Mijmeringen in de ochtend…

Het is weer een van die ochtenden dat ik besluit lopend naar het werk te gaan. Park in de mist tijdens de herfst. Het is vochtig en hoewel er zon was voorspeld kan het ook ieder moment met bakken uit de hemel komen. Op hoop van zegen vertrek ik. Iets vroeger dan anders, zodat ik op mijn gemak kan wandelen. Tenminste, zolang het droog blijft. Het daglicht heeft nog niet veel aan terrein gewonnen. Omdat het wat heiig is doet het park, met zijn half kale takken mysterieus aan. Normaal kom ik hier, op dit tijdstip, redelijk wat mensen met hun hond tegen. We beginnen elkaar zelfs al te (her)kennen. Maar vandaag niet. Het heeft wel wat, zo’n alleen op de wereld gevoel.

Al snel zit ik in mijn wandel ritme. Het lukt mij eindelijk om net als vroeger, tijdens het hardlopen, mijn eigen bubbel te creëren. Ik wordt niet afgeleid door al het andere verkeer. Ik sta op de automatische piloot en mijn gedachten gaan alle kanten. Straks staar ik weer een hele dag naar mijn beeldscherm en word mijn hersenpan gevuld met kantoor-geneuzel, dus laat ik mijn gedachten nu lekker los. Ik noem het een wandelende meditatie.

Het alleen op de wereld gevoel is van korte duur. Zodra ik het park uit ben word ik ingehaald door een sliert aan fietsers. Alsof het dorp leeg stroomt, er komt geen eind aan. Het is gedaan met de rust. Gillend, zingend en kletsend gaan ze op weg naar school. Dezelfde school waar ik meer dan 20 jaar geleden (Jezus is dat al zo lang geleden??? 😱) ook naar toe ging. Maar ik zit in mijn bubbel. Val niet op. Als ze mij überhaupt al zien, ben ik een bejaarde ziel op weg naar wat dan ook.

Ooit fietste ik dus ook zo. In een groep, door weer en wind. Meer dan 20 jaar terug dus. (au) Terwijl ik het mij herinner als de dag van gister. Onze klas bestond uit een gemêleerd gezelschap. We hadden twee Holland’s next top models, een aantal techno-nerds, zwikje gabbers, een Sjonnie en Anita stelletje en het doorsnee volk. Toegegeven, het was nooit saai bij ons in de klas.

Ik herinner mij een meisje dat vaak alleen zat. Ze had een klein iel stemmetje. Wit sluik haar en zat altijd te dagdromen. Een soort Luna Leeflang uit Harry Potter. Ik weet ook zeker dat ze dingen zag die aan mij voorbij gingen. Ze was een studiebol die aan een half woord genoeg had terwijl ik na zes bijlessen nog steeds niet begreep waar we het nu over hadden. Een tijdje heb ik geprobeerd vriendschap met haar te sluiten. Maar we zaten totaal niet op dezelfde lijn. Ik kwam waarschijnlijk wat “simpeltjes” over haha.

Nu de sliert met fietsers eindelijk voorbij getrokken is daalt de stilte weer neer in mijn bubbel. Ooit zei iemand tegen mij: “Geniet van je schooltijd want het is de leukste van je leven!” Wat heb ik toen hard gelachen! Nu ik er op terug kijk was het misschien niet de aller leukste van mijn leven. Maar wel heel onbezorgd. De wereld lag aan mijn voeten en ik ervoer een vorm van vrijheid, van onsterfelijkheid. Iets wat ik terugzie in Zoonlief. Dat gevoel mis ik wel eens.

Nog een paar honderd meter en ik ben op mijn eindbestemming aangekomen. Zalig zo’n wandeling. Ik vind het bijna jammer dat ik er al ben. Want, voor nu, is het weer gedaan met mijn mijmeringen in de ochtend.

Kinderarbeid…

We gaan even vijf jaar terug in de tijd… 

“WIE IS ER OP MIJN M.I.J.N. KAMER GEWEEST?” Tettert zoonlief. Zijn stem weergalmt over de twee trappen van ons huis naar beneden, weerkaatst tegen de muren, slaat de woonkamer in als een bom en doorboort mijn oorschelp met het geluid dat gelijk staat aan het opstijgen van een straaljager.

