Laat het winterseizoen maar komen. . .

Zodra ik de deur van mijn auto op een kiertje zet wordt hij door de wind verder open getrokken. Ik ben even bang dat hij bij de scharnieren afbreekt en met de wind mee uit het zicht verdwijnt. Maar gelukkig krijg ik hem te pakken en smijt de deur iets harder dicht dan de bedoeling is. Ik doe snel een tweede jas aan voor ik verder loop. Waarom moest ik 15 jaar geleden toch zo nodig een paard? Waarom niet gewoon een goudvis? Of een chinchilla van mij part? Mijn keus van toen heeft gevolgen voor nu. Want het weiland moet nog steeds nagelopen en gemest worden ook nu de herfst zijn intrede gedaan heeft. En hoe!! De wind beneemt mij de adem als ik door het eerste land naar achteren loop. Hoewel ik vaak buiten ben bedenk ik mij dat het lang geleden is dat ik in dit hondenweer buiten ben geweest.

Ik wordt vandaag niet vrolijk begroet. De paarden staan allemaal met hun achterwerk naar mij toe gekeerd met hun dek wapperend in de wind. Een gezellige boel. Eén van de paarden schrikt op van mijn plotselinge verschijning en zet het op een rennen. De anderen paarden, gealarmeerd door hun “graasmaat”, zetten het eveneens op een rennen al hebben ze geen flauw benul waarom. Tot ze zien dat ik het ben. Gehuld in twee jassen en een petje op mijn hoofd. Zo snel als het rennen begon, zo snel staan ze ook weer stil. De hoofden gaan weer naar het gras, hun achterwerk weer in de wind. Behalve mijn paardenbeest. Hij kijkt mij vanaf een paar meter argwanend aan en lijkt te zeggen: “Ik weet niet wat jij komt doen, maar ik heb nu even geen zin!!” Als ik zie dat het hem verder goed vergaat loop ik de andere paarden na en begin met mijn routinematige klus, het leegscheppen van het weiland. Leuk zo’n buitenhobby als de wind je oorschelp vult met ruis en je door en door nat bent van de regen!!

Na een kruiwagen te hebben geleegd kijk ik eens om mij heen. De polder ligt er desolaat bij. Geen auto, geen fietser, geen wandelaar. Ik ben alleen op dit stukje grond. Ik ben niet zo heel bang aangelegd maar ik ben blij dat het nog licht is. Waar tot voor kort de graanstengels, bloemen en bloesems nog wiegden op een zomers briesje worden nu de takken van de bomen gerukt en dode bladeren gaan in een wervelwind omhoog. Geregeld word ik uit mijn balans gebracht en heb ik het gevoel weg te kunnen vliegen als ik nu heel hard zou gaan rennen. De wind beukt tegen mijn oren als een golf tegen een golfbreker. Dit gedeelte van de polder, dat ik altijd zo vredig vind, krijgt door het weer een somber en grauw karakter.

Het paard ziet eindelijk in dat ik niet van plan ben om te gaan rijden of om hem van een poetsbeurt te voorzien. Dus komt hij langzaam naar mij toe. Ik voel aan zijn oren hoe koud hij het heeft. Dit lijkt, dankzij zijn regendeken, gelukkig mee te vallen. Hij wordt net als ik, allerminst blij van dit weer. Wat dat betreft lijken we erg op elkaar. Hij loopt het liefst met mij mee om te schuilen in zijn stal. Ik geef hem een gemoedelijk klopje op zijn hals en schuif hem een snoepje of twee toe. Iets waar hij zijn hoop al op gevestigd had.

Voor mijn gevoel loopt het weideseizoen op zijn eind. Hoewel de boer hoopt op beter weer zodat de paarden nog even buiten kunnen blijven, hoop ik op een nieuw stal- en winterseizoen. Waarin regelmaat en ritme terug te vinden is, de avonden gevuld kunnen worden met geklets op en rond stal omdat alle meiden weer ‘s avonds na school en werk komen. Avondjes waarbij we met zijn allen de paarden aan het poetsen zijn om warm te worden en we het weer vervloeken omdat onze tenen er afvriezen.

Ondanks mijn voorliefde voor de zomer kan ik nu wel zeggen: “Van mij mag het winterseizoen weer beginnen. Mijn paardenbeest en ik zijn er klaar voor!”

