Uitvaartfotografie deel II …

Nog steeds kan ik jullie de definitieve huisstijl, voor mijn nieuwe website met betrekking tot de uitvaartfotografie, niet laten zien. Maar we zijn al wel een heel eind op weg. Sterker nog, de stijl op zich is al klaar. Het zijn enkel nog wat kleine aanpassingen in de “zakelijke” gegevens op het briefpapier. Als dat gedaan is kunnen de visitekaartjes en het briefpapier gedrukt worden.

Naast het bedenken van een huisstijl was ik eerder dit jaar al op zoek gegaan naar mooie hoesjes om de cd’s in te kunnen overhandigen die een familie van mij krijgt zodra ik een fotoreportage voor ze heb gemaakt. De cd’s van de eerste reportages die ik, op basis van de “stage”, gemaakt had heb ik overhandigd in een standaard cd-jewel case. Weliswaar voorzien van een mooi fotohoesje. Maar toch, te simpel, te kaal en te kil. Als je zorg, tijd en aandacht aan een fotoreportage besteed mag het eindproduct ook overhandigd worden in een mooi afgewerkt doosje. En dus begon mijn zoektocht al naar mooie afgewerkte cd-doosjes toen ik mijn eerste reportage dit jaar had gehad.

Dat was nog niet zo makkelijk. Ik ging er vanuit dat de doosjes die ik voor ogen had kant-en-klaar besteld konden worden op het internet. Misschien met een aanpassing aan kleur of grootte. Maar ik kon geen enkel bedrijf vinden die aan mijn eis voldeed.

Wel vond ik een aantal bedrijven, die op basis van de wensen van de klant verschillende soorten dozen konden maken. Direct liep ik tegen het volgende probleem aan: een minimale afname van 500 tot 1000 stuks. Voor een eerste bestelling vond ik dat iets te veel van het goede om nog maar niet te spreken over de prijs.

Ik vond drie bedrijven die wel iets voor mij konden betekenen. Op basis van de prijs kwaliteit verhouding en de wijze waarop ze mij benaderd hadden naar aanleiding van een offerte aanvraag besloot ik te kiezen. Eén bedrijf liet na het opsturen van de offerte niets meer van zich horen en viel hierdoor af. De twee andere bedrijven belde mij twee tot drie dagen nadat ik de offerte inclusief een voorbeeld doosje ontvangen had al op met de vraag wat ik er van vond en of ik nog vragen had. Dit stemde mij tevreden. Ze wilde niet alleen een nieuwe klant binnen halen. Maar deden er ook echt moeite voor. Uiteindelijk koos ik voor Martinizing. De vrouw die mij had benaderd was erg enthousiast over mijn idee en kwam ook nog eens met andere ideetjes waar ik zelf nog niet aan gedacht had.

Uiteindelijk zijn het mooie zwarte doosjes geworden die aan één kant open te klappen zijn. De binnenkant is afgewerkt met een fluwelen tray zodat daar de cd “op” gedrukt kan worden. Het liefst had ik de fluwelen binnenkant in de kleur bordeaux rood gewild, maar deze was helaas niet te verkrijgen. Hoewel paars ook nog een optie was heb ik toch voor zwart gekozen. De doosjes zijn (nog) niet bedrukt met een tekst of mijn logo. Dat komt wel als we een aantal jaar verder zijn. Mocht het nodig zijn kan ik ze dus ook nog voor de sportfotografie gebruiken.

De doosjes zijn inmiddels ook al geleverd. Uitvaartfotografie Hamar begint nu beetje voor beetje vorm te krijgen.

De indeling voor de website, die ik echter simpel en overzichtelijk wil houden, heb ik voor een gedeelte ook al in mijn hoofd zitten. Alleen de tekst wil nog niet vlotten. Daar moet ik nu maar eens voor gaan zitten.

Wordt vervolgd… 

Dat hoort bij je opvoeding…

Voetbal, één van de dingen die zo’n beetje mijn leven is gaan beheersen. Natuurlijk niet zo drastisch dat ik bij iedere wedstrijd met mn neus in de tv zit. Ik weet ook nog steeds niet wat buitenspel is en gelukkig ook niet zo erg dat mijn dag, week of maand verziekt is als één van de clubs verloren heeft. Maar sinds ik fotografeer is mijn belangstelling voor voetbal gewekt. Ik kan helemaal op gaan in een discussie of een gele of rode kaart terecht is. Ik weet welke kleur bepaalde clubs hebben (dat dan wel weer). En het belangrijkste, ik weet hoe Guidetti er uit ziet. Dit heeft volgens de kenners alles te maken met vrouw zijn. Hoewel ik dat persoonlijk toch anders zie.

Afijn, ik dwaal af. Op een zonnige vrije dag besloten we een toeristisch uitstapje te maken. Dus togen wij met zijn drietjes af naar Rotterdam. Daar wachtte ukkepuk een grote verassing. We kregen een rondleiding door de Kuip gevolgd door een rondvaart met de Spido richting de Havens. We konden hem niet blijer maken. Feyenoord behoort namelijk al enige tijd tot zijn favoriete Nederlandse voetbalclub.

