Zien lopen, doet lopen, ga je mee?

In de bak paardrijden is al enige maanden niet meer wat het geweest is. Het worteldoek steekt hier en daar door de zandbodem heen. De afrastering is gebroken en de bodem zelf staat geregeld onder water of is bevroren. De enige keer dat we zouden kunnen rijden is ’s-avonds als de verlichting het een paar weken geleden niet begeven zou hebben. Daar komt nog bij dat het dan minstens een week niet zou moeten regenen. Want een zeepaard mag dan wel dezelfde naam dragen als mijn edele viervoeter, ze zijn zeker geen familie van elkaar. De afgelopen periode heeft het ook aardig gevroren dus was de rij bak omgetoverd tot minischaatsbaan. Kortom de bak is een drama bij ons.

Gelukkig staat het paard de hele dag met zijn “buurvrouwen” in de paddock. Daar kunnen ze zich uitleven, achter elkaar aan jakkeren, kuilen graven of elkaars deken slopen. Toen de herfst zijn intreden deed had ik mij erbij neergelegd dat zijn conditie de komende (winter)maanden er niet op vooruit zou gaan. Dat actiepuntje bewaren we voor de lente. Wanneer de dagen langer worden, het meer dan een week droog is en we de rij bak weer in kunnen. Toch vond ik dat we zo nu en dan iets meer moesten doen dan een rondje buiten wandelen of een stukje crossen over het ruiterpad. Mijn eigen conditie is inmiddels ook niet al te best meer, dus besloot ik het paard mee op sleeptouw te nemen tijdens een rondje hardlopen.

Hoewel  mijn paard aardig hard kan lopen is hardlopen toch niet echt zijn ding. Zeker als hij zich moet conformeren aan mijn snelheid. Tussen de 8 en de 10 kilometer per uur is voor mij een ideaal tempo. Maar voor hem betekend dat grote passen nemen of heel zachtjes draven. Niet iets waar hij vrolijk van wordt. Al helemaal niet als we langs al die groene grasstroken lopen waar hij van mij, zijn neus niet naar beneden mag steken om zo nu en dan een hap te nemen. Rennen is rennen en grazen is grazen, dat gaat nu eenmaal niet samen.

De lucht was prachtig blauw en de polder werd toegelachen door de zon. Prachtig, prachtig hield ik mijzelf voor terwijl ik stond te klappertanden van de kou. Een flinke warming up op en rond stal zorgde er voor dat de ergste kou verdreven werd. En het paard? Die stond al zuchtend naast mij. Hij wist wat er komen ging. Al na een paar honderd meter was het raak. Als of ie het er om deed. Standje slak ging aan en ik kon hem voortslepen. Met een uitgerekte hals sjokte hij achter mij aan. Als het halstertouw strak naar achteren stond kwam mijnheer aandraven en als zijn schouder mijn schouder raakte besloot hij weer te gaan wandelen. De ijzige kou maakte het er ook niet lekkerder op. Mijn hoofd en kaak deden pijn en mijn bovenbenen waren gevoelloos. Ik besloot vol te houden. Minstens vijf kilometer.

Eenmaal in de polder begon ik langzaam op temperatuur te komen. De pijn trok weg en het paard kreeg door dat hij niet van mij ging winnen. Uiteindelijk liepen we in gelijke tred. Ik kreeg er zelfs plezier in. Een eenzame fietser riep mij toe dat ik op zijn rug moest zitten in plaats van mee te rennen. Ik kon alleen maar lachen aangezien ik alle lucht nodig om te kunnen blijven ademen. Een auto liet ons passeren en de bestuurder zwaaide vriendelijk. Ik had het niet langer koud meer. Op de terugweg rook het paard zijn stal. Het tempo werd langzaam opgevoerd en voor ik het wist sleepte hij mij voort in plaats van andersom. Ik rende een flink stuk in zijn tempo mee tot ik echt geen adem meer over had. De laatste paar honderd meter werden in een pittig wandeltempo afgelegd.

Bij aankomst op stal vielen de eerste regendruppels. Eenmaal thuis kwam het met bakken uit de hemel. Dankzij het tempo van het paard waren we mooi op tijd weer binnen!

Ga je mee hardlopen? Alleen als ik mijn nieuwe oorwarmers op mag!!

Laat het winterseizoen maar komen. . .