De mooi weer ruiter…

De “diehard” ruiter in mij stierf op het moment dat ik stopte met wedstrijd rijden. Ik had immers niets meer om voor te werken dus was het ook niet nodig om in weer en wind door de rijbaan te ploeteren. Een binnenbak heb ik nooit tot mijn beschikking gehad. Maar nu de wedstrijden achter ons liggen hoeft het “recht richten” “stelling” “nageeflijk rijden” en al dat soort fratsen niet meer. De fanatieke ruiter zal het niet met mij eens zijn. Je moet immers altijd aan bovengenoemde zaken werken om je paard lenig, soepel en dus gezond te houden. Maar ik had het daar helemaal mee gehad. Ik overigens niet alleen. Het paard ging ook met steeds minder plezier de rijbaan in. Zijn uitgestrekte stap werd halverwege het pad een verkort geïrriteerd pasje en een paar meter voor het hekwerk van de bak stond meneer meestal stil. Gevolgd door een diepe zucht van zijn kant uit. Mijn paardenbeest deed het alleen omdat ik het zo graag wilde. Of het nu om springen of om dressuur ging. Als dat geen ware liefde is?! Dus besloot ik dat het tijd werd om hem een periode van rust te gunnen. Stoppen met wedstrijden dus ook geen rondjes meer rijden in de bak. Het fanatieke rijden liet ik over aan zijn verzorgster die hem eerst twee en sinds een jaar drie keer in de week rijd. In de tussentijd ontwikkelde ik mijzelf tot een “mooi weer ruiter”.

Met regen en smerig of guur weer hielden wij het lekker bij tutten op stal of samen een rondje hardlopen. Iets waar ik meneer ook niet altijd een plezier mee deed, want waarom zou je op het gras rennen als je het ook kunt eten? En tutten is duidelijk voor meisjes en niet voor jongens. Het niet plichtmatig rijden had een nadeel. Zijn spieren namen in rap tempo af en in de zomer heeft meneer zo’n dikke buik dat het zadel niet goed meer blijft liggen. Hier vonden wij vorig jaar een oplossing voor. Het Sonja Bakker masker. Maar ieder nadeel heb zijn voordeel (Cruijffiaans gezegde) Want als ik hem nu roep terwijl hij in het achterste hoekje van het weiland zijn grasjes aan het grazen is kijkt hij niet alleen naar mij maar komt hij ook nog eens naar voren gelopen. Dat is wel eens andere koek geweest. Ik zal jullie de verhalen besparen van de uren dat ik achter hem aan gelopen heb met mijn bix emmertje in mijn linkerhand en zijn halster in mijn rechter hand. En meneer maar rondjes rennen door het weiland: “Spelletje spelen? Zie mij eerst maar eens te pakken” Hij weet nu dat er niet meer verplicht gereden wordt maar dat er meer tijd is voor leukere dingen.

Zoals ik al schreef ontwikkelde ik mij tot mooi-weer-ruiter wat inhoudt dat ik mij eigenlijk alleen met mooi weer in het zadel hijs om lekker een stukje te hobbelen. We staan midden in de polder en hebben sinds enige tijd ook wat ruiterpaden tot onze beschikking. Het is niet veel. Maar het is leuk genoeg dat ze rekening houden met het paardenvolk. En daar ben ik blij om, want ook dat is hier wel eens anders geweest. Nu kunnen we ongestoord over het pad crossen tot we er moe van zijn. En crossen is wat ik het liefste met hem doe. Dat eeuwige gestap doen we wel als we bejaard zijn. Het leuke van dit soort ritjes is dat we er alle twee van genieten. We zijn aan het werk maar op een speelse manier, we zien wat van de omgeving en zijn lekker samen buiten. Zodra hij zich als een wilde ongetemde Arabische hengst gedraagt weet ik dat hij het ook naar zijn zin heeft. (mijn pony komt overigens niet eens in de buurt van bovengenoemde omschrijving het is namelijk een New Forest ruin van 18 jaar oud die geen vlieg kwaad doet en liever lui is dan moe) Meestal is een uurtje rijden voor ons dan ook wel weer genoeg.

Voor aankomend weekend hebben ze weer heerlijk weer opgegeven. Ik kijk er nu al naar uit. Ik hoop mijn paardenbeest ook.

 

 

Nog vijf minuutjes…

Ik wordt wakker gemaakt door geklaag. Ik draai mij om en zie dat vriendlief al uit bed is. Afgezien van het geklaag hoor ik niets. Dat betekend dat hij al richting werk vertrokken is. Het geklaag houdt even op om vervolgens weer te beginnen. Het is niet zomaar geklaag. Het is klagelijk miauwen wat ik hoor.

