Wat heb ik dit gemist…

Vorig weekend stond in het teken van: “rust”! Geen verplichtingen. Geen bezoekjes. Geen fotoreportages of andere werk gerelateerde bezigheden. Gewoon even twee dagen voor mijzelf. Al vanaf halverwege de werkweek stond dit in mijn planning en daarom had ik er zo naar uit gekeken. Temeer omdat de weergoden ons eindelijk wat gunstiger gestemd zouden zijn.

’s Morgens bij het openen van de gordijnen voelde ik mijn zonnige gemoedstoestand als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hoe kon dat nou? Er was niet eens zon, maar donkere wolken die zich ieder moment over ons uit konden storten. Hoewel mijn gemoedstoestand gekoppeld is aan de barometer besloot ik het positief te bekijken. Het was (nog) droog en het was (nog) niet koud.

Ukkepuk en ik togen samen naar stal om te kijken hoe het paard er bij stond. De regen had mijn mooie elegante witte schimmel omgetoverd naar een bruin paard met dito vlekken en zijn manen en staart waren in twee dagen tijd tot rastavlechtjes samen geklit. Ik miste alleen de muziek van Bob Marley op de achtergrond maar ik zou zweren dat hij “EY Man” zei toen ie op zijn dooie akkertje naar ons toe kwam slenteren. Na wat poetswerk en een rondje gewandeld te hebben togen we huiswaarts.

Na de lunch verlieten de heren het pand en bleef ik alleen achter. De hoop op luieren in de tuin met een boek in mijn ene hand en een drankje in de andere terwijl de zon mijn bakkes heerlijk verwarmde had ik al bijna opgegeven, toen plots het wolkendek plaats maakte voor een hemels blauwe lucht. Ik bedacht mij geen moment. Trok mijn zomerse outfit aan, smeerde mij in met “factor veel” en plofte in de tuinstoel. Luieren, opwarmen en even helemaal niets. Soms heb ik dat gewoon nodig. Er moet al zoveel, de druk is al zo hoog, de tijd gaat al zo snel.

Ik sloot mijn ogen en liet mij opgaan in de geluiden om mij heen. Na een paar minuten realiseerde ik mij dat er bijna geen geluiden waren. Een gedeelte van de straat was duidelijk met vakantie. Normaal is het hier een drukte van jewelste. Spelende kinderen. Knutselende vaders of babbelende moeders. Maar nu heerste er rust en stilte. Het ruisen van de bomen en de meeuwen die ik boven mij naar elkaar hoorde roepen gaven mij het gevoel dat ik op het strand lag in plaats van in mijn achtertuin. De zon warmde mijn lichaam op. Ik wilde de warmte tot in het binnenste van mijn wezen kunnen voelen zodat ik een voorraadje op kon bouwen waar ik in tijden van nood uit kan putten. Dus ik bleef liggen waar ik lag.

Vaag hoor ik rechts van mij een helikopter. Ik vraag mij altijd af wie er in zitten en wat ze daar doen. Ik zou ook wel eens mee willen met zo’n ding. Hoe zou dat zijn om recht naar boven te vliegen en proberen je maaginhoud daar te laten waar het hoort? Ik probeer het geluid te blijven volgen tot het niet meer waarneembaar is. Een motor doorklieft te stilte die mijn oren alweer gevuld had. Ik probeer aan de hand van het nieuwe geluid te raden waar hij ongeveer moet rijden. Op het moment dat ik het denk te weten hoor ik naast mij twee kinderen gillen en huilen. Toch niet iedereen was met vakantie. Hun vader hoor ik wat mompelen en al snel neemt het gegil af tot wat gesnik om te verstommen naar gebrabbel dat niet meer te volgen is. De andere buren beginnen met een stofzuigronde van de woonkamer. En ik? Ik lig nog steeds te genieten van de zon op mijn huid.

Iets kriebelt er aan mijn voet. Als ik opkijk zie ik Noa staan. Ze nestelt zich op het bed en rolt zich bij mijn voeten op tot een bal haar om vervolgens al knorrend in slaap te vallen. Ik voel mij vederlicht. Alsof verdriet en heftige emoties op dit moment niet bestaan. Alsof alleen het hier en nu telt. Ik voel mij heel even het meisje van zes dat tegen haar moeder aan in slaap valt. En dat is wat ik ook doe.