Toen we de kaartjes eenmaal in ons bezit hadden, mochten we in het museum rondkijken tot de groep compleet was. We keken onze ogen uit. De prijzen die in het verleden behaald zijn stonden netjes op chronologische volgorde in de vitrines. Oude kledingstukken van spelers hingen er aan haakjes. De voetbalschoenen stonden uitgestald maar ook andere bijzondere momenten zoals de opgezette vogel (die uit de lucht geschoten werd door keeper Eddy Treijtel in 1970 en dood neer viel) en het brilletje van Van Daele …  lagen uitgestald. Na een kwartiertje wachten werden we door een wat oudere man, een echte Rotterdammer, bij elkaar geroepen. De rondleiding ging van start.

Hij vroeg een ieder waar we vandaan kwamen alvorens ons mee te nemen naar de trap die ons naar de business seats bracht. Daar mochten we plaats nemen op heerlijke leren stoelen en vloerbedekking onder onze voeten. We hadden zicht op de Kuip waar de grasmat in gereedheid werd gebracht voor de wedstrijd PSV-Heracles. De beste man was een fan in hart en nieren. Hij vertelde 100 uit over zijn beste club en stak vervolgens van wal over de geschiedenis.  Want, vond hij, de geschiedenis van Feyenoord hoort nou eenmaal bij je opvoeding! En als je het niet wist dan zorgde hij er wel voor dat je het vanaf heden niet meer zou vergeten. Hij vroeg verschillende mensen iets over de club en vertelde ook nog wat leuke “wist je datjes” over de grasmat, die hij met liefde vergelijk met de grasmat van de club “die niet genoemd mocht worden.” Hij wees aan waar de die hard supporters tijdens wedstrijden zitten en wat vroeger de “VIP” tribune was. Een simpele overkapte ruimte met enkele stoeltjes. Hij vertelde er ook bij dat de stoelen waar we nu met ons achterwerk op zaten rond de 4700 Euro (excl. BTW) per seizoen kosten. Daar krijg je dan wel alle gemakken bij die je bij zo’n prijs mag verwachten. Een leuk idee om in mijn achterhoofd te houden als we eenmaal binnen lopen met “Foto Hamar”.

We moesten onze gids volgen naar beneden, terug het Maasgebouw in. Daar hielden we halt bij een afgrijselijk beeld dat was geschonken door de fans. Lang, lang geleden. Hij vroeg uitgerekend aan mij wat ik van het beeld vond. Ik heb mijn mening niet onder stoelen of busines seats geschoven en vertelde dat ik het een apart beeld vond en het liever niet in mijn achtertuin wilde hebben. Een andere vrouw werd dezelfde vraag gesteld. Ze vond het echter een mooi beeld. Tja, over smaak valt nou eenmaal niet te twisten.

We vervolgden onze rondleiding door verschillende zalen die allemaal vernoemd waren naar mensen die iets belangrijks voor Feyenoord gedaan hadden. We liepen buitenom en daar stond de auto van Koeman. Ukkepuk moest natuurlijk even op de foto. Dus daar werd wat tijd voor uitgetrokken. Uiteindelijk kwamen we uit bij de kleedruimtes van de uitspelende partij, compleet met bubbelbad. Helaas mochten we die van Feyenoord zelf niet bekijken. De weg vervolgde naar de spelerstunnel. Ook die had weer een eigen verhaal met verschillende muurschilderingen. Uiteindelijk mochten we door de tunnel naar beneden, door de gracht (echter zonder water, maar wel met puin waar ik mijn nek over brak) naar het veld. Zoals verwacht mochten we deze niet betreden. Maar er was wel even tijd voor wat kodak fotomomenten.

We liepen achter onze gids aan onder de verschillende tribunes door en overal had hij wel een leuk verhaal of annekdote bij te vertellen. Na een ronde gelopen te hebben door en onder de Kuip en aardig wat informatie verder, kwamen we uit bij de persruimte. Ook hier werd nog wat verteld en vervolgens mochten de kids plaats nemen op de stoel van Koeman om wat vragen te beantwoorden van het publiek.

De volgende stop was het museum. Hier eindigde de tour. We kregen allemaal nog een bon om in het restaurant wat te drinken en de kids werden voorzien van kortingsbonnen voor de fanshop.

Voor mensen die van voetbal houden (en niet zijn voor de club die niet genoemd mocht worden) kan ik deze rondleiding zeker aanraden. Voor 18 euro heb je niet alleen een informatieve rondleiding in de Kuip maar ook nog eens een leuke rondvaart over de Maas.

Onze volgende stop wordt waarschijnlijk het abseilen van de Euromast 🙂

Row, Row, Row Your Boat…

Donkere grijze wolken hebben zich samen gepakt. Grote golven en opspattend water. Ik kom tergend langzaam vooruit. Het is bijna onmogelijk om mijn bootje in bedwang te houden. Het water is wild en laat zich niet zomaar temmen. Ik kijk over mijn rechter schouder en zie dat het achter mij al lichter begint te worden. Ik zucht eens diep en voel direct het branden van mijn spieren. De grote gulzige golven die mij graag uit mijn baan willen hebben om mij vervolgens mee te sleuren verder de zee op, nemen langzaam af tot een lichte deining die mij bijna zeeziek maakt. Gelukkig heb ik een sterke maag.