Noa staat onder aan de trap en miauwt alsof het huis in brand staat. Dat doet ze niet zomaar. Dat doet ze omdat ze honger heeft. En als Noa honger heeft.. Nou.. Dat is net zoiets als wanneer ik honger heb en nog minstens een uur moet wachten voor ik aan kan vallen. Dat wil je een ander niet aan doen. Het is zondagmorgen en net half 9 geweest. Ik gil naar beneden: “NOA” om haar der mond te laten snoeren. Laat mij nog even, al is het maar vijf minuutjes, liggen. Dan kom ik er aan en krijg je eten.

Mijn stem maakt dat ze nog meer gaat miauwen. Dan hoor ik vanuit de vogelkooi mijn stem weergalmen: “NOA”. De vogel imiteert de kat gevolgd door gemiauw. Voor ik kan denken: “oh nee!!” is het feest compleet. De kat miauwt, de vogel doet haar na, gevolgd door de kat die weer op de vogel reageert EN-ZO-VOORT… Het is een cirkel die alleen doorbroken kan worden als ik tussen beide kom en ze alle twee van gevulde voerbakken en vers drinken voorzie.

Dus gooi ik de dekens van mij af en drentel in slaapkleding naar beneden om de beestjes, en vooral mijzelf, van dit klaaglied te ontdoen.

Goedemorgen Nederland…

Kleine held op sokken…

Nu buiten de temperatuur weer wat behaaglijker wordt, bevind Noa zich ook steeds vaker buiten. Bij mijn moeder thuis was ze eigenlijk altijd buiten. Alleen overdag bij slecht weer lag ze op zolder, bovenop de ketel, te knorren. De zolder bij ons vind ze minder aantrekkelijk. Wij hebben immers vloerverwarming EN een convectorput. Die bij koud en ijzig weer lekker aan staan. Deze dame ligt dan ook het liefst uitgebreid en ongegeneerd op het wildrooster (zoals wij dat noemen) of languit in de woonkamer op de vloer. (waar ze vooral niet in de weg ligt)

Naar buiten gaan was tot mijn verbazing niet iets waar Noa zich mee bezig hield. Mij achtervolgen door het hele huis, ons wakker miauwen in het weekend en flinke plukken haar achterlaten dan weer wel.

Maar nu het ijs uit de tuin is en het niet zo hard meer regent vraagt ze steeds vaker of ze naar buiten mag. Wij moedigen dit alleen maar aan. Persoonlijk lijkt het mij heerlijk om hele dagen in het park hier achter rond de lopen en op jacht te gaan naar muizen en vogels. (niet dat ze die mee naar huis moet nemen natuurlijk!!) Maar Noa was nog niet eerder klaar voor dit grote avontuur.

Noa is niet de enige kat in de buurt. Het wemelt van de poezenbeesten in de straat. Zo hebben we Wiskas, Snoes, Ollie Ollie,Kimmie en nog twee kleine krijgers waar ik de naam niet van weet. Stuk voor stuk katten die buiten komen, erg aanhankelijk en lief zijn. Behalve voor elkaar. Dan komt het “kattige” in ze naar boven.

Noa laat gemerkt of ongemerkt een geurspoor achter. Want sinds ze buiten komt is Ollie Ollie ook in onze achtertuin te vinden. Mijn kleine grote held op sokjes moet niets van Ollie hebben. Ollie vind het daarentegen prachtig om Noa de stuipen op het lijf te jagen en dan vooral door voor het raam naar Noa te staren terwijl ze op het “wildrooster” ligt te slapen. Ze kunnen minuten lang naar elkaar kijken zonder ook maar een vin te verroeren. Weliswaar met een dik stuk glas er tussen. Het enige wat hoorbaar is, is het klagelijke gemiauw. Ze zijn elkaar twee keer in de haren gevlogen. Maar dat liep met een sisser af. Geen grote plukken haar die door de tuin heen vlogen of happen uit oren.

Zelf heb ik de indruk dat Ollie alleen maar vriendschap wil komen sluiten. Een maatje zoekt om lekker mee door de straten te struinen of om samen te luieren in de tuin. Volgens mij is het nog een jong beestje en heeft hij niet veel kwaads in de zin. Noa denkt daar heel anders over. Ze is immers al 10 jaar en heeft in haar leventje al het nodige mee gemaakt. Spelen en optrekken met andere katten was iets wat ze in haar jeugd graag deed. Nu ze wat ouder is speelt ze het liefst met touwtjes (die ik dan door het huis moet trekken zodat de achtervolging vanuit haar mand ingezet kan worden) balletjes (die ik heen en ook weer terug moet rollen) of mijn voeten (gelukkig alleen wanneer ik onder een deken lig). Toch heb ik de stille hoop dat ze in de zeer nabije toekomst vriendjes wordt met één van de andere katten uit de buurt.

