Mijn eerste baantje…

Meer dan 20 jaar geleden werd het tijd om zelf voor wat zakgeld te zorgen. Tante F. wist dat ze bij haar op de zaak nog een vakantiekracht zochten. Ze hielp mee met de sollicitatiebrief, want internet was toen nog een schaarste (haha, dat was alleen mogelijk met een inbelverbinding via de huistelefoon, als je geluk had!) Diezelfde week mocht ik al op gesprek. Waarbij het onderwerp salaris overigens niet eens ter sprake is gekomen. Ik kreeg een rondleiding en werd aangenomen. Vanaf dat moment was ik queen of de vaatwasser. Mijn aller eerste baantje in de keuken van een verpleegtehuis in Dordrecht.

De hele zomervakantie stond in het teken van werken. Ik wilde een goede indruk maken en vooral mijn tante niet teleurstellen. Dus deed ik mijn stinkende best. In rap tempo werd ik ingewerkt. Want een lopende band vaatwasser is niet zo makkelijk als men denkt. Daar kwam bij dat elke afdelingen zijn eigen kar met serviesgoed had. Alles was ook nog eens voorzien van een eigen kleur. Enige systematiek was dus vereist. Voor de lunch moesten de karren schoon en klaar staan om gevuld te worden met de maaltijden voor de bewoners. Na onze eigen lunch kwamen de karren ranziger terug. ’s Middags had ik als taak om naast alle karren, ook het keukengerei van de koks weer schoon te krijgen.

Ik zat iedere dag tot aan mijn oksels in de etensresten en had toch de tijd van mijn leven. De koks vonden het een beetje sneu dat ik alleen maar heen en weer aan het rennen was tussen vuil- en schoon serviesgoed. Dus werd ik ook ingedeeld om andere klusjes te doen. ’s Morgens het eten bereiden en ’s middags de mise-en-plas. Zelf vond ik dat allemaal iets minder. Een koksmes hanteren om 10 kg ui te versnipperen is niet mijn ding. Evenals het afwegen van voedingsmiddelen. Gaat altijd verkeerd! Het maken van toetjes en uitlepelen van de bakken slagroom was dan wel echt mijn ding. Ik leerde wat HACCP inhield en hoe ik correct en hygiënisch schoon moest maken. Ik leerde ook wat een terug-koeler was en dat de steamer echt heel heet is. *au*

Het beviel zo goed dat ik besloot te blijven. Vanaf dat moment werkte ik naast alle vakanties ook twee weekenden in de maand. Ik zat in het tofste weekend, met de leukste collega’s. Maar moest mijn tante missen. Die zat helaas in een ander weekend. De radio stond vaak op standje kneiter hard. Soms kwamen ze van de kerk vragen of het misschien iets zachter kon. Wij kwamen boven het orgel uit.

Op warme zomerdagen zorgden de Technische Dienst voor de nodige hilariteit. Er stonden geregeld emmers water op het dak, om iedereen tijdens de koffiepauze (wanneer deze buiten gehouden werd) van een verfrissende douche te voorzien. Wie de dans ontsprong werd in de middag achterna gezeten met de brandslang. Met alle protocollen van tegenwoordig is dit nu ondenkbaar…

Na drie jaar afwashulp werd het tijd om op te stappen en opzoek te gaan naar een vaste job. Het afscheid viel mij zwaarder dan ik had verwacht. Ik heb nog heel vaak gedroomd over dit werk. Dan rende ik rond met serviesgoed of waren mijn karren opeens weg. Die karren hebben nogal indruk gemaakt. Ik denk dat ik geen leukere eerste werkervaring op had kunnen doen dan daar.

Was jullie eerste baantje ook zo leuk als dat van mij?

In de tussentijd: vanuit huis…

Eindelijk kwam er weer wat werk binnen en toen begon de bouwvak. Voor ons betekende dat weer terugschakelen naar versnelling 1. Heel veel harder hoefden we niet te gaan. Toen mijn directe collega met vakantie ging bleef er voor mij tenminste nog wat werk over. Daarnaast hield ik mij bezig met allerhande zomerklusjes. Zoals het opruimen van het papieren- en digitale archief, mailboxen opschonen en het bijwerken van achterop gelopen to-dolijsten. 