Zodra ik de deur van mijn auto op een kiertje zet wordt hij door de wind verder open getrokken. Ik ben even bang dat hij bij de scharnieren afbreekt en met de wind mee uit het zicht verdwijnt. Maar gelukkig krijg ik hem te pakken en smijt de deur iets harder dicht dan de bedoeling is. Ik doe snel een tweede jas aan voor ik verder loop. Waarom moest ik 15 jaar geleden toch zo nodig een paard? Waarom niet gewoon een goudvis? Of een chinchilla van mij part? Mijn keus van toen heeft gevolgen voor nu. Want het weiland moet nog steeds nagelopen en gemest worden ook nu de herfst zijn intrede gedaan heeft. En hoe!! De wind beneemt mij de adem als ik door het eerste land naar achteren loop. Hoewel ik vaak buiten ben bedenk ik mij dat het lang geleden is dat ik in dit hondenweer buiten ben geweest.

Ik wordt vandaag niet vrolijk begroet. De paarden staan allemaal met hun achterwerk naar mij toe gekeerd met hun dek wapperend in de wind. Een gezellige boel. Eén van de paarden schrikt op van mijn plotselinge verschijning en zet het op een rennen. De anderen paarden, gealarmeerd door hun “graasmaat”, zetten het eveneens op een rennen al hebben ze geen flauw benul waarom. Tot ze zien dat ik het ben. Gehuld in twee jassen en een petje op mijn hoofd. Zo snel als het rennen begon, zo snel staan ze ook weer stil. De hoofden gaan weer naar het gras, hun achterwerk weer in de wind. Behalve mijn paardenbeest. Hij kijkt mij vanaf een paar meter argwanend aan en lijkt te zeggen: “Ik weet niet wat jij komt doen, maar ik heb nu even geen zin!!” Als ik zie dat het hem verder goed vergaat loop ik de andere paarden na en begin met mijn routinematige klus, het leegscheppen van het weiland. Leuk zo’n buitenhobby als de wind je oorschelp vult met ruis en je door en door nat bent van de regen!!

Na een kruiwagen te hebben geleegd kijk ik eens om mij heen. De polder ligt er desolaat bij. Geen auto, geen fietser, geen wandelaar. Ik ben alleen op dit stukje grond. Ik ben niet zo heel bang aangelegd maar ik ben blij dat het nog licht is. Waar tot voor kort de graanstengels, bloemen en bloesems nog wiegden op een zomers briesje worden nu de takken van de bomen gerukt en dode bladeren gaan in een wervelwind omhoog. Geregeld word ik uit mijn balans gebracht en heb ik het gevoel weg te kunnen vliegen als ik nu heel hard zou gaan rennen. De wind beukt tegen mijn oren als een golf tegen een golfbreker. Dit gedeelte van de polder, dat ik altijd zo vredig vind, krijgt door het weer een somber en grauw karakter.

Het paard ziet eindelijk in dat ik niet van plan ben om te gaan rijden of om hem van een poetsbeurt te voorzien. Dus komt hij langzaam naar mij toe. Ik voel aan zijn oren hoe koud hij het heeft. Dit lijkt, dankzij zijn regendeken, gelukkig mee te vallen. Hij wordt net als ik, allerminst blij van dit weer. Wat dat betreft lijken we erg op elkaar. Hij loopt het liefst met mij mee om te schuilen in zijn stal. Ik geef hem een gemoedelijk klopje op zijn hals en schuif hem een snoepje of twee toe. Iets waar hij zijn hoop al op gevestigd had.

Voor mijn gevoel loopt het weideseizoen op zijn eind. Hoewel de boer hoopt op beter weer zodat de paarden nog even buiten kunnen blijven, hoop ik op een nieuw stal- en winterseizoen. Waarin regelmaat en ritme terug te vinden is, de avonden gevuld kunnen worden met geklets op en rond stal omdat alle meiden weer ‘s avonds na school en werk komen. Avondjes waarbij we met zijn allen de paarden aan het poetsen zijn om warm te worden en we het weer vervloeken omdat onze tenen er afvriezen.

Ondanks mijn voorliefde voor de zomer kan ik nu wel zeggen: “Van mij mag het winterseizoen weer beginnen. Mijn paardenbeest en ik zijn er klaar voor!”