CoCo is een ander verhaal. De angst die ze eerst voor hem had wordt door nieuwsgierigheid verdreven. Steeds vaker zie ik haar naast of voor de kooi zitten met niets anders dan aandacht voor CoCo. Dit kon natuurlijk niet uitblijven. CoCo daarentegen laat de zonnebloempitjes niet zomaar uit zijn kooi kijken en vind het fantastisch om de confrontatie aan te gaan. Zelf ben ik daar niet zo blij mee omdat ik niet weet wie van de twee de grootste schade aan kan brengen bij de ander… Hoewel een knip met mijn vingers Noa duidelijk maakt dat dit gedrag niet gewenst is (ze loopt dan al klagelijk miauwend bij de kooi weg alsof ze zich betrapt voelt) hoop ik toch echt dat ze de buitenwereld leuker gaat vinden dan CoCo en zijn kooi.

Hopelijk brengt de lente ook wat meer lef voor Noa…

 

CoCo VS Noa…

 

 

      <–  VS  –>

 

 

 

 

 

 

10 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een kitten die geboren was bij ons op stal. Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik de stumpert mee nemen en sinds die tijd was Noa van mij. Dat het duidelijk mijn kat was bleek uit het feit dat ie graag bij mij op de slaapkamer was, mij niet met zijn nagels of tanden aanviel en zich door mij liet knuffelen en oppakken. Van andere mensen moest ie niet zo heel veel hebben. Mijn vriend noemden Noa ook wel een killercat aangezien hij nog wel eens “iemand” aanviel.

9 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een vogel. (Mijn kleine groene draak… ) Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik ook dit dier kopen en binnen een week was CoCo van mij. Hoewel we de eerste paar jaar niet konden spreken dat ie echt van mij was aangezien CoCo tegen iedereen lelijk deed, inclusief mij.

Mijn moeder was net als ik een dierenvriend en zolang ik beloofde zelf voor alle nieuwe kostgangers te zorgen was de aanschaf ervan voor haar geen probleem.

Na een aantal jaar brak de tijd aan dat ik op mijzelf ging wonen. Ik kreeg toentertijd een flatje op vier hoog. CoCo verhuisde dan ook gezellig mee. Maar voor Noa werd het een ander verhaal. De kat was gewend om buiten te vertoeven en om hem nu op te sluiten in de flat zag ik niet zitten. In goed overleg met mijn moeder bleef Noa bij haar. Mijn moeder kreeg er zelf ook nog twee katten bij, en de kat van mijn zusje verhuisde noodgedwongen ook naar haar.

Helaas kwam mijn moeder kort geleden te overlijden. Met al het verdriet dat dit met zich meebracht zaten we nu ook met de zorg voor vier katten. Gelukkig konden we voor drie katten nieuwe liefhebbende baasjes vinden. Noa, inmiddels 10 jaar, bleef over. Na een gesprek met mijn vriend, die niet zo’n dierenliefhebber is, mocht Noa toch bij ons komen wonen. De flat hadden we een paar jaar geleden ingeruild voor een prachtig huis met tuin en groot park op een steenworp afstand. Een ideale locatie om oud te worden, ook voor een kat!

De volgende dag was het zover. Noa ging met ons mee naar huis. Na alle drukte uit het vorige huis daalde er een stilte op Noa neer. Ik had sterk de indruk dat hij vanaf de eerste minuut in zijn nieuwe huis al op zijn plaats was. Hij maakte geen gestreste indruk en liep op zijn gemak door de kamer, alsof hij hier al jaren kwam. Totdat hij kennis maakte met CoCo…

CoCo die Noa duidelijk nog kon uit het verleden heeft de eerste avond alleen maar gemauwd en zijn naam geroepen. Het verbaasde mij dat Noa daar zo rustig onder bleef. Zelf werd ik er namelijk een beetje kierewiet van.

Na een paar dagen werd het tijd om de twee nader kennis te laten maken. Ik hield mijn hart vast want Noa was een echte jager. Het besluipen, omleggen, showen en vervolgens oppeuzelen van zijn prooi was zijn dagelijkse bezigheid bij mijn moeder thuis. Dit varieerde van muis tot duif. CoCo heeft weliswaar een iets grotere afmeting dan een duif, is iets gekleurder dan een duif, heeft echter wel een grotere snavel dan een duif maar hij heeft wel veren, net als een duif!!