Nu de vakantie voor bijna iedereen weer voorbij is, maar corona nog steeds huishoud is bij ons het thuiswerkplan wederom geactiveerd. Een minimale bezetting op kantoor en de rest werkt op vaste dagen vanaf huis. Dat laatste is echt niet altijd even makkelijk. Soms lijkt het wel of ik door een doolhof van wachtwoorden en systemen moest tijgeren voor ik eenmaal ben waar ik wezen moet. Ik ben verknocht aan mijn appel. Maar mis mijn twee grote beeldschermen op de zaak. Het kijkt, klikt en schuift gewoon prettiger dan alles op een laptop thuis. Om nog maar te zwijgen over de zeeën van ruimte op mijn bureau op de zaak. Dat heb ik hier niet hoor. 

Daarnaast moet ik thuis veel meer moeite doen om in beweging te komen. Dus ik laveer tussen roeimachine en de crosstrainer. Wandel wat op de loopband en sprint de trappen een paar keer op en af. Doe een rondedansje langs mijn balanceboard en huppel een aantal keer rond de bokszak om toch aan mijn stappendoel te komen. Thuiswerken staat voor mij anders gelijk aan maximaal 3000 stappen per dag en dat is gewoon veel te weinig. Tja, de koffieautomaat staat hier nu eenmaal dichter bij mijn bureau dan op de zaak. 

Nee, ik ben dus niet heel erg blij dat we weer vanuit huis moeten gaan werken. En helemaal niet toen het doorschakelen van de telefooncentrale naar mijn zakelijke nummer grandioos bleef mislukken. “Er kan geen verbinding tot stand gebracht worden. Probeer het later opnieuw!” GGRRRRR. Of wanneer blijkt dat ik een van de wachtwoorden niet meer weet, want oeverloos & oneindig lang en iets met automatisch in laten vullen. Dus hang ik ’s morgens in alle vroegte weer in de wacht bij de helpdesk. Die het, op welk tijdstip ik ook bel, altijd druk schijnen hebben…. “Al onze medewerkers zijn bezet, een ogenblik geduld alstublieft…” Met op de achtergrond een of andere klote muziekje om je spontaan opgekomen irritatie nog even verder naar een kookpunt te brengen!!

Inmiddels ben ik een uur aan het werk. Nou ja, aan het werk… De boel aan het opstarten is een beter woord. Het liefst zou ik mijn spullen willen pakken om gewoon, als van ouds, naar kantoor te rijden. Maar ja, dat vind de baas niet zo tof. Want corona. Natuurlijk snap ik het allemaal. Heb ik begrip voor de situatie en willen we een gezonde werkomgeving voor iedereen. Maar ondertussen ben ik er zo vreselijk K L A A R mee!!

Na ruim een uur tobben lukt het mij zowaar om de telefooncentrale weer aan de praat te krijgen en heb ik eveneens weer toegang tot bepaalde programma’s. Ach ik probeer het dan maar weer van de positieve kant te bekijken, want zo zijn we dan ook wel weer. Ik kan tenminste 3 kwartier langer blijven liggen, hoef mij niet druk te maken over wat ik aantrek en hoe mijn haar zit… 

Corona’s voordeel….

De afgelopen twee jaar heb ik het sporten weer lekker opgepakt. Hoewel het hardlopen er niet echt meer inzit in verband met een terugkerende knieblessure kan ik mij toch prima vermaken in mijn eigen “sportschool” thuis. Met de wintersport aan het begin van ieder jaar ligt de nadruk vooral op het aansterken van spieren die ik met het snowboarden gebruik. Ervaring heeft mij geleerd dat ik zoveel meer van mijn week in de sneeuw geniet met een gedegen voorbereiding. Bij terugkomst ligt het fanatiek sporten even stil tot ik besluit dat het warm genoeg is om te wakeboarden. Ik begon dan eigenlijk veel te laat, waardoor de eerste paar keer in het water gepaard ging met gigantische spierpijn na een sessie.

Dit jaar ging het er echter iets anders aan toe. We waren net terug van de wintersport of corona kreeg de overhand. Mijn doorgaans gevulde dagen misten vanaf dat moment iedere vorm van regelmaat en ritme. Ik had er moeite mee om mijn dagen productief en nuttig te vullen. Na enige tijd begon ik mijzelf in de weg te zitten. Ik voelde mij rusteloos, nutteloos en sliep ook nog eens bar slecht. Na twee weken was ik er al helemaal klaar mee. En alle klote klusjes in huis waren inmiddels ook wel gedaan. Dit moest anders…

Op het moment dat ik door had dat het zo niet langer ging, want niemand kon nog voorspellen hoelang corona ons land in “gijzeling” zou nemen, gooide ik het roer compleet om. Ik heb dan misschien geen volle dag te vullen met werk, ik deed gewoon alsof. Ik bouwde weer regelmaat en ritme in. Ging op tijd naar bed en stond er vroeg weer naast. Ging wat slimmer om met mijn eetgedrag en voegde wat meer glazen water per dag toe. Door iedere dag iets te doen wat in mijn ogen nuttig was hoopte ik meer voldoening uit mijn dag te halen. En ik besloot meer te gaan sporten. 