Ik ontspan mijn schouders en mijn bovenarmen. Ze lijken wel in brand te staan. Nog even en de eerste blaren op mijn handen zullen zichtbaar zijn. Roeien op volle zee is niet makkelijk.

Een grote “honk” haalt mij sneller dan het verdwijnen van een mug bij het aandoen van het licht uit mijn overpeinzing. Ik kijk verschrikt achterom en zie direct waar de herrie vandaan komt. Dat kan niet anders zijn dan een gigantisch grote tanker. Hoe komt dat logge grote afzichtelijke ding zo snel hier? Net waren het alleen nog maar zee, golven, mijn bootje en ik. Geen tijd om hier over na te denken want anders wordt ik mee gezogen onder het schip door en kielhalen is niet mijn favoriete bezigheid. (stel je voor, al dat water in je gezicht!) Ik pak mijn riemen stevig vast. Ik roei alsof mijn leven er vanaf hangt. De pijn in mijn armen is bijna ondragelijk en mijn rug lijkt het te gaan begeven. Ik durf eigenlijk niet meer achterom te kijken. Ik roei, roei, roei letterlijk op leven en dood. Snel werp ik het logge gevaarte een blik over mijn schouder toe. Ik zie onze afstand groter en groter worden. Ik heb het gered.

Langzaam verandert de lucht. De donkere grijze massa maakt plaats voor een hemels blauwe, wolkenloze hemel. Ik roei langzaam door. Mijn ogen zijn gesloten en ik voel de warmte van de zon op mijn gezicht. Wat een verademing vergeleken met mijn avontuur van net. Zou houd ik het nog wel even uit.

Op het moment dat ik de riemen mijn bootje in wil trekken hoor ik het klapperen van zeilen. Eén blik over mijn rechter schouder verteld mij dat er tientallen prachtige zeilboten op mij af komen varen. Oh nee, dit is de route voor de Volvo Ocean Race. Hoe kon ik dat nou vergeten. Ik peddel snel een aantal meter opzij om de boten te laten passeren. Vreemd genoeg is het hier geheel windstil terwijl zij met een gigantische snelheid mij aan stuurboord voorbij komen. Prachtig om dit te mogen aanschouwen.

Ik bedenk mij net dat ik ze achterna wil. Mijn armen zijn nog moe van de eerder geleverde inspanning maar deze kans wil ik niet voorbij laten gaan. Op het moment dat ik mij afzet wordt ik op mijn schouder getikt. “Je tijd is voorbij, nu mag ik!” Bruut val ik van mijn fantasiewereld terug in de werkelijkheid. Ik open mijn ogen om te zien dat ik niet midden op zee zit, maar in mijn eigen kamer. Ik bevind mij op onze RTX 800 Roeitrainer. Onze nieuwste aanwinst op het gebied van conditieverbeterende apparatuur. Ik draai mij om en daar staat vriendlief met een handdoek over zijn schouder geslagen. “Je bent al 20 minuten aan het roeien. Je tijd is op!”

Het tere kind…

Nieuw leesvoer, andere schrijvers, snuffelen in (digitale)boeken en het ontdekken van nieuwe verhaallijnen. Ik ben gek op lezen. Ik ben een soort van verslaafd…

Op aanraden van een vriendin van mij ben ik op zoek gegaan naar boeken van de schrijfster Jody Picoult. Vooral het boek: “My sisters keeper” moest ik volgens zeggen gelezen hebben. Ik had van haar nog een boek liggen namelijk “Het tere kind”. Ik besloot eerst dit boek uit te lezen voor ik een ander boek van haar zou aanschaffen.

Ik las de achterkant van het boek:

Charlotte O’Keefe’s dochtertje Willow is geboren met een ernstige ziekte diegekenmerkt wordt door broze botten. Wanneer ze valt, kan ze gemakkelijk haar benen breken. Na jaren voor Willow te hebben gezorgd, komen haar ouders in geldnood. Dan krijgt Charlotte een reddingslijn toegeworpen. Ze kan haar arts verloskundige een proces aandoen omdat deze haar niet van tevoren heeft verteld dat haar baby zwaar gehandicapt zou zijn. Met een schadevergoeding zal Willow levenslang verzekerd zijn van de zorg die ze nodig heeft. Maar de arts-verloskundige die Charlotte voor de rechter daagt, is niet alleen Charlottes arts, maar ook haar beste vriendin…

Niet een boek waar ik in eerste instantie voor warm zou lopen. Het boek is ook niet bepaald dun te noemen met zijn 560 pagina’s. Zelf ben ik meer van de thrillers dan van een boek met een ethisch moraal in het verhaal. Ik vind het lastig om mij daar bij in te leven. Het onderwerp van het boek maakt het op dit moment op emotioneel gebied voor mij nu ook niet echt gemakkelijk. Dus met enige scepsis begon ik aan het boek.

Gelukkig zat ik er gevoelsmatig 100% naast. Al bij pagina één zat ik midden in het verhaal en het heeft mij geboeid tot het einde. Het hele verhaal draait om “Willow” het meisje met de broze botten ziekte. Maar iedere hoofdpersoon geeft in het boek zijn eigen verhaal en kijk op “Willow”neer. Ze vertellen hoe ze er mee omgaan, wat ze er van vinden en hoe ze het leven beleven. Het boek is in de vorm van een (dagboek)brief aan Willow geschreven. Het zijn allemaal korte hoofdstukken die bij elkaar zorgen voor een goed lopend geheel.

