Rome 2013

Eindelijk was het dan zo ver. Een half jaar geleden besloten we met zijn viertjes naar Rome te gaan. Mijn twee tantes, mijn nichtje en ik. Een vakantie zonder mannen, die het wandelen en bezichtigen van oude “stenen”, beelden en kunstwerken niet tot hun hobby rekenen. Mijn nichtje had op voorhand al een “roostertje” in elkaar gezet zodat er geen kostbare momenten verloren konden gaan met het uitzoeken en napluizen van wat-we-zeker-gezien-moesten-hebben. De metro, die om de minuut vertrok, kon ons naar verschillende hoeken van de stad brengen en vandaar uit deden we alles te voet. Hoewel een segway huren ook een mogelijkheid was.

Natuurlijk moesten de toeristische trekpleisters bezocht worden: De Spaanse trappen, het Pantheon, het Colosseum, het Piazza Navona , de Trevifontein, Castel Sant’Angelo met de engelenbrug om maar een aantal dingen te noemen. Stuk voor stuk prachtig om te zien. De geschiedenis hadden we paraat in ons tour boek van Rome. Bijzonder dat deze oude gebouwen nog steeds overeind staan en bezocht worden door zo veel mensen. Zeker het bezoek aan het Colosseum gaf mij een WAUW gevoel. Hier, op deze plek gebeurden het allemaal!! Liepen de gladiatoren door de straten en de arena en galoppeerden de paarden over de weg… en nu?? Nu lopen wij hier!

Voor een bezoek aan het Vaticaan hadden we een hele dag gepland. Voor kerk- en kunstliefhebbers zeker de moeite waard. Overigens ben ik geen van twee. Ik wilde het gewoon gezien hebben. Het was er druk. De Efteling op een zomerse vakantiedag was er niets bij. We hebben meer dan een uur in de rij gestaan om de Sint Pieter in te komen. Gelukkig vermaakten we ons prima met mensen kijken,  het doornemen van de geschiedenis van het Vaticaan en foto’s maken. Eenmaal binnen wist ik niet waar ik kijken moest. Het plein met alle zuilen is mooi en groot, maar de kerk van binnen is zowaar nog mooier en groter. Dat het groot en hoog ik merk je pas echt zodra je de koepel aan het  beklimmen bent. Halverwege de tocht, zodra je over de galerij loopt en je zicht hebt op het schip van de kerk beneden je en de resterende koepel boven je. Prachtige muur- en plafonschilderingen. Nog steeds vraag ik mij af hoe ze dat in die tijd hebben gedaan. “Riwal hoogwerkers” bestond toen echter nog niet… Een rondleiding door de tuinen hebben we overgeslagen en ook de sixtijnse kapel moest een dag wachten aangezien deze al om 15.30 uur de deuren sluit.

De volgende dag zijn we alsnog naar de Sixtijnse kapel gegaan. Ik wist niet zo goed wat ik er van moest verwachten omdat er aan de buitenkant niets bijzonders of moois te zien is. Maar ook dit was weer een groot gebeuren waarbij de buitenmuren de oudheid aan de binnenkant verbergt. Het is een groot museum met verschillende ruimtes en gangen met als klap op de vuurpijl de sixtijnse kapel, met het door Michelangelo beschilderde gewelf. De wandelgangen er naartoe waren allen voorzien van muurkleden en beschilderde plafonds. En natuurlijk met honderden mensen die voor en achter je de rij sloten. Het was voor mij iets te veel van het goede. Even stil staan om iets te bekijken lukte eigenlijk niet. Dit vond ik erg zonde want hierdoor heb ik maar half kunnen genieten van al het moois.

Als je dan toch in Rome bent en een fan bent van schrijver Dan Brown, dan moet je natuurlijk ook de Bernini route gelopen hebben. De route liep als een rode draad door onze vakantie zodat we niet onnodig heen en weer bleven lopen, we hebben hem daarom ook niet op volgorde gelopen. (Geen idee waar het over gaat?  Wikipedia  )  Het verhaal begint met onderstaand raadsel:

“Van Santi’s aardse graf met duivelsgat, mystieke teek’nen kruislings door de stad.
Het lichtend pas is daar en beidt uw tocht, laat engelen u wijzen wat u zocht.”

Wij hebben het duivelsgat  gevonden. Evenals de teek’nen en de engelen. Daarvoor moesten we de kapellen, beelden en fonteinen bezoeken die genoemd werden in het boek (Santa Maria Della Vitoria, Het Sint Pietersplein, Het piazza del Popolo en het Piazza Navona). Er zijn zelfs complete excursies te boeken met gids. Dat was voor ons niet nodig. Mijn nichtje was mijn “wikipedia” voor die dagen. Ze wist zo’n beetje alles.

