It’s alive…

De auto voor mij rijd op standje slak. Normaal pas ik altijd netjes mijn snelheid aan. Misschien is er wel een reden voor deze traagheid. Zit er een ziek persoon of dier in de auto waarbij iedere hobbel helse pijnen veroorzaakt bijvoorbeeld?! Uit ervaring weet ik hoe vervelend het is als jij daar mee te maken hebt maar andere mensen totaal geen rekening met je houden. Maar vandaag heb ik een soort van haast. Mijn wekker ging heus op tijd af. Maar een onvoorziene gebeurtenis gooide roet in het eten en dus in mijn planning.

Voor een keer trap ik het gaspedaal van Bruce eens flink in. Ik haal slak in met het tempo van zoef de haas en schuif daarna netjes weer terug naar mijn eigen weghelft. Op dat moment gebeuren er twee dingen. Mijn telefoon pingelt dat ik inmiddels onderweg zou moeten zijn naar mijn tweede afspraak van die dag en mijn gordel schiet vast. 

Dat eerste is lastig op te lossen. Ik kan de tijd niet terug draaien en zou daarom een ietsie pietsie te laat gaan komen. Als het mee zit is de wedstrijd nog niet begonnen en heb ik geluk gehad. Dat tweede is nog iets lastiger op te lossen. Mijn gordel zit vast en wil niet meer meegeven. Ik wurm wat naar voren maar in plaats van mee te geven hangt ie vast. Op het moment dat ik recht in mijn stoel ga zitten, schiet de gordel terug in de deurstijl. Maar als ik ruimte probeer te krijgen weet hij niet van wijken. 

Iedere keer als ik mij kleiner maak om de gordelspanner te laten ontspannen, spant het kreng weer aan. Uiteindelijk zit ik helemaal kaarsrecht maar mega klem in mijn stoel. Mijn levendige fantasie zorgt er voor dat er diverse horror scenario’s de revue passeren. “Hurbie’s wraak” “mijn gordel veranderd in een python” “It’s alive”… Mocht ik nu een ongeluk krijgen zit ik in ieder geval goed ingesnoerd dat is een ding wat zeker is. Of ik het overleef is vraag twee. 

Ik krijg het er Spaans benauwd van. Terwijl ik met één hand verder stuur probeer ik met mijn andere hand de gordel los te klikken. Na een aantal pogingen van adem inhouden en mij plat tegen de stoel aandrukken lukt het godzijdank. Maar dan begint het alarm van de auto te janken omdat die verrekte gordel niet in de houder is geklikt. Bruut zet ik de auto aan de kant. Sjor links en rechts aan mijn gordel waar totaal geen beweging in te krijgen is. Ik probeer het met beleid en daarna met grof geweld. Niks.

Hij eet de gordel netjes op maar terug uitrollen, ho maar. Daar ben ik mooi klaar mee. Ik ruk de gordel van de bijrijders kant naar mij toe en klik die in de houder. Het gejank van het alarm is nu in ieder geval opgelost. Zelf rij ik gordelloos verder en hoop maar dat ik geen politie tegen kom en geen ongeluk krijg. 

Zelf durf ik het niet aan om de halve binnenkant van mijn auto te ontleden om bij de spanner te komen. Maar bij de garage weten ze wel hoe ze dit moeten aanpakken. Het blijkt gelukkig maar een klein mankement te zijn. Er zat wat vuil in de spanner. Na wat poetswerk is ie weer als nieuw. Opgelucht maar toch wat verontwaardigd keer ik huiswaarts. Ben ik gewoon bijna gewurgd door wat vuil…

Boors Boekenweek #16…

Per toeval kreeg ik een deel van de boekenserie Cormoran Strike in handen. Omdat de verhaallijn mij aansprak besloot ik de andere delen eerst op te snorren en aan te schaffen. Wanneer een serie mijn aandacht heeft dan is het wel zijn fijn om bij deel een te beginnen. Hoewel alle delen ook los te lezen zijn zit er wel een rode draad verweven door het verhaal. 

Cormoran, de hoofdpersoon in dit hele gebeuren, heeft niet echt een makkelijke jeugd achter de rug, met een moeder die verslaafd was en een bekende rockster, Johny Rokeby als vader. Wiens aandeel in de opvoeding overigens nihil is geweest. Ondanks zijn instabiele jeugd en het vele verhuizen zet hij alles op alles om iets van zijn leven te maken. Uiteindelijk gaat hij bij de SIB (Special Investigation Branch) van het leger. Tijdens een missie in Afghanistan verliest hij zijn rechter onderbeen.

