Tot het laatst…

“Tot het eind heeft ze gevochten. Tot het eind was ze sterk. Tot het eind ben ik bij haar gebleven. Ik heb gebeden en ik heb gesmeekt. Toch moest ik haar laten gaan.” Zijn woorden galmen door de volle zaal. De mensen zijn stil. Ze zijn zo stil dat je een speld kunt horen vallen. De man voor in de ruimte vertelt over het leven van zijn vrouw. Wie ze was, wat ze deed. Ze is gestorven aan kanker. Aan die vreselijke rot ziekte. De ziekte die sneller dan verwacht bezit van haar lichaam nam. Haar ziel heeft hij nooit gekregen. Dat is hem niet gelukt. Tot het laatst was ze de vrouw die ze altijd is geweest. Met geheven hoofd, trots en vol liefde. “Ze was mijn rots in de branding. Mijn steun en toeverlaat!” Het besef dat ze er echt niet meer is lijkt plots tot hem door te dringen. Hij moet verder. Alleen. Zijn verdriet is voelbaar. Uit respect laat ik even mijn camera zakken.

Het laatste muziekstuk word gespeeld. De mensen krijgen de gelegenheid om nog één keer langs de kist te lopen. In colonne gaat de stoet door naar een volgende ruimte waar de condoleance plaats zal vinden. Als de ruimte bijna leeg is draait de man zich naar mij om. Hij kijkt mij vriendelijk aan en vraagt of ik nog even wil blijven. “Zoals mijn vrouw aan mijn zijde stond tijdens alle ups en downs in dit leven zo wil ik haar nu tot het laatst begeleiden.” Mijn verstand snapt prima wat deze man zo gaat doen. Mijn gevoel kan er alleen niet helemaal bij. “Ik breng haar straks naar de ovenruimte en druk zelf op de knop. Ik zou het fijn vinden als je dat voor mij wil vastleggen.” Ik pers een gepaste glimlach op mijn gezicht. Alsof dit verzoek voor mij de normaalste zaak van de wereld is. “Natuurlijk doe ik dat.” Hij knikt mij toe en draait zich om.

Een kist zien zakken in de grond is geen plezierig gezicht. Een kist in de ovenruimte… Tja, ik hoef niet eens aan te geven wat voor gevoel mij dat bezorgd. Ook dit is zo’n moment dat mij niet onbewogen laat. Ze laat mij twijfelen. Kan ik dit wel? De uitvaartbegeleidster kijkt mij aan. Ze heeft door dat ik het er moeilijk mee heb en knipoogt mij geruststellend toe. Ze laat weten er ook bij te zijn. Door haar aanwezigheid word ik weer met beide benen op de grond gezet. Er is nu geen tijd voor mijn emoties. De knop moet om! Straks mag ik mij laten gaan.

De ovenruimte was geladen met alle vormen van emoties. Die van mij meegerekend. Toen alles achter de rug was en wij weer in de aangrenzende zaal stonden kwam de man mij persoonlijk bedanken. Hij vond het erg fijn dat ik dit, onaangekondigd, toch heb willen doen. Als de uitvaart is afgelopen praat ik na met de uitvaartbegeleidster. Ze laat het moment zijn zoals het is. Ik krijg van haar alle tijd om mijn emoties te laten gaan en mijn nieuwe ervaring met haar te bespreken. Ze stelt vragen maar verteld ook haar eigen ervaring. Het is je werk, wat niet wil zeggen dat het je niet raakt. En het mag je raken. Je bent en blijft een mens. En daarmee heeft ze het goed verwoord. Je bent en blijft een mens, tot het laatst…

Vaarwel…

Als ik op de kade loop weet ik precies bij welke boot ik moet zijn. Het kan niet anders of dit is voorbestemd. Hij had het overigens niet anders gewild. Dit was zijn laatste wens. Maar tijdens het bespreken van deze “trip” kon ik niet weten dat de boot waarmee we de zee op zouden gaan precies zo’n boot zou zijn waar mijn vader helemaal blij van zou worden. De SS Estrella. Een nostalgisch oud schip uit vervlogen tijden. Geen lux jacht. Maar een gammele verroeste vissersboot met hier en daar een gat in de vloer. Ja, helemaal mijn vaders ding.