Een mooi stad met heel veel historie, lekker eten en gezelligheid. Soms wat aan de overbevolkte kant. Druk druk druk!!! De prijzen vond ik overigens heel erg mee vallen. Zolang je maar niet midden op een plein een broodje hamburger besteld. De meeste bezienswaardigheden zijn gratis. Voor de Sixtijnse kapel, Castel Sant’Angelo en het Colosseum moet echter wel een bedrag betaald worden evenals een kleine bijdrage bij sommige kerkjes. Vier dagen Rome was voor mijn gevoel te kort. We hebben wel alles gezien wat op de planning stond, maar had er graag nog wat meer tijd voor uit willen trekken. Ach wie weet… Als we ooit nog wat tijd over hebben.

Voor nu staat er in ieder geval een nieuwe stedentrip in de planning. We zijn er nog niet helemaal over uit waar we naar toe gaan, maar dat we weer gaan staat vast!

** Helaas geen foto’s aangezien WP van slag is.

Zien lopen, doet lopen. In het nieuw…

“Volgens mij moet ik nieuwe schoenen!” Zei ik tegen vriendlief toen ik met pijn in mijn voeten thuis kwam van een rondje rennen. “Dan moet je die gaan halen!” Was zijn simpele antwoord. Voor hem een groot feest om te shoppen. Voor mij een bron van irritatie aangezien winkelen niet mijn meest favoriete tijdsbesteding is. Ik vind het vreselijk.

Online kleding bestellen is meer mijn ding. Maar dat was voor hardloopschoenen geen optie omdat ik graag een loopanalyse wilde laten uitvoeren. Dus moest ik er echt aan geloven. Ik was ook al enige tijd opzoek naar een hardloophorloge met ingebouwde GPS. Kon ik daar ook direct wat informatie over op doen.

Vorige week was het zo ver, op naar een hardloopwinkel waar ze alles van mijn gading hadden. Ik liet de verkoper mijn oude afgetrapte schoentjes zien. Hij vroeg mij hoe vaak en hoe lang ik al liep.  Aangezien de schoenen minstens 10 jaar oud waren… Ik stelde hem gerust dat ze eerst vijf jaar ongebruikt in de kast hadden gestaan. Daarna heb ik de overige vijf jaar niet non-stop gerend. Echter met tussenposes van soms wel meer dan een half jaar. Hij vertelde dat het slijtingspatroon aan de onderkant van mijn schoen er goed uitzag. Aan de hand hiervan haalde hij een paar opvallende schoenen uit het rek. Basis schoenen zonder extra poespas deelde hij mee toen hij mijn gezicht zag. Hoewel het niet de schoen zelf was waar mijn oog op viel. Eerder de kleur, fel paars met roze.

Zonder morren trok ik ze aan en nam plaats op de “sintelbaan” van 10 meter. Toen het startschot klonk moest ik twee keer heen en weer draven op de baan terwijl mijn afzet en landing opgenomen werden. Daarna werden ze grondig bekeken door de verkoper. Hij liet mij beeldje voor beeldje zien hoe ik liep. In tegenstelling tot wat ik zelf vond vertelde hij dat het er keurig uitzag. Alles in een rechte lijn, mooie afzet en een nette landing. Nu ik wist wat ik voor schoen nodig had kon het kiezen beginnen. Met diverse soorten modellen liep ik rondjes door de winkel. Na een half uur had ik de keuze terug kunnen brengen van zes naar twee paar. Het eerste paar wit met grijs, het tweede paar de paars metAsics Nimbus 14 roze schoen… Toen bleek dat het eerste paar in maat 39 eigenlijk net iets te groot was maar in maat 38,5 veel te klein, bleef de schoen met hippe kleurtjes over. Die zat als gegoten en liep erg lekker. Maar die kleur he?!

Vriendlief vond het een goede gelegenheid om dan ook direct mijn kleding van zwart/wit om te zetten naar fel roze, paars en blauw. Dat staat zo leuk bij je nieuwe schoenen. Met een twijfelachtig gezicht verplaatste ik mij naar een pashokje waar ik het één na het andere shirtje en jasje aangereikt kreeg. Uiteindelijk slaagde ik voor een compleet nieuwe set waarin ik de zomer en de winter (als zuurstok) door kan.

Nu we voor twee van de drie onderdelen geslaagd waren moest ik nog wat informatie hebben over de verschillende hardloophorloges. Voorheen liep ik met een horloge van Polar. Hier was ik erg tevreden over, maar de GPS zat niet ingebouwd. Dat was minstens een eis waaraan het nieuwe horloge moest voldoen. Verder wilde ik mijn afstand en snelheid kunnen zien terwijl ik mijn rondjes aan het rennen ben. Natuurlijk had ik thuis al verschillende horloges vergeleken. Mijn keus was uiteindelijk gevallen op de Garmin 610. Na wat piepen over de prijs wilde hij er best nog een korting op geven en daarmee was de deal rond.

Twee uur later zat ik heel tevreden naast vriendlief in de auto met al mijn aankopen op schoot. Zowaar geslaagd in één winkel zonder chagrijnige buien. Laat nu de kilometers maar komen!!