Ondanks de moeilijke onderwerpen zoals onrechtmatige geboorte, het gevoel van niet gezien worden door je ouders en abortus, vond ik het een goed, leesbaar verhaal met zelfs uitleg van bepaalde medische termen. Voor ik het wist had ik het boek uit. Wat ik overigens erg jammer vond.

De boeken van Jodi Picoult staan bekend om de precaire inhoud en zijn soms gebaseerd op waar gebeurde verhalen. Een aantal van haar boeken zijn reeds verfilmd waaronder: My sisters keeper (de tweede dochter)

Ik zou dit boek graag aan willen raden voor mensen die van lezen houden. Het zet je op sommige momenten in het verhaal ook flink aan het denken: “Wat zou ik gedaan hebben??”

Voor nu laat ik het onderwerp even rusten, te veel van dit soort verhalen zijn niet goed voor mijn emotionele voelsprieten en maken mij aan het janken. Maar ik wil zeker meer van deze schrijfster lezen!!

Zijn er nog andere boeken die ik volgens jullie eens zou moeten lezen?

 

 

Gooi die bal…

“… maar vooral niet naar mij! Jullie gooien zo hard dat ik kletsnat word. Daar worden mijn camera en ik niet vrolijk van. Gooi die bal naar elkaar, maar niet naar je tegenstander natuurlijk!”

Sinds ik begon met het fotograferen van voetbalwedstrijden ben ik mij ook gaan verdiepen in andere sporten. Immers, hoe allrounder je bent in je werk hoe meer klanten je kunt werven. Dus zat ik op een zaterdagmiddag bij de waterpolowedstrijd bij ons in het durp. Ik wilde eens uittesten of ik dit ook kon vastleggen. (met dank aan mijn nichtje!)

Fotograferen in een donkere ruimte hoeft geen probleem te zijn. Mits je onderwerp stil staat en je een statief kunt gebruiken. Dat is geenzins het geval bij deze sport. Waarom deze ruimtes toch altijd zo slecht verlicht zijn is mij een raadsel. Gelukkig scheen de zon. Dit in combinatie met het valse TL licht van het plafon maakte dat ik toch redelijke aan de slag kon.

Ik weet niet zo heel veel van waterpolo af. Dat het spel in het water gespeeld wordt, met een bal en dat er gescoord moet worden bij de tegenstander is mij duidelijk. Maar verder zijn voor mij de regels een beetje wazig. Ik zie meerdere gekleurde pylonen langs het bad staan, vermoedelijk ter markering voor een niet zichtbare lijn. De scheidsrechter fluit niet één maar heel veel keer terwijl het spel wel gewoon doorgaat zonder zichtbare onderbrekingen. Onderwijl steekt hij ook nog een aantal vingers in de lucht waar mee hij voor mij net zo goed zes bier kan bestellen maar eigenlijk zegt dat één van de spelers fout bezig is.

Dus daar stond ik langs de rand van het bad in de hoop dat niemand mij voor de grap in het water zou duwen. Er waren twee scheidsrechters aanwezig. Beide gekleed in luchtig wit. Terwijl ik daar stond met mijn veel te warme zwarte trainingsbroek. (volgende keer een korte broek aan!) Toen het spel begon was ik even gefascineerd door de snelheid maar zeker ook door de felheid van de dames. Wat een brute sport. Natuurlijk allemaal gericht om de bal in bezit te krijgen. Maar duidelijk geen sport voor mij. Hoewel ik zwemmen echt heerlijk vind (zie link) zou ik alleen al bij iedere spetter in mijn ogen de tijd nemen om ze uit te wrijven. Verder kan ik niet zo goed tegen dat gemene en venijnige gedrag. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik daar langs de kant stond en niet in het water lag…

Al met al was ik best tevreden met de platen die ik geschoten heb en ik zou graag nog eens terug komen om nog meer te oefenen. Zeker nu ik de beschikking heb over een objectief dat nog lichtsterker is dan het objectief dat ik al had.

Voorjaarsschoonmaak…

Het huishouden is, net als koken, eigenlijk niet zo aan mij besteed. Helaas kom ik er niet onderuit met een papegaai en sinds enige tijd ook een kat in huis. Stofzuigen doe ik dan ook geregeld, al dan niet iedere dag. Maar iedere dag aan de poets? Nee, dat toch zeker niet. Als ik al aan de poets zou gaan moet het wel enig effect hebben. Ik moet kunnen zien dat er iets “schoon” gemaakt is. Wat is nou het nut van iedere dag de planken afstoffen? Of iedere dag dweilen? Zolang we niet allergisch zijn voor stof houd ik het bij één keer in de week (en als ik het nog niet nodig vind, één keer in de twee weken) Zo heb ik meer eer van mijn werk en het gevoel dat ik daadwerkelijk iets gedaan heb wat nut heeft gehad.