Dit was de dag waarop we met familie het as van mijn vader zouden uitstrooien. Mijn vader was over een aantal dingen heel duidelijk. Half stok, as uitstrooienEen daarvan was wat er met zijn lichaam moest gebeuren nadat hij was overleden. Hij wilde gecremeerd worden en daarna uitgestrooid worden op zee. “ Zoals ik vanuit Indonesië naar Nederland gekomen ben, zo wil ik ook weer gaan, met de boot over zee.” En dus voeren we uit, vanaf Scheveningen, richting volle zee. Voordat we opstapten wees mijn zusje naar de vlag. Hij hing halfstok. Een teken dat er een overleden persoon aan boord is. Het was bijna windstil en toch wapperde de vlag vrolijk heen en weer. Alsof hij niet kon wachten om losgelaten te worden.

Op het dek stond een picknicktafel waar we met de hele familie mochten plaatsnemen. In het midden van de tafel stond mijn vaders urn. Omringt door scheepstouw en de bloemen die mijn zusje meegenomen had. Het land achter ons werd al snel kleiner en kleiner terwijl de zee zich voor ons uitstrekte. Boven ons een strak blauwe hemel. Om ons heen cirkelden meeuwen die ons gezelschap hielden tijdens de vaart. Dit was de perfecte dag voor dit bijzondere afscheid.

De boot minderde vaart. We hadden het punt bereikt waarop we mijn vader mochten laten gaan. De familie stond achter ons. Het voelde als een steun in de rug. Zeker omdat dit moment, het loslaten zelf, toch wel een beetje vreemd aanvoelde. Mijn emoties vlogen alle kanten op. Ik wist niet of ik moest huilen of moest lachen. Mijn vader had zeker voor lachen gekozen. “Het is een mooie dag, en ik mag gaan!” Samen met mijn zus hield ik de urn vast. We keken elkaar aan en op het moment dat we er beiden klaar voor waren strooiden we de urn leeg. Samen keken we hem na. Een traan van verdriet en gemis rolde over mijn wang. “Vaarwel pap. Tot ooit!”

De boot kwam langzaam weer in beweging en voer een cirkel om de plek waar wij hem hadden uitgestrooid. Als allerlaatste groet werd de scheepshoorn geluid. Ik kreeg kippenvel over mijn hele lichaam. Het geluid werd weggedragen over zee, mijn vader achterna. Daarna werd de vlag, die nog steeds vrolijk heen en weer wapperde, weer in de top gehesen. Even waren we allemaal stil. Verzonken in onze eigen gedachtes. Niet veel later kwam de kapitein naar beneden. In zijn handen een fles schipperbitter en voor iedereen een glas! Terwijl hij inschonk beantwoorden hij mijn vragende blik. “Wanneer een overledene dit schip verlaat toasten wij op het leven. Zijn leven!”

De boot, de zee, alle familieleden en uiteindelijk de toast met het schipperbitter. Zo bijzonder emotioneel maar heel erg mooi. Wanneer ik nu terug denk aan deze dag verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Deze dag was precies zoals mijn vader had gewild.

 

Die ene week…

Een fractie van een seconde vraag ik mij af waar ik in vredesnaam mee bezig ben. Waarom doe ik dit? Zover van huis, boven op een berg met een plank onder mijn voeten. De heren schieten mij links en rechts met een gangetje van 60 km/ph voorbij. En ik heb lef, maar niet zo veel, dus ga in standje slak naar beneden. Zoveel moeite voor een week actief bezig zijn om vervolgens de komende vier weken nodig te hebben om bij te komen!? Met op sommige afdalingen kramp in de voetjes of slapende tenen. Waarom doe ik mijzelf dit aan? Na deze afdeling stop ik echt! Schiet het door mij heen. Zodra ik een seconde verder ben denk ik daar weer heel anders over. Stoppen? Ben je gek of zo?! Dit is het leukste dat er is!! WOEHOE!! Doen wie als eerste beneden is? Ik in ieder geval niet hihi…

Als je mij 10 jaar geleden had gezegd dat ik een 9 uur durende autorit zou overleven om daarna een paar dagen te gaan snowboarden, had ik je keihard uitgelachen. Bergen, kou en autorijden zijn niet echt mijn ding. Tijden veranderen en mijn mening ook. Het hele jaar kijk ik er naar uit. Naar die ene week in de besneeuwde bergen met familie en vrienden. Het liefst zou ik vaker gaan. Maar dat laten mijn vrije dagen niet toe. Om nog maar te zwijgen wintersport, snowboardenover die kaal geplukte geldboom.  Ook dit jaar hebben we het weer vreselijk getroffen met het weer en de sneeuwcondities. Je raakt er een beetje aan gewend. Blauwe lucht, witte ondergrond en lege pistes zover als je bekrampte voetjes en slapende tenen aan kunnen (dat laatste lag overigens aan mijn te vast gesnoerde nieuwe snowboardschoenen) De langste wachtrij bij de gondel was hooguit vijf minuten.

