Welverdiende medaille…

14 mei, de dag dat half Zwijndrecht op zijn kop stond. De wegen waren afgezet en mensen kwamen overal vandaan. En dat alles voor de 37e editie van de Verkerkloop. (een hardloopevenement) Bofte ik even dat dit alles in mijn eigen achtertuin plaats vond. Dus in mijn hardloopkleding wandelde ik naar mijn nichtje, die nog dichter bij de start van het parcours woont. Neef en oom zouden daar ook naar toe komen. Met een klein gezelschap liepen we rond 19.45 uur naar de start. Ondertussen deden we onze warming-up. Want eenmaal in het startvak zou daar niet zo heel veel ruimte meer voor zijn.

Het was winderig weer en overdag vielen er zelfs nog wat flinke buien. De vraag die mij eerder die dag bezig hield was wat ik in vredesnaam aan moest trekken. Korte broek, lange broek. Shirt met lange mouwen of een shirt met jas. PPfff en dat alles voor maar vijf kilometer. Maar niet zomaar vijf… Ik wilde nu toch wel graag onder de 30 minuten eindigen. Maar of dit zou gaan lukken? Het weekend daarvoor had ik mijn twee hardloopavonden omgeruild voor een weekendje Brugge. Deze dagen stond vooral in het teken van eten, veel en lekker eten. Er zat dus iets meer Boor om mijn botten…

20.15 uur klonk het startschot. Langzaam kwam de horde in beweging. Het duurde even voor we over de startstreep gingen. Oom was de enige van ons die zich officieel had opgegeven voor de 10 kilometer. Ook hij wilde graag onder zijn eerder behaalde tijd blijven en de eerste vijf kilometer moest dus om en nabij de 29 minuten worden afgelegd. Om mijn doelstelling te halen hoefde ik alleen maar zijn benen te volgen. Nichtje hield mij gezelschap. Hoewel ik van mening was dat ze makkelijk een eigen PR had kunnen lopen. Ze liep alsof we aan het flaneren waren over de boulevard van Scheveningen. Geen spatje zweet, terwijl het bij mij na 500 meter al van mijn voorhoofd drupte.  En adem genoeg om mij de hele weg af te leiden met van alles en nog wat, terwijl ik alleen maar JA of NEE kon uitbrengen.

Bij twee kilometer was ik de benen van mijn oom al kwijt. Natuurlijk genoeg andere “hazen” dus bleven we even plakken achter twee heren die een tempo hadden dat wij redelijk konden bijbenen. Ondertussen verlieten we de rijbaan, waar met zes men naast elkaar gelopen werd. En moesten we via een wandelpad verder waar maar met twee man naast elkaar gelopen kon worden. Dit leverde een kleine vertraging in ons tempo op. Dat stukje gebruikte ik om even op adem te komen. De laatste 1,5 kilometer brak aan. Op dit stuk stonden her en der familieleden en vrienden ons aan te moedigen.

Bij de lus, die het parcours maakte, zag ik opeens mijn oom. Zover zaten we dus niet uit elkaar. Nichtje gaf mij nog even een figuurlijke schop onder mijn hol door een eindsprint in te zetten. Ik besloot achter haar aan te gaan. Ik vloog over de finish om vervolgens tegen een muur van stilstaande mederenners op te knallen. Iedereen bleef staan om zijn welverdiende medaille in ontvangst te nemen. Al hijgend en puffend drukte ik de tijd op mijn horloge stil. Ik sloot met een bezwete grijns op mijn bakkes achter in de rij aan. Want bij het zien van mijn tijd had ik die medaille meer dan verdient. De vijf kilometer liep ik uiteindelijk in 29.17 minuten. Ook neef en oom liepen de tijden die ze hadden gehoopt en zelfs sneller.

Volgend jaar loop ik hem onder de 29 minuten!!

Verkerkloop

Een snelle vijf…

“Waar kijk ik naar?” Vraag ik mijn nichtje die een formulier onder mijn neus schuift. “Naar een snelle vijf. Zin om mee te doen?” Ik pak het formulier van haar aan en bekijk het aandachtig. Ik heb nooit iets van dit soort schema’s gesnapt en dit formulier, met lettertype priegel, is naast onverklaarbaar ook nog eens slecht te lezen. Het enige dat ik begrijp is uit hoeveel weken het bestaat en hoeveel trainingen ik zou moeten doen. “Onderaan vind je de legenda!” Zegt mijn nichtje, die het blijkbaar gewend is om aan de hand van schema’s hard te lopen. “Oh ja, nu zie ik het ook…” Roep ik nadat ik nog eens een paar seconden naar het blaadje heb zitten kijken. “Vind je het erg als ik gewoon ga hardlopen??” Vraag ik lachend terwijl ik het blaadje weer aan haar terug geef.

En zo geschiedde. Eerder dit jaar had ik al een poging ondernomen maar dat werd bruut onderbroken omdat Poownie op mijn teen was gaan staan. Nu de dagen langer worden, de zon zich meer laat zien en de paarden op het land staan, staat niets mij meer in de weg om drie keer in de week over straat te rennen met mijn tong over het asfalt en met een oververhit hoofd. De “snelle vijf” was een mooi moment om direct weer goed van start te gaan.

