Count your Blessings … #1

September 2014 begon het. Poownie liep kreupel. Ik gaf hem een paar dagen rust en liet de hoefsmid komen. Deze verhielp het probleem. Dachten we. Maar na een week liep hij nog steeds niet goed. Sterker nog, het werd alleen maar erger want hij stond die week nog maar op drie benen. De vee arts kwam langs. Hij onderzocht zijn hele been en maakte foto’s. Diagnose: een ontsteking tussen twee botten van het voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. De verhalen lees je hier & hier…  Advies: volledig boxrust. Daar was ik het niet helemaal mee eens. Poonwie ophokken, langer dan een dag, zou alleen maar meer stress geven met alle gevolgen van dien. Gelukkig hebben wij een paddock aan stal en dat was volgens de arts een goede tweede keus. Zolang hij maar rustig zou blijven en niet opgejaagd kon worden door andere paarden.

De weken die volgden waren best wel spannend. Als Poonwie slechter zou gaan lopen moest ik de vee arts weer bellen. Twee keer per dag was ik op stal te vinden. ’s Morgens om hem zijn medicijnen te geven en te kijken hoe hij de nacht door was gekomen. ’s Avonds om hem van de nodige aandacht te voorzien. Hij was nog eens extra zielig omdat zijn maatje nog lekker in het weiland stond en hij het moest doen met een zandbodem en hooi. Daarom ging ik iedere dag minimaal een uur met hem grazen zodat hij in ieder geval nog dagelijks met één van zijn hobby´s bezig kon zijn.

Na de derde week in de paddock zag ik zijn kreupelheid afnemen. Alleen nog bij het opstaan ´s morgens liep hij een paar minuten kreupel. Na de vijfde week was er in stap niks meer te zien aan zijn been. In draf liep hij echter nog steeds steenkreupel. Inmiddels had ik mij er bij neer gelegd dat rijden er misschien niet meer in zou zitten. Zolang hij maar pijnloos door het leven kon gaan, dat was en is, voor mij het belangrijkste. Pas na een week of acht werd ook de kreupelheid in draf steeds iets minder. Hierdoor had ik goede hoop dat hij zou herstellen en geen pijn meer zou hebben. Aan rijden zelf wilde ik liever nog niet denken.

Begin december besloot ik een aantal keer per week korte stukjes met hem te gaan wandelen. Zomaar een kwartiertje en dan lekker grazen. Dit ging erg goed. Ik merkte ook aan Poonwie dat hij het fijn vond weer eens wat anders te zien en te ruiken dan de bekende dijk en zijn stal. Het ging zelfs zo goed dat we in januari de afstand één keer per week wat zijn gaan opvoeren. Poownie begon ook steeds vaker bokkensprongen te maken in de paddock zonder daar iets aan over te houden. Op 15 februari liepen we samen onze eerste vijf kilometer. Dat voelde als een grote overwinning.

Zou Poownie nu genoeg aangesterkt zijn dat ik ook op zijn rug kon gaan zitten? Dinsdag 17 maart, het zonnetje scheen en de lente was in aantocht. Na een aantal dagen van uitstel, straks zijn we weer terug bij af, besloot ik het er op te wagen. Poownie werd van een flinke poetsbeurt voorzien en toen was het zover. Zadel op zijn rug en hoofdstel in. Voorzichtig klom ik op zijn rug. Dat was inmiddels meer dan aan half jaar geleden. Ik merkte aan Poownie dat hij wat moeite had met zijn, en mijn,  evenwicht. Bij iedere pas was ik bang dat hij weer kreupel zou gaan lopen. We waren nog geen honderd meter van stal toen hij zich herpakte. Hij werd zekerder van zich zelf. Zijn passen werden ruimer en hij slingerde niet meer.

Ons stapritje duurde niet langer dan 30 minuten. Maar oh, wat hebben we er beiden van genoten. Poownie was één bonk energie. Zijn oortjes stonden rechtop en met zijn hele houding liet hij merken dat hij er zin in had. Ik moest mijzelf, maar zeker ook hem, inhouden om niet sneller en meer te vragen dan alleen een stukje stap. We liepen de zonsondergang, die op die dag mooier was dan anders, tegemoet. Wat voelde het goed om na zo’n lange tijd er weer samen op uit te kunnen.

Poownie

Kreupel … (deel 2)

Lees hier deel één…

Na de boodschap van de veearts ging ik een slapelozenacht tegemoet. De volgende dag was al niet veel beter. Ik was aanwezig op mijn werk maar er kwam niet veel nuttigs uit mijn handen. De collega’s waren gelukkig erg meelevend. Her en der mocht ik een schouder lenen om op uit te huilen. Einde van de dag ging ik met lood in mijn schoenen naar Poownie. Die stond heerlijk te grazen. Bij het zien van dat plaatje werd de brok in mijn keel alleen maar groter. Ik viste hem uit het land en begon aan zijn dagelijkse poetsbeurt. Ik moest uitgaan van het ergste maar dat wilde nog niet zeggen dat het direct afgelopen was. Dus, stoppen met kniezen en malen. Eerst het tweede onderzoek, dan de rest.