Terug van weggeweest…

Wiens idee was het om een dag maar 24 uur te geven? Ik bedoel, is dit ooit in overleg gegaan of heeft iemand zomaar besloten: “Nou, 24 uur lijkt mij wel wat!!  Persoonlijk had ik gestemd op 28 uur in één dag. Zo had ik tenminste nog wat tijd over om bij te tanken van alle leuke dingen die er te doen zijn en heb ik misschien ook een klein beetje het gevoel dat de tijd niet als zand door mijn vingers weg glipt.

De afgelopen twee maanden heb ik niet eens tijd gehad om te bloggen of om blogjes bij te lezen. De drukte op de zaak kwam tot een hoogtepunt waardoor mijn collega’s en ik aardig wat uren hebben overgewerkt om de zaak draaiende te houden. Ook thuis was er genoeg te doen. Verjaardagen, feestjes, bezoek aan Rome en de nodige reportages vergden allemaal aandacht. Het weer zat niet bepaald mee en daarom konden de paarden het weiland nog niet op. Dat betekende een knorrig paard en iedere dag naar stal om hem beweging te geven en zijn stal te doen. Nog een paar dagen en de mei maand is ook alweer voorbij. Het gaat allemaal zo snel!

Niet dat het alleen maar nadelig is, een vliegende tijd. “Elk nadeel heb zn voordeel” (Cruijffiaans gezegde) Een maand later dan gepland staan de paarden eindelijk buiten. Met regendeken op, dat dan weer wel. Op wat toernooien en een inhaalwedstrijd na zullen er de weekenden geen sportreportages meer zijn. Op de zaak wordt het nu ook aanzienlijk rustiger. Verwacht wordt nog een opleving net voor de zomerstop. Maar voor nu kunnen we even op adem komen.

Kortom, er blijft weer wat tijd over om de boel te herzien. De rommel op te ruimen en nieuwe projectjes te starten. We beginnen met het bloggen en het bijlezen. Daarnaast zijn we (weer) begonnen met hardlopen. Er moeten nodig wat boeken uitgelezen worden. Het paard zal er over een week of twee, drie ook weer aan moeten geloven en we zijn opzoek naar een nieuwe stedentrip aangezien Rome erg goed bevallen is. We hoeven ons wederom niet te vervelen de komende tijd.

En, heb ik nog wat gemist de afgelopen twee maanden?
Heb je zelf een leuk blog geschreven? Laat dan een linkje achter bij reacties…

Het zit er weer op…

Die bospaadjes, altijd weer die ellendige bospaadjes. Ik heb mij vorig jaar gek laten maken na één val met mijn snowboard. En die val was niet eens zo hard. Het was de afgrond die in één keer heel dicht bij kwam. Het zit gewoon tussen mijn oren. Ik kan sturen en ik kan remmen. Dus het zou geen probleem moeten zijn. Maar zodra ik hoor dat ik via een bospad terug, of naar een andere piste moet gaan de radartjes draaien. Mijn benen doen vervolgens niet meer wat ik wil. En dan die afgrond he?! Hier in Nederland heb je een vangrail aan de zijkant van de weg. In Oostenrijk zie je de boomtoppen aan de zijkant van het bospad, geen vangrail, geen plankje, geen lintje maar boomtoppen. En als je boomtoppen ziet dan betekend het dat er nog een heel stuk boom onder die top staat…

Ondanks die rare bospadenfobie van mij heb ik toch een super wintersportweekje achter de rug. Ik heb heerlijk geboard. Of dit kwam door mijn nieuwe board of omdat ik de techniek steeds beter beheers laat ik even in het midden. Weken voordat we weg gingen liepen we elkaar al gek te maken, op facebook, via de speciaal aangemaakte wintersportapp of via de mail. We waren dit keer met 15 man, vrouw en kind. Van de 15 waren er vier boarders, twee wandelaars en de rest skiërs.

Het weer zat grotendeels mee, zon, blauwe lucht maar ook wel wat bewolking en mist. Gelukkig hebben we maar één ochtend sneeuw gIMG_8600kopieehad. De pistes lagen er super mooi bij en het was  in ons gebied heel erg rustig. Zelfs zo rustig dat we geregeld een piste helemaal voor ons alleen hadden. Dat vond ik niet erg want zo kon ik op mijn gemak een beetje aanmodderen op pistes waar ik vorig jaar alleen al de rillingen van kreeg als ik er naar keek. Deze vakantie heb ik alle pistes gehad. Eén daarvan alleen maar roetsjend, die vond ik echt te steil om mijn bochtjes op te maken. Maar wie weet, een volgende keer…

Vorig jaar wilde ik heel graag een afdaling maken met de slee op de speciaal daarvoor aangelegde rodelbahn. Maar niemand wilde met mij mee. Dit keer kreeg ik mijn nichtje zo ver om ook haar leven te riskeren. Rodelen met een houten slee zonder rem is namelijk niet geheel zonder gevaar. Voor je het weet staat je onderbeen de verkeerde kant uit en breek je iets. De reden voor veel mensen om dit niet te doen. Vol enthousiasme huurden wij alle twee een slee en gingen met de stoeltjeslift naar boven. Als al die kleine kinderen zonder kleerscheuren beneden komen, moet wij het toch ook kunnen?? Omdat het mijn plan was mocht ik waarschijnlijk als eerst. Ik heb daar wel even een seconde of drie staan twijfelen. Het pad ging met een bochtje het bos in. Het was niet te zien hoe het van daar verder liep. Maar uiteindelijk viel het mee. De lange baan, met veel bochten, hebben we drie keer gedaan voor we er genoeg van hadden. Toen Uk hoorde wat hij gemist had vond hij het wel een beetje jammer dat hij niet met ons mee was geweest.

