Hier word ik vrolijk van…

Nu het al een aantal dagen vies, smerig en nat weer is buiten krijg ik steeds meer zin om de gordijnen dicht te doen, mijn bedje in te kruipen en te beginnen aan mijn winterslaap. Mijn gemoedstoestand staat namelijk in directe verbinding met de barometer. Maar helaas. De winterslaap moet wachten tot de zomervakantie. Het smerige weer trotseer ik dagelijks met opgeheven hoofd (de eerste tien minuten als ik in de auto zit, op weg naar poownie…) om daarna diep weg te kruipen in mijn vijf lagen kleding! Door je te omringen met dingen die je leuk vind en dingen die je vrolijk maken ga je je vanzelf ook vrolijk voelen. Tenminste, zo werkt dat bij mij. Dus hieronder volgt een soort van happy list. Dingen en gebeurtenissen die mijn humeur een stukje opschroeven:

~     Een mooie blauwe lucht. Het maakt mij niet uit of ik moet werken of vrij ben. Als de lucht  blauw is en het zonnetje zich laat zien dan oogt alles altijd vriendelijker;

~     De lente die er aan gaat komen. Hij lijkt nog ver weg met al dat smerige weer. Maar het bewijs is geleverd nu het in de morgen weer vroeger licht is en het langer duurt voor de lampen in de straat weer aangaan;

~     Poownie die, dankzij het uitblijven van de winter, zijn wintervacht beetje voor beetje aan het verliezen is. Nu hebben we weer een reden om flink te poetsen. Verbazend om te zien dat hij onder die smerige vacht echt nog wit is. Het liefst rij ik hem door de wasstraat maar dat heeft met zoveel regen toch geen nut;

~     Het gesprek dat ik met een grote uitvaartbegeleider (bij ons in de regio) gehad heb met betrekking tot de uitvaartfotografie. We hebben gepraat over onze passie. Hij over zijn werk als ondernemer in de uitvaart en ik als fotograaf. Er zijn mooie ideeën besproken. Nu kijken of, en hoe, we hier invulling aan kunnen gaan geven… Dit verhaal krijgt dus nog een “wordt vervolgd…”

~     Voor het eerst in zeven jaar tijd krijgt Foto Hamar (sportfotografie) haar eigen logo. Zodra het af is gaat ook de website een complete metamorfose ondergaan. Toegankelijker, professioneler en meer van deze tijd;

~     De naderende wintersportvakantie met familie en vrienden. We zijn net terug maar gaan graag nog een keer, wat vervelend nu!!

~     Het weekendje weg naar Brugge met vriendlief dat reeds gepland is, evenals onze zomervakantie;

~     Na een half jaar wikken en wegen heb ik eindelijk een keuze gemaakt en mij opgegeven voor een cursus bij Mieke Zomer op de Zomerhof;

~     Hoewel ik mijzelf streng had toegesproken om direct in het nieuwe jaar weer te gaan hardlopen heb ik dat even een maandje opgeschoven. In het blad “Runners world” las ik namelijk dat de meeste blessures in de maand januari ontstaan. Dat wilde ik graag voorkomen (of had ik gewoon geen zin en tijd??). We zijn inmiddels voorzichtig aan begonnen en de eerste kilometers staan weer geregistreerd;

~     De tijd en de rust vinden om lekker te lezen en helemaal op te gaan in het verhaal. Heerlijk om zo boeken te verslinden;

~     De eerste sporttoernooien van dit jaar staan al gepland. Foto Hamar is te vinden op het Jaap vd Wiel toernooi in Dordrecht en twee hockeytoernooien bij GHC Rapid in Gorinchem. Daar gaan hopelijk nog wat toernooien aan toegevoegd worden;

Alleen al het teruglezen van bovenstaande maakt mij vrolijk. Ik krijg zin om nieuwe dingen op te pakken. Mijn kilometertjes te lopen. Vakantieverslagen door te nemen en fotoalbums in elkaar te zetten.

Wat voor effect heeft het vieze weer op jouw humeur?
En wat doe jij om vrolijk te worden?