Ik begon met een rustige vier kilometer. Hardlopers zijn doodlopers en daar wenste ik niet aan mee te doen. Twee dagen later werden het er vijf. Ook nu lag het tempo laag. Ik deed er meer dan 34 minuten over. Ik was gesloopt. Uit ervaring weet ik dat het opbouwen van de conditie vrij snel gaat. Doorzetten is een belangrijk punt evenals volhouden. Dus twee dagen daarna liep ik wederom mijn rondje. De trainingen bouwden zich op naar drie maal in de week. Ik begon naast mijn routes ook de afstanden en snelheden te variëren.

Toen door een overvolle agenda het hardlopen in het geding kwam besloot ik zelfs om in de ochtend te gaan rennen. Op een nuchtere maag, en zonder koffie. Dat was een hele uitdaging en ik verklaarde mijzelf voor gek. Zo stijf als een plank en nogal ongecontroleerd liep ik het slaap uit mijn ogen. Maar ik deed het toch maar weer. Trots dat ik was als ik om 09.00 (oververhit) thuis kwam en klaar was voor de rest van de dag.

Mijn lichaam vertoonde na een aantal weken trainen gelukkig nog steeds geen mankementen. Het  werd tijd om weer eens bij de hardloopvereniging te buurten. Daar stond een pittige fartlek op het programma. Ik train in een groep intensiever dan wanneer ik alleen mijn rondje loop. Dat resulteerde in twee dagen flinke spierpijn. Maar dat mocht de pret niet drukken. Hoewel ik mijzelf verplicht om minimaal drie keer in de week te lopen kijk ik de dag zelf al uit naar mijn loopje van die avond. Zal het mij lukken om nu toch weer wat sneller te zijn als de laatste keer??

Het trainen begint zijn vruchten af te werpen. De spierpijn was niet voor niets. Laatst liep ik de vijf kilometer in 30.31 minuten. Dat betekend dat ik toch meer dan vier minuten van mijn eerst gemeten tijd heb afgesnoept. De eerst volgende wedstrijd wordt de Verkerkloop in Zwijndrecht. Misschien zit er dan toch wel een snelle vijf in… 🙂

Hier word ik vrolijk van…

Nu het al een aantal dagen vies, smerig en nat weer is buiten krijg ik steeds meer zin om de gordijnen dicht te doen, mijn bedje in te kruipen en te beginnen aan mijn winterslaap. Mijn gemoedstoestand staat namelijk in directe verbinding met de barometer. Maar helaas. De winterslaap moet wachten tot de zomervakantie. Het smerige weer trotseer ik dagelijks met opgeheven hoofd (de eerste tien minuten als ik in de auto zit, op weg naar poownie…) om daarna diep weg te kruipen in mijn vijf lagen kleding! Door je te omringen met dingen die je leuk vind en dingen die je vrolijk maken ga je je vanzelf ook vrolijk voelen. Tenminste, zo werkt dat bij mij. Dus hieronder volgt een soort van happy list. Dingen en gebeurtenissen die mijn humeur een stukje opschroeven:

~     Een mooie blauwe lucht. Het maakt mij niet uit of ik moet werken of vrij ben. Als de lucht  blauw is en het zonnetje zich laat zien dan oogt alles altijd vriendelijker;

~     De lente die er aan gaat komen. Hij lijkt nog ver weg met al dat smerige weer. Maar het bewijs is geleverd nu het in de morgen weer vroeger licht is en het langer duurt voor de lampen in de straat weer aangaan;

~     Poownie die, dankzij het uitblijven van de winter, zijn wintervacht beetje voor beetje aan het verliezen is. Nu hebben we weer een reden om flink te poetsen. Verbazend om te zien dat hij onder die smerige vacht echt nog wit is. Het liefst rij ik hem door de wasstraat maar dat heeft met zoveel regen toch geen nut;

~     Het gesprek dat ik met een grote uitvaartbegeleider (bij ons in de regio) gehad heb met betrekking tot de uitvaartfotografie. We hebben gepraat over onze passie. Hij over zijn werk als ondernemer in de uitvaart en ik als fotograaf. Er zijn mooie ideeën besproken. Nu kijken of, en hoe, we hier invulling aan kunnen gaan geven… Dit verhaal krijgt dus nog een “wordt vervolgd…”

~     Voor het eerst in zeven jaar tijd krijgt Foto Hamar (sportfotografie) haar eigen logo. Zodra het af is gaat ook de website een complete metamorfose ondergaan. Toegankelijker, professioneler en meer van deze tijd;

~     De naderende wintersportvakantie met familie en vrienden. We zijn net terug maar gaan graag nog een keer, wat vervelend nu!!