Na een periode van revalidatie besluit hij verder te gaan als privédetective. Maar ook dat gaat niet van een leien dakje. Hij heeft zich zelf behoorlijk verwaarloosd. Omdat het uit is met zijn vriendin woont hij in zijn kantoor. Leeft op sigaretten, alcohol en fastfood. Zit in de schulden en zijn laatste klant staat op het punt om op te stappen. Maar dan doet Robin Ellacot, als zijn assistente, per ongelijk, haar intreden. 

Deze twee kunnen niet meer van elkaar verschillen dan dag en nacht. Robin, die een vreselijk verleden achter de rug heeft, staat ook nog eens op het punt om te gaan trouwen met een man die het helemaal niet eens is dat ze gaat werken voor en met een privédetective. Maar hoe verder je in het verhaal komt hoe meer je merkt dat de twee hoofdpersonen meer met elkaar gemeen hebben dan ze willen toegeven.

Het is overigens niet een standaard detective verhaal. Naast de huis-tuin-en keuken “snabbels” zijn de overige klanten die bij hem aankloppen het slachtoffer van incompleet politie optreden. Het onderzoek is vastgelopen of stopgezet. Zelfs cold cases dienen zich aan. Het oplossen van deze zaken geeft hem de nodige bekendheid. En dat is toch best lastig als je privédetective bent. 

De schrijver van deze serie is Robert Galbraith. Dit is een pseudoniem voor J.K. Rowling. De schrijfster van de Harry Potter boeken. Rowling wilde dat mensen de verhalen niet zouden beoordelen en vergelijken met haar eerdere werk. Door te kiezen voor een mannelijke naam had ze de hoop dat men er pas veel later achter zou komen dat zij de schrijfster is. Helaas kwam het al eerder aan het licht. Dit weerhield haar er niet van om de andere boeken, die toen nog geschreven moesten worden, uit te brengen onder dezelfde naam. 

Toegegeven, Galbraith is hier en daar lang van stof, de boeken hadden met minder bladzijdes afgekund. Maar het leest daarentegen wel lekker weg. Je krijgt wat meer stof tot nadenken. Niet alleen over de zaken die uitgeplozen moeten worden. De chemie tussen de twee hoofdpersonen is af en toe sterk aanwezig en tegelijk gebeurt er helemaal niks. Aan het eind van ieder boek bleef ik achter met de vraag: “krijgen ze nu nog wat met elkaar of wat?!” 

Galbraith geeft zelf aan dat ze nog niet van plan is te gaan stoppen. Zolang er plots zijn uit te werken wordt er geschreven. Op naar deel zes!!

Alle delen zijn er ook in het Engels. En voor wie niet wil lezen: de BBC heeft hem ook als serie uitgebracht.

Nachtwerk…

Het is einde van de middag als ik nog snel even langs de wei scheur met een emmer met lekkers. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan in een wei die voor mijn gevoel wel drie voetbalvelden lang is. De hele polder weet inmiddels dat ik er ben want ik sta vooraan, bij het hek, zijn naam te “scanderen”. (in de hoop dat hij naar mij toe komt) In tegenstelling tot pubers schaamt Poownie zich daar niet voor. Hij komt gelukkig mijn kant opgelopen. Het begint met een stap maar zodra ik zijn voeremmer in de lucht houd gaat hij al snel over in draf. Kijk, zo doen we dat hier!

Ik ben maar wat blij dat hij besloot naar voren te komen. Want zo heel veel tijd heb ik op dit moment niet. Als hij eenmaal is aangevallen op zijn voer onderwerp ik hem snel aan een inspectie. Tot mijn schrik zie ik dat zijn linkerflank onder de bulten zit. Zijn benen voelen ook warm aan. Maar ja wat wil je met volle zon en 30 graden? De vliegen zijn inmiddels niet meer weg te slaan. Poownie stampt er naar maar het helpt niet veel. De bultjes voelen aan zoals een dazenbeet bij mij zou doen. Poownie geeft er zelf niet veel om. Voor nu besluit ik het zo te laten. 