Herfst, rust en gekkigheid…

Storm, regen en kou. Dit was het weerbeeld van de afgelopen paar weken. De komende weken zal dit waarschijnlijk wel zo blijven. De herfst is nog lang niet klaar met het laten zien wat hij in petto heeft. Hoewel hij nog maar kortgeleden zijn intrede heeft gemaakt, staat ook de winter alweer om de hoek te gluren. Om zich er af en toe even tegen aan te bemoeien. Dat het heus nog wel iets heftiger, wateriger of kouder kan. Ik weet niet hoe het met jullie zit maar ik heb al een keer ijs mogen krabben van de voorruit van mijn auto. Ook mijn thermokleding is reeds van zolder gehaald.

Wij laten ons niet zo makkelijk uit het veld slaan en gaan, dik gekleed, toch naar buiten. Als ik de weekenden met het paard op pad ben en ik langs de bomen en over het grasland van de polder rijd dwaalt mijn blik steevast af naar alle mooie rode en bruine herfstkleuren. Na iedere rit nam ik mij voor om terug te komen met mijn fototoestel. Maar zoals bij zoveel dingen kwam dit er nooit van. Te koud, te nat of te donker om daarna nog foto’s te maken.

Ik liet de herfst voor wat het was. Volgend jaar probeer ik het nog een keer. Thuis, met de verwarming op standje subtropisch is het toch een stuk aangenamer. Een warme bak thee en een koektrommel met koekjes binnen handbereik. En natuurlijk, als de rust zijn hoogtepunt heeft bereikt, zijn daar mijn kleine krijger en groene draak die een eind maken aan de serene rust in huis. Het maakt deze twee niet uit welk jaargetijde het is, zolang ze elkaar maar kunnen irriteren. En ik bedoel dit in de ruimste zin van het woord. Ik roep naar links en ik roep naar rechts. Het maakt ze niet uit. Ze joelen naar elkaar, zoeken elkaar iedere keer weer op. Als ik de één streng toespreek begint de ander hard te lachen en omgekeerd. Zo ook de laatste keer… Hoewel ik mij afvraag wie ze nu aan het uitlachen waren, mij of elkaar?!

Foto van de maand: november…

Groene draak & Kleine krijger

Op weg…

Het is smerig weer. En met smerig weer bedoel ik niet zomaar een donkere wolk of een regenbui. Ik bedoel winterse kou, donkere luchten, windstoten en liters regenwater die zich over ons uitstorten zodra het maar kan. Het is totaal geen weer om je buiten te begeven. Maar na dagen binnen zitten en niets doen moet je er gewoon even uit.

Daar lopen we dan. Zwijgend naast elkaar, hoofden gebogen in de hoop geen regen in ons gezicht en oren te krijgen. De koude wind snijdt in mijn gezicht en vult mijn oren met het gevoel alsof ik gestoken wordt door duizenden naaldjes. We zijn alle twee stik chagrijnig. Naast het gieren van de wind zijn alleen onze passen hoorbaar op de verharde weg. Het is leeg in de polder. Er is geen mens of dier te zien. Behalve wij …

Ik waag een blik opzij en zie twee vernietigende ogen mijn kant op priemen. Jij ook altijd met je stomme ideeën over wandelen in de polder!? Voel aan je hoofd, niemand waagt zich nu buiten. Die ene dag stil staan kan er heus nog wel bij! Moet hij gedacht hebben. Maar hij deed wijselijk wat ik van hem vroeg en stampvoetend liep hij naast mij mee. Tja, het leven van een paard gaat nou eenmaal niet over rozen als zijn baas een zomermens is.

We stappen stevig door, onderwijl mijn capuchon over mijn oren trekkend, om het gevoel in mijn oren nog enigszins te behouden. Mijn rondje van vijf/zes kilometer werd bij een kilometer of drie al verstoord. Meneer had er duidelijk geen zin meer in. Eerst staakte hij bij een passerende auto, toen bij een windvlaag die het riet harder dan anders deed ritselen om er vervolgens helemaal maar mee te stoppen. Hij keek mij zonder een spoor van meelij aan. Ik kon kiezen: “Of alleen verder of samen terug!”

Daar lopen we dan. Zwijgend naast elkaar, hoofden gebogen in de hoop geen regen in ons gezicht en oren te krijgen. Het is leeg in de polder. Er is geen mens of dier te zien. Behalve wij, op weg naar huis…

Parabenen, Lumigen en Hydra IQ. . .