~     Het weekendje weg naar Brugge met vriendlief dat reeds gepland is, evenals onze zomervakantie;

~     Na een half jaar wikken en wegen heb ik eindelijk een keuze gemaakt en mij opgegeven voor een cursus bij Mieke Zomer op de Zomerhof;

~     Hoewel ik mijzelf streng had toegesproken om direct in het nieuwe jaar weer te gaan hardlopen heb ik dat even een maandje opgeschoven. In het blad “Runners world” las ik namelijk dat de meeste blessures in de maand januari ontstaan. Dat wilde ik graag voorkomen (of had ik gewoon geen zin en tijd??). We zijn inmiddels voorzichtig aan begonnen en de eerste kilometers staan weer geregistreerd;

~     De tijd en de rust vinden om lekker te lezen en helemaal op te gaan in het verhaal. Heerlijk om zo boeken te verslinden;

~     De eerste sporttoernooien van dit jaar staan al gepland. Foto Hamar is te vinden op het Jaap vd Wiel toernooi in Dordrecht en twee hockeytoernooien bij GHC Rapid in Gorinchem. Daar gaan hopelijk nog wat toernooien aan toegevoegd worden;

Alleen al het teruglezen van bovenstaande maakt mij vrolijk. Ik krijg zin om nieuwe dingen op te pakken. Mijn kilometertjes te lopen. Vakantieverslagen door te nemen en fotoalbums in elkaar te zetten.

Wat voor effect heeft het vieze weer op jouw humeur?
En wat doe jij om vrolijk te worden?

Zien lopen, doet lopen: doel halen!!

Ik heb er teveel van op mijn agenda staan en mijn 2-do lijstjes puilen er soms van uit. Het probleem met mijn doelen is vaak dat ik halverwege afhaak. Ik red het simpelweg niet tot het einde. Dit komt door al mijn andere interesses. Nog voor het ene doel behaald is, kondigt zich het volgende doel alweer aan. Ik vind gewoon te veel dingen leuk. Maar soms ook omdat het een kansloze missie is en ik vooraf eigenlijk al weet dat dit doel gedoomd is te mislukken. Te slechte voorbereiding, niet nagedacht en impulsief ergens aan begonnen. Of, zoals al gezegd, er is zoveel leuks!!! Zodra ik aan iets nieuws begon riep mijn moeder altijd: “En, tot hoever denk je nu te gaan komen?” Daarom was ik er dit keer zo op gebrand om mijn doel wel te halen. Om te bewijzen, zowel aan moeder als aan mijzelf, dat ik het kon. Dat ik echt wel ergens voor kon gaan. Van A tot Z. Mijn doel: De vijf kilometer onder de 30 minuten uitlopen.

Sinds kort ben ik lid van de hardloopvereniging. Ik draaf, samen met een grote groep andere fanatiekelingen, over de weg, (het gras en de dijk.) Hoewel ik inmiddels al een week of drie/vier niet geweest ben… We krijgen verschillende opdrachten voorgeschoteld. Het mooie is dat ik hierdoor in korte tijd sterker en sneller geworden ben. De oefeningen geven mij nieuwe energie om zelf ook twee keer in de week, soms alleen en soms samen met neef, nicht en hardloopmaatje, mijn “verplichte” rondje te rennen. “Verplicht” is hier overigens met een glimlach. Ik doe het, zowaar, met veel plezier. Dus gemiddeld loop ik drie keer in de week.

Op donderdag 29 augustus was het dan zover. De Seuterloop van ’s-Gravendeel. Het evenement lag ver genoeg in de planning om er goed voor te trainen. Het was realiseerbaar. Dus opgeven was nu geen optie! Neef leek het leuk mij bij dit zelf opgelegde doel te assisteren. Hij bood zich aan als haas. Een half uur van tevoren waren wij al bezig met onze warming-up. Want een goed begin is het halve werk!! Het startschot klonk om 19.30 uur. De horde kwam in beweging en ik liet mij met de stroom meevoeren. Dit keer duurde het even voor ik links en rechts werd ingehaald. Dat was alvast een goed teken. Onderweg zag ik een aantal bekende van de voetbal staan, evenals de trainer van Uk. Die luidkeels toeriepen dat ik goed bezig was. Wat leuk dat ik nu eens door hun aangemoedigd werd in plaats van andersom. Voor ik het wist hadden we de eerste twee kilometer al achter de rug: De eerste in 5.19 minuten en de tweede in 5.41 minuten. Natuurlijk liep ik veel te snel. Maar ik kon mij niet inhouden. Mijn ademhaling werd steeds zwaarder. Neef had dit in de gaten en was op dat moment niet alleen mijn haas maar ook mijn mental coach.

Het parcours viel mij een beetje tegen. Vier keer een dijkje op, over klinkers, gras en ongelijke weghelften. Terwijl mijn tong steeds dikker werd, mijn hoofd rood was aangelopen en het leek alsof ik onder een waterval was doorgelopen, liep Neef naast mij alsof we een rustige wandeling aan het maken waren. Zijn hartslag prima onder controle, geen spoortje zweet. Ondertussen riep hij mij toe wat ik moest doen. Rustig blijven ademhalen en iets terug in tempo. We lagen goed op schema door onze snelle start. Toen de steken in mijn zij echt niet meer te houden waren moest ik even lopen. Ook hier was tijd genoeg voor. Vriendlief en Uk stonden aan de zijlijn met hun fotocamera. Alleen hiervoor had ik tijd om te glimlachen en te zwaaien. Verder kon ik niets anders doen dan mij concentreren op mijn ademhaling en het lopen. Zelfs tegen Neef kon ik niets anders uitbrengen dan: ja of nee.

De laatste ronde brak aan. Nog één maal het dijkje op. Daarna was het een lus terug naar de start/finish. Onder aanmoediging van de voetballertjes, trainer van Uk en Neef liep ik de laatste meters van de wedstrijd. Ik kon wel janken toen ik over de finish kwam en naar de klok keek die de tijd aangaf…

29.08 minuten. Ik kon trots zijn op mijzelf, ik had mijn doel gehaald!!