Vooral dat laatste was een prima beslissing. Ik intensiveerde mijn work-out. Op Pinterest vond ik inspiratie voor andere, nieuwere en uitdagendere buikspieroefeningen op mijn yogamat. Ik vond oefeningen om ook mijn onder- en bovenrug te verstevigen en vond zelfs evenwichtsoefeningen voor op mijn balanceboard. Daarnaast vond ik ook nog wat handige oefeningen met een heel simpel elastiek. Vervolgens doe ik nog de nodige cardio oefeningen op de apparaten die ik hier thuis heb staan. 

Een maand of twee terug heeft vriendlief ook een bokszak op zolder opgehangen. Met wat oefeningen van mijn “oude vriend” Billy Blanks kan ik ook daar helemaal op los. Stond ik vroeger in het luchtledige te trappen en te slaan, heb ik nu wat meer weerstand. Ik combineer en wissel heel wat af en werk mij letterlijk in het zweet. 

Sinds begin mei heb ik ook een Stand Up Paddleboard aangeschaft en SUP ik iedere week een paar kilometer. Soms hier achter in het park, soms op het grote water. Net hoe het uitkomt en wat voor weer het is. 

Dit alles heeft er voor gezorgd dat ik inmiddels, onbedoeld, een paar kilo ben kwijtgeraakt. Mijn spieren zijn flink aangesterkt en ik kan mijn “ei” tenminste kwijt. Dat laatste is niet alleen voor mij maar ook voor de mensen om mij heen wel erg fijn! Nooit eerder was ik summerproof nog voor de zomer begon. Heeft Corona toch nog aan iets positiefs bijgedragen… 

 

 

*Dit blog verscheen eerder ook op “Hoe vrouwen denken.”   

Opgaan in het moment II…

In eerste instantie was ik helemaal niet bezig om het “mindfulness” aan te pakken. Het woord alleen bezorgd mij jeuk. Het is wel precies wat ik gedaan heb. *HIER* lees je deel één. Mijn doel is mijn gehaaste leven veel meer een halt toe te roepen. Ik wil meer opgaan in welk moment dan ook en meer genieten van dat wat ik aan het doen ben. Ik neem jullie graag mee in mijn zoektocht naar het creëren van meer zen-momenten in alledaagse dingen. 

Mijn plan om het door te trekken in meerdere dingen die ik doe, blijkt toch minder eenvoudig te zijn dan ik dacht. Soms is het zelfs lastig om (al is het maar) twee minuten stil te staan en echt bewust te voelen en op te merken met waar ik mee bezig ben. Begin dit jaar, toen ik er mee begon wist ik nog niet dat Corona ervoor zou zorgen dat mijn hele leven, in ieder geval de komende maanden een stuk rustiger zou worden. Slow down brother!! 

Stiekem had ik gehoopt dat het hierdoor wat makkelijk zou zijn. Niets is minder waar. Ik heb mij op dit moment dan niet meer met 101 dingen bezig te houden maar er malen nog voldoende gedachten door mijn hoofd. En waar kan ik die nu beter stil zetten dan op de plek waar de bewoners altijd leven in het hier en nu?! Die geen last hebben van mentale ruis, oordelen of zorgen. Ja, of er na deze ene hap gras misschien nog een volgende hap genomen kan worden… 

Ik zet mijn zoektocht naar zen-momenten voort op stal. Of eigenlijk de wei, want daar staan de paarden sinds enkele weken. Ik ga vandaag heel bewust strontscheppen! Tenminste, dat ga ik proberen. Het hebben van een paard is echt niet zo romantisch, dat je het ff weet. Normaal doe ik deze klus op de automatisch piloot en draait mijn hoofd overuren. Vandaag heb ik extra geluk. De knollen zijn een wei verplaatst en het gras staat zo’n beetje kniehoog. Extra uitdaging is niet verkeerd om ergens met je volle aandacht bij te zijn. 

Bij het betreden van de wei blijf ik met een voet hangen in een grashalm en breek bijna mijn nek. Dat begint al goed. Maar hierna is iedere handeling doelbewust en heel gericht. Het is heel wat vermoeiender om bij dit stompzinnige werk je (telefoon en) denken uit te schakelen en alleen bezig te zijn met hier en nu. Met paard en poep. Tel daar het ploegen met kruiwagen en al, door het hoge gras bij op en ik heb naast een geestelijke ook een fysieke inspanning geleverd.