De veearts kwam en onderzocht hem zoals de dag ervoor. Dit keer maakte hij van zowel zijn linker- als rechterbeen foto’s. Vanuit alle hoeken werden zijn benen op de gevoelige plaat vastgelegd. Zo had hij vergelijkingsmateriaal. Poownie vond alles prima zolang hij zijn beloofde appel na afloop maar kreeg. Ik reed mee naar de kliniek om zelf de foto’s te kunnen bekijken. Overleggen aan de hand van beeldmateriaal en deze met eigen ogen zien, is een stuk fijner dan een diagnose aan te horen via de telefoon.

De arts liet mij diverse foto’s zien en vroeg mij of ik het ook zag. Het enige dat ik als leek zag, waren de zwart-wit foto’s van een been. Dat net zo goed een arm van een mens had kunnen zijn. De beste man had geduld met mij. Hij legde uit waar ik naar keek. Waar ik op moest letten en wat er verkeerd was aan de eerste serie foto’s. Hij legde mij tevens uit hoe hij tot een conclusie van een mogelijke tumor was gekomen. Ter verduidelijking werden nu de foto’s van zijn andere been er bij gehaald. Daar zagen we echter een soortgelijk beeld. Dat was in het voordeel van Poownie. Nu hij zijn been van meerdere hoeken op de foto had gezet kon de diagnose iet wat bijgesteld worden. Tevens liet hij mij aan de hand van botten en andere foto’s van paardenbenen zien hoe het been beschadigd was en hoe het nu wel zou moeten zitten. Hij moest zijn eerdere diagnose voorlopig (gelukkig) herzien, maar kon hem nog niet helemaal van de baan schuiven.

De voorlopige diagnose is nu een grote ontsteking/ irritatie in zijn voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. We kregen medicatie mee en verplicht zes weken rust voorgeschreven. Na deze zes weken gaan we opnieuw foto’s maken van zijn been en kijken of er verschillen zijn waar te nemen. Mits hij niet slechter gaat lopen dan nu. Ik was zo blij met dit (voorlopige) nieuws, dat ik nog zeker een week nodig had om bij te komen.

Inmiddels hebben wij ruim anderhalve week rust achter de rug en ben ik twee keer per dag op stal om hem te voorzien van zijn medicijnen. Poownie heeft zich tot nu toe, afgezien van dit weekend waarop hij het nodig vond om het weiland rond te crossen, keurig gedragen. Rust doet hem goed. Als het daadwerkelijk een ontsteking is, dan hebben we een lange herstelperiode voor de boeg, waarin het twee stapjes vooruit zal zijn en één achteruit. Zelf moet ik geduld hebben (en dat is moeilijk!!) Poownie overstelp ik met aandacht, liefde en appeltjes, want liefde gaat bij hem voor een groot deel door de maag…

 ***
Wordt vervolgd…
***

Bedankt voor al jullie lieve en opbeurende berichtjes, hier, op FB, en per mail!!

Kreupel … (deel I)

Al een tijdje liep poownie te tobben. Dan weer wat last van zijn linkerbeen, dan weer van rechts. Hij liep af en toe zoals ik mij voel wanneer ik mijn bed uitkom (wanneer de wekker iets te vroeg gaat) en ik de dag ervoor iets te hard heb gesport. Een beetje stram dus… Na een stuk gestapt te hebben werden zijn bewegingen steeds wat soepeler. Maar het was hem toch niet helemaal. De hoefsmid kwam en ik vroeg hem eens goed naar zijn hoeven te kijken.

Hij onderzocht hem grondig en kwam al snel tot de conclusie dat de zool van zijn hoef gekneusd was. Waarschijnlijk door het lopen over het grind dat kortgeleden op de weg gestrooid was. In zijn andere hoef was een scheur ontstaan. Dat zou eveneens kunnen verklaren waarom hij op “eieren” liep. Gelukkig  kon hij nog het één en ander aan zijn hoeven sleutelen om het pijnlijke minder pijnlijk te maken. Poownie zou nog een weekje gevoelige hoeven hebben maar daarna zou het beter moeten gaan.

