Wij mogen gezien worden…

“Wat vind je er van?” Vraag ik vriendlief terwijl ik voor hem door de kamer paradeer. “Je gaat mij toch niet vertellen dat je dat allemaal aan gaat trekken?” “Hoezo?? Vind je het niet mooi dan??” “Kun je dan op zijn minst drie van die dingen uitzetten?” Ik frons mijn wenkbrauwen zo dat ze elkaar bijna raken. “Wil je dat ik voor mijn sokken gereden wordt op die dijk?”

Ik stop met lopen en kijk vriendlief bedenkelijk aan. Ik heb een reflecterend hesje aan waar rode LED-lampjes op zijn aangebracht. Om elke arm en been draag ik een reflecterende band waar eveneens LED-verlichting op zit. Maar dat in tegenstelling tot het hesje hysterisch staat te knipperen.

“Als je zo in het donker over straat gaat denken ze op zijn minst dat er een alien geland is, of een hoerentent geopend is. Alhoewel… Het is Heerjansdam he?! Dan zullen ze vast voor de eerste optie kiezen!” “Laat ze dat maar denken, dan stoppen de auto’s in ieder geval of ze maken rechts om keert en kan ik met mijn paardje rustig over de dijk wandelen zonder omver gereden te worden.”

De volgende dag neem ik alle verlichting mee naar stal voor een wandeling in het donker. We gaan de nieuw aangeschafte spullen eens in de praktijk testen. Hesje om en de verlichting aan. Armen en benen voorzien van de reflecterende banden met de lichtjes op standje hysterisch. Zelfs het paard word omgehangen met reflecterende bandages. Oké, toegegeven, het is even wennen met al dat rode licht dat we nu uitstralen. Ik voel mij eerlijk gezegd ook wel een beetje voor “aap” lopen.

We zijn de dijk nog niet op of ik hoor achter mij: “Jingle Bells, Jingle Bells… Leuke outfit dame!!” Een hardloper die, zelf onzichtbaar in het donker, mij passeert. Haha, heel leuk!! Ik roep hem na dat wij in ieder geval niet zo makkelijk over het hoofd gezien kunnen worden. Dan komt mijn eerste test object de hoek om janken. De bestuurder ziet een chaos van rode lampjes op zich afkomen en gaat vol in de remmen. Hij staat bijna stil als wij hem passeren op het smalle stukje dijk waar gerust 80 km/ph gereden wordt. Helaas is het ook deze onverlichte dijk waar wij, ruiters, overheen moeten als we naar één van de maneges rijden voor een paardrijles of de polder in gaan voor een buitenrit.

Ik bedank de bestuurder en loop door. Als we eenmaal het dijkje uit zijn begin ik er lol in te krijgen. We zoeken een stukje gras op waar we alle twee veilig staan. Paardje kan lekker grazen en ik zie van links en van rechts al het verkeer aankomen. Brommers, scooters en auto’s… Ze remmen allemaal af. Ze snappen blijkbaar niet wat ze zien. Rode zwevende lampjes die ook nog eens bewegen… Fietsers die voorbijkomen maken er grapjes over en wandelaars stoppen om een praatje te maken. Het is hilarisch om te zien hoe andere weggebruikers hierop reageren. Mijn missie is geslaagd.

De andere dames op stal grappen de eerste week nog wat over onze nieuwe outfit. Maar al snel zijn ze overstag en zien ze de veiligheid er ook van in. Als we na een tijdje met zijn drietjes inclusief onze paardjes over de dijk naar de manege wandelen, krijgen we het éne “compliment” na het andere over onze zichtbaarheid.

Kijk, daar kun je mee thuis komen!!

Op buitenrit…

Mijn “paardencarrière” begon met een verzorgpaard maatje joekel, type tuiger. Zo een die voor de kar stond bij trouwerijen. Ik was amper 14 jaar oud toen ik het beest in mijn schoot geworpen kreeg. Zijn oude verzorgster durfde er niet meer op omdat hij er steeds in volle galop vandoor ging. En ik? Ik vond het allemaal prachtig. Hij leerde mij paardrijden en in ruil daarvoor  brachten we uren in de rijbak en buiten op straat door. Het beest had een hoefkatrolontsteking en na hem een jaar intensief verzorgd te hebben moest ik afscheid van hem nemen. Hij ging naar de eeuwige groene weides waar hij pijnloos kon rennen zolang hij maar wilde.

Niet lang daarna kwam ik op een stal waar ik mijn huidige paardje kocht. Een heel verschil met de tuiger waarop ik heb leren paardrijden. Hij was van het maatje klein, type New Forest. Een pony dus. Van stokmaat 1.74 meter naar 1.47 meter. We waren een echt penny-pony-bos-cross-team. Hoe harder we konden crossen hoe leuker het was. Achterstevoren in draf door de bak was ons ook niet vreemd. Een sprongetje over boomstammen of zelf in elkaar geknutselde hindernissen maakten we wekelijks. En toen we hier op uitgekeken waren (of inzagen hoe gevaarlijk we soms bezig waren…) besloten we dressuurwedstrijden te gaan rijden. Een aantal jaar heb ik privéles met hem gehad. Rijden op manegepaarden heb ik niet langer dan een half jaar gedaan en alleen voor het behalen van mijn ruiterbewijs. Andere paarden rijden is dus niet iets wat ik wekelijks doe. Sterker nog, als je mij op een ander paard zou zetten zie ik er uit als een beginneling. Toch zei ik direct ja toen mijn vriendin mij vroeg mee te gaan op een buitenrit. En niet zomaar een buitenrit…