Voor ik er erg in heb ben ik al een uur lang “spoorzoekertje” aan het spelen. Voel ik wat mijn spieren doen en luister naar de geluiden om mij heen, in plaats van in mijn hoofd. Wat een herrie daar binnen en wat een rust daarbuiten!! Is het gelukt? Nee niet helemaal. Misschien komt het door de klus op zich?! Die was letterlijk en figuurlijk intensief. Wel was ik meer uit mijn hoofd en in mijn lichaam. 

Wanneer ik op de fiets stap voor de terugreis naar huis voel ik mij toch voldaan! Nu is het de kunst om het uit te bouwen. Eens zien wat mijn volgende onderwerp gaat worden… 

Het went, maar toch…

Eind maart: Het zat er natuurlijk aan te komen, toch heb ik de stille hoop dat alles gewoon door gaat zoals normaal. Dat het mee valt en overwaait. Aangezien de hele wereld plat ligt is dit een gedachte die uiteraard nergens over gaat. Maar toch. Toch hoop ik als een malle dat het allemaal wel mee zal vallen, het zo’n vaart niet zou lopen. Ergens in de wereld is een hick-up maar dat geldt niet voor ons. Ik wil gewoon mijn normale dagelijks leven behouden. En vooral geen gekke fratsen hier.

Dat was zoals gezegd ijdele hoop. Corona begint zich steeds meer aan ons op te dringen. Een tsunami die er in één klap is en waartegen je niets kunt uithalen. De hele wereld is in rep en roer. Opeens is iedereen viroloog, bioloog of een geleerde. Iedereen heeft een mening en moet dit vooral bekendmaken. En dan de paniekzaaiers! Die staan op iedere (virtuele) hoek van de straat. Maar bij ons is vooralsnog niets aan de hand. Behalve dan dat de grote baas, net als een overgroot deel van Nederland, voorzorgsmaatregelen aan het treffen is.  

Nu een hoop locaties verplicht gesloten zijn kunnen onze examens daar ook niet doorgaan. Er moet aardig wat geannuleerd en afgezegd worden. Beetje voor beetje komt ons werk stil te liggen. Het is ook niet langer nodig om met een volledige bezetting op kantoor aanwezig te zijn. We stemmen bepaalde procedures op elkaar af. Er komen andere werkroosters. ICT wordt opgetrommeld en voor we het weten hebben we allemaal een laptop en telefoon van de zaak.

Binnen een paar dagen is alles geregeld en werken we met het complete team vanuit huis. Voor zover dat nodig is. Want het werk is zover opgedroogd dat er niet voor iedereen iets te doen is. Kantoor is maar een paar dagen per week voor een paar uur bemand door hooguit twee collega’s.

Dat, lieve mensen, is toch best wel even wennen. Opeens ben ik mijn complete regelmaat en ritme kwijt. Begin april sta ik met Poownie te grazen onder werktijd, ondertussen mij af te vragen wat de andere collega’s nu aan het doen zijn. Zelf heb ik die week “vrij” en ben alleen nodig als de andere collega ergens niet uitkomt. Het voelt gek om “vrij” te zijn en onder werktijd met hele andere dingen bezig te zijn dan met de mailbox, rinkelende telefoons, klanten en collega’s.

Inmiddels zijn we ruim 1.5 maand verder en heb ik redelijk mijn weg hierin kunnen vinden. Maar dat ging echt niet zomaar. Ik kwam er achter dat ik het beste gedij bij een zo normaal mogelijk werkritme. Normale tijd naar bed en ook gewoon vroeg weer op. Ik ruimde mijn oude werkkamer op en heb het zo ingericht dat ik daar in alle rust ’s morgens mijn dag kan beginnen. Hoewel mijn hersens geregeld doen alsof het semi-vakantietijd is begin ik redelijk te wennen aan mijn kleine beeldscherm en de videocalls via teams of zoom.

Toch hoop ik met heel mijn hart dat dit “tijdelijke abnormaal” snel over is en we terug kunnen naar ons “oude normaal”. Het normaal waarbij we omkomen van het werk. Elkaar “pesten” rond de koffietafel en kunnen klagen dat het zo druk is. Want ik mis mijn chaotische bureau, het geregel, de drukte en het werk. Maar bovenal mis ik het samenwerken met mijn collega’s!!

 

In de tussentijd: Binnen de lijntjes…

Met het opruimen van mijn werkplek, enige tijd geleden, had ik ze al bijna weggegooid. Ik deed er toch niet zo heel veel mee. Twee kleurboeken, een setje potloden en een map met stiften. Maar de krent in mij vond dat toch wel wat zonde dus gingen ze in een doos met de gedachte: misschien leuk voor ooit. 