Onverwacht gezelschap…

De werkdag was een drama. Een hoop gezeur, vervelende telefoontjes en geïrriteerde collega’s. Voeg daar een dosis slaaptekort aan toe en de chaos is compleet. Ik voelde mij ellendig. Tijd om de negatieve energie van mij af te rennen. Rondje polder stond er op de planning. Eenmaal thuis stuif ik door naar boven, spring in mijn hardloopkleding en trek mijn i-pod uit de kast. Terwijl mijn GPS verbinding zoekt met de satelliet sta ik mijn veters te strikken, gevolgd door een warming up.

Ik ben het park nog niet uit of het gezemel begint al. Mijn broek zit niet lekker, mijn sok zit dubbel in mijn schoen en mijn oortjes vallen steeds uit. De ellende van de dag hangt als een wolk muggen om mij heen. Ik kan wel janken… Ik zet mijn muziek wat harder en schroef mijn tempo op om alles achter mij te kunnen laten. Links van mij duikt er plots een fietsertje op. Ik schuif een stukje naar rechts zodat hij kan passeren. Maar dat doet hij niet. Hij blijft naast mij fietsen. Ik werp hem een blik toe die op onweer staat. Ik kijk in zijn fel blauwe ogen en sproeterige gezicht. “Hoi” roept hij met een glimlach. Ik pers een “hoi” over mijn lippen om daarna weer stoïcijns voor mij uit te kijken. Inmiddels zijn we bij de polder aangekomen. Het ellendige jong op zijn groene fiets blijft maar naast me en kijkt mij aan alsof hij iets verwacht.

“Wat bent u aan het doen?” Ik zet mijn muziek uit. Hoor ik dat goed? Vraagt hij nu echt wat ik aan het doen ben?! “Ik werp de etter een venijnige blik toe. “Ik ben aan het kunstschaatsen en heb zojuist een drie dubbele cherryflip gemaakt.” “Oh ja… Nu zie ik het ook.” Is zijn antwoord, gevolgd door “Mooie paarse schaatsen heeft u!” Wijzend naar mijn schoenen. “Waar moet je heen?” vraag ik hem, in de hoop dat hij zegt rechtdoor te moeten waar ik linksaf ga. “Oh, nergens, ik fietste gewoon wat rond tot ik u zag.” We zijn inmiddels 1.5 kilometer verder en ik ben bang dat ik de overige kilometers niet van hem af kom. Ik schat het joch niet ouder dan een jaar of tien. Ik moet er niet aan denken dat Uk met een onbekend persoon mee de polder in fietst. Daar zal ik hem haarfijn aan helpen herinneren als ik thuis kom. “Ik vraag mij af wat je ouders er van vinden dat je een wildvreemd persoon gezelschap houdt tijdens het hardlopen?” “Zo wild ziet u er nu ook weer niet uit.” Wuift hij met zijn handen los van het stuur. “En mijn vader doet ook aan hardlopen!” Alsof hiermee mijn vraag beantwoord is.

Ik besluit het kind naast mij te negeren en ren door. Mijn blik gericht op de komende paar meters voor mij. Steeds sneller en sneller gaan mijn benen en mijn voeten raken de grond nauwelijks. Ik geniet van het zweef moment. Dit tempo houd ik niet lang vol en ik moet gas terug nemen. “Stop je nu al? Ren door tot aan de laatste boom!” Ik wil mij de les niet laten lezen, maar ik wil ook niet onderdoen voor het joch. Dus ik zet alles op alles en ren door tot aan de laatste boom. Dan ga ik over op een lichte dribbel om bij te komen. De laatste kilometer heb ik mooi onder de zes minuten gelopen. Geheel buiten adem, dat dan weer wel. “Kom, we doen dat stuk nog een keer. In het zelfde tempo!” We? Denk ik bij mijzelf. Hij heeft zijn fiets al omgekeerd en staat mij verwachtingsvol aan te kijken. Ik draai om mijn as en ren naar hem toe. Samen vertrekken we weer vanaf de laatste boom naar de eerste in een flink vaart. Ondertussen roept hij kreten als, “Dit tempo vasthouden!! Nog een klein stukje!” Bij de eerste boom aangekomen draaien we weer om en in een lichte dribbelpas vervolgen we onze weg. Ik kan geen zinnig woord uitbrengen maar hij heeft praatjes voor tien. Hij verteld over school, zijn vervelende zusje, de vakantie naar Oostenrijk, zijn ouders en zijn overleden opa die hij heel erg mist. Alsof we elkaar al jaren kennen. Ik begin sympathie voor hem te krijgen. Zoals hij praat is het net of ik mijzelf hoor praten. Mijn norse blik ontdooit en de irritatie ebt langzaam weg.