Het is niet bepaald zomers weer en ik kom net terug van stal. Ik zit onder het zand, ben doorgeregend en koud tot op het bot. Zodra het mij gelukt is om mij van mijn kleding te ontdoen, want dat is heus niet makkelijk met een drijfnatte, strakke rijbroek die vast geplakt zit aan je benen, stap ik onder de douche. Ik hoop hier enigszins van mijn onderkoelingsverschijnselen af te komen. Na tien minuten houdt het klappertanden op en begin ik mij weer wat aangenamer te voelen. Op het moment dat ik naar de shampoofles grijp gaat het fout. Deze is namelijk leeg. Alsof het helpt schud ik hem nog een paar keer heen en weer zoals ik van de week ook al een keer had gedaan. Maar op is op. Ik had mij voorgenomen direct een nieuwe fles neer te zetten. Iets wat ik dus verzuimd heb te doen.

Ik wil al uitwijken naar de shampoo van vriendlief als mijn oog valt op een proefmonstertje. Ik weet niet wie van jullie wel eens heeft geprobeerd om tijdens het douchen een proefmonster open te maken? Mij is dat tot op heden, zonder grof geweld, niet gelukt. Ik weigerde de douchecabine uit te komen om een schaar uit de la te pakken. De verpakking was inmiddels helemaal nat, er was geen inkeping te vinden om hem open te scheuren en het geklungel aan de hoekjes begon mij zo dusdanig te irriteren dat ik besloot mijn gebit uit te testen. Ik snap nu ook waar de naam “proefmonster” vandaan komt!!

Ik klemde het ellendige monster tussen mijn kaken in de hoop dat ik niet direct een hap shampoo binnen zou krijgen. Mijn gebit bleek sterker dan de verpakking, de inhoudt bleef ondanks gepast geweld zitten waar hij zat en ik kon dan eindelijk mijn haar wassen. Terwijl de geurige shampoo mijn neusgaten binnendrong  bekeek ik de verpakking. Toch altijd handig om te weten dat ik mijn haar was met een shampoo die niet voorzien is van Parabenen, PH neutraal is, vol zit met Lumigen en voorzien is van ontwikkelemulsie. Je wilt natuurlijk wel goed uit de verf komen zonder je kapsel uit te drogen.

Na het douchen smeerde ik mijn gezicht in met een dagcrème voorzien van hydra IQ. Ik ben blij dat ik zelf enige vorm van IQ bezit. Maar vanaf nu geen nood. Als ik het zelf even niet meer weet, dan weet mijn dagcrème het wel.

Om de volgende dag niet weer zonder shampoo te zitten pakte ik direct een nieuwe fles uit de voorraadkast. Het geklungel met een proefmonster hoef ik namelijk niet dagelijks mee te maken. Terwijl ik voor de kast stond besloot ik even te kijken of de Neutra Pearls niet over de datum waren en trok ik ook voor het gemak maar een paar Immunofortis progress verpakkingen mee. Want met de R in de maand weet je het nooit, voor je het weet heb je wat te pakken. Ik bedacht mij dat ze dan wel voorzien moesten zijn van lactobacillus (?)Shirota. Anders werkt het natuurlijk weer niet!

Na een half uur zat ik schoon en wel op de bank. Mijn haar was zandvrij, rook aangenaam (chemisch) lekker en ik was weer opgewarmd, daar ging het mij uiteindelijk om.

*met een knipoog naar de reclame.

Door weer & wind. . .

De wekker gaat om 06.30 uur af, op een zaterdag, na een week werken. De regen komt met bakken uit de hemel zetten. Het is de afgelopen nacht niet één minuut droog geweest. Ukkepuk hoor ik al van de trap af denderen en gilt ons in het voorbijgaan een goedemorgen toe. Hoe kan het toch dat dat joch geen moeite heeft met opstaan?

Als ik beneden kom heeft Uk zijn voetbalkleding al aan. Terwijl ik het ontbijt sta klaar te maken vraag ik aan vriendlief of hij er zeker van is dat de wedstrijd door gaat, op dit onchristelijke tijdstip met dit niet Deborah vriendelijke weer. Hij begint te lachen en zegt: “Lang leve de kunstgrasvelden!” Ik besluit wijselijk mijn mond te houden, eet mijn ontbijt en maak mij klaar voor een regenachtige ochtend langs het voetbalveld.

