kopen.

Eenmaal thuis staat er een grote doos van Tefal op tafel. Ik ben nogal sceptische wat nieuwe en onzinnig dure apparaten betreft. Mijn vriend ziet mijn gezicht en weet wat ik denk. Om de kosten voor dit apparaat goed te praten begint hij met een opsomming van alle positieve eigenschappen:

  • Hij heeft een veel groter waterreservoir, waarmee je wel 2.5 uur achter elkaar strijkplezier kunt hebben zonder bij vullen;
  • Hij ontkalkt zichzelf, kijk maar naar dit knopje. Hij toont mij een rode knop aan de zijkant van het apparaat;
  • Hij is in twee minuten op temperatuur, is zuiniger en dus beter voor het milieu;
  • De stoom komt met vijf, en iets meer, bar uit het apparaat waardoor je of tegen het plafon geplakt zit na het indrukken van het knopje, of waarmee je door de strijkplank kunt stomen. Dat is iets wat we even uit moeten proberen…

Hij haalt hem uit de verpakking en laat trots zijn nieuwe aankoop zien: Een Tefal Stoomstrijkijzer.

Vriendlief strijkt niet, dat is een onderdeel van mijn takenpakket. Wat lief dat hij dan toch meedenkt wat deze aanbieding betreft, maar nog steeds was ik niet overtuigd. Hoe kan dit lompe grote ding, dat niet eens draadloos is, nu beter zijn dan ons eigen oude vertrouwde stoomstrijkijzer? Na het eten toog ik naar onze “inloop” kast om hem te testen. Een broek, een shirtje en een blouse. Ze werden allemaal getest onder het toeziend oog van vriendlief. Die met een grijnzend gezicht mijn mening stond af te wachten. Ik wilde niet direct toegeven dat het inderdaad een stuk sneller ging. Dus zeg ik maar: “Het is even wennen”. Als ik alleen achter blijf besluit ik de rest van de stapel direct maar onder handen te nemen. Hij geeft iets meer herrie bij het produceren van de stoom, maar dat weegt niet op tegen de snelheid en het gemak waarmee ik de kleding wegstreek. Dit was echt ongelooflijk. Zo snel heb ik nog nooit gestreken. Met zoveel gemak, één druk op de knop en mijn shirtjes waren zowel van voor als van achter kreukvrij. De stapel waar ik normaal een avond over sta te ploeteren had ik nu in de helft van de tijd weggestreken.

Bij deze dus een dikke duim voor Tefal en hun top strijkijzer, de Blokker voor deze mooie aanbieding en natuurlijk voor vriendlief die zich door mij niet heeft laten ompraten het niet te doen maar hem toch gewoon gekocht heeft!!

Voor de dames (en heren) onder ons die strijken vreselijk vinden maar er niet onderuit komen kan ik hem alleen maar aanraden!! Ze hebben bij Tefal nu een mooie 90 dagen op proef actie.

Zien lopen, doet lopen (4). . . Een meevaller.

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 , 2 & 3)

Na mijn eerste zes kilometer gelopen te hebben had ik vervolgens last van mijn achillespees en besloot daarom de 2e poging te staken en te stoppen bij vijf. Ik was er niet minder door gemotiveerd maar baalde wel dubbel zo hard. Is het niet de hamstring die te pas en te onpas terug komt dan komt er wel weer een andere spier of pees om de hoek kijken die extra aandacht vraagt.

Ik wilde heel graag weer lopen maar wist ook dat dit niet slim zou zijn en besloot daarom een extra rustdag in te lassen. Dit heeft mijn lichaam goed gedaan. Want de dag erna stond ik fris en fruitig klaar voor een nieuwe poging. De zes kilometer stond op het programma. Mocht het onderweg niet lekker gaan dan had ik een route van drie en van vijf kilometer als tussenoplossing. Dit was gelukkig niet nodig. Ik had zelfs genoeg “adem” over aan het einde van de rit. Mijn tempo was dus goed. Nu alleen nog werken aan “de afstand in de beentjes krijgen”. Een kwestie van lopen. Zolang er geen gekken dingen zouden gebeuren zou ik de vijf en de zes kilometer af kunnen gaan wisselen.

