Uit het leven gegrepen…

Uitvaartfotografie_Hamar

Al even sta ik roerloos te luisteren naar de persoon die voorin de ruimte staat. Wat kan hij mooi vertellen. Binnen de paar minuten dat hij aan het woord is word ik mee gevoerd naar parelwitte zandstranden, exotische plaatsen en grote feesten. Na een korte onderbreking gaat hij door en neemt hij ons mee terug naar Nederland. Hij verteld over het drukke hectische leven. Voor iedereen herkenbaar. Het verhaal gaat verder. Hobby’s, huisdieren, de blunders van het leven… Het wordt verteld met humor, een steek onder water of een knipoog. De mensen in de ruimte lachen met hem mee. Zelfs ik moet lachen om zijn verhaal. Rustig wacht hij tot iedereen weer stil is. Het geluid in de ruimte verstomd en hij maakt aanstalten om verder te gaan.

Dan stokt zijn adem. De moeilijkste dag in zijn leven en hij moet het onder ogen zien. Het afscheid van zijn, nog jonge, vrouw. Gestorven aan kanker. Natuurlijk had hij al afscheid van haar genomen. Op het moment dat ze voor goed haar ogen sloot. Vandaag doet hij dat van haar lichaam. Een lichaam dat hij nooit meer kan zien, kan beroeren, kan liefhebben. Dat feit lijkt plots tot hem door te dringen. Hij moet verder, alleen, zonder zijn grote liefde.

Ik zie hoe hij worstelt met zichzelf en zijn emoties. Met moeite slikt hij de brok in zijn keel weg. De zaal wordt nog stiller dan het was. De atmosfeer in de ruimte veranderd en de kist lijkt nog meer plaats in te nemen dan net. Hij loopt weg van de microfoon en stopt bij de kist. Ik zie dat zijn handen trillen als hij ze op het hoofdeinde van de kist neer legt. Een simpel gebaar waar ik het warm en koud tegelijk van krijg. Hij haalt diep adem en kijkt de zaal rond. Hij put kracht uit zijn eigen handelingen. Zijn verhaal gaat verder…

Als hij uitgesproken is heb ik een heel mooi beeld van het leven van zijn vrouw. Hoe ze was, hoe ze in het leven stond en hoe ze de laatste periode van haar leven heeft doorgebracht. Het is bijzonder om zo dicht bij een onbekende familie te komen, de pijn te voelen en de emoties te delen terwijl ik als (uitvaartfotograaf) aan het werk ben.

Het laatste muziekstuk wordt gestart en de mensen in de zaal brengen nog één maal een groet aan de vrouw in de kist. In colonne lopen ze achter elkaar aan. Ze buigen hun hoofd bij de foto, raken de kist aan met hun handen of laten een roos achter in de vaas die daarvoor bestemd is. Ook van dit laatste stukje van de uitvaart maak ik foto’s. De emoties op de gezichten van de mensen raken mij waardoor de tranen in mijn ogen staan. Ik verschuil mij achter mijn camera en ben blij met dit stukje houvast. De muziek is op zijn einde, de ruimte is bijna leeg. Alleen de man en zijn vrouw blijven achter. Ik maak nog een laatste foto van hen samen, zij in de kist, hij aan haar hoofdeinde. De tijd die ze nog samen hebben is kort. Ik laat ze alleen en sluit achter mij de deur.

Ik neem afscheid van de uitvaartbegeleider en loop naar buiten. Het was een beladen dag waarin alle emoties voorbij zijn gekomen. Mijn hoofd gonst ervan. Ik adem diep in. De frisse lucht doet mij goed. Dit soort uitvaarten raken mij. Ze doen je beseffen dat leven en dood maar een voetstap van elkaar verwijderd zijn…

                             ***

Mijn site: Uitvaartfotografie Hamar

Heb ik weer…

“POOWNIE!! Op de Dordtse Dom sta je hoger hoor!!” Ik por met mijn ellenboog tussen zijn ribben en duw uit alle macht zijn 400 kilogram van mijn poezelige voetje. Hij tilt zijn hoef net ver genoeg op zodat ik mijn voet uit de kreukelzone kan halen. Onverstoorbaar graast hij verder terwijl ik mijn tenen weer in hun normale proporties probeer te krijgen door ze heen en weer te wiebelen. Pas na een paar seconden komt de stekende pijn. Ik rek en strek mijn voet maar dat maakt het gevoel er niet beter op.