Soms vind ik het jammer dat ik pas op latere leeftijd heb leren snowboarden. Als ik naar zoonlief kijk dan ben ik wel eens jaloers. Hij maakt optimaal gebruik van ieder stukje besneeuwde berg en springt over iedere heuvel. Hij kent (nog) geen angst. Een van ons twee haalt zijn skipas er in ieder geval drie dubbel WIntersport, snowboardenuit. Ik heb niet zoveel lef en al helemaal niet zo veel snelheid. Aan de andere kant geniet ik er nu veel meer van dan wanneer ik een jaar of 15 zou zijn. Ik kan soms een pauze van een half uur inlassen alleen maar om te kijken. Te kijken naar de mensen op de piste, naar de betoverende witte omgeving. Te kijken naar het dorpje beneden mij dat er zo nep uitziet dat het wel een poster lijkt. Ik ben daar en geniet van alles om mij heen.

Ik weet dat ik nog genoeg te leren heb. Ik sta nog lang niet zo ontspannen op mijn board als ik zou willen. Toch verleg ik ieder jaar mijn grenzen, leer ik bij en heb ik plezier in mijn actieve vakantie. Ik ben zelfs over mijn bospadenfobie heen. Ook dit jaar hebben we weer genoten. We hebben een heerlijke gezellige wintersportweek achter de rug. Veel gelachen, lol gehad en lekker gegeten. De dakkoffer is opgeruimd, de vuile was ligt weer schoon in de kast en de ski’s en het board zijn netjes opgeborgen op zolder. Op naar volgend jaar. Naar weer die ene week in de bergen!

Wintersport, snowboarden

Verwerken kost tijd… #2

Na het overlijden van mijn vader voelde ik mij heel onrustig. Mijn lichaam en geest zaten niet op één lijn. Wat moest ik toch met dat verdriet? Terwijl mijn eigen gezin en familie er voor mij waren, voelde ik mij verlaten en alleen. Het voelde alsof er een stuk uit mijn lichaam was gehaald zonder dat ik wist waar. Onder woorden brengen hoe ik mij voelde? Dat lukte al helemaal niet. Hij zou dat jaar 60 geworden zijn. Dat is toch geen leeftijd om dood te gaan? Ik was boos, gefrustreerd en heel verdrietig. Afgezien van het overlijden van één van mijn huisdieren had ik nog nooit een rouwproces van zo dichtbij en zo intens meegemaakt.

Van lieverlee kwam het punt van accepteren. Beseffen dat het echt zo is. Dat de rest van het leven doorgaat. Ook dat van mij. Maar dan zonder vader. Het moest een plekje krijgen, werd mij verteld. Dat plekje kon mij gestolen worden. Het is zo’n ruim begrip. Wat moest ik daar nu mee? Alsof je het kunt parkeren in je achtertuin?! Die periode voelde mijn lichaam aan alsof het constant onder stroom stond. Alsof ik een tikkende tijdbom had ingeslikt die ieder moment kon afgaan. Ik wilde rennen tot ik er zelf dood bij neerviel, maar had er simpelweg de kracht niet voor.

Op een druilerige wintermiddag reed ik langs de begraafplaats. Zonder er bij na te denken parkeerde ik mijn auto en liep het terrein op. Niet dat mijn vader daar lag. Hij was naar eigen wens gecremeerd. Mijn overgroot oma ligt daar wel. Nu ik er aan terug denk weet ik niet eens wat ik daar dacht te vinden. Misschien hoopte ik op wat rust. Een klik in mijn lichaam en geest waarna ik alles, of in ieder geval iets, kon loslaten. Ik wist alleen niet precies waar ze lag en heb meer dan een uur gezocht. Ik zag vele graven en las verschillende opschriften maar heb haar niet gevonden. Ik voelde mij nog leger en ellendiger dan daarvoor. Huilend liep ik terug naar mijn auto. Wat dacht ik nu te bereiken?