Hij kreeg een week rust en het leek beter te gaan. Maar de dagen na zijn verplichte vakantie werd het niet veel beter dan wat het was. Ik besloot korte stukjes te gaan wandelen om de doorbloeding te stimuleren. In de hoop het euvel wat sneller verholpen te hebben. Na een paar dagen liep hij niet meer zo stram. Hij was echter compleet kreupel. Hinkend kwam hij vanuit het weiland naar mij toe. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was om op (bijna) drie benen te lopen. De veearts kwam. Hij zag het aan, sloeg wat met een speciale hamer op zijn hoef. En kneep met een tang op de plekken waar je mogelijk een hoefzweer zou verwachten. Poownie gaf geen kik. Met zijn hoef was niks mis. Toen hij zijn been in een positie boog die normaal geen reactie zou moeten geven gebeurde dat bij Poownie wel.

Aha, waarschijnlijk een verrekking in zijn onderbeen. We kregen medicatie mee en wederom een weekje rust. Gelukkig ging het al snel wat beter. Poownie stond weer op alle vier zijn benen. In stap was zelfs niks meer te zien. Alleen in draf liep hij nog niet zoals het zou moeten. We plakten er nog een weekje rust achteraan en hielden het qua inspanning bij wat grazen buiten het weiland. (Het gras bij de buren is volgens hem nu eenmaal groener).

De ene dag was er niks aan de hand. De volgende dag liep hij weer te hinken.  De pijn in zijn been leek maar niet over te gaan. Een nader onderzoek van de veearts volgde. Er werden röntgenfoto’s gemaakt. Om de juiste locatie te vinden werd zijn been, beetje voor beetje verdoofd. Na iedere verdoving moesten we een stukje draven. Wanneer hij uiteindelijk niet kreupel meer zou lopen hadden we de juiste plek gevonden.

‘s Avonds werd ik door de veearts gebeld om het eerste onderzoek te bespreken. Hij legde mij uit wat hij zag. “Donkere plekken op de foto…”  “Botoplossing…” “Mogelijk een tumor…” “Afgeschreven…” Het duizelde mij, ik kon niet helder meer denken. De arts ratelde nog wat door maar mijn gedachten waren al mijlen ver. Het zal toch niet… Wat bedoelde hij met afgeschreven? Al 18 jaar mijn maatje… Hoe kan dat nu?? Zou er na zoveel jaar vriendschap zo abrupt een einde aan komen? Niet weer afscheid nemen…

De arts gaf op mijn verzoek een samenvatting van het geheel, zodat ik echt begreep waar hij het over had. Hij wilde nog een reeks foto’s maken zodat er een betere conclusie getrokken kon worden. Mocht het nodig zijn zou er nog een scan volgen, evenals een bloedonderzoek en een biopt. Ik vroeg hem naar een mogelijk behandelplan als het echt een tumor mocht zijn. Zijn antwoord klonk hol: “Die is er niet.” Want een tumor op die plek, in zijn bot, is niet te genezen. We spraken af voor de volgende dag.

Ik moest mij voorbereiden op het ergste…

***
Wordt vervolgd

***

Heb ik weer…

“POOWNIE!! Op de Dordtse Dom sta je hoger hoor!!” Ik por met mijn ellenboog tussen zijn ribben en duw uit alle macht zijn 400 kilogram van mijn poezelige voetje. Hij tilt zijn hoef net ver genoeg op zodat ik mijn voet uit de kreukelzone kan halen. Onverstoorbaar graast hij verder terwijl ik mijn tenen weer in hun normale proporties probeer te krijgen door ze heen en weer te wiebelen. Pas na een paar seconden komt de stekende pijn. Ik rek en strek mijn voet maar dat maakt het gevoel er niet beter op.

Poownie heeft nog steeds niks in de gaten. Terwijl ik naast hem heen en weer sta te springen van mijn linker op mijn rechtervoet, ondertussen de pijn proberen te negeren. Na 20 minuten rondjes dansen ben ik het zat en strompel terug naar stal. Met in mijn kielzog een geïrriteerde poownie die niet begrijpt waarom we nu al weg gaan.

Op stal wil ik het liefst mijn schoen uittrekken en mijn voet in zijn waterbak laten zakken voor verkoeling. Maar de ervaring heeft mij geleerd dat ik daarna niet meer in mijn schoen kom. Dus de voetjes blijven waar ze zitten. Ik zorg dat alle andere klusjes op stal met enige spoed gedaan zijn voor ik huiswaarts keer.

Eenmaal thuis, gelukkig woon ik dicht bij, schop ik mijn schoenen uit om de schade te bekijken. “Das niet zo slim he!! Zeker niet vlak voor de wintersport!!” Zegt vriendlief die over mijn schouder mee kijkt. “Ik wilde de hardheid van mijn botstructuur nog even testen!” Zeg ik quasi nonchalant. Maar ik vrees toch even voor de naderende wintersport als ik weer naar mijn voet kijk. Een flinke bult op mijn wreef, een grote schaafplek en een rood, paarse kleur hebben hun intreden gedaan. Het is zo pijnlijk dat ik een sok bijna niet kan verdragen.