Poownie heeft nog steeds niks in de gaten. Terwijl ik naast hem heen en weer sta te springen van mijn linker op mijn rechtervoet, ondertussen de pijn proberen te negeren. Na 20 minuten rondjes dansen ben ik het zat en strompel terug naar stal. Met in mijn kielzog een geïrriteerde poownie die niet begrijpt waarom we nu al weg gaan.

Op stal wil ik het liefst mijn schoen uittrekken en mijn voet in zijn waterbak laten zakken voor verkoeling. Maar de ervaring heeft mij geleerd dat ik daarna niet meer in mijn schoen kom. Dus de voetjes blijven waar ze zitten. Ik zorg dat alle andere klusjes op stal met enige spoed gedaan zijn voor ik huiswaarts keer.

Eenmaal thuis, gelukkig woon ik dicht bij, schop ik mijn schoenen uit om de schade te bekijken. “Das niet zo slim he!! Zeker niet vlak voor de wintersport!!” Zegt vriendlief die over mijn schouder mee kijkt. “Ik wilde de hardheid van mijn botstructuur nog even testen!” Zeg ik quasi nonchalant. Maar ik vrees toch even voor de naderende wintersport als ik weer naar mijn voet kijk. Een flinke bult op mijn wreef, een grote schaafplek en een rood, paarse kleur hebben hun intreden gedaan. Het is zo pijnlijk dat ik een sok bijna niet kan verdragen.

Mijn voet is het eerste dat ik de volgende dag bekijk als ik wakker wordt. Zelfde kleur, zelfde afmeting, alleen de pijn is wat minder. Ik mag er inmiddels weer aanzitten zonder dat ik op mijn tanden moet bijten. Lang lopen en staan wordt hem niet die dag. De twee daaropvolgende dagen gaat het gelukkig steeds iets beter. De bult is weggetrokken. Alleen de rode paarse kleur op mijn wreef is gebleven. Op hoop van zegen ga ik mee op wintersport…

Met enige voorzichtigheid prop ik mijn voet in mijn snowboardschoen. Een voordeel is dat hij daar stevig zit en schuiven niet kan. Een nadeel is dat ik niet zonder mijn voet te gebruiken kan boarden. Lopen met deze schoenen aan is toch wat pijnlijker. Eenmaal de bindingen vast voelt het alsof Poownie weer op mijn voet staat. De eerste afdaling, ik vrees met grote vrees… Tenen, hakken, tenen hakken, dat is wat mijn voetjes de komende week moeten doen. Maar als we beneden zijn lijkt het of de pijn naar de achtergrond verdwenen is. Misschien moesten ze gewoon even “loskomen”?

Als we de eerste dag achter de rug hebben en terug zijn in het hotel ben ik de pijn eigenlijk helemaal vergeten. Als ik mijn sokken uit doe schrik ik op van wat ik zie. De rode paarse kleur is veranderd in donkerblauw met zwart… Geschokt laat ik mijn voet aan vriendlief zien. Die eerst zijn neus ophaalt en vervolgens mijn voet aan een grondige inspectie onderwerpt. Niks ernstigs, de blauwe plek zakt nu wat naar beneden waardoor je tenen er nu ook “zo” uitzien… “Dus ze vallen er niet af??” “Dat hoop ik niet voor je!”

De dagen daarop wordt de blauwe plek steeds iets minder en alleen met lange stukken lopen of lang staan voel ik mijn voet. Gelukkig heeft het mijn wintersportvakantie niet verpest. Sterker nog, het was wederom een prachtige week met mooi weer en lekkere (rustige) pistes om te boarden. En voor op stal ga ik opzoek naar schoenen met stalen neuzen!!

Een boodschap van Opa…

Waarom was ik zo jong toen mijn opa en oma kwamen te overlijden? Waarom kwam de interesse in hun achtergrond, hun leven en hun verhalen pas veel later? Ik zit soms met vragen waar ik nooit een antwoord op zal krijgen. Nu ik van beide kanten geen opa’s en oma’s meer heb en mijn ouders er ook niet meer zijn, ben ik nog meer geïnteresseerd in de geschiedenis van mijn familie. Ik moet het doen met de verhalen en herinneringen van mijn ooms en tantes. En zo nu en dan raken we hierover aan de praat.

Tijdens één van deze gesprekken toverde mijn tante een heel oud fotoalbum tevoorschijn. Bij het vastpakken was ik even bang dat het uit elkaar zou vallen. Het is een album dat mijn opa in elkaar gezet heeft volgens de scrapbook-methode die bekend was rond de tweede wereldoorlog. Speels ingeplakt en her en der versierd met stukjes kant . Mijn voorliefde voor fotografie heb ik duidelijk van alle twee mijn Opa’s geërfd.