De mooi weer ruiter…

De “diehard” ruiter in mij stierf op het moment dat ik stopte met wedstrijd rijden. Ik had immers niets meer om voor te werken dus was het ook niet nodig om in weer en wind door de rijbaan te ploeteren. Een binnenbak heb ik nooit tot mijn beschikking gehad. Maar nu de wedstrijden achter ons liggen hoeft het “recht richten” “stelling” “nageeflijk rijden” en al dat soort fratsen niet meer. De fanatieke ruiter zal het niet met mij eens zijn. Je moet immers altijd aan bovengenoemde zaken werken om je paard lenig, soepel en dus gezond te houden. Maar ik had het daar helemaal mee gehad. Ik overigens niet alleen. Het paard ging ook met steeds minder plezier de rijbaan in. Zijn uitgestrekte stap werd halverwege het pad een verkort geïrriteerd pasje en een paar meter voor het hekwerk van de bak stond meneer meestal stil. Gevolgd door een diepe zucht van zijn kant uit. Mijn paardenbeest deed het alleen omdat ik het zo graag wilde. Of het nu om springen of om dressuur ging. Als dat geen ware liefde is?! Dus besloot ik dat het tijd werd om hem een periode van rust te gunnen. Stoppen met wedstrijden dus ook geen rondjes meer rijden in de bak. Het fanatieke rijden liet ik over aan zijn verzorgster die hem eerst twee en sinds een jaar drie keer in de week rijd. In de tussentijd ontwikkelde ik mijzelf tot een “mooi weer ruiter”.

Met regen en smerig of guur weer hielden wij het lekker bij tutten op stal of samen een rondje hardlopen. Iets waar ik meneer ook niet altijd een plezier mee deed, want waarom zou je op het gras rennen als je het ook kunt eten? En tutten is duidelijk voor meisjes en niet voor jongens. Het niet plichtmatig rijden had een nadeel. Zijn spieren namen in rap tempo af en in de zomer heeft meneer zo’n dikke buik dat het zadel niet goed meer blijft liggen. Hier vonden wij vorig jaar een oplossing voor. Het Sonja Bakker masker. Maar ieder nadeel heb zijn voordeel (Cruijffiaans gezegde) Want als ik hem nu roep terwijl hij in het achterste hoekje van het weiland zijn grasjes aan het grazen is kijkt hij niet alleen naar mij maar komt hij ook nog eens naar voren gelopen. Dat is wel eens andere koek geweest. Ik zal jullie de verhalen besparen van de uren dat ik achter hem aan gelopen heb met mijn bix emmertje in mijn linkerhand en zijn halster in mijn rechter hand. En meneer maar rondjes rennen door het weiland: “Spelletje spelen? Zie mij eerst maar eens te pakken” Hij weet nu dat er niet meer verplicht gereden wordt maar dat er meer tijd is voor leukere dingen.

Zoals ik al schreef ontwikkelde ik mij tot mooi-weer-ruiter wat inhoudt dat ik mij eigenlijk alleen met mooi weer in het zadel hijs om lekker een stukje te hobbelen. We staan midden in de polder en hebben sinds enige tijd ook wat ruiterpaden tot onze beschikking. Het is niet veel. Maar het is leuk genoeg dat ze rekening houden met het paardenvolk. En daar ben ik blij om, want ook dat is hier wel eens anders geweest. Nu kunnen we ongestoord over het pad crossen tot we er moe van zijn. En crossen is wat ik het liefste met hem doe. Dat eeuwige gestap doen we wel als we bejaard zijn. Het leuke van dit soort ritjes is dat we er alle twee van genieten. We zijn aan het werk maar op een speelse manier, we zien wat van de omgeving en zijn lekker samen buiten. Zodra hij zich als een wilde ongetemde Arabische hengst gedraagt weet ik dat hij het ook naar zijn zin heeft. (mijn pony komt overigens niet eens in de buurt van bovengenoemde omschrijving het is namelijk een New Forest ruin van 18 jaar oud die geen vlieg kwaad doet en liever lui is dan moe) Meestal is een uurtje rijden voor ons dan ook wel weer genoeg.

Voor aankomend weekend hebben ze weer heerlijk weer opgegeven. Ik kijk er nu al naar uit. Ik hoop mijn paardenbeest ook.