Zo gaat het ook met het poetsen van het paardenbeest. Toen ik hem net had werd hij soms meerdere keren per dag uit zijn stal gehaald om hem helemaal van top tot teen te poetsen tot hij glom als een spiegel. Het arme dier vond er geen pest aan. Maar hij had na een paar weken ook wel door dat hij mij niet op andere gedachten kon brengen door zijn poot “stijf” te houden. Gedwee heeft hij mij jarenlang naast, voor en achter zich getolereerd. Gewapend met ros, kam en borstels. De eerste periode van onze “vriendschap” stoof hij na een flinke poetsbeurt met liefde het weiland of de paddock weer in om zijn mooie, net gepoetste, witte vacht weer smerig te maken door te gaan rollen in de dichtstbijzijnde modderpoel. Hij keek mij daarna meestel vergenoegd aan. Nog net niet glimlachend, alsof hij wilde zeggen: “waar doe je toch steeds al die moeite voor? “ Waarschijnlijk had mijn beteuterde gezicht hem aan het denken gezet. Zoals een echte vriend betaamd wachtte hij vanaf dat moment met rollen, graven en zichzelf vies maken tot ik weg was. Het poetswerk bleef natuurlijk voor de volgende dag maar zo ging ik in ieder geval nog met een tevreden en voldaan gevoel van stal.

Nu ik wat ouder ben, we geen wedstrijden meer rijden en eigenlijk alleen nog maar plezier ritjes door de polder maken, hoeft het poetsen ook niet meer zo. Ik weet dat ik hem niet kan plezieren door hem dagelijks flink te rossen en te poetsen. Voor mijzelf is het nutteloos want ik zie er toch niets van terug. Behalve in het voorjaar als hij zijn wintervacht gaat inruilen voor zijn zomervacht…

De biologische klok van mijn super pony is niet alleen daarop ingesteld. Maar ook op de poets- en wasbeurten die hierop volgen. De laatste paar dagen begroet hij mij niet meer vrolijk hinnikend… Nee, hij kijkt mij knorrig aan en zucht nog net niet als ik met de poetskoffer aan kom zetten. “hemel, het is weer zover!” Of soortgelijke gedachten zullen door zijn hoofd gaan. Maar voor mij geeft het een heerlijk gevoel om al die haren los te rossen. Hele plukken liggen er dan op de grond of vliegen door de lucht. Zodra het eerste zonnestraaltje zich laat zien staan wij al klaar om door de wasstraat te gaan. Hij heeft een bloedhekel aan water. Maar een wit paard is nou eenmaal niet schoon te krijgen zonder water en zeep. Zijn prachtige dikke staart ziet er na twee wasbeurten met zilvershampoo weer schitterend uit. Zijn benen geven nog net geen licht en de rest van zijn vacht glimt als nooit te voren. Poetsen is dan zeker niet nutteloos en oh wat een eer heb ik na iedere poetsbeurt van mijn werk.

Yep, zodra het gras weer gaat groeien, de eerste madeliefjes zich weer laten zien en de klok een uur vooruit is gegaan dan is mijn paardenbeest de “Sjaak”…

 

#WOT: Opzet…

Het werd weer eens tijd om mee te doen met WOT, write on Thursday. Dus vanmorgen opende ik de website van Karin om te kijken wat ze dit keer bedacht had. Daar prijkte het woord: Opzet. En in schuine letters stond er achter:

Opzet * Zelfst. Naamw. wat je wilt bereiken. Synoniem: bedoeling met opzet (= expres; = opzettelijk) Voorbedacht – Moedwil

Ik heb even moeten denken over dit woord. Opzet hoeft namelijk niet per definitie iets negatiefs te betekenen. Zelf kon ik mij meer vinden in de tweede uitleg van het digitale woordenboek:

Opzet* toeleg, ontwerp, plan grondslag, inkleding, inrichting, structuur voorbedachtheid

En dat bracht mij er toe om onderstaand blog te schrijven.

***

Mijn website Foto Hamar  is inmiddels aardig in gebruik. Wekelijks worden er foto’s toegevoegd van verschillende (sport)evenementen. Uitvaartfotografie Hamar echter niet. Hoewel mijn domeinnaam al wel geregistreerd staat is de website nog niet gemaakt. Dit wil en kan ik pas (laten) doen zodra ik in het bezit ben van een huisstijl. (De mensen die zich afvragen wat precies mijn bedoeling is met uitvaartfotografie wil ik graag verwijzen naar dit blog: “uitvaartfotografie”. ) Daarom zijn mijn oom en ik vorige week begonnen met het maken van een opzetje voor een logo. Mijn oom is grafisch vormgever en heeft in het verleden heel wat huisstijlen ontworpen voor bedrijven en particulieren. Altijd handig zulke crea bea mensen in de familie.

Het onderwerp dat ik terug wilde laten komen was een foto van een bloem die ik op één van mijn eerste reportages gemaakt heb. In mijn hoofd had ik al een complete opzet zitten. De kleuren waren af en ik wist precies waar ik wat wilde hebben. Maar toen mijn oom en ik na even puzzelen in photoshop een bepaalde lay-out gemaakt hadden was er niet veel van mijn idee terug te vinden. De kleuren die ik in eerste instantie in gedachten had, sepia bruin, heb ik laten varen. Het was nu sprankelend wit. De lay-out zoals hij op dat moment op mijn beeldscherm stond was strak, netjes maar toch klassiek. Hoewel het nog maar een opzet was zag het er op papier al heel erg netjes en professioneel uit.