“Wat zeg je liefje?” Roep ik naar boven. “Ik versta je niet zo goed.” Ik heb zojuist een gehoorbeschadiging opgelopen. Dat eerste zeg ik, dat tweede denk ik. Hij dendert de trap af naar beneden en komt voor mijn neus tot stilstand. Ik peil zijn blik en glimlach wijselijk. Dat de muren hier nog geen barsten vertonen van het gestommel op de trap is mij een godswonder.

“Iemand is op mijn kamer geweest!” Om zijn woorden kracht bij te zetten plaatst hij zijn handen prominent in zijn zij en wacht vervolgens mijn reactie af. “Oh en je wilt nu van mij weten wie die iemand is geweest?” “Nou, dat zou fijn zijn ja!” Kaatst hij terug. Ik vraag mij af of er nu een discussie gaat komen over de privacywetgeving of dat er iets anders aan de hand is.

Zoonlief gaat onvermoeid, ietwat verontwaardigd, door met zijn relaas: “Mijn hele bed is door elkaar gehaald!” “Dat noemt je niet door elkaar halen, dat noem je opmaken. Iets wat jij weigert te doen aangezien je kinderarbeid nutteloos vind.” “Moest je daarbij dan echt alles van mijn bed af halen?” Mijn toespeling over meehelpen in het huishouden of in ieder geval je eigen kamer netjes houden negerend. “Ik had een polsstok nodig om bij de andere kant van je bed te kunnen komen dus om antwoord te geven op je vraag: ja, alles moest van je bed!”

Eerder op de dag, tijdens het afhalen van zijn beddengoed vond ik zo’n beetje de helft van zijn kamer in, onder en achter zijn bed. Van Nurf (dat is toch geen naam voor speelgoed?!) tot aan Playmobil. Van houten jeu de boules ballen (als het dat überhaupt was) tot aan zijn Feyenoord vlag en badjas waar hij al jaren niet meer in komt maar die hij weigert weg te doen, want Feyenoord! Zijn hele verzameling Pirates of the Caribbean actiepoppen, badlaken en rugzak… Zelfs de knuffelbeesten waar hij zichzelf meestal te oud voor vindt, vond ik terug in zijn hoeslaken. Zijn dekbed had hij er voor het gemak maar uitgehaald en aan de andere kant van zijn hoogslaper naar beneden laten hangen. Voor een tent, zo begreep ik later.

“En terugleggen is zeker te veel gevraagd?” Gaat hij verder. Ik heb zojuist een draai om mijn oren gekregen met mijn eigen tekst. Ik vraag mij af waarom hij doet alsof hij mij nooit hoort maar dus wel degelijk heeft begrepen wat ik met deze woorden bedoel… Ik bedenk mij dat ik dit spelletje ook kan spelen en toon hem mijn liefste lach gevolgd door de woorden: “Oh ja, dat was ik vergeten…”

“Ik was aan het spelen, daar ben ik toch kind voor? Nu kan ik weer opnieuw beginnen!” Zuchtend draait hij zich om en loopt verslagen en met zijn ziel onder zijn arm de trap weer op om zijn pas opgemaakte bed weer tot de chaotische bende om te toveren waar het woord “war zone” nog het meest op zijn plaats is.

Zijn vader heeft vanavond in ieder geval wat te doen voor hij Zoonlief kan instoppen…

Happy Anniversary …

Dan kom je terug van je blog vakantie en krijg je de felicitaties van WordPress. Vandaag is het precies zes jaar geleden dat ik bij hen ben begonnen met bloggen. Het is best bijzonder dat ik dit zo lang weet vol te houden. Ik ben namelijk een kei in iets beginnen. Maar iets afmaken of iets volhouden is soms nog wel een dingetje. Mijn aandacht of interesse veranderen wel eens. Ik had daarom niet verwacht dat ik, zes jaar nadat ik mijn blog begonnen ben, nog steeds met enige regelmaat zou bloggen. Ook niet, dat ik het nog steeds zo leuk zou vinden.