Steeds dezelfde rondjes lopen is ook zo saai, dus besloot ik later in de week de “bruggenloop” te gaan doen. Een afstand van vijf kilometer over een grote brug, een bruggetje en een aardige tunnel. Goed voor de bovenbeen- en bilspieren en een andere omgeving is ook wel eens leuk. Het zonnetje stond hoog aan de hemel en de temperatuur loog er niet om. Mijn korte broek en van vriendlief nieuw gekregen hardloopshirt kwamen nu mooi van pas. Sporty Spice was er weer helemaal klaar voor. Hoe laat ik ook van huis vertrek, lopers en fietsers kom ik altijd tegen hier. Maar vandaag heerste er complete rust. Zelfs de overige weggebruikers waren maar mondjes maat aanwezig. Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat het zondagmorgen 09.00 uur was.

Ik liep mijn inmiddels gebruikelijke snelheid en stopte halverwege om mijn spieren te rekken en strekken. Ik had niet erg veel last van de hitte afgezien van een verhit rood hoofd. Ik begon dus al aardig te wennen aan deze activiteit boven de 25 graden. Eerder deze week had ik een drinkgordel van mijn vriendin gekregen. Een riem waar vier kleine flesjes aanzitten en nog wat vakjes voor sleutels, telefoon en dat soort fratsen. Voor 5 kilometer niet echt nodig. Maar vandaag had ik toch wel spijt dat ik hem niet had omgedaan. Goede leer voor volgende keer en gewoon omdoen dus.

Terwijl ik de muziek nog een tandje hoger zet moet ik mijzelf inhouden om de tunnel niet uit de crossen. Hoe eerder boven, hoe beter. Dit voelen de bovenbenen wel. Maar als de grond onder mijn voeten weer vlak is verdwijnt het brandende gevoel al snel. Ik loop de brandweerkazerne voorbij evenals alle andere bedrijven die aan deze weg liggen. Voor ik het weet doemt de skatebaan naast mij op en heb ik mijn ronde er weer opzitten. Een stuk sneller dan verwacht en zonder pijn in de hamstring of achillespees. Heerlijk om zo te kunnen lopen.

Eenmaal thuis besef ik dat ik niet gestopt ben aan het begin van het park, wat de bedoeling was, maar er omheen gelopen ben zoals ik de voorgaande keren gedaan heb. Als ik eenmaal uitgedampt en gedoucht ben zoek ik op internet mijn gelopen route op. Ik zie tot mijn verbazing dat ik bijna 6.5 kilometer gelopen heb. De verste afstand tot nu toe inclusief twee bruggen en een tunnel. Deze meevaller stemt mij tevreden. Zo zou ik ze vaker willen lopen.

Een grote verrassing . . .

Zaterdagmorgen, 7.30 uur. De eerste voetbalwedstrijd van het seizoen was aangebroken en ik had Uk beloofd te komen fotograferen. Belofte maakt schuld dus, op dit totaal niet christelijke tijdstip, strompelde ik naar beneden. Terwijl het ontbijt zwijgzaam werd genuttigd ging ik in gedachten het lijstje af met spullen die ik nodig had op locatie. Extra toestel, batterij en kaartje. Statief, stoeltje, regenjas. Het was inmiddels twee maanden geleden dat ik voor de voetbal gefotografeerd had. Toen ik naar buiten keek verging mij de zin om mee te gaan. Het was vies, smerig weer en het leek alsof de herfst zijn intrede al gedaan had. Wat een verschil met een week geleden, toen we de familie BBQ hadden.

Vriendlief zag aan mijn gezicht dat ik er niet zo veel zin in had en voor ik mij om kon keren om mijn bed weer in te kruipen zegt hij dat de trainer mij ook verwacht. Ze willen nieuwe foto’s voor de website want er zijn nieuwe spelertjes bij gekomen. Hij was zo aardig geweest om toe te zeggen dat ik ook zou komen. Uk deed er nog een schepje boven op en zei dat het zonnetje vast nog wel zou gaan schijnen. Ik was toch al wakker dus hoefde mij alleen nog maar aan te kleden. Daar had hij helemaal gelijk in.