Ik was al door het dolle heen toen mijn oom met nog wat kleine ideetjes kwam. Een blokje hier, een balkje daar. Hoe verzint hij het? Voor mij een onmogelijke opgave maar voor hem nog geen uurtje werk. Hoewel het nog maar een opzetje is zie ik mijn visitekaartjes, briefpapier en website al helemaal voor me.

Omdat het ontwerp nog niet definitief is, mijn oom wilde graag nog wat andere dingetjes uit proberen en de rest finetunen zoals dat heet, kan ik jullie helaas nog niet deelgenoot maken van dit alles. Zodra het opzetje omgezet wordt naar een definitief bestand kan ik de visitekaartjes en het briefpapier laten drukken. Natuurlijk zal ik jullie dan laten zien wat het uiteindelijke resultaat is geworden.

***

Wordt vervolgd.

 

Roti wat?

Ik ben nou niet bepaald een keukenprinses. En daarmee druk ik mij nog heel zacht uit. Ik heb een bloedhekel aan koken. Ondanks dat vriendlief en ik elkaar afwisselen in de keuken blijft het een saaie, vervelende en tijdrovende klus die ik liever uit handen geef. Maar goed, een mens moet nou eenmaal eten. Als ik ooit een loterij zou winnen zou ik het geld gebruiken om een kok te kopen. Hij mag iedere dag het lekkerste van het lekkerste voor mij klaar maken. Een kok die het leuk vind om uren achtereen in de keuken te staan, terwijl ik het met bloed, zweet en tranen bereidde avondmaal binnen 20 minuten naar binnen prop. Toen ik mijn vriend leerde kennen noemde hij mij wel eens een nep of albino pinda. Je bent (half) Indisch maar je verbrand in de zon en koken? Daar doe je niet aan… Dat eerste heb ik te danken aan een über Nederlandse moeder, rossig haar en blauwe ogen. Waar ik dat tweede aan te danken heb? Te veel keuzes in het leven denk ik…

Voor koekjes, muffins en taart wil ik wat koken betreft wel eens een uitzondering maken. Een heel kleine uitzondering en dan eigenlijk ook alleen als ik het af kan met kant en klare pakken a la Dr. Oetker. Dat is net zoiets als iedereen kan schilderen van Ravensburger! Simpel, makkelijk en snel.

Mijn tante werd afgelopen week 50 jaar. Dat moest gevierd worden. Om de dag voor mijn tante een nog specialer tintje te geven dan het al had besloten we om verschillende Indische hapjes te (laten) maken. Mijn nichtje vroeg mij om Roti Kukus te maken. Rottie wat?? Hoor ik sommige lezers al denken. Roti kukus. De betekenis van kukus is stomen. Het is dus een gestoomde Indische cake. En werkelijk om je vingers bij op te eten. Het ziet er niet uit als het de stomer in gaat. Eigenlijk ook niet als het de stomer weer uit komt. Maar de smaak maakt alles goed. Het is helaas niet een recept ala Dr. Oetker, maar echt heel moeilijk is het nu ook weer niet.

Daar stond ik dan in de keuken met alle potjes, pannetjes, keukenmixer en al wat nodig was om tot onderstaand eind resultaat te komen. Voor de zoete kauwers onder ons: er gaat 500 gram suiker in. Dus ben je op dieet dan zou ik mij verre van dit heerlijke gerecht houden!

Wat gaat er nou precies in en wat heb je nodig:

  • 4 eiwitten
  • 8 eidooiers
  • 500 gram witte suiker
  • mespuntje zout
  • 1 dl spa rood/ 7-up of ander bruisend bron water
  • 500 gram zelfrijzend bakmeel
  • zakje vanillesuiker
  • 2/3 eetlepels Droste cacao poeder
  • 1 stoompan
  • 1 schone (oude) theedoek

Er zijn heel veel verschillende recepten voor dit gerecht en het is bij heel veel, zo niet alle Indo families bekend. Ik heb het recept van mijn moeder, die het weer van haar (schoon)moeder heeft, aangehouden.

Hoe maak je dit klaar:

Splits de eieren. Mix de eidooiers samen met de witte suiker, vanillesuiker en het zout tot een egaal mengel. Voeg beetje voor beetje het zelfrijzend bakmeel toe. Het is nog beter om dit te zeven zodat er geen klontjes ontstaan. Voeg het spa water toe als het beslag te dik wordt. Het moet er luchtig uit zien. Hoe luchtiger het beslag, hoe lekkerder het eindresultaat. Klop de eiwitten stijf en schep dit door het beslag. LUCHTIG… Dus niet mixen!! Verdeel het beslag nu over twee schalen. Voorzie één van de schalen van de cacaopoeder.