Noa heeft tot op heden totaal geen interesse in CoCo getoond. Hij heeft hem vanaf het begin links laten liggen. Waarschijnlijk vind hij het vreselijk vervelend dat ie steeds zijn naam roept en hem nadoet als hij Miauwt. CoCo daarentegen is niet zo snel te verwurmen en was niet van plan om zijn aandacht, en dan vooral het baasje, te moeten delen met een harig beest. Het was CoCo die Noa achter na liep. Het was CoCo die Noa in zijn staart beet. Het is dus CoCo waar ik mij de meeste zorgen om moet maken.

Het is nu aan mij de taak om mijn aandacht tussen deze twee dieren te verdelen. En wel zo dat geen van de twee zich achter gesteld voelt. Inmiddels heb ik CoCo wel zo ver dat hij niet steeds van zijn kooi af stormt als ik even met Noa aan het spelen ben. Snoepjes doen wonderen…. (niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel )  

Tot twee maal toe hebben ze elkaar een kusje gegeven. Heel vluchtig om daarna ieder hun eigen weg te vervolgen alsof er niets gebeurd was. Ik laat ze niet onbeheerd alleen in de kamer. Een vos verliest nou eenmaal wel zijn haren maar niet zijn streken….

Ook mijn vriend en ukkepuk kunnen het goed vinden met Noa. En Noa? Die ligt graag al knorrend bij ons op schoot. Wat nou buitenkat?? Hij vermaakt zich prima in huis…

 

 

 

CoCo’s Spaarpot…

Na zeven jaar van vriendschap, dat bestond uit het kweken van vertrouwen en zorgen dat ik niet gebeten werd door hem, werd het tijd om CoCo wat anders aan te leren. De voorgeschiedenis is te lezen in een eerder geplaatst blog: Kleine groene draak.

Het allerkleinste atoom van een idee werd gevormd in het Palmito’s Park op Gran Canaria. Het Palmitos Park is een subtropisch paradijs met meer dan 100 palmbomen en 15.000 planten. (Aldus de folder, niet dat ik ze geteld heb) Er leven meer dan 150 diersoorten waaronder heel veel vogels, apen reptielen en sinds kort ook dolfijnen. Halverwege het park zijn verschillende vogelshows te bewonderen. Waaronder een show met papegaaien. Met een bigsmile van oor tot oor heb ik als een blij kind de show uitgezeten. De papegaaien deden verschillende kunstjes, waaronder geld in een spaarpot stoppen, zichzelf voorstellen, schilderen, fietsen, steppen, rekenen en tellen en zelfs rolschaatsen. Dit zou ik ook wel willen met mijn kleine groene draak. Hoewel rolschaatsen misschien iets te ver gezocht was. Ik was zo enthousiast dat ik niet kon wachten tot we thuis waren.

Gelukkig waren we een jaar er voor al begonnen met het leren opstappen op een ring of stok zodat hij vervoerd kon worden naar elders in het huis. Hij was dus bekend met een beloning met de stem (goedzo, braaf). Naast stem hulp wordt er nog meer van de “trainer”, ik in dit geval, verwacht. Consequentheid en snoepjes!! Liefde gaat nou eenmaal door de maag.

Zelfs vriendlief zag dit wel zitten en hoopte hierdoor ook een betere band met hem te kunnen krijgen. We waren nog geen dag thuis of daar zaten we dan, samen op de grond. CoCo moest op commando zijn pootje geven aan mijn vriend. Hij zou op zijn beurt weer een zonnebloempitje geven aan CoCo. De eerste keer ging super goed. Ik zei nog: “Daar doet ie een moord voor!” Ik zat aardig in de buurt met die opmerking. De tweede keer ging mis. Bij het woord: “Geef” hapte hij zo hard in mijn vriend zijn vinger dat deze tot bloedens aan toe open lag. Weg vertrouwen en weg motivatie. Het heeft enige maanden geduurd voor mijn vriend weer in de buurt durfde te komen van zijn snavel.

Ik wist dat de fout niet bij CoCo lag, maar dat wij zelf iets over het hoofd hadden gezien. Ik besloot het oude speeltafeltje van Ikea, waar de kleine boef inmiddels uitgegroeid was, aan CoCo te geven. Een apart hoekje in huis dat voor CoCo groot genoeg was maar waar hij niet afgeleid zou kunnen worden. Dit zou consequent zijn “werkplaats” gaan worden.

CoCo moest eerst leren luisteren en zijn eigenwijze buien bewaren voor in zijn kooi in plaats van daar buiten. Mijn bedoeling was om iedere dag tien minuten hiervoor uit te trekken. Ik had niet verwacht dat mijn groene draak zich ook maar iets van mij aan zou trekken als ik hem op het tafeltje zou zetten. Maar niets was minder waar. Ik had zijn onverdeelde aandacht.