Een uurtje later zaten we in de auto op weg naar het voetbalveld. We waren toch wel een beetje zenuwachtig. Uk moest tegen een voor hem onbekend team spelen. Ik vroeg mij af of ik het fotograferen nog niet verleerd was in twee maanden tijd. En waar vriendlief last van had was mij op dat moment een raadsel.

Zodra de auto geparkeerd stond kwam de zon door het wolkendek heen. “Zie je nu wel?!” Riep Uk al slepend met zijn voetbaltas. Onderweg naar de kleedkamers kwamen we verschillende ouders tegen met wie we even een praatje maakten. We passeerden inmiddels het hoofdveld van de vereniging en vriendlief riep tegen niemand in het bijzonder: “Zo, wat een mooie vlaggen hebben ze opgehangen!” Ik keek van mijn telefoon naar mijn vriend en vervolgens naar het rode, niet te missen, gewapper een paar meter bij ons vandaan. Mijn hart maakte een sprongetje toen ik zag wat er op de vlag stond afgedrukt. “Euh, hoe kan dat nu? Hoe komen ze aan die foto’s, wie heeft…” Toen viel het kwartje. Ik kreeg tranen in mijn ogen en vroeg met een piepstemmetje aan mijn vriend of hij dit had geregeld? “Een verrassing voor jou. Je eigen reclamevlag voor het nieuwe sportseizoen!” was zijn antwoord. Ik gaaf hem een zoen en een knuffel. Dit ritueel herhaalde zich twee keer. Vervolgens keken we vol trots naar mijn eigen banier die, in de kleuren van de club, het mooiste plekje heeft gekregen langs het hoofdveld van de vereniging. “Vind je hem mooi?” Vroeg hij heel voorzichtig. “Natuurlijk vind ik hem mooi, ik vind hem geweldig!!” Vervolgens kwam de trainer van Uk naar mij toe met een bos bloemen om mij te bedanken voor mijn inzet van het afgelopen jaar en om mij te feliciteren met mijn nieuwe reclamevlag. Dat beloofd wat voor het nieuwe seizoen!

Het lukte mij om de eerste wedstrijd goed vast te leggen. De actie spatte van mijn beeldschermpje. Ik was het gelukkig nog niet verleerd. Onze kanjers overigens ook niet. Ze voetbalden alsof hun leven er vanaf hing en scoorden in totaal vier keer. De tegenstander moest het doen met één doelpunt.

De vlag, van drie en een halve meter lang en anderhalve meter breed, was inmiddels bij meerdere mensen opgevallen. Voor, tijdens en na het fotograferen van de wedstrijd werd ik door ze aangesproken. Zelfs de voorzitter van de club, die ik bij toeval tegen kwam, vroeg mij of de verrassing geslaagd was.

“Ben je niet voor niets mee geweest he!” Zegt Uk na de wedstrijd als we alle drie voldaan terug naar de auto lopen.

  1.  

Is het vlees al gaar?

Ken je dat gevoel dat je niet meer op je voeten kunt staan maar toch gewoon door gaat? Het idee dat de spataderen ter plekke op je benen verschijnen en je denkt dat je knieën het ieder moment kunnen begeven? Dat had ik dus nadat alle familieleden weer naar huis vertrokken waren en ik rond de klok van 03.00 uur eindelijk in mijn bedje lag. Ik wist van ellende niet hoe ik moest gaan liggen. G E S L O O P T was ik de dag na de familie BBQ die zaterdag 18 augustus bij ons in de achtertuin gehouden werd. Maar het feit dat bijna de hele familie die dag bij elkaar was, de sfeer zo ongedwongen gezellig was en we de laatste drie uur alleen maar gedanst en gezongen hebben maakt dat ik de pijn in mijn voeten en benen compleet vergeet.