Ik weet niet hoelang ik heb geslapen. De zon moet de hemel inmiddels weer delen met wat stapelwolken en als ik links van mij kijk, ook met wat donderwolken. Ik sluit mijn ogen nog heel even om de laatste zonnestraaltjes van vandaag op te pikken. Wat heb ik dit gemist en oh, wat zijn de kleine dingen in het leven toch heerlijk…

 

 

King Toet…

Liefde maakt blind.. Dat is een ding dat zeker is. Kleur, geur of smaak doet er niet meer toe. Het enige waar ik nog aan kon denken was hebben hebben hebben. My precious…

Schreef ik eerder nog dat ik wilde gaan voor een zwarte of een creme kleurige, aangezien ik de nu-ben-je-echt-kind-af-leeftijd-van-30+ voorbij ben, kan ik jullie nu meedelen dat het een iets andere kleur geworden is. Maar oh, ik was op slag verliefd toen zijn neus voorbij kwam op mijn scherm.

Hoewel het achterlaten van BJ aanvoelden alsof ik mijn trouwe vierwieler bij de dierenarts een spuitje liet geven. (Hartverscheurend en het idee alleen al bezorgde mij iedere keer weer als ik op internet naar een ander keek de rillingen)Zo blij als een kind in een snoepwinkel was ik bij het overhandigd krijgen van de sleutels…

Mag ik jullie voorstellen aan mijn nieuwe liefde, mijn nieuwe aanwinst: “King Toet”

                         

Zo…. laat de zomer nu maar beginnen 🙂

Blogblock…

Tijdens mijn blogblock van de afgelopen weken (als je dit zo kunt noemen tenminste) besloot ik andere bloggers onder de loep te nemen. Hoe vaak en wat plaatsen ze bijvoorbeeld? Ik kwam daarbij een aantal bloggers tegen die het presteren om iedere dag een blog te plaatsen. (laura van Laura denkt,  is er bijvoorbeeld zo één) Soms met onzinnige dingen maar geregeld ook met nuttige informatie, leuke weetjes en andere bijzondere feiten. Ik weet niet zo goed hoe ik dat voor elkaar zou moeten krijgen naast een fulltime job, huishouden en andere hobbies die allemaal tijd, aandacht en energie vragen. Op de vraag hoe deze dames en heren het voor elkaar krijgen om iedere dag te bloggen kreeg ik veelal als antwoord: tijd inplannen en consequent zijn. Nu moet ik mijzelf de vraag stellen of ik dit wel wil. Het is namelijk niet mijn bedoeling om iedere dag te bloggen. Ik wil graag weer in de flow van het schrijven komen. Joyce gaf eerder al als antwoord op een blog van mij dat bloggen een hobby is en dat dit vooral zo moet blijven. Daar heeft ze een goed punt. Ondanks dat het een hobby is wil ik er wel graag iets mee doen. Daarom wil ik proberen om iedere dag iets te schrijven en meer dan één keer in de week iets te plaatsen op mijn blog. Zo hoop ik weer wat creatiever te worden en niet alleen maar letters uit mijn mouw te schudden maar ook daadwerkelijk weer verhaaltjes en belevenissen op papier te kunnen zetten.

Het draait allemaal om inspiratie, de bron van het begin… Wordt ik geïnspireerd dan heb ik al snel een stukje in gedachte. Daar zal het zeker niet aan liggen aangezien hier en om mij heen inspiratie te over is. Maar dan moeten de woorden nog wel logische zinnen gaan vormen, die lekker lopen en begrijpbaar zijn voor mijn lezers. Hier loop ik dus op vast. Het komt nog het meest in de buurt van een bepaald woord waar je maar niet op kunt komen. De letters liggen op het puntje van je tong en wachten tot het lampje in je grijze hersenpan gaat branden zodat je het “vergeten” woord vervolgens bijna uitspuugt zodra het je weer te binnen schiet.

Zo heb ik dus nog een aantal onafgemaakte blogjes, niet geschreven stukjes en een hoop onuitgesproken woorden liggen. Flarden van zinnen dansen in mijn hoofd en vechten om een plaatsje op het (digitale)papier. Ik ga de raad van mijn mede bloggers opvolgen en vanaf vandaag wat consequenter bezig zijn met schrijven.

Hebben jullie, bloggers,  hier wel eens last van en zo ja, wat doen jullie er aan afgezien van rust houden?

Even niets…

Doordat ik heftig in mijn koffiekopje aan het roeren ben ontstaat er een draaikolk. Het zuigt mijn gedachten mee naar beneneden. Ik schrik op omdat mijn vriend, iet wat geïrriteerd, aan mij vraagt of ik alsjeblieft wil ophouden met dat neurotische gedrag. Ik glimlach als een boer met kiespijn en besluit mijn kopje leeg te drinken zodat ik niet meer in de verleiding kom om, onbewust, te spelen met het lepeltje. Ik ben een beetje besluiteloos en naast dat ook een beetje inspiratieloos.