Mijn voet is het eerste dat ik de volgende dag bekijk als ik wakker wordt. Zelfde kleur, zelfde afmeting, alleen de pijn is wat minder. Ik mag er inmiddels weer aanzitten zonder dat ik op mijn tanden moet bijten. Lang lopen en staan wordt hem niet die dag. De twee daaropvolgende dagen gaat het gelukkig steeds iets beter. De bult is weggetrokken. Alleen de rode paarse kleur op mijn wreef is gebleven. Op hoop van zegen ga ik mee op wintersport…

Met enige voorzichtigheid prop ik mijn voet in mijn snowboardschoen. Een voordeel is dat hij daar stevig zit en schuiven niet kan. Een nadeel is dat ik niet zonder mijn voet te gebruiken kan boarden. Lopen met deze schoenen aan is toch wat pijnlijker. Eenmaal de bindingen vast voelt het alsof Poownie weer op mijn voet staat. De eerste afdaling, ik vrees met grote vrees… Tenen, hakken, tenen hakken, dat is wat mijn voetjes de komende week moeten doen. Maar als we beneden zijn lijkt het of de pijn naar de achtergrond verdwenen is. Misschien moesten ze gewoon even “loskomen”?

Als we de eerste dag achter de rug hebben en terug zijn in het hotel ben ik de pijn eigenlijk helemaal vergeten. Als ik mijn sokken uit doe schrik ik op van wat ik zie. De rode paarse kleur is veranderd in donkerblauw met zwart… Geschokt laat ik mijn voet aan vriendlief zien. Die eerst zijn neus ophaalt en vervolgens mijn voet aan een grondige inspectie onderwerpt. Niks ernstigs, de blauwe plek zakt nu wat naar beneden waardoor je tenen er nu ook “zo” uitzien… “Dus ze vallen er niet af??” “Dat hoop ik niet voor je!”

De dagen daarop wordt de blauwe plek steeds iets minder en alleen met lange stukken lopen of lang staan voel ik mijn voet. Gelukkig heeft het mijn wintersportvakantie niet verpest. Sterker nog, het was wederom een prachtige week met mooi weer en lekkere (rustige) pistes om te boarden. En voor op stal ga ik opzoek naar schoenen met stalen neuzen!!

Ieder zijn ding…

Grazen 3Het gras bij de buren is, ook in de wintermaanden, nu eenmaal groener. Geregeld staan poownie (dat is zijn bijnaam) en ik dus te grasmaaieren bij de buren in de tuin. Hoewel ik niet letterlijk mee doe natuurlijk. Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden grassprietjes uitzoekt. Hij heeft er een speciale graas neus voor. Want als ik hem naar een mals ogende graspol leid, kiest hij steevast voor het droge sprietje dat er naast groeit. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik aan sta te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla. Hoewel de groentetuin van de staleigenaar ook aardig in de buurt komt. Wat moet het heerlijk zijn om, waar je bent, je snufferd te laten zakken en naast je smaakpapillen ook je “inwendige paard” te kunnen laten genieten.

Grazen 1

Poownie staat altijd met zoveel smaak te grazen dat ik soms spontaan zin krijg om mee te doen. Ik bedoel, het moet voor mijn gevoel net zo zijn als een bezoek aan mijn favoriete restaurant. De geuren die je te gemoed komen zodra je binnen stapt. De verschillende soorten (stok)broodjes met kruidenboter die je al gepresenteerd krijgt nog voor je aangeschoven bent. En dan, zodra de keuze is gemaakt uit de vele lekkere gerechten, je tanden in een heerlijk stuk mals vlees en knapperige patatjes kunt zetten. Ja, zo moet het voor poonwie ook zijn als ie met zijn neus tussen het gras staat.

Ik snap hem dus wel. Zijn honger naar eten is niet te stillen. Wortels, appels, brood, hooi, bix, muesli en gras. Hij lust het allemaal. In de zomer staat hij 24 uur per dag in het weiland. Daar kan hij zelf in zijn graasbehoefte voorzien. Maar in de winter wordt het toch wat lastiger voor hem om zich met zijn hobby bezig te houden. Gelukkig heeft ie een maatje die het niet erg vind om een aantal uur per week naast zijn zijde te staan zodat hij zich bezig kan houden met één van zijn grootste en favoriete bezigheden.

Ach, het paard is mijn hobby, grazen (en zich zelf vies maken) de zijne.