Ik was mijn kleurboeken alweer helemaal vergeten tot ik op Pinterest, die ik in tijden van Corona weer heropend heb want verveling, een aantal waanzinnig mooie platen voorbij zag komen. De combinatie van kleuren en patronen die in elkaar overliepen deed mij gehypnotiseerd naar mn scherm staren. Ik bedacht mij geen moment. De tijd van ooit is nu gekomen. 

Het was even zoeken en uiteindelijk vond ik de doos achter het schot op zolder. Een mooie manier om deze lethargische periode door te komen. Iedere dag een momentje van zen en bewustwording in combinatie met al die mooie kleuren…. 

Het kleurboek is nagenoeg leeg. Hier en daar had ik ooit al een begin gemaakt maar was er blijkbaar vrij snel weer mee gestopt. Ik vind een simpele plaat en trek een aantal stiften uit de verpakking. Enthousiast begin ik wat strepen te trekken. Nadat de eerste kleuren op papier staan vraag ik mij af what the fack ik aan het doen ben. Ik bedoel, het lukt mij niet eens om normaal binnen de lijntjes te kleuren. De neuroot in mij besluit toch wel eerst ff al die blaadjes groen te kalken. 

Het boek wordt tig keer gedraaid want normaal van links naar echts werken kan ik (blijkbaar) niet. Dus ik schilder van boven naar beneden en van rechts naar links om dan van linksonder naar rechtsboven verder te gaan. Het ziet er een beetje ongestructureerd uit. En dat is het ook. Maar ach, wie ziet dat nu, in deze quarantaine periode? Ik draai het boek weer een kwartslag om de laatste blaadjes in te kleuren. Mijn vingers en handen zijn in ieder geval schoon. Toch nog iets geleerd van mijn knutselmiddagen op de lagere school. 

Na een paar minuten ben ik de blaadjes en bloemen met stiften eigenlijk alweer zat. Ik zoek iets nieuws uit en pak de potloden er bij. Fout gedacht. Na de eerste drie krassen merk ik het al. Dit zijn van die goedkope crisis dingen. Ik snap nu ook wel waarom ik eerdere kleurplaten maar voor een kwart heb afgemaakt. Ik rot die potloden weer in hun etui en graai naar de stiften. Nieuwe bladzijde, nieuwe kleurtjes… Niet bepaald een rustgevend werkje dit!

Vroeger had ik nooit last van kramp in mijn vingers. Ik kliederde schrift na schrift vol en schreef brieven naar penvriendinnen waar geen einde aan kwam. Nu heb ik na vijf minuten al zo’n kramp in mijn handen dat ik besluit eerst maar eens een pauze in te lassen. Tijd voor koffie.

Inmiddels zijn we twee weken verder. Mijn stiften zijn voor de helft opgebruikt en het kleurboek is wat meer gevuld. Met neurotisch ingekleurde platen, dat dan weer wel. Ook heb ik mijn aquarelpotloden teruggevonden. Die ga ik van de week uitproberen. Zennn word ik er niet van en rustgevend is het ook niet bepaald. Maar een prima tijdverdrijf is het wel. Zeker nu we nog een weekje of wat “Coronona tijd” te gaan hebben…

 

Kleurboek voor volwassene

 

ps: niet alle kleurplaten hierboven zijn door mijzelf ingekleurd hoor 🙂

Opgaan in het moment…

Geregeld doe ik het al zonder er echt bewust van te zijn. Zoals bij het fotograferen of een graassessie met Poownie bijvoorbeeld. Steevast voel ik mij happy en voldaan wanneer ik de foto’s bekijk of terug ben op stal. Happy en soms zelfs een beetje zen… 

Hoe kan het dat “simpele” dingen mij zoveel voldoening geven? Dat ik met nog meer plezier uitkijk naar een volgende keer? Mijn hoofd leger en rustiger is? Alsof de boel herschikt of opnieuw geordend is. Kun je mij nog volgen? Sommige sporters ervaren dit ook wel eens na een flinke workout. Je voelt je (emotioneel) lichter en fijner.

Eind vorig jaar besloot ik mijzelf te “analyseren” wanneer ik foto’s aan het maken was. Ik wilde weten hoe het kwam dat juist fotografie mij zo veel meer dan alleen maar mooie platen oplevert. Het antwoord had ik vrij snel boven tafel en was heel simpel: Ik heb zoveel plezier in wat ik doe dat ik op ga in het moment. Eén zijn met dat wat er voor mijn neus gebeurd. Niet nadenken, analyseren, herkauwen en opnieuw doen! Nee, gewoon helemaal opgaan in het hier en nu. Met mijn volle aandacht genieten van wat ik aan het doen ben. Dat is in een vogelhut, afgesloten van de buitenwereld, misschien niet zo moeilijk. Maar het lukt mij ook langs een drukke zijlijn op het voetbalveld. Waar mensen en spelers soms letterlijk om mij heen lopen. 