Ik heb verschillende onderwerpen liggen waar ik graag wat over wil vertellen. Of waar ik mij in kan verdiepen om daar vervolgens over te bloggen. Maar de woorden blijven achter mijn lippen liggen als een grote samen gekauwde brij. En mijn vingers zweven eerst een tijd boven het toetsenbord om vervolgens de half gemaakte zinnen met de delete knop weer van het digitale papier te laten verdwijnen. Een normaal of goedlopend verhaal komt er niet uit.

De afgelopen paar weken ben ik aan één stuk door gegaan. Met werken wel te verstaan. Naast mijn normale administratieve baan bij een examenbureau stond de rest van mijn vrije tijd in het teken van de (sport)fotografie en het bewerken van de geschoten platen. De laatste weekenden van het sportseizoen staan meestal in het teken van de toernooien. Her en der ben ik aanwezig geweest om hier foto’s van te maken. Ook één van de E- teams van Feyenoord wilde hun laatste wedstrijd van het voetbalseizoen vast gelegd hebben. Nu zitten alle voetbaltoernooien en wedstrijden er op. Alleen 16 en 23 juni heb ik nog twee grote hockeytoernooien bij de Hockeyvereniging in Gorinchem op het programma staan.

Naast de voetbal heb ik ook nog wat andere foto’s mogen maken, waaronder een foto voor bij een krantenartikel, dat overigens nog geplaatst moet gaan worden.  De uitvaartbegeleidster en één van de Notarissen bij ons op het dorp gaan een informatieochtend houden met betrekking tot uitvaart & erfrecht.

Waarschijnlijk zijn mijn grijze cellen gewoon een beetje toe aan rust. Daarom ga ik mij deze zondag verder niet meer druk maken over wat ik allemaal nog moet. Ik laat de boel de boel en ga lekker grasduinen op het web, op zoek naar leuke blogjes. Wie weet doet een middagje niksen mij wel goed en doe ik nog wel wat inspiratie op voor volgende week

Fijne zondag…

Dat hoort bij je opvoeding…

Voetbal, één van de dingen die zo’n beetje mijn leven is gaan beheersen. Natuurlijk niet zo drastisch dat ik bij iedere wedstrijd met mn neus in de tv zit. Ik weet ook nog steeds niet wat buitenspel is en gelukkig ook niet zo erg dat mijn dag, week of maand verziekt is als één van de clubs verloren heeft. Maar sinds ik fotografeer is mijn belangstelling voor voetbal gewekt. Ik kan helemaal op gaan in een discussie of een gele of rode kaart terecht is. Ik weet welke kleur bepaalde clubs hebben (dat dan wel weer). En het belangrijkste, ik weet hoe Guidetti er uit ziet. Dit heeft volgens de kenners alles te maken met vrouw zijn. Hoewel ik dat persoonlijk toch anders zie.

Afijn, ik dwaal af. Op een zonnige vrije dag besloten we een toeristisch uitstapje te maken. Dus togen wij met zijn drietjes af naar Rotterdam. Daar wachtte ukkepuk een grote verassing. We kregen een rondleiding door de Kuip gevolgd door een rondvaart met de Spido richting de Havens. We konden hem niet blijer maken. Feyenoord behoort namelijk al enige tijd tot zijn favoriete Nederlandse voetbalclub.

Toen we de kaartjes eenmaal in ons bezit hadden, mochten we in het museum rondkijken tot de groep compleet was. We keken onze ogen uit. De prijzen die in het verleden behaald zijn stonden netjes op chronologische volgorde in de vitrines. Oude kledingstukken van spelers hingen er aan haakjes. De voetbalschoenen stonden uitgestald maar ook andere bijzondere momenten zoals de opgezette vogel (die uit de lucht geschoten werd door keeper Eddy Treijtel in 1970 en dood neer viel) en het brilletje van Van Daele …  lagen uitgestald. Na een kwartiertje wachten werden we door een wat oudere man, een echte Rotterdammer, bij elkaar geroepen. De rondleiding ging van start.