Ik zie foto’s van mijn Opa bij verschillende monumenten en beelden. Ik zie mijn Opa die omringt is door mooie dames. Hij was duidelijk een charmeur. Van al die mooie dames heeft hij mijn oma gekozen om een gezin mee te stichten en om mee “oud” te worden. Ik zie mijn overgroot oma, de huisdieren die ze hadden, delen van het huis en het erf. Als ik verder blader zie ik mijn tante als peuter en mijn vader als baby. Alle twee geboren in Indonesië. Sommige dingen kan mijn tante zich nog herinneren . Voor ik het weet zijn we al aan het einde van het album. Het enige album dat mijn tante heeft.

Ik wil meer van mijn familiegeschiedenis opsnuiven en vraag oude fotoalbums op bij de rest van mijn ooms en tantes. Op een avond, als ik alleen thuis ben en nergens door gestoord kan worden blader ik één voor één de albums door. De verhuizing, dagjes uit, feestjes en kleine ooms en tantes komen voorbij. Bij het openslaan van het derde album valt een losgelaten foto op de grond. Ik raap hem op en besef dat ik iets heel speciaals in mijn handen heb. Een pasfoto van mijn Opa, die hij op zijn 24e verjaardag aan mijn Oma gegeven heeft. De tekst achterop de foto is na zoveel jaar nog goed zichtbaar. Mijn Opa heeft mij zojuist deelgenoot gemaakt van een klein stukje geschiedenis tussen hem en mijn Oma. Zijn bijnaam, Bluebird, was mij niet bekend. En ik durf te wedden dat niet eens al mijn ooms en tantes dit weten.

Hoe langer ik naar de foto kijk hoe specialer hij voor mij wordt. Ik maak een foto van de foto zodat ik het origineel weer terug kan stoppen in het album. Terwijl ik het album sluit, sluit ik ook mijn ogen. Ik bedank mijn Opa dat hij dit met mij wilde delen. Mijn honger naar meer geschiedenis is nog niet gestild. Maar voorlopig kan ik weer even vooruit!

Boodschap van Opa

De toekomst… (gastblog)

Zonder internet op mijn telefoon, weet ik gewoon niet meer wat ik moet doen. Mijn vriendin zit met haar neus in een goed boek en ik vermaak mezelf door wat uit het raam te staren.

Het water is gelukkig rustig en terwijl ik kijk naar de horizon, zie ik de zon tevoorschijn komen. Het belooft wat moois te worden. Kijkend naar de golven, verplaatst mijn blik zich naar het luchtledige en verzink ik diep in mijn gedachten.

Hoe ik terug zal komen van deze reis weet ik nog niet. Het enige dat ik met zekerheid kan zeggen, is dat de komende paar dagen voor een groot deel gaan bepalen hoe mijn leven er uit gaat zien. Wat ik hoop te vinden de komende dagen is duidelijkheid en zekerheid. Is dit de juiste keus voor mij?!

De toekomst...Momenteel ben ik afstudeerder en zit ik met hetzelfde dilemma als vele andere afstudeerders, ga ik werken of doorstuderen? Nu ben ik daar inmiddels al wel uit en weet ik zelfs welke studie het wordt. De keus die mijn leven enorm zal gaan beïnvloeden, is de keus voor een universiteit. ‘Nou dat zatoch wel meevallen?’ Zie ik u denken. Maar ik twijfel tussen the Londen South Bank University en de University of Birmingham. Zoals de naam al doet vermoeden, zijn geen van beiden gevestigd in Nederland!

Mijn vriendin en ik zitten op de boot naar Engeland waar we de komende dagen universiteiten gaan bezoeken. Zij heeft al besloten, ze blijft in Nederland en dat heeft mij behoorlijk aan het twijfelen gebracht.

Birmingham had mijn voorkeur, totdat ik me ging inlezen. Toen wilde ik liever naar Londen. Het was midden in de stad en goedkoper 😉 maar nu ik alleen naar Engeland ga, ziet een leven op de campus van Birmingham er een stuk beter uit voor dit “papa’s kindje”.

We gaan eerst maar eens echt de sfeer proeven, voordat ik definitief de knoop doorhak. Daar waar ik mezelf zie lopen, die universiteit wordt het!!