De wintersport zit er helaas weer op. Dit keer niet één val op een bospad gemaakt. Wel onzichtbare drempels genomen, aan mijn techniek gewerkt en de skipas er dubbel en dwars uitgehaald. Verder heel veel en lekker gegeten en natuurlijk veel lol met mijn familie en vrienden gehad.

Zijn er onder de lezers nog wintersportliefhebbers?
Zo ja, welk wintersportgebied zou jij mij aanraden en waarom?

Langs de zijlijn…

“Boor ga je morgen mee naar de voetbal?” Werd mij gevraagd terwijl ik naar de dwarrelende sneeuwvlokjes stond te kijken die wederom onze tuin omtoverde tot een wit sprookjeslandschap. Als er geen andere fotoreportages gepland staan ga ik meestal mee om foto’s te maken van mijn favoriete voetbalteam. Maar de afgelopen twee weken waren, met een aantal uitvaartreportages achter elkaar, best pittig geweest. Ik wilde er dit weekend de tijd voor nemen om er iets moois van maken zodat ik de families de cd-rom met foto’s kan overhandigen. Een frisse neus halen langs het sportveld zou als afwisseling op het binnen zitten en turen naar de pc wel erg lekker zijn (mits het niet zou stormen of regenen natuurlijk…). Ik besloot mee te gaan maar dit keer, en dat is echt een uitzondering, zonder fototoestel. Dit vonden de heren ook geen probleem.

Het geluk stond aan mijn zijde. De wedstrijd was weliswaar uit, maar de aftrap was pas om 10.30 uur. Een klein beetje uitslapen kon dus. Het zonnetje was ook aanwezig. Heel even had ik er spijt van dat ik mijn fotospullen thuis had laten liggen. Dat was maar voor even. Want nu had ik de tijd om op een heel andere manier naar de wedstrijd te kijken dan anders. Als ik foto’s maak zie ik namelijk heel veel details. Waarschijnlijk meer dan de mensen die aan de zijlijn mee staan te kijken. Maar als fotograaf mis ik het complete overzicht. Dat zien de andere toeschouwers dan weer wel. Nu kon ik ook eens genieten van de mooie acties die uk maakt. De acties waar ik vaak maar de helft van mee krijg.

Ondanks de zon voelde het aardig fris aan. Ik was blij met mijn extra laagje kleding en sjaal. Het viel mij direct op dat we drie spelers misten. Twee waren er bijna te laat en kwamen op de valreep aanrennen om nog snel een warming-up te kunnen doen. Een derde speler was gevraagd met een ander team mee te doen. Ik snapte daar de logica niet helemaal van. Want ons team had juist bij deze wedstrijd zijn punten moeten (en kunnen) pakken om de andere helft van het jaar nog in de top 4 mee te kunnen draaien. Terwijl het andere team zo ongeveer kansloos onderaan stond.

Onze kanjers begonnen direct al goed, binnen een paar minuten viel het eerste doelpunt. Je had ze moeten zien rennen over het veld! Het samenspel, de één tweetjes, het vrijlopen… Alle ingrediënten voor een leuke wedstrijd waren aanwezig. Zo ook bij de tegenpartij, die eveneens leuk aan het ballen was. Eigenlijk iets te leuk. Ze waren hier en daar een kop groter en daarmee ook net iets sneller en sterker dan ons team. Maar als één van onze spelers zich fel inzette kwam de tweede speler mee doen en dit werkte aanstekelijk op de rest van het team.

Wij konden na een half uur op ons gemak een bak koffie halen want we stonden met 1 doelpunt voor. De eindstand was hiermee nog niet in zicht. Het kon nog alle kanten op. En dat ging het ook. Met iets van trots kwamen de spelers het veld weer op. De scheidsrechter vloot en de bal vloog richting doel. Ons doel wel te verstaan. Hiermee scoorde de tegenpartij 2-2. Onze jongens moesten flink aan de bak. Na iedere sprint over het veld zagen ze er weer een stukje vermoeider uit. Het werd lastiger om de bal in eigen bezit te houden. De rust had de tegenstander goed gedaan. Wij stonden te juichen en te springen langs het veld om ze op te peppen en net dat beetje meer te laten rennen. De uiteindelijke stand was 5-4. Onze kanjers hadden alles gegeven. Maar het mocht niet baten.