 

 

De Herinnering…

Ik sta in het weiland van mijn paard. Voor mij staat een kruiwagen en in mijn handen houd ik de poepscoop zoals het ding bij ons genoemd wordt. Een soort veger en blik maar dan van staal en kunststof en uiteraard wat groter in formaat. Het is mijn beurt om het weiland leeg te halen, de paarden te controleren op eventuele wondjes. Het hekwerk na te lopen en de waterbakken te vullen.

De paarden staan er loom bij en slaan met hun staart de vervelende vliegen weg. Ze kijken gestaag toe hoe ik mijn “ding” doe in hun weiland.

De eerste verse hoop schuif ik op de poepscoop om hem te deponeren in de kruiwagen. Vervolgens zweeft een penetrante lucht mijn neusgaten binnen. Het neuraal netwerk komt in actie en brengt mij vervolgens naar heel, heel lang geleden.

“Ik ben 3 jaar oud en heb de hand van mijn vader vast terwijl we het verblijf van de apen doorkruisen. Her en der blijven we staan om te kijken naar de capriolen van de dieren. Het stinkt hier verschrikkelijk en het is er warm. Vervolgens lopen we door naar de olifanten, waar de lucht al evenmin erg fris ruikt. De dieren staan buiten dus lang hoeven we hier niet te blijven. Als ik moe wordt tilt mijn vader mij op zijn nek. We wandelen een kronkelige pad af en komen voor het buitenverblijf van deze kolossale dieren uit. De weg brengt ons vervolgens bij de giraffen. Mijn moeder roept mijn naam. Als mijn blik die van haar gevonden heeft maakt ze snel een foto van ons. Een dagje Blijdorp, dat deden we heel vaak toen ik nog klein was.”

Als ik weer “wakker” wordt realiseer ik mij dat mijn paard voor mijn neus staat en mij aan staat te gapen waarom ik er zo dagdromerig bij sta.

Wat een hoopje paardenmest wel niet teweeg kan brengen.

 

Nog vijf minuutjes…

Ik wordt wakker gemaakt door geklaag. Ik draai mij om en zie dat vriendlief al uit bed is. Afgezien van het geklaag hoor ik niets. Dat betekend dat hij al richting werk vertrokken is. Het geklaag houdt even op om vervolgens weer te beginnen. Het is niet zomaar geklaag. Het is klagelijk miauwen wat ik hoor.

Noa staat onder aan de trap en miauwt alsof het huis in brand staat. Dat doet ze niet zomaar. Dat doet ze omdat ze honger heeft. En als Noa honger heeft.. Nou.. Dat is net zoiets als wanneer ik honger heb en nog minstens een uur moet wachten voor ik aan kan vallen. Dat wil je een ander niet aan doen. Het is zondagmorgen en net half 9 geweest. Ik gil naar beneden: “NOA” om haar der mond te laten snoeren. Laat mij nog even, al is het maar vijf minuutjes, liggen. Dan kom ik er aan en krijg je eten.

Mijn stem maakt dat ze nog meer gaat miauwen. Dan hoor ik vanuit de vogelkooi mijn stem weergalmen: “NOA”. De vogel imiteert de kat gevolgd door gemiauw. Voor ik kan denken: “oh nee!!” is het feest compleet. De kat miauwt, de vogel doet haar na, gevolgd door de kat die weer op de vogel reageert EN-ZO-VOORT… Het is een cirkel die alleen doorbroken kan worden als ik tussen beide kom en ze alle twee van gevulde voerbakken en vers drinken voorzie.

Dus gooi ik de dekens van mij af en drentel in slaapkleding naar beneden om de beestjes, en vooral mijzelf, van dit klaaglied te ontdoen.

Goedemorgen Nederland…

CoCo’s Spaarpot…

Na zeven jaar van vriendschap, dat bestond uit het kweken van vertrouwen en zorgen dat ik niet gebeten werd door hem, werd het tijd om CoCo wat anders aan te leren. De voorgeschiedenis is te lezen in een eerder geplaatst blog: Kleine groene draak.