De toekomst...

foto 1

To be continued… 

Mijn naam is Amber van der Zouwen, studente Commerciële Economie en gespecialiseerd in Sportmarketing. Ik ben een fanatiek sporter en fan van het doen van leuke dingen met leuke mensen. Vorig jaar had ik een eigen blog over mijn marathon training, het afzien en de overwinning!! Nadat mijn doel behaald was hield het bloggen op. Ik wil het bloggen weer op gaan pakken door het schrijven over andere dingen die ik mee maakt en ben op dit moment één van de vaste bloggers op dit blog. 

Oud de oude doos: Modern oorlog voeren…

Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam daar verhaaltjes tegen die ik zelf alweer (bijna) helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs smakelijk moeten lachen. Hoe verzin je het?! Dacht ik bij mijzelf. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blogje uit de oude doos:

Taskforce 141

Neem zoveel mogelijk goede wapens mee, zorg dat je perk 1,2 en 3 (of wat dan ook) zijn bijgewerkt en gereed zijn voor gebruik. Elimineer alles wat beweegt, behalve je eigen maatje natuurlijk. Zeer belangrijk: Zorg dat je zelf niet geraakt wordt. Missie start in 3-2-1….

“Juist en wat betekenen die vage tekentjes daar rechts in beeld nou?” vraag ik aan mijn vriend terwijl zijn gezicht vol opperste concentratie staat en zijn handen de controller van de PS3 krampachtig omklemmen. De kleine man aan de andere kant van mij op de bank zucht en zegt dan op een toon waar de ongeloof en irritatie nog net niet van af druipt: “Dat laat zien hoeveel keer je dood bent gegaan!” “Oh” is het enige, iet wat dommige, antwoord wat ik uit kan brengen. “Dat is dus 16 keer in tien minuten tijd.” Niet echt iets om trots op te zijn bedenk ik mij.

We spelen Call of Duty Modern Warfare en met WE bedoel ik vader en zoon. Ik kijk alleen maar toe hoe de één na de ander afgeslacht (sorry een ander woord heb ik er echt niet voor) wordt om vervolgens weer op te staan soms gevolgd door een onderdrukte vloek van één van de heren naast mij.

Spelletjes horen in mijn beleving voor ontspanning of afleiding te zorgen maar bij ons thuis is dit niet aan de orde. Onze woonkamer is sinds enige tijd veranderd in een war zone waar de mensen van Tour of Duty jaloers op zouden zijn. Vader en zoon strijden om de beste titel, de beste wapens en de meeste levels. Soms spelen ze wel eens samen maar over een gezelschap- of familiespel valt dan niet te spreken. Het is nou éénmaal niet leuk om door je zoon afgeknald te worden en er op zo’n manier achter te komen dat je eigenlijk niet echt meer mee kunt met “de jeugd van tegenwoordig”. Een aantal weken geleden kwamen ze er achter dat je met dit spel ook online kunt spelen met elkaar. Nu zitten de heren gezellig met de buurmannen (ieder in zijn eigen vertrouwden omgeving weliswaar) voor de buis en knallen ze alles af wat beweegt in de hoop beter en sneller te zijn dan de ander.

Ik was nu toch wel erg benieuwd waar de laatste weekenden zoveel over te doen was. Dus ik besloot om eens een middagje de beeldbuis te observeren in de hoop daar achter te komen. Persoonlijk heb ik nooit zo heel veel opgehad met de gewelddadige spelletjes voor de Nintendo, WII en dan nu de PS3. Ik ben meer van de Super Mario en Donkey-Kong generatie.

Zodra het beginscherm te zien is moeten er verschillende keuzes gemaakt worden. En daar ben je mij dus al kwijt. Hoe moet ik in vredesnaam weten waar ik uit moet kiezen? Al die verschillende wapens met al die extra keuzes… Gelukkig hoef ik dan ook alleen maar mee te kijken. Zowel vriendlief als ukkepuk scrollen met het gemak waarin een tijger zijn prooi aan stukken scheurt door het beeldscherm, hebben hun keuze gemaakt en starten, nadat genoeg andere online gebruikers zich hebben aangemeld, het spel. Terwijl mijn twee Navy Seals naast mij op de bank om de beurt PS3 duimen aan het creëren zijn probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat het spel te volgen. Al snel heb ik in de gaten welke personen er aan onze kant staan en wie er naar de eeuwige jachtvelden gestuurd moet worden. Terwijl de één speelt legt de ander mij uit hoeveel granaten er nog over zijn, hoeveel we voor of achter staan, hoe je meer punten kunt verdienen en welk level echt niet te doen is.