Er zijn geen boekjes met handleidingen die aangeven welke stappen je moet volgen bij verdriet. Daar komt ook nog eens bij dat iedereen zijn verdriet op een eigen manier verwerkt. Er tegen vechten had geen zin. Ik liet het maar over mij heen komen en besloot per dag te kijken hoe het ging. Toen ik er aan had toegegeven kon ik het ellendige gevoel beter handelen. Er ging wel wat tijd overheen. Of het verdriet ook al een plekje had gekregen kon ik nog niet zeggen. Maar, ik wist er mee om te gaan.

Op een zonovergoten middag, een paar maanden later, reed ik langs de begraafplaats. Ik parkeerde mijn auto en liep het terrein op. In mijn hand één witte roos. Vastbesloten om het graf van mijn oma te vinden. Ik kwam langs verschillende graven en las de teksten. Liep voorbij de grote eik. Bukte bij een graf om een gevallen vaas overeind te zetten. Halverwege het pad draaide ik mij om. Daar lag ze. Gevonden zonder te zoeken. Mijn overgroot oma. Het gemis van mijn vader was groter dan anders, maar de pijn was niet langer schrijnend. Hoewel het nog steeds op mijn schouders drukte en ik zijn verlies met mij mee sleepte, was het dragelijk. Vanaf dat moment wist ik, ik kom er wel…

live life to the fullest

Als uitvaartfotograaf kom ik veel verdriet tegen. Soms dat van mijzelf. Zoals bij het recent overlijden van een familielid. Maar veelal van families die een dierbaar persoon zijn verloren. Een opa of oma. Een vader of moeder. Een kind. Ik keek vanaf de zijlijn toe terwijl ik mijn werk deed. Hierdoor, en door het overlijden van mijn ouders, heb ik geleerd de dood te accepteren. Het is een onderdeel van het leven. Het heeft even geduurd voor ik tot dit besef ben gekomen. De dood is iets dat ik graag op afstand hield. Toen ik er mee geconfronteerd werd kon ik niet anders dan het te accepteren. Niet dat ik de dood omarm. Integendeel. Maar ik realiseer mij heel goed dat de dood er nu eenmaal is en er altijd zal zijn.

Inmiddels heb ik niet alleen aanvaard dat de dood bij het leven hoort. Ik kijk ook heel anders tegen het leven aan. Want leven doe je nu, hier en op dit moment. Je kunt misschien blijven hangen in het verleden. Maar je kunt niet leven in het verleden. Je kunt verlangen naar de toekomst. Maar je kunt niet leven in de toekomst. Ik heb geleerd dat de dood niet wacht. Hoe hard je ook smeekt. Hoe hard je ook bidt. De dood kent geen verschil. Hij is er voor iedereen ongeacht afkomst, inkomen of geloof. Hij is er voor jou en voor mij.

Tijdens mijn werk kom ik heel dicht bij families die zich op een heel kwetsbare manier opstellen. Het is heel intiem om tijdens dit grote verdriet aanwezig te zijn. Soms hoor ik gesprekken aan waarin gezegd wordt: “Had ik maar…”, “Hij wilde nog…”, “Kon ik nog maar…”, “Ze zou zo graag nog…”, “Nu is het te laat!” Woorden van spijt. Woorden waar niemand meer iets aan heeft. De overledene al helemaal niet.

De dood klopt veelal aan op niet geplande momenten. Wanneer je het niet ziet aankomen. Plots en onverwachts. Voor een ander is hij de verlossing van een (lange)lijdensweg. Vroeg of laat, we komen er niet onderuit. De dood maakt voor niemand een uitzondering. Zonder dood, geen leven… Het is een onderdeel van jou! Het is een onderdeel van mij! En zeg nu zelf. Zou jij volledig leven wanneer je weet dat je nooit dood zult gaan? Zou jij werkelijk alles geven, of er uithalen wat er inzit, wanneer je weet dat jouw tijd nooit komt? Zou jij genieten van ieder moment wanneer je weet dat er nooit een einde aan zal komen?