Het allerkleinste atoom van een idee werd gevormd in het Palmito’s Park op Gran Canaria. Het Palmitos Park is een subtropisch paradijs met meer dan 100 palmbomen en 15.000 planten. (Aldus de folder, niet dat ik ze geteld heb) Er leven meer dan 150 diersoorten waaronder heel veel vogels, apen reptielen en sinds kort ook dolfijnen. Halverwege het park zijn verschillende vogelshows te bewonderen. Waaronder een show met papegaaien. Met een bigsmile van oor tot oor heb ik als een blij kind de show uitgezeten. De papegaaien deden verschillende kunstjes, waaronder geld in een spaarpot stoppen, zichzelf voorstellen, schilderen, fietsen, steppen, rekenen en tellen en zelfs rolschaatsen. Dit zou ik ook wel willen met mijn kleine groene draak. Hoewel rolschaatsen misschien iets te ver gezocht was. Ik was zo enthousiast dat ik niet kon wachten tot we thuis waren.

Gelukkig waren we een jaar er voor al begonnen met het leren opstappen op een ring of stok zodat hij vervoerd kon worden naar elders in het huis. Hij was dus bekend met een beloning met de stem (goedzo, braaf). Naast stem hulp wordt er nog meer van de “trainer”, ik in dit geval, verwacht. Consequentheid en snoepjes!! Liefde gaat nou eenmaal door de maag.

Zelfs vriendlief zag dit wel zitten en hoopte hierdoor ook een betere band met hem te kunnen krijgen. We waren nog geen dag thuis of daar zaten we dan, samen op de grond. CoCo moest op commando zijn pootje geven aan mijn vriend. Hij zou op zijn beurt weer een zonnebloempitje geven aan CoCo. De eerste keer ging super goed. Ik zei nog: “Daar doet ie een moord voor!” Ik zat aardig in de buurt met die opmerking. De tweede keer ging mis. Bij het woord: “Geef” hapte hij zo hard in mijn vriend zijn vinger dat deze tot bloedens aan toe open lag. Weg vertrouwen en weg motivatie. Het heeft enige maanden geduurd voor mijn vriend weer in de buurt durfde te komen van zijn snavel.

Ik wist dat de fout niet bij CoCo lag, maar dat wij zelf iets over het hoofd hadden gezien. Ik besloot het oude speeltafeltje van Ikea, waar de kleine boef inmiddels uitgegroeid was, aan CoCo te geven. Een apart hoekje in huis dat voor CoCo groot genoeg was maar waar hij niet afgeleid zou kunnen worden. Dit zou consequent zijn “werkplaats” gaan worden.

CoCo moest eerst leren luisteren en zijn eigenwijze buien bewaren voor in zijn kooi in plaats van daar buiten. Mijn bedoeling was om iedere dag tien minuten hiervoor uit te trekken. Ik had niet verwacht dat mijn groene draak zich ook maar iets van mij aan zou trekken als ik hem op het tafeltje zou zetten. Maar niets was minder waar. Ik had zijn onverdeelde aandacht.

Het was tijd voor stap twee. Ik introduceerde een spaarpot met losgeld. Het doel hiervan zou zijn dat CoCo zou leren het geld in de spaarpot te stoppen.

Volgens mijn vriend: “een tien jarenplan”. CoCo reageerde namelijk ietwat apathisch op het hele concept en bleef als aan de tafel genageld staan kijken hoe ik zelf het geld opraapte, het in de spaarpot stopte, vervolgens mijzelf met zonnebloempit of ander nootje en schouderklopje beloonde. Het tafereel moet er ook wel enigszins lachwekkend uit hebben gezien.

Al snel was hij over zijn angst heen en had hij in de gaten dat hij iets lekkers kon verdienen door iets te doen. Toen hij het principe:“muntje aanraken betekend iets lekkers” door had zijn we een stapje verder gegaan. We stopten het geld samen in de spaarpot. Ook hier ontving hij iets lekkers voor. Het duurde een week voor hij zelf het geld uit mijn hand pakte en dit in de spaarpot stopte. Hoe enthousiaster ik reageerde hoe sneller hij het door leek te hebben.

Via internet kwam ik er achter dat er educatief speelgoed voor papegaaien bestond. CoCo leerde zo snel dat ik geen moment geaarzeld heb. Ik kocht de vierkante spaarpot met verschillende gekleurde fiches. CoCo moet altijd eerst de “vogel uit de boom” kijken voor hij zich inlaat met nieuw “speelgoed”. Maar ook nu leek de beloning hem over de streep te trekken.

We zijn inmiddels zo ver dat ik de gekleurde muntjes op de tafel kan laten liggen en hem vraag de muntjes in de spaarpot te stoppen. Een beloning volgt nu pas als alle fiches van dezelfde kleur in de spaarpot verdwenen zijn.  