Wat nou als ik deze ervaring eens door trek in mijn leven? Iedere dag een soort meditatie geluksmoment, misschien zelfs meerdere keren per dag die flow voelen? Uiteraard zonder gebruik van verdovende middelen, laten we daar duidelijk in zijn. Zou dat kunnen? Ik denk het wel. De rustige omgeving is, gezien de drukte langs een voetbalveld, niet perse noodzakelijk. Mijn eigen handelen en denkwijze daarentegen wel. Daarvoor moet ik wel aan de bak. 

Wanneer ik ’s avonds alleen ben besluit ik het direct uit te testen. Normaal is het koken iets wat moet. Even tussen de bedrijven door en niet iets waar ik altijd zin in heb. Nu doe ik het anders. Eerder op de dag had ik met zorg mijn eten uitgekozen en alle ingrediënten liggen nu voor mij uitgestald op het aanrecht. Op het menu staat een pastasalade. Niet het aller moeilijkste om klaar te maken. Toch besluit ik er letterlijk de tijd voor de nemen. De enige tijd die ik in de gaten hoef te houden is de kooktijd voor de pasta.

Het vergt nogal wat doorzettingsvermogen om er mijn volle aandacht bij te houden. Koken is niet echt mijn ding. Ik moet er even inkomen. De ingrediënten met zorg snijden. Het maken en kruiden van de dressing. In gedachte proef ik alvast hoe het eindresultaat zal zijn. Wanneer ik ga eten staan telefoon, tv en radio uit. Een met mijn maaltijd! Ook nu besluit ik er de tijd voor de nemen. Ik constateer twee dingen: ik proef intenser wat ik eet en mijn maaltijd smaakt lekkerder dan ooit. Ik betrap mijzelf er op dat ik hiervan heb genoten. 

Met deze ervaringen in mijn achterhoofd wil ik de komende maanden proberen mijn gehaaste leven veel meer een halt toe te roepen. Meer opgaan in welk moment dan ook. Genieten van dat wat nu is. Ik hoop jullie mee te kunnen nemen in mijn zoektocht naar het creëren van meer zen-momenten in alledaagse dingen. Doen jullie mee?

 

 

Wordt vervolgt… 

***

Altijd makkelijker dan je denkt…

Mijn moeder bakte het wel vaker. Speciaal voor ons want zelf vond ze het niet te eten. Maar met verjaardagen of op een zaterdagavond bij de film stond het voor ons op tafel. Een hele grote schaal met popcorn. En dan niet de magnetron variant met zo’n vieze chemische vette smaak. Waar ook je huis nog eens drie dagen naar rook terwijl de popcorn binnen 10 minuten op was. Ik bedoel de echte, boterzachte popcorn met een zoutlaagje.

Eenmaal op mijzelf maakte ik het ook geregeld klaar. De heren en zelfs Groene Draak vinden ook vers gemaakte popcorn een stuk lekkerder dan die uit de magnetron. Maar het is wel altijd dezelfde zoute smaak. Omdat ik niet wist hoe ik de echte zoete bioscooppopcorn na moest maken. Tot nu.

In mijn vakantie, inmiddels een paar weken geleden alweer, had ik wat tijd over en besloot er eens voor te gaan zitten. Zelf karamelpopcorn maken blijkt een stuk makkelijker dan ik dacht. Het is wel wat bewerkelijker dan de zoute variant en toegegeven het is niet bepaald caloriearm. Maar lekker dat het is!!! Nu ben ik totaal geen keukenprinses en karamel maken had ik tot voor kort ook nog nooit gedaan. Want ik dacht altijd dat het heel moeilijk zou zijn.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Alles wat ik nodig heb staat al voor het grijpen. Eerst maak ik de popcorn klaar. Dit doe ik in een gietijzeren pan. Die kunnen namelijk wel tegen een stootje. Zodra het scheutje olie in de pan warm is kan de (popcorn)mais er bij. Het wordt altijd meer dan je denkt. Dus een bodem mais is meer dan genoeg. Ik laat het vuur op hoog staan tot de mais goed aan het poffen is. Uiteraard met een deksel op de pan. Wanneer de boel flink poft gaat het vuur omlaag. We schudden de pan geregeld zodat het niet aanbrand. Het hele proces duurt maar een paar minuten. Wanneer het poffen minder wordt gaat de pan van het vuur en de popcorn op een bakplaat met bakpapier.  