Zijn emmer is leeg en als er verder niks meer bij mij te halen valt wil hij graag weer terug naar zijn maten in de wei. Ik laat hem vrij en met dezelfde vaart als waarmee hij naar voren kwam stuift hij terug naar achteren. Ik klop het stof van mij af en ga verder met mijn middagplanning. 

Als ik ’s avonds in bed lig laat ik de belevenissen van de dag nog een keer de revue passeren. Mijn gedachten blijven bij Poownie hangen. Waren zijn benen nu echt zo warm? Stond hij te trappen naar vliegen of was dat een aanname? Mijn fantasie gaat met mij aan de haal. In mijn gedachten heb ik van een gezond paard een dodelijk ziek dier gemaakt dat ligt te creperen in de wei. Het wordt van kwaad tot erger en in mijn verbeelding ligt hij al met vier pootjes omhoog. Na twee uur malen en met een knoop in mijn maag van ellende stap ik uit bed. 

“Ik wil naar de wei!” zeg ik tegen vriendlief. Die van mij naar de klok kijkt. Het is inmiddels 01.10 uur ’s nachts. Hij weet ook dat ik de rest van de nacht geen oog meer dicht doe zolang ik niet met eigen ogen bij Poonwie heb gekeken. 

En dus lopen we iets na 01.30 uur met een zaklamp in de hand door de wei. Het is super rustig en super mistig. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan. Ik voel mij als een dief in de nacht. Bij de tijd dat we ze gevonden hebben zijn onze broekspijpen doorweekt. Poownie staat op zijn gemak te knagen aan het gras. Als ik hem aan een inspectie onderwerp voelen zijn benen als normaal en zijn de bulten al bijna weg.

Vriendlief zucht diep. “Ben je gerustgesteld?” Vraagt hij. “Want ik ga niet nog een keer mijn bed uit voor een nachtwandeling!” Zegt hij. “Nu wel!” Zeg ik. Nu ik weet dat alles goed gaat en alleen mijn fantasie op hol geslagen was kan ik weer rustig slapen.

Rijsttafel…

Een tijdje terug was ik te gast bij mijn nichtje. We zouden daar gaan BBQ-en. Maar omdat het weer omsloeg en er voor heel de dag 100% regen zou vallen vroeg ze ons of we er bezwaar tegen hadden dat het diner werd aangepast naar een “home-made Indische rijsttafel”. Daar hadden wij zeker geen bezwaar tegen. 

Eenmaal binnen rook het er al helemaal bekend. Voor een deel naar “vroeger”, wanneer we als kind bij oma over de vloer kwamen. Voor een deel naar eigen recept. Vol bewondering keek ik naar wat ze allemaal op het aanrecht had staan. Er stonden al diverse potjes en pannetjes te pruttelen. Een deel was reeds bereid en een deel werd klaar gemaakt terwijl we gezellig aan het kletsen waren. Ik kreeg spontaan grote trek bij alle geuren. Als dit mijn thuis was geweest zou ik herhaaldelijk met mijn jatten in de pan gezeten hebben om alvast voor te proeven. Ik hield mij in. 

Alle gerechten kwamen uit een prehistorisch kookboek dat de tand des tijds had doorstaan. Iedere stap in het hele proces werd keurig gevolgd en dat leverde uiteindelijk een zeer smaakvolle maaltijd op. Zo smaakvol dat ik mij gerust 30 tot 35 jaar terug in de tijd waande. Aan tafel bij opa en oma tussen al mijn ooms en tantes. 

Ik realiseerde mij dat ik de kookboeken van mijn moeder niet meer tot mijn beschikking heb. Als ik ze al zou hebben, liggen ze ver achterin op zolder weggestopt. Aan internet had ik ook niks. Daar wordt een gerecht al Indisch genoemd als er een sjalot en een scheut ketjap in gaat. Overigens diverse keren geprobeerd maar ik miste steevast de Indische bite die ik bij de gerechten van oma en mijn moeder wel altijd proefde. En nu dus ook, aan tafel bij mijn nichtje.

Ze schoot te hulp door een aantal bladzijdes uit het boek voor mij te kopiëren. Online vond ik nog twee sites waar volgens authentieke wijze recepten werden klaargemaakt. Ik maakte een combinatie van de diverse gerechten en besloot er mijn eigen draai aan te geven. Maar eerst moest ik langs de toko om de missende ingrediënten te kopen. 