 Grazen 2

Wij mogen gezien worden…

“Wat vind je er van?” Vraag ik vriendlief terwijl ik voor hem door de kamer paradeer. “Je gaat mij toch niet vertellen dat je dat allemaal aan gaat trekken?” “Hoezo?? Vind je het niet mooi dan??” “Kun je dan op zijn minst drie van die dingen uitzetten?” Ik frons mijn wenkbrauwen zo dat ze elkaar bijna raken. “Wil je dat ik voor mijn sokken gereden wordt op die dijk?”

Ik stop met lopen en kijk vriendlief bedenkelijk aan. Ik heb een reflecterend hesje aan waar rode LED-lampjes op zijn aangebracht. Om elke arm en been draag ik een reflecterende band waar eveneens LED-verlichting op zit. Maar dat in tegenstelling tot het hesje hysterisch staat te knipperen.

“Als je zo in het donker over straat gaat denken ze op zijn minst dat er een alien geland is, of een hoerentent geopend is. Alhoewel… Het is Heerjansdam he?! Dan zullen ze vast voor de eerste optie kiezen!” “Laat ze dat maar denken, dan stoppen de auto’s in ieder geval of ze maken rechts om keert en kan ik met mijn paardje rustig over de dijk wandelen zonder omver gereden te worden.”

De volgende dag neem ik alle verlichting mee naar stal voor een wandeling in het donker. We gaan de nieuw aangeschafte spullen eens in de praktijk testen. Hesje om en de verlichting aan. Armen en benen voorzien van de reflecterende banden met de lichtjes op standje hysterisch. Zelfs het paard word omgehangen met reflecterende bandages. Oké, toegegeven, het is even wennen met al dat rode licht dat we nu uitstralen. Ik voel mij eerlijk gezegd ook wel een beetje voor “aap” lopen.

We zijn de dijk nog niet op of ik hoor achter mij: “Jingle Bells, Jingle Bells… Leuke outfit dame!!” Een hardloper die, zelf onzichtbaar in het donker, mij passeert. Haha, heel leuk!! Ik roep hem na dat wij in ieder geval niet zo makkelijk over het hoofd gezien kunnen worden. Dan komt mijn eerste test object de hoek om janken. De bestuurder ziet een chaos van rode lampjes op zich afkomen en gaat vol in de remmen. Hij staat bijna stil als wij hem passeren op het smalle stukje dijk waar gerust 80 km/ph gereden wordt. Helaas is het ook deze onverlichte dijk waar wij, ruiters, overheen moeten als we naar één van de maneges rijden voor een paardrijles of de polder in gaan voor een buitenrit.

Ik bedank de bestuurder en loop door. Als we eenmaal het dijkje uit zijn begin ik er lol in te krijgen. We zoeken een stukje gras op waar we alle twee veilig staan. Paardje kan lekker grazen en ik zie van links en van rechts al het verkeer aankomen. Brommers, scooters en auto’s… Ze remmen allemaal af. Ze snappen blijkbaar niet wat ze zien. Rode zwevende lampjes die ook nog eens bewegen… Fietsers die voorbijkomen maken er grapjes over en wandelaars stoppen om een praatje te maken. Het is hilarisch om te zien hoe andere weggebruikers hierop reageren. Mijn missie is geslaagd.

De andere dames op stal grappen de eerste week nog wat over onze nieuwe outfit. Maar al snel zijn ze overstag en zien ze de veiligheid er ook van in. Als we na een tijdje met zijn drietjes inclusief onze paardjes over de dijk naar de manege wandelen, krijgen we het éne “compliment” na het andere over onze zichtbaarheid.

Kijk, daar kun je mee thuis komen!!

Terug van weggeweest…

Wiens idee was het om een dag maar 24 uur te geven? Ik bedoel, is dit ooit in overleg gegaan of heeft iemand zomaar besloten: “Nou, 24 uur lijkt mij wel wat!!  Persoonlijk had ik gestemd op 28 uur in één dag. Zo had ik tenminste nog wat tijd over om bij te tanken van alle leuke dingen die er te doen zijn en heb ik misschien ook een klein beetje het gevoel dat de tijd niet als zand door mijn vingers weg glipt.

De afgelopen twee maanden heb ik niet eens tijd gehad om te bloggen of om blogjes bij te lezen. De drukte op de zaak kwam tot een hoogtepunt waardoor mijn collega’s en ik aardig wat uren hebben overgewerkt om de zaak draaiende te houden. Ook thuis was er genoeg te doen. Verjaardagen, feestjes, bezoek aan Rome en de nodige reportages vergden allemaal aandacht. Het weer zat niet bepaald mee en daarom konden de paarden het weiland nog niet op. Dat betekende een knorrig paard en iedere dag naar stal om hem beweging te geven en zijn stal te doen. Nog een paar dagen en de mei maand is ook alweer voorbij. Het gaat allemaal zo snel!