De week ervoor stond in het teken van voorbereidingen. Zo moest de tuin aan kant, het huis schoon gemaakt worden en de koelkast en vriezer leeg gegeten worden. Want anders zou er geen plek zijn voor al het vlees en drank voor die avond. Uit voorzorg, er was 30 graden voorspeld en geen druppel regen maar je weet het nooit hier, hadden we de vrijdag ervoor met twee ooms een tent opgezet. Mijn nichtje had een super mooie, maar vooral lekkere taart gebakken waarbij ik in eerste instantie dacht dat hij voor een trouwerij bedoeld was. En mijn tante had zich uitgesloofd op de salade. Bij de overige familieleden werden tuinstoelen en statafels geregeld. De muziekinstallatie kwam bij mijn andere oom vandaan en voor de rest hadden we alleen nog maar een goed humeur en een lege maag nodig.

Rond de klok van 16.00 uur gingen de deuren open en al snel zat de tuin vol. De kids vonden hun plekje binnen waar ze ongestoord konden gamen terwijl de rest van de familie de stoelendans deed om met zoveel mogelijk mensen bij te kunnen kletsen. Vriendlief en ik zorgden ervoor dat iedereen van thee, koffie, taart en limonade voorzien waren maar daarna was het toch echt zelfbediening. Met 38 graden besloten we al het drank in de koelkast te houden en de sangria van extra ijsblokjes te voorzien. Mijn oom had zich als kok opgeworpen (of wij hebben hem stilzwijgend deze rol toebedeeld, dat laat ik even in het midden) en zorgde voor het grillen van het  vlees. De salades, brood en verschillende soorten sausjes stonden in verband met de hitte binnen.

Toen iedereen genoeg gegeten had werden er op de laatste gloeiende kooltjes van de BBQ nog wat marshmallows geroosterd, en niet alleen voor de kinderen!! Nadat de “jeugd” zich op ging maken voor een bezoek aan de disco verderop in het durp gingen bij ons (hoewel ik mijzelf ook echt nog wel tot de jeugd reken) ook de stoeltjes aan de kant en de muziek wat harder. Dansen, zwingen, hossen en springen we hebben het allemaal gedaan. Door de tent en de vrolijke lichtjes en kaarsjes waan je je helemaal niet in je eigen achtertuin en pas de dag erna kregen we van de buren (heel veel huizen verder) te horen dat het wel een erg gezellig feestje moest zijn geweest…

Zo’n dag of in mijn geval een avond, hakt er niet alleen lichamelijk in. Ik had emotioneel af en toe ook een dip. Mijn vaders gezicht doemde op verschillende plaatsen op. Ik zag hem als ik naar mijn ooms keek. Ik zag hem bij de BBQ staan. Zich bemoeien met het vlees dat volgens hem al gaar was maar volgens een ander nog niet. Ik zag hem als we aan het dansen waren. Lachend om onze domme moves en gekke bewegingen en nog harder lachen om zich zelf. Dit soort dagen doet mij ook beseffen hoe jammer ik het vind dat hij er niet meer is. Want ook hij zou het erg naar zijn zin hebben gehad. Hoewel ik mij op sommige momenten waarschijnlijk kapot geërgerd zou hebben aan zijn gedrag is het onder andere dat gedrag dat ik nu mis.

De dag erna begon de grote schoonmaak. Vloeren soppen, tent afbreken en stoeltjes sorteren. Wat was nou van wie?? Van meerdere familieleden kreeg ik te horen dat ze het heel erg naar hun zin hebben gehad. Een mooi compliment aan vriendlief en mij, maar vooral naar de familie want dit feestje was er zonder hun niet geweest. Nu eens kijken wie dit stokje over gaat nemen voor volgend jaar…

 

Kinderarbeid . . .

“WIE IS ER OP MIJN M.I.J.N. KAMER GEWEEST?” Tettert Ukkepuk. Zijn stem weergalmt over de twee trappen van ons huis naar beneden, weerkaatst tegen de muren, slaat de woonkamer in als een bom en doorboort mijn oorschelp met het geluid dat gelijk staat aan het opstijgen van een straaljager.