Juist de ontbrekende kruiden zijn de smaakmakers die ik bij mijn eigen gerechten dus altijd miste. Denk hierbij aan sereh, daoen salam en kemiri noten. Daar wordt in de “simpele online keuken” met geen woord over gerept. Oké toegegeven, de kokosmelk of blokje santen en kruitnagel door de rijst had ik zelf nog wel kunnen bedenken. 

En in plaats van het bakje boemboe van Conimex besloot ik nu ook die maar helemaal zelf te maken. Dus stond ik de avond van te voren de boel al fijn te stampen in mijn pas aangeschafte vijzel. Nou dat is niet helemaal waar. Ik masseerde de sjalotten, nootjes, trassi en andere kruiden met liefde tot een egaal mengsel voor de marinade van het vlees. Want naast de juiste kruiden is het de liefde die de finish in touch geeft.

De volgende dag stond ik ’s middags al weer vroeg in de keuken. Met iedere minuut die verstreek kwamen er meer geuren vrij. Een goede voorbode voor de smaak van straks. Mijn zwoegen werd beloond. Ik had het voor elkaar gekregen om een minirijsttafel op te dienen. Hier en daar moet nog wat geschaafd worden om de smaken te verfijnen. Maar mijn (o)ma zou trots op mij zijn!

Pauze…

Even niet met stukken tekst bezig zijn of mijzelf de verplichting opleggen iets te plaatsen en vooruit te werken, besloot ik een blogpauze in te lassen. Het klinkt wel zwaar he? “Verplichting” “vooruitwerken”. Af en toe is het goed om even afstand te nemen van wat je doet. Ook van de dingen die je leuk vind. Meestal krijg je daar juist nieuwe inspiratie door en wordt je weer lekker creatief. 

Dus, met dat in mijn achterhoofd sloot ik mijn blog begin juli af. En vandaag, op 1 augustus start ik hem weer op met een terugblik op de afgelopen maanden. 

Door de vele regenval in mei heb ik soms het gevoel dat ik de lente heb overgeslagen. De wei was nog niet begaanbaar want alles was een grote modderpoel. Weg met de boot ging ook niet want regen. Wel aten we een aantal keer aan boord. Gewoon om het vakantiegevoel te vieren en er toch even uit te zijn. Poownie werd 27 en ik bezocht samen met Oom B. een steenuilenhut in België om foto’s te maken. Dit was een fantastische ervaring. Overigens waren dat de enige foto’s die ik tot dan geschoten heb. Het hele jaar is mijn camera zijn tas niet uit geweest. 

We starten juni met een week vrij. Gewoon even niks doen, uitslapen en onthaasten. De weergoden zijn ons goed gezind. Na een maand van regen en vies weer worden we zowaar getrakteerd op warme dagen en volop zon. Niet zo gek dat we veel tijd doorbrengen op het water. Ik maak zelfs een early bird rondje met de sup.

Ik spreek af met oom R. die ik al ruim 35 jaar niet echt meer gezien of gesproken heb. Zo gaat dat soms in het leven. Ieder gaat zijns weegs. Maar nu hadden we een paar uur samen en onder het genot van wat te drinken en te knagen hebben we heel wat bijgekletst. Het blijkt dat we redelijk wat overeenkomsten hebben. We staan op sommige punten het zelfde in het leven. Terugkijkend was het een fijne avond.

De tijd tikt gestaag door en daarmee start plots de maand juli. De paarden staan vanaf nu eindelijk dag en nacht op de wei. Dat betekend iets meer rust en vrijheid. Onze nieuwe wei is echt mega groot en het is een heerlijk gezicht als je de kudde zo ziet grazen. Ze waren er echt aan toe. Ik ook trouwens. 

Gelukkig komt de voetbal ook weer op gang. De eerste oefenwedstrijden in aanloop naar een nieuw seizoen zijn reeds geweest. Ik had het nooit verwacht te zeggen, maar ik heb dit zo vreselijk gemist!! Ik was daarom ook maar wat blij dat ik weer langs de lijn mocht zitten met mijn camera. 

De eerste twee wedstrijden heb ik inmiddels op de foto gezet. Dat was, na bijna een jaar niet gefotografeerd te hebben, toch wel even schakelen. De snelheid, het licht, de instellingen. Ik ben niet geheel ontevreden over het resultaat. Maar laten we het er maar op houden dat ik ook wat “oefenwedstrijden” kan gebruiken.