Na een half uur bekijk ik de tv inmiddels met andere ogen. Het ziet er, ondanks de tomatensap die geregeld rijkelijk over het beeldscherm druipt als je doodgeschoten wordt best grappig uit. (grappig is volgens de jongens in dit geval nogal een understatement.) Ik had mij voorgenomen om mij als toeschouwer niet te mengen in dit spel, aangezien ik in hun ogen toch alleen maar onzin uit kraam wat oorlogvoeren betreft. Maar mijn mond houden is nou niet iets dat bij mij past. Inmiddels ga ik ook zo op in het spel dat ik al aangeef waar de vijand zich bevind.. “Ja, daar daar daar, links boven in de hoek.” of “schiet um neer!!”Als of dit enige zoden aan de dijk zet. Het valt mij op dat je als niet deelnemende partij meer ziet dan wanneer je het spel zelf moet spelen. Ik krijg bijna zin om die controller van één van de twee af te pakken en het ook eens te proberen. Maar iets van trots weerhoudt mij. Ik voel mij ook een beetje dommig omdat ik niet eens weet welk wapen ik zou moeten kiezen en hoe ik voor of achteruit zou moeten lopen, laat staan schieten… Van één van de twee krijg ik een controller voor gehouden. Ik twijfel even maar mijn ego neemt de overhand. Ik bedank voor het aanbod. Afgaan vind ik niet erg, maar niet op het oorlogsveld!!

A state of happiness…

“Sjonge jonge, is hij dat??” Vraagt vriendlief. Ik knik alleen mijn hoofd ter bevestiging op een vraag die eerder als opmerking door moet gaan. Na vijf minuten is het geluid alleen maar in volume toegenomen. “Zo, waar zit de uitknop??” Vraagt vriendlief. Ik ga er vanuit dat dit weer een vraag is die als opmerking door moet gaan, dus kijk hem alleen maar even aan ter bevestiging dat ik hem gehoord heb. “Alsof er een orkest krekels onder de bank ligt!” Besluit hij zijn betoog. Vriendlief is duidelijk niet gecharmeerd van de gelukzalige geluiden die Kleine Krijger produceert. Er volgen nog wat blikken over en weer en daarna een diepe zucht. Kleine Krijger besluit alles te negeren en sluit zijn ogen. Onverstoorbaar knort hij door.

Het maakt hem niet uit waar en hoe hij moet liggen. Zolang ie maar bij mij kan zijn. Op schoot, op mijn zij, of op mijn rug. Hij vind wel een plaatsje, hoe ongemakkelijk hij ook moet liggen. Zolang ik niet rustig op de bank zit wordt door hem de achtervolging in gezet. Of ik nu een bezoek aan het toilet breng of een zen momentje in bad beleef… Kleine Krijger weet mij te vinden. “Schiet eens op!!” is wat hij met zijn blik wil zeggen.

“Wat ben je aan het doen?” Vraag ik vriendlief die neurotisch op de afstandsbediening aan het klikken is terwijl hij het ding op Kleine Krijger gericht houdt. “uit… UIT … U I T …” Ik frons mijn wenkbrauwen en moet daarna lachen. “Nee, ook de uitknop van de afstandsbediening werkt niet bij Kleine Krijger!”

De hele dag kijkt het beestje uit naar dit moment. ZIJN moment. En wie ben ik nu om hem dat moment te ontzeggen? Dus aai en knuffel ik hem nog eens extra, waardoor het geluidsniveau van de krekels in volume toeneemt. Yup. Wanneer ik ’s avonds thuis op de bank plof en Kleine Krijger zijn plekje op schoot heeft toegeëigend is hij in a state of happiness…

Hier word ik vrolijk van…

Nu het al een aantal dagen vies, smerig en nat weer is buiten krijg ik steeds meer zin om de gordijnen dicht te doen, mijn bedje in te kruipen en te beginnen aan mijn winterslaap. Mijn gemoedstoestand staat namelijk in directe verbinding met de barometer. Maar helaas. De winterslaap moet wachten tot de zomervakantie. Het smerige weer trotseer ik dagelijks met opgeheven hoofd (de eerste tien minuten als ik in de auto zit, op weg naar poownie…) om daarna diep weg te kruipen in mijn vijf lagen kleding! Door je te omringen met dingen die je leuk vind en dingen die je vrolijk maken ga je je vanzelf ook vrolijk voelen. Tenminste, zo werkt dat bij mij. Dus hieronder volgt een soort van happy list. Dingen en gebeurtenissen die mijn humeur een stukje opschroeven:

~     Een mooie blauwe lucht. Het maakt mij niet uit of ik moet werken of vrij ben. Als de lucht  blauw is en het zonnetje zich laat zien dan oogt alles altijd vriendelijker;

~     De lente die er aan gaat komen. Hij lijkt nog ver weg met al dat smerige weer. Maar het bewijs is geleverd nu het in de morgen weer vroeger licht is en het langer duurt voor de lampen in de straat weer aangaan;

~     Poownie die, dankzij het uitblijven van de winter, zijn wintervacht beetje voor beetje aan het verliezen is. Nu hebben we weer een reden om flink te poetsen. Verbazend om te zien dat hij onder die smerige vacht echt nog wit is. Het liefst rij ik hem door de wasstraat maar dat heeft met zoveel regen toch geen nut;

~     Het gesprek dat ik met een grote uitvaartbegeleider (bij ons in de regio) gehad heb met betrekking tot de uitvaartfotografie. We hebben gepraat over onze passie. Hij over zijn werk als ondernemer in de uitvaart en ik als fotograaf. Er zijn mooie ideeën besproken. Nu kijken of, en hoe, we hier invulling aan kunnen gaan geven… Dit verhaal krijgt dus nog een “wordt vervolgd…”

~     Voor het eerst in zeven jaar tijd krijgt Foto Hamar (sportfotografie) haar eigen logo. Zodra het af is gaat ook de website een complete metamorfose ondergaan. Toegankelijker, professioneler en meer van deze tijd;

~     De naderende wintersportvakantie met familie en vrienden. We zijn net terug maar gaan graag nog een keer, wat vervelend nu!!

~     Het weekendje weg naar Brugge met vriendlief dat reeds gepland is, evenals onze zomervakantie;

~     Na een half jaar wikken en wegen heb ik eindelijk een keuze gemaakt en mij opgegeven voor een cursus bij Mieke Zomer op de Zomerhof;

~     Hoewel ik mijzelf streng had toegesproken om direct in het nieuwe jaar weer te gaan hardlopen heb ik dat even een maandje opgeschoven. In het blad “Runners world” las ik namelijk dat de meeste blessures in de maand januari ontstaan. Dat wilde ik graag voorkomen (of had ik gewoon geen zin en tijd??). We zijn inmiddels voorzichtig aan begonnen en de eerste kilometers staan weer geregistreerd;

~     De tijd en de rust vinden om lekker te lezen en helemaal op te gaan in het verhaal. Heerlijk om zo boeken te verslinden;

~     De eerste sporttoernooien van dit jaar staan al gepland. Foto Hamar is te vinden op het Jaap vd Wiel toernooi in Dordrecht en twee hockeytoernooien bij GHC Rapid in Gorinchem. Daar gaan hopelijk nog wat toernooien aan toegevoegd worden;

Alleen al het teruglezen van bovenstaande maakt mij vrolijk. Ik krijg zin om nieuwe dingen op te pakken. Mijn kilometertjes te lopen. Vakantieverslagen door te nemen en fotoalbums in elkaar te zetten.

Wat voor effect heeft het vieze weer op jouw humeur?
En wat doe jij om vrolijk te worden?

Een zeer ruig spel…

Een zweetvoetenlucht kwam mij tegemoet om nog maar niet te spreken over de andere walmen die er hingen. Onzichtbaar plaatste ik een knijper op mijn neus. Yuk, hoe houden ze het hier uit? Al is het maar voor even!! Het smalle gangenstelsel maakte het er niet beter op. Ik zou er bijna claustrofobisch van worden. Er waren een hoop deuren die op dezelfde gang uitkwamen.  Gezien de stank zouden het wel eens de kleedkamers kunnen zijn. Uiteindelijk kwam ik bij de juiste kleedkamer en via via ook nog eens bij de juiste persoon. Op de twee vragen die ik stelde kreeg ik kort en bondig antwoord.

“Ja dat mag. Maar wel onder twee voorwaarden:
Een : Je zit daar op eigen risico!
Twee: Als ik zeg duik!! Dan twijfel je geen moment en duik je naar de grond!!”

Ik moest lachen om zijn militair-achtige voorkomen. Maar toen zijn militair-achtige blik mijn kant op priemde om te zien of ik hem wel begrepen had, sprong ik direct in de houding met mijn handen langs mijn lichaam. “Deal!!” Was mijn antwoord aan de coach. Ik glimlachte nog even vriendelijk naar hem waarop ik een knikje terug kreeg. Ik draaide mij op mijn hakken om en liep dezelfde zigzag route terug, maar dan ik versnelde pas.