Nu komt het:

Deze cake gaat niet in de oven maar in een stoompan. Voorzie de stoompan (de pan met de gaatjes, voor de niet keukenprinsessen onder ons) van de natte (uitgewrongen) theedoek. Spatel het beslag om en om in de stoompan. (laagje wit, laagje bruin enz.) Zorg dat de pan niet meer dan de helft vol zit met beslag. Het hele zwikkie gaat namelijk nog rijzen. Plaats een deksel op de pan, de uiteinden van de theedoek kunnen onder het handvat van het deksel geplaatst worden (anders vliegt de boel in de hens, ik spreek uit ervaring!!) Breng het water in de onderste pan aan de kook en laat alles ongeveer een uur op matig vuur staan. Controleer wel regelmatig het water in de onderste pan. (zorg er voor dat de bovenste pan niet onder water staat)

Als het goed is zul je gaan voelen dat de pan steeds zwaarder wordt. Let op: kijk pas in de pan als het uur voorbij is. Anders bestaat de kans dat hij in zakt. Steek een satéprikker in de cake om te kijken of hij gaar is. Blijft er beslag aan plakken dan moet je cake nog even blijven stomen.

Als je het goed gedaan hebt zal de cake zich aan de bovenkant openen in de vorm van een bloem, ster of hoe ver je fantasie dan ook reikt … 

Eetsmakelijk!!

 

 

 

 

 

 

 

 

Doelen bereiken…

Als je doelen wilt bereiken zul je er iets voor moeten doen. En aangezien ik al enige tijd een aantal doelen open heb staan voor wat betreft het hardlopen, vond ik het tijd worden om de daad bij het woord te voegen en hier mee aan de slag te gaan.

Toen ik vanmorgen heerlijk in mijn warme bedje lag wist ik precies hoe ik het zou gaan aanpakken. Op de planning stond de “bruggenloop”, zoals ik hem zelf voor het gemak genoemd heb. Hij gaat over minimaal één brug (de mogelijkheid bestaat om hem uit te breiden naar vier) en onder één tunnel door. Rustig beginnen en een kilometer meer lopen dan vorige week. Van de week heb ik 1.20 minuut sneller gelopen dan de keer daarvoor. Dus nu was het de beurt om meer afstand af te gaan leggen.

Als ik de tien kilometer uit wil kunnen lopen moet ik toch echt simpelweg meer kilometers gaan maken. Dat komt niet zomaar aanwaaien. Daar moet iets voor gedaan worden. Tot nu toe ben ik nooit verder gekomen dan zeven kilometer. Door verschillende omstandigheden heb ik het hardlopen even moeten laten voor wat het was. Maar we zijn terug en hopelijk voor een langere periode.

Aangezien Mr. Hamstring  zo nu en dan nog steeds aanwezig is sta ik tegenwoordig ook voor het rennen een flinke warming-up te doen. Al rekkend en strekkend onderaan de trap wordt ik gade geslagen voor vriendlief. Die overigens sinds vorige week ook aan start2run begonnen is. Weliswaar op zijn eigen manier in plaats van die van Evy (of hoe ze ook mag heten) Ondertussen probeer ik verbinding te krijgen met de satelliet voor het bijhouden van mijn tijd, afstand en snelheid. Helaas laat mijn horloge het afweten. Dus besluit ik dit keer Back to Basic te gaan en zonder extra “behang” te vertrekken.

Met een rustige pas vertrok in van huis. “Denk licht, loop licht” was mijn mantra voor deze loop en ik had hem nodig. Hoe lekker ik de voorgaande keren vertrokken ben, zo zwaar voelde het nu. Het leek wel of mijn benen van lood waren en ik werkschoenen met stalen neuzen aan had. Ik was nog geen halve kilometer op pad en de brug diende zich aan. Heel even schoot het mij te binnen dat ik ook voor de brug naar rechts kon gaan, via het park, langs de vijver en vervolgens bij de voordeur weer naar binnen. Maar Lin beschreef het in haar stukje:  “Just do it” Er valt voor iedere keer wel een excuus te verzinnen: niet zeiken gewoon gaan!! Ook al voelen mijn benen moe aan, lukt het niet zoals ik verwacht had, ook dan komen mijn doelen niet vanzelf aanwaaien. Ook dan zal ik moeite moeten doen. Is het niet dat het gevoel van overwinnen (al is het op jezelf) een stuk fijner is als je er nog meer moeite voor hebt gedaan? Precies. Dat dacht ik dus ook…

Met dat laatste in gedachte betrad ik de brug die over het rangeerterrein liep. Zonder muziek, GPS en horloge voelde ik mij wel erg kaal. Ga ik niet te hard? Misschien gaan we nu te zacht? Ik ren inmiddels twee jaar met GPS en ik ben er aan verslaafd geraakt te weten hoe hard ik ren en hoeveel kilometer ik al achter de rug heb. Dat werkt namelijk beter dan je te bedenken hoeveel je nog moet. Maar dit keer moest ik het zonder stellen.

Uit ervaring weet ik dat een variërend tempo vermoeiender werkt dan een constant tempo. Ik koos ervoor mijn tempo expres rustig te houden. Zowel de brug op als de brug af. Liever wat langer onder weg zijn maar wel de zes kilometer uitlopen, dan afhaken omdat ik geen adem meer over zou hebben.

Ergens halverwege de route kon ik mijn mantra langzaam laten varen. Mijn spieren waren gelukkig wat losser dan bij vertrek en het rustige gelijkmatige tempo werkte goed. Ik besloot mijn “zware” benen nog een keer te rekken voor het laatste stuk. Ik moest immers nog een tunnel zien te overwinnen.