Schrijver Robert Galbraith heeft een aantal leuke verhalen neer gepend. Dus hield ik een leesmarathon en las alle vijf de delen in een maand weg. Maar daarover later meer. 

Al met al een rustige periode om op terug te kijken. Ik ben heel benieuwd of dit zich de rest van het jaar zo voortzet. De tijd zal het leren… 

Early bird…

Eigenlijk stond hij voor in mijn vakantie gepland. Net als een hoop andere nog-te-doen-bezigheden. Misschien dat het er daarom niet helemaal van gekomen is. Dat, en uiteraard mijn lekkere bed. Want hoewel ik al enige tijd mijn wekker ook op vrije dagen vroeg zet, is het wel verleidelijk om deze iets later te zetten dan op een werkdag. Maar omdat ik mij herinnerde dat ik een paar jaar terug zo genoten heb van mijn ochtend hardloopsessies, offerde ik mijn enige vrije dag van die week hiervoor op. 

Nou ja, opofferen? Ik deed het graag. Toen mijn wekker om 04.45 uur (in de ochtend!!) afging sprong ik figuurlijk gezien want letterlijk ging het iets langzamer, mijn bed uit. Mijn spullen had ik de dag ervoor al klaar gezet. Ik hoefde alleen mijn ontbijt nog maar te smeren. Griste nog snel een fles water uit de koelkast en ik kon op pad.

De klok tikt 05.30 uur aan als ik bij het water aan kom. Geen mens, geen hond, niemand. Ik hoor alleen de vogels. Niet veel later is het toch echt even gedaan met de rust. Ik ben mijn SUP aan het oppompen en dat gaat niet geheel geruisloos. Er staan gelukkig geen huizen in de directe omgeving. Uit voorzorg sta ik toch achter mijn auto zodat het geluid tot een minimum beperkt wordt. We willen geen overlast op dit tijdstip.

Het is 05.45 als ik met SUP en al het water in glij. Ik paddel naar het midden en houd dan stil. Het is alsof alles nog in diepe rust verkeerd. Op de vogels na, die kwetteren en fluiten nu om het hardst. Maar verder is het echt helemaal stil. Er staat geen stroming en er staat geen wind. De zon is al even wakker en slaat mij vanaf de horizon gade. Ze begeleid mij op mijn eenzame tocht over het water. 

Toen ik nog wekelijks aan hardlopen deed kon ik ook zo genieten van de vroege ochtenden. Er is geen enkel moment binnen de 24 uur die zo vredig en kalm aanvoelt als het ontwaken van de dag. Ik voel een innerlijke rust en daarmee een blijdschap over mij heen komen. Konden de dagen allemaal maar zo zijn. Wat een zalig gevoel is dit.

Er hangt hier en daar nog een flard mist over het water. Voor het mooie ben ik eigenlijk nog een half uur te laat. Dan had er meer nevel gehangen en had het wisselen van de nacht in de dag extra magisch geweest. Maar het beeld dat ik nu voor ogen heb is ook niet verkeerd. Ik besluit om te keren en nog een stuk met de opkomende zon in de rug de andere kant op te paddelen. 

Het laatste stuk is een lus en als ik hem helemaal uit zou varen heb ik er twee km extra opzitten. Halverwege besluit ik flink aan te zetten tot ik terug ben op mijn startpunt. Met SUPPEN gebruik je al je spieren dus heb ik direct een aardige work-out achter de rug. Als ik mijn SUP uit het water haal ben ik ruim een uur verder en staat er 5.5 kilometer ochtendgymnastiek op de teller. 

Een heerlijke start van mijn dag. 

Steenuilen schieten…

Het duurde drie jaar voor het lukte. De eerste keer was het seizoen net voorbij en dus te laat. Het tweede jaar was het seizoen nog niet begonnen maar was ik wel te laat met reserveren en was de hut vol geboekt. De derde poging werd dankzij corona door mijn neus geboord. Maar eind mei van dit jaar lukte het dan toch. Ik stond oog in oog met een steenuil. 

De steenuil is het kleinste uiltje in Nederland en is niet veel groter dan een merel. Vergeet de kerkuil of de grote oehoe. Dit uiltje is de schattigste rover onder de vogels die er is.. Hij ziet er groter en forser uit dankzij zijn volle verenkleed. Die grote opvallende felgele ogen doen het hem. Die wilde ik heel graag eens vastleggen op de gevoelige plaat. Dus was de keus om een vogelhut die zich richt op de steenuil te huren snel gemaakt. Het duurde alleen wat langer voor we terecht konden. 