Nog even bleven we kijken hoe de jongens hun vrije trappen namen. De zon was langzaam achter de bomen en het sportcomplex weggezakt en de wind had zijn plek ingenomen. Het werd akelig koud. We zagen Uk langzaam wit weg trekken en uiteindelijk stond ie over zijn hele lijf te rillen als een chihuahua. Snel onder de douche en door naar huis. De rest van de dag hadden we geen kind aan hem. De kou en inspanning op het veld hadden zijn tol geëist. Hij heeft een aardige tijd liggen slapen onder zijn dekentje op de bank. Volgende week spelen ze voor de beker. Hopelijk hebben we dan ook weer een lekker zonnetje en ben ik van de partij om foto’s te maken.

Ik kan het niet laten om toch een foto te plaatsen:

Foto gemaakt aan het einde van vorig jaar, toen de mist het niet mogelijk maakte verder te kijken dan een paar meter.

Een nieuwe pan…

Enige tijd geleden vroeg vriendlief aan mij of het niet tijd werd voor een nieuwe patatpan. “Hoezo?” vroeg ik hem op mijn beurt. Tot voor kort bakten we nooit zelf patat, hooguit wat snacks. Patat halen we bij de snackbar. Daar waar het vet en de bakluchten thuis horen. “Omdat deze er niet meer uitziet.” Was zijn antwoord. “Maar ik heb hem van jou gekregen. Dan kan ik hem toch niet zomaar weggooien?” Zei ik met een toon in mijn stem die duidelijk maakte dat die pan, hoe smerig ook, niet zomaar weg zou gaan. Dus in het kader van: Gun je patatpan een tweede, derde of vierde ronde want weggooien is zonde… Gingen wij flink aan de poets om de pan er weer als nieuw uit te laten zien. Het was een helskarwei. De pan moest, op het element en de stroomkabel na, geheel gedemonteerd worden. Het deksel moest losgewrikt worden en het filter moesten we er met een schroevendraaier tussenuit peuren. Er zat geen afvoersysteem in voor het oude vet. En ook niet van die handige losse bakken die in de vaatwasser kunnen. De pan heeft een mooi rond formaat, zonder handvaten, wat ondersteboven vasthouden (voor het leeg gieten van de pan, met vette handen) bemoeilijkt.War zone

De keuken zag er na een half uur al uit als een war zone en zo’n beetje alle vetoplossende schoonmaakmiddelen werden gebruikt. Als je onze arbeidsintensiviteit in uren zou uitbetalen hadden we er wel drie nieuwe patatpannen voor kunnen kopen. Aan het einde van de rit waren we alle twee van mening dat we dit nooit meer zouden doen. Maar de pan zag er aardig schoon uit. Dus hebben we hem nog een tijdje gebruikt.

Toen de pan uiteindelijk weer toe was aan een schoonmaakbeurt besloten we een nieuwe te kopen. Vriendlief had al een aantal mooie friteuses op het oog. De één nog mooier (lees: beter en handiger schoon te maken) dan de ander. Toen vonden we er eentje die geheel voldeed aan onze (schoonmaak)eis. Zo één met een handig kijkglas in de deksel, voor het controleren van de voortgang tijdens het frituren (Aldus de Blokker). Kan iemand mij misschien vertellen welke idioot dit verzonnen heeft? Die persoon heeft de pan zeker niet eerst uitgetest?! Zodra er een deksel op de pan gaat kan er geen hitte (en volgens het boekje: nare geurtjes, heus wel!!) ontsnappen. De hitte, en in dit geval de vetspetters, slaan tegen het ruitje. Deze beslaat en NIEMAND, behalve iemand met Bionische ogen misschien, kan de voortgang van de in het vet rondzwemmende aardappelpartjes controleren. Gevolg: men opent het deksel waarmee direct ook grote walmen baklucht de kamer in komen. Alsof het ingebouwde filter dan überhaupt nog nut heeft…

Maar goed, ik dwaal af. Wij hebben dus sinds kort een nieuwe pan. Omdat deze goed schoon te maken is besloten we zelf meer te gaan frituren. Vriendlief kocht dezelfde week bij de Lidl een mooie roestvrijstalen patatsnijder. Toevallig in de aanbieding! Maar hoe nu verder? Ik wist dat verse patat twee keer gebakken moest worden maar daar hield het dan ook mee op. En welke aardappels zijn hier het meest geschikt voor? De groenteboer bij ons in het dorp vertelde dat de “echte” patataardappels niet eens zo lekker waren. Hij smeerde ons de “frieslander” aan. Dankzij internet vonden we het recept van onze smaak. Na een aantal maal geëxperimenteerd te hebben met diverse soorten merken aardappels kwamen we tot de conclusie dat de “frieslander” inderdaad de lekkerste patatsmaak heeft.