Hoewel ik veelal voor mijzelf schrijf vind ik het wel erg leuk te merken dat mijn blog niet alleen door bekenden maar ook door onbekenden bezocht wordt. Dat ze dan ook nog de moeite nemen een reactie of een like achter te laten waardeer ik enorm. Het motiveert om weer in de pen te klimmen.

Inmiddels staan er, met dit logje meegerekend, 298 online. Dat komt neer op ongeveer 50 logjes in het jaar. Toen ik net begon wilde ik minimaal drie logjes per week schrijven. Daar kwam ik al na drie weken van terug. Het ontbreekt mij aan tijd, zin en inspiratie. Hoewel Vriendlief van de week nog zei: “Waar haal je toch al die inspiratie vandaan?” De meeste verhaaltjes gaan over mijn eigen leven. Dat schrijft fijn en is makkelijker vol te houden. Om er voor te zorgen dat het neerkrabbelen van die belevenissen ook nog leuk blijft, plan ik maar 1 blog per week. Dat jullie ook nog eens de moeite nemen om de verhalen rond mijn eigen persoontje te lezen is helemaal TOP!

De eerste periode kon ik nog zien via welke zoektermen mensen op mijn blog terecht kwamen. Ik vond het verbazingwekkend via welke omwegen mijn blog gevonden werd. Geen idee of mensen daarna de moeite namen om mijn blog te lezen of dat ze direct weg klikten. De zoekterm die er met kop en schouders bovenuit steekt is mijn eigen naam in heel veel verschillende varianten. Ook kwam men op mijn blog via zoektermen over sport- en uitvaartfotografie. Wat niet zo vreemd is omdat hier heel veel logjes over gaan. De grappigste zoektermen zijn toch wel: Hydra IQ (?), ogen schrapen (AU), strafwerk ik mag geen politie neer schieten (strafwerk lijkt mij in deze aan de lichte kant) en Kat met spillepoten (Hoe dan?)

De meeste tags die ik gebruik zijn: sport, familie en herinnering.
De meeste mensen die mijn blog bezoeken komen uit Nederland, op de voet gevolgd door België, VS en Duitsland en daarna Colombia en Spanje. Verder staan er landen op de lijst als Chili, Litouwen en Vietnam. Wie zijn toch al die mensen?

De drie logjes met de meeste bezoekers van de afgelopen zes jaar zijn:
Uit eigen ervaring verteld
Hier komt waarschijnlijk de zoekterm: ogen schrapen vandaan… (au au au…)

Hoe het balletje rollen kan
Over zoonlief die wederom gescout werd voor de voetbal.

Nog eenmaal…
Een van mijn eerste uitvaartreportages die ik mocht maken in Den Haag en welke mij nog lang zal heugen.

Nu mijn blog vakantie er weer opzit heb ik direct weer zin om te schrijven en andere blogs te bezoeken. Dat ga ik zo, onder het genot van een bak koffie en een stuk taart, ook zeker doen. Nogmaals bedankt voor alle keren dat jullie op bezoek kwamen, meelazen en de moeite namen te reageren!! Hopelijk zie ik jullie het komende jaar ook weer terug. Toch nog een vraag: Hoe ben jij op mijn blog terecht gekomen?

Vakantie…

In verband met zomerstops hier en daar, andere bezigheden en vakantieperikelen heb ik besloten een kleine blog-vakantie in de lassen. Zo heb ik de tijd om weer wat inspiratie op te doen voor mijn eigen verhalen. En kan ik ook weer eens bij lezen bij andere bloggers. Want daar liep ik al even hopeloos mee achter.