Mijn doel is CoCo de kleuren van de fiches te leren herkennen en deze op commando in de spaarpot te laten stoppen. Gelukkig worden papegaaien heel oud want hier gaat denk ik nog wel wat tijd in zitten….

 

 

Hopelijk heb ik binnekort foto’s van CoCo @ work…

 

 

 

Sonja Bakker…

Zondagmorgen 25-sept

De beat van Eminem dreunt nog na in mijn hoofd als ik uit mijn auto stap. Terwijl ik de boel afsluit wordt ik omhuld door een alles omvattende stilte. Ik blijf even staan en de natuurlijke geluiden dringen langzaam door in mijn hoofd. Ik hoor de wind die de blaadjes in de bomen doet ruisen. De vogeltjes kwetteren er rustig op los en in de verte hoor ik hoefgetrappel van een paard dat over de weg draaft. De zon verwarmt mijn gezicht. Een typische zomer zondagmorgen in de polder. Het zal niet lang meer duren of de wegen (voor zover) vullen zich met wandelende opa’s en oma’s, fietsende ouders en skatende kids. Hier wordt ik nou vrolijk van.

Ik ben op stal en ga op zoek naar mijn paard. Het gras in ons land is nagenoeg op. Maar de buurman heeft zijn weiland ter beschikking gesteld. Met dit mooie weer ben ik daar erg blij mee. Ik wandel met zijn halster naar het weiland en geniet nog even van het zonnetje, want voor je het weet is het voorbij. Ik wordt zelfs vriendelijk begroet door de paarden. Ze komen zowaar naar mij toe gelopen. Waarschijnlijk zijn ook zij vrolijk gestemd door dit weer.

Waar ik dan weer niet zo vrolijk van wordt is zijn bolle grasbuik. De afgelopen week heeft hij op een karig stuk land gestaan en dat deed hem goed. Mijn lieve poown heeft namelijk aanleg om dik te worden. Niet zomaar dik, nee tonnetje rond. Hij is helaas niet gezegend met maatje 36 zoals zijn buurvrouw. Het arme dier dijt al uit zodra hij aan gras ruikt. Aan het begin van de zomer heb ik besloten om hem voor zijn eigen gezondheid een graasmasker om te doen. Het is een normaal halster maar dan voorzien van een korf. Aan de onderkant van de korf zit een gat van een paar centimeter waardoor de opname van gras met 50% wordt gereduceerd. Hij moet er weliswaar meer moeite voor doen maar zo is het voor hem toch mogelijk om met zijn soortgenootjes buiten te lopen en niet (al) te dik te worden. Zoals ik al zei noem ik het een graasmasker, mijn stalgenoten noemen het een “muilkorf” en mijn buurvrouw noemt het zijn “Sonja Bakker masker”. Dat laatste klonk het meest vriendelijkst dus zo hebben we het ding genoemd.

Nu we op dit grote graasland staan, dat maar bevolkt wordt door vier paarden, ben ik van mening dat we er goed aan doen om hem weer te laten Sonja Bakkeren. Al is het maar voor een paar uur per dag. Terwijl het paardenbeest van niets bewust achter blijft in het weiland hobbel ik weer terug naar stal om de halsters te wisselen.

Een paar minuten later staat hij met zijn Sonja Bakker masker op in het weiland. Eén blik op mijn paard en ik voel mij opslag schuldig. Ik weet dat dit voor zijn eigen best wil is. Ik klop hem nog even gemoedelijk op zijn hals. Spreek wat lieve woordjes en draai mij daarna om. Hij heeft blijkbaar de stille hoop dat ik een grapje maak want hij loopt met mij mee terug naar het hek.  Maar als ik over het hek klim weet hij dat het menens is. Hij kijkt mij in en in triest aan. Ik moet nu sterk in mijn schoenen staan, ik doe dit voor zijn eigen best wil. Hij moet op rantsoen. Gelaten loopt hij bij mij vandaan. Halverwege het weiland blijft hij staan en werpt mij vanaf zijn plek nog één maal een blik over zijn schouder toe. Zijn ogen en oren spreken boekdelen. Hoewel hij niet kan praten weet ik dat hij nu denkt: “Heb je nu je zin?” Hij weigert om zijn neus in het gras te steken en blijft als een wassenbeeld op zijn plaats staan. Hij probeert mij op zijn manier duidelijk te maken dat het masker er voor niets op zit. Ik heb mijn tijd aan hem verspild.