Uk daarentegen is niet meer te houden. Dit is de laatste wedstrijd voor de beker. Met de wedstrijden die reeds gespeeld zijn staan er drie clubs op de eerste plaats. Waaronder die van hem. Het is er op, of er onder vandaag!! Dat maakt het de moeite waard om je zeiknat te laten regenen en vervolgens een verkoudheid op te lopen. Mijn fototoestel had nergens last van. Met zijn eigen regenjas aan heb ik foto’s gemaakt van de wedstrijd. En wat voor wedstrijd. Ik vergat soms dat ik in het hol van de leeuw (de tegenstander) zat en zodra er een doelpunt gemaakt werd schreeuwde ik uit volle borst mee. De tegenstanders daarentegen deden het zelfde op hun beurt om mij vervolgens grijnzend aan te kijken…

De spelers scoorden het ene na het andere doelpunt terwijl ik het ene na het andere plaatje schoot. De kou deerde mij op dat moment niet. Hoewel mijn vingers na afloop gevoelloos waren en mijn bovenbenen tot aan mijn tenen drijfnat waren heb ik daar tijdens de wedstrijd niets van gevoeld. De spanning was om te snijden, zowel op als naast het veld.

De uiteindelijke score was 6-6. Dat betekende, op dat moment, een eerste plaats voor ons team! Het team dat eveneens kans maakte op een eerste plaats moest ook spelen. Direct na de wedstrijd werd er druk over en weer gebeld om te vragen wat het andere team gedaan had. Helaas waren de wedstrijden door het slechte weer en het ontbreken van kunstgrasvelden afgezegd. Over een aantal dagen weten we pas of we (de spelers uiteraard) de beker gewonnen hebben of een mooie tweede plaats hebben behaald.

Zie voor meer (voorbeeld)foto’s de facebookpagina of de website: Foto Hamar

Laat het winterseizoen maar komen. . .

Zodra ik de deur van mijn auto op een kiertje zet wordt hij door de wind verder open getrokken. Ik ben even bang dat hij bij de scharnieren afbreekt en met de wind mee uit het zicht verdwijnt. Maar gelukkig krijg ik hem te pakken en smijt de deur iets harder dicht dan de bedoeling is. Ik doe snel een tweede jas aan voor ik verder loop. Waarom moest ik 15 jaar geleden toch zo nodig een paard? Waarom niet gewoon een goudvis? Of een chinchilla van mij part? Mijn keus van toen heeft gevolgen voor nu. Want het weiland moet nog steeds nagelopen en gemest worden ook nu de herfst zijn intrede gedaan heeft. En hoe!! De wind beneemt mij de adem als ik door het eerste land naar achteren loop. Hoewel ik vaak buiten ben bedenk ik mij dat het lang geleden is dat ik in dit hondenweer buiten ben geweest.

Ik wordt vandaag niet vrolijk begroet. De paarden staan allemaal met hun achterwerk naar mij toe gekeerd met hun dek wapperend in de wind. Een gezellige boel. Eén van de paarden schrikt op van mijn plotselinge verschijning en zet het op een rennen. De anderen paarden, gealarmeerd door hun “graasmaat”, zetten het eveneens op een rennen al hebben ze geen flauw benul waarom. Tot ze zien dat ik het ben. Gehuld in twee jassen en een petje op mijn hoofd. Zo snel als het rennen begon, zo snel staan ze ook weer stil. De hoofden gaan weer naar het gras, hun achterwerk weer in de wind. Behalve mijn paardenbeest. Hij kijkt mij vanaf een paar meter argwanend aan en lijkt te zeggen: “Ik weet niet wat jij komt doen, maar ik heb nu even geen zin!!” Als ik zie dat het hem verder goed vergaat loop ik de andere paarden na en begin met mijn routinematige klus, het leegscheppen van het weiland. Leuk zo’n buitenhobby als de wind je oorschelp vult met ruis en je door en door nat bent van de regen!!