Ik wens jullie allemaal een mooie zomerperiode toe en een fijne vakantie voor wie dat in de planning heeft staan.  Tot over een paar weekjes maar weer. 👋🏼

 

strand, summer, beach, golf

 

Vroege vogel…

Het is vroeg. Eigenlijk nog veel te vroeg om mijn bed uit te gaan. Maar ik ben wakker en heb geen zin meer om te blijven liggen. Mijn nachtrust is de laatste paar maanden toch al niet om over naar huis te schrijven. Ik lijk hier zowaar aan te wennen. Ik sluip op mijn tenen van de slaapkamer naar de gang. Een van de vloerplanken kraakt dus ik probeer deze met grote zorg te vermijden. Mijn gehannes om mijn evenwicht te bewaren zal er vast hilarisch uitzien. De heren liggen alle twee nog te knorren. Zij wel… Zodra ik mijn grote teen op de eerste traptrede naar beneden plaats, gaat het mis. De voelsprieten van Kleine Krijger weten al wie er bovenaan de trap staat zonder dat zijn ogen mij gezien hebben. Vanuit de woonkamer komt een luid kabaal, hij zat blijkbaar op een plaats waar hij eigenlijk niet mag zitten. Gevolgd door een oorverdovend gemiauw. Tot zover de rust.

Ik sjees de laatste paar treden op mijn tenen, en zo zachtjes als dit het toelaat, naar beneden om de herrieschopper tot bedaren te brengen. Wanneer ik de deur open maak staat Kleine Krijger al luid miauwend en knorrend op mij te wachten. Helemaal blij om mij weer te zien. Of om zijn voerbak die weldra gevuld zal zijn. Vanuit de hoek hoor ik een slaperige Groene Draak: “Goedemorgen” zeggen. Aan zijn reactie merk ik dat het voor hem eigenlijk nog te vroeg is. Geen vroege vogel dus! Toch schuif ik de gordijnen opzij. In een vloeiende beweging zet ik tuindeuren wagenwijd open om de ochtenddauw te verwelkomen. De zon is al aanwezig. Op het gefluit en getjilp van vogels na is het doodstil. Geen auto, geen hond, geen kind. Zalig!! Maar goed, het is dan ook een heel vroege zondagochtend.

Terwijl de dieren aan het eten zijn zet ik voor mijzelf een bak koffie. Het vermalen van de bonen doet gewoon pijn aan mijn gehoor. Alsof het een gigantische inbreuk maakt op de vredige stilte die heerst. De eerste meters van de tuin baden al in het zonlicht. Ik schuif de stoel zo stilletjes mogelijk opzij en neem plaats. Dit is pas zen wakker worden. De zon die langzaam mijn gezicht verwarmd terwijl ik de koele nachtlucht als een verkwikkende douche via mijn voeten omhoog voel trekken. Mijn neus vult zich met het aroma van de koffie en mijn oren genieten van de complete rust.

In tegenstelling tot Groene Draak, ben ik wel een vroege vogel. De ochtend was vroeger al mijn favoriete dagdeel en dat is nooit anders geweest. Zeker wanneer de wereld nog in diepe rust verkeert en ik alleen door het park wandel. Of zoals nu, in de tuin aan de koffie zit. De nacht rekent af met de drukkende chaos die zich ’s avonds als een dikke deken over de dag gedrapeerd heeft. De nacht poetst alles weg. ’s Morgens is er weer een nieuwe start. Een schone lei. Een nieuw begin. Dit wordt benadrukt door de stilte om mij heen. Er hangt een compleet andere energie in de lucht. Zo anders dan 12 uur terug. Het voelt schoon en fris. Alle mogelijkheden staan open. Nieuwe kansen dienen zich aan. Zo’n ochtend heeft iets magisch. Ja, zo zou ik iedere morgen wel wakker willen worden…

Groene Draak en ik worden wakker in de ochtendzon

101 doelen…

Van de week was ik, tijdens een paar loze minuten op de zaak, mijn privé map aan het opschonen. Naast foto’s, declaraties en wat verouderde contracten stond er ook nog een mapje met “blog”. Ik heb enige tijd terug mijn blog-gerelateerde documenten naar een externe harde schijf verhuisd. Maar was blijkbaar deze op de zaak helemaal vergeten. Ik kwam er al snel achter dat het mijn aller eerste blogjes waren die ik in mijn oldschool Hyves-periode geplaatst heb. Waar het bloggen voor mij uiteindelijk ook begonnen is. Van af en toe een verhaaltje naar complete vakantieverslagen. De regelmaat van het bloggen is pas echt begonnen toen de hype: 101 doelen in 1001 dagen voorbij kwam. Ook wel bekend als: Day Zero Project.