Hij vroeg een ieder waar we vandaan kwamen alvorens ons mee te nemen naar de trap die ons naar de business seats bracht. Daar mochten we plaats nemen op heerlijke leren stoelen en vloerbedekking onder onze voeten. We hadden zicht op de Kuip waar de grasmat in gereedheid werd gebracht voor de wedstrijd PSV-Heracles. De beste man was een fan in hart en nieren. Hij vertelde 100 uit over zijn beste club en stak vervolgens van wal over de geschiedenis.  Want, vond hij, de geschiedenis van Feyenoord hoort nou eenmaal bij je opvoeding! En als je het niet wist dan zorgde hij er wel voor dat je het vanaf heden niet meer zou vergeten. Hij vroeg verschillende mensen iets over de club en vertelde ook nog wat leuke “wist je datjes” over de grasmat, die hij met liefde vergelijk met de grasmat van de club “die niet genoemd mocht worden.” Hij wees aan waar de die hard supporters tijdens wedstrijden zitten en wat vroeger de “VIP” tribune was. Een simpele overkapte ruimte met enkele stoeltjes. Hij vertelde er ook bij dat de stoelen waar we nu met ons achterwerk op zaten rond de 4700 Euro (excl. BTW) per seizoen kosten. Daar krijg je dan wel alle gemakken bij die je bij zo’n prijs mag verwachten. Een leuk idee om in mijn achterhoofd te houden als we eenmaal binnen lopen met “Foto Hamar”.

We moesten onze gids volgen naar beneden, terug het Maasgebouw in. Daar hielden we halt bij een afgrijselijk beeld dat was geschonken door de fans. Lang, lang geleden. Hij vroeg uitgerekend aan mij wat ik van het beeld vond. Ik heb mijn mening niet onder stoelen of busines seats geschoven en vertelde dat ik het een apart beeld vond en het liever niet in mijn achtertuin wilde hebben. Een andere vrouw werd dezelfde vraag gesteld. Ze vond het echter een mooi beeld. Tja, over smaak valt nou eenmaal niet te twisten.

We vervolgden onze rondleiding door verschillende zalen die allemaal vernoemd waren naar mensen die iets belangrijks voor Feyenoord gedaan hadden. We liepen buitenom en daar stond de auto van Koeman. Ukkepuk moest natuurlijk even op de foto. Dus daar werd wat tijd voor uitgetrokken. Uiteindelijk kwamen we uit bij de kleedruimtes van de uitspelende partij, compleet met bubbelbad. Helaas mochten we die van Feyenoord zelf niet bekijken. De weg vervolgde naar de spelerstunnel. Ook die had weer een eigen verhaal met verschillende muurschilderingen. Uiteindelijk mochten we door de tunnel naar beneden, door de gracht (echter zonder water, maar wel met puin waar ik mijn nek over brak) naar het veld. Zoals verwacht mochten we deze niet betreden. Maar er was wel even tijd voor wat kodak fotomomenten.

We liepen achter onze gids aan onder de verschillende tribunes door en overal had hij wel een leuk verhaal of annekdote bij te vertellen. Na een ronde gelopen te hebben door en onder de Kuip en aardig wat informatie verder, kwamen we uit bij de persruimte. Ook hier werd nog wat verteld en vervolgens mochten de kids plaats nemen op de stoel van Koeman om wat vragen te beantwoorden van het publiek.

De volgende stop was het museum. Hier eindigde de tour. We kregen allemaal nog een bon om in het restaurant wat te drinken en de kids werden voorzien van kortingsbonnen voor de fanshop.

Voor mensen die van voetbal houden (en niet zijn voor de club die niet genoemd mocht worden) kan ik deze rondleiding zeker aanraden. Voor 18 euro heb je niet alleen een informatieve rondleiding in de Kuip maar ook nog eens een leuke rondvaart over de Maas.

Onze volgende stop wordt waarschijnlijk het abseilen van de Euromast 🙂

Het tere kind…

Nieuw leesvoer, andere schrijvers, snuffelen in (digitale)boeken en het ontdekken van nieuwe verhaallijnen. Ik ben gek op lezen. Ik ben een soort van verslaafd…

Op aanraden van een vriendin van mij ben ik op zoek gegaan naar boeken van de schrijfster Jody Picoult. Vooral het boek: “My sisters keeper” moest ik volgens zeggen gelezen hebben. Ik had van haar nog een boek liggen namelijk “Het tere kind”. Ik besloot eerst dit boek uit te lezen voor ik een ander boek van haar zou aanschaffen.