De patatsnijder was een aankoop met desastreuse gevolgen. Want de patat, afgezien van de Mc D. frietjes want die smaken zoals Mc D. frietjes horen te smaken, smaakt nu nergens zo lekker als bij ons thuis. 🙂

Mijn eigen werkplek…

De afgelopen paar weken is het (weer) lekker druk geweest. Op de zaak kwam er geen eind aan de werkdag. Vroeg beginnen, laat klaar en voor mijn doen veel overuren. De beloning? Hogere cijfers, meer omzet en uitgeblust personeel. Ook thuis was het aardig druk. De sportfotografie ging zelfs in barre, koude en natte tijden gewoon door en dat betekende de weekenden niet onderuitgezakt voor de buis bijkomen van een drukke werkweek. Tot vorig weekend zat ik dik ingepakt langs het sportveld om actiefoto’s te maken. Om vervolgens in de middag op te warmen achter mijn computer. Het werkt verslavend om mijn eigen fotowerk te verbeteren. Om nog preciezer te zijn in afdrukken en om nog mooiere actiefoto’s te maken. Het is leuk om te zien hoe veel ik in korte tijd geleerd heb.

Maar al het werken heeft ook zijn nadelen. Zo was mijn inspiratie en motivatie om te bloggen terug gelopen naar net boven het vriespunt. De zinnen en woorden wilden maar niet komen en als ik al iets origineels bedacht had liep ik na één alinea compleet vast. Ook was mijn irritatiegrens sneller bereikt dan anders. Terwijl ik in de woonkamer mijn foto’s aan het bewerken was, of zat te ploeteren op een verhaal, weergalmde het getetter van Uk terwijl hij zijn spelletjes op de Playstation aan het spelen was in mijn oor. Vergelijkbaar met een mug in je slaapkamer tijdens een zwoele zomernacht waardoor je maar niet kunt slapen. IRRITANT!! We konden alle twee niet veel van elkaar hebben en dat uitte zich in gekibbel en chagrijnige gezichten. Niet leuk voor mij, maar zeker niet voor hem. Hij kan er immers niets aan doen dat ik meer dan gemiddeld werk in één week.

Het werd tijd voor mijn eigen werkplek in huis. Een ruimte waar ik mijn fotospullen normaal zou kunnen opbergen. Waar mijn administratie gedaan kan worden zonder dat ik van drie verschillende plekken mijn paperassen moet pakken. Een plek waar ik in tijden van drukte en stress toch rustig kan werken.

Aangezien de fotostudio niet meer in gebruik is besloot ik daar mijn werkplek te maken. Het kleine bureau dat er stond voldeed niet meer aan mijn eis. Dus moest ik op jacht naar iets wat geheel aan mijn smaak zou voldoen. De Ikea deden wij als eerste aan. Niet mijn meest favoriete winkel, maar ik ging er vanuit daar voor een compleet kantoor te kunnen slagen. Na een uur ronddwalen was ik helemaal klaar met de Ikea en stapte gedesillusioneerd de auto in. Te klein, te groot maar vooral te zakelijk. Mijn nieuwe werkplek moet er professioneel uitzien maar zeker niet zakelijk.

Er zat helaas niets van mijn gading bij. Dit was eveneens het geval bij alle andere kantoormeubelzaken die ik bezocht. Ik besloot te stoppen met zoeken in de stille hoop er tegen aan te lopen op een moment dat ik er niet naar zou zoeken. Dit gebeurde vorige week. Al bladerend door de website van de Wehkamp stond daar opeens mijn bureau, met stoel en bijbehorende kast. Ik was opslag verliefd op een stijl, klassiek landelijk, waar ik een paar jaar geleden niets van moest hebben. Na alle maten opgenomen te hebben besloot ik hem te bestellen. Afgelopen vrijdag zijn de pakketten geleverd.

Aangezien de voetbal afgelast was konden we mooi aan de knutsel. Het was een compleet bouwpakket met allemaal losse onderdelen, een zak vol schroefjes, plugjes, moertjes en wat lijm. We zijn er een zaterdagochtend en een gedeelte van de middag zoet mee geweest. Maar de stoel en het bureau staan inmiddels. De kast laat nog even op zich wachten. Deze moet helaas omgeruild worden omdat hij niet ongeschonden aangekomen is.

De vensterbank is door vriendlief van de week al in de verf gezet. De radiator wil ik zelf nog gaan doen. Ik ben er nog niet over uit of ik alles wit verf of dat ik er een ombouw omheen zet. Er moet nog een mooie witte plank boven mijn bureau komen en zowel links als rechts van de muur een aantal (sport) foto’s van eigen hand. Ik ben er erg blij mee en in gedachten is de kamer al helemaal af.

Zodra alles af en naar wens is, zal ik jullie virtueel rondleiden op mijn nieuwe werkplek.

Playmobil is Ipad waard. . .

Toen vriendlief eenmaal door had wat Marktplaats inhield en vooral hoeveel geld je daarmee kon besparen was het hek van de dam. Toen Uk nog een ukje was en eigenlijk nog te klein was voor alles wat kleiner was dan Duplo, werd er flink ingekocht, voor later. Onder het motto: “Dat vond ik vroeger erg leuk, dus mijn kind gaat dit ook heel leuk vinden!” werd alles van Playmobil ingeslagen. Er werd geboden, gemaild en heen en weer gebeld tot men letterlijk groen en geel zag. De pakketjes bleven bij ons binnen stromen en de zolder werd voller en voller.