Dit leven is mij gegeven en het is aan mijzelf om er iets van te maken. Ik wil niet dat het leven als zandkorrels door mijn vingers glijdt. Ik wil geen spijt hebben van dingen die ik nooit heb gedaan maar wel had willen doen op het moment dat het mijn tijd is. Want de tijd tikt wel door. Voor jou, voor mij. Start daarom met leven. In het hier en nu. Omarm het. Wacht niet tot het te laat is. Spendeer tijd met mensen die er toe doen. Die je aan het lachen maken, die er voor je zijn. Haal alles uit het moment en zelfs meer. Geniet van de kleine en simpele dingen in je leven. Droom niet alleen je droom, maak hem waar. Grijp je kans en ga er voor.

Dit blog verscheen eerder op: familieberichten.nl

Krontjong…

“Sorry, waar hield hij van?” Vraag ik mijn tante nogmaals. “Je Opa hield van Krontjong muziek”. Eerst lig ik in een deuk om de term. Haha wat is dat nu voor naam voor muziek?! Daarna gaat er vaag een belletje rinkelen maar het is nog te ver weg om het te herkennen. Het belletje wordt luider zodra mijn oom via internet wat muziek opzoekt. Verdraaid, ik herken het van vroeger. Van heel lang geleden weliswaar, maar toch herken ik het. “Vooral de elektrische gitaar vond je opa geweldig. Het was maar goed dat hij daar het geld niet voor had, anders had hij die zeker gekocht. In plaats daarvan tokkelde hij geregeld op zijn ukelele en speelde hij op zijn mondharmonica.”

Geweldig toch? Weer een stukje geschiedenis waar ik niets van afwist. Dit keer ben ik met mijn andere tante om de tafel gekropen om wat meer familiegeschiedenis op te rakelen. Dat mijn ooms en tantes van muziek houden wist ik wel. Maar dat ook mijn opa een voorliefde had voor muziek wist ik helemaal niet. De ukelele en mondharmonica zijn zelfs nog in de familie. Toen mijn tante voordeed hoe mijn opa er bijstond wanneer hij op zijn ukelele aan het tokkelen was moest ik lachen. Ik zag hem namelijk zo voor mij.

De volgende dag, wanneer ik het huis voor mij alleen heb, besluit ik mij onder te dompelen in de lievelingsmuziek van mijn opa en oma. Ik struin rond op Youtube tot ik geen krontjong muziek meer kan horen. Echt er komt geen einde aan. Van het ene liedje val ik in het volgende en voor ik het weet ben ik een hele middag verder. Internet leerde mij dat de naam Krontjong afkomstig is van de Indonesische naam voor een combinatie van een vijfsnarige gitaar en een tamboerijn of voetbelletjes. De gitaar komt oorspronkelijk uit Portugal. De Portugezen brachten dit mee naar Batavia nog voor het van Nederland was. De muziek van deze mensen was afkomstig uit verschillende delen van Portugal. In de loop van de tijd kreeg dit steeds meer Maleise en uiteindelijk ook Nederlandse woorden en uitdrukkingen.

Ik word een beetje weemoedig van het luisteren naar deze muziek. Ik verlang naar een tijd die ik nooit gekend heb. Naar het land en leven van mijn opa en oma. Ik kan er niks aan doen dat ik niet kan mee praten over “vroeger”. Ik heb heimwee naar een tijd die ik niet ken en nooit heb meegemaakt. Hoe meer ik daar aan denk hoe gekker dit klinkt. Maar toch kan ik het niet anders omschrijven. Natuurlijk speelt ook “het verhaal” mee. Een stuk geschiedenis van mijn familie dat ik samen met hen op papier aan het zetten ben.

Juist daardoor wordt ik steeds weer mee getrokken naar vroeger. Heen en weer geslingerd tussen toen en nu. Naar lang vervlogen tijden. Wat ik heerlijk vind, daar niet van! Ik geniet er van om te horen hoe het vroeger was. Juist omdat ik daar niet over mee kan praten. Ik zuig de informatie op als een spons en vind het geweldig om naar oude foto’s te kijken. Maar het maakt het gemis ook een stukje groter. En daarom is het fijn dat ik nu weet wat Krontjong muziek is. Want bij het horen van deze muziek ben ik er toch een beetje bij. Maak ik deel uit van wat ooit was en nooit meer zal zijn…

Youtube staat vol met krontjong muziek. Ik weet niet helemaal zeker of Manise van Rudi van Dalm ook onder “krontjong” valt. Het geeft mij in ieder geval het gevoel van “vroeger”.