Ik las de achterkant van het boek:

Charlotte O’Keefe’s dochtertje Willow is geboren met een ernstige ziekte diegekenmerkt wordt door broze botten. Wanneer ze valt, kan ze gemakkelijk haar benen breken. Na jaren voor Willow te hebben gezorgd, komen haar ouders in geldnood. Dan krijgt Charlotte een reddingslijn toegeworpen. Ze kan haar arts verloskundige een proces aandoen omdat deze haar niet van tevoren heeft verteld dat haar baby zwaar gehandicapt zou zijn. Met een schadevergoeding zal Willow levenslang verzekerd zijn van de zorg die ze nodig heeft. Maar de arts-verloskundige die Charlotte voor de rechter daagt, is niet alleen Charlottes arts, maar ook haar beste vriendin…

Niet een boek waar ik in eerste instantie voor warm zou lopen. Het boek is ook niet bepaald dun te noemen met zijn 560 pagina’s. Zelf ben ik meer van de thrillers dan van een boek met een ethisch moraal in het verhaal. Ik vind het lastig om mij daar bij in te leven. Het onderwerp van het boek maakt het op dit moment op emotioneel gebied voor mij nu ook niet echt gemakkelijk. Dus met enige scepsis begon ik aan het boek.

Gelukkig zat ik er gevoelsmatig 100% naast. Al bij pagina één zat ik midden in het verhaal en het heeft mij geboeid tot het einde. Het hele verhaal draait om “Willow” het meisje met de broze botten ziekte. Maar iedere hoofdpersoon geeft in het boek zijn eigen verhaal en kijk op “Willow”neer. Ze vertellen hoe ze er mee omgaan, wat ze er van vinden en hoe ze het leven beleven. Het boek is in de vorm van een (dagboek)brief aan Willow geschreven. Het zijn allemaal korte hoofdstukken die bij elkaar zorgen voor een goed lopend geheel.

Ondanks de moeilijke onderwerpen zoals onrechtmatige geboorte, het gevoel van niet gezien worden door je ouders en abortus, vond ik het een goed, leesbaar verhaal met zelfs uitleg van bepaalde medische termen. Voor ik het wist had ik het boek uit. Wat ik overigens erg jammer vond.

De boeken van Jodi Picoult staan bekend om de precaire inhoud en zijn soms gebaseerd op waar gebeurde verhalen. Een aantal van haar boeken zijn reeds verfilmd waaronder: My sisters keeper (de tweede dochter)

Ik zou dit boek graag aan willen raden voor mensen die van lezen houden. Het zet je op sommige momenten in het verhaal ook flink aan het denken: “Wat zou ik gedaan hebben??”

Voor nu laat ik het onderwerp even rusten, te veel van dit soort verhalen zijn niet goed voor mijn emotionele voelsprieten en maken mij aan het janken. Maar ik wil zeker meer van deze schrijfster lezen!!

Zijn er nog andere boeken die ik volgens jullie eens zou moeten lezen?

 

 

Voorjaarsschoonmaak…

Het huishouden is, net als koken, eigenlijk niet zo aan mij besteed. Helaas kom ik er niet onderuit met een papegaai en sinds enige tijd ook een kat in huis. Stofzuigen doe ik dan ook geregeld, al dan niet iedere dag. Maar iedere dag aan de poets? Nee, dat toch zeker niet. Als ik al aan de poets zou gaan moet het wel enig effect hebben. Ik moet kunnen zien dat er iets “schoon” gemaakt is. Wat is nou het nut van iedere dag de planken afstoffen? Of iedere dag dweilen? Zolang we niet allergisch zijn voor stof houd ik het bij één keer in de week (en als ik het nog niet nodig vind, één keer in de twee weken) Zo heb ik meer eer van mijn werk en het gevoel dat ik daadwerkelijk iets gedaan heb wat nut heeft gehad.

Zo gaat het ook met het poetsen van het paardenbeest. Toen ik hem net had werd hij soms meerdere keren per dag uit zijn stal gehaald om hem helemaal van top tot teen te poetsen tot hij glom als een spiegel. Het arme dier vond er geen pest aan. Maar hij had na een paar weken ook wel door dat hij mij niet op andere gedachten kon brengen door zijn poot “stijf” te houden. Gedwee heeft hij mij jarenlang naast, voor en achter zich getolereerd. Gewapend met ros, kam en borstels. De eerste periode van onze “vriendschap” stoof hij na een flinke poetsbeurt met liefde het weiland of de paddock weer in om zijn mooie, net gepoetste, witte vacht weer smerig te maken door te gaan rollen in de dichtstbijzijnde modderpoel. Hij keek mij daarna meestel vergenoegd aan. Nog net niet glimlachend, alsof hij wilde zeggen: “waar doe je toch steeds al die moeite voor? “ Waarschijnlijk had mijn beteuterde gezicht hem aan het denken gezet. Zoals een echte vriend betaamd wachtte hij vanaf dat moment met rollen, graven en zichzelf vies maken tot ik weg was. Het poetswerk bleef natuurlijk voor de volgende dag maar zo ging ik in ieder geval nog met een tevreden en voldaan gevoel van stal.