Uk werd iedere sinterklaas, kerst en met zijn verjaardag voorzien van een nieuw pakketje Playmobil. Je kon het zo gek niet verzinnen of Uk had het op zijn kamer staan. Soms was hij de twee kilometer NS rails met vijf treinen en wagonnetjes zat en werd het ingeruild voor piratenboten en ridderkastelen. Of het politiebureau en de Ark van Noach. Terwijl Uk groter en  ouder werd verloor hij beetje voor beetje zijn belangstelling voor al het speelgoed. De computer en voetbal werden zijn hobby’s en dat terwijl er boven op de vliering nog een aantal dozen met Playmobil stonden waar hij niets van afwist. Zo stond er nog een brandweerkazerne met alles er op en er aan, een F1 pakket en een luxe indianen- en ridder set compleet met tipi’s, paarden en kajaks.

Twee weken geleden besloot vriendlief de knoop door te hakken en zijn met liefde ingekochte collectie te koop aan te bieden. Omdat het wel erg veel werk was keek hij Uk en mij lief aan en zei dat de opbrengst naar een goed doel zou gaan, namelijk een nieuwe Ipad (of twee) en of wij misschien zouden willen helpen. Daar hadden Uk en ik wel oren naar.

Met zijn drietjes zijn we de hele zondag bezig geweest met het bij elkaar zoeken van de originele verpakkingen, bouwtekeningen en natuurlijk het Playmobil zelf. Uk was toch wel erg verknocht aan zijn kasteel en besloot deze samen met zijn drakenfort te houden. De rest mocht voor de verkoop van zijn kamer gehaald worden.

De fotostudio werd voor deze gelegenheid opgetuigd en alle bouwwerken werden één voor één vakkundig in elkaar gezet, gefotografeerd, (vakkundig)afgebroken en in dozen gestopt. Dit ging de hele week zo door. Iedere dag werd er iets op Marktplaats gezet. Iedere dag kwamen er nieuwe biedingen binnen en werd er Playmobil verkocht. Inmiddels kan ik geen Playmobilpoppetje of onderdeel meer zien. Maar… de bende in de studio, zolder en de kamer van Uk veranderde langzaam in een gestructureerde chaos. De vloer werd iedere dag een halve meter meer begaanbaar. De dozen stapelde zich op in de gang maar aan het einde van de tweede week was dit afgenomen tot een doosje of drie.

Hoewel nog niet alles gefotografeerd en verkocht is, was volgens vriendlief afgelopen vrijdag het targetbedrag bereikt. Toen ik thuis kwam werd mijn inspanning beloond met een Ipad mini. Ik had niet verwacht dat dit speelgoed nog steeds zo goed zou verkopen. Maar blij met mijn nieuwe aanwinst ben ik zeker. Nu nog een mooie hoesje uitzoeken.

Iemand nog interesse in een zwik gouden & zilveren ridders, een Engels fort of een Inca tempel?

Door weer & wind. . .

De wekker gaat om 06.30 uur af, op een zaterdag, na een week werken. De regen komt met bakken uit de hemel zetten. Het is de afgelopen nacht niet één minuut droog geweest. Ukkepuk hoor ik al van de trap af denderen en gilt ons in het voorbijgaan een goedemorgen toe. Hoe kan het toch dat dat joch geen moeite heeft met opstaan?

Als ik beneden kom heeft Uk zijn voetbalkleding al aan. Terwijl ik het ontbijt sta klaar te maken vraag ik aan vriendlief of hij er zeker van is dat de wedstrijd door gaat, op dit onchristelijke tijdstip met dit niet Deborah vriendelijke weer. Hij begint te lachen en zegt: “Lang leve de kunstgrasvelden!” Ik besluit wijselijk mijn mond te houden, eet mijn ontbijt en maak mij klaar voor een regenachtige ochtend langs het voetbalveld.

Uk daarentegen is niet meer te houden. Dit is de laatste wedstrijd voor de beker. Met de wedstrijden die reeds gespeeld zijn staan er drie clubs op de eerste plaats. Waaronder die van hem. Het is er op, of er onder vandaag!! Dat maakt het de moeite waard om je zeiknat te laten regenen en vervolgens een verkoudheid op te lopen. Mijn fototoestel had nergens last van. Met zijn eigen regenjas aan heb ik foto’s gemaakt van de wedstrijd. En wat voor wedstrijd. Ik vergat soms dat ik in het hol van de leeuw (de tegenstander) zat en zodra er een doelpunt gemaakt werd schreeuwde ik uit volle borst mee. De tegenstanders daarentegen deden het zelfde op hun beurt om mij vervolgens grijnzend aan te kijken…

De spelers scoorden het ene na het andere doelpunt terwijl ik het ene na het andere plaatje schoot. De kou deerde mij op dat moment niet. Hoewel mijn vingers na afloop gevoelloos waren en mijn bovenbenen tot aan mijn tenen drijfnat waren heb ik daar tijdens de wedstrijd niets van gevoeld. De spanning was om te snijden, zowel op als naast het veld.