Bij vijf kilometer kon ik afhaken en via het park door naar huis. Maar ik liep stug door. De zes moest toch ook te doen zijn? Wat is nou één kilometer? Dus ging ik om het park heen. Mijn lichaam had zich helemaal ingezet op het halen van de zes kilometer. Het eindpunt was al inzicht. Bij het halen van de in mijn hoofd gemarkeerde finish werden mijn benen plots zwaar en het lichte gevoel van zo even was direct verdwenen.

Uiteindelijk heb ik het gehaald. Zonder buiten adem te zijn. Wel met benen zo zwaar als lood. Ik heb nog wat trainingen te gaan wil ik de tien kilometer kunnen lopen zonder dit zware gevoel in mijn benen te hebben. Maar ik ben trots op mijzelf dat ik niet gekozen heb voor de weg van de minste weerstand.

Op naar de volgende training…

 

 

Kleine held op sokken…

Nu buiten de temperatuur weer wat behaaglijker wordt, bevind Noa zich ook steeds vaker buiten. Bij mijn moeder thuis was ze eigenlijk altijd buiten. Alleen overdag bij slecht weer lag ze op zolder, bovenop de ketel, te knorren. De zolder bij ons vind ze minder aantrekkelijk. Wij hebben immers vloerverwarming EN een convectorput. Die bij koud en ijzig weer lekker aan staan. Deze dame ligt dan ook het liefst uitgebreid en ongegeneerd op het wildrooster (zoals wij dat noemen) of languit in de woonkamer op de vloer. (waar ze vooral niet in de weg ligt)

Naar buiten gaan was tot mijn verbazing niet iets waar Noa zich mee bezig hield. Mij achtervolgen door het hele huis, ons wakker miauwen in het weekend en flinke plukken haar achterlaten dan weer wel.

Maar nu het ijs uit de tuin is en het niet zo hard meer regent vraagt ze steeds vaker of ze naar buiten mag. Wij moedigen dit alleen maar aan. Persoonlijk lijkt het mij heerlijk om hele dagen in het park hier achter rond de lopen en op jacht te gaan naar muizen en vogels. (niet dat ze die mee naar huis moet nemen natuurlijk!!) Maar Noa was nog niet eerder klaar voor dit grote avontuur.

Noa is niet de enige kat in de buurt. Het wemelt van de poezenbeesten in de straat. Zo hebben we Wiskas, Snoes, Ollie Ollie,Kimmie en nog twee kleine krijgers waar ik de naam niet van weet. Stuk voor stuk katten die buiten komen, erg aanhankelijk en lief zijn. Behalve voor elkaar. Dan komt het “kattige” in ze naar boven.

Noa laat gemerkt of ongemerkt een geurspoor achter. Want sinds ze buiten komt is Ollie Ollie ook in onze achtertuin te vinden. Mijn kleine grote held op sokjes moet niets van Ollie hebben. Ollie vind het daarentegen prachtig om Noa de stuipen op het lijf te jagen en dan vooral door voor het raam naar Noa te staren terwijl ze op het “wildrooster” ligt te slapen. Ze kunnen minuten lang naar elkaar kijken zonder ook maar een vin te verroeren. Weliswaar met een dik stuk glas er tussen. Het enige wat hoorbaar is, is het klagelijke gemiauw. Ze zijn elkaar twee keer in de haren gevlogen. Maar dat liep met een sisser af. Geen grote plukken haar die door de tuin heen vlogen of happen uit oren.

Zelf heb ik de indruk dat Ollie alleen maar vriendschap wil komen sluiten. Een maatje zoekt om lekker mee door de straten te struinen of om samen te luieren in de tuin. Volgens mij is het nog een jong beestje en heeft hij niet veel kwaads in de zin. Noa denkt daar heel anders over. Ze is immers al 10 jaar en heeft in haar leventje al het nodige mee gemaakt. Spelen en optrekken met andere katten was iets wat ze in haar jeugd graag deed. Nu ze wat ouder is speelt ze het liefst met touwtjes (die ik dan door het huis moet trekken zodat de achtervolging vanuit haar mand ingezet kan worden) balletjes (die ik heen en ook weer terug moet rollen) of mijn voeten (gelukkig alleen wanneer ik onder een deken lig). Toch heb ik de stille hoop dat ze in de zeer nabije toekomst vriendjes wordt met één van de andere katten uit de buurt.

CoCo is een ander verhaal. De angst die ze eerst voor hem had wordt door nieuwsgierigheid verdreven. Steeds vaker zie ik haar naast of voor de kooi zitten met niets anders dan aandacht voor CoCo. Dit kon natuurlijk niet uitblijven. CoCo daarentegen laat de zonnebloempitjes niet zomaar uit zijn kooi kijken en vind het fantastisch om de confrontatie aan te gaan. Zelf ben ik daar niet zo blij mee omdat ik niet weet wie van de twee de grootste schade aan kan brengen bij de ander… Hoewel een knip met mijn vingers Noa duidelijk maakt dat dit gedrag niet gewenst is (ze loopt dan al klagelijk miauwend bij de kooi weg alsof ze zich betrapt voelt) hoop ik toch echt dat ze de buitenwereld leuker gaat vinden dan CoCo en zijn kooi.

Hopelijk brengt de lente ook wat meer lef voor Noa…