Maar toen was het eindelijk zover. Einde van de middag toog ik samen met Oom B. ook fervent fotograaf, naar België. Om 1800 uur werden we verwacht. Samen met nog een aantal fotografen hadden we ons verzameld op de afgesproken parkeerplaats. Van daar uit moesten we nog wel een stukje lopen naar de “hut”. Dat stukje bleek toch nog een kleine 1.5 km stappen te zijn. Gelukkig mochten we onze fotogear met de auto van de hut-eigenaar mee geven. Nu maar hopen dat hij er niet vandoor zou gaan… 

Gelukkig stond hij op de plaats van de hut al op ons te wachten. In totaal waren we met vijf man/vrouw. Oom en ik hadden het geluk in de vaste hut te mogen. De andere fotografen kregen ieder hun eigen fototent, die al opgesteld stonden. We kregen de tijd om ons te installeren. De eigenaar legde nog wat uit over de setting, wat we wel en vooral niet moesten doen en liet ons toen tot 21.00 uur aan ons lot over. 

De vraag was of er een uiltje genegen was om langs te komen. Ik had amper de instellingen van mijn camera gecontroleerd of het vrouwtje kwam al aangevlogen. Ze wist heus wel dat wij daar in het hutje zaten. Je kunt de natuur niet sturen maar soms werkt omkopen wel. Er lag hier en daar wat eten en daar liet ze zich graag voor fotograferen. Zeker wanneer er net kuikens uit het ei gekropen zijn. Door de aanhoudende kou en regen is het broedseizoen iets verlaat. Daar had ik met het reserveren geen rekening mee gehouden. Geen vliegende jonkies dus. In dat opzicht hadden wij ff vette pech. 

De setting was niets meer dan een stukje grond op een boerenbouwland. Achter ons zat een duiventil en stonden wat bomen. Daar bevond zich tevens het nest.. Op de setting zelf waren een paar palen in de grond geslagen, hier en daar een zit mogelijkheid en wat attributen. Simpel maar doeltreffend. Met de juiste instellingen en een goede lens creëer je een mooie zachte achtergrond. Hierdoor is er geen bouwland of simpel bosje meer te zien. 

De hele avond heb ik verrukt achter mijn fototoestel doorgebracht. Mij niet eens de kans gunnend iets te eten of te drinken. De tijd vloog voorbij maar wij hebben, ook zonder kuikens, van iedere minuut genoten. 

Dinner with a view…

Begin mei: 

“Wat wil je eten vanavond?” Vraag ik vriendlief. “Dat mag jij verzinnen, want ik heb de afgelopen twee dagen al iets bedacht.” Krijg ik als antwoord. “Nou precies!” roep ik weer. “Drie maal is scheepsrecht, toch?” Het is eigenlijk al te laat om nog even op mijn gemak op internet te struinen en iets origineels te bedenken. Uiteten is ook nog geen optie. Of toch wel??

“Ik heb een idee!!” Roep ik. “Zullen we naar de haven rijden en daar iets gaan eten?” Ik krijg eerst en verontwaardigde blik mijn kant opgeworpen. “Alles is nog dicht!?” Dat is waar. Maar je kunt er wel afhalen. “We halen gewoon wat bij een van de tentjes op de hoek.” Is mijn antwoord. Het waait en de regen komt zo nu en dan met bakken uit de hemel. Niet echt lekker vaar-weer. Maar we gaan dan ook helemaal niet weg met de boot. We gebruiken hem als uitvalsbasis voor een avondje weg. Vanavond is hij ons drijvende restaurant. We gaan sinds tijden weer eens uit eten! 

Als we de brug over en van provincie gewisseld zijn komt daar plots de zon te voorschijn. Stiekem hoop ik op een omslag in het weer. Begrijp mij niet verkeerd. Ik ben een echt mooi weer mens. Maar het geeft net wat extra sfeer als je warm binnen in de “tent” zit en de druppels gestaag op het dak roffelen. 

Wanneer we de hoek om rijden zien we de haven baden in het zonlicht. De lucht achter mij is donkerder en onheilspellender dan ooit. Dat heeft ook wel weer iets bijzonders. Hoewel de wind is gaan liggen kan het nog alle kanten op. Het is begin mei maar een hoop boten liggen nog op de kant. Het is dan ook helemaal niet druk. Wel met campers. Sinds de haven een speciale camperplek heeft gemaakt staan er altijd wel campers en caravans. Het geeft mij een extra vakantie gevoel. 