Jij had het kunnen zijn…

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk. Gebeurt het… Ik vang een glimp van je op. Ik zie je fietsen. Gekleed in je gele jas en afgetrapte gympies. Door weer en wind maar altijd zonder handschoenen. Gebogen over het stuur alsof je windje tegen hebt trappend op de pedalen op weg naar je bestemming.
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik hoor je stem. Ik hoor je lachen, uitbundig en zonder schaamte. Ik hoor je mijn naam fluisteren wanneer je mij wakker maakt. Ik hoor je hoesten en proesten als jij ‘s morgens wakker wordt. Ik hoor je schelden als je boos bent. Ik hoor hoe jij de telefoon op neemt met een simpel: “Ja hallo..” of “Hey hoi met mij.”
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik zie je handschrift. Op een blaadje neergekrabbeld. Onleesbaar en doorelkaar. Ik zie hanenpoten en inktvlekken over het papier. De tekst is doorgehaald, opnieuw geschreven en wederom doorgehaald. Maar eindigt altijd met een kusje.
Het had van jou kunnen zijn. Maar dat is het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik ruik je geur. Zomaar in een vlaag onder mijn neus. Wanneer ik ergens binnen stap. Tijdens het koken wanneer ik iets maak wat jij ook wel eens maakte. Wanneer er iemand langs mij loopt met het zelfde luchtje dat jij droeg.
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik merk dat ik een kind van jou ben mam. Wanneer ik op dezelfde lompe manier op de bank zit met mijn arm over mijn hoofd. Wanneer ik voor de spiegel naar mijn eigen spiegelbeeld kijk en gekke bekken trek. Wanneer ik de dieren in huis roep dat het eten klaar staat.
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. En dat doet het, heus echt waar. Het verdriet is niet meer zo intens. De leegte niet meer zo’n groot gat. Nu denk ik aan je, heel bewust. Jij bent nooit heel ver weg. Ik zie je… Ik hoor je… Ik ruik je … Ik voel je…
Jij bent overal om mij heen. Ik hoef maar aan je te denken en jij bent het die daar staat.

Mama, moeder, liefde, missen

24 januari 1961 – 17 november 2011

Vergeef mij, dat ik je achterlaat…

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle tweeliefde, moeder en dochter, achterlaten, plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

Dit blog verscheen eerder op: Familieberichten.

Geschiedenis komt tot leven…

In de week dat mijn vader overleed, begon mijn tante verhalen over vroeger te vertellen. Het ophalen van herinneringen deed iedereen goed. Ik moest bij sommige verhalen heel hard lachen. Andere verhalen brachten mij tot tranen. Ik had ze nog nooit gehoord en heb ademloos naar haar geluisterd. Haar herinneringen waren zo gedetailleerd. Ze wist namen, plaatsen, datums en zelfs tijden op te noemen van gebeurtenissen uit lang vervlogen tijden.

Toen de uitvaart achter de rug was en wij weer in iets rustiger vaarwater beland waren kwamen mijn tante ik nog eens voorzichtig op deze mooie herinneren terug. We liepen namelijk met hetzelfde idee rond, maar wisten niet zo goed hoe we dit in het vat moesten gieten. Tot we er gewoon een middag voor zijn gaan zitten. Mijn tante begon te vertellen vanaf haar familiewapen Hamar aller eerste herinnering. De periode dat ze samen met haar ouders (mijn opa en oma) in Indonesië woonden. De geboorte van haar eerste broertje (mijn vader) en de reis naar Nederland. Ze vertelde ook over het leven in het pension en de geboortes van broers en zussen. Ik zoog alle verhalen op als een spons en werkte dit later uit tot een lopend verhaal. In de tussentijd kreeg ik van mijn oom een foto met daarop ons familiewapen. Die blijken wij namelijk ook te hebben.