Ik was al helemaal vergeten dat ik hier ooit aan mee gedaan had. Voor de bloggers bij wie dit fenomeen onbekend is, wat mij sterk lijkt omdat half bloggend Nederland zo aan zijn blog gekomen is… : Plan een aantal realiseerbare doelen (een stuk of 101) uitgesmeerd over een langere periode (een dag of 1001). De eerste vijf doelen op de lijst waren voor menig deelnemer hetzelfde:

1. Leg 5 euro opzij voor ieder behaald doel.
2. Gebruik dit geld aan het einde van het project om wat leuks te doen.
3. Inspireer iemand anders om ook met een Day Zero Project te beginnen.
4. Minstens 1x per maand een blog schrijven over dit project.
5. Maak van ieder behaald doel een foto (voor zover dit mogelijk is).

Ik opende dit blog en nam de lijst, die ik toen met zorg had samengesteld, van begin tot einde door. Blijkbaar vond ik 101 doelen wel erg optimistisch en kwam ik niet verder dan 55. Hilarisch om te lezen wat mijn doelen waren. Zoals koop een kamerplant en houd hem minimaal een half jaar in leven (geen vetplant!) Nog leuker om te zien dat een aantal doelen ook daadwerkelijk behaald zijn. Zoals de vakanties naar Oostenrijk, Zwitserland, Parijs en Rome. De schilderijen voor in het trapgat en mijn verjaardag die ik toen uitgebreid gevierd heb. Mijn maag kneep even samen toen ik zag dat er ook een aantal doelen met mijn ouders op de lijst stonden. Doelen niet aanbod zijn gekomen en ook nooit meer zullen komen.

Ook staan er doelen op waaraan ik begonnen ben, maar die nog onafgemaakt ergens in huis rondzwerven. Een cursus verhalen schrijven en een nieuwe taal leren zijn hier een voorbeeld van. Dingen die ik eigenlijk nog steeds graag zou willen doen. Mijn gezondheid kwam ook toen al aan bod, want ik wilde minderen met suiker, meer water drinken en meer fruit eten. Dingen die ik nu nog steeds doe. Een doorlopend doel was het vertrouwen winnen van Groene Draak. Ik denk dat ik daar het meeste trots op ben. Want als ik zie wat ik met hem inmiddels bereikt heb!! Doelen op deze lijst hebben mij daadwerkelijk aan het denken en in actie gezet.

Voor mijn laatste doel heb ik nooit 5€ opzij kunnen leggen. Niet omdat het niet meer kan. Maar omdat het nooit gelukt is. Ik heb het echt wel geprobeerd. Uren heb ik doorgebracht met zoeken in het weiland maar nooit heb ik hem kunnen vinden. Daarom ga ik mijn best doen om dat doel dit jaar toch af te kunnen vinken. Doel nr. 55:  “Vind een klavertje vier!” 

Weer bijna de oude…

Halverwege de wintersportvakantie werd ik plots overvallen door een kaak/keel ontsteking. Het ene moment was er niks aan de hand, het andere moment kon ik amper slikken en praten. En niet alleen ik, nog drie familieleden waren getroffen door een virus. Er werden zakdoekjes, neusspray en keelsnoepjes ingeslagen en uitgewisseld. Op de piste was er gelukkig niks aan de hand. De frisse berglucht doet wonderen. Maar eenmaal weer binnen sloeg het ellendige gevoel weer toe. Gelukkig heeft het de pret niet bedorven, eten ging namelijk prima.

Tijdens de vakantie kon ik alles nog redelijk onderdrukken. Bij thuiskomst brak het virus in alle hevigheid door. Bijna de hele week leefde ik op paracetamol, neusspray, keeltabletten en thee met honing. Met af en toe een boterham om de maag rustig te houden. Daarnaast zat mijn neus bomvol snot waardoor de druk op mijn hoofd en oren niet te harden was. Van ellende kon ik mijn ogen amper open houden. Of dat nog niet genoeg was kreeg ik er een ontstoken oog bij en door al het geblaf schoot het ook nog eens in mijn rug. Ik geef het niet graag toe, maar ik was dus echt heel erg zielig.