Nu ik wat ouder ben, we geen wedstrijden meer rijden en eigenlijk alleen nog maar plezier ritjes door de polder maken, hoeft het poetsen ook niet meer zo. Ik weet dat ik hem niet kan plezieren door hem dagelijks flink te rossen en te poetsen. Voor mijzelf is het nutteloos want ik zie er toch niets van terug. Behalve in het voorjaar als hij zijn wintervacht gaat inruilen voor zijn zomervacht…

De biologische klok van mijn super pony is niet alleen daarop ingesteld. Maar ook op de poets- en wasbeurten die hierop volgen. De laatste paar dagen begroet hij mij niet meer vrolijk hinnikend… Nee, hij kijkt mij knorrig aan en zucht nog net niet als ik met de poetskoffer aan kom zetten. “hemel, het is weer zover!” Of soortgelijke gedachten zullen door zijn hoofd gaan. Maar voor mij geeft het een heerlijk gevoel om al die haren los te rossen. Hele plukken liggen er dan op de grond of vliegen door de lucht. Zodra het eerste zonnestraaltje zich laat zien staan wij al klaar om door de wasstraat te gaan. Hij heeft een bloedhekel aan water. Maar een wit paard is nou eenmaal niet schoon te krijgen zonder water en zeep. Zijn prachtige dikke staart ziet er na twee wasbeurten met zilvershampoo weer schitterend uit. Zijn benen geven nog net geen licht en de rest van zijn vacht glimt als nooit te voren. Poetsen is dan zeker niet nutteloos en oh wat een eer heb ik na iedere poetsbeurt van mijn werk.

Yep, zodra het gras weer gaat groeien, de eerste madeliefjes zich weer laten zien en de klok een uur vooruit is gegaan dan is mijn paardenbeest de “Sjaak”…

 

Blauw, rood & zwart …

Drie jaar geleden is het gedonder begonnen. Toen raakte ik in de ban van het snowboarden. Weer zo iets waar ik totaal niets van moest weten. Maar… het virus sloeg toe en ik raakte verslaafd. Het boarden werd een ware obsessie voor mij. Om het te leren heb ik een aantal lessen op een rondraaiende mat gevolgd om vervolgens de rest aan te leren op de indoorberg van Snowworld of De Uithof. Nu zijn we dus per jaar minstens één rib uit ons lijf kwijt aan een wintersportvakantie. Niet zomaar een vakantie. Maar een vakantie met de familie. In 2011 besloten we voor het eerst met mijn tante en oom mee te gaan naar Oostenrijk. Dat was zo goed bevallen dat we dit jaar weer mee gingen. En wij niet alleen. In totaal gingen we met vier gezinnen, 13 man/vrouw/kind in totaal.

In tegenstelling tot  één van mijn nichtjes ben ik niet zo’n held als het op snelheid en durf aan komt. Ik ben van de zekerheid en veiligheid. Ingesnoerd met backprotector en helm ging ik vorig jaar met 10 km per uur van de piste terwijl ik links en rechts ingehaald werd door skiërs en boarders. Dit jaar gingen we al wat harder en met meer zekerheid en souplesse van de berg. Mijn nichtje, die hier al een aantal jaren komt, vond het tijd worden voor wat meer actie en nam mij mee naar een gedeelte van de berg dat bestempeld wordt als “rood” en de naam “penzing” draagt. Alleen de naam bezorgde mij eigenlijk al de rillingen. Uiteindelijk begreep ik dat de stoeltjeslift zo heet, maar voor het gemak de berg ook zo genoemd wordt.

Om er te komen moesten we eerst met de gondel naar boven. Er waren verschillende routes om beneden te komen. Twee korte steile afdalingen die er voor zorgden dat je uiteindelijk op de piste kwam waar het allemaal om draaide. Of drie verschillende bospaadjes die netjes om de berg heen cirkelden en ons uiteindelijk ook op dat stuk piste brachten waar we zijn moesten. Kiezen is nou eenmaal niet mijn ding zoals jullie inmiddels wel weten. Ik heb daar even staan wikken en wegen, staan plussen en minnen welke route het beste bij mij zou passen. Tot mijn tante zei dat we maar beter het bospad konden nemen. Veiligheid voor alles.