Bijna heeft hij mij zover dat ik naar hem toe wil rennen om het masker er af te halen, sorry te zeggen en hem zijn gang te laten gaan met het uitvoeren van zijn grootste hobby: ETEN. Maar ik ben mij er van bewust dat mijn paard is afgestudeerd aan de HTS. (de hoge toneel school) Ik laat hem staan met zijn masker op zijn snufferd en zijn neus in de lucht en wandel over de dijk terug naar stal. Vanaf de dijk kijk ik nog één keer naar het weiland. Zijn trots heeft hij binnen vijf minuten opzij geschoven. Want hij staat alweer bij zijn vriendjes met zijn neus tussen het gras. Gelukkig maar.

Voor ik in mijn auto stap om terug naar huis te rijden vervloek ik mijzelf dat ik niet met de fiets gekomen ben zodat ik nog wat langer van dit heerlijke weer kan genieten. Om tijd te rekken drentel ik wat heen en weer op stal en houd mijzelf bezig met het opruimen van de “keet” waar al onze spullen liggen. Na enige tijd moet ik toch echt naar huis en moet de rust weer plaats maken voor de hecktiek van de stad. Ik besluit om na het avond eten terug naar stal te rijden om mijn paardenbeest te ontdoen van “Sonja Bakker.” Hij lijkt het masker niet eens meer op te merken en komt mij al grazend tegemoet gelopen. Van zijn eerdere boosheid is ook niets meer te merken. Ach, liefde gaat nou maal door de maag…

 

  

Mijn kleine groene draak…

Draken spugen vuur. Maar mijn kleine draak heb ik dit nog nooit zien doen. Ik mag hopen dat hij zich daar niet in gaat ontwikkelen want dan is het einde zoek. Mijn draak is groen van kleur en luistert naar de naam CoCo. CoCo is een Amazone papegaai van het type Geelvoorhoofd en alweer tien jaar bij mij. Ik heb CoCo leren kennen in de dierenzaak bij ons op de hoek. Ik dacht altijd dat hij bij de dierenzaak hoorde tot ik in gesprek raakte met één van de medewerkers die mij vertelde dat hij te koop was. Ik bedacht mij geen moment en een week later stond hij bij mij in de woonkamer.  

CoCo en ik hebben door de jaren heen een band ontwikkeld die volgens mijn vriend “opmerkelijk” genoemd mag worden. Het heeft namelijk enige jaren geduurd voor er wederzijds vertrouwen was gekweekt wat er voor zorgde dat CoCo niet bij iedere beweging van mijn hand in mijn vinger hing. Ik heb moeten leren dat CoCo niet altijd zijn snavel gebruikte om (heel hard) te bijten. Vertrouwen moet nou eenmaal groeien en als je een aantal keer tot bloedens aan toe in je vinger of hand gebeten bent terwijl je er van uit gaat dat je echt heus waar niets fout gedaan hebt wil je de moed wel eens laten zakken. Maar ik hield stug vol. Door middel van internet kwam ik er achter hoe ik zijn vertrouwen kon winnen. Ik ben de verschillende tips toe gaan passen. Ik heb mij geabonneerd op verschillende vogelfora en heb geleerd om door de ogen van een papegaai te kijken en te handelen. Ik ben nog wel verschillende malen flink hard in mijn vingers gebeten maar vanaf dat moment wist ik wat ik fout deed. Een typisch geval van eigen schuld dikke bult.

CoCo en ik zijn reeds grote vrienden (figuurlijk gezien) en ik ben blij dat ik een aantal jaren geleden niet mijn handen terug heb getrokken maar ze daar heb gehouden, onbeschermd en wel, waardoor het vertrouwen van beide kanten is toegenomen. Hij heeft een geheel eigen mening en is niet van plan deze onder stoelen of banken te schuiven. Vandaar zijn bijnaam: draak. Volgens onderzoekers hebben papegaaien (en andere kromsnavels) een hoog IQ vergeleken met andere vogels. Het vermogen om te denken, linken te leggen en daarnaar te handelen zou gelijk staan aan het doen en laten van een kind van drie jaar oud. Hier valt natuurlijk over te twisten maar ik kan inmiddels uit eigen ervaring putten en jullie meedelen dat het IQ van onze groene draak wel degelijk hoger is dan het IQ van onze huismus.