Eenmaal buiten het gangenstelsel en de zweetlucht ver achter mij kon ik weer ademhalen. Ik hing mijn camera om mijn nek en liep naar de plaats waar ik zojuist toestemming voor had gevraagd. De dug-out van de Lions in Dordrecht. Ik mocht één van de jeugdteams fotograferen. Een compleet andere sport dan voetbal of hockey. Maar wel met heel veel snelheid en actie. En ik werd niet teleurgesteld.

Voor het behoud van mijn eigen tanden en mijn camera verloor ik de puck, en de coach die schuin achter mij stond, geen moment uit het oog. IJshockey is een brute sport. Er is geen plek voor mietjes en het gaat er ruig aan toe. De spelers brengen niet alleen de wedstrijd door op ijzers maar liggen ook geregeld languit op de grond of vliegen over elkaar heen. Al dan niet door een bodycheck van de tegenstander. Fantastisch om deze sport te mogen fotograferen. Na twee uur zat de tijd er op. De Lions hadden gewonnen. Hun eerste overwinning van het seizoen en Foto Hamar was er bij. Voor ik weg ging maakte ik nog een praatje met de coach. Nu de druk er af was bleek het een heel aardige vent te zijn. Ik ben zelfs uitgenodigd om nog eens terug te komen, wat ik zeker zal doen!!

IJshockeywedstrijd waarbij Groningen een bodychek maakt bij Dordrecht. Foto Hamar zal veilig in dug-out

Dat verzin je toch niet…

Oké, wie heeft dit bedacht en had daarna het lef om er patent op aan te vragen? Verzin dan iets met een sluiting. Zodat ik niet iedere zaterdag een wedstrijdje hoef te houden met het bolletje, het behouden van mijn rechterhand en het deurtje van de wasmachine.

Waar ik het over heb? Over die ronde plastic bolletjes of vierkante plastic bakjes zonder dekseltje of sluiting. Met een open bovenkant dus. Je kent ze toch wel? De bedoeling is dat je ze vult met vloeibaar wasmiddel en ze daarna bovenop de vuile was plaatst in de wasmachine.

Ik weet niet hoe het er bij jullie thuis aan toe gaat? Ieder weekend ga ik de uitdaging weer aan. (Zolang de voorraad nog niet op is…) Plaats het bolletje op de vuile was in de machine (die altijd voller gevuld is dan op de reclame, want ik was nu eenmaal niet wanneer ik maar een halve trommel vuile was heb) en sla dan in één vloeiende beweging met mijn linkerhand het deurtje dicht. In de hoop dat mijn rechterhand sneller uit de machine is dan het deurtje sluit en deze twee bewegingen ook nog sneller zijn dan het bolletje dat altijd van de vuile was af stuitert, in het ergste geval tussen het deurtje en je hand in zo over de vloer, en hierbij zijn doel misloopt… Toegegeven, de vloer heeft er in tijden niet zo schoon uitgezien sinds ik was met een wasbolletje!

Wat is nu juist het nut van dit bolletje? Het voorkomt dat een deel van de zeep ongebruikt de afvoer in verdwijnt. Het gaat bij mij dan niet de direct de afvoer in, maar het komt ook niet op de daarvoor bestemde plaats.

In één woord: kansloos!! Geef mij maar gewoon waspoeder. Makkelijk te doseren, het deurtje van de wasmachine blijft heel en ik hoef niet bang te zijn dat ik per abuis mijn eigen hand af hak…

Een onvermijdelijke botsing…

Het is vrijdagavond rond de klok van 22.00 uur. Het is smerig en koud weer. Ik rij van stal naar huis en ben slecht gehumeurd. De paarden zijn elkaar in de haren gevlogen en mijn arme poownie heeft het onderspit moeten delven. Het beest zag er niet uit en was flink toegetakeld. Mijn gedachten dwalen af en zijn opzoek naar een oplossing voor dit probleem. Dan opeens zie ik hem staan. Ik weet dat ik niet meer kan remmen en uitwijken naar links of naar rechts zou zeker een verpletting met de banden van King Toet betekenen of een botsing met de betonnen muur van het tunneltje tot gevolg hebben. Ik kom te snel dichtbij. Zijn blik spreekt boekdelen en dat is het enige dat ik op dat moment kan zien als ik over hem heen rijd. Dat, en zijn zwarte kraaloogjes. We weten alle twee dat ik hem ga raken. Op tijd remmen lukt niet meer maar toch rem ik zo hard ik kan af. Ik hoop dat het beestje klein genoeg is om onder de auto door te passen. Ik hoor een harde klap en weet dat het laatste wat ik dacht niet is gelukt.