In haar kielzog vervolgden we de route. Mijn tante op haar ski’s, mijn nichtjes en ik op ons snowboard. Het eerste bospad diende zich aan. Ik schrok van dit smalle pad. Maar ik schrok nog meer van het feit dat het pad niet was afgezet met een hekje, vangrail, plankje of desnoods een stukje lint! Ik keek recht de afgrond in. (nou oke, iets minder diep, het ravijn… ) Ik toverde mijn grootste glimlach naar voren die uitstraalde: “Ik ben heus niet bang hoor!” Terwijl iedereen netjes mijn tante volgde stond ik daar nog als aan de berg genageld, te twijfelen of ik niet gewoon mijn board uit zou doen om dat stuk te lopen. Ik wilde mij natuurlijk niet laten kennen dus zette ik mijn bochtenwerk in. Veiligheid voor alles?? Op hoop van zegen dan maar… Dit ging wonderbaarlijk goed. Zolang ik maar niet naar de rand van het bospad keek. Hoe dichter ik bij de rand kwam hoe meer ik leek te bevriezen en daarmee dus ook mijn bochtje niet kon maken. Ik zal niet zeggen dat ik hoogtevrees heb, maar mijn maag draaide zich toch wel een aantal keer om bij het betreden van deze paden en zeker wanneer ik te dicht bij het niet afgezette stuk pad kwam. Waarom kozen we ook alweer voor het bospad en niet voor het steile (korte) stuk? Ik bleef dan ook veilig aan de kant van de berg, voor zover dat kon. Het liefst pakte ik de berg vast om hem nooit meer los te laten. Overigens is op de film ook terug te zien hoe ik dit verschillende malen probeer en hiermee, heel hilarisch, een afdruk van mijzelf achterlaat in de grote hopen sneeuw, niet één maar een stuk of vijf…

Eénmaal de griezelige enge bospaadjes achter ons gelaten strekte zich een oogverblindende witte piste voor ons uit. Bijna helemaal voor ons alleen. Dat was het gestuntel halverwege de berg meer dan waard. Wat heerlijk om in alle vrijheid naar beneden te boarden, de techniek steeds beter door te krijgen en bij iedere afdaling steeds zekerder van mijzelf te worden.

Zo zeker zelfs, dat mijn nichtje besloot om mij de volgende dag mee te nemen naar de “zwarte” piste. Zonder bospaden en lekker breed. “De techniek van het boarden heb je!” Was haar mededeling. Nu alleen nog het lef kweken om te gaan. Haar enthousiasme werkte aanstekelijk en dus besloot ik mee te gaan. Overtuigd van het feit dat als ik bospaden aan kon, ik alles aan kon, volgde ik haar naar het begin van de afdaling. Die was gelukkig niet zo steil als ik verwacht had. De eerste paar meter heb ik  roetsjend afgelegd. Daarna kon ik mijn bochten inzetten. Wat een overheerlijke piste was dit!! De sneeuw was perfect en ook hier was weer geen hond te zien. Afgezien van het dorp beneden in het dal leek dit gedeelte van de berg uitgestorven. De laatste en tevens langste en steilste afdaling bracht ons terug naar de gondel. Ik had al zoveel angsten overwonnen en grenzen verlegd dat ik zonder schroom begon aan dit laatste stuk. Ik had te doen met mijn arme voetjes maar wat gaaf dat ik dit ook gedaan heb. Beneden aan de berg volgde nog een kodak moment, al was het alleen maar om even uit te rusten voor we verder gingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoals aan alles kwam ook aan onze vakantie weer een eind. Ik had nog wel een weekje willen blijven. Het was een prachtige week met veel actie, lol, lef en durf maar vooral gezelligheid (hè wat cliché.. Maar oh zo waar.) Ik kijk nu al uit naar volgend jaar.

 

 

 

 

Winters tafereeltje…

Zaterdagmorgen, 10.00 uur. -11 graden buiten. +24 graden binnen. Het zonnetje liet zich al zien en de lucht was strak ijzig blauw. Het beloofde een prachtige dag te gaan worden. Met bovenstaande gegevens toog ik af naar onze “achtertuin”, de polder waar we normaal doorheen skaten of hardlopen, om wat winterse sfeerplaten te schieten.

Ik kwam her en der wat mensen tegen die ook genoten van dit mooie tafereel. Terwijl ik foto’s aan het maken was werd ik spontaan begroet door enthousiaste viervoeters en hun baasjes die een praatje kwamen maken. Wat gezellig, ik wil ook een hond, was mijn eerste gedachte. Maar helaas is het niet altijd van dit mooie weer.

Als alles in sneeuw gehuld is ziet het landschap er toch totaal anders uit. De paden die ik normaal moeiteloos te paard of te voet kan vinden waren nu verstopt onder een wit dek van sneeuw en ijs. Het koste mij soms wat moeite om het juiste pad weer te vinden aangezien ik de ruiter- en wandelpaden door elkaar gebruikte of soms compleet van het pad af ging om een foto te kunnen maken.