Na een kruiwagen te hebben geleegd kijk ik eens om mij heen. De polder ligt er desolaat bij. Geen auto, geen fietser, geen wandelaar. Ik ben alleen op dit stukje grond. Ik ben niet zo heel bang aangelegd maar ik ben blij dat het nog licht is. Waar tot voor kort de graanstengels, bloemen en bloesems nog wiegden op een zomers briesje worden nu de takken van de bomen gerukt en dode bladeren gaan in een wervelwind omhoog. Geregeld word ik uit mijn balans gebracht en heb ik het gevoel weg te kunnen vliegen als ik nu heel hard zou gaan rennen. De wind beukt tegen mijn oren als een golf tegen een golfbreker. Dit gedeelte van de polder, dat ik altijd zo vredig vind, krijgt door het weer een somber en grauw karakter.

Het paard ziet eindelijk in dat ik niet van plan ben om te gaan rijden of om hem van een poetsbeurt te voorzien. Dus komt hij langzaam naar mij toe. Ik voel aan zijn oren hoe koud hij het heeft. Dit lijkt, dankzij zijn regendeken, gelukkig mee te vallen. Hij wordt net als ik, allerminst blij van dit weer. Wat dat betreft lijken we erg op elkaar. Hij loopt het liefst met mij mee om te schuilen in zijn stal. Ik geef hem een gemoedelijk klopje op zijn hals en schuif hem een snoepje of twee toe. Iets waar hij zijn hoop al op gevestigd had.

Voor mijn gevoel loopt het weideseizoen op zijn eind. Hoewel de boer hoopt op beter weer zodat de paarden nog even buiten kunnen blijven, hoop ik op een nieuw stal- en winterseizoen. Waarin regelmaat en ritme terug te vinden is, de avonden gevuld kunnen worden met geklets op en rond stal omdat alle meiden weer ‘s avonds na school en werk komen. Avondjes waarbij we met zijn allen de paarden aan het poetsen zijn om warm te worden en we het weer vervloeken omdat onze tenen er afvriezen.

Ondanks mijn voorliefde voor de zomer kan ik nu wel zeggen: “Van mij mag het winterseizoen weer beginnen. Mijn paardenbeest en ik zijn er klaar voor!”

Zien lopen, doet lopen (2) … I’m not afraid

Na een aantal maal in de bloedverziekende hitte en zonovergoten avonduren te hebben hardgelopen (zie deel 1) moest ik het natuurlijk niet direct weer opgeven. Hoewel het beeld af en toe vertroebeld is hebben we nog wel steeds het doel voor ogen. Omdat ik de voorgaande keren mijn tempo rustig heb gehouden en mijn rust heb gepakt onderweg had ik geen last van spierpijn. Hooguit het vermoeide gevoel in de benen. Dus besloot ik zondag avond, als de hitte van die dag weer wat was afgenomen, mij van mijn sportieve kant te laten zien.

De zondag was een druk geplande dag waar niet alleen het huishouden in verwerkt zat maar ook een buitenrit met het paard en een uurtje of wat knutselen aan een foto album dat onder andere als portfolio moet dienen voor de uitvaartfotografie. Maar toen de zon eenmaal door het wolkendek tevoorschijn kwam, verdwenen mijn plannen als sneeuw voor de zon. De lounge set met zijn kussens had zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij dat ik mij met heel mijn hebben en houwen (lees: boek, telefoon en notitieboekje & pen) daar settelde om er vervolgens een hele middag in mijn uppie op door te brengen. Daar ging mijn strakke planning. Voor ik het wist was het alweer etenstijd. Mijn plan om te gaan rennen had ik nog steeds en die zou niemand van mij afpakken. Hoewel de zon alle energie uit mijn lichaam had laten vloeien was ik klaar voor een rondje van vijf kilometer.

Natuurlijk had ik weer veel te veel tijd in het omkleden gestoken (welke sokken zal ik aan doen? Zal ik een lange of een korte broek aantrekken…) dat ik niet in de gaten had dat het inmiddels met bakken uit de hemel kwam. Daar stond ik dan in mijn met zorg uitgezochte outfit en mijn iPodoortjes in mijn oren voor het raam naar buiten te turen in de hoop dat het minder zou gaan regenen. Toen dit ook daadwerkelijk gebeurde bedacht ik mij geen moment. Zette mijn petje op mijn hoofd en liep zonder om te kijken de voordeur uit. Op weg naar een droge mond, bezweet lichaam en vermoeide spieren.

Onderweg deed ik snel een schietgebedje of de regen een half uurtje uitgesteld kon worden. Daarna mochten ze de kraan weer open draaien. Ik was niet de enige die gebruik maakte van dit moment. Her en der zag ik andere hardlopers uit huizen en straatjes komen. We begroeten elkaar als oude bekenden om ieder ons eigen weg weer te vervolgen.