Voor zover we kunnen zien is de keus niet heel erg groot. De restaurants om de haven heen zijn dicht maar de laan met diverse snackbars is wel open. Pizza, Chinees, shoarma of de patatboer? We besluiten voor het laatste te gaan. Als de keus eenmaal is gemaakt gaat vriendlief het ophalen terwijl ik de tafel voorzie van de nodige eetgerij. 

Vanaf de boot zie ik hem alweer aankomen. Waar we in het verleden ook uit eten zijn gegaan, het  is nog nooit zo snel opgediend. Misschien komt het door de andere omgeving of door de sfeer. De patat smaakt hier in ieder geval echt heel erg lekker. Het is een combinatie tussen Bramladage en zelfgemaakte frites. Knapperig van buiten, zacht van binnen. En de ordinaire kaassouflee smaakt hemels, om over de saus nog maar niet te spreken. 

Inmiddels verbergt de zon zich achter een flinke donkere wolk. Het duurt dan ook niet lang voor het begint te regenen. Omdat we de “tent” helemaal kunnen sluiten zitten we heerlijk uit de wind. Normaal helemaal niet zulk tof weer maar voor nu precies perfect. Voeg daar een vleugje van een licht schommelende boot bij terwijl de dansende regendruppels op het dak de sfeer compleet maakt. Genietent eet ik mijn laatste frietjes en begin daarna aan mijn (nog steeds niet gesmolten) milkshake. Prima avondje uit dacht ik zo!

Dit was mei…

Ik zucht eens diep en knipper twee keer met mijn ogen en hop, de maand mei is ook alweer voorbij. Hoe ouder ik wordt hoe sneller alles lijkt te gaan. Behalve de lichamelijke ongemakken, want die gaan gewoon nooit meer over volgens mij. Als kind nooit ergens last van gehad. Wanneer ik nu de trap iets te snel afhuppel heb ik verdorie drie dagen last van mijn enkel, heup en rug. Maar goed, dat is het cadeau van het ouder mogen worden. Want ouder worden gebeurd vanzelf maar is niet iedereen gegund. Maar goed, genoeg gefilosofeer. Terug naar mijn mei…

Begin van de maand mocht my little Poownie gewoon alweer 27 kaarsjes op zijn verjaardagstaart uitblazen. Vanwege Corona konden we het helaas niet groots vieren. Dat snappen jullie wel. Maar de dag was er niet minder fijn door. De tijd die we nu samen hebben voelt soms als bonus sinds hij zijn grote operatie gehad heeft. En juist dankzij die ingreep heeft hij deze leeftijd mogen halen. We gaan ons best doen om in ieder geval de 30 aan te tikken. 

Onze tuin kreeg zijn laatste finishing touch en daarmee kwam project 2 ten einde. We zijn heel erg blij met het eindresultaat. Maar omdat het weer zich van zijn herfstigste kant liet zien hebben we deze maand nog niet heel veel in de tuin kunnen zitten. 

Ruim 1.5 maand later dan de start van het vaarseizoen ging onze boot dan eindelijk te water. Maar een eerste vaart zat er nog niet in. Veel regen en wind. Dus de eerste twee keer dat we er waren hebben we alleen maar gepoetst en schoongemaakt. En was de boot een uitvalsbasis om eens uit eten te gaan. Pas het laatste weekend van mei konden we een tochtje maken. 

Het stond al een hele tijd op mijn lijst en na drie jaar wachten kon ik hem eindelijk afvinken. Ik schoot een paar steenuilen “uit de lucht.” Digitaal uiteraard. Het is zo bijzonder om eindelijk iets te doen waar je zo lang op hebt gewacht. Een blog met foto’s zal spoedig volgen. Maar man wat was het leuk!!  

Ik had de stille hoop in mei nog een aantal keer lekker het water op te kunnen met mijn sup. De fanatiekeling ging wel gewoon. Ik moest er met het vieze weer niet aan denken. Toen kwam daar opeens de zon en een spontane actie van mijn nichtje. Het laatste weekend van de maand konden we toch. Niet geheel windstil maar wel met een heerlijke zon. In totaal hebben we ongeveer zes kilometer afgelegd. Tussendoor zijn we gestopt bij een terras aan het water voor een hapje en een drankje om daarna weer terug te suppen naar ons opstappunt. Ik was helemaal gesloopt aan het einde van de dag. Maar helemaal zen door de flinke inspanning.