Weken van te voren was de datum al geprikt. Ik had er vreselijk veel zin in. Het was ruim 17 jaar geleden dat ik op een ander c.q. groter paard heb gereden. Zou ik dat nog wel kunnen? De hele week was het wisselvallig weer geweest maar deze zaterdag brak er een waterig zonnetje door en de temperatuur was ook niet onaardig. ?? Het weer werkte gelukkig mee. We togen af naar Oisterwijk. Want daar stonden twee Friezen op ons te wachten.

Bij aankomst stonden de paarden al op de poetsplaats en werden door hun verzorgsters onder handen genomen. Ze waren G R O O T ! Vriendin zag mijn bezorgde blik maar verzekerde mij dat ze de twee braafste voor ons had gereserveerd. Ik kreeg Ducky mee. Een vreemde naam voor een Fries, maar braaf was ie in ieder geval wel. Samen met een dame die de weg op haar duimpje kende reden we om 10.00 uur van stal. Ik keek direct mijn ogen uit. We bevonden ons in het midden van het bos. De ruiterpaden waren zo breed dat we met zijn drieën naast elkaar konden lopen. Dat waren nog eens andere paden dan de ruiterpaden hier in het park, die niet breder zijn dan een halve meter. Ik moest wel even wennen aan de grote passen die Ducky maakte. Vergeleken met mijn pony leek het of ik op een stoomwals zat.

1243856_610997635618626_605196045_oHet zonnetje droogde het natte bladerdek wat zorgde voor een heerlijke boslucht. We liepen langs vennetjes. Galoppeerden heuvels op en draafden hele stukken. In geen velden of wegen waren er auto’s te bekennen. Her en der kwamen we wandelaars of andere ruiters tegen. Maar verder had ik het gevoel dat we alleen op de wereld waren. Er heerste zo’n rust dat ik helemaal bij kwam. Wat een heerlijke omgeving.

De twee uur vlogen om en voor we het wisten waren we alweer terug op stal. De rit was super verlopen en ik had heerlijk gereden. Ik stapte wel als een cowboy van mijn paard en wist dat de spierpijn zich sneller zou aandienen dan wanneer ik met mijn eigen pony een ritje zou maken. De staleigenaar had voor koffie en tosti’s gezorgd. Waardoor we zeker nog een uur zijn blijven plakken.

Deze ochtend is voor herhaling vatbaar. Vriendin heeft zelfs al aangeboden om als paardentaxi te fungeren zodat ik een volgende keer met mijn eigen paardje een bosrit kan maken. Want ik weet zeker dat hij, net als ik, geniet van deze prachtige omgeving…

Haar laatste vlucht…

De onrust nam toe. Het was al bijna een jaar geleden dat mijn moeder was overleden en nog steeds hadden we geen mooie bestemming voor haar as kunnen vinden. De begraafplaats zelf was uitgesloten, evenals een urn bijzetten. Wij wilden terug geven aan de natuur wat de natuur ons heeft gegeven. Maar dan wel op zo’n manier dat we er allemaal met een goed gevoel op terug konden kijken. Het kiezen werd bemoeilijkt omdat er ook nog eens heel veel mogelijkheden zijn. Bij mijn vader was het helder. Hij wilde graag op zee uitgestrooid worden. Dit was, ondanks het verdriet dat wij hadden, een prachtige dag geworden. Zo iets wilden we dus ook voor mijn moeder, maar dan met een compleet andere invulling.

Omdat de onrust maar bleef aanhouden en ik aan zo’n beetje niets anders meer kon denken dan aan mijn moeder besloot ik met twee verschillende uitvaartbegeleidsters te praten. Ik wilde ideeën op doen, tips krijgen maar vooral gerust gesteld worden. Elk op hun eigen manier vertelde ze mij vooral geen overhaaste beslissingen te nemen. Als ik er nog niet klaar voor was, dan was het duidelijk nog niet het juiste moment. Net als een uitvaart kun je ook het uitstrooien van het as maar een keer doen. Weg is weg! Hierna lukte het mij om er wat afstand van te nemen en het onderwerp te laten rusten. Er zou zich vanzelf een moment voordoen waarbij mijn gevoel aan zou geven dat het goed was.

Ruim een half jaar na mijn gesprek met de uitvaartbegeleidsters kwam dat moment. Ik zocht iets op internet en kwam onbedoeld op de website van een laatste vlucht. Een website van Marleen en Andreas van Beek. Ze hebben zich gespecialiseerd in ballonverstrooiingen. De ballon wordt gevuld met het as (en helium)en stijgt tot wel 20 kilometer in hoogte. De druk in de ballon is dan zo groot dat hij uit elkaar klapt en het as in de straalstromen terecht komt. Je vind er niets meer van terug. Hoe vaker ik de site bezocht hoe meer mijn gevoel zei dat dit het juiste was. Ik overlegde met mijn zusje die er, gelukkig, het zelfde gevoel bij had als ik. Onze keuze was gemaakt.