Wonderbaarlijk hoe snel je conditie terug is op een bepaald niveau. Ik ben er natuurlijk nog lang niet. Maar na een aantal keer in de hitte gelopen te hebben voelde ik mij nu, met de vochtige lucht en lagere temperaturen vederlicht. Om te kijken of ik mijzelf al iets verbeterd had besloot ik het zelfde rondje te lopen als de keren daarvoor aangezien ik nog steeds zonder GPS aan de wandel was. 

Ik was heerlijk op weg toen de sluizen in de hemel open gingen. Blijkbaar had ik moeten vragen om 45 minuten in plaats van een half uur speling. Ik was blij met mijn petje die de regen uit mijn gezicht hield. Maar helaas was de god van de donder ook aanwezig. Uitgerekend toen ik onder een lange rij bomen door liep begon het de onweren. Terwijl Eminem in mijn oren tetterde:  “I’m not afraid …” dacht ik: “ik ook niet”. Maar ik besloot het er toch niet op te wagen. Ik had in tijden niet zo hard gerend en onderweg voelde ik een aantal spieren lichtelijk protesteren. Ze hielden het vol tot aan het begin van het park. De regen nam toe maar het donderen en flitsen nam af. Nat was ik toch al dus nam ik de route om het park heen. Om de spieren niet al te veel te belasten hield ik mijn tempo tot aan huis uiterst laag.

Deze vijf kilometer had ik mooi in de pocket. Hoewel ik een echt zomermens ben vind ik dit toch beter loop weer. Nu de vijf kilometer goed gaat wordt het tijd om de afstand langzaam op te voeren. De tien moet toch ook haalbaar zijn?

 

 

Singing in the rain…

Het enige geluid dat ik hoor is het tikken van de regen op de dakpannen van het huis. Het gekletter in de reeds ontstane plassen en het uitelkaar vallen van de druppels op de takken en bladeren van de bomen. Het neervallende water produceert aardig wat geluid. Maar verder is het stil. Stil in huis, stil op straat. Geen enkel mens waagt zich met dit hondenweer buiten.

De boodschappen zijn al binnen, het paard wordt vandaag gedaan en het werk is morgen pas weer aan de beurt. Ik drentel wat door het huis tot ik mij realiseer dat de plantjes boven op de slaapkamer nog water moeten hebben. Het is overigens een godswonder dat deze twee het nog niet begeven hebben onder mijn bezielende leiding. Ik ben namelijk niet zo heel goed met “flora”. Het meeste laat ik verdrogen, of verzuipen. Er is nooit een tussenweg. Het had nu ook niet een dag langer moeten duren aangezien de aarde al aardig verdroogd was en de takjes treurig omlaag wijzen.

Terwijl ik met mijn gietertje naar het raamkozijn loop hoor ik een kabaal en gegil uit de brandpoort komen. In opperste staat van paraatheid tuur ik naar buiten, klaar om in te grijpen, of om hard weg te kunnen rennen mits dit nodig mocht zijn. Ik zie een aantal buurtkinderen van de overkant door de brandpoort rennen. Twee zijn er lopend en de derde is op zijn fiets. Ze rennen achter elkaar aan, stampend door de plassen. Het water heeft zich daar inmiddels al tot enkelhoogte verzameld. De kinderen zijn alleen hierdoor al tot aan hun middel nat. Alsof dit niet genoeg is schoppen ze het water naar elkaar op.

Vol verwondering aanschouw ik het tafereel beneden mij, met nog steeds mijn gietertje in mijn handen. Ze rennen en springen nog een keer achter elkaar aan. De derde scheurt met zijn fiets door de plassen en laat het water flink opspatten. Het deert hen niet dat het water ook nog eens met bakken uit de hemel komt. Hun gezichtjes glimmen en hun haren druipen van het water. In mijn hoofd hoor ik mijn moeder zingen: “I’m singing in the rain”.