Karamel maken is wat bewerkelijker. Ik doe een ruime hoeveelheid suiker met een beetje water in een steelpan en zet dit op middelhoog vuur. Ondertussen knaag ik van de net klaargemaakte popcorn. Ik blijf stug naar mijn pannetje kijken want mij was gezegd dat het snel kon gaan. Maar blijkbaar heb ik iets te veel water toegevoegd want het duurt een eeuw voor het suikerwater amberkleurig wordt. Maar wanneer het eindelijk zover is gaat het inderdaad snel. Ik meng wat zout en een stukje roomboter door het suikerwater. Het begint vreselijk te borrelen maar ik blijf roeren tot het een egale massa is. 

Met mijn vinger in de pan, om even te proeven, kan niet want de karamel is loei heet. Op goed geluk giet ik alles uit over de popcorn op de bakplaat dat direct aan elkaar begint te plakken. Het lijkt wel magnetisch dat spul. De suikerdraden lopen van de pan naar de popcorn en terug naar mijn vingers. Zodra de karamel is uitgeschonken moet alles afkoelen. Maar ik kan natuurlijk weer niet wachten. 

Terwijl de karamelpopcorn eigenlijk nog iets te warm is staan vriend en ik ongeduldig boven de bakplaat, ons al te goed te doen aan dit nieuwe baksel. Het is iets meer werk, en achteraf ben je ook kotsmisselijk, je bent dus gewaarschuwd. Maar de smaak is werkelijk goddelijk!!

 

van popcorn mais tot karamelpopcorn

 

Zie internet voor het juiste recept, er zijn vele wegen die naar heerlijke popcorn leiden 😋…

 

 

***

Daar kun je mee thuiskomen…

“Wat vind je?” Vraag ik vriend terwijl ik voor hem door de kamer paradeer. “Ga je dat allemaal aantrekken?” Is zijn reactie “Hoezo, vind je al die bling-bling niet mooi?” Vraag ik. “Kun je dan op zijn minst drie van die dingen uitzetten?” Ik frons mijn wenkbrauwen zo dat ze elkaar bijna raken. Ik stop met lopen en kijk hem bedenkelijk aan. Ik heb een reflecterend hesje aan waar rode LED-lampjes op zijn aangebracht. Om elke arm en been draag ik een reflecterende band waar eveneens LED-verlichting op zit. Maar dat in tegenstelling tot het hesje hysterisch staat te knipperen in blauw neonlicht.

“Als je zo in het donker over straat gaat denken ze op zijn minst dat er een alien geland is, of een hoerentent geopend is.” Alhoewel… Het is een dorp he?! Dan zullen ze vast voor de eerste optie kiezen! Ik ben niet van mijn plan af te brengen. Maakt niet uit wat voorbijgangers denken. Zolang automobilisten maar stoppen of op zijn minst langzamer gaan rijden. Zo kunnen wij veilig over straat.

De volgende dag neem ik alle verlichting mee naar stal voor een wandeling in het donker. We gaan alle bling-bling eens in de praktijk testen. Hesje om en alle verlichting aan. Armen en benen voorzien van de reflecterende banden met de lichtjes op standje hysterisch. Ook Poownie krijgt een set om alle vier zijn benen. Oké, toegegeven, het is even wennen met al dat rode en blauwe licht dat we nu uitstralen. En eigenlijk voel ik mij nu ook een beetje een wandelende kerstboom.

We zijn de weg nog niet op of ik hoor achter mij: “Jingle Bells, Jingle Bells… Leuke outfit mevrouw!!” Een wielrenner die, zelf compleet onzichtbaar in het donker, mij passeert. Haha, heel leuk!! Ik roep hem na dat wij in ieder geval niet zo makkelijk over het hoofd gezien kunnen worden. Dan komt mijn eerste test object de hoek om janken. De bestuurder ziet een chaos van rode en blauwe lampjes op zich afkomen. Voor het grote what-the-fuck-is-dat-effect draai ik rondjes en spring in de lucht. De auto gaat vol in de remmen. Hij staat bijna stil als wij hem passeren op de smalle weg waar auto’s, fietsers en wandelaars over heen moeten voordat we een veilig voet- en fietspad bereikt hebben. 