“Wat zeg je liefje?” Roep ik naar boven. “Ik versta je niet zo goed.” Ik heb zojuist een gehoorbeschadiging opgelopen. Dat eerste zeg ik, dat tweede denk ik. Hij dendert de trap af naar beneden en komt voor mijn neus tot stilstand. Ik peil zijn blik en glimlach wijselijk. Dat de muren hier nog geen barsten vertonen van het gestommel op de trap is mij een godswonder.

“Iemand is op mijn kamer geweest!” Om zijn woorden kracht bij te zetten plaatst hij zijn handen prominent in zijn zij en wacht vervolgens mijn reactie af. “Oh en je wilt nu van mij weten wie die iemand is geweest?” “Nou, dat zou wel fijn zijn ja!” Kaatst hij terug. Ik vraag mij af of er nu een discussie gaat komen over de privacywetgeving of dat er iets anders aan de hand is.

Ukkepuk gaat onvermoeid, ietwat verontwaardigd, door met zijn relaas: “Mijn hele bed is door elkaar gehaald!” “Dat noemt je niet door elkaar halen, dat noem je opmaken. Iets wat jij weigert te doen aangezien je kinderarbeid nutteloos vind. “Moest je daarbij dan echt alles van mijn bed af halen?” Mijn toespeling over meehelpen in het huishouden of in ieder geval je eigen kamer netjes houden negerend. “Ik had een polsstok nodig om bij de andere kant van je bed te kunnen komen dus om antwoord te geven op je vraag: ja, alles moest van je bed.”

Eerder op de dag, tijdens het afhalen van zijn beddengoed vond ik zo’n beetje de helft van zijn kamer in, onder en achter zijn bed. Van Nurf (dat is toch geen naam voor speelgoed?!) tot aan Playmobil. Van houten jeu de boules ballen (als het dat überhaupt was) tot aan zijn Feyenoord vlag en badjas waar hij al jaren niet meer in komt maar die hij weigert weg te doen, want tja het is Feyenoord he! Zijn hele verzameling Pirates of the Caribbean actiepoppen, badlaken en rugzak… Zelfs de knuffelbeesten waar hij zichzelf meestal te oud voor vindt, vond ik terug in zijn hoeslaken van, hoe kan het ook anders, Feyenoord. Zijn dekbed had hij er voor het gemak maar uitgehaald en aan de andere kant van zijn hoogslaper naar beneden laten hangen. Voor een tent, zo begreep ik later.

“En terugleggen is zeker te veel gevraagd?” Gaat hij verder. Ik heb zojuist een draai om mijn oren gekregen met mijn eigen tekst. Ik vraag mij onwillekeurig af waarom hij doet alsof hij mij nooit hoort maar dus wel degelijk heeft begrepen wat ik met deze woorden bedoel… Ik bedenk mij dat ik dit spelletje ook kan spelen en toon hem mijn liefste lach gevolgd door de woorden: “Oh ja, dat was ik vergeten…”

“Ik was aan het spelen, daar ben ik toch kind voor? Nu kan ik weer opnieuw beginnen!” Zuchtend draait hij zich om en loopt verslagen en met zijn ziel onder zijn arm de trap weer op om zijn pas opgemaakte bed weer tot de chaotische bende om te toveren waar het woord “war zone” nog het meest op zijn plaats is.

Zijn vader heeft vanavond in ieder geval wat te doen voor hij Ukkepuk kan instoppen…

Zien lopen, doet lopen (3) . . . Goed op weg?!