Ik moet mij inhouden om niet naar beneden te rennen, de tuin door en zo de brandpoort in om met deze zeven tot acht jarige donderstralen mee te rennen en springen. Ik wil ook tot aan mijn sokken doorweekt raken. Ik wil ook het water van mijn gezicht af voelen gutsen en mijn haar in pieken langs mijn gezicht voelen hangen. Ik wil ook met mijn fiets door de plassen scheuren met mijn voeten heel hoog opgetrokken. Alsof dat laatste ook maar iets uitmaakt als je al door en door nat bent maar het gaat om het idee!

Zo plots als de kinderen gekomen zijn, zo plots zijn ze ook weer verdwenen. Alsof het geheel een intermezzo van de regenvoorstelling moest zijn. Een leuke onderbreking denk ik bij mijzelf. De rust keer terug en nu blijft alleen het geluid van de gestaag vallende regen achter.

Ik pak mijn gietertje weer op en geef de plantjes alsnog hun water, in de hoop dat ik ze nu niet direct verzopen heb. Eigenlijk ben ik wel blij dat ik niet meer naar buiten hoef. Wat is er nu heerlijker dan lekker weg te kruipen op de bank met een bak thee, een doos met koekjes en een goed boek?

 

 

 

Lekker he?!

De zomer lijkt nu toch echt op zijn einde. Hoewel we het afgelopen weekend toch nog heerlijk verwend zijn met zonovergoten dagen en hoge temperaturen komt de regen nu met bakken uit de hemel. Tja, niets is zo veranderlijk als het weer. Dus waarschijnlijk is de zon over een paar dagen weer present. Maar als ik nu naar buiten kijk word ik een beetje bedroefd door het gure weer. Het is koud, nat en grijs. Het ziet er ook niet naar uit dat het vandaag nog droog gaat worden.

Een voordeel van dit smerige weer is dat de vloerverwarming aan gaat. Hij staat bij ons op een tijdschakelaar. Als ik ‘s morgens mijn bed uit kom is de vloer heerlijk warm en als ik ‘s middags uit mijn werk kom eveneens. Een ander bijkomend voordeel is de convectorput. Als klein kind vond ik het heerlijk om daar boven op te zitten. (en als dat niet kon zat ik met mijn rug tegen de verwarming waardoor mijn huid zo droog aanvoelde dat het leek als of ik er tegen aan zou blijven plakken.) Terwijl ik mijn schoenen uittrap heb ik spontaan zin om met een kop thee en koekjes boven op de convectorput te gaan zitten. Om zo langzaamaan op te warmen en toe te kijken hoe de wind met de dorre blaadjes speelt en de regen lange strepen op het raam maakt.

De waterkoker staat aan en de koektrommel ligt ook al klaar. Terloops open ik de kooi van mijn kleine groene draak die mij eerder al had begroet met een volmondig: “HALLO!!!” Ik wandel met mijn kop dampende, naar meloen geurende thee en de koektrommel naar het raam en neem plaats. Ik zit nog geen twee minuten en ik vraag mij ernstig af waarom ik dit als kind toch zo heerlijk vond? Het houten rooster van de convectorput zit helemaal niet comfortabel. Nog even en we kunnen, bij wijze van spreken, hiërogliefen lezen aangezien mijn achterwerk langzaam één worden met het rooster. Maar ik wil het rustgevende en warme moment niet opgeven door één storende factor dus blijf ik koppig zitten.

Achter mij hoor ik het zachte getik van nagels op de tegelvloer. Het geluid komt langzaam mijn kant op. Het is CoCo die met zijn waggelende pas onderweg is van zijn kooi naar mij. Tenminste, dat denk ik want ik zie hem nog niet. Maar dan opeens steekt zijn groene kop voorbij de bank, als of hij ook niet zeker wist waar ik mij bevond. Na een halve minuut heeft hij genoeg moed verzameld om zich naast mij te scharen. Meestal vind hij de aanblik van de grote-boze-luchtledige-buitenwereld nogal eng en blijft hij er liever ver vandaan. Maar het feit dat ik daar voor het raam zit is blijkbaar genoeg om zijn angsten overboord te gooien. Zo nieuwsgierig als hij is….  Ik doop mijn koekje in de thee en even ben ik weer tien jaar oud. Als ik uit school kwam zat mijn moeder met dit smerige weer al klaar met thee en koekjes. Om samen de dag te evalueren. Die tijd is helaas voorbij. Nu moet ik er zelf voor zorgen.