Ook nu kwam er een rust over mij heen. De hectiek van de afgelopen weken en het vele hooi dat ik op mijn vorkje meegezeuld heb (zowel positief als negatief) vielen hier als een last van mijn schouders. Wat een wonderlijk stukje natuur en dat op nog geen 200 meter van mijn voordeur.

 

De schaatsvijver met het eilandje in het midden waar we vorig jaar helaas net niet op hebben kunnen schaatsen lag er nu onaangeroerd bij. Dit zal niet lang meer duren aangezien de vorst nog even aanhoudt.

Na een uur door de polder gestruind te hebben en tien bevroren vingers verder was ik blij met het resultaat. Waar bij het ontwaken van de dag de planning als een chaotische bende in mijn hoofd zat keerde ik in alle rust huiswaarts. Deze dag nam niemand mij meer af.

Wordfeud Junior…

Enige tijd  geleden heb ik een blog gemaakt over het spelletje wordfeud. Het wordt nog steeds gespeeld en is eigenlijk niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Hoe erg is het wel niet met ons gesteld?

We spelen het alleen tegen vrienden en bekenden en dan met name op het normale bord. Het random bord is niet zo leuk aangezien soms bij de eerste beurt al duidelijk is wie er als winnaar uit de bus komt rollen. Zeker als je 3 keer een tw een dw en tl achter elkaar hebt staan en dan ook nog eens je Z, Q en Y in één woord kwijt kunt. Ik heb werkelijk waar geen idee welk woord je met deze letters kunt maken.

Mijn kerstcadeau voor vriendlief was een I-pad. Een fantastisch ding. Sinds die periode ben ik ook mijn telefoon niet meer kwijt. Hij kan nu naar hartelust zelf wordfeuden op een groter beeldscherm (tja dat heb je als je wat ouder wordt) op zijn eigen account en met zijn eigen vrienden.

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat ukkepuk in de gaten kreeg dat de I-pad niet voor “zakelijk gebruik” was bedoeld. Dus keek hij mee over paps schouder terwijl hij het ene na het andere woord op het scherm toverde met daarbij de meest bijzondere punten. Dit kon toch niet zo moeilijk zijn? Was zijn constatering. Dat moest hij ook kunnen.

Vorig weekend begon het…

“Pap….. Mag ik ook eens een woordje maken?” Met deze zin werd een nieuwe verslaving geboren. Ik werd zijn eerste slachtoffer. Hoewel we elkaar beloofd hadden dat dit een in-kom-potje zou zijn, speelden we stiekem toch voor de hoogste punten. Ik moet zeggen dat Ukkepuk zeer fanatiek was. Met zijn acht jaar oud kwam het nog niet in hem op om het (digitale)woordenboek er bij te pakken (want cheats op wordfeud gebruiken wij namelijk niet) maar dat weerhield hem er niet van om dingen uit te proberen. Het lukte hem om meerdere keren de Y te gebruiken, om met één letter twee woorden te maken en niet alleen horizontaal maar ook verticaal zijn letters weg te leggen. Hij kreeg van mij een korte uitleg over het gebruik van de TW’s en de DW’s. Dat was niet echt slim van mij want hij scoort nu het ene na het andere puntje. Gelukkig is mijn woordkennis hoger dan van hem. Dat dan wel weer.

Dit weekend was meneer al zover dat hij verschillende mensen tegelijk had uitgenodigd. Deze mensen speelde nietsvermoedend tegen een acht jarig jochie. En als het te lang duurde gebruikt hij de chat functie om mensen gek te maken. “Hè, schiet eens op joh!”, “Lukt het?”of “ Je hebt zeker slechte letters, het duurt zo lang!”

Het zal niet lang meer duren of hij maakt mij helemaal in. Waarom hebben kleine kinderen alles toch veel sneller door dan volwassenen? Tussen neus en lippen door lukt het hem ook (nog) om complimentjes te maken als ik een mooi woord formuleer en daarmee hem een achterstand geef van 100 punten.

Hij kwam vandaag al naar ons toe met de mededeling dat hij best genoeg geld op zijn rekening had staan om zelf een I-pad aan te schaffen. Met acht jaar oud vind ik hem nog iets te jong voor zo’n gadget en moet hij genoegen nemen met het “lenen van pa”. Maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik blij ben dat hij dit woordspel ook leuk vind. Het is goed voor zijn ontwikkeling en ik zie hem liever dit spel spelen dan één of ander oorlog spel op de PS3. Zou er ook een wordfeud junior bestaan? 🙂

Beetje jammer weer dat hij het derde potje van mij gewonnen heeft…