Het was tijd voor stap twee. Ik introduceerde een spaarpot met losgeld. Het doel hiervan zou zijn dat CoCo zou leren het geld in de spaarpot te stoppen.

Volgens mijn vriend: “een tien jarenplan”. CoCo reageerde namelijk ietwat apathisch op het hele concept en bleef als aan de tafel genageld staan kijken hoe ik zelf het geld opraapte, het in de spaarpot stopte, vervolgens mijzelf met zonnebloempit of ander nootje en schouderklopje beloonde. Het tafereel moet er ook wel enigszins lachwekkend uit hebben gezien.

Al snel was hij over zijn angst heen en had hij in de gaten dat hij iets lekkers kon verdienen door iets te doen. Toen hij het principe:“muntje aanraken betekend iets lekkers” door had zijn we een stapje verder gegaan. We stopten het geld samen in de spaarpot. Ook hier ontving hij iets lekkers voor. Het duurde een week voor hij zelf het geld uit mijn hand pakte en dit in de spaarpot stopte. Hoe enthousiaster ik reageerde hoe sneller hij het door leek te hebben.

Via internet kwam ik er achter dat er educatief speelgoed voor papegaaien bestond. CoCo leerde zo snel dat ik geen moment geaarzeld heb. Ik kocht de vierkante spaarpot met verschillende gekleurde fiches. CoCo moet altijd eerst de “vogel uit de boom” kijken voor hij zich inlaat met nieuw “speelgoed”. Maar ook nu leek de beloning hem over de streep te trekken.

We zijn inmiddels zo ver dat ik de gekleurde muntjes op de tafel kan laten liggen en hem vraag de muntjes in de spaarpot te stoppen. Een beloning volgt nu pas als alle fiches van dezelfde kleur in de spaarpot verdwenen zijn.  

Mijn doel is CoCo de kleuren van de fiches te leren herkennen en deze op commando in de spaarpot te laten stoppen. Gelukkig worden papegaaien heel oud want hier gaat denk ik nog wel wat tijd in zitten….

 

 

Hopelijk heb ik binnekort foto’s van CoCo @ work…

 

 

 

Lekker he?!

De zomer lijkt nu toch echt op zijn einde. Hoewel we het afgelopen weekend toch nog heerlijk verwend zijn met zonovergoten dagen en hoge temperaturen komt de regen nu met bakken uit de hemel. Tja, niets is zo veranderlijk als het weer. Dus waarschijnlijk is de zon over een paar dagen weer present. Maar als ik nu naar buiten kijk word ik een beetje bedroefd door het gure weer. Het is koud, nat en grijs. Het ziet er ook niet naar uit dat het vandaag nog droog gaat worden.

Een voordeel van dit smerige weer is dat de vloerverwarming aan gaat. Hij staat bij ons op een tijdschakelaar. Als ik ‘s morgens mijn bed uit kom is de vloer heerlijk warm en als ik ‘s middags uit mijn werk kom eveneens. Een ander bijkomend voordeel is de convectorput. Als klein kind vond ik het heerlijk om daar boven op te zitten. (en als dat niet kon zat ik met mijn rug tegen de verwarming waardoor mijn huid zo droog aanvoelde dat het leek als of ik er tegen aan zou blijven plakken.) Terwijl ik mijn schoenen uittrap heb ik spontaan zin om met een kop thee en koekjes boven op de convectorput te gaan zitten. Om zo langzaamaan op te warmen en toe te kijken hoe de wind met de dorre blaadjes speelt en de regen lange strepen op het raam maakt.

De waterkoker staat aan en de koektrommel ligt ook al klaar. Terloops open ik de kooi van mijn kleine groene draak die mij eerder al had begroet met een volmondig: “HALLO!!!” Ik wandel met mijn kop dampende, naar meloen geurende thee en de koektrommel naar het raam en neem plaats. Ik zit nog geen twee minuten en ik vraag mij ernstig af waarom ik dit als kind toch zo heerlijk vond? Het houten rooster van de convectorput zit helemaal niet comfortabel. Nog even en we kunnen, bij wijze van spreken, hiërogliefen lezen aangezien mijn achterwerk langzaam één worden met het rooster. Maar ik wil het rustgevende en warme moment niet opgeven door één storende factor dus blijf ik koppig zitten.