Ik open mijn ogen en zie CoCo vragend kijken. Ik ga er vanuit dat zijn vraag niet direct voor mij bedoeld is, maar eerder voor de koektrommel. Ik breek een stuk van mijn koekje af en geef het aan hem. Hij houdt het met één poot vast en bekijkt het eerst van alle kanten alvorens een hap te nemen. Vervolgens hoor ik hem knagen aan het biscuitje, dus het is goed gekeurd. Ik neem zelf ook nog maar een hap. Eigenlijk is dit helemaal niet verkeerd. Even een moment voor ons alleen met rust en stilte een warm achterwerk creëren, terwijl het buiten zo tekeer gaat. Terwijl CoCo zijn laatste stukje koek naar binnen propt zegt hij opeens uit het niets: “Lekker he!?” Als of hij het moment ook aanvoelde. Ik raak er door ontroerd en ben bijna geneigd om hem vast te pakken en eens flink met hem te knuffelen. Nog net op tijd bedenk ik mij dat dit geen kroelvogel is hoe lief en schattig hij er nu ook uitziet. Het feit dat hij zijn angst overboord heeft gegooid om samen met mij van dit momentje te kunnen genieten moet, voor nu, genoeg zijn. En dat is het ook. Ik schuif hem stiekem nog een kruimel toe en doop zelf ook nog een koekje in de thee. “Lekker he?!” zeg ik vervolgens tegen CoCo en beantwoord hiermee direct zijn retorische vraag.

 

 

De verveling slaat toe…

 

Verveling slaat altijd toe op momenten dat het eigenlijk helemaal niet uit komt. In het weekend bijvoorbeeld. Zo’n dag die je eigenlijk nuttig zou moeten besteden met boodschappen doen, het huis schoonmaken, sporten, familie en vrienden bezoeken enz enz. Maar als ik mij verveel dan heb ik domweg ook nergens zin in. Hierdoor raak ik nog gefrustreerder,  voel ik mij zielig en lamlendig. En of dit nog niet genoeg is gaan mijn gedachten met mij aan de haal. Ik wordt sikkeneurig  en chagrijnig van al die negativiteit. Mijn gemoedstoestand is gekoppeld aan de barometer. Dat betekend op dit moment dat het versterkt wordt door het saaie grauwe regenachtige weer buiten. Wat nou zomer? Het lijkt wel herfst.

Het kost mij heel veel moeite om mij niet als de grootste hork ter wereld te gedragen. Het liefst geef ik mij over aan mijn bui en laat mij net als de regen over alles en iedereen uitstorten die mij in de weg staat. Gelukkig beschik ik ook nog over een beetje gezond verstand en weet ik dat het niet aan andere mensen ligt dat ik mij nu zo voel.

Waar is mijn motivatie gebleven die aan negativiteit toch een positieve draai kan geven? Vast weg gespoeld door de regen. Waar is mijn creativiteit gebleven die vaak mijn redding is tijdens dit soort “buien”? Die is vast een blokje om want ik heb hem al heel de dag niet gezien.

Er wordt hier thuis gezegd dat je dan maar ergens “zin”  in moet maken. Maar dat is het hem nou juist, daar heb ik dus geen zin in. De dingen die ik nu graag zou willen doen kunnen niet zonder nat te worden. Een rondje skaten, fietsen of paardrijden bijvoorbeeld.

Dan hebben we nog de dingen die simpelweg niet mogen, zoals slidings maken hier in het park (nu het gras lekker nat is gaat dat wel heel goed) met mijn luchtbed van de heuvel in het park glijden (daar schijnt ie stuk van te gaan?! Ik weet alleen niet precies wat, het luchtbed of die heuvel?) of met mijn auto door de wijk heen rijden op zoek naar plassen water om daar dan kneiter hard door heen te scheuren zodat het hoog opspat en alles en iedereen in een straal van vijf meter om ons heen door en door nat is.. (Maar ja een appel groene VW Beetle valt hiervoor iets te veel op in de wijk)

Daarom heb ik besloten om mijn klaagzang maar op internet te zetten. Eens zien of het werkt om mijn ellende van mij af te schrijven. Het lucht in ieder geval wel op en het schiet mij zojuist te binnen dat ik nog wat voorbereidingen voor mijn nieuwe website moet treffen. Laat ik daar nou juist wel zin in hebben. 🙂