Niet dat het alleen maar nadelig is, een vliegende tijd. “Elk nadeel heb zn voordeel” (Cruijffiaans gezegde) Een maand later dan gepland staan de paarden eindelijk buiten. Met regendeken op, dat dan weer wel. Op wat toernooien en een inhaalwedstrijd na zullen er de weekenden geen sportreportages meer zijn. Op de zaak wordt het nu ook aanzienlijk rustiger. Verwacht wordt nog een opleving net voor de zomerstop. Maar voor nu kunnen we even op adem komen.

Kortom, er blijft weer wat tijd over om de boel te herzien. De rommel op te ruimen en nieuwe projectjes te starten. We beginnen met het bloggen en het bijlezen. Daarnaast zijn we (weer) begonnen met hardlopen. Er moeten nodig wat boeken uitgelezen worden. Het paard zal er over een week of twee, drie ook weer aan moeten geloven en we zijn opzoek naar een nieuwe stedentrip aangezien Rome erg goed bevallen is. We hoeven ons wederom niet te vervelen de komende tijd.

En, heb ik nog wat gemist de afgelopen twee maanden?
Heb je zelf een leuk blog geschreven? Laat dan een linkje achter bij reacties…

Zien lopen, doet lopen, ga je mee?

In de bak paardrijden is al enige maanden niet meer wat het geweest is. Het worteldoek steekt hier en daar door de zandbodem heen. De afrastering is gebroken en de bodem zelf staat geregeld onder water of is bevroren. De enige keer dat we zouden kunnen rijden is ’s-avonds als de verlichting het een paar weken geleden niet begeven zou hebben. Daar komt nog bij dat het dan minstens een week niet zou moeten regenen. Want een zeepaard mag dan wel dezelfde naam dragen als mijn edele viervoeter, ze zijn zeker geen familie van elkaar. De afgelopen periode heeft het ook aardig gevroren dus was de rij bak omgetoverd tot minischaatsbaan. Kortom de bak is een drama bij ons.

Gelukkig staat het paard de hele dag met zijn “buurvrouwen” in de paddock. Daar kunnen ze zich uitleven, achter elkaar aan jakkeren, kuilen graven of elkaars deken slopen. Toen de herfst zijn intreden deed had ik mij erbij neergelegd dat zijn conditie de komende (winter)maanden er niet op vooruit zou gaan. Dat actiepuntje bewaren we voor de lente. Wanneer de dagen langer worden, het meer dan een week droog is en we de rij bak weer in kunnen. Toch vond ik dat we zo nu en dan iets meer moesten doen dan een rondje buiten wandelen of een stukje crossen over het ruiterpad. Mijn eigen conditie is inmiddels ook niet al te best meer, dus besloot ik het paard mee op sleeptouw te nemen tijdens een rondje hardlopen.

Hoewel  mijn paard aardig hard kan lopen is hardlopen toch niet echt zijn ding. Zeker als hij zich moet conformeren aan mijn snelheid. Tussen de 8 en de 10 kilometer per uur is voor mij een ideaal tempo. Maar voor hem betekend dat grote passen nemen of heel zachtjes draven. Niet iets waar hij vrolijk van wordt. Al helemaal niet als we langs al die groene grasstroken lopen waar hij van mij, zijn neus niet naar beneden mag steken om zo nu en dan een hap te nemen. Rennen is rennen en grazen is grazen, dat gaat nu eenmaal niet samen.

De lucht was prachtig blauw en de polder werd toegelachen door de zon. Prachtig, prachtig hield ik mijzelf voor terwijl ik stond te klappertanden van de kou. Een flinke warming up op en rond stal zorgde er voor dat de ergste kou verdreven werd. En het paard? Die stond al zuchtend naast mij. Hij wist wat er komen ging. Al na een paar honderd meter was het raak. Als of ie het er om deed. Standje slak ging aan en ik kon hem voortslepen. Met een uitgerekte hals sjokte hij achter mij aan. Als het halstertouw strak naar achteren stond kwam mijnheer aandraven en als zijn schouder mijn schouder raakte besloot hij weer te gaan wandelen. De ijzige kou maakte het er ook niet lekkerder op. Mijn hoofd en kaak deden pijn en mijn bovenbenen waren gevoelloos. Ik besloot vol te houden. Minstens vijf kilometer.