Achter mij hoor ik het zachte getik van nagels op de tegelvloer. Het geluid komt langzaam mijn kant op. Het is CoCo die met zijn waggelende pas onderweg is van zijn kooi naar mij. Tenminste, dat denk ik want ik zie hem nog niet. Maar dan opeens steekt zijn groene kop voorbij de bank, als of hij ook niet zeker wist waar ik mij bevond. Na een halve minuut heeft hij genoeg moed verzameld om zich naast mij te scharen. Meestal vind hij de aanblik van de grote-boze-luchtledige-buitenwereld nogal eng en blijft hij er liever ver vandaan. Maar het feit dat ik daar voor het raam zit is blijkbaar genoeg om zijn angsten overboord te gooien. Zo nieuwsgierig als hij is….  Ik doop mijn koekje in de thee en even ben ik weer tien jaar oud. Als ik uit school kwam zat mijn moeder met dit smerige weer al klaar met thee en koekjes. Om samen de dag te evalueren. Die tijd is helaas voorbij. Nu moet ik er zelf voor zorgen.

Ik open mijn ogen en zie CoCo vragend kijken. Ik ga er vanuit dat zijn vraag niet direct voor mij bedoeld is, maar eerder voor de koektrommel. Ik breek een stuk van mijn koekje af en geef het aan hem. Hij houdt het met één poot vast en bekijkt het eerst van alle kanten alvorens een hap te nemen. Vervolgens hoor ik hem knagen aan het biscuitje, dus het is goed gekeurd. Ik neem zelf ook nog maar een hap. Eigenlijk is dit helemaal niet verkeerd. Even een moment voor ons alleen met rust en stilte een warm achterwerk creëren, terwijl het buiten zo tekeer gaat. Terwijl CoCo zijn laatste stukje koek naar binnen propt zegt hij opeens uit het niets: “Lekker he!?” Als of hij het moment ook aanvoelde. Ik raak er door ontroerd en ben bijna geneigd om hem vast te pakken en eens flink met hem te knuffelen. Nog net op tijd bedenk ik mij dat dit geen kroelvogel is hoe lief en schattig hij er nu ook uitziet. Het feit dat hij zijn angst overboord heeft gegooid om samen met mij van dit momentje te kunnen genieten moet, voor nu, genoeg zijn. En dat is het ook. Ik schuif hem stiekem nog een kruimel toe en doop zelf ook nog een koekje in de thee. “Lekker he?!” zeg ik vervolgens tegen CoCo en beantwoord hiermee direct zijn retorische vraag.

 

 

Mijn kleine groene draak…

Draken spugen vuur. Maar mijn kleine draak heb ik dit nog nooit zien doen. Ik mag hopen dat hij zich daar niet in gaat ontwikkelen want dan is het einde zoek. Mijn draak is groen van kleur en luistert naar de naam CoCo. CoCo is een Amazone papegaai van het type Geelvoorhoofd en alweer tien jaar bij mij. Ik heb CoCo leren kennen in de dierenzaak bij ons op de hoek. Ik dacht altijd dat hij bij de dierenzaak hoorde tot ik in gesprek raakte met één van de medewerkers die mij vertelde dat hij te koop was. Ik bedacht mij geen moment en een week later stond hij bij mij in de woonkamer.  

CoCo en ik hebben door de jaren heen een band ontwikkeld die volgens mijn vriend “opmerkelijk” genoemd mag worden. Het heeft namelijk enige jaren geduurd voor er wederzijds vertrouwen was gekweekt wat er voor zorgde dat CoCo niet bij iedere beweging van mijn hand in mijn vinger hing. Ik heb moeten leren dat CoCo niet altijd zijn snavel gebruikte om (heel hard) te bijten. Vertrouwen moet nou eenmaal groeien en als je een aantal keer tot bloedens aan toe in je vinger of hand gebeten bent terwijl je er van uit gaat dat je echt heus waar niets fout gedaan hebt wil je de moed wel eens laten zakken. Maar ik hield stug vol. Door middel van internet kwam ik er achter hoe ik zijn vertrouwen kon winnen. Ik ben de verschillende tips toe gaan passen. Ik heb mij geabonneerd op verschillende vogelfora en heb geleerd om door de ogen van een papegaai te kijken en te handelen. Ik ben nog wel verschillende malen flink hard in mijn vingers gebeten maar vanaf dat moment wist ik wat ik fout deed. Een typisch geval van eigen schuld dikke bult.

CoCo en ik zijn reeds grote vrienden (figuurlijk gezien) en ik ben blij dat ik een aantal jaren geleden niet mijn handen terug heb getrokken maar ze daar heb gehouden, onbeschermd en wel, waardoor het vertrouwen van beide kanten is toegenomen. Hij heeft een geheel eigen mening en is niet van plan deze onder stoelen of banken te schuiven. Vandaar zijn bijnaam: draak. Volgens onderzoekers hebben papegaaien (en andere kromsnavels) een hoog IQ vergeleken met andere vogels. Het vermogen om te denken, linken te leggen en daarnaar te handelen zou gelijk staan aan het doen en laten van een kind van drie jaar oud. Hier valt natuurlijk over te twisten maar ik kan inmiddels uit eigen ervaring putten en jullie meedelen dat het IQ van onze groene draak wel degelijk hoger is dan het IQ van onze huismus.