En wanneer ik zielig ben is de bank de aangewezen plek om mijn tijd op door te komen. Vroeger, als ik ziek was, mocht met mijn kussen en dekbed op de bank liggen en de hele morgen tv kijken. Ik keek graag naar Engelse en Duitse zenders. Daar werden series en tekenfilms op uitgezonden terwijl er in Nederland keuze was uit “koffie tijd” en reclame (door “It’s Amazing Mike…”) Aangezien mijn moeder mij graag weer naar school zag vertrekken werd ik verplicht om thee met citroen & honing te drinken voor mijn keel en soep te “eten” om aan te sterken. Dat eerste deed mij kokhalzen en de tweede deed mij flauwvallen alleen al bij de gedachte. Ik kreeg het beide niet weg. Dat is inmiddels wel anders, hoewel ik nog steeds geen soepmens ben.

kat ligt op rug van baasjeKleine krijger, die gelukkig alweer heel wat aan de betere poot was, waakte die week over mij zoals alleen een kleine krijger dit kan. Met zijn hoofd op zijn voorpootjes lag hij op mijn borst, en als het niet anders kon op mijn rug. Zodra ik mijn ogen open deed waren de ogen van kleine krijger de eerste die ik zag. Hij dwong mij nog net niet mijn thee met honing of soep naar binnen te werken. Terwijl de heren naar school en het werk waren hebben wij samen heel de week op de bank door gebracht.

Inmiddels heb ik er al (blaffend) een week werken opzitten. Heb ik Poownie met een bezoek vereerd en heb ik alweer wat plaatjes bij de voetbal geschoten. Gelukkig voel ik mij alweer redelijk de oude. Alleen de conditie lijkt helemaal weg. Hijgend en puffend loop ik de trap op en ook een wasje ophangen kost mij meer energie dan normaal. De afgelopen week lag ik rond 21.00 uur al voor pampus op de bank. Hopelijk kan ik na dit weekend weer voorzichtig aan proberen wat langere wandelingen te maken en weer wat te gaan sporten. Want dat heb ik toch wel heel erg gemist.

Zo vader, zo zoon…

“Waar kijk je naar?” Vraag ik vriendlief op een avond als we alle twee op de bank zitten. Hij met de afstandsbediening in zijn hand. Ik met een boek voor mijn neus. “Naar een film…” Ik kijk van hem naar het beeldscherm. Het enige dat ik zie is een versnelde weergave van, vermoedelijk, een film. Ik duik mijn boek weer in om verder te lezen. Na een paar minuten is het nog steeds stil. Ik werp weer een blik naar de tv en zie nog steeds de film in versnelde weergave voorbij komen. “Hij is alweer begonnen hoor!” Roep ik hem toe. Geïrriteerd kijkt hij mij aan. Uit zijn concentratie gehaald. “Ja, dat weet ik!” Is het enige antwoord dat ik krijg.

“Heb je deze film dan al gezien?” Vraag ik hem. “Nee!” “Waarom spoel je hem dan door?”  Probeer ik nog heel voorzichtig. “Ik kijk alleen naar de leuke stukjes van de film! De rest vind ik niet zo interessant.”

Tot zover de uitleg …

Inmiddels weet ik niet beter en schenk hier geen aandacht meer aan. Ik ben het gewend dat hij zo naar zijn films kijkt. Ik wil een film van de allereerste seconde tot en met de (en het liefst de hele) aftiteling zien. Ik vind het irritant als ik een aantal zinnen niet hoor, het beeld niet kan zien of de muziek niet mee krijg. Als ik op ga in een film, en dat is niet zo vaak, doe ik dat goed. Hij vindt het dan ook heerlijk als ik er niet ben. Zo kan hij ongestoord een film, of drie, op een avond bekijken. Dat is pas economisch met je tijd om gaan!