Op dinsdag 17 september, de dag dat mijn vader 62 jaar zou worden, zou mijn moeder nog één keer een reis gaan maken om daarna eindelijk te kunnen rusten. Haar reis begon bij ons in de polder. Een plek waar ik haar heel graag nog eens mee naar toe had willen nemen. Maar dat is er helaas nooit van gekomen. De hele ochtend kwam de regen met bakken uit de hemel en het waaide ook nog eens heel hard. Niet iets om vrolijk van te worden. Om 12.15 uur reden we met familie van ons huis naar de polder. Marleen en Andreas waren daar al om de ballonnen te prepareren. Ik voelde met hen mee want het was nog geen minuut droog geweest. Gelukkig hadden ze een grote tent opgezet zodat ze droog konden staan.

Toen we aankwamen en de auto uitstapten werd het in eens een stuk lichter. De donkere wolken weken voor de zon. Een prachtige blauwe hemel scheen ons tegemoet. Het contrast was zo groot, dat ik er kippenvel van kreeg. Zoonlief had een klein gedichtje geschreven, evenals mijn tante en ik zelf. We bonden de opgerolde gedichtjes onder de ballon zodat ze die met zich mee kon nemen naar “boven”. Haar as was verdeeld in vier witte ballonnen. We waren allemaal onder de indruk van de grootte. Zoonlief kreeg een rood hart als ballon. Deze zou mijn moeder begeleiden op haar reis.

IMG_1068Voor we haar lieten gaan haalden we nog wat oude herinneringen op en spraken we een woordje tot haar zelf. Toen was het moment aangebroken. Zoonlief telde af en op het zelfde moment lieten we haar vrij. We hebben nog een minuut of tien staan kijken hoe ze hoger en hoger naar de hemel klom tot ze echt helemaal uit het zicht verdwenen was. Ik had het even moeilijk. Ik moest mijn moeder letterlijk loslaten. Een moment van bezinning en daarna accepteren dat ze er echt niet meer is.

We bedankten Marleen en Andreas voor de goede zorgen en liepen terug naar onze auto. Op dat moment trok het wolkendek weer dicht. Het was gedaan met de zon evenals de mooie blauwe lucht. Langzaam begon het te spetteren en niet veel later regende het.

Nu mijn moeder haar laatste vlucht heeft gemaakt kan ik zelf ook weer iets afsluiten. De cirkel is rond. Hoewel deze dag langzaam een plekje moet gaan krijgen, kijk ik er met een heel goed gevoel op terug. En de zon en blauwe lucht? Dat was vast een cadeautje van gene zijde …

Zien lopen, doet lopen: doel halen!!

Ik heb er teveel van op mijn agenda staan en mijn 2-do lijstjes puilen er soms van uit. Het probleem met mijn doelen is vaak dat ik halverwege afhaak. Ik red het simpelweg niet tot het einde. Dit komt door al mijn andere interesses. Nog voor het ene doel behaald is, kondigt zich het volgende doel alweer aan. Ik vind gewoon te veel dingen leuk. Maar soms ook omdat het een kansloze missie is en ik vooraf eigenlijk al weet dat dit doel gedoomd is te mislukken. Te slechte voorbereiding, niet nagedacht en impulsief ergens aan begonnen. Of, zoals al gezegd, er is zoveel leuks!!! Zodra ik aan iets nieuws begon riep mijn moeder altijd: “En, tot hoever denk je nu te gaan komen?” Daarom was ik er dit keer zo op gebrand om mijn doel wel te halen. Om te bewijzen, zowel aan moeder als aan mijzelf, dat ik het kon. Dat ik echt wel ergens voor kon gaan. Van A tot Z. Mijn doel: De vijf kilometer onder de 30 minuten uitlopen.

Sinds kort ben ik lid van de hardloopvereniging. Ik draaf, samen met een grote groep andere fanatiekelingen, over de weg, (het gras en de dijk.) Hoewel ik inmiddels al een week of drie/vier niet geweest ben… We krijgen verschillende opdrachten voorgeschoteld. Het mooie is dat ik hierdoor in korte tijd sterker en sneller geworden ben. De oefeningen geven mij nieuwe energie om zelf ook twee keer in de week, soms alleen en soms samen met neef, nicht en hardloopmaatje, mijn “verplichte” rondje te rennen. “Verplicht” is hier overigens met een glimlach. Ik doe het, zowaar, met veel plezier. Dus gemiddeld loop ik drie keer in de week.

Op donderdag 29 augustus was het dan zover. De Seuterloop van ’s-Gravendeel. Het evenement lag ver genoeg in de planning om er goed voor te trainen. Het was realiseerbaar. Dus opgeven was nu geen optie! Neef leek het leuk mij bij dit zelf opgelegde doel te assisteren. Hij bood zich aan als haas. Een half uur van tevoren waren wij al bezig met onze warming-up. Want een goed begin is het halve werk!! Het startschot klonk om 19.30 uur. De horde kwam in beweging en ik liet mij met de stroom meevoeren. Dit keer duurde het even voor ik links en rechts werd ingehaald. Dat was alvast een goed teken. Onderweg zag ik een aantal bekende van de voetbal staan, evenals de trainer van Uk. Die luidkeels toeriepen dat ik goed bezig was. Wat leuk dat ik nu eens door hun aangemoedigd werd in plaats van andersom. Voor ik het wist hadden we de eerste twee kilometer al achter de rug: De eerste in 5.19 minuten en de tweede in 5.41 minuten. Natuurlijk liep ik veel te snel. Maar ik kon mij niet inhouden. Mijn ademhaling werd steeds zwaarder. Neef had dit in de gaten en was op dat moment niet alleen mijn haas maar ook mijn mental coach.