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 & 2)

Eén is geen! Dus besloot ik minimaal drie keer in de week te gaan lopen. Mocht ik door een bepaalde reden (welke houden we maar even in het midden) niet kunnen lopen dan blijven er in ieder geval nog twee dagen over. Inmiddels loop ik alweer een aantal weken braaf mijn rondjes door het dorp, de polder en het park. Geregeld ga ik met veel zin en een vooropgestelde route van huis. Een enkele keer  moet ik mijzelf er echt toe zetten om te gaan. Zonder loopmaatje is de stok achter de deur nog maar een twijgje dat makkelijk buigen kan. En zeg nou zelf, met noodweer of vermoeidheid is de bank een stuk aantrekkelijker dan de buitenlucht, zweet en een rood hoofd. En toch ben ik iedere keer blij en vooral voldaan als ik gegaan ben. Als je doelen wilt behalen moet je er iets voor doen. Deze komen immers niet zomaar aanwaaien.

Zal ik ooit een halve marathon kunnen lopen, of misschien wel een hele? Dat vraag ik mij zo nu en dan af als ik dus met een rood hoofd, bezweet lijf en met mijn tong over het asfalt slepend de laatste meters af leg van de vijf kilometer. Want in dat geval zou ik deze afstand nog acht (!!) keer moeten lopen. Bij die gedachte zakt de moed mij in de schoenen en mijn tong breekt abrupt af. Acht keer zoveel meer slepend met mijn tong over het asfalt? Daar is ie niet op berekend en de rest van mijn lichaam overigens ook niet.

Door je doelen realistisch te houden blijf je langer gemotiveerd om aan je doel te blijven werken. Ik heb de marathon in mijn agenda gezet voor als ik “groot” ben. In de tussentijd wil ik in ieder geval de tien kilometer kunnen lopen. En graag met mijn tong binnensmonds.

Nu de vijf kilometerrondjes goed gaan wordt het tijd om er een schepje boven op te doen. We doen het rustig aan want blessures liggen op de loer en slaan toe op een onverwacht moment. Aangezien ik nog steeds GPS-loos rond ren stippel ik bepaalde routes uit via internet. Als ik bij het bruggetje rechts in plaats van links zou gaan, zou mij dit een kilometer extra opleveren. Dus ik stelde mij in op zes kilometer en vertrok van huis in een lichte dribbelpas. Snelheid, hoe graag ook, is nog steeds niet aan de orde.

Het lopen ging heerlijk. Een paar honderd meter voor het bruggetje zaten lichaam en geest echter niet gehaal op één lijn. De helft wilde links af, de andere helft wilde rechts af. Voor ik nog verder kon twijfelen aan mijzelf nam ik een kleine spurt en ging rechts af. Die ene kilometer extra moest ik gelopen hebben. Trots dat ik was omdat ik dit keer niet naar mijzelf geluisterd had verlaagde ik mijn snelheid en begroette vervolgens alle wandelaars op mijn pad. Bij het “bekende” park kwam dat knagende gevoel weer opzetten: “Je kunt ook door het park naar huis dan zijn we er sneller!” Ik negeerde mijzelf en dribbelde door tot het einde van mijn geplande route. Bij de skatebaan had ik er precies 6 kilometer opzitten. Met, uiteraard, een rood hoofd, bezweet lichaam en met mijn tong nog daar waar hij hoort liep ik de straat weer in. Een gevoel van overwinning maakte zich van mij meester.

Twee dagen na mijn eerste zes kilometer ging ik voor poging twee. Waarschijnlijk begon ik iets te enthousiast. Want ik was nog niet eens halverwege toen mijn achillespees begon op te spelen. Zul je altijd zien… Ik moest nu al inboeten op snelheid en afstand. Ik ging braaf links bij het bruggetje en besloot mijn 5 kilometer uit te lopen. Ondanks Mijnheer A. Pees had ik toch lekker gelopen maar ik baalde van die ene kilometer. Thuis werden mijn voeten en onderbenen voorzien van een massage door vriendlief die het toch al knap vond dat ik überhaupt gegaan was. Misschien vroeg ik te veel van mijn lichaam en was een kilometer in één keer te veel? Had ik er beter aan gedaan om de kilometer op te splitsen? Hoe dan ook, ik besloot een extra rustdag in te lassen in de hoop dat ik na twee dagen weer een rondje zou kunnen lopen zonder ongemakken. We waren net zo lekker bezig…

Een boek, een verhaal, een beleving . . .