CoCo beschikt over een grote woordenschat die hij in de loop van de tijd eigen heeft gemaakt. Hij leert erg snel en voor je het weet heeft hij zichzelf iets aangeleerd waarvan je liever niet had gewild dat hij dat zou doen. Het kost hem geen moeite om een piepende deur of het openen van een ritssluiting na te doen. Ook het huilen van een kind (en dan niet eens die van ons) is voor hem geen probleem. Auto alarmen na doen daar draait hij zijn vleugel niet voor om evenals het mee bleren op muziek van popstarts, Idols of welke andere vorm van muzikaal vermaak dan ook. Hij zingt graag met iedereen mee…

Het leek mij leuk om CoCo de naam van de kleine aan te leren. Maar hoe ik ook probeerde hij vertikte het. Na vier jaar zei hij het eindelijk op commando. Niet bij mij, maar bij vriendlief. Die twee konden elkaar toen der tijd niet luchten of zien. (Nu gaat het al een stukje beter hoewel er voor alle twee nog veel te leren valt, maar ze zijn gewoon te koppig om toe te geven). Hoeveel moeite ik ook deed, hoeveel zonnebloempitjes ik ook voor zijn snavel hield, hoe zielig ik ook keek. Hij zweeg in alle talen.

Zo heeft CoCo nog meer drakengrappen. Hij is echt de clown in huis en daar vertel ik dan ook graag over. Als mensen op visite komen willen ze dit wel eens zien en ik hoop dan ook dat CoCo mee werkt. Maar nee, ook dan zal hij niet altijd zeggen of doen wat ik graag wil laten horen of zien en vervolgens ga ik af als een gieter.

Tot dat:

– CoCo iets moet doen wat hij liever niet wil doen zoals badderen of mee naar buiten;
– er een pot appelmoes op de tafel staat en ik bepaal of hij iets krijgt;
– ik een banaan aan het eten ben;
– ik sla met mais en pijnboompitjes aan het klaar maken ben.

– ik aan het telefoneren ben en eigenlijk niet afgeleid kan worden;
– er een zak chips open gaat.

Al met al gilt hij bijna de woordjes naar je hoofd, hinkt op één poot een rondje door de kamer of zwaait met zijn vleugels alsof hij Sinterklaas uit zwaait en dat alleen maar als hij denkt dat er iets te halen valt of als hij iets niet hoeft te doen. Hij weet heel goed waar hij mijn ego mee moet strelen om zijn zin te krijgen… Niet dat hij die zomaar krijgt, maar slim is het zeker wel  

CoCo heeft op zijn eigen manier zijn plekje in ons huis (en in mijn hart) veroverd. Ik hoop dat mijn vriend en hij ooit nog eens goede maatjes worden. Hoewel ik betwijfel of dat in dit leven gaat gebeuren.

Voor de lezers die nu toch wel nieuwsgierig geworden zijn volgt hieronder een kleine greep uit CoCo zijn woordenschat:

CoCo /Hé CooC / Hallo…. (en dan wel in verschillende toonhoogtes) /Dag Doei & tot straks /Slaap lekker / Weltrusten / Goedemorgen / CoCo lekker geslapen?/ CoCo lekker slapie daan? / Ja? / Jaaaaaaa! / Waar is Noa? Noooooooaaaaaa……. (de kat) / Wat zegt Noa?? Miauw / Tok tok tok (een kip) / Zooooooo CoCo schoooooooon / Echt waar? / Echt waar! / Papa… / CoCo is lekker buiten / Kom is? Kom maar / Lekker koppiekrauw?/ Zachtjes / Ja, je moet wel zachtjes doen / Paster op hoor…. JAAAA, pas op hoor!! / Oeh.. das lekker! / Lekker hé?! / Ik hoor je wel gillen hoor / Krijgt Deborah kusje van jou? / Mmmmmwa (kus geluidje) / Krijgt CoCo een pootje van jou? / Dank je wel / Dank je daan (een samenvoeging van dank je wel en graag gedaan) / Wat is dat nou pien? / mmmmmmm / Krijgt CoCo een druifje? / Wat zeg je dan?? / CoCo lekker werken / Wat heeft CoCo gedaan vandaag? / hahahahaha /Oh ooooooo / Rood / Blauw.