Eenmaal in de polder begon ik langzaam op temperatuur te komen. De pijn trok weg en het paard kreeg door dat hij niet van mij ging winnen. Uiteindelijk liepen we in gelijke tred. Ik kreeg er zelfs plezier in. Een eenzame fietser riep mij toe dat ik op zijn rug moest zitten in plaats van mee te rennen. Ik kon alleen maar lachen aangezien ik alle lucht nodig om te kunnen blijven ademen. Een auto liet ons passeren en de bestuurder zwaaide vriendelijk. Ik had het niet langer koud meer. Op de terugweg rook het paard zijn stal. Het tempo werd langzaam opgevoerd en voor ik het wist sleepte hij mij voort in plaats van andersom. Ik rende een flink stuk in zijn tempo mee tot ik echt geen adem meer over had. De laatste paar honderd meter werden in een pittig wandeltempo afgelegd.

Bij aankomst op stal vielen de eerste regendruppels. Eenmaal thuis kwam het met bakken uit de hemel. Dankzij het tempo van het paard waren we mooi op tijd weer binnen!

Ga je mee hardlopen? Alleen als ik mijn nieuwe oorwarmers op mag!!

Laat het winterseizoen maar komen. . .

Zodra ik de deur van mijn auto op een kiertje zet wordt hij door de wind verder open getrokken. Ik ben even bang dat hij bij de scharnieren afbreekt en met de wind mee uit het zicht verdwijnt. Maar gelukkig krijg ik hem te pakken en smijt de deur iets harder dicht dan de bedoeling is. Ik doe snel een tweede jas aan voor ik verder loop. Waarom moest ik 15 jaar geleden toch zo nodig een paard? Waarom niet gewoon een goudvis? Of een chinchilla van mij part? Mijn keus van toen heeft gevolgen voor nu. Want het weiland moet nog steeds nagelopen en gemest worden ook nu de herfst zijn intrede gedaan heeft. En hoe!! De wind beneemt mij de adem als ik door het eerste land naar achteren loop. Hoewel ik vaak buiten ben bedenk ik mij dat het lang geleden is dat ik in dit hondenweer buiten ben geweest.

Ik wordt vandaag niet vrolijk begroet. De paarden staan allemaal met hun achterwerk naar mij toe gekeerd met hun dek wapperend in de wind. Een gezellige boel. Eén van de paarden schrikt op van mijn plotselinge verschijning en zet het op een rennen. De anderen paarden, gealarmeerd door hun “graasmaat”, zetten het eveneens op een rennen al hebben ze geen flauw benul waarom. Tot ze zien dat ik het ben. Gehuld in twee jassen en een petje op mijn hoofd. Zo snel als het rennen begon, zo snel staan ze ook weer stil. De hoofden gaan weer naar het gras, hun achterwerk weer in de wind. Behalve mijn paardenbeest. Hij kijkt mij vanaf een paar meter argwanend aan en lijkt te zeggen: “Ik weet niet wat jij komt doen, maar ik heb nu even geen zin!!” Als ik zie dat het hem verder goed vergaat loop ik de andere paarden na en begin met mijn routinematige klus, het leegscheppen van het weiland. Leuk zo’n buitenhobby als de wind je oorschelp vult met ruis en je door en door nat bent van de regen!!

Na een kruiwagen te hebben geleegd kijk ik eens om mij heen. De polder ligt er desolaat bij. Geen auto, geen fietser, geen wandelaar. Ik ben alleen op dit stukje grond. Ik ben niet zo heel bang aangelegd maar ik ben blij dat het nog licht is. Waar tot voor kort de graanstengels, bloemen en bloesems nog wiegden op een zomers briesje worden nu de takken van de bomen gerukt en dode bladeren gaan in een wervelwind omhoog. Geregeld word ik uit mijn balans gebracht en heb ik het gevoel weg te kunnen vliegen als ik nu heel hard zou gaan rennen. De wind beukt tegen mijn oren als een golf tegen een golfbreker. Dit gedeelte van de polder, dat ik altijd zo vredig vind, krijgt door het weer een somber en grauw karakter.

Het paard ziet eindelijk in dat ik niet van plan ben om te gaan rijden of om hem van een poetsbeurt te voorzien. Dus komt hij langzaam naar mij toe. Ik voel aan zijn oren hoe koud hij het heeft. Dit lijkt, dankzij zijn regendeken, gelukkig mee te vallen. Hij wordt net als ik, allerminst blij van dit weer. Wat dat betreft lijken we erg op elkaar. Hij loopt het liefst met mij mee om te schuilen in zijn stal. Ik geef hem een gemoedelijk klopje op zijn hals en schuif hem een snoepje of twee toe. Iets waar hij zijn hoop al op gevestigd had.

Voor mijn gevoel loopt het weideseizoen op zijn eind. Hoewel de boer hoopt op beter weer zodat de paarden nog even buiten kunnen blijven, hoop ik op een nieuw stal- en winterseizoen. Waarin regelmaat en ritme terug te vinden is, de avonden gevuld kunnen worden met geklets op en rond stal omdat alle meiden weer ‘s avonds na school en werk komen. Avondjes waarbij we met zijn allen de paarden aan het poetsen zijn om warm te worden en we het weer vervloeken omdat onze tenen er afvriezen.