Nog wat geluksmomentjes: 

  • Ik at mijn eerste aardbeien van het seizoen; 
  • De keren dat ik buiten was en niet zeiknat geregend ben;
  • Ik las in totaal vier boeken uit;
  • De wintersportvakantie voor volgend jaar is alweer geboekt;

Met het einde van de moesson deze maand startte ook direct onze vakantie. Zomaar even een weekje vrij. Wat heerlijk dat dan ook de temperatuur een paar graden opgeschroefd wordt en de zon zich laat zien. Daar zijn we nu allemaal wel aan toe. Fijne week mensen!!

Als Mozes niet naar de berg komt…

Toen ik poownie kocht was ie amper veulen af. Helemaal zwart met vier witte benen en een mooie bles. Hij was zo lief en schattig maar wel een echte pony, met bijhorende pony streken. Zoals ineens aan de andere kant van een hek staan, door er per ongelijk onderdoor te rollen of het hele hek uit zijn voegen te duwen door er onder door te kruipen. Maar ook uit zijn deken “glijden” ala Houdini. Nog steeds weet ik niet hoe hij dat voor elkaar kreeg. Geregeld vond ik Poownie en dek los van elkaar terug in de wei. Beide nog helemaal heel en alle gespen dicht. 

Hij vond het ook leuk om het op een rennen te zetten. Niet omdat hij schrok van de bakkabouters. Want geloof hem maar, die zaten er ECHT, maar gewoon omdat het kon. In de wei sprintte hij meestal bij mij vandaan, ook omdat het kon. Maar als ie eens aan kwam galopperen stopte hij op tijd. Als hij schrok sprong hij om mij heen, of van mij af. Hij deed (en doet) letterlijk geen stap verkeerd. 

In al die tijd dat ik Poownie ken, en dat is inmiddels 25 jaar, heeft ie mij nog nooit expres van zich afgeworpen, gebeten of geschopt. Dat hij in een galop struikelde en mij in zijn val meenam naar de grond of dat hij pardoes een paar keer achter elkaar op mijn tenen heeft gestaan vergeten we! Poownie heeft een hart van goud. 

Ons weide seizoen laat door omstandigheden, helaas, nog even op zich wachten. Dus ik besloot dat het tijd werd om een stapje harder te lopen voor Poownie. Iets extra’s op zijn oude dag, omdat ie het verdient. Voor alle hiervoorgenoemde feiten EN omdat hij nu eenmaal Poownie is!!

Naast al het lekkers, speciaal eten en per dag een dozijn aan knuffels, poetsbeurten en liefde sta ik nu dus ook het gras voor hem te maaien. Want tja, als Mozes niet naar de berg komt… 

Overigens kwam ik niet zelf met dit briljante idee. Hij kwam van de stalbaas. Ze had een elektrische heggenschaar aangeschaft. Speciaal voor het knippen van onkruid en gras. Af en toe krijgen de paarden wat extra’s zoals brandnetel, kleefkruit, rietstengels en ander groen.

De eerste paar keer schaamde ik mij kapot. Welke koekwous staat midden in de polder nu gras en onkruid te maaien?! Maar inmiddels heb ik er schijt aan en maai mij iedere dag een slag in de rondte. Als een ware gras expert loop ik de graszoden en waterkant af. Opzoek naar die allerbeste mals ogende pol. En geloof mij, je gaat echt heel anders naar het gras kijken. Het is niet meer het simpel stukje groen verende grond. Op mijn smaakpapillen na ervaar ik zo’n beetje het zelfde wat Poownie moet voelen, zien en ruiken als hij gras eet. Bijzonder, dat dan wel weer. 

Inmiddels weet hij wat ik ga doen als ik met schaar en “voerzak” van stal vertrek en staat mij al hinnikend op te wachten. Vervolgens meng ik al mijn kostbaar verworven groene stengels in een zak met hooi. Poownie, staat als enige van de kudde ’s nachts apart en mag dan zonder hooinet op de ruif (want geen voortanden meer) eten. Heel de nacht heeft hij de tijd om die zak met hooi en gras door te spitten (= bezigheidstherapie). Zijn avondmaaltijd is in jaren niet zo smakelijk geweest.