Het zicht reikt niet verder dan de overkant van de straat. Flarden mist trekken aan ons voorbij. Als we buiten staan begint het ook nog eens zachtjes te regenen. Bah wat een smerig weer. Guur en nat. Gelukkig heb ik het niet koud. De thermokleding die ik onder mijn wintersportkleding aan heb doet goed zijn werk. Uk en ik kijken elkaar aan. We denken het zelfde. Als het zo moet hebben we eigenlijk geen zin. Het weer is met zijn verkeerde been uit bed gestapt en staat een potje te chagrijnen boven ons hoofd. Het probeert ons met zich mee te trekken in zijn vervelende bui. Maar inmiddels weten we beter. Dapper lopen we met heel de familie door tot we bij de piste zijn. De zesde dag van onze kerstvakantie.
Het is niet druk. Zouden de andere vakantiegangers wel geschrokken zijn van het vieze weer? De regen is inmiddels over de berg heen getrokken en de mist is hier niet zo heel dik meer. Het enige dat overblijft is een grauwe en koude lucht. We toveren onze ski-en boardspullen tevoorschijn en wandelen de gondel in. Een ritje van 20 minuten moet ons naar de top van de berg brengen. We duiken met gondel en al de mist weer in. Nu kunnen we niet verder kijken dan de eerste boomgrens. Door de kleine raampjes waait een kille wind. Ik bedenk mij dat ik er bij het midden-station nog uit kan om vervolgens in één rechte streep naar beneden te boarden zodat ik direct weer kan stoppen. Maar deze gedachten schud ik van mij af als we door het wolkendek heen zijn.

Boven aan de piste, het einde van de rit, stappen we uit. Zodra ik buiten ben laat ik mijn board aan mijn voeten vallen. Niet om hem vast te klikken, maar om even sprakeloos van het uitzicht te genieten. Wat is het prachtig. De zon streelt de toppen van de bergen aan de overkant. De wolken hebben zich onder onze voeten verzameld als een donzen dekbed en de strakblauwe hemel lacht ons tegemoet. Afgezien van wat gekibbel van andere wintersporters is het stil. Uk komt naast mij staan en zegt hardop wat ik denk: “Zo moet de hemel er uitzien!!” Ik kan het alleen maar beamen. De volgende vijf minuten worden gebruikt om onszelf met dit prachtige decor vast te laten leggen. Gelukkig hebben we niet geluisterd naar het weer. In plaats van een chagrijnige bui volgt er namelijk een fantastische dag. De afsluiter van onze vakantie. Een mooier kerstcadeau konden we ons niet voorstellen. Prachtige pistes, heerlijk weer en veel gezelligheid met elkaar!!

Het gras bij de buren is, ook in de wintermaanden, nu eenmaal groener. Geregeld staan poownie (dat is zijn bijnaam) en ik dus te grasmaaieren bij de buren in de tuin. Hoewel ik niet letterlijk mee doe natuurlijk. Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden grassprietjes uitzoekt. Hij heeft er een speciale graas neus voor. Want als ik hem naar een mals ogende graspol leid, kiest hij steevast voor het droge sprietje dat er naast groeit. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik aan sta te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla. Hoewel de groentetuin van de staleigenaar ook aardig in de buurt komt. Wat moet het heerlijk zijn om, waar je bent, je snufferd te laten zakken en naast je smaakpapillen ook je “inwendige paard” te kunnen laten genieten.