Ondanks mijn voorliefde voor de zomer kan ik nu wel zeggen: “Van mij mag het winterseizoen weer beginnen. Mijn paardenbeest en ik zijn er klaar voor!”

De mooi weer ruiter…

De “diehard” ruiter in mij stierf op het moment dat ik stopte met wedstrijd rijden. Ik had immers niets meer om voor te werken dus was het ook niet nodig om in weer en wind door de rijbaan te ploeteren. Een binnenbak heb ik nooit tot mijn beschikking gehad. Maar nu de wedstrijden achter ons liggen hoeft het “recht richten” “stelling” “nageeflijk rijden” en al dat soort fratsen niet meer. De fanatieke ruiter zal het niet met mij eens zijn. Je moet immers altijd aan bovengenoemde zaken werken om je paard lenig, soepel en dus gezond te houden. Maar ik had het daar helemaal mee gehad. Ik overigens niet alleen. Het paard ging ook met steeds minder plezier de rijbaan in. Zijn uitgestrekte stap werd halverwege het pad een verkort geïrriteerd pasje en een paar meter voor het hekwerk van de bak stond meneer meestal stil. Gevolgd door een diepe zucht van zijn kant uit. Mijn paardenbeest deed het alleen omdat ik het zo graag wilde. Of het nu om springen of om dressuur ging. Als dat geen ware liefde is?! Dus besloot ik dat het tijd werd om hem een periode van rust te gunnen. Stoppen met wedstrijden dus ook geen rondjes meer rijden in de bak. Het fanatieke rijden liet ik over aan zijn verzorgster die hem eerst twee en sinds een jaar drie keer in de week rijd. In de tussentijd ontwikkelde ik mijzelf tot een “mooi weer ruiter”.

Met regen en smerig of guur weer hielden wij het lekker bij tutten op stal of samen een rondje hardlopen. Iets waar ik meneer ook niet altijd een plezier mee deed, want waarom zou je op het gras rennen als je het ook kunt eten? En tutten is duidelijk voor meisjes en niet voor jongens. Het niet plichtmatig rijden had een nadeel. Zijn spieren namen in rap tempo af en in de zomer heeft meneer zo’n dikke buik dat het zadel niet goed meer blijft liggen. Hier vonden wij vorig jaar een oplossing voor. Het Sonja Bakker masker. Maar ieder nadeel heb zijn voordeel (Cruijffiaans gezegde) Want als ik hem nu roep terwijl hij in het achterste hoekje van het weiland zijn grasjes aan het grazen is kijkt hij niet alleen naar mij maar komt hij ook nog eens naar voren gelopen. Dat is wel eens andere koek geweest. Ik zal jullie de verhalen besparen van de uren dat ik achter hem aan gelopen heb met mijn bix emmertje in mijn linkerhand en zijn halster in mijn rechter hand. En meneer maar rondjes rennen door het weiland: “Spelletje spelen? Zie mij eerst maar eens te pakken” Hij weet nu dat er niet meer verplicht gereden wordt maar dat er meer tijd is voor leukere dingen.

Zoals ik al schreef ontwikkelde ik mij tot mooi-weer-ruiter wat inhoudt dat ik mij eigenlijk alleen met mooi weer in het zadel hijs om lekker een stukje te hobbelen. We staan midden in de polder en hebben sinds enige tijd ook wat ruiterpaden tot onze beschikking. Het is niet veel. Maar het is leuk genoeg dat ze rekening houden met het paardenvolk. En daar ben ik blij om, want ook dat is hier wel eens anders geweest. Nu kunnen we ongestoord over het pad crossen tot we er moe van zijn. En crossen is wat ik het liefste met hem doe. Dat eeuwige gestap doen we wel als we bejaard zijn. Het leuke van dit soort ritjes is dat we er alle twee van genieten. We zijn aan het werk maar op een speelse manier, we zien wat van de omgeving en zijn lekker samen buiten. Zodra hij zich als een wilde ongetemde Arabische hengst gedraagt weet ik dat hij het ook naar zijn zin heeft. (mijn pony komt overigens niet eens in de buurt van bovengenoemde omschrijving het is namelijk een New Forest ruin van 18 jaar oud die geen vlieg kwaad doet en liever lui is dan moe) Meestal is een uurtje rijden voor ons dan ook wel weer genoeg.

Voor aankomend weekend hebben ze weer heerlijk weer opgegeven. Ik kijk er nu al naar uit. Ik hoop mijn paardenbeest ook.