CoCo beschikt over een grote woordenschat die hij in de loop van de tijd eigen heeft gemaakt. Hij leert erg snel en voor je het weet heeft hij zichzelf iets aangeleerd waarvan je liever niet had gewild dat hij dat zou doen. Het kost hem geen moeite om een piepende deur of het openen van een ritssluiting na te doen. Ook het huilen van een kind (en dan niet eens die van ons) is voor hem geen probleem. Auto alarmen na doen daar draait hij zijn vleugel niet voor om evenals het mee bleren op muziek van popstarts, Idols of welke andere vorm van muzikaal vermaak dan ook. Hij zingt graag met iedereen mee…

Het leek mij leuk om CoCo de naam van de kleine aan te leren. Maar hoe ik ook probeerde hij vertikte het. Na vier jaar zei hij het eindelijk op commando. Niet bij mij, maar bij vriendlief. Die twee konden elkaar toen der tijd niet luchten of zien. (Nu gaat het al een stukje beter hoewel er voor alle twee nog veel te leren valt, maar ze zijn gewoon te koppig om toe te geven). Hoeveel moeite ik ook deed, hoeveel zonnebloempitjes ik ook voor zijn snavel hield, hoe zielig ik ook keek. Hij zweeg in alle talen.

Zo heeft CoCo nog meer drakengrappen. Hij is echt de clown in huis en daar vertel ik dan ook graag over. Als mensen op visite komen willen ze dit wel eens zien en ik hoop dan ook dat CoCo mee werkt. Maar nee, ook dan zal hij niet altijd zeggen of doen wat ik graag wil laten horen of zien en vervolgens ga ik af als een gieter.

Tot dat:

– CoCo iets moet doen wat hij liever niet wil doen zoals badderen of mee naar buiten;
– er een pot appelmoes op de tafel staat en ik bepaal of hij iets krijgt;
– ik een banaan aan het eten ben;
– ik sla met mais en pijnboompitjes aan het klaar maken ben.

– ik aan het telefoneren ben en eigenlijk niet afgeleid kan worden;
– er een zak chips open gaat.

Al met al gilt hij bijna de woordjes naar je hoofd, hinkt op één poot een rondje door de kamer of zwaait met zijn vleugels alsof hij Sinterklaas uit zwaait en dat alleen maar als hij denkt dat er iets te halen valt of als hij iets niet hoeft te doen. Hij weet heel goed waar hij mijn ego mee moet strelen om zijn zin te krijgen… Niet dat hij die zomaar krijgt, maar slim is het zeker wel  

CoCo heeft op zijn eigen manier zijn plekje in ons huis (en in mijn hart) veroverd. Ik hoop dat mijn vriend en hij ooit nog eens goede maatjes worden. Hoewel ik betwijfel of dat in dit leven gaat gebeuren.

Voor de lezers die nu toch wel nieuwsgierig geworden zijn volgt hieronder een kleine greep uit CoCo zijn woordenschat:

CoCo /Hé CooC / Hallo…. (en dan wel in verschillende toonhoogtes) /Dag Doei & tot straks /Slaap lekker / Weltrusten / Goedemorgen / CoCo lekker geslapen?/ CoCo lekker slapie daan? / Ja? / Jaaaaaaa! / Waar is Noa? Noooooooaaaaaa……. (de kat) / Wat zegt Noa?? Miauw / Tok tok tok (een kip) / Zooooooo CoCo schoooooooon / Echt waar? / Echt waar! / Papa… / CoCo is lekker buiten / Kom is? Kom maar / Lekker koppiekrauw?/ Zachtjes / Ja, je moet wel zachtjes doen / Paster op hoor…. JAAAA, pas op hoor!! / Oeh.. das lekker! / Lekker hé?! / Ik hoor je wel gillen hoor / Krijgt Deborah kusje van jou? / Mmmmmwa (kus geluidje) / Krijgt CoCo een pootje van jou? / Dank je wel / Dank je daan (een samenvoeging van dank je wel en graag gedaan) / Wat is dat nou pien? / mmmmmmm / Krijgt CoCo een druifje? / Wat zeg je dan?? / CoCo lekker werken / Wat heeft CoCo gedaan vandaag? / hahahahaha /Oh ooooooo / Rood / Blauw.