“Nu heerst er rust, in mijn hoofd en in mijn hart. De greep van zijn hand om zijn dochters arm verslapte. De oude man sloot zijn ogen. Ditmaal voor goed.”

Ik las en herlas het laatste stukje nogmaals. Het boek is echt uit. Een gevoel dat mij al bekroop toen ik over de helft van het boek was overviel mij dubbel en dwars. Ik voelde mij rot. Alsof ik zojuist afscheid had genomen van een familie die ik in korte tijd zo goed was gaan kennen dat ik van ze was gaan houden alsof het eigen was.

Waarom loopt het boek niet gewoon nog 900 pagina’s door? Waarom moet het hier nu stoppen? Ik wil weten hoe het verder gaat met zijn dochter en diens kinderen. En wat doen ze met dat gigantisch grote landhuis? Ik schuif het boek aan de kant en besluit iets te gaan doen wat mijn gedachten afleid van het verhaal dat ik zojuist heb uitgelezen.

Soms zijn er verhalen die je niet alleen leest maar die je ook daadwerkelijk beleeft. Als ik zo’n boek uit heb blijf ik altijd een beetje beduusd achter, meestal niet in staat om mij direct te storten op een nieuw verhaal met andere avonturen. Het voorgaande verhaal moet eerst even een plaatsje krijgen.

De reden dat ik graag lees en deel wordt van een verhaal zorgt er voor dat ik alles om mij heen kan vergeten en los kan laten. Het lukt overigens niet bij ieder verhaal. Sommige  verhalen zijn daar te oppervlakkig, te ingewikkeld of te saai voor. Of ik kan mij niet helemaal vinden met bepaalde karakters in het boek. Maar veelal is het lezen van een boek voor mij net zo levendig als het zien van een film of serie. Geheel gekaderd door mijn eigen persoontje. Boeken die verfilmd zijn vind ik daarom vaak tegen vallen. Ze kunnen nou eenmaal niet voldoen aan mijn reeds ingekleurde script.

Sinds ik het lezen als ontspanning heb gevonden heb ik vele boeken verslonden. Mijn honger naar leesvoer is niet altijd te stillen. Ik probeer een boek zo snel mogelijk uit te lezen zodat ik door kan naar een volgend verhaal. Ik vind het zonde van het verhaal (en mijn tijd) om een boek lang opzij te leggen, zeker als je er helemaal in zit. Inmiddels heb ik een aardige 2-read lijst opgebouwd en dankzij bepaalde recenserende bloggers komen daar wekelijks weer boeken bij.

Om het overzicht niet kwijt te raken wat gelezen boeken betreft houd ik een lijst bij. (zie gelezen boeken boven aan mijn blog) Erg handig om door heen te bladeren als ik niet zeker weet of ik een bepaald boek al eens gelezen heb. Zeker bij schrijfsters als Tess Gerritsen of Kathy Reichs die boeken in serie vorm geschreven hebben met dezelfde personen in de hoofdrol en waarbij de titels meestal een beetje vaag zijn.

Een boek meermalen lezen is niet aan mij besteed. Hoe mooi of ontroerend het verhaal ook is. Ik vind het zonde van mijn tijd als er nog zoveel ongelezen verhalen liggen te wachten om ontdekt te worden.

Hierbij geef ik mijn favoriete top vijf schrijver/schrijfsters in willekeurige volgorde:

  • Dan Brown
  • Tess Gerritsen
  • Kate Mosse
  • Karin Slaughter
  • Jodi Picoult

Er zijn er meerdere die ik ook echt heel goed vind. Maar van bovenstaande schrijver/schrijfsters hoop ik dat er snel weer nieuwe boeken zullen verschijnen.

Vertel mij wie jullie favoriete schrijver is en welk boek je mij van hem of haar aan zou willen raden.