De uiteindelijke score was 6-6. Dat betekende, op dat moment, een eerste plaats voor ons team! Het team dat eveneens kans maakte op een eerste plaats moest ook spelen. Direct na de wedstrijd werd er druk over en weer gebeld om te vragen wat het andere team gedaan had. Helaas waren de wedstrijden door het slechte weer en het ontbreken van kunstgrasvelden afgezegd. Over een aantal dagen weten we pas of we (de spelers uiteraard) de beker gewonnen hebben of een mooie tweede plaats hebben behaald.

Zie voor meer (voorbeeld)foto’s de facebookpagina of de website: Foto Hamar

Laat het winterseizoen maar komen. . .

Zodra ik de deur van mijn auto op een kiertje zet wordt hij door de wind verder open getrokken. Ik ben even bang dat hij bij de scharnieren afbreekt en met de wind mee uit het zicht verdwijnt. Maar gelukkig krijg ik hem te pakken en smijt de deur iets harder dicht dan de bedoeling is. Ik doe snel een tweede jas aan voor ik verder loop. Waarom moest ik 15 jaar geleden toch zo nodig een paard? Waarom niet gewoon een goudvis? Of een chinchilla van mij part? Mijn keus van toen heeft gevolgen voor nu. Want het weiland moet nog steeds nagelopen en gemest worden ook nu de herfst zijn intrede gedaan heeft. En hoe!! De wind beneemt mij de adem als ik door het eerste land naar achteren loop. Hoewel ik vaak buiten ben bedenk ik mij dat het lang geleden is dat ik in dit hondenweer buiten ben geweest.

Ik wordt vandaag niet vrolijk begroet. De paarden staan allemaal met hun achterwerk naar mij toe gekeerd met hun dek wapperend in de wind. Een gezellige boel. Eén van de paarden schrikt op van mijn plotselinge verschijning en zet het op een rennen. De anderen paarden, gealarmeerd door hun “graasmaat”, zetten het eveneens op een rennen al hebben ze geen flauw benul waarom. Tot ze zien dat ik het ben. Gehuld in twee jassen en een petje op mijn hoofd. Zo snel als het rennen begon, zo snel staan ze ook weer stil. De hoofden gaan weer naar het gras, hun achterwerk weer in de wind. Behalve mijn paardenbeest. Hij kijkt mij vanaf een paar meter argwanend aan en lijkt te zeggen: “Ik weet niet wat jij komt doen, maar ik heb nu even geen zin!!” Als ik zie dat het hem verder goed vergaat loop ik de andere paarden na en begin met mijn routinematige klus, het leegscheppen van het weiland. Leuk zo’n buitenhobby als de wind je oorschelp vult met ruis en je door en door nat bent van de regen!!

Na een kruiwagen te hebben geleegd kijk ik eens om mij heen. De polder ligt er desolaat bij. Geen auto, geen fietser, geen wandelaar. Ik ben alleen op dit stukje grond. Ik ben niet zo heel bang aangelegd maar ik ben blij dat het nog licht is. Waar tot voor kort de graanstengels, bloemen en bloesems nog wiegden op een zomers briesje worden nu de takken van de bomen gerukt en dode bladeren gaan in een wervelwind omhoog. Geregeld word ik uit mijn balans gebracht en heb ik het gevoel weg te kunnen vliegen als ik nu heel hard zou gaan rennen. De wind beukt tegen mijn oren als een golf tegen een golfbreker. Dit gedeelte van de polder, dat ik altijd zo vredig vind, krijgt door het weer een somber en grauw karakter.

Het paard ziet eindelijk in dat ik niet van plan ben om te gaan rijden of om hem van een poetsbeurt te voorzien. Dus komt hij langzaam naar mij toe. Ik voel aan zijn oren hoe koud hij het heeft. Dit lijkt, dankzij zijn regendeken, gelukkig mee te vallen. Hij wordt net als ik, allerminst blij van dit weer. Wat dat betreft lijken we erg op elkaar. Hij loopt het liefst met mij mee om te schuilen in zijn stal. Ik geef hem een gemoedelijk klopje op zijn hals en schuif hem een snoepje of twee toe. Iets waar hij zijn hoop al op gevestigd had.

Voor mijn gevoel loopt het weideseizoen op zijn eind. Hoewel de boer hoopt op beter weer zodat de paarden nog even buiten kunnen blijven, hoop ik op een nieuw stal- en winterseizoen. Waarin regelmaat en ritme terug te vinden is, de avonden gevuld kunnen worden met geklets op en rond stal omdat alle meiden weer ‘s avonds na school en werk komen. Avondjes waarbij we met zijn allen de paarden aan het poetsen zijn om warm te worden en we het weer vervloeken omdat onze tenen er afvriezen.

Ondanks mijn voorliefde voor de zomer kan ik nu wel zeggen: “Van mij mag het winterseizoen weer beginnen. Mijn paardenbeest en ik zijn er klaar voor!”