Een jaar of 11 verder…

“Waar kijk je naar?” Vraag ik zoonlief op een avond als we alle twee op de bank zitten. Hij met de afstandsbediening in zijn hand. Ik met mijn Ipad voor mijn neus. “Naar een film…” Ik kijk van hem naar het beeldscherm. Het enige dat ik zie is een versnelde weergave van, vermoedelijk, een film…

Mijn blik gaat van zoon naar vriendlief, die elders in de woonkamer zit en weer terug. Zoonlief kijkt op zijn beurt van de tv naar mij. Haalt zijn schouders op en zegt: “Ik kijk alleen de leuke stukjes van de film. De rest vind ik niet zo interessant!”
Ik zucht. En zucht nog eens…
Zo vader, zo zoon…

In de knoop…

Zodra ik mij uitrek schiet er een pijnscheut door mijn rug. Bij iedere beweging, van welk lichaamsdeel dan ook, voel ik het. Mijn “botjes” zitten in de knoop. Ik strompel mijn bed uit en probeer mij te rekken en te strekken. Hier en daar hoor ik wat kraken. Na een half uur sta ik nog scheef op mijn benen. Benauwd kijk ik vriendlief aan voor hulp.

“Zachtjes!!” gil ik. “Ik heb je nog niet eens aangeraakt!” Zegt vriendlief terug. Voor de zekerheid hef ik mijn wijsvinger nog even gebiedend naar hem op. Met enige tegenzin draai ik mij weer om. Mijn rug moet gekraakt worden zodat alle “botjes” weer terug schieten naar de juiste positie. Ik weet dat het daarna over is en ik weet dat het geen pijn doet. Maar oh, dat geluid!! Kraken werkt ook alleen wanneer ik ontspannen ben. Maar dat lukt niet, want ik krijg spontaan de slappe lach wanneer groene draak aan komt waggelen om te kijken wat wij daar, aan de andere kant van de woonkamer, aan het doen zijn. Het lachen vergaat mij al snel want ook dat doet pijn. Op het moment dat ik uitadem drukt vriendlief zijn handpalmen aan weerszijde van mijn ruggengraat. Er klinkt een vreselijk gekraak. Gevolgd door een gil van mij. Groene draak vind het hilarisch en gilt gezellig mee.

“Je moet echt eens naar haar toe.” Zegt mijn collega. Ze geeft mij een visitekaartje van een familielid. “Massagesalon met Thaise invloeden…” Lees ik hardop voor en kijk haar daarna bedenkelijk aan. “Het is een Thaise massagesalon. Ze is echt heel goed. Zelfs Nick en Simon laten zich daar masseren.” Alsof dat mijn bedenkingen weg zouden moeten nemen. Ik besluit toch een afspraak te maken. Dus lig ik diezelfde week nog in een prachtige sfeervolle kamer, met zeer aangename temperaturen, op een massagebank. Mijn hoofd ligt klem in het gat in de bank en ik staar naar een bak water waar geurende bloemblaadjes in drijven. De dame die mijn rug gaat masseren is ongeveer de helft kleiner dan ik. “Zo, jij last hebben van rug? Ik jou helpen van rugpijn af!” Zegt ze vriendelijk maar daadkrachtig.

Ze klautert handig op het bed en begint eerst voorzicht, maar al snel met meer druk aan mijn verkrampte rug. Voor ze echt aan het masseren gaat kraakt ze eerst wat wervels op hun plek. Dit gaat op zo’n ontspannen manier dat ik er bijna geen erg in heb. Boven het gekraak uit vraagt ze “Jij doen veel computerwerk?” Kans om te antwoorden krijg ik niet. Ik word geplet tussen de massagetafel en de masseuse. Ze is dan niet zo groot, maar ze heeft heel veel kracht. Op het moment dat ik dreig te bezwijken onder deze druk schiet de laatste wervel terug. “Zo, straks jouw rug is als nieuw!”