Ik bedank de bestuurder en loop door. Als we eenmaal de weg uit zijn begin ik er lol in te krijgen. We zoeken een stukje gras op waar we alle twee veilig staan. Poownie kan lekker grazen en ik zie van links en rechts al het verkeer aankomen. Brommers, scooters en auto’s… Ze remmen allemaal af. Ze snappen blijkbaar niet wat ze zien. Gekleurde zwevende kerstlampjes die door mijn gespring en gedraai onsamenhangend bewegen… Fietsers die voorbijkomen maken er grapjes over en wandelaars stoppen om een praatje te maken. Het is hilarisch om te zien hoe andere weggebruikers hierop reageren. Mijn missie is geslaagd.

De andere dames op stal grappen de eerste week nog wat over onze nieuwe outfit. Maar al snel zijn ze overstag en zien ze de veiligheid er ook van in. Als we na een tijdje met een groepje inclusief onze paarden over de weg wandelen, krijgen we het éne “compliment” na het andere over onze zichtbaarheid. Kijk, daar kun je mee thuis komen!!

 

 

-🐴- 

George Maduro….

Eerst een stukje geschiedenis: Het 15 juli 1916, als George John Lionel Maduro in Willemstad, Curaçao geboren wordt. Hij is amper 10 jaar oud als hij door zijn ouders naar Den Haag wordt gestuurd om daar zijn lagere school en studie af te maken. Wanneer hij in leiden aan een studie rechten is begonnen moet hij, net als alle andere mannen, het leger in. Als Nederland in 1940 wordt aangevallen door de Duitsers is Maduro in Den Haag gelegerd als reserveofficier der Nederlandse Cavalerie. De Duitsers bezette Villa Leeuwenberg (ook bekend als Huize Dorrepaal) in Leidschendam en onder zijn leiding worden de Duitsers krijgsgevangen gemaakt. 

Maduro wordt uiteindelijk gepakt. Na zijn vrijlating duikt hij onder maar word verraden en opnieuw opgepakt. Hij doet een poging te ontsnappen maar dit mislukt. Hij wordt overgebracht naar concentratiekamp Dachau. Kort voor de bevrijding van Nederland overlijdt Maduro op 28 jarige leeftijd. Zijn heldhaftige optreden bleef niet onopgemerkt. Op 9 mei 1946 kreeg hij (na zijn overlijden) de Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde toegekend voor zijn getoonde moed en heldhaftige optreden. 

George Maduro

De ouders van George, die enig kind was, wilden een herinnering voor hun overleden zoon. Ze schonken het startkapitaal voor de bouw van Madurodam. In 1952 werd het themapark geopend. Het park laat de geschiedenis van Nederland zien en is tevens een levende herinnering aan oorlogsheld George Maduro. 

Was jij op de hoogte van bovenstaande? Ik in ieder geval niet en kwam er achter na ons bezoek aan Madurodam afgelopen week. Ik dacht altijd dat Maduro iets betekende als “klein” of “op schaal” of “miniatuur”. 

Als kind ben ik ooit in Madurodam geweest. Ik vond er geen hol aan. Kleine huisjes, kleine molens, kleine vliegtuigen en ik mocht nergens aan zitten, alleen maar kijken. Terwijl ik zo graag alle luikjes voor de ramen van die huisjes dicht wilde doen, of de ophaalbrug bij een van die kastelen wilde bedienen. Nee, het kon mij niet bekoren. Ik ben er nooit meer naar toe gegaan. Tot van de week. 

Nu mocht ik jammer genoeg nog steeds nergens aanzitten. Maar alle miniaturen hadden voor mij nu wel een betekenis. Ik snapte de verhalen er achter en keek met compleet andere ogen naar de kleinste officiële stad van Nederland. Gelijk al bij binnenkomst wordt het verhaal van Maduro verteld. Daarna start de (korte) reis door het park. Her en der vind je “doe dingen”, kun je verhalen aanhoren over de geschiedenis van Nederland (dat erg leuk gedaan is!) en kun je opzoek naar het engeltje met de mobiele telefoon op de Sint Jan.

Nog wat leuke wist je datjes: 

  • De miniaturen in het park zijn op schaal 1:25 nagebouwd;
  • De opbrengsten van het park komen ten goede aan het Madurodam kinderfonds;
  • Zelfs de Nachtwacht is te bewonderen;
  • Er hangt een inbreker aan het Rijksmuseum (ook die hebben we gevonden);
  • Voor een paar cent kun je bij de klompenfabriek een paar miniklompjes laten maken.

Het is een leuk park om naar toe te gaan, zeker als je wat ouder bent. Niet dat je, jezelf er een hele dag kunt vermaken. Maar in combinatie met een bezoek aan Scheveningen, wat wij gedaan hebben, een prima dagbesteding. 

 

Madurodam

 

 

*Bron: Website van Madurodam