Een blik op mijn horloge vertelt mij dat ik nog maar een kilometer hoef te gaan. Ik zet aan om mijn tempo te verhogen en hoor hem nog steeds naast me ratelen. “Kom we gaan intervallen van lantaarnpaal naar lantaarnpaal.” Weer dat WE!! Hij ziet mijn blik en alsof hij weet waar ik voor train zegt hij: “Anders wordt je nooit sneller!” Het kind heeft er blijkbaar verstand van. Ik versnel en verlaag mijn tempo gedurende een halve kilometer. Dan zit ik er echt doorheen. De laatste halve kilometer brengen we zwijgend door. Hij op zijn fiets en ik in een makkelijk vol te houden tempo. Bij het park gekomen gaat mijn dribbel over naar een wandeltempo. Van mijn ellendige gevoel is inmiddels niks meer over. De zwerm muggen heb ik achtergelaten in de polder. Waar ze horen. Ik voel mij heel licht en vooral moe. “Goed gedaan!!” Roept hij. “Dank u.” Zeg ik met een glimlach en ik geef het joch een high five. “Hier moet ik de straat in, ik woon een stukje verder.” Hij wijst in de richting van een rijtje huizen. “Bedankt dat ik met u mee mocht!” Nog voor ik kan antwoorden dat ik nooit toestemming heb gegeven maar toch stiekem wel blij ben dat hij mee gefietst was, steekt hij de straat over. Inmiddels razen de auto’s over de weg tussen ons door. Hij draait zich nog een keer om en zwaait naar me. Daarna is hij weg, mij alleen achterlatend. Ik draai mij om en moet lachen. Zo’n gekke training heb ik nog nooit mee gemaakt…

Zien lopen, doet lopen: N.O.A.D.

Op het programma stond een fartlek, een vaartspel. Oftewel enige vorm van tempolopen, waarbij het terrein en de omgeving onder andere bepalend is voor je tempo. Heuveltje op, heuveltje af, sprinten, dribbelen en dat ongeveer 1,5 uur lang. Het is uiterst vermoeiend en het zal niet in mij opkomen om deze vorm van lopen te integreren in mijn eigen training wanneer ik alleen de straat op ga. De atletiekvereniging daarentegen, laat zijn lopers graag zweten. Je wordt er sneller en sterker van. En moe!!!!

Na iets meer dan 1.5 kilometer rennen hebben we het park bereikt en krijgen we de opdracht ons in een cirkel op te stellen. Terwijl de grondige warming-up stelselmatig wordt afgewerkt tel ik het aantal aanwezige personen. In totaal zijn we met 28 man. Een grote opkomst voor dit warme weer en de vakantietijd. We hebben met het losdraaien van de schouders, heupen en knieën de aandacht getrokken van de mensen en kinderen die in het park aanwezig zijn. Het moet er natuurlijk ook wel erg stom uit hebben gezien zoals we daar stonden en dat met die hitte.

De trainer zette met behulp van pionnetjes een rechthoek uit op het grasveld. Op de lange zijde versnellen en op de korte zijde dribbelen. Alsof ik mijzelf tegen mijn paard hoorde praten. Iets wat wij in de rij-bak ook wel eens oefenen om hem “aan het been” en dus sneller te maken. 15 minuten lang. Het zweet gutste bij de eerste lange zijde rennen al van mijn voorhoofd. Op gras lopen kost meer energie met het ontwijken van kuilen en hobbels. De jeugd vond het niet alleen amusant om ons te zien rennen, ze deden zelfs met ons mee. Na een rondje sprinten hielden ze het echter al voor gezien. Veel te warm voor die onzin. Toen het eindsignaal klonk moesten we, om bij te komen, een rondje dribbelen op verhard wegdek om het park heen. Mijn benen voelde aan als lood maar wat een verademing om weer op asfalt te kunnen rennen.

Terug op het grasveld had de trainer twee tegenover elkaar liggende lijnen uitgezet. In drietallen moesten we nu om en om gaan sprinten. Acht minuten lang. De eerste paar minuten werden er onderling nog wedstrijdjes gehouden wie als eerst aan de overkant was. Maar naarmate de tijd vorderde liep ook het tempo bij de snelste lopers een heel stuk terug. Het sprinten en stilstaan is erg vermoeiend maar opgeven is geen optie. Daarom is lopen in een groep zo motiverend.

Na deze sessie hadden we wel wat drinken verdiend. Dorstiger dan ooit greep ik naar mijn drinkgordel. In een lichte dribbel liepen we daarna naar het einde van het park. Daar volgende nog een estafette run. Geen idee wat ik mij daarbij voor moest stellen, afgezien van het “stokje” doorgeven. Het stokje bleef dit keer achterwege. Persoon één liep een rondje om het kikkerbadje, persoon twee bleef wachten tot hij aan de beurt was om de taak over te nemen. Ik was erg blij met dit rustmoment in de training. Maar eenmaal bezig besefte ik dat dit nog vermoeiender is dan te blijven rennen. De eerste helft van iedere ronde ging perfect. Een mooie snelle tijd. Maar halverwege begonnen mijn benen te verzuren en werd ik links en rechts ingehaald door de andere lopers. Een loper riep in niet mis te verstane woorden: NOAD naar me. Het vraagteken dat boven mijn hoofd verscheen kon zo’n beetje het park verlichten als het donker was geweest. Hij moest lachen en vertelde mij waar het voor stond: Nooit Opgeven Altijd Doorgaan!! Dus draafde ik achter de groep aan om daarna de beurt aan mijn nichtje over te dragen.