De mooi weer ruiter…

De “diehard” ruiter in mij stierf op het moment dat ik stopte met wedstrijd rijden. Ik had immers niets meer om voor te werken dus was het ook niet nodig om in weer en wind door de rijbaan te ploeteren. Een binnenbak heb ik nooit tot mijn beschikking gehad. Maar nu de wedstrijden achter ons liggen hoeft het “recht richten” “stelling” “nageeflijk rijden” en al dat soort fratsen niet meer. De fanatieke ruiter zal het niet met mij eens zijn. Je moet immers altijd aan bovengenoemde zaken werken om je paard lenig, soepel en dus gezond te houden. Maar ik had het daar helemaal mee gehad. Ik overigens niet alleen. Het paard ging ook met steeds minder plezier de rijbaan in. Zijn uitgestrekte stap werd halverwege het pad een verkort geïrriteerd pasje en een paar meter voor het hekwerk van de bak stond meneer meestal stil. Gevolgd door een diepe zucht van zijn kant uit. Mijn paardenbeest deed het alleen omdat ik het zo graag wilde. Of het nu om springen of om dressuur ging. Als dat geen ware liefde is?! Dus besloot ik dat het tijd werd om hem een periode van rust te gunnen. Stoppen met wedstrijden dus ook geen rondjes meer rijden in de bak. Het fanatieke rijden liet ik over aan zijn verzorgster die hem eerst twee en sinds een jaar drie keer in de week rijd. In de tussentijd ontwikkelde ik mijzelf tot een “mooi weer ruiter”.

Met regen en smerig of guur weer hielden wij het lekker bij tutten op stal of samen een rondje hardlopen. Iets waar ik meneer ook niet altijd een plezier mee deed, want waarom zou je op het gras rennen als je het ook kunt eten? En tutten is duidelijk voor meisjes en niet voor jongens. Het niet plichtmatig rijden had een nadeel. Zijn spieren namen in rap tempo af en in de zomer heeft meneer zo’n dikke buik dat het zadel niet goed meer blijft liggen. Hier vonden wij vorig jaar een oplossing voor. Het Sonja Bakker masker. Maar ieder nadeel heb zijn voordeel (Cruijffiaans gezegde) Want als ik hem nu roep terwijl hij in het achterste hoekje van het weiland zijn grasjes aan het grazen is kijkt hij niet alleen naar mij maar komt hij ook nog eens naar voren gelopen. Dat is wel eens andere koek geweest. Ik zal jullie de verhalen besparen van de uren dat ik achter hem aan gelopen heb met mijn bix emmertje in mijn linkerhand en zijn halster in mijn rechter hand. En meneer maar rondjes rennen door het weiland: “Spelletje spelen? Zie mij eerst maar eens te pakken” Hij weet nu dat er niet meer verplicht gereden wordt maar dat er meer tijd is voor leukere dingen.

Zoals ik al schreef ontwikkelde ik mij tot mooi-weer-ruiter wat inhoudt dat ik mij eigenlijk alleen met mooi weer in het zadel hijs om lekker een stukje te hobbelen. We staan midden in de polder en hebben sinds enige tijd ook wat ruiterpaden tot onze beschikking. Het is niet veel. Maar het is leuk genoeg dat ze rekening houden met het paardenvolk. En daar ben ik blij om, want ook dat is hier wel eens anders geweest. Nu kunnen we ongestoord over het pad crossen tot we er moe van zijn. En crossen is wat ik het liefste met hem doe. Dat eeuwige gestap doen we wel als we bejaard zijn. Het leuke van dit soort ritjes is dat we er alle twee van genieten. We zijn aan het werk maar op een speelse manier, we zien wat van de omgeving en zijn lekker samen buiten. Zodra hij zich als een wilde ongetemde Arabische hengst gedraagt weet ik dat hij het ook naar zijn zin heeft. (mijn pony komt overigens niet eens in de buurt van bovengenoemde omschrijving het is namelijk een New Forest ruin van 18 jaar oud die geen vlieg kwaad doet en liever lui is dan moe) Meestal is een uurtje rijden voor ons dan ook wel weer genoeg.

Voor aankomend weekend hebben ze weer heerlijk weer opgegeven. Ik kijk er nu al naar uit. Ik hoop mijn paardenbeest ook.