Mijn hart zit in mijn keel en het zweet breekt mij aan alle kanten uit. Ik zet de auto boven aan de dijk en ren terug naar het tunneltje om te kijken welke schade ik heb aangericht. Daar ligt hij, klein en hulpeloos met zijn kopje achterstevoren. Het is een waterkipje. Er vormt zich een brok in mijn keel. Het is mijn schuld dat hij daar zo ligt. Ik loop snel op hem af om te kijken of ik hem nog kan redden. Hij knippert met zijn oogjes en ademt zwaar. Godzijdank leeft hij nog. De vraag is voor hoelang…

Ik haak mijn handen onder zijn donzige lijfje en grijp hem van de grond. Als we hier blijven staan worden we straks alle twee plat gereden. Op het moment dat ik hem optil maait hij met zijn grote poten om zich heen. Ik schrik mij rot bij de aanblik van zijn grote klauwen. Zijn nagels zijn vlijmscherp en zodra er één in aanraking komt met mijn vinger moet ik mij verbijten om niet te vloeken van de pijn. Zijn poten zijn in ieder geval niet gebroken.

Ik neem het schepseltje mee naar de eerste de beste lantaarnpaal zodat ik wat meer licht heb om hem te onderzoeken. Zijn poten doen het in ieder geval. Toch bekijk ik ze, iet wat gebiologeerd, om te zien of er echt niks aan mankeert. Als zijn grote grijpers in orde blijken te zijn doe ik de vleugeltest. Ik vouw eerst links en dan rechts helemaal uit en zoek naar mogelijke afwijkingen. Die zie ik niet. Zijn kop heeft hij zelf alweer in de plooi gebracht. Ik voel aan zijn nek en zijn hoofd en constateer dat alles, aan de buitenkant, nog zit waar het moet zitten. Als laatste check ik zijn snavel. Deze is ook niet gebroken. Alles lijkt het nog te doen. Ik houd het diertje een minuut of tien op schoot en praat er tegen. Meer om mijzelf op mijn gemak te stellen. Na enige tijd voel ik hem weerstand bieden. Hij begint te maaien met zijn poten en wil weg. Tijd om hem los te laten en te zien op hij weer op eigen benen kan staan.

Omdat ik niet wil dat hij straks weer geplet wordt neem ik hem mee naar een slootje met een strook gras. Daar zet ik hem neer en doe zelf een paar stappen achteruit om hem niet op te jagen. Hij kijkt wat schichtig om zich heen. Even ben ik bang dat ik toch met hem naar de dierenarts moet. Maar dan strekt hij zijn nek en draait zijn kop naar links en naar rechts. Zoals wij zouden doen tijdens een warming-up voor het sporten. Vervolgens doet hij een paar wankele pasjes en schud zich daarna helemaal uit. Afgezien van een shock heeft hij er klaarblijkelijk niks aan over gehouden. Mijn weemoedige gevoel begint langzaam weg te zakken. Ik spreek hem toe dat ik hem niet meer op de straat tegen wil komen en loop daarna terug naar mijn auto.

Als ik de volgende morgen de gordijnen van de woonkamer open, staat er een waterkipje in het midden van de tuin. Vastberaden loopt hij op mij af. Ik vraag mij af wat dat beest in mijn tuin doet. Wij hebben namelijk alleen maar een terras en afgezien van een mereltje of een mus-achtige-vogel zijn er zelden gevleugelde vrienden te vinden. Zelfs Uk vind het raar. Als ik de deur open maak kiest hij eieren voor zijn geld. Hij draait zich om en klautert onhandig over de schutting van de buren. Verbouwereerd blijf ik achter. “Hij komt je vast bedanken dat je hem gisteren niet aan zijn lot hebt overgelaten!” Zegt Uk, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik krab mij achter mijn oren en moet daarna lachen. “Ja, dat, of hij komt wraak nemen!” Zeg ik. “Maar laten we maar van jouw opmerking uitgaan.” Zeg ik er achteraan.

Als ik later op de dag een bezoek aan stal ga brengen stop ik toch even bij het slootje. Ik speur de hele waterkant af en loop naar de plaats waar ik hem gisteren heb achter gelaten. Het waterkipje is nergens te bekennen. Gelukkig maar…