Toen dit kwartier ook voorbij was en iedereen zijn veters had gestrikt, een slok water had genomen en er weer klaar voor was, liepen we in een rustig tempo met zijn allen door het park terug naar de atletiekvereniging. Daar volgden nog een relaxte cooling down. Het was een korte trainingsavond met maar 6.5 kilometer op de teller. Maar wel een explosieve 6.5 kilometer. Ik heb mijzelf er door heen geNOAD en hoop dat het afzien op dit soort avonden resulteert in een snellere tijd op de wedstrijd in augustus.

Dat kun je best…

Inmiddels ren ik alweer een paar weken rond op mijn nieuwe shoes en we zijn al aardig aan elkaar gewend. Dat ging niet zomaar want de eerste week heb ik last gehad van de onderkant van mijn voeten en van mijn scheenbeen. Even was ik bang dat ik, ondanks een loopanalyse, zomaar wat  aangesmeerd had gekregen. Maar aangezien ik een doel voor ogen had, en nog steeds heb, besloot ik door te gaan met hardlopen en het de weken daarop gewoon wat rustiger aan te doen. Dit hielp aanzienlijk. Mijn voeten waren blijkbaar niet gewend aan mee verende en zachte schoenen.

Ook mijn GPS horloge is een grote aanwinst. Zeker de neuroot in mij is er erg blij mee. Wat een prachtig ding. Hij meet zo’n beetje alles wat ik wil. En het leuke is dat ik, zodra ik weer thuis ben uiteraard, op internet mijn route ook nog eens terug kan zien en vol trots aan vriendlief mijn afstand en snelheid kan tonen (zonder te sjoemelen !!)

Mijn neef had ook in de gaten dat ik braaf drie keer in de week mijn rondje liep en vroeg mij om samen met hem en ons “marathon nichtje” mee te gaan naar de atletiekvereniging waarvandaan ook een paar keer per week de loopgroepen vertrekken. De verschillende groepen bestaan uit wedstrijdlopers tot recreant, van sprinters tot lange afstand lopers. Neef en nicht trainen al enige tijd bij de recreanten. Dat dit de recreantengroep was voor de middellange afstanden was mij niet bekend (wedstrijden van 5 tot 30 km). Daar kwam ik later pas achter…

Na een paar keer nee gezegd te hebben, mijn tijd is niet zo snel als die van jullie, ik houd jullie tempo niet vol, ik durf niet…  verzekerde mijn neef mij dat er met mijn tempo niks mis was, ik kon pauzeren wanneer ik wilde en ik verder niet zo moest piepen… Na nog een gesprek met mijn nichtje die mij het zelfde verzekerde als mijn neef besloot ik een proeflesje mee te doen.

Wat voor soort mensen doen hier aan mee? Wat moet je verwachten van een training? Kan ik het echt wel volhouden? Vragen waar ik vrij snel een antwoord op kreeg. Met een mannetje of 30 was de groep flink aan de maat. De leeftijd varieerde van begin 20 tot halverwege de 60. Met een fartlek-achtige loop was de training best pittig te noemen. Het begon met twee kilometer warm lopen in een tempo dat mij beviel. Daarna een goede warming-up gevolgd door wat loopoefeningen. De spieren waren opgewarmd dus kon het feest beginnen. Er werd een parcourtje uitgezet waarbij je afwisselend langzaam en snel moest lopen. Dit 20 minuten lang. Na een korte pauze kregen we een tweede opdracht. Net toen ik dacht al mijn kruit verschoten te hebben. Dijkje op in een snel tempo, dijkje af in een rustig tempo. “Je spieren moet je gaan voelen zodra je bijna boven bent” galmden het van beneden. Ik voelde ze echter toen ik nog geen kwart van het dijkje gehad had. Maar de tijd vloog aangezien mijn nichtje bleef praten en ik hierdoor aardig wat afleiding had. Voordeel van het trainen in een groep, je geeft minder snel op.

Na een minuut of vijftien zat ook deze oefening erop en in een rustig tempo liepen we naar de volgende locatie. Daar kregen we de opdracht om in drietallen een estafette race te houden. Ook hier werd er op houding en looptechniek gelet. Gelukkig klonk na vier minuten het fluitje wat betekende dat de training er opzat. Ik stopte de tijd van mijn horloge en zag dat ik over heel de avond negen kilometer gelopen hadden. Bijzonder aangezien ik thuis niet verder loop (of kom) dan vijf. *blij* Mij werd tevens verteld dat er gemiddeld rond de 10 tot 12 kilometer per training gelopen wordt. Hoe sneller je loopt hoe meer km’s je uiteraard maakt.

Eenmaal terug op de vereniging volgden er nog een cooling-down en wat buikspieroefeningen. Dankbaar pakte ik het flesje water aan dat mijn nichtje mij voorhield. Die had ik nu wel verdiend!

Zien lopen, doet lopen, ga je mee?

In de bak paardrijden is al enige maanden niet meer wat het geweest is. Het worteldoek steekt hier en daar door de zandbodem heen. De afrastering is gebroken en de bodem zelf staat geregeld onder water of is bevroren. De enige keer dat we zouden kunnen rijden is ’s-avonds als de verlichting het een paar weken geleden niet begeven zou hebben. Daar komt nog bij dat het dan minstens een week niet zou moeten regenen. Want een zeepaard mag dan wel dezelfde naam dragen als mijn edele viervoeter, ze zijn zeker geen familie van elkaar. De afgelopen periode heeft het ook aardig gevroren dus was de rij bak omgetoverd tot minischaatsbaan. Kortom de bak is een drama bij ons.