Ze vraagt of ze warme (super lekker ruikende) olie mag gebruiken. Naast mijn rug neemt ze ook mijn nek, armen, handen en vingers onder handen. Daarna volgt er nog een korte scrubsessie om mij van alle olie te ontdoen. De thee staat al op mij te wachten als ik weer onder de levenden ben. Het was een heerlijke massage. Inmiddels ben ik al een aantal keer langs geweest. Voor een ontspanningsmassage moet je hier niet zijn, want je wordt door de mangel gehaald. En dat alles zonder er beurse plekken aan over te houden. Ze had gelijk. Mijn rug voelt keer op keer als nieuw!

Een niet geplande zaterdag…

Voor het eerst in bijna 2 jaar tijd ben ik heel blij dat het voetbaltoernooi, dat dit weekend gepland stond, werd afgelast. Te veel sneeuw. Te slecht weer. Code oranje en te vies om buiten te spelen. Verrukt was ik door dit nieuws. Voetbalfoto’s maken geeft heel veel voldoening. Wanneer ik ze moet maken onder deze barre omstandigheden, wordt het een ander verhaal. Ik stond er niet echt om te springen. In gedachte had ik mijn zaterdag al helemaal gepland. Terwijl het met bakken uit de hemel zou komen, de kleurencodes je om de oren zouden vliegen, zou ik mij met mijn boek op de bank nestelen. Een hele zaterdag voor mij alleen. Dat voelde bijna aan als een cadeautje!

Wakker worden zonder wekker. De dag begint al goed! Ik kan mijn lol niet op als ik even later de hagel kneiterhard op de dakpannen hoor neerkomen. En wie hoeft er vandaag niet naar buiten? Yes!! Ik gun mijzelf even om van dit moment te genieten. Vriendlief ligt toch nog op één oor en ook uit de kamer van zoonlief komt geen enkel geluid. Zijn deur is  hermetisch afgesloten en alles is donker. Terwijl de heren het er nog even van nemen loop ik, iets later dan gepland, naar beneden.

Met een zwierige zwaai trek ik de gordijnen opzij. Een strakblauwe lucht straalt mij tegemoet. Geen hopen sneeuw, winterse buien (meer), rukwinden en code aubergine… Maar prima weer om alle deuren en ramen in huis wagenwijd open te zetten. Overigens doe ik dit altijd in de ochtend, wat voor code er voor het weer dan ook afgegeven is. Ik vind het heerlijk om de frisse ochtendlucht langzaam door het huis te voelen kruipen en de energie, die heel de nacht heeft stil gehangen, wakker te schudden. Vriendlief heeft hier een hekel aan. Hij baalt wanneer we tegelijk wakker en beneden zijn ☃️. Hij zet het liefst de kachel om 05.00 uur al op standje subtropisch.

Ondanks de blauwe lucht en het zonnetje is het nog steeds ijzig koud. Het is een voorbode voor wat er later op de dag nog naar beneden zou gaan vallen. Maar het hindert niet. Met mijn boek in mijn achterhoofd geef ik de dieren te eten. Ik drentel naar boven om een was te draaien en ondertussen geef ik vriendlief, die inmiddels wakker is, het sein voor de verwarming. (op afstand aanzetten blijft magisch 😂). Nog maar 100 bladzijde dan is mijn boek uit. Moet lukken vandaag. Terwijl de koffie gezet wordt, haal ik nog even de vaatwasser leeg. Ik erger mij aan de rommel in de keuken dus besluit eerst dat op te ruimen voor ik met mijn boek op de bank kruip.

Voor ik het weet heb ik, geheel onbedoeld, het hele huis onder handen genomen. Gestoft, gedweild. De WC en de badkamer zijn gedaan en de 3e was wordt inmiddels gewassen. Vanuit de hoek van de waskamer staat een berg met strijkgoed mij hoopvol aan kijken. Ik werp hem een dodelijke blik toe. Het is inmiddels al 16.00 uur en nog steeds heb ik geen letter uit mijn boek gelezen. Ik besluit het hierbij de laten en het positief in te zien. Geen voetbal en huishouden meer en toch is de rest van het weekend nu lekker van mij. Ik duik, iets later dan gepland, met de laatste 100 bladzijde van mijn boek op de bank terwijl vriendlief een heerlijk bakkie koffie voor mij zet.