Maar toen overleed mijn moeder. Hierdoor had ik niet veel energie meer voor dit project. Ik plaatste de uitwerking van ons idee tijdelijk in de kast. Daar bleef het tot mijn oom, de jongste broer van mijn tante, kort geleden kwam te overlijden. Alle herinneringen en heel veel meer, kwamen naar boven. Niet alleen bij mijn tante maar ook bij haar broers en zussen. Wederom hoorde ik verhalen die ik nog nooit had gehoord. Wat zou dat prachtig zijn om deze verhalen ook op te nemen in het “herinneringen boek” van mijn familie.

Mijn tante en ik besloten er weer voor te gaan zitten. Als oudste van het gezin heeft ze de periode rond de bevalling van al haar broertjes en zusjes meegemaakt. Dat staat inmiddels, naast de reis uit Indonesië naar Nederland, ook op papier. Nu zijn we bezig met het wel en wee van vroeger. Het werk van mijn opa en oma. Het huis en de indeling van de kamers. Want waar laat je negen kinderen? En hoe zat het met huisdieren? School? Vriendjes en vriendinnetjes? Gingen ze naar de kerk? Hoe organiseerde opa en oma dat in hemelsnaam?

Mijn tante toverde een oud fotoboek uit de kast. Voor het eerst zag ik daar mijn overgroot ouders. Samen poserend in misschien wel hun achtertuin. Die foto raakte mij. Ik stam van deze mensen af maar ik heb ze nooit gekend. Ik zag de jonge versie van mijn opa en oma, hun trouwfoto’s en feestjes met (onbekende) familieleden en vrienden. Babyfoto’s van mijn vader en schoolfoto’s van ooms en tantes.

We hebben nog wat avondjes te gaan voor alles goed en wel op papier staat. Ook wil ik nog heel graag wat gesprekken met andere ooms en tantes inplannen. Hoe kijken ze terug op hun jeugd en wat zijn hun vroegste herinneringen? En wat dacht je van het uitpluizen van de fotoalbums? Het is een project waar aardig wat tijd in gaat zitten, maar wat erg leuk is om te doen! De geschiedenis komt weer een beetje tot leven. Niet alleen voor mijn ooms en tantes maar zeker ook voor de tweede en derde generatie. Zelf voel ik een verbondenheid met mensen die ik niet gekend heb en loopt er een onzichtbaar draadje naar een land waar ik nog nooit geweest ben.

Foto Hamar, familie Hamar, opa en oma

The Circle of Life…

Al geruime tijd staar ik naar een blanco pagina. Ik weet niet waar ik moet beginnen. Flarden van tekst schieten mij te binnen. Maar zodra ik mijn handen over het toetsenbord laat gaan ben ik ze alweer kwijt. Nog niet het kleinste atoom van een idee word gevormd. Irritant!! Een viertal blogjes staan onafgemaakt op mijn bureaublad en een lijstje met onderwerpen vind ik terug in mijn notitieboekjes. Wat ik ook doe… De inspiratie blijft weg. En dat vind ik erg jammer. Want ik wil nog over zoveel onderwerpen bloggen. Er zijn momenten dat ik er alleen tijd voor hoef te maken. Een vel papier voor mijn neus en schrijven maar. De ene na de andere zin komt dan vanzelf. Voor ik het weet heb ik een blog af. Heerlijk wanneer ik in zo’n flow zit.

De flow van het lezen heb ik daarentegen dubbel en dwars te pakken. Mijn boekenplank is op dit moment aardig gevuld en ik kan niet wachten om al die verhalen te gaan ontdekken. Even ontsnappen aan de werkelijkheid. Mijn eigen verdriet en emoties loslaten en mij verdiepen in een compleet andere wereld die niet van mij is. Het niet zelf ondergaan maar toekijken vanaf de zijlijn.

Dat zal er ook wel mee te maken hebben dat het schrijven niet echt wil vlotten. Emotioneel zaten we wederom in een achtbaan. Een kort ritje dit keer. Maar wel een ritje die diepe wonden nog even voorzichtig openrijt. Je er haarfijn aan herinnert dat het leven niet eeuwig is. Niet voor jou. Niet voor mij. Ook deze nieuwe wond heeft tijd nodig om te helen. Om dicht te groeien. En wanneer deze nieuwe pijn straks alleen nog op de achtergrond aanwezig is, is er ruimte om herinneringen levend te houden. Het zal nog even duren voor het zover is. Uit ervaring weet ik inmiddels dat deze tijd ooit komt.

Voor nu noem ik het maar even The Circle of Life