Het parcours viel mij een beetje tegen. Vier keer een dijkje op, over klinkers, gras en ongelijke weghelften. Terwijl mijn tong steeds dikker werd, mijn hoofd rood was aangelopen en het leek alsof ik onder een waterval was doorgelopen, liep Neef naast mij alsof we een rustige wandeling aan het maken waren. Zijn hartslag prima onder controle, geen spoortje zweet. Ondertussen riep hij mij toe wat ik moest doen. Rustig blijven ademhalen en iets terug in tempo. We lagen goed op schema door onze snelle start. Toen de steken in mijn zij echt niet meer te houden waren moest ik even lopen. Ook hier was tijd genoeg voor. Vriendlief en Uk stonden aan de zijlijn met hun fotocamera. Alleen hiervoor had ik tijd om te glimlachen en te zwaaien. Verder kon ik niets anders doen dan mij concentreren op mijn ademhaling en het lopen. Zelfs tegen Neef kon ik niets anders uitbrengen dan: ja of nee.

De laatste ronde brak aan. Nog één maal het dijkje op. Daarna was het een lus terug naar de start/finish. Onder aanmoediging van de voetballertjes, trainer van Uk en Neef liep ik de laatste meters van de wedstrijd. Ik kon wel janken toen ik over de finish kwam en naar de klok keek die de tijd aangaf…

29.08 minuten. Ik kon trots zijn op mijzelf, ik had mijn doel gehaald!!

Hobby in wording…

Ik stuiterde over en door het water als een pingpongbal op een tafeltennistafel. Werd daarna meters voortgetrokken door een kabelbaan die rond de 30 km per uur ging terwijl ik half op en over mijn ski’s in het water lag. Staan was een drama en na een uur waren mijn spieren zo verzuurd dat ik het voor gezien moest houden. Mijn eerste ervaring met waterskiën was niet bepaald top te noemen. Bont en blauw kwam ik het water uit. Zo jammer, want ik wilde ook graag nog het wakeboarden proberen. Dat zag er heel leuk uit en leek volgens de “kenners” heel veel op snowboarden.

Uk daarentegen vond het fantastisch. Na een paar rondjes werden zijn ski’s terug in het rek gezet en werd er gretig gezocht naar een passend wakeboard. Want zeg nu eens eerlijk, dat ziet er toch veel gaver uit?! Met zijn puppy ogen en nieuwsgierige blik had ie al snel maatjes gemaakt met de “pro’s” die hem ook nog even wat nuttige tips gaven. Wij sloegen het spektakel vanaf een afstandje gade. Laat hem zijn gang maar gaan. En verhip… Het jong stond zowaar op zijn board. Maakte de eerste keer een verkeerde start en lag na een meter of vijf al dobberend in het water. Maar nog voor ie op de kant gehesen werd kreeg hij alweer wat tips. Beetje hangen, armpje hier, beentje daar… Zijn tweede start ging goed en hij ging, onder applaus van zijn nieuwe matties, het water rond. Wat gaaf om te zien. Zijn eerste keer op een board en hij doet het toch maar weer even. Na drie pogingen waren ook zijn armen verzuurd en moesten we het allemaal voor gezien houden.

Hij raakte er maar niet over uitgesproken, zo fantastisch vond hij het. Dus besloten we later in de week nog een keer te gaan. “Wil je ook nog een keertje?” Vroeg Uk aan mij. De twijfel sloeg toe. Het is wel heel erg leuk. Een nieuwe hobby voor in de zomer. Maar na drie dagen voelde alle spieren in mijn lichaam nog stram aan. En als het leren wakeboarden mij net zoveel tijd gaat kosten als het leren snowboarden toentertijd… Dan zijn we nog wel een zomer of twee zoet. “Nee uk, ga jij maar. Ik kijk vanaf het strandje wel toe!” Ik was een beetje teleurgesteld want ik had ook graag mee willen doen. Maar mijn kans om het nog een keer te proberen komt nog wel.

Middagje relaxen

De zon stond te stralen aan de hemel toen we aankwamen. Ik had geluk want de loungeset aan het water was vrij. Ik had de eerste rang en kon nu ook eens lachen om alle stuntels die het voor de eerste keer gingen proberen. En dat waren er heel wat!! Ik zag Uk, die zijn wetsuit nog maar amper aan had, van het ene rek naar het andere rennen om zo snel mogelijk zijn spulletjes bij elkaar te hebben. Hij wilde zijn volle 1.5 uur benutten op het water, dus stond hij vooraan de rij. Als volleerd boarder maakte hij zijn start. Stond nog even te wiebelen op het water maar had al snel zijn draai gevonden. In het uur dat volgden zagen we hem steeds meer ontspannen. Zijn armen hield hij losser en hij durfde in de bochten al flink wat vaart te maken. De laatste rondjes stond hij zelfs zo ontspannen op zijn board dat hij tijd had om naar ons te zwaaien. Dat gaf niet alleen hem maar ook ons een kick!

Uk op een wakeboard

Na vandaag was hij nog enthousiaster over het wakeboarden dat we besloten hebben om na onze vakantie een waterskibaan in de buurt op te zoeken. Dan kan ik het wakeboarden ook eens gaan uitproberen. Wie weet hebben we er dan naast onze winterhobby ook een actieve zomerhobby bij. Vriendlief moedigt ons alleen maar aan. Zelf kan hij waterskiën en weet dat, als deze hobby aanslaat de koop van een eigen bootje alleen nog maar een formaliteit is.

GEZOCHT…

Hoewel een paar weekenden rust mij goed zou doen, want ik was non-stop bezig met werken en fotograferen, baalde ik wel dat ik zo lang moest wachten tot het nieuwe  sportseizoen weer van start zou gaan. De zaterdagen waren voor mij in één keer een echte vrije dag. Eenmaal gewend aan de omschakeling ben ik mijn dagen gelukkig heerlijk doorgekomen.

Foto Hamar

Maar nu gaat het er dan toch echt weer van komen. Het nieuwe sportseizoen is reeds begonnen of staat op het punt om te beginnen. Dat betekent enthousiaste trainers, uitgelaten kinderen en aanmoedigende vaders, moeders, opa’s en oma’s. Trainingen, bekerwedstrijden, onderlinge wedstrijdjes en toernooien, ik vind het allemaal prachtig om te mogen fotograferen.

~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~ GEZOCHT ~

Foto Hamar

Omdat ik graag mijn grenzen (letterlijk en figuurlijk) wil verleggen op het gebied van de sportfotografie ben ik op zoek naar sporters. Sporters die het leuk vinden om gefotografeerd te worden tijdens een vrije training of (belangrijke) wedstrijd. Dit kan alleen of in team verband. Denk hierbij aan sporten zoals: voetbal, basketbal, hockey, waterpolo, turnen en RSG, boksen, atletiek, hardlopen enzovoort… Binnensporten, mits de ruimte goed verlicht is, zijn voor mij geen probleem!!

Wat kun je van mij verwachten?

Foto Hamar

In de Drechtsteden kom ik gratis langs. Ik fotografeer de training of wedstrijd en plaats daarna de foto’s voor verkoop online op mijn website. (Dit kan eventueel afgeschermd en onder een wachtwoord.) Zo is het mogelijk om op je gemak de foto’s terug te zien en alleen de foto’s te kopen die je mooi genoeg vind. De kosten heb je dan ook zelf in de hand. Wil je meerdere foto’s (tussen de 25 a 50 stuks) digitaal en op groot formaat aangeleverd krijgen op cd-rom? Dat kan ook. Hier betaal je € 75,- voor. De prijs in inclusief verzendkosten en BTW. Alle foto’s worden zonder © en logo geleverd. Ook de digitale versie. Binnen een straal van 50 kilometer vanaf Zwijndrecht (ZH) kom ik ook graag, maar dan zullen er wel reiskosten in rekening gebracht worden.

Foto Hamar

Dus… Ben jij een sporter?? (of je broer, zus, vader, moeder, zoon, dochter, neef, nicht, buurjongen of buurmeisje?)  En lijkt het jou (of hen) leuk om gefotografeerd te worden? Mail dan naar info@fotohamar.nl De facebookpagina van Foto Hamar liken mag natuurlijk ook. Laat daar je wedstrijdschema achter en ik plan je in!!

Tot ziens op het sportveld.
Deborah Hamar.

www.fotohamar.nl  / info@fotohamar.nl / Foto Hamar op Facebook 

Foto van de maand: augustus…

De maand augustus. Vakantietijd voor ons gezin en voor mijn camera. Overal, huis, tuin en werk, was het extreem rustig. Maar voor de mensen die het Europees Kampioenschap boksen voor de jeugd 2013 moesten organiseren was het een drukke maand. Het EK vond dit keer plaats in het Topsportcentrum in Rotterdam. Ik kreeg de kans om een aantal avonden te komen fotograferen en die kans heb ik met beide handen aangepakt. Helaas kon ik, zo net voor mijn vakantie, maar twee avonden. Maar dat mocht de pret niet drukken.

AccreditatieDe eerste dag moest ik mij melden bij de balie. Daar kreeg ik mijn (aller eerste) accreditatie uitgereikt om officieel op dit evenement te mogen fotograferen. Hoe leuk is dat!?! De tweede avond kon ik, als een echte persfotograaf, met mijn accreditatie om mijn nek direct doorlopen naar de ring op de bovenste verdieping. Een beetje onwennig liep ik daar met mijn koffer achter mij aanslepend de grote ruimte in. Overal om mij heen zaten of stonden boksers in diverse formaten en afmetingen. Trainers, familieleden, vrienden en mede-boksers. Een aantal keer kreeg ik vragende blikken toegeworpen. Ik glimlachte vriendelijk, waarmee ik wilde zeggen: Rustig maar, ik kom niet om te boksen!!

Wat leuk om op zo’n evenement als dit aanwezig te mogen zijn. Een ruime hal met twee boksringen naast elkaar enkel gescheiden door een muurtje van een meter of twee hoog. Om de ringen heen stonden de jurytafels. Ik mocht niet binnen hetFoto Hamar afgezette stuk komen. Maar verder mocht ik mij overal in de ruimte begeven. Op zich vond ik dat niet eens zo erg. Ik kon achter het publiek staan en had van bovenaf een mooier overzicht dan vanaf de grond. Met mijn telelens had ik zowel de linker als de rechter ring in beeld. Voor Nederland kwamen er in totaal acht boksers uit. Een aantal haalden het zelfs tot de finale en één heeft een derde plaats weten te veroveren!!

Foto Hamar

Vorig jaar heb ik een kickbokswedstrijd gefotografeerd. Dat is wat dynamischer om te zien omdat er bij het kickboksen niet alleen stoten maar ook rake trappen worden uitgedeeld. Heel gedetailleerd zag ik wat er voor mijn lens gebeurde. Ik voelde de vermoeidheid van de sporters met de seconden toenemen. De nek en schouders leken niet alleen bij hen in brand te staan als ze hun dekking hoog moesten houden. Met iedere rake klap die uitgedeeld werd beet ik op mijn tanden. Ik voelde met ze mee. Een bijzondere sport. Ik kreeg bijna zin om ook ergens op te rammen dan alleen de sluiterknop van mijn fototoestel.

Tussendoor had ik nog een praatje met verschillende trainers uit Frankrijk, Moldavië, Duitsland en Nederland. Die vroegen wat ik van de avond vond, waarvoor ik foto’s aan het maken was en waar ze deze konden bezichtigen. Hoewel ik zelf totaal niet van boksen houd vond ik het wel heel erg leuk om dit te mogen fotograferen. Het is weer eens iets anders dan voetbal, hockey of paardrijden. Alleen daarom zou ik het graag nog eens willen doen.

Hieronder mijn favoriet van de avond:

Foto Hamar

(foto’s zijn gecropt en verkleind voor dit blog. De originele foto’s zijn te vinden op mijn website:  Foto Hamar )

Onverwacht gezelschap…

De werkdag was een drama. Een hoop gezeur, vervelende telefoontjes en geïrriteerde collega’s. Voeg daar een dosis slaaptekort aan toe en de chaos is compleet. Ik voelde mij ellendig. Tijd om de negatieve energie van mij af te rennen. Rondje polder stond er op de planning. Eenmaal thuis stuif ik door naar boven, spring in mijn hardloopkleding en trek mijn i-pod uit de kast. Terwijl mijn GPS verbinding zoekt met de satelliet sta ik mijn veters te strikken, gevolgd door een warming up.

Ik ben het park nog niet uit of het gezemel begint al. Mijn broek zit niet lekker, mijn sok zit dubbel in mijn schoen en mijn oortjes vallen steeds uit. De ellende van de dag hangt als een wolk muggen om mij heen. Ik kan wel janken… Ik zet mijn muziek wat harder en schroef mijn tempo op om alles achter mij te kunnen laten. Links van mij duikt er plots een fietsertje op. Ik schuif een stukje naar rechts zodat hij kan passeren. Maar dat doet hij niet. Hij blijft naast mij fietsen. Ik werp hem een blik toe die op onweer staat. Ik kijk in zijn fel blauwe ogen en sproeterige gezicht. “Hoi” roept hij met een glimlach. Ik pers een “hoi” over mijn lippen om daarna weer stoïcijns voor mij uit te kijken. Inmiddels zijn we bij de polder aangekomen. Het ellendige jong op zijn groene fiets blijft maar naast me en kijkt mij aan alsof hij iets verwacht.

“Wat bent u aan het doen?” Ik zet mijn muziek uit. Hoor ik dat goed? Vraagt hij nu echt wat ik aan het doen ben?! “Ik werp de etter een venijnige blik toe. “Ik ben aan het kunstschaatsen en heb zojuist een drie dubbele cherryflip gemaakt.” “Oh ja… Nu zie ik het ook.” Is zijn antwoord, gevolgd door “Mooie paarse schaatsen heeft u!” Wijzend naar mijn schoenen. “Waar moet je heen?” vraag ik hem, in de hoop dat hij zegt rechtdoor te moeten waar ik linksaf ga. “Oh, nergens, ik fietste gewoon wat rond tot ik u zag.” We zijn inmiddels 1.5 kilometer verder en ik ben bang dat ik de overige kilometers niet van hem af kom. Ik schat het joch niet ouder dan een jaar of tien. Ik moet er niet aan denken dat Uk met een onbekend persoon mee de polder in fietst. Daar zal ik hem haarfijn aan helpen herinneren als ik thuis kom. “Ik vraag mij af wat je ouders er van vinden dat je een wildvreemd persoon gezelschap houdt tijdens het hardlopen?” “Zo wild ziet u er nu ook weer niet uit.” Wuift hij met zijn handen los van het stuur. “En mijn vader doet ook aan hardlopen!” Alsof hiermee mijn vraag beantwoord is.

Ik besluit het kind naast mij te negeren en ren door. Mijn blik gericht op de komende paar meters voor mij. Steeds sneller en sneller gaan mijn benen en mijn voeten raken de grond nauwelijks. Ik geniet van het zweef moment. Dit tempo houd ik niet lang vol en ik moet gas terug nemen. “Stop je nu al? Ren door tot aan de laatste boom!” Ik wil mij de les niet laten lezen, maar ik wil ook niet onderdoen voor het joch. Dus ik zet alles op alles en ren door tot aan de laatste boom. Dan ga ik over op een lichte dribbel om bij te komen. De laatste kilometer heb ik mooi onder de zes minuten gelopen. Geheel buiten adem, dat dan weer wel. “Kom, we doen dat stuk nog een keer. In het zelfde tempo!” We? Denk ik bij mijzelf. Hij heeft zijn fiets al omgekeerd en staat mij verwachtingsvol aan te kijken. Ik draai om mijn as en ren naar hem toe. Samen vertrekken we weer vanaf de laatste boom naar de eerste in een flink vaart. Ondertussen roept hij kreten als, “Dit tempo vasthouden!! Nog een klein stukje!” Bij de eerste boom aangekomen draaien we weer om en in een lichte dribbelpas vervolgen we onze weg. Ik kan geen zinnig woord uitbrengen maar hij heeft praatjes voor tien. Hij verteld over school, zijn vervelende zusje, de vakantie naar Oostenrijk, zijn ouders en zijn overleden opa die hij heel erg mist. Alsof we elkaar al jaren kennen. Ik begin sympathie voor hem te krijgen. Zoals hij praat is het net of ik mijzelf hoor praten. Mijn norse blik ontdooit en de irritatie ebt langzaam weg.

Een blik op mijn horloge vertelt mij dat ik nog maar een kilometer hoef te gaan. Ik zet aan om mijn tempo te verhogen en hoor hem nog steeds naast me ratelen. “Kom we gaan intervallen van lantaarnpaal naar lantaarnpaal.” Weer dat WE!! Hij ziet mijn blik en alsof hij weet waar ik voor train zegt hij: “Anders wordt je nooit sneller!” Het kind heeft er blijkbaar verstand van. Ik versnel en verlaag mijn tempo gedurende een halve kilometer. Dan zit ik er echt doorheen. De laatste halve kilometer brengen we zwijgend door. Hij op zijn fiets en ik in een makkelijk vol te houden tempo. Bij het park gekomen gaat mijn dribbel over naar een wandeltempo. Van mijn ellendige gevoel is inmiddels niks meer over. De zwerm muggen heb ik achtergelaten in de polder. Waar ze horen. Ik voel mij heel licht en vooral moe. “Goed gedaan!!” Roept hij. “Dank u.” Zeg ik met een glimlach en ik geef het joch een high five. “Hier moet ik de straat in, ik woon een stukje verder.” Hij wijst in de richting van een rijtje huizen. “Bedankt dat ik met u mee mocht!” Nog voor ik kan antwoorden dat ik nooit toestemming heb gegeven maar toch stiekem wel blij ben dat hij mee gefietst was, steekt hij de straat over. Inmiddels razen de auto’s over de weg tussen ons door. Hij draait zich nog een keer om en zwaait naar me. Daarna is hij weg, mij alleen achterlatend. Ik draai mij om en moet lachen. Zo’n gekke training heb ik nog nooit mee gemaakt…

Verwerken kost tijd…

Door de drukte en de chaos van het afgelopen half jaar ben ik flink aan mijzelf voorbij gegaan. Ik liet steken vallen, zag soms door de bomen het bos niet meer en waar ik normaal in tijden van drukte wist wat ik doen moest, wist ik nu eigenlijk geen raad met mijzelf.

Ik zit in het midden van de kamer en om mij heen staan doosjes, tasjes, foto’s en ander prullaria. Iemand die nu de kamer binnen komt zou denken dat ik bezig ben met het verzamelen van spullen voor de rommelmarkt. Maar dit alles is niet voor de rommelmarkt. Het zijn spullen van mijn ouders die met zorg zijn uitgezocht en met liefde zijn neer gezet. Ik houd ze vast, ruik er aan en zet ze weer terug op de grond. Bij alles wat ik aanraak zit een herinnering, soms een vlaag van herkenning soms een heel verhaal dat zoveel emoties bij mij los maakt dat ik wil zwelgen in zelfmedelijden. Ik wil mij verdrinken in het verdriet dat ik te lang voor mij heb gehouden. Ik wil toegeven aan het gemis. Dus laat ik mij gaan. Niet voor twee minuten, nee, dit keer jank ik tot er geen traan meer vloeit.

Door de afgelopen periode andere prioriteiten te stellen is mijn rugzakje met onverwerkt verdriet opgeschoven. Het moet ooit eens geledigd worden. Dat gebeurt dan ook beetje voor beetje en meestal als ik mijn zwakste moment bereikt heb. De periode waarin de druk om te presteren hoog ligt. Of zoals nu, rond de datum van mijn moeders overlijden. Je kunt blijkbaar niet alles en mijn lichaam en geest zitten duidelijk niet op één lijn.

Ik vind het heel vermoeiend om mij bezig te houden met rouwverwerking. Spijtig genoeg is er geen protocol om te volgen. Dat zou het in ieder geval al een stuk makkelijk maken. Volg het stappen plan en binnen no-time bent u weer de oude. Maar nee, nu moet ik mij overgeven en lijdzaam toezien hoe het voortschrijden der tijd mijn verdriet, ervaringen en emoties een plaatsje geeft. Maar wat is precies “een plaatsje geven?” Het is een vage uitdrukking waar ik niets mee kan.

Ik verwerk mijn verdriet blijkbaar in puzzelstukjes. Iedere keer als ik denk dat de puzzel af is liggen er weer 1000 stukjes voor mijn neus. Geen begin en geen eind. Alleen de mededeling: “SUCCES!” Pas als ik halverwege de puzzel ben realiseer ik mij dat ik “weer” bezig ben met puzzelen. Na drie of vier van dit soort puzzels denk je: “Nu is ie toch wel af?” “Nu ben ik er toch wel?” Maar nee, dan blijkt dat je alleen nog maar de weg hebt gepuzzeld. De weg naar de plaats. Het plaatsje waar je verdriet een plekje zou moeten krijgen…

Niemand kan mij vertellen wanneer ik het plaatsje bereikt hebt. Niemand kan mij vertellen of het dan überhaupt al af is. De enige persoon die dit weet ben ik zelf. Iets met gevoel en lichaam & geest die weer op één lijn zitten. Tenminste dat denk ik. Voorlopig puzzel ik nog even door en mag ik hopen dat mijn plaatsje voor mijn verdriet, een verdomd mooi plaatsje gaat worden!!

Bovenstaand is een blog dat ik vorig jaar november geschreven heb. Ik heb het nooit online gezet. Te veel verdriet, te persoonlijk, als ik er niet over praat dan is het er niet? Ik weet eigenlijk niet waarom. Maar er zijn zoveel mensen om mij heen die de afgelopen periode iemand hebben moeten verliezen dat ik toch besloten heb het alsnog online te zetten. Om te laten weten: Je leven staat nu stil en het zal even duren voor het met dezelfde vaart verder gaat als voorheen. Als je denkt dat je er eindelijk bent, zul je misschien toch weer een paar stapjes terug moeten doen…Misschien wel meer dan één keer?! Maar er komt een tijd dat je weer in rustig vaarwater beland. Je leven zal waarschijnlijk nooit meer het zelfde zijn. Maar je kunt weer genieten. Geef jezelf de tijd en de ruimte…

Wat was er mis met de oude?

Mijn lieftallige collega’s waren hem gesmeerd en ik bleef als enige over om het fort te bewaken. In rustige tijden vind ik het niet erg om alleen achter te blijven. Sterker nog, ik vind het heerlijk. De rust die dan op de werkplekken hangt is bijna sereen te noemen. Totdat het gesnerp van de telefoon de lucht om je heen doet trillen en het geluid als een straaljager je oorschelp invliegt. Maar so far, so good. Het is stil, op een zacht melodietje na. Ik kan het niet direct plaatsen en denk dat één van mijn collega’s zo slim is geweest om haar telefoon te vergeten. Ik loop één voor één de kantoorruimtes af maar zie geen telefoon liggen. Na enige tijd is het geluidje ook weer weg. Meer aandacht verdiend het niet dus ga ik verder met mijn werk.

Enkele dagen later, als ik in de keuken bezig ben met koken hoor ik dat zelfde melodietje weer. Dit keer niet ergens vaag op de achtergrond maar kneiterhard. Ik ben zo gebiologeerd door het geluid dat ik vergeet waar ik mee bezig ben. Ik loop naar de tuin om te horen of ik het kan lokaliseren. Het is zo’n bekend deuntje en dan opeens weet ik waar ik het van ken. Het komt uit het oude sierradendoosje wat ik als klein kind heb gehad. Zo eentje met een ballerina die opgevouwen ligt te wachten tot jij met je gretige handjes het dekseltje open (dicht-open-dicht) doet. Vervolgens draait ze 100.000 pirouettes, aangezien ze niets anders kan dan dat, voor het spiegeltje waar jij jezelf in moet bewonderen maar dat kan niet omdat haar tutu in de weg zit!! (Ken je die doosjes?)

En daar stond ik dan… Als aan de grond genageld en gehypnotiseerd door het bekende deuntje. Ik kon nog maar aan één ding denken: Ik moet daar ook naar toe!!! Het geluid kwam nu duidelijk hoorbaar uit de straat. Dus liep ik naar de voorkant van het huis. Ik had een soort voorbijtrekkend circus verwacht, iets met rondhuppelende ballerina’s (daar heb je haar weer) een clown op een rode bal (ik haat clowns) een leeuwentemmer (ik vind tijgers mooier) en jongleur met brandende fakkels (wat een stomme sport) en een aantal witte paarden die de mooiste kunstjes deden (waar mijn paardenbeest jaloers op zou zijn) maar niets van dit alles trok er nu aan mijn neus voorbij. Het was nog veel schokkender, het was onze nieuwe ijscoman….

Het deuntje werkt als vliegen op stroop. Hordes kinderen liepen er achteraan. verbaast liet ik het tafereeltje aan ons huis voorbij gaan. Moeten we dit nu echt iedere avond aan gaan horen? Nog voor ik aan het eten begonnen ben? En waar is die “oude” gebleven?

(filmpje is niet door mij gemaakt, het is zelfs niet dezelfde ijscokar. Maar het deuntje inclusief volume zijn identiek!)