Gelukkig staat het paard de hele dag met zijn “buurvrouwen” in de paddock. Daar kunnen ze zich uitleven, achter elkaar aan jakkeren, kuilen graven of elkaars deken slopen. Toen de herfst zijn intreden deed had ik mij erbij neergelegd dat zijn conditie de komende (winter)maanden er niet op vooruit zou gaan. Dat actiepuntje bewaren we voor de lente. Wanneer de dagen langer worden, het meer dan een week droog is en we de rij bak weer in kunnen. Toch vond ik dat we zo nu en dan iets meer moesten doen dan een rondje buiten wandelen of een stukje crossen over het ruiterpad. Mijn eigen conditie is inmiddels ook niet al te best meer, dus besloot ik het paard mee op sleeptouw te nemen tijdens een rondje hardlopen.

Hoewel  mijn paard aardig hard kan lopen is hardlopen toch niet echt zijn ding. Zeker als hij zich moet conformeren aan mijn snelheid. Tussen de 8 en de 10 kilometer per uur is voor mij een ideaal tempo. Maar voor hem betekend dat grote passen nemen of heel zachtjes draven. Niet iets waar hij vrolijk van wordt. Al helemaal niet als we langs al die groene grasstroken lopen waar hij van mij, zijn neus niet naar beneden mag steken om zo nu en dan een hap te nemen. Rennen is rennen en grazen is grazen, dat gaat nu eenmaal niet samen.

De lucht was prachtig blauw en de polder werd toegelachen door de zon. Prachtig, prachtig hield ik mijzelf voor terwijl ik stond te klappertanden van de kou. Een flinke warming up op en rond stal zorgde er voor dat de ergste kou verdreven werd. En het paard? Die stond al zuchtend naast mij. Hij wist wat er komen ging. Al na een paar honderd meter was het raak. Als of ie het er om deed. Standje slak ging aan en ik kon hem voortslepen. Met een uitgerekte hals sjokte hij achter mij aan. Als het halstertouw strak naar achteren stond kwam mijnheer aandraven en als zijn schouder mijn schouder raakte besloot hij weer te gaan wandelen. De ijzige kou maakte het er ook niet lekkerder op. Mijn hoofd en kaak deden pijn en mijn bovenbenen waren gevoelloos. Ik besloot vol te houden. Minstens vijf kilometer.

Eenmaal in de polder begon ik langzaam op temperatuur te komen. De pijn trok weg en het paard kreeg door dat hij niet van mij ging winnen. Uiteindelijk liepen we in gelijke tred. Ik kreeg er zelfs plezier in. Een eenzame fietser riep mij toe dat ik op zijn rug moest zitten in plaats van mee te rennen. Ik kon alleen maar lachen aangezien ik alle lucht nodig om te kunnen blijven ademen. Een auto liet ons passeren en de bestuurder zwaaide vriendelijk. Ik had het niet langer koud meer. Op de terugweg rook het paard zijn stal. Het tempo werd langzaam opgevoerd en voor ik het wist sleepte hij mij voort in plaats van andersom. Ik rende een flink stuk in zijn tempo mee tot ik echt geen adem meer over had. De laatste paar honderd meter werden in een pittig wandeltempo afgelegd.

Bij aankomst op stal vielen de eerste regendruppels. Eenmaal thuis kwam het met bakken uit de hemel. Dankzij het tempo van het paard waren we mooi op tijd weer binnen!

Ga je mee hardlopen? Alleen als ik mijn nieuwe oorwarmers op mag!!

Zien lopen, doet lopen. . . Geen meter.

Al drie weken hebben mijn voeten geen hardloopschoenen aan gehad. Heb ik niet hoeven kiezen tussen een korte of een lange broek. Een trui, vest of jasje. Hoewel ik toch een aantal keer flink gerend heb, dat dan weer wel. Helaas niet voor mijn eigen ontspanning of mijn eigen doel. Maar voor de baas, omdat het daar zo godsgruwelijk druk is, we te weinig personeel hebben, de automatisering zo dusdanig gemaakt is dat het langer duurt voor het werk gedaan is, of voor mijn klanten die ik niet wil laten wachten op hun bestellingen. Na het werk moet er thuis en op stal natuurlijk ook nog van alles gebeuren. Voor ik het weet is het alweer 21.30 uur, lig ik uitgeteld op de bank en beloof ik plechtig morgen een half uur vrij te maken voor mijn rondje rennen.

In het verleden heb ik mij voorgehouden dat ik meer energie krijg van het lopen. Ik dwong mij vaak te gaan ook al was ik moe. Inmiddels weet ik dat het eerste waar is maar het tweede zeker niet slim is. Ongelukjes en blessures liggen mij op de hoek van de straat op te wachten en slaan toe als ik even de andere kant op kijk. Maar zo moeilijk kan het toch niet zijn om een half uurtje vrij te maken voor het lopen? Blijkbaar wel in mijn agenda.

Hoewel ik niet helemaal stil heb gezeten. De afgelopen weken zijn we met het paard weer flink aan de bak geweest. En als er iets tijd vreet is het wel het paard. Met het mooie weer zijn we ook flinke stukken gaan wandelen. Op rijlaarsjes wel te verstaan. Ik kwam er snel genoeg achter dat dit geen handige keuze was. Maar ja, dan ben je al een eindje onderweg. Gevolg: pijnlijke hiel en scheenbeen. Hoewel dat laatste niet helemaal te wijten is aan het wandelen met rijlaarsjes.

Het hardlopen moet ik dus ook de komende paar dagen aan mijn neus voorbij laten gaan. Eerst de rust terug laten komen in lichaam en geest. Om vervolgens met goede moed en hernieuwde energie er tegenaan te kunnen gaan.

Om toch enigszins gemotiveerd te blijven lees ik graag het blad: Runners world. Leuke feiten, wist je datjes, trainingsschema’s en interviews. Sinds enige tijd heeft ook mijn nichtje, (die van de “light up” onderneming) een eigen blog. Haar doel: De Marathon van Rotterdam. Ze schrijft over haar trainingen en hoe ze haar doel wil gaan behalen. Maar ook de logjes van Rinus en Tiny  doen het goed. Hun enthousiasme voor het lopen zorgen er voor dat ik ook wil gaan en mijn hardloopdoel voor ogen houd.

Voor nu moet ik het even bij het lezen houden. Hopelijk volgende week weer een nieuwe start.

Zien lopen, doet lopen (4). . . Een meevaller.

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 , 2 & 3)

Na mijn eerste zes kilometer gelopen te hebben had ik vervolgens last van mijn achillespees en besloot daarom de 2e poging te staken en te stoppen bij vijf. Ik was er niet minder door gemotiveerd maar baalde wel dubbel zo hard. Is het niet de hamstring die te pas en te onpas terug komt dan komt er wel weer een andere spier of pees om de hoek kijken die extra aandacht vraagt.

Ik wilde heel graag weer lopen maar wist ook dat dit niet slim zou zijn en besloot daarom een extra rustdag in te lassen. Dit heeft mijn lichaam goed gedaan. Want de dag erna stond ik fris en fruitig klaar voor een nieuwe poging. De zes kilometer stond op het programma. Mocht het onderweg niet lekker gaan dan had ik een route van drie en van vijf kilometer als tussenoplossing. Dit was gelukkig niet nodig. Ik had zelfs genoeg “adem” over aan het einde van de rit. Mijn tempo was dus goed. Nu alleen nog werken aan “de afstand in de beentjes krijgen”. Een kwestie van lopen. Zolang er geen gekken dingen zouden gebeuren zou ik de vijf en de zes kilometer af kunnen gaan wisselen.

Steeds dezelfde rondjes lopen is ook zo saai, dus besloot ik later in de week de “bruggenloop” te gaan doen. Een afstand van vijf kilometer over een grote brug, een bruggetje en een aardige tunnel. Goed voor de bovenbeen- en bilspieren en een andere omgeving is ook wel eens leuk. Het zonnetje stond hoog aan de hemel en de temperatuur loog er niet om. Mijn korte broek en van vriendlief nieuw gekregen hardloopshirt kwamen nu mooi van pas. Sporty Spice was er weer helemaal klaar voor. Hoe laat ik ook van huis vertrek, lopers en fietsers kom ik altijd tegen hier. Maar vandaag heerste er complete rust. Zelfs de overige weggebruikers waren maar mondjes maat aanwezig. Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat het zondagmorgen 09.00 uur was.

Ik liep mijn inmiddels gebruikelijke snelheid en stopte halverwege om mijn spieren te rekken en strekken. Ik had niet erg veel last van de hitte afgezien van een verhit rood hoofd. Ik begon dus al aardig te wennen aan deze activiteit boven de 25 graden. Eerder deze week had ik een drinkgordel van mijn vriendin gekregen. Een riem waar vier kleine flesjes aanzitten en nog wat vakjes voor sleutels, telefoon en dat soort fratsen. Voor 5 kilometer niet echt nodig. Maar vandaag had ik toch wel spijt dat ik hem niet had omgedaan. Goede leer voor volgende keer en gewoon omdoen dus.

Terwijl ik de muziek nog een tandje hoger zet moet ik mijzelf inhouden om de tunnel niet uit de crossen. Hoe eerder boven, hoe beter. Dit voelen de bovenbenen wel. Maar als de grond onder mijn voeten weer vlak is verdwijnt het brandende gevoel al snel. Ik loop de brandweerkazerne voorbij evenals alle andere bedrijven die aan deze weg liggen. Voor ik het weet doemt de skatebaan naast mij op en heb ik mijn ronde er weer opzitten. Een stuk sneller dan verwacht en zonder pijn in de hamstring of achillespees. Heerlijk om zo te kunnen lopen.

Eenmaal thuis besef ik dat ik niet gestopt ben aan het begin van het park, wat de bedoeling was, maar er omheen gelopen ben zoals ik de voorgaande keren gedaan heb. Als ik eenmaal uitgedampt en gedoucht ben zoek ik op internet mijn gelopen route op. Ik zie tot mijn verbazing dat ik bijna 6.5 kilometer gelopen heb. De verste afstand tot nu toe inclusief twee bruggen en een tunnel. Deze meevaller stemt mij tevreden. Zo zou